Een halve dag uitdoeken, nog een halve dag inpakken, en nog
een halve dag afleveren op Schiphol. Al dat werk is niet het ergste, maar de
nachtmerries over vallende dozen, platgedrukte frames en absurde
douanerekeningen. En dan is er natuurlijk nog het risico dat de vleugel gewoon
te laat aankomt, of dat ik uiteindelijk toch niet kan vliegen met m’n lamme armpje,
of dat ik iets essentieels vergeten ben of het niet lukt een auto met
dakdragers down under te regelen. Pfff wat een stress. Maar vanmorgen was het
vooral fijn om me over te kunnen leveren aan een leger van galante mannen.
Peter stond om zeven uur op de stoep om me te helpen de 70 kilo doos-met-inhoud
op de auto te leggen. Gelukkig hielp de krantenbezorger spontaan een handje
want mijn stoerigheid was weer eens groter dan m’n biceps. En bij QCS namen ze
me vriendelijk aan de hand door het bureaucratische oerwoud van vrachtpapieren,
aangifteverklaringen en handelingsmachtigingen. Ik mag dan ambtenaar wezen maar
dit is echt hogere formulierenkunde. Toen alles na anderhalf uur ingevuld en
ondertekend werd de jongste bediende uitgeleend als gids en sjouwer, erg fijn
want mijn antieke tomtom snapt niks van de kronkelwegen op Schiphol-Oost. Langs
het vreemde verschijnsel vliegtuigspotters, door bochten waar een gladde
vijfbaansweg ineens een landweggetje wordt, via doolhoven van enorme loodsen en
slalommend om de kerende vrachtwagens.
Vanaf nu wordt het tien keer per dag m’n mail checken om te
zien of er al nieuws is over de aflevering van m’n dierbaarste bezit bij de
fabriek.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten