16 december 2011

Strzelecki




Yes! Eerst een tandem met Tony gedaan, dat was precies wat ik nodig had. Ik wilde niet weer in zee landen, gevaarlijk en m’n schoenen gaan er kapot aan en de vleugel zit onder het zand, maar ik word bloednerveus van het park, waar normaal geland wordt. Het ziet er klein uit, in het midden is een groot hek plus verhoging, en het griezeligste zijn de hoge lichtmasten rondom. En dan weten mensen ook nog te vertellen dat er wel eens een belletje loskomt, zodat je een overshoot maakt onder de electriciteitsdraden door. Brrr. Maar de wind was helemaal goed, vrij stevig en recht op de klif, en Tony was bereid me even een goeie approach te laten zien als er geen klanten kwamen. Tussen start en landing in het park deden we ook nog even een perfecte landing en start bij het monument, een bizar klein veldje in mijn ogen (voor Tony moet het gigantisch zijn, hij landt tenslotte ook op het startvak, nog geen kwart). Om het allemaal nog fantastischer te maken volgden we tijdens het vliegen een grote groep dolfijnen, met jonkies, ik ging helemaal uit m’n dak!
Terug boven rustig geluncht, opgebouwd en gestart, en een half uurtje gezellig rondgedobberd. Daarna was ik wel weer klaar, met de Fun en het apron-harnas kan ik toch niet veel strakke bochtjes ofzo doen en bovendien ben ik daar toch te schijterig voor. Stel je voor dat ik onder klifhoogte kom en niet meer omhoog weet te soaren, dan heb ik echt een probleem aangezien je er echt niet onder kan landen. Grote golven beuken daar op de rotsen, het eerste stukje vrij land is een paar honderd meter verderop. Dus ik toog naar het park, deed een uitstekende approach en…. undershot! Erg ongebruikelijk voor mij, maar tja met een enkeldoekertje en stevige wind niet zo gek. Ik stond keurig in één keer op m’n voeten middenin het sportveld, dik tevreden.
Nu ongezellig op m’n eentje. Cameron is naar Lynn omdat hij morgen met mij gaat vliegen, dus ik moet me met mezelf amuseren. Het is inmiddels te fris om te gaan paddleboarden, ook al gloei ik nogal met m’n flink verbrande armen en nek. Een potje koken en voor de tv hangen denk ik.

15 december 2011

Eerste vluchtje

Eén van de leukste dingen van Australiërs is hun enthousiasme over het feit dat je van overseas bent (ook al moeten ze dan weer niks hebben van boatpeople, vluchtelingen, maar dat even terzijde). Iedere Ozzie zal onmiddellijk vragen ‘where are you from?’ en nadat ik ‘Netherlands’ ‘Holland’ of ‘Europe’ heb gezegd volgt onvermijdelijk ‘that’s great’. En ze menen het nog ook. Ik vind ze sowieso erg leuk, Ozzies zijn open en hartelijk en heel veel meer gezellig dan Nederlanders. Er zitten eikelige exemplaren tussen natuurlijk, en er is veel racisme/seksisme/homo-angst, maar dat neemt niet weg dat het hier goed toeven is voor een witte single vrouwelijke piloot.
Na een mega-afwas vanmorgen reed ik naar Merewether, prompt verdwalend omdat ik de tomtom niet begreep (was dat echt 150 meter?) en omdat ik al m’n aandacht nodig had voor het links-rijden. Het verkeer is heel makkelijk hier, iedereen rijdt exact de op de borden aangegeven snelheid en er is ruim baan voor onze grote bakken van auto’s, maar toch heb ik met m’n dopey hoofd de neiging om rechts te rijden. En ik moet elke keer diep nadenken welke kant ik moet bekijken om aanrijdingen te voorkomen. Ingewikkeld als je bioritme net besluit tot een middennachtelijke shutdown.
Op Merewether trof ik als afgesproken Tony Barton, Amerikaanse hangglidinglegende en lokale superinstructeur. Zijn leerlingen stonden in vol ornaat te wachten, en een ervaren piloot startte uitstekend, maar ik besloot al snel om daar vandaag toch zeker niet te gaan vliegen. Veel te plat, eindeloos lang hard doorlopen en dan in de rotor van de forse struiken terechtkomen, om vervolgens te moeten landen op een vaag heideveld zonder toegang voor een retrieve-auto. No way. Gelukkig draaide de wind en togen we allemaal naar Strzelecki, waar de condities absoluut perfect waren voor een zenuwlijer als ik. Genoeg wind om te soaren, te weinig wind om te moeten vechten met de vleugel. Ene Wayne hielp me starten, iemand waarvoor ik door verschillende mensen werd gewaarschuwd. Hij was inderdaad nogal arrogant en ongeduldig, maar ik kwam toch zonder overdreven stress weg. Ondertussen was Adam druk aan het loopen en low-passen, het is gevaarlijk maar jee wat ziet het er toch goed uit. Spectaculair. Ik voelde me een ontzettende dope, bleef alleen maar brave slagjes heen en weer dobberen maar ik was toch echt heel veel te moe en te zenuwachtig om iets anders te doen. Na tien minuten ofzo vond ik het wel weer welletjes, de wind leek ook een pietsie af te nemen en ik wilde eigenlijk alleen maar een start en landing doen vandaag, dus ik gleed naar het strand en landde prima, alleen wel tot m’n knieën in de golven want het was hoogtij. Shit had ik nou maar m’n zware boots niet aangedaan, ik had best op blote voeten kunnen starten en landen. Suf, dat gaat dagen duren voor die droog zijn.
Ik kreeg meteen een lift naar de auto, pakte de vleugel in en raakte nog een gezellig uurtje aan de praat met Dan en Anton, ook fans van Cameron gelukkig. Vervolgens weer naar boven om Ricky Duncan te treffen, die me z’n huis liet zien en de logeerkamer waar ik gebruik van mag maken. Bovenop een alternatieve startplek, met uitzicht op de golven en de lucht, en een bankje voor publiek. Helemaal goed, ik ga er na het wiekend bivakkeren denk ik. Ik mag een van de nieuwe Stings vliegen dus ik kan heel prettig van Fun via Sting naar Litesport, ideaal om er weer even in te komen.

14 december 2011

paddleboarden






M’n dag-en-nachtritme begint er alweer aardig op te lijken, al heb ik eind van de middag nog wel een enorme dip. Daar kwam ik goed overheen met een potje stand up paddle boarden. Het ziet er niet uit en ik was bang om in het water te vallen (het is behoorlijk koud, 22 graden en bewolkt) maar het ging lekker. Op de terugweg zagen we een schattige kangoeroe, een pelikaan vloog over en tussen het riet stond een witte ibis. Schitterend!
Ik probeerde te koken, Lynn kwam over dus ik wilde wel iets goeds maken. Helaas, het boodschappenrugzakje is te klein voor serieuze vulling van de lege voorraadkasten, m’n geheugen liet me in de steek en de voorraadkasten zijn dus leeg. Geen kruiden, geen olie en azijn, geen gereedschap. No worries, de wijn had zulke mooie etiketten dat het wel lekker moest zijn.

aan het bijkomen


M’n herinneringen aan Oz vloeien zo in elkaar over dat ik niet meer precies weet hoe vaak ik hier nou geweest ben. Ik tel op m’n vingers: een jaar of tien geleden met Diederik, onze honeymoon. Toen naar Kees en in het team met Hans en Nic en Montse, ontsnapping aan m’n ex. Daarna met Cameron en Blenky en Grumpy, onze rit langs de kust. Mis ik nou een jaar, of was de volgende met Djenghis? Dan is dit de vijfde keer.
Ik was even bang dat het allemaal te gewoon, te bekend is, ook al heb ik een jaartje overgeslagen. Ik hou van de herhaling, van het vertrouwde, maar de lol van een halve wereldreis is toch ook wel dat het exotisch is. Gelukkig zag ik een paar kookaburrahs en vond ik vegemite chips in de supermarkt. Camo in de pizzeria op en top de persoon waar ik zo ontzettend van hou: vriendelijk, humoristisch, voorkomend. We raakten weer niet uitgepraat over vliegen, over de mentale aspecten en motivatie en wedstrijden. Hij heeft het liever over een ‘meet’, omdat we allebei meedoen vanwege de gezelligheid en de uitdaging, niet om tegen anderen te concurreren. Hem beluisterend besef ik weer hoe veel ik nog te leren heb. Hij is goed in het beoordelen van de condities, en daarop z’n beslissingen aan te passen. Daardoor haalt ie meestal goal wel. Ik ben nauwelijks bezig met het inschatten van de omstandigheden, met het plannen van m’n vlucht. Ik ben er redelijk goed in om de kansen die zich voordoen te benutten, als ik m’n vliegtechniek verbeter maak ik steeds beter gebruik van de mogelijkheden die weer en landschap me bieden. Maar ik creëer m’n kansen niet, ik bedenk veel te weinig wat m’n tactiek moet zijn om uiteindelijk goal te halen. Ik ben nog veel te veel bezig met het vliegen van landinsmogelijkheid naar landingsmogelijkheid, en met techniek en emoties; frustratie en angst. Laat ik dit jaar eens proberen echt wat verder vooruit te kijken dan het volgende belletje.
Na het eten nog even bij Chainsaw langs. Ook weer een bijzonder persoon, simpel maar niet dom. Compleet op zichzelf, onaangepast en weinig sociaal, maar hij maakt de mooiste stenen Aztekenkoppen na en hij is heel onAustralisch begaan met het milieu. Via hem kwamen we op groepsdynamiek, en hoe er in elke groep een pikorde ontstaat. Hoe mensen als Chainsaw en Cameron en ik daar niet echt in passen. Ik heb me nooit willen conformeren aan de normen van een groep of m’n plaats willen bevechten in de groepsorde. We staan niet helemaal onderaan in de pikorde, maar de topdogs zijn niet onverdeeld enthousiast over zulk soort buitenstaanders. Tegelijk is er voortdurend druk om wel mee te gaan met de mores van de groep, om ons een status toe te kennen. Camo’s weerzin over het geroddel en de eisen die anderen aan hem stellen heeft hier mee te maken, en mijn volhardend negeren van rangen en standen ook. Ondertussen zijn we zelf ook dol op roddel, nou ja gossip, iets vriendelijker. Het wordt interessant in Forbes, met meer dan tien vrouwen en een hoop gezamenlijke geschiedenis.

13 december 2011

thuis





Zo dat was wel de allersoepelste halve-wereldreis ever. M’n harnas hoefde niet open om het houten kadootje en het proteinepoeder eruit te vissen (ik deed of ik achterlijk was, white powder to put in my water, no idea what’s in it), er waren geen rijen om lang stil te staan met m’n 28 kilo op m’n rug, de trein Het is nu half twaalf, ik zit een bakje muesli te lunchen terwijl Cameron in de garage aan het werk is. Onderweg van het station naar huis hebben we even een tomtom en een simkaart gescoord, ik zou zo weg kunnen rijden. Ik ben nog niet eens een complete zombie, ga vanmiddag zoet met m’n spulletjes spelen die ik hier nog had liggen (dozen vol kleding, stekkerdozen, boeken) en als het droog blijft misschien nog even naar de winkel fietsen. Misschien zelfs m’n nieuwe vleugel al even goed bekijken. En vast bedenken hoe ik morgen de dag doorkom.
M’n telefoonnummer is (0061)(0)439522562

12 december 2011

Singapore

ik ben alweer halfdood, slapen lukte nauwelijks, maar hier in Singapore staan dan wel weer van die voetmassagedingen. Dat helpt me er wel doorheen. Straks met m'n 28 kilo harnas naar Cameron sjouwen, als ik maar niet door het station heen slaap.

10 december 2011

voorbereidselen

Nou moe gezellig eten bij Riënne was wel gezellig inderdaad, maar ik dacht even tussen hoofdgerecht en toetje in te checken, dat was dus fout gedacht. Ongeveer de hele avond geprobeerd om ergens in te checken, de beurs nog maar weer eens getrokken om me te verzekeren van een stoel aan het gangpad, zeker toen ik op de Qantassite zag dat de vlucht 22 (schermpje achter ‘nadere informatie’) tot 25 uur (hoofdscherm) gaat duren. Misschien dat die drie uur verschil bedoeld zijn voor het inchecken, de belachelijk trage site is natuurlijk al ingecalculeerd. Het leek m’n werk wel. Ondertussen is Ropje natuurlijk al geland, de mazzelaar.
Dan kan ik me nu zorgen gaan maken over m’n bagage, 28 kilo in een veel te groot harnaspak, ik weet eigenlijk sowieso niet hoe ik het allemaal naar Schiphol ga slepen laat staan dan ik zomaar langs de bagagejuffrouwen kom. Dat wordt natuurlijk weer dokken. Nou ja, als we maar opstijgen deze keer…

06 december 2011

zwemmen

Voor mij is het gevolg van een lekker potje zwemmen meestal een vreselijk moeie dag. ’s Nachts lig ik uren wakker met een snotneus en dikke droge keel, volgens mij is het wakkerliggen zelf ook al een symptoom van de allergie. Maar het is zo onweerstaanbaar lekker, drie kwartier baantjes trekken in ons reservaat, de doorzwembaan. Ook al was ik gisteren de langzaamste, vreselijk, waar ben ik zo traag van geworden? Mark zwom altijd al enorm hard en het lieve meisje met turbo in d’r reet is van een hele andere categorie dan wij, maar Bernhard haalt mij tegenwoordig ook in. Zij moeten net zoveel last hebben van de hoge watertemperatuur als ik. Nou ja, het was hoe dan ook weer zo heerlijk dat ik me voornam om zondagochtend nog stiekem een paar baantjes te doen, ondanks m’n zelf opgelegde verbod om ooit nog rond te poedelen in natrium en chloor.

05 december 2011

nog zes nachtjes slapen...

Eerst is er het gestresste ticket kopen, uren rondsurfen op zoek naar de goedkoopste vlucht met de beste tijden en dan de gekozen vlucht niet meer terug kunnen vinden omdat je ip-adres wordt bewaard en aanbiedingen worden weggehaald als je kennelijk serieus op zoek bent naar een ticket. Dan me langzaam maar zeker gaan verheugen op de reis, naarmate het hier kouder en natter wordt en ik langer geleden voor het laatst gevlogen heb. Dan de gruwel van het inpakken, maximaal twintig kilo inclusief harnas en instrumenten en altijd zeker weten dat ik iets essentieels vergeet. Inmiddels begin ik ook weer flink tegen de reis op te zien, éénentwintig uur nonstop rechtop zitten na ruzie met de stewardess over m’n handbagage. En tussendoor, altijd, maandenlang, gigantisch schuldbewustzijn over mijn schandalige olieverbruik en milieuvervuiling. Daar komt ik nooit uit, cognitieve dissonantie ten top, hoe kan ik mezelf wijsmaken dat het ok is om jaarlijks de wereld over te vliegen enkel voor wat pret, terwijl de aarde sterft? Het lukt me niet dus ik probeer er niet aan te denken, lekker m’n kop in het zand, maar zolang ik nog thuis ben en kranten lees en tv/internet zie is het moeilijk te missen. Eén keer in Oz, van vroeg tot laat buiten spelen, hard werken om zo lang mogelijk zo ver mogelijk te vliegen en goed te landen, is het over. Dan geniet ik alleen nog maar. Hoop ik, want ik ben toch een pietsie gespannen over m’n landingsvaardigheden.

24 november 2011

Moe

Bob vraagt heel gemeen waarom ik in slow motion zwem, de rotzak ;-) Hij moest me de brug op zien fietsen, pure evenwichtskunst!

30 oktober 2011

Biesbos

Super dagje met Ruud peddelen in de Biesbos. Ik ga altijd graag met Ruud op stap, met z’n tweeën zijn we echt “Jut & Jul op safari”. De temperatuur was perfect, de lucht was een fantastisch dreigend grijs zonder dat het regende, de Biesbos was vrijwel leeg en de kayaks waren comfortabel. In drie-en-een-half uur peddelen hebben we zo’n vijfentwintig kilometer gedaan, geweldig zwanen eenden aalscholvers meerkoetjes futen reigers ganzen mussen en een ijsvogeltje gezien. Interessant om te zien hoe al die vogels met een bocht vlak over het water vliegen, in plaats van rechtstreeks naar hun bestemming.
Ik ben wel redelijk afgedraaid nu, stukje fietsen van Dordrecht naar de jachthaven en terug erbij, Ruud gaat nog skieën vanavond maar dat hoeft voor mij toch niet. Ik ga lui m’n Douglas Adams uitlezen.

23 oktober 2011

Intrinsieke motivatie

Met Cameron bespreek ik urenlang elk minuscuul detail van de mentale aspecten van vliegen. Hij heeft net een sportpsychologisch artikel ontdekt over intrinsieke en externe motivatie. Daardoor werd voor mij duidelijk waarom ik geirriteerd was door de bewondering die uit Mit dem Wind sprak, en de bewondering van mensen die horen dat ik vlieg. We vliegen niet om hoe het eruit ziet, we vliegen niet om iets te laten zien of iets externs te krijgen zoals bewondering. We vliegen omdat het vliegen zo verrukkelijk is. Het gekke is dat bewondering afbreuk lijkt te doen aan die interne motivatie. Als je benaderd wordt alsof je vliegt vanwege het stoere imago, het avontuur, het scoren, wordt je het echte genot ontnomen. Je vergeet op enig moment zelf waarom je ook weer vloog.
Dat wil niet zeggen dat gewoon maar een beetje in de lucht hangen genoeg is. Soms is het genoeg, soms ben ik gigantisch gelukkig alleen van het vliegen en het uitzicht en de hoogte en de beweging en de wind en zon en de vario die piept. Maar meestal wil ik meer. Uitdaging, afstand, werken. Ik wil iets bereiken. Het mooiste om te bereiken, voor mij (maar voor een ander kan het echt iets heel anders zijn) is goal in een wedstrijd. Het zal me roesten hoe lang ik erover doe, het maakt me niet uit of ik laatste ben op een dag dat iedereen op goal staat, voor mij is het het mooiste wat er is. Een taak volbrengen die je niet tijdens de vlucht aan kan passen.
Ik heb enorm respect voor piloten als Cameron en Hans die op hun eentje taken vliegen en daar van genieten. Voor mij is dat nu nog te moeilijk. De moeilijkheid is mentaal, niet technisch. Ik heb een wedstrijd nodig, met veel mensen en een wedstrijdleiding die een optimale taak voor me bedenkt, en de referentie van andere piloten. Enige externe beloning is harstikke leuk, ook al ben ik nog zo intrinsiek gemotiveerd.

Prachtig weer

Bizar, wiekend na wiekend is het schitterend weer, en toch kan ik niet vliegen. Koud en pittige wind wel, dat verklaart misschien ook de lage opkomst. Het is bijna niet te harden, naar buiten kijken naar een schitterende najaarszon, blauwe lucht, crispy, weinig wind aan de grond. Ik ga wel peddelen om dan toch maar buiten te spelen, maar verdorie wat is dit teleurstellend.
Ondertussen heeft Kathryn haar arm gebroken in een landing, over teleurstelling gesproken. Mijn nieuwe vleugel is geloof ik niet zwaar beschadigd, maar het is wel ontzettend jammer dat zij er de laatste weken niet meer de sterren van de hemel mee vliegt. Ze is een leuk wijf en enorm gedreven wedstrijdpiloot, ik had haar niet gegund om het jaar zo te eindigen. Naast meeleven is er ook nieuwsgierigheid: zal ze net zo onzeker worden als ik na mijn ongelukken? Ik hoop het niet. Ik hoop dat ze me kan laten zien hoe het wel moet. In Forbes zullen we samen vliegen, twee dames met de nodige mentale littekens.

02 oktober 2011

Zomer in oktober

Glorieus, was het woord dat ik voelde. Zó prachtig en zó rustig en zó vrij, het maakt niet uit dat het ontzettend stabiel is. Een beetje heiig, met een naar oranje neigend licht. Weilanden in allerlei verschillende kleuren groen, en dan bij de laatste start de fel zwart-witte koeien die in kolonne naar de schuur lopen, prachtig prachtig prachtig. Het veen, de hei, buizerds en reetjes en hazen. Een fijne nacht, zomerse temperatuur, gezellig en stressvrij op het veld. ’s Avonds uit in Almelo, onverwacht gezellig. Twee-en-een-half uur naar huis rijden is wel vervelend, en dan nog een half uur de auto uitladen en warme hap naar binnen schuiven, maar ik beloon mezelf met een heet bad, knorrend als een tevreden kat.

25 september 2011

Prachtig herfstwiekend

Doorgaans maal ik niet zo om moordenaars en verkrachters. Ik ga er altijd vanuit dat vrijwel niemand me ziet, en het zou wel enorm toevallig zijn als de wandelaar die m’n tentje ziet ook nog eens een psychopathische gek is. Maar ik voelde me toch enigszins kwetsbaar vannacht, en deed dus maar geen oordoppen in ondanks de herrie van de autoweg en de onvermijdelijke schuurband met disco na. Uiteindelijk heb ik toch goed geslapen, en vanochtend kon ik heerlijk tutten in de herfstzon, met af en toe een ree en hier en daar een haas. Helemaal goed. Gisteren vier startjes, vandaag drie, zeven heel redelijke landingen en wat nodige aanpassingen aan m’n harnas. Klaar is het nooit, maar als dit het laatste vliegwiekend was dan kan ik met een gerust hart naar Australië.

10 september 2011

Guinea pig

De derde keer dat ik bij de Buizerd ga vliegen en dat er gedoe met de lier is, nou ben ik er wel overheen zeg. Nou was het vandaag geen denderend vliegweer, en het was allemaal niet acuut dodelijk deze keer, en ik hoefde maar twee keer een uur in de file te staan om drie vijf-minuten-vluchtjes te maken dus ik mag niet klagen. Bovendien heeft Martin me geholpen met een zakje carbonspul voor m’n bottombar die beschadigd is door het release, doordat het release zo achterlijk laag zit op de covert. En Niko was net als Jan vorige week prettig erkentelijk voor m’n optreden als proefkonijn, dat doet wel weer goed. Ik voel me ook wel enigszins moreel verplicht om een nieuwe lier uit te proberen, met m’n vier- of vijfhonderd lierstarts, noblesse oblige. Ik mag dan stom landen, en geen benul hebben van techniek, maar lier- en sleepstarten kan ik wel. Ook al blijft de wet van Murphy of zo’n andere Ier altijd gelden, je kan het zo gek niet verzinnen of het kan wel mis gaan. Vandaag werd er niet geremd bij het uitvliegen, zodat de kabel compleet naar de grond zakte dus tegen de tijd dat ik omgekeerd was lag ie in de bomen. Later werd er juist te hard of te snel geremd, waardoor ik een forse ruk kreeg vlak voordat ik terug naar de lier wilde draaien, ook nogal onprettig. Maar de liermannen deden hun best, en het apparaat leek wel soepel te lopen, dus dat komt wel goed. Volgende week misschien?

04 september 2011

oude lier

Altijd hetzelfde dilemma: Stadskanaal, Bruinehaar of Moergestel. Ik koos toch maar de dichtstbijzijnde, vooral omdat Egbert met z’n lier zou komen en ik had hem al zo vreselijk lang niet meer gezien, dat gaf de doorslag. Voordat er iemand anders was had ik al opgebouwd, rondgerend met de gerepareerde vleugel (hij lijkt niet helemaal recht te vliegen, maar verder is ie in orde), radio in oude helm geinstalleerd enz.
Egberts lier bleek toch behoorlijk tricky. Jan deed z’n uiterste best om zo veilig mogelijk te lieren, maar het was elke keer een harde ruk, dan een paar seconden helemaal niks zodat je struikelend tegen de grond ging, en dan heel hard trekken waardoor het overschakelen lastig was, om vervolgens te weinig kracht te ontwikkelen om je echt hoog te krijgen. Trappen ging al helemaal niet, dus Tanno en ik deden allebei een paar startjes tot 150 meter terwijl de cumulus lokten. Ik had net besloten om ermee op te houden, want ik werd moe en dan is wordt zo’n start gewoon gevaarlijk, toen Tanno inderdaad struikelde in de start en hard tegen de grond ging. Kennelijk vergt die lier een hoop oefening, dus moeten we wachten op een veilig windje.
Daardoor was ik wel mooi vroeg thuis, op tijd om me te douchen en met Ruud de museumnacht te doen. Dat werd dan toch weer meer een kroegennacht, tja twee Limbo’s bij elkaar die moeten kiezen tussen cultuur of bier…

23 augustus 2011

Competitie

Ingewikkeld hoor, de beslissing om wel of niet te starten. Ik wilde vreselijk graag nog een landing doen, was per slot van rekening drie uur komen rijden, een heel wiekend en een hoop geld kwijt en had nu de kans. Fijne vleugel, heel rustige lucht, goeie sleeppiloten en een mega-grasbaan. Aan de andere kant: het is niet mijn vleugel, ik oscilleerde nogal terwijl de lucht heel stil was, de wind staat cross op de baan over de hangars heen. Tja. Had ik m’n Sting gehad, dan was ik zonder meer gestart. Nu durfde ik het toch niet aan, terwijl ik wist dat het waarschijnlijk pijnloos goed zou gaan als ik me wèl over m’n onzekerheid heen zou zetten. Nou ja, als je maar lang genoeg staat te aarzelen lost het weer het probleem vanzelf op: om één uur regende het.



Op de terugweg weer ns uitvoerig over wedstrijdvliegen gekletst. Cameron heeft een aantal alternatieve formats bedacht, die een wedstrijd veel haalbaarder maken voor piloten van verschillende niveaus, en ook nog leuker voor publiek. Deelnemers krijgen een window van anderhalf uur, waarbinnen ze op moeten schrijven hoe laat ze op de spot zullen landen. Ze moeten tenminste een uur vliegen, en er is een klein taakje, maar de puntentelling gaat vooral om die spotlanding. Het doet een beetje denken aan een Hash, een type speurtocht waarbij langzame en snelle lopers ongeveer tegelijk aankomen. Camo is in ieder geval op zoek naar formats die niet zo verschrikkelijk op racen gericht zijn als de gewone wedstrijden, en ik zou dolgraag zijn soort wedstrijden hebben.

Grappig, door dat geklets kwam ik er ook meer achter waarom ik eigenlijk überhaupt wedstrijd wil vliegen. Ik ben opgevoed in een totaal anti-competitie en anti-prestatie milieu, wij deden alleen sportieve activiteiten om lekker te bewegen en buiten te spelen. Omdat het nou eenmaal leuk is om te sporten, niet om van iemand te winnen. Maar we deden wel veel spelletjes, en die werden dan wel weer bloedserieus gespeeld. Geen valsspelen, en niet iemand helpen uit medelijden. Spelletjes spelen is een sociale activiteit, iets waar je met elkaar lol mee hebt, en je leert tegen je verlies te kunnen omdat je erkent dat een ander het gewoon slimmer gespeeld heeft, maar ook omdat jij zelf de volgende keer iedereen kan aftroeven. Bij wedstrijden gaat het echt over rangorde, over mensen die betere of slechtere piloten zijn, het geeft je bijna een waarde-oordeel over personen. Minder leuk.
Wat ik dan wel weer ideaal vind is te proberen zo goed mogelijk te presteren, het beste uit jezelf te halen, het gevoel iets bereikt te hebben als je een taak hebt gerond. Daarmee meet je jezelf niet af tegenover anderen, maar vooral tegenover jezelf. Daarom kan ik er ook zo vreselijk slecht tegen als ik uitzak, dan ben ik echt woest op mezelf.
Ik ga maar gauw naar Australië om met Camo’s spelletjes mee te spelen. Maar eerst Forbes, lange afstanden vliegen.

20 augustus 2011

Slepen


Er is maar één ding moeilijker dan landen, dat is niet vliegen. Ik mocht Dees d’r litesport lenen vandaag, maar ik had gisteravond toch een paar biertjes teveel op, de vleugel is nogal groot voor mij en er stond een behoorlijke puist wind. Het rolde over de crossbaan, dus nadat ik opgebouwd had besloot ik de vleugel in de hangar te stallen en af te wachten of het vanavond rustig zou worden. Camo vloog weg, en ik hulde me in bikini en oordoppen voor een dutje bij de tent. Na twee uur belde Cameron, geland op zo’n vijftig kilometer. Gaaf, vanmorgen was ie nog zwak ziek en misselijk en de omstandigheden waren helemaal niet makkelijk, en als ik de tekst met coördinaten krijg weet ik zeker dat ie heel blij is. Ik hou het meest van ‘m als ie het naar z’n zin heeft merk ik. Na twee rondjes rijden rond z’n landingscoördinaten vond ik ‘m bij een Duitse boerenfamilie aan de koffie, minstens tien hevig geinteresseerde niet-engels-sprekende schatjes om ‘m heen.
Net had ik ‘m in de auto, belde Robbie, die was ook een leuk eindje gekomen. Terug op het vliegveld maakte ik me snel klaar en sleepte Rinus me de lucht in. Afgezien van wat zenuwachtig gewiebel vlak boven de grond ging het heel strak. Voor m’n landing wilde ik me niet druk maken over een strak circuit, dus ik kwam lekker hoog op final en met een goeie snelheid zette ik ‘m heel netjes neer.
De tweede vlucht was bijna een uur later, en toen ik achter Rinus hing vond ik het toch wel heel erg donker inmiddels. Ik koppelde dus los, deed wat bochtjes en landde iets minder mooi, maar niet heel slecht. Met m’n donkere vizier kon ik nauwelijks meer zien hoe hoog ik zat, dus het was ook wel tijd om er mee op te houden.
Nu aan de bbq, altijd vies maar gezellig, en morgen zo vroeg mogelijk nog maar een paar landingen doen. Ik ben superblij dat Dees me de kans geeft, anders had ik een heel treurig wiekend gehad!

16 augustus 2011

Thuis


Mooi, rustig alles ingepakt en opgeladen, en net toen we in de auto stapten om naar huis te rijden begon het te gieten. Vervelend rijden, maar minder pijnlijk om de vakantie mee te beëindigen dan zon en cumultjes. Cameron was helemaal voldaan, die laatste vlucht in Greifenburg maakte voor hem de hele reis naar Europa de moeite waard, en dat maakte het voor mij ook helemaal goed. Ik baalde maar een heel klein beetje dat ik zelf niet kon vliegen; het voordeel was dat ik een paar uur lang echt goed keek naar de omstandigheden en de ontwikkelingen, waar de parapenters omhoog gingen, hoe de wolken zich ontwikkelden, uit welke richting de wind kwam.
In veertien uur waren we thuis, er was natuurlijk geen parkeerplek voor de deur en heel de straat sliep al, zodat ik niemand om hulp kon vragen met Blenkies veel te zware doos. Ik stond net tegen beter weten in een poging te doen om het ding van de auto af te tillen, toen er een busje stopte, twee jongens uitstapten en vrijwel zonder iets te zeggen de doos van me overnamen en naar binnen sjouwden. Schitterend.
Vandaag nog een dag vrij gehouden, zodat alle kleren gewassen zijn, koffers uitgepakt, gras gemaaid, vleugel naar Schiphol, papieren in orde gemaakt. Nu nog zien dat we Camerons vluchten op de olc krijgen, dan hebben we echt ons huiswerk af.