06 augustus 2017

Zon, zee, zuchten



Ik ben nog altijd een beetje angstig voor muien, kwallen of honden die tegen m’n tas pissen en ik heb nog steeds een bloedhekel aan het gekraak van zand tussen m’n tanden, zonnebrandcreme en zwerfafval, maar nu ik elke dag in zee zwem begin ik het een beetje door te krijgen. Hoe ver achter de branding ik me nog veilig voel, hoe lang ik kan zwemmen voordat m’n schouders echt pijn doen, waar ik m’n tas neer moet zetten om zeker te weten dat ie niet in de vloed wegspoelt. De golven, waar ik altijd van baalden omdat ze serieus doorzwemmen nogal in de weg zitten, vind ik nu zalig. Met m’n frozen shoulders kan ik toch alleen maar zwemslag en dankzij m’n debiele brilletje krijg ik geen brandende ogen, dus nu kan ik genieten van het opgetild worden en naar beneden vallen. Van het naaktstrandje tot het Zwarte Pad en weer terug, wel spannend bij de golfbrekers maar er blijkt geen stroming of kolk te bekennen en ik word ook niet tegen gemene betonblokken aangeslagen.
Na afloop blijf ik een tijdje staan kijken naar een torenvalkje dat op de maat van mijn mp3 perfect biddend steeds een meter naar beneden duikt om zich uiteindelijk succesvol op een muis of mol te storten. Via de schitterende duinen van Meijendel terug naar huis, tolerantie oefenend (en falend) vanwege de hordes efietsende toeristen en bakfietsende moeders met driewielige peuters langszij. Ik reageer m’n agressie uiteindelijk af op de appende voetgangers die midden over het fietspad zwalken maar dat brengt nauwelijks voldoening omdat ze het vaak niet eens in de gaten hebben. Nooit gedacht dat ik zo nog in het kamp van de wielrenners terecht zou komen.

22 juli 2017

Niet vliegen



Als ik vlieg, geniet ik letterlijk met grote teugen, neem ik het fijne als een spons in me op zodat ik er later mijn dorst mee kan lessen. Maar toch ben ik me akelig bewust van alle niet-gevlogen uren.
Nu ik maandenlang nauwelijks kan vliegen terwijl het prachtig weer is en ik mijn vakantiedagen niet op krijg, probeer ik zoveel mogelijk dingen te doen waar ik normaal gesproken niet aan toe kom en probeer ik daar ook de lol van in te zien. Een half uurtje zwemmen in zee en dan op m’n rug met m’n ogen dicht op de golven wiegen, heerlijk. Totdat ik m’n ogen weer open doe en de meest waanzinnige lucht zie. Perfecte cumulus, platte onderkantjes en daarachter een helderblauwe postfrontale lucht.
Terwijl ik met een omweg door de duinen terugfiets richt ik m’n aandacht nadrukkelijk op de bloemenpracht, de vlinders, de romantische doorkijkjes. Maar uit m’n ooghoeken zie ik toch steeds die cumultjes, ik voel hoe ze hun tong naar me uitsteken. Was ik maar daar.

01 juli 2017

Op tijd naar huis



ouwe vrienden

Direct over de Italiaans-Zwitserse grens is de lucht frisser en schoner, het landschap groener en het verkeer georganiseerder. Ik maak nog gauw voor de Gottard even gebruik van het mooie weer, in de verte zie ik enorme wolken hangen. Het was geluk met het weer, na alle regen. Donderdag de hele dag binnen gebleven om te lezen, pas eind van de dag doken we nog even het zwembad in maar het was fris. ’s Avonds diner bij Villa Anita met een hilarische hanggliding dance door de retrieve chauffeurs. Vrijdagochtend was m’n auto al voor de briefing en de stortbuien ingepakt en ik zou zijn gaan rijden als Jochem niet had voorgesteld om naar Spoleto en de Romeinse waterval te gaan. Vier uur terug, hetzij voor een avondvlucht hetzij om op tijd de aftocht te blazen. Vanwege een gigantisch onweer weken we uit naar Trevi, gezellig met z’n achten lunchen en een beetje door het dorpje kuieren. De waterval werd om drie uur aangezet en was inderdaad prachtig. Ongelooflijke hoeveelheden water storten zich op verschillende plaatsen van de berg af. Ik verdwaalde een paar keer zodat ik naar boven moest rennen om de rest van de groep in te halen. Toen we weer bij de auto waren begon het opnieuw te regenen en ik kreeg een beetje de zenuwen over het late tijdstip. Als ik in het donker in de regen een slaapplaats moet zoeken heb ik het niet naar m’n zin, maar ’s nachts doorrijden is ook geen goeie optie omdat ik dan uiteindelijk half slapend achter m’n stuur zit. Nou ja, nu ook want ik vond pas tegen tien uur in de buurt van Pesaro een fijne slaapplek. Het was droog en warmer dan in de bergen, en ik was verdwaald op een stil geitepad en waar ik wilde keren zag ik een olijfgaard, precies goed voor m’n tentje. Toch sliep ik niet goed, de wind maakte een pokkeherrie en ik lag enigszins gespannen te luisteren of ik geen verkeer hoorde. Om half zes brak ik op en rustig aan reed ik rond lunchtijd Zwitserland in, waar het dus begint te betrekken. Straks door naar Nic die wel bezoek heeft, maar het lijkt me toch een goed idee om nog even echt te pauzeren voor ik morgen de laatste kilometers naar huis maak.

28 juni 2017

Team effort


foto Jenny Buck


Mooi dat het slecht weer was, ideaal om Johns vleugel op te gaan halen. John had er zelf eerder geen zin in gehad en ik heb ook gedacht dat het een total loss was, ondanks dat z’n vleugel eigenlijk niet beschadigd was in de boomlanding. Maar wel moeilijk te bereiken, moeilijk te vinden, moeilijk uit de hoge smalle bomen te halen en onmogelijk naar boven te sjouwen. Desondanks koos ik voor de vleugel in plaats van een duo met Luca want ik had wel zin in een avontuur. Ik liep voorop omdat ik de enige was die wist waar hij hing, de anderen met bijlen en zagen achter me aan. Vanaf het moment dat we de vleugel gevonden hadden probeerde ik nog heel even om mee te denken over de beste manier om ‘m naar beneden te krijgen, maar het was snel duidelijk dat Tony de leiding nam en ik kon toch niks doen met m’n arm. Nadat Tony en John al een kwartier bezig waren geweest om bomen om te hakken kwamen de anderen, en werd het echt interessant. Grant, Andy, en Tony wilden alledrie de leiding, Dan, Becky, Justin en nog een paar mensen wilden ook graag een belangrijke bijdrage leveren. Ik bleef met Andy toekijken, het heeft geen zin om me in de mêlee te mengen en ik vond het wel grappig om te zien hoe het ging. Heel erg goed, met slimme oplossingen voor lastige problemen zoals hoe krijg je een delta van zo’n tien, twaalf meter naar beneden zonder de leading edges of de tips te beschadigen? Bedrijven betalen grote bedragen voor teamontwikkelingsdagen als dit.
Ondertussen keek John steeds blijer uit z’n ogen naarmate duidelijker werd dat het zou gaan lukken. Ik weet niet hoe lang het kostte, maar de mannen hakten en zaagden zo’n vijftien boompjes om en lieten de vleugel met grottouwen en half omgezaagde bomen naar de grond zakken, waar hij werd opgevangen en ingepakt door zeker tien mensen. Grant en Dan droegen ‘m terug naar de weg, achter mij aan, en éénmaal boven deden we een korte debriefing over wat je zou moeten doen als je achteruit zo’n dal ingeblazen wordt. Omdraaien en downwind naar een betere landingsplaats zoeken, en ja dat weet ik eigenlijk wel maar ik weet niet zeker of ik het ook zou durven. Liever maar helemaal nooit in zo’n situatie komen.
We genoten nog zeker een uur bij de auto’s van Jenny’s koekjes, het uitzicht en onze prestatie en Johns blije gezicht. De vleugel is nauwelijks beschadigd, in principe zou hij er met één plakkertje zo mee weg kunnen vliegen.
Daarna met m’n vriendjes mee naar hun zwembad, een pizza in het hotel en toen ik dacht dat ik naar huis moest lopen kwam Alessandro me halen. Ik heb het goed.

27 juni 2017

British Open







De meteo gaf de beste vooruitzichten voor de hele week en m’n schouder ging ook best wel, dus ik nam m’n spullen mee naar boven, noordstart. Noord is altijd spannend omdat je een beetje hoogte moet winnen om het vliegveld te halen, en eerdere landingsopties bevallen me niks. Het leek me dan ook verstandig om niet voor maar na de wedstrijd te starten en ik was weer eens trots op mezelf en mijn relaxedheid. Dat verdween toen iedereen gestart was en ik nog niet eens besloten had of ik op noord op zou bouwen, of zou wachten en eind van de middag zuid zou proberen. Terwijl ik toch maar opbouwde wist ik dat de wind zou draaien zodra ik m’n harnas aantrok en inderdaad, de windzak hing slap naar beneden terwijl ik dichtritste. Bovendien stond een oudere Italiaan te stressen en ik snap zelf ook wel dat het er noord niet beter op wordt als de zon naar het zuiden draait. Toch ging ik er voor en gelukkig draaide ik prachtig in de huisbel omhoog. Waar ik mijn klassieke fout maakte: zodra ik boven start kom en een beetje kan ontspannen, stop ik me te concentreren op de termiek en klinkt het alarmstemmetje weer dat voortdurend meldt dat het spannend is om te landen. Zodat ik de bel halverwege verliet en hoewel ik mezelf tot de orde probeerde te roepen draaide ik toch niet terug maar gleed, natuurlijk te laag, naar de antennes. Waar ik moest besluiten of ik er noord of zuid langs zou gaan, en ik weet hoe spannend het is om zuid laag over de Cucco lijzijde te glijden, die hete prikkels in m’n nek wil ik niet expres oproepen. Dan maar naar het vliegveld, onnodig kwa hoogte maar wel nodig voor m’n gemoedsrust. Toen ik er zo’n tweehonderd meter boven hing kwam de helikopter net landen, tijd genoeg om daar geen last van te hebben maar ik bad dat ze niet weer op zouden stijgen. Dat deden ze gelukkig niet en ik maakte een suffe landing na een heel mooi circuit, die laatste rommel kan ik toch wel aan m’n lamme arm toeschrijven. De arm deed flink pijn, vooral m’n elleboog eigenlijk en ook m’n hand (!) en de schouder. Hoe meer ik erover nadenk hoe meer ik me realiseer dat de schouderproblemen waarschijnlijk een direct gevolg zijn van de elleboog – de verwonding of een beetje overdadig oefenen.
Gelukkig is Tim altijd galant en hij sjouwde m’n vleugel het hek over en de auto op terwijl ik van een koud biertje stond te genieten. Eenmaal terug had ik me net op het goalveld geinstalleerd toen Mario belde. Mijn eerste reactie was dat ik geen zin had hem op te halen, maar direct daarna schaamde ik me voor m’n gebrek aan behulpzaamheid en ik sprong in z’n auto om ruzie te maken met z’n tomtom. Na een half uurtje tot de opgegeven coördinaten, en nog eens drie kwartier om door Gubbio te dwalen, vond ik m’n piloot, het Nederlandse team in dit geval. Het was dik etenstijd en we vonden een geweldig tentje met heerlijk bier. Het is altijd goed praten met Mario, over de domme dingen die we doen en de traagheid waarmee we leren onszelf een beetje te beheersen. Bij mij gaat het over terugvliegen als ik weet dat ik niet op glij had moeten gaan, bij hem gaat het erom dat hij bij de gaggle moet blijven. Er zijn mensen die te hoge verwachtingen van zichzelf hebben en daardoor altijd teleurgesteld raken, over focussen op negatieve zaken of je laten sturen door emoties in plaats van intuitie en gewoon nadenken. We praatten over Charlie die fantastisch is: voorzichtig zonder haar enthousiasme in te leveren. Over John die de beste crisismanager zou zijn omdat hij in een enorme stresssituatie gewoon blijft denken.
Op de start maakte ik dezelfde genante fout die tientallen mannen ook naar mij hebben gemaakt: ik verschafte ongevraagd advies aan Charlie. Ze heeft het absoluut niet nodig en ik weet echt niet beter dan zijzelf wat het verstandigst is. Het stomme is dat je haar wil behoeden maar dat ze vooral last heeft van allerlei adviezen van alle kanten. Ze heeft geen hoeder nodig.
Nu richting zwembad, het is te warm om iets nuttigs te doen.