31 januari 2026

Knoerdharde wind en een snotneus

 



Damian landde voor een hakselmachine en de machinist postte er een filmpje van dat meteen op het nieuws te zien was


met Tracey en Andy

met Amber

met Ren

Damian was vol verwachting over Winton maar het woei heel hard en ik had inmiddels een ernstig snothoofd. Maar ik besloot dat ik me nog net niet ziek zou hebben gemeld op m'n werk, dus dan kon ik ook nog wel even vliegen. Ik schoot na m'n start omhoog, maakte een paar slagen, overwoog om maar niet in de termiek in te draaien omdat ik dan waarschijnlijk ergens ver achter de berg zou eindigen, en toen ik een van de vogels terug zag komen besloot ik dat het welletjes was. Vanaf boven starthoogte stak ik naar het landingsterrein, maar ik penetreerde nauwelijks en even was ik bang dat ik het niet zou halen en dan in de slechtst mogelijke positie zou neerkomen. Vanaf honderdvijftig meter leek het of ik vrijwel verticaal naar beneden kwam, maar uiteindelijk zat er nog net genoeg voorwaardse beweging in dat ik op de rand van het veld, op m'n wielen, hard neerkwam.
De anderen hadden nog veel hardere wind, pittige turbulentie, en haalden het veld met hun intermediate vleugels ook maar met moeite. Andy niet, die kwam met z'n Falcon vlak vóór het hek neer en wist me vervolgens te vertellen dat ik voor de bombout had moeten kiezen!
Andy was voor de derde keer door een wedgetail eagle te grazen genomen, deze keer met twee klauwen vlakbij de neus. Hij beweert dat hij er niks van merkte bij het vliegen maar dat lijkt me een poging om het stoicijns te benaderen. Niemand begrijpt waarom de vogels het nou juist op hem gemunt hebben maar het is wel een geluk dat er maar één nieuw doek nodig is in plaats van drie.

Waarom vlieg ik nog? Het was absoluut fantastisch om boven de wereld te stijgen, het gevoel van kracht en vrijheid en los van de aarde zijn. En ik vond het heerlijk om mezelf uit te dagen, tot m'n fysieke grenzen te gaan en verder en te ervaren dat ik tot heel veel meer in staat was dan het zwakke meisje dat ik was kon voorzien. Niks zo heerlijk als vijf uur in de lucht om tientallen kilometers af te leggen. Het bereiken van goal was m'n ultieme doel, daar leefde ik echt voor.
Dat is allemaal voorbij en ik merk dat ik nog maar beperkt voldoening haal uit het vliegen zelf. Ik durf niet meer overland en ik ben ook minder sterk en fit. Toch zou ik er voor geen goud mee willen ophouden. De redenen zijn sociaal, en starten. Er is geen grotere kick dan van een berg afhollen, de vrijheid in, de ruimte.
Het sociale aspect is minstens zo belangrijk en ik zie nu dat het voor mij altijd van groot belang is geweest. De stam van zeilvliegers met onze verschillende clans en vrienden. Niks zo leuk als samen vliegen, wedstrijden waarin de sporters elkaar maximaal helpen omdat je niet wil winnen door de slechte prestaties van een ander maar door je eigen topprestatie. Samen op vakantie, huis en auto delen, met elkaar vleugels op de auto leggen en starthulp geven als het hard waait.
Ik merk het nu ik een week lang met mensen in een huis en in de auto zit waar ik niks anders mee deel. We hebben elkaar niks te vertellen, het is dan ook uren stil voordat we naar een stek rijden en onderweg staat er een luisterboek op. Maar eenmaal op de start zijn we piloten met elkaar en geven we elkaar hangchecks en delen we achteraf ontzetting over een gat in een doek, over de beroerde wind of een gebogen upright. We geven elkaar tips over paraffine in ritsen en het bijbuigen van de latten. We roddelen over wederzijdse bekenden, pochen over de keren dat we met kampioenen vlogen en bespreken mentale beperkingen. Waarderen dat iemand een uitstekende piloot is of een enthousiaste beginner.
Daarom is facebook zo belangrijk voor mij, omdat al die mensen die ik in de loop van m'n leven op een landingsveld heb ontmoet daar hun vliegavonturen posten, hun foto's en filmpjes en tracklogs. De meesten zal ik nooit meer in het echt zien, of pas na twintig jaar weer eens. Maar we delen allemaal enthousiast Jeremy Spopers record out-and-return van 377 km in Kenya en Tao's schitterende filmpje van z'n Franse record.

30 januari 2026

Single Hill




Dingen die ik geweldig vind in Australië: overal nette openbare toiletten met drinkwater en spiegels. Je moet gewoon opkijken om er eentje te vinden, zelfs onder de straatbordjes staat soms een richtingwijzer naar de wc. Individueel betalen in restaurants. Vaak vooraf, direct als je bestelt, dus je hoeft na afloop nergens op te wachten. De vogelgeluiden en een echidna in de tuin, of een wallaby. De joviale behulpzaamheid van mensen. Op-shops, meestal met veel leukere kleren dan nieuw en ook vol boeken voor een dollar. Kookvoorzieningen, koelkasten, magnetrons, borden en bestek op elke camping. Overal vogels. De zon.
Helaas zijn de wedgies erg talrijk en erg agressief dit jaar; Andy heeft er weer een scheur in z'n doek bij. Ik heb de vogels niet eens gezien maar vloog toch maar tien minuten. Start op Single Hill zuidwest was prima en ik ging ook goed omhoog, ver genoeg naar het noorden om even om de hoek te kijken of Seven Mile Beach bereikbaar was. Dat was zo maar het leek me toch tricky om in de lij van de heuvel te gaan vliegen. Maar het strand de andere kant op was niet te zien vanaf de heuvel en ik vond het lastig inschatten hoe hoog of laag ik er aan zou komen. Ik wist dat het geen donder uit zou maken of ik kort of lang zou vliegen maar de spanning over de landing was me teveel, dus ik vloog rechtstreeks naar het strand. Veel en veel te hoog natuurlijk, maar het was zo ver dat terugvliegen geen optie meer was. Gelukkig waren er weinig mensen want het was fris, en met een mooie driezestig boven zee en wat s-jes landde ik keurig in de buurt van de parkeerplaats. De opgang was breed genoeg om de vleugel daarheen te dragen en op het gras af te bouwen, en Tracey, Angela en Damian kwamen al meteen aangereden. Ik was bijna klaar met inpakken toen Andy landde en zo waren we ruim op tijd in Hobart. Daar wandelden we wat door Salamanca, het toeristische wijkje aan een haven waar ook een deel van de universiteit in een verbouwd werfgebouw zit. Hobart is een aardig stadje, tijdens de avondspits is het verkeer zo rustig als in een provinciestadje en het is er flink groen. Met veel Europese bomen en planten overigens, die het goed doen hier maar ik weet niet wat de gevolgen voor de inheemse natuur zijn geweest.
We aten met de voltallige hangglidersclub, op eentje na, in een leuk restaurant met wallaby op het menu maar ook een vegetarische curry. Iemand die ik nog van vijftien jaar geleden ken, Boris, kwam voor de gelegenheid ook al vliegt hij bijna niet meer. Hij heeft een landingsongeluk gehad gevolgd door een paniekaanval tijdens z'n eerstvolgende landing, maar hij wordt nog altijd beschouwd als de senior piloot hier. Ik praatte wat door met Amber, een bijzonder leuke Taiwanese die hier als onderzoeker bij een beleidsconsultancy werkt en die minstens zo gepassioneerd is over vliegen als ik destijds. Ik heb de hele groep uitgenodigd om naar Europa te komen. Het lastigste wordt om vleugels te regelen en goeie reisverzekeringen.




29 januari 2026

Voorzichtig


Eergisteren stonden we op de zuidweststart van Single Hill, een grote bolle grastop met een forse lap astroturf. Ideaal, zelfs om te toplanden, maar ik durfde niet. Je moest ofwel de hoek om en dan op Sevenmilebeach landen waar onze windzak stond. Maar daar was het behoorlijk druk en het tij was hoog dus er was maar een heel smal strookje strand. Ofwel je moest blind naar het westen vliegen omdat op Google Earth te zien was dat daar ook strand zou zijn om te landen. Terwijl we stonden te dubben nam de wind af, de kans op uitzakken was groot. Mij niet gezien.
Gisteren togen we naar Little Green Hill, het mooiste uitzicht tot nu toe. Ik hou van de droge glooiende heuvels met overal struiken en bosjes en hier en daar een plas of een paar rotsblokken. Er was geen zon waardoor het licht veel zachter werd. Het was een flinke four wheel drive tocht naar boven, vier hekken, prima start. Hoog, voor iets dat little heet. En het waaide knoerdhard. Alweer durfde ik niet, ik zou met de oude Fun mogelijk niet vooruit komen en dan dus boven en achter de heuvel terecht komen. Andy zag het ook niet zitten en we togen naar Tunbridge om het daar te gaan bekijken. Het toegangshek was echter afgesloten en het landingsterrein lag kennelijk ergens anders, dus in plaats daarvan bekeken we een dorpje met een windmolen en het oudste kerkje van Australie geloof ik, 1821. Ik kom hier niet echt voor de historische bezienswaardigheden. Zelfs de gewone huizen aan de kusten vind ik leuker dan zo'n kerk. Er was een grote plas met moerasgras waar de koeien van hielden en heel veel agressieve zwarte zwanen. Omdat ik steeds meer verkouden werd gingen we niet meer terug naar Little Green Hill.

