13 maart 2015

Worlds publieksevenement



Lang, lang geleden, nog vóór facebook, blogs, livetracking of zelfs maar wedstrijd-websites, kon je alleen maar meeleven met WK’s en EK’s dankzij een dagelijks telefoontje. Zelfs scores waren nergens te bekijken en je zag alleen af en toe berichtjes in het Oz-report over winnaars en incidenten.
Nog nooit heb ik zo’n intensief mee te beleven WK gezien als nu, in Mexico. Facebook ging twee weken lang nergens anders over, de livetracking maakte het superspannend om in real time te zien hoe de taken gevlogen werden en als je niet zo laat op wilde blijven kon je de volgende dag de meest fantastische animaties via een youtubestream zien. Vooral de blogs van Phippsy en de Frenchies waren vermakelijk, en in de comppilots groep konden we ons druk maken over de vraag of er een timedelay had moeten zijn in de livetracking, of een taak gepauzeerd kan worden (nee natuurlijk, ze hadden gewoon het goalveld moeten sluiten of de taak moeten stoppen) en of er nog mensen zijn die zin hebben om zo’n hoofdpijnevent te organiseren.
Supergaaf, ook al was het natuurlijk ook extra confronterend om er niet zelf bij te zijn. Daar was ik overigens juist wel blij om vanwege de turbulentie, de grote hoogte van start- en landingsterreinen en het gebrek aan voor mij acceptabele landingsopties. Ik miste  vrienden, de sfeer en de kans om uitdagende taken te vliegen en vooral de gelegenheid om eindelijk Christian Ciech uitgebreid te feliciteren met z’n kampioenschap. Maar met Christian Voiblet in het ziekenhuis, Francoise met hechtingen in haar gezicht en Guy in z’n arm, een Mexicaanse piloot in de electriciteitskabels en zelfs Blenkie en Nils met blauwe plekken, Gordon die de engste landing van z’n leven meemaakte en Christian Pollet met een kapotte leadingedge, vermoed ik dat ik het er niet al te best van afgebracht zou hebben.
In positieve zin leert het mij dat ook die toppers, waar ik zo’n groot ontzag voor heb, het wel eens lastig vinden om goed te landen. Daardoor vraag ik me toch ietsje minder af waarom ik nou zo’n stuntel ben, want misschien ben ik niet zo heel veel stunteliger dan de echt goeie piloten.
Wat het me ook duidelijk heeft gemaakt, al dat intensieve meekijken, is dat ik eindelijk eens moet leren niet alleen met radio te vliegen, maar ook moet communiceren en de informatie van teamgenoten slim gebruiken. Daarvan sta ik nog volkstrekt aan het begin. Verder dan een beetje oefenen met het Nederlands team om enigszins geserreerd te communiceren ben ik nooit gekomen, en ik probeer me altijd aan de radio te onttrekken. Dat wordt de grote uitdaging voor de komende tijd, nu landen een minder prominent issue is.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten