27 mei 2015

Lastig




Door m’n weinig gangbare naam, het feit dat ik al twintig jaar vlieg en omdat ik overal kom ben ik een soort bekende Nederlander in het zeilvliegwereldje. Jaren geleden was ik een beetje beduusd doordat iemand zich bijna als een soort groupie aan me opdrong, maar inmiddels weet ik hoe het werkt. Sommigen schrijven mij bij voorbaat allerlei kwaliteiten toe die ik zelf nooit zou claimen. Vervolgens val ik in het echt natuurlijk tegen. Ik blijk geen toppiloot, ik kan niet feilloos voorspellen hoe het weer zich gaat ontwikkelen, ik heb ook overleg nodig om een beslissing over stek en tijdstip te nemen. Het doet een beetje denken aan de niet-vliegers die er automatisch van uit gaan dat ik enorm avontuurlijk moet zijn, omdat zíj denken dat vliegen vreselijk gevaarlijk is. Het is allebei vervelend, van die automatische aannames, ook al lijkt het leuk als mensen bij voorbaat onder de indruk zijn.
Mensen die me als een soort beroemdheid behandelen stellen vaak vragen waarop ze het juiste antwoord al in hun hoofd hebben. Wat ik te vertellen heb is meestal onbevredigend, want het voldoet niet aan wat ze dachten.
Zelf babbel ik steeds vaker met andere piloten over hoe ze hebben gevlogen en wat ze er van vonden. Gekoppeld aan m’n eigen vlucht geeft me dat een steeds beter begrip van wat er nou eigenlijk gebeurde in de lucht, en wat er voor nodig was geweest om langer of verder of leuker te vliegen.
Wat het vandaag was weet ik nog steeds niet precies, maar ik weet wel dat de harde noordenwind de belletjes klein en turbulent maakte. Ik had al zeker anderhalf uur op de start zitten wachten omdat het duidelijk nog te stabiel was, maar om half twee draaiden de parapenters zo makkelijk omhoog dat het moest gaan. De Duitse jongen startte voor me en had duidelijk veel moeite om een goeie bel te vinden en ik wachtte even om te voorkomen dat we elkaar in de weg zouden zitten. Niet lang genoeg, toen ik aan het schrapen sloeg kwamen we elkaar continu tegen. De belletjes voor de berg waren heel klein en ongeorganiseerd en bij één pass over het restaurant moest ik alle zeilen bijzetten om niet tegen de berg geduwd te worden. Naar het zuiden zag ik een vogel draaien en een wolkje ontstaan, en er piepte inderdaad wat maar dat bleek achteraf gewoon de wind te zijn die in de zuidkom van het dal tegen de hellingen omhoog gestuwd wordt. Met genoeg geduld en een veilige afstand wist ik me al essend tot boven de riggel te werken, maar ik verloor het allemaal weer in één bocht en kreeg het ook niet meer te pakken. Dan maar weer naar het landingsveld, waar het opnieuw hard stond te blazen en waar de gradiënt voor akelige sink zorgde. Ik was wat beter voorbereid dan gisteren en zo stond ik opnieuw na een verlengde plouf aan de grond.  