27 januari 2026

Kustvluchtjes

 




Vroeger sleepten we kilo's aan batterijen mee en elk campingblok lag vol ladende radio's. Normale mensen hadden zulke problemen niet maar tegenwoordig is het vechten om het laatste stopcontact. En nu ik alleen even wifi heb als we Angela en Damian ophalen merk ik hoe afhankelijk ik er van ben. Bloggen kan niet op m'n telefoon en ik ben zuinig met m'n data want zonder navigatie en Whatsapp (ze kennen hier geen Signal) ben ik hopeloos verloren. En zonder vliegselfies op facebook is er geen lol aan.
We reden gisteren eerst Mount Wellington op om de startplek daar te bekijken. Gekkigheid. Je moet parkeren op een drukke weg, over de vangrail stappen, steil naar beneden over een cascade van rotsblokken en dan kom je na een lastig pad bij een groot smal rotsblok dat niet eens precies in de windrichting uitsteekt dus je moet er vanaf krabben. Je kan geen landingsoptie zien, alleen Hobart, een grote stad waarmee de hele baai is volgebouwd. Toen Mark in de stad werkte reed hij tijdens de lunchpauze met een collega naar boven, vloog en uurtje, en ging weer terug naar z'n werk. Wat een gekte!
Daarna scheurden we naar Winton waar op Boris na de voltallige hangglidinggemeenschap van Tassie op ons stond te wachten. Boris had ik 's ochtends op de speaker gesproken zodat mijn gezelschap kon horen dat ik ooit een goeie wedstrijdpiloot was...
Winton is een vijf kilometer lange riggel, zo'n tweehonderd meter hoog. Het woei keihard en dat is daar wel nodig om hoogte te winnen, maar hier en daar zat ook nog een beetje termiek. Dat maakte het wel wat hobbelig en ik kwam maar net boven start uit. Bovendien hadden we eerder gezien hoe vijf vogels Andy aanvielen en een flink gat in z'n doek trokken. En het betere landingsterrein was best ver weg, tegen die hard wind in. Al met al maakte het dat ik veel te veel op de landing focuste waar ik dan ook na minder dan twintig minuten weer op de grond stond. Lag, eigenlijk, want ik kwam onvoldoende snel door de windgradiënt naar beneden.
De anderen volgden toen ik bijna was ingepakt, met Mark als laatste die met z'n T2C tegen de wolken aangeplakt hing. Uit solidariteit bleven we wachten tot we stonden te rillen van de kou en uiteindelijk wilde niemand met ons mee naar KFC, volkomen terecht natuurlijk maar het was het enige waar je zo laat nog kon eten. Dat is ook Australië: de keukens van de horeca sluiten voor acht uur.

Dinsdag
Keelpijn. Mijn standaard vakantiekwaal en het wordt geheid hoesten en snotteren en op enig moment niet meer kunnen vliegen. Gisteren ging het wel nog, op Eagle Hawk Neck op het schiereiland, een schitterende kustplek. De start ligt op zo'n drie, vierhonderd meter en het strand was leeg. Beneden was een parapenteschool bezig maar Mark had ze gevraagd om hun schermen niet op te zetten op het strand zolang wij nog vlogen, en dat deden ze ook niet. Ik startte erg vroeg omdat de wind flink zou toenemen en dan zou ik geen penetratie meer hebben, maar daardoor zakte ik er al gauw uit. Ik durfde ook niet goed in te draaien omdat het toch wel beweeglijk was en de termiek nogal ongelijkmatig. Wel had ik tijd om een paar kiekjes te maken en m'n landing was ook helemaal geweldig. Een stuk de zee op vliegen, een paar driezestigers boven water en dan met een keurig circuit op m'n voeten precies voor de opgang naar de parkeerplaats, een meter voor het water. Dat was maar goed ook want ik had m'n 6030 en m'n telefoon in de pod, die wil ik niet nat hebben.
Vanwege Australia Day betaalden we 15% extra voor ons eten, gelukkig een heerlijke salade en met een steeds vertrouwder gezelschap. We zitten dan ook de hele dag op elkaar gepakt in de auto. Angela als bijzonder consciëntieuze gids, Damian als wind- en siteguru, Tracey als algemene facilitator en Andy als senior piloot. Ik ben de vervanging van Phil, die op het laatste moment afzegde.

25 januari 2026

Tasmanië

In de verte Mt Wellington

Single Hill

Seven Mile Beach

De slaapstoel op de veerboot was ruimer en luxer dan in een vliegtuig maar desondanks kon ik niet slapen, dus toen we na aankomst meteen op een leuke plek gingen vliegen sloeg ik over. Andy en Amber vlogen wel en het was duidelijk perfect. Een vrijstaande bolle heuvel (Single Hill) van pak 'm beet driehonderd meter, en in de diepte een eindeloos strand om op te landen (Seven Mile Beach), en stevige wind precies recht erop. In de achtergrond landen passagiersvliegtuigen dus er zijn strikte regels over radiocontact en maximum hoogtes. Shredder (Damian) heeft op de start in Corryong z'n schouder bezeerd dus hij kan zelf niet vliegen, dus hij functioneerde als relais officer. Ideaal, er is maar één VHF-radio nodig en de vliegers kunnen gewoon tweemeterradio's gebruiken.

Na al die uren rijden en varen en proberen om Angela en Damian te verstaan (misschien is het geen kwestie van taal maar van onderwerpen waar ik moeite mee heb, volgens mij gaat het over bouwprojecten ofzo) heb ik nu eindelijk een nacht heel redelijk geslapen, heet gedoucht en m'n boeterhammetjes gesmeerd. We mogen het huis van Angela's moeder gebruiken. Ik zit te typen met uitzicht op een enorme baai waar het wemelt van de haaien. Talloze soorten ook begrijp ik, maar de meesten hebben tanden dus ik ga me er niet aan wagen. In de struik voor het raam zit een vogel met een mooie felgele tekening en behalve vogels en wind en zee hoor ik niks. Het is fris als Nederland in mei. Morgen wordt het 32 graden, overmorgen is regen voorspeld. De zuidelijke kusten van Australië en ook Tasmanië hebben weer dat erg aan Nederland doet denken, alleen gemiddeld warmer en nog veel veranderlijker. Wat ik tot nu toe van Tasmanië gezien heb, niet veel want ik heb vooral geslapen, is het Australië op z'n mooist, heuvelachtiger dan NSW en meer begroeid. Het eiland is een derde groter dan Nederland en er wonen zo'n 170.000 mensen. Het lijkt op geen enkele manier op Lanzarote, behalve dan dat de economie draait op toerisme en dan vooral van het outdoorsy type. Er zijn zeven hanggliderpiloten en ongeveer honderd parapenters. 

22 januari 2026

Melbourne

Peter voor z'n fietsreparatiewinkel

bonuskaarten van vaste klanten op alfabet

Locksley vliegveld is gigantisch

Het was pittig om in één ruk naar Melbourne te rijden maar de moeite waard. Ik logeer bij Peter Holloway en z'n vrouw Sandy, die de meest schitterende quilts naait. Vanmorgen pakte ik trein en tram naar Brunswick met de bedoeling om een koffietje met Neil te doen en dan de stad te gaan verkennen, maar het werd een halve dag praten en wandelen en nog meer praten en lunch en praten en niet eens over vliegen, tenminste best weinig over vliegen.
Morgen is nog een reisdag, spullen sorteren voor Tasmanië en dan naar Tushar om m'n auto veilig te parkeren.

20 januari 2026

Vaarwel Forbes

foto Kathleen

foto Zupi

En dat was het dan weer. En deze keer echt de allerlaatste keer denk ik. Hoe fijn het ook was om hier te zijn en om in de sfeer van een Forbeswedstrijd te delen, het is wel erg ver en duur om hier alleen naartoe te komen als winddummy. Maar nu ik er was heb ik genoten.
Elke dag moest ik tien minuten voor de early birds starten en die weer tien minuten voor het window open ging, dus tien voor twaalf hing ik weer achter Steve. Het was heel erg zwaar deze keer en ik releaste toen ik de controle weer dreigde te verliezen. In een heel redelijke bel zowaar, ondanks de grijze lucht. Eenmaal op duizend meter wilde ik weer fotoos maken en ik verloor m'n concentratie en de bel, dus ik moest landen. Wind uit alle richtingen, tugs alle kanten op, het was misschien niet echt gepland maar ik stond echt middenop het veld. Bill Moyes International Airport haha, als je moet lopen is het inderdaad een vliegveld. Ik flarede veel te vroeg en schoot drie meter de lucht in, m'n slechtste landing van de week. Minuten nadat ik de vleugel ook nog eens gered had van een dustdevil arriveerde Brett, die de Sting gekocht heeft.
De wedstrijdtaak bleek ondertussen veel te ambitieus met een driehoek van 180 km. Na twee uur stond iedereen aan de grond, behalve Ivo, een jonge Nederlander die met de sportsclass meedoet. Jonny werd derde, Attila tweede, Rory wint. Micha scoort niet omdat hij Rus is, maar mogelijk was hij zevende of achtste. Na eten en bedankjes en prijsuitreiking en kletsen heb ik echt iedereen omhelsd want veel van de piloten zal ik nooit meer zien.

19 januari 2026

Happy

 

Neale druk bezig om mij van een fantastische pod te voorzien

Chris heeft hoogstwaarschijnlijk mijn Avian Amour gebouwd, meer dan dertig jaar geleden

van Peter kreeg ik wielen en een keelbridle

aandachtig bestuderen van tracklogs (Micha, Rich, Vic, Neil, Bosco, Neale)

foto dankzij Neale

Forbes


happy bunny

Jantje huilt Jantje lacht, ok ik laat me wat al te snel door m'n emoties overweldigen. Na m'n dramaatje van een paar dagen geleden was ik een dag alleen maar starthulp en daarna deden we twee dagen helemaal niks. Beetje zwemmen, beetje boodschappen, beetje lezen, heel veel kletsen. De pijntjes zijn weer tot normaal niveau gezakt en de weersvoorspellingen zijn uitstekend voor de laatste twee dagen. Ondertussen kreeg ik van één van de liefste piloten (Neale, sinds onze kennismaking in Locksley en Dalby twaalf jaar geleden een van m'n favorieten) één van de gaafste kado's die je kan bedenken. Hij drie-d-print waanzinnig gave instrumentenpods en ik kreeg er twee: eentje voor alleen m'n telefoon en de bluefly en eentje voor telefoon en 6030. Hij wilde er een voor 'Maria' (ik vermoed dat dat Claudia is) maken maar printte de kleuren verkeerdom dus nu heb ik een geel-roze pod met Maria op de achterkant. Het is allemaal superslim doordacht en eenvoudig te gebruiken en hij gaf me er allerlei extraatjes bij ook nog. En het leukste is dat ik eindelijk weer fotoos in de lucht kan maken want er zit een cameragat in op precies de juiste plek.
Vanochtend hadden we ruim de tijd om op te bouwen en het zou turbulenter kunnen worden dus ik besloot weer voor de wedstrijd te starten. Deze keer ging het beter met de Stind en de keelbridle. De sleep ging sneller, ik had nul vg, en Bosco had me bezworen om het gieren gewoon te laten gebeuren. Alles bij elkaar was het pittig slepen maar ik werd in een klein belletje afgezet en heel langzaam draaide ik (wel stiekem boven de landingsbaan) tot een meter of duizend. Moeilijk te zeggen want m'n enige instrument is nu dus m'n telefoon met xctrack en daarop kan ik moeilijk de cijfers lezen. Toen ik naar mijn smaak te ver naar achteren was gedreven stak ik terug naar het veld, vond een nieuw belletje, draaide weer naar boven tot ik een gaggletje tegenkwam of eigenlijk tot een paar piloten zich boven mij invoegden, speerde weg en vond weer wat. Dit herhaalde zich een keer of vier, vijf want ik wilde eigenlijk niet landen terwijl het slepen nog gaande was. De tugs gingen alle kanten op dus kennelijk was de wind nogal draaierig en ja dat zal wel als je overal omhoog gaat in soms 5,7 m/s. Ik bedacht dat ik de ideale winddummy moet zijn voor de wedstrijddeelnemers: ik vind termiek, vertrek zodra zich een gaggletje vormt, en blijf dicht bij het startveld.
Na een uur twintig minuten zat het erop en landde ik netjes op m'n voeten, min of meer waar de bedoeling was. Ik kreeg de grijns niet van m'n gezicht. Nu ben ik ruim op tijd voor de livetracking, alweer superspannend want Jonny zet er de sokken in maar Attila probeert 'm in te halen en Rory zit ze op de hielen. En dan is er altijd nog dark horse Curt, die dan wel tien jaar niet gevlogen heeft maar die zomaar zou kunnen winnen.

16 januari 2026

Opgeven

De afspraak was dat ik om twintig voor twaalf zou starten, niet eerder want dan zou er nog geen tug zijn en niet later want dan was er onvoldoende tijd voor Steve om de early birds te slepen. Zonder me te haasten lag ik op tijd op de dolly en exact om 11:40 zwaaide Vicki me weg. Het viel me meteen al tegen, het is toch wel erg zwaar