We startten de dag in de bloedhitte op een drukke toeristenmarkt
in Teguise met een tortilla- en aardappelenlunch erachteraan. Best heel
vreselijk maar dankzij het gezelschap viel het leed nog mee. Nog voor een uur
stonden we al op te bouwen op Famara en langzaam maar zeker nam de wind in
kracht toe. Voor mij is dat altijd lastig omdat ik aan de ene kant niet uit wil
zakken, dus zou moeten wachten op wat meer wind, maar aan de andere kant een
bloedhekel heb aan starten in een zodanige wind dat ik nauwelijks m’n vleugel kan
houden. Zeker op een rommelige klifstart als Famara-hoog. Ik koos dus opnieuw
het verkeerde moment en na een paar hoopvolle piepjes landde ik alsnog op
precies het stukje waar Johnny niet wilde parkeren. Met een spectaculaire 360
die goed afliep maar die toch wel vrij slecht uit had kunnen pakken.
Ik bracht de vleugel naar Johnny, het was toch de laatste
dag en zo zwaar is de Piuma nou ook weer niet, en kreeg daarna een lift van
twee Duitsers die eveneens waren uitgezakt. Zo kon ik mooi Christian en
Christian ophalen die ook al veel te snel aan de grond stonden met hun tandem.
We raceten terug naar boven zodat Christian nog net voor het donker z’n eigen vleugel
naar beneden kon vliegen en bij Cedric landen. Wel het zwemmen gemist, maar
gelukkig was Christian, die blind wordt, even in de lucht geweest. Hij heeft
veertig jaar gevlogen en kan nu niet eens meer zien hoe prachtig het licht van
Lanzarote is, laat staan vliegen. Een ramp.
We sloten de avond af aan een grote ronde tafel ter ere van
Bernies verjaardag, waar we bespraken wie goed met elkaar in een appartement
kunnen. Wij in ieder geval. We doen allemaal spontaan de afwas en er zitten
geen netheidsmaniakken tussen. En vooral geen heren die anderen vertellen wat
we moeten doen. Altijd enorm hulpvaardig, zorgzaam, attent. Ik teken er wel
voor, nog een keer met m’n snurkende wappies op vakantie.