Opklaringen



De voorspelling voor vandaag was helemaal niks en het was vanmorgen ook zwaar bewolkt, maar je zag het wel open trekken. Om een uur of elf belde Wim enthousiast dat hij de eerste parapenter had gesignaleerd, en inderdaad lijkt vliegen dan mogelijk. Ook al heb ik juist hier de idiootste parapenters gezien, mannen die met twintig kilometer per uur rugwind nog zouden starten met een passagier, en dan nog een paar ultralage swoops doen en bij de landing tot twee meter boven de grond doorspiralen. Dus een parapenter hier wil nog niet noodzakelijkerwijs zeggen dat het echt vliegbaar is. Hoe dan ook, na m’n te lange geaarzel van gisteren wilde ik toch wel voor de zekerheid naar boven. Ik bleef er veel langer dan mijn gewoonte is kijken, afwegen, bedenken of het nou wel een goed idee zou zijn om te vliegen en waarom dan niet. Ik hou niet van de vrij stevige wind die er stond en de wolken waren best fors en laag, maar aan de andere kant stond de wind er wel mooi op en de wolken werden niet duidelijk groter. Zoals dan weer wel mijn gewoonte was ik dus als eerste de berg af, en ik draaide direct makkelijk omhoog. Het leek me een goed idee om rond de start te blijven hangen om op de jongens te wachten. Tegen de tijd dat zij ook gestart en omhoog gedraaid waren was ik weer aan het twijfelen geslagen. Ik heb sinds vanochtend een beetje koppijn, ik moest toegeven dat de bellen echt niet turbulent waren maar ik had het toch maar matig naar m’n zin, en over het meer zag ik de wolken met een noodgang naar het zuiden jagen. Halverwege de tandjes bedacht ik dat ik gewoon niet wilde vliegen nu, vandaag, om wat voor reden dan ook. Ik draaide me om en toog richting landing, waar ik ruim tweehonderd meter boven starthoogte aankwam. Dan maar een paar bochtjes draaien, stalletje, beetje rondcrossen. Een paar honderd meter boven de grond werd het flink turbulent en ik zag de golven wind door het koren slaan. Eng maar gelukkig is het landingsterrein groot en vrij aan te vliegen en er was verder niemand in de lucht om me in de weg te zitten. M’n final zag er niet uit en was meer dan spannend, niet leuk, maar ik kwam netjes op m’n voetjes op het juiste terrein terecht. Dus dáárom had ik niet moeten vliegen, wat een akelige landing! Ik maakte me een beetje zorgen om de jongens met hun enkeldoekertjes, maar ze zijn duidelijk prima piloten en inderdaad ze kwamen onelegant maar heelhuids naar beneden.

Gezellige avond met Thibault, de jongste aanwinst van het Franse team. Gekletst over alles en iedereen, hoe Sascha denkt als Mario en hoe Julia op Tonio lijkt en hoe hij me weer aan Conrad doet denken, dat iedereen wel van Pierro moet houden en dat Christian zo voorkomend is maar wel altijd te laat. Over Luis waarvan ik keer op keer nieuw ontdek dat hij er niet meer is, en over hoe hij bijdroeg aan een echte teamspirit. Thibault is een schatje, jong en slim en aardig en een uitstekend gastheer. Opnieuw iemand die bijna twintig jaar jonger is dan ik, waar ik misschien wat levenservaring op vóór heb maar zeker niet vliegervaring. En opnieuw stellen we vast dat er zo ontzettend veel verschillende types vliegen, goed vliegen, ondanks dat je zou verwachten dat zo’n uitzonderlijke sport een bepaald type zou selecteren.

25 mei 2015

Regen in Annecy



Met de onduidelijke meteo en al even onduidelijke vliegmaatjes blijf ik besluiteloos. Vanmorgen zag het er slecht uit in Passy dus ik pakte m’n spullen in – het bleek inderdaad te uitdagend om het werptentje klein te krijgen dus dat is in z’n geheel in de achterbak gegaan. Op de koffie bij Dennis, en daarna naar Annecy waar ik Thibault, Thomás en Armand trof die met een kater ook al niet zo goed wisten wat ze zouden doen. Thibault en ik twijfelden eindeloos of we naar boven zouden rijden of niet. De wolken bouwden hevig op maar zakten dan weer in elkaar, en ondertussen kwamen er tientallen para’s en delta’s naar beneden. Uiteindelijk bracht Thibault mij naar boven, zonder z’n eigen vleugel mee, luxe natuurlijk dus alleen al een hopje zou mooi zijn. Net toen ik de laatste latten inschoof werd het echt serieus donker en begon er een koude wind hard te waaien. Ik had net aan twee Nederlanders uitgelegd dat de risico’s van een dag als dit waren dat het of heel erg hard omhoog zou gaan zodat je wenst dat je veilig op de grond was, of dat je in een gustfrontje moet landen. Geen totale rampscenario’s maar er waren wel steeds minder redenen om überhaupt nog te starten. Zonde van de mooie kans, Thibault die m’n auto en m’n pakspullen naar beneden zou rijden en ik kon in elk geval een startje doen, maar het leek me toch een beter plan om gewoon in te pakken. Natuurlijk startten er nog mensen nadat wij alweer terug op het landingsterrein waren, maar gelukkig werd het leed gecompenseerd doordat Serge en Manu er waren. De rest van de middag liep ik wat te tutten om m’n halfserieuze kamp in te richten; ik heb nu drie tenten bij me: het doodskistformaat werptentje, m’n paleis met twee grote binnententen en een aankomsthal, en m’n hevig versleten vertrouwde koepeltje. Die laatste had ik net helemaal klaar toen het begon te stortregenen, dus nu zit ik sneu in m’n auto te hopen dat het vanavond nog droog genoeg wordt om een beetje te koken.