14 mei 2018

Orthopedisch vonnis

De arts, orthopeed, is een jonge man die zich waarschijnlijk niet makkelijk inleeft in een vrouw van middelbare leeftijd die erg van buitensporten houdt. Als ik snik dat ik dan nooit meer echt kan vliegen, nadat hij heeft verteld dat ik artrose heb, reageert hij bijna verbaasd: "vindt u dat erg?".
Nu ik een paar weken na een cortisone-injectie zeg dat het nauwelijks geholpen heeft, dat ik veel pijn heb en dat elke activiteit meer pijn oplevert, zegt hij niks anders dan dat er niks aan te doen is en dat hij me geen schouderprothese geeft. Dat wil ik ook helemaal niet. Ik vraag uitleg en dat levert me een doorverwijzing naar een reumatoloog op, maar geen uitleg. Of er misschien een samenhang zou kunnen zijn met de pseudoreuma uit m'n kindertijd, of met de overgang, of met m'n voeding of leefstijl, hij gaat het niet toelichten. Ik vraag advies en dat levert het idee op om naar een fysiotherapeut te gaan, maar geen advies. Of ik minder of meer of niet of intensief of anders zou moeten bewegen, hij gaat er niks over zeggen. Of ik misschien vitamines of glucosamine of voor mijn part walnoten zou kunnen proberen, heeft acupunctuur of voodoo of een zalfje wel eens iemand geholpen, zijn enige reactie is dat placebo's werken maar dat hij natuurlijk geen placebo gaat voorschrijven.
Als ik vraag wat hij vindt van Belgische behandelingen met stamcellen, of Duitse beenmergstimulatie, reageert hij dat de buren erg agressief behandelen en dat Nederland in de top drie staat - zonder toe te lichten over welke ranglijst dat dan gaat.

Deze arts doet alles precies zoals hij op school geleerd heeft, keurig en hij kijkt er ook heel meelevend bij. Ik ben ook blij met de verwijzing naar reumatologie. Maar het is me ook extreem duidelijk dat iemand die zo beperkt alleen maar zijn medische kennis toepast en totaal geen relatie legt met mij als mens, de titel dokter eigenlijk niet verdient.

13 mei 2018

Als bergbeklimmen

Wat ik altijd goed heb gekund is mezelf een schop onder m'n kont geven, "niet kinderachtig doen", "kom op, even doorzetten". Het is altijd bevredigend geweest om mezelf totaal op te branden - niks zo frustrerends en onverdraaglijk als weten dat ik nog meer had gekund, verder had gekund, voelen dat er nog een beetje energie in m'n lijf had gezeten.
Wat ik altijd heb proberen te kunnen is mezelf beheersen, naar m'n lichaam 'luisteren' (nooit begrepen wat daar precies mee wordt bedoeld), mezelf in acht nemen en een beetje sparen zodat er in de toekomst ook nog iets mogelijk is. Een strenge innerlijke verpleegster maant mij om niet alles kapot te maken voor een miezerig hopje.
Bijna tegelijk. Als je niks probeert, lukt ook niks. Als je niet klaar staat om te starten, mis je het moment. Blijf vliegen, altijd doorvliegen richting het volgende keerpunt, er kan altijd toch nog een verlossend belletje komen. Kou, pijn, vermoeidheid, slaap, het hoort er gewoon bij en je moet niet zeuren. Maar ook, vanaf het begin, vanaf Mikes ongeluk: het risico om gehandicapt door te moeten leven is het me niet waard. Je verpest je lijf als je te ver gaat, te lang doorgaat, invaliderende blessures worden chronisch en onomkeerbaar.
Ik kan het nog steeds niet, 'gewoon' doen wat ik wel kan en daar dan van genieten. Ik denk altijd dat er nog wel meer kan, dat als het gemakkelijk is of pijnloos dat ik dan niet genoeg m'n best heb gedaan. Verschillende wijze mentoren (sommige half mijn leeftijd) hebben me gezegd dat ik moet stoppen met m'n best doen. Ik weet dat ze gelijk hebben. Maar ik weet niet hoe ik dat kan doen. Ik doe m'n best om te stoppen m'n best te doen...

12 mei 2018

Ondermaatse vliegprestaties


Misschien heb ik gewoon pech met lichte, verbrokkelde bellen. Misschien word ik belemmerd door m'n slappe armpjes en gebrek aan training. Misschien ben ik gewoon niet goed genoeg of te weinig geconcentreerd door het gebrek aan slaap. Hoe dan ook, op een dag met de mooiste meteovooruitzichten van het jaar (allengs minder mooi toen er twee lage bewolking roet in het eten gooiden) kom ik niet verder dan een beetje verlengen van m'n vluchtje, terwijl Arne, Mario, Martin, Andre en Sander een taakje van een paar uur vliegen.
Dat is me wel vaker overkomen en dat licht dan vast en zeker aan mijn gebrek aan inzicht en techniek. Maar deze keer, terwijl ik bijna niet kan zitten van de pijn, is het een enorme confrontatie met de kans dat ik nooit meer serieus xc zal vliegen. Meer nog dan de Spring Meet, waar ik al m'n aandacht inzette op het genieten van alles wat er nog wel is. Dat lukte in Stadskanaal veel minder, mede doordat mijn gewoonte van de afgelopen twintig jaar om elke mooie vrije dag uit vliegen te gaan nu niet meer aan de orde is. Het is juist andersom: ik moet goed overwegen wanneer het nog wel de moeite waard is om een start te maken.

10 mei 2018

Heel hard uitzakken op Langevelderslag


Terwijl ik richting De Zilk reed wist ik al dat dat eigenlijk niet zo'n goed plan was, zeker niet met het plan om morgen een dagje serieus te gaan vliegen in Stadskanaal. Maar de pijn in m'n schouder is nou ook weer niet ondraaglijk en ik had echt super veel zin om weer ns te duinsoaren en de vaste soarders te zien.
Sowieso de aardigste mensen in de Nederlandse vliegwereld, altijd bereid om even mee te lopen om de vleugel naar boven te helpen dragen (Niko), om te helpen inhaken en starten (Jaap), om na mijn smadelijke buikschuiver in het zeeschuim omdat het toch echt te licht was en cross bovendien te helpen de vleugel naarde rotonde te zeulen (Rob). Daar mocht ik emmertjes water halen in het vliegerwinkeltje, zodat ik het ergste zand, zout en algen van de tips en het a-frame kon afspoelen. Thuis de vleugel meteen in de tuin weer open gelegd, met een sopje beter schoongemaakt en daarna voortdurend stukken zeil verleggen in de hoop dat het nog voor het donker zou drogen. Dat is niet het geval dus zaterdag gebeurt het allemaal opnieuw.
Ongeveer twintig tot dertig seconden in de lucht, een uur of zes entertainment. En dan ook nog niet eens fatsoenlijk afscheid van de mannen genomen...

04 mei 2018

Lafheid



Als ik iets tè graag wil, dan word ik ineens kinderachtig ongeïnteresseerd. Laf, bang voor teleurstelling. Ik realiseer het me pas echt nu ik bijna niet solliciteer op m’n droombaan en allerlei onzinargumenten uitkraam om mezelf ervan te overtuigen dat ik die baan toch niet wil. Maar dat is dus precies wat ik altijd met vliegen heb gedaan. Ik wil zo ontzettend graag goal halen dat ik al afhaak nog voor ik de berg af ben. ‘Ik zak toch uit’ of ‘ik durf toch niet te ver weg van landingsopties’ of ‘ik moet m’n schouders sparen’. Het is een flauwe self fullfilling prophecy en ik had mezelf al jaren geleden een trap voor m’n hol moeten geven.
Gelukkig heb ik ook de andere kant in me, ben ik bloedfanatiek en niet bang voor vermoeidheid of pijn. Ik heb een aantal keer goal gehaald en zoals Kathryn en ik gisteren tegen elkaar zeiden: er is geen grotere extase dan zo’n achievement. Als zij volgende maand van haar dochter bevalt zal ze er misschien anders over denken, maar een wedstrijdtaak uitvliegen en helemaal kapot op goal landen is één van de geweldigste ervaringen die er zijn.
Ik heb me de afgelopen jaren op m’n vlieg- en vooral landingstechniek geconcentreerd, en dat was verstandig maar kostte me wel het afzien van wedstrijdvliegen. Die moeilijke periode eindigt nu niet met een terugkeer naar xc maar met dokterbezoek en toenemende lichamelijke handicaps. De teleurstelling en het verdriet zijn vreselijk. Maar als ik tien jaar geleden al bij voorbaat niet had geprobeerd om m’n 150+ taken te vliegen, had ik nooit geweten hoe fantastisch dat is.

02 mei 2018

Georganiseerd vliegen

Emberger Alm

Het was maar twee-en-een-half uur rijden van Meduno naar Greifenburg dus we besloten daar nog een tussenstop te maken voor een laatste vluchtje. Er bleek een parapentewedstrijdje aan de gang waardoor ik tot twaalf uur moest wachten om met m'n Fun een glijvluchtje te maken. Nou kon ik het toch niet laten om even in te draaien toen m'n thermal snooper begon te zingen en daardoor had ik ruim de gelegenheid om de parapenters te bekijken. Wat vlogen ze slecht! Zelden zulk gepruts gezien en dat in een 'wedstrijd'.
Beneden trof ik Ed en Jacqueline, bijna m'n oudste vliegvriendjes, en parapenters. Ze legden uit dat niet alleen de schermen veel beter, veiliger, makkelijker geworden zijn maar ook de harnassen. En de navette is vervangen door twee enorme stadsbussen met een heuse bushalte bij de camping; het terras van de uitspanning op de start is met glas tegen de wind beschermd; tientallen 'vliegscholen' bieden cursussen en begeleiding en transport en de instructeurs vertellen hoe en wanneer je moet starten en ze zijn voortdurend bezig om schermen uit te leggen en lijnen uit de knoop te halen. Moderne parapentisten zijn geen piloten meer maar consumenten. Zoals we vroeger moesten afzien, en zoals wij nog steeds lopen te steunen en kreunen onder onze belachelijk zware spullen, dat hoeft voor niemand. Maar het selecteert wel de gemotiveerde, serieuze piloten die er veel voor over hebben om te vliegen en die er tijd en moeite in steken om het goed te leren. Kan je ook nog op verschillende manieren moeite doen - net als Ed heb ik ook geen zin om urenlang m'n termiekvaardigheden te analyseren met Seeyou of om te oefenen met Condor. Maar je kan ook sporten om zo fit mogelijk te zijn, gezond eten, veel vluchtjes maken ook al ziet de lucht er niet perfect uit, chauffeurs regelen of vluchten plannen zodat je overland durft te gaan, je kan boeken lezen over meteo of vliegtechniek of clinics volgen. Naar een Spring Meet terwijl je bij voorbaat weet dat je nauwelijks zal kunnen vliegen, en dan maar met een enkeldoekertje startjes maken.
Het gezeik van ons over parapenters is flauw, en wij genieten ook van een schone plee en een warme douche. Maar toch knaagt het gevoel dat vroeguh alles beteh was, omdat niet elke verwende appende en zappende snotneus de lucht in kon.

30 april 2018

Afloop Spring Meet Friuli Venezia Giulia





En het is alweer voorbij. Elke keer weer dezelfde blues, mensen die al afscheid nemen terwijl je zelf nog staat te bedenken wat je gaat doen, de tenten die worden afgebouwd, de goalline weggehaald. Vanavond is er prijsuitreiking en eten maar een groot deel van de piloten zal al vertrokken zijn, om ze misschien pas over een jaar of twee jaar weer te zien. Of volgende maand, net zo makkelijk.
De lucht was vanmorgen donkergrijs maar we reden toch naar boven, in de mist, maar al snel brak de zon door en bouwden de meeste piloten op. Ik niet, twee nachten na twaalf uur naar bed is teveel en bovendien heb ik toch weer last van m’n schouder. Het waaide ook erg hard en hoewel we aan de rand van een grote vlakte zitten zouden de bellen nog flink turbulent kunnen zijn, of gewoon verwaaid. De uren op de start waren om bij te praten, te lezen, roddelen. Discretie is nogal lastig als je met z’n allen dag in dag uit brieft, auto’s deelt, naast elkaar opbouwt, landingen viert en eet. Het maakt mij niet uit, ik vind het wel leuk om als een stel giechelende pubers te proberen schijn op te houden. Het is erger als mensen over je zeggen dat je slecht vliegt of dom landt, dan de vette knipogen over wie met wie wat doet.
Ik heb in jaren niet meer zo ontspannen meegedaan bij een wedstrijd (ik kan moeilijk beweren dat ik mee heb gedaan aan de wedstrijd, niet met enkel vluchtjes van de start naar de landing). Als teampje hadden Tanno Gijs, met Emiel en Paultje in de bus, en ik het goed voor elkaar, de bed & breakfast was ideaal, en ik heb een mentale knop omgezet die ik jarenlang niet heb kunnen vinden. Het enige zeurtje in m’n achterhoofd is dat al dit positivisme nou niet meteen betekent dat ik weer kan gaan trainen zodat ik over een paar maanden wel weer echt kan vliegen – er zit nog steeds artrose in m’n schouder en dat wordt niet vanzelf beter. Maar ik heb er nu wel een beetje fiducie in dat ik de balans zal kunnen vinden tussen helemaal niet trainen en serieus vliegen, veilig, met genoeg kracht in m’n armen om gecontroleerd te kunnen manoevreren.