06 augustus 2020

Korte vluchtjes, lange dagen

diner van m'n maatjes vanavond

Pierre


Celeste

Ik draaide makkelijk naar 2300 meter maar vanaf daar werd het een beetje werken en meteen voelde ik de pudding in m’n armen. De bovenwind zou hard noord zijn, met matig west lager en op de landing was het oost. Dikke turbulentie ergens hoog dus, daar had ik nou net geen zin in met m’n enkeldoekertje en gebrek aan spierkracht. Ik rommelde nog wat rond het heuveltje oost van het vliegveld maar daar zat niks meer, en binnen een half uur stond ik met een forse overshoot op de grond. Tegen de tijd dat ik klaar was met inpakken waren Pierre en Guillaume er ook, allebei vonden ze de lucht heel naar. Grappig want ik was minder dan een uur eerder in de lucht en voor mij was het juist heel rustig. Nou ja tot tweeduizend dan.

Ik heb inmiddels m’n routine. Als ik ingepakt en uitgekletst ben loop ik naar m’n tent, pluk m’n oogjes uit en verwissel m’n schoenen, doe een wasje en dan fiets ik terug naar het landingsterrein om op het wagentje met m’n pakzakken te wachten. Dan boodschappen en een potje zwemmen, en afsluiten met gezelligheid met de Canards. Vooral Pierre vind ik leuk, hij doet me enorm aan Ad denken. Een ouwe stouterd, geestig, vriendelijk, en een vrij slechte piloot. En Christophe, de knappe goeie piloot, très cool. Hervé met z’n droge humor, en Gregoire die fanatiek probeert om zo lang mogelijk te vliegen en niet kan begrijpen dat ik er bewust voor kies om vroeg te starten en snel te landen.

We zitten met biertjes bij de receptie waar Celeste ons als een echte barvrouw moederlijk bij de les houdt. Ik ben bijna blij dat Phil er niet is want dan zou ik m’n aandacht moeten verdelen tussen hem en de canards, zoals nu tussen de canards en Tim en vader Dotchin. Het gaat nergens over en we doen niks, maar het is wel heel erg leuk.

05 augustus 2020

Vriendinnen

Francoise staat om vijf uur op om een  paar niet al te warme uurtjes in de boomgaard te kunnen werken. Ik kwam er pas na zevenen uit en moest me haasten om op tijd met haar mee te kunnen naar de zeegym. Een groep oudere dames en één man in surfpakken en surfschoenen, zonnebrillen en hoeden op en tot de tieten in het water. Gymleraar Thierry, een studiegenott van Francoise, liet ons een uur lang rennen en huppen en armzwaaien door de branding, best leuk eigenlijk al denk ik dat ik niet echt goed m’n best deed want na dat uur was ik totaal nog niet moe. Francoise hield het niet vol omdat ze het te koud had, voor mij was het juist best warm zo met het zonnetje op onze kop. Later liet ze me haar olijven zien. De hele heuvel is zo ongeveer van haar, overal staan enkele tientallen olijfbomen omgeven door kiwis, kastanjes, vijgen. Op het ene perceel ruikt het sterk naar munt, op het andere groeit wilde venkel, zalig. Ik heb maar weer een bosje geplukt voor in m’n auto, in Australië raakte ik helemaal gelukzalig van de eucalyptus op m’n dashboard dus dat kan ik nu weer proberen.

Pratend over kapotte relaties en gebroken harten voel ik nog altijd de pijn. Over hoe ik als afval bij het grofvuil werd gezet. Over hoe Koos een paar jaar daarvoor nog zei dat ze een kuttekop met scherpe ellebogen is. Maar hoe zij dan toch uit mijn bed rolde, luttele weken nadat hij me dumpte en hoe ze weinig kies de bus pal naast mijn tentje zetten. Hoe ze niet alleen mijn man van me pikte maar mijn hele leven. Alles wat ik deed, wat ik was, wat ik lief had. Het leek wel of ze probeerde mij te zíjn, maar dat dan wel rucksichtlos en respectloos, ze gaf me nog een paar gemene trappen na. Ik mis hem  nu niet meer maar de pijn gaat nooit meer weg, moest ik Francoise vertellen. Zo stoer als zij altijd is zo kwetsbaar blijkt ze nu. Ik hoop dat zij ook een Cameron tegenkomt, die op tien manieren mijn leven redde. Dat ze ook liefjes tegenkomt om mee te lachen en vrienden om mee te huilen. Dat ze haar eigen down under ontdekt. Maar op dit moment kan ik alleen een arm om haar heen slaan, corona even vergeten.

Op de terugweg voelde ik me depressief en eenzaam maar ik moest flink doorrijden omdat de hele groep op me stond te wachten. We speerden meteen naar boven, met tien vleugels op het gammele rekje en dertien man in het wagentje en het besef dat als dat rek het zou begeven we tien maal dertig kilo op onze nek zouden krijgen. Het zou wel een spectaculair delta-ongeluk zijn. Ik startte en landde weer snel, misschien niet nodig omdat het best goed gaat met rug en schouders maar in de stemming waarin ik was was het sowieso geen goed idee om spannende dingen te gaan doen. Een goeie landing is elke keer weer een klein feestje, precies wat ik het hardste nodig heb. Er was natuurlijk nog niemand dus ik had alle tijd om m’n grote tent op te zetten. Toen de spullen eenmaal goed waren ingepakt vertrok ik voor een rondje Plan d’eau Riou, twintig km verderop is misschien wat overdreven maar ik vind het zó verrukkelijk om daar te zwemmen. Heerlijk water, precies een fijne afstand als je echt rond zwemt, en voortdurend uitzicht op de Chabre of St Genis. Zo ben ik weer helemaal over de depressie heen.

04 augustus 2020

Op bezoek bij Francoise



Treurig om de canards zo snel alweer te verlaten maar als ik nu niet eens een keer op bezoek ga bij Francoise dan nooit meer. Omdat ze zei dat ze in drie uur naar huis reed dacht ik dat ik rustig aan kon doen dus ik stopte een paar keer in de schitterende kloof tussen Serres en Nyon om enorme roofvogels te bekijken en ik dwaalde door twee Decathlons op zoek naar zo’n handig karretje als Jan had. Al met al kwam ik pas om vier uur aan en Francoise moest om vijf uur naar een afspraak. Straks komen haar kinderen met aanhang en dan zal het voor mij vrijwel onmogelijk zijn om te communiceren – met Francoise alleen en als het over vliegen gaat heb ik het al moeilijk. Afijn ik vind het leuk om haar huis te zien, bovenop een heuvel vlakbij Montpellier met uitzicht over zee. En ik vind het leuk om iets uitgebreider te kletsen, ook al is het in mijn peuterfrans, over andere dingen dan vliegen. Al zal dat laatste nauwelijks lukken, we zijn allebei zó gemarineerd en gebakken in vliegen dat elk gesprek onvermijdelijk toch weer daarop uitkomt. Op het feit dat ik me eindelijk heb neergelegd bij enkel hopjes maken met een enkeldoekertje. Op haar geweldige vluchten van afgelopen week. Op onze nieuwe harnassen waarmee we allebei niet goed voorover komen, griezelig als je turbulentie in start. Op Mario die het enorm goed doet, hij heeft net de Ager Open gewonnen. Op de canards en hoe leuk die zijn. En op de Serannes waarvan Olivier vond dat ze er veel vaker zou moeten vliegen maar Francoise vindt het niet echt de moeite waard. Laragne is gewoon veel beter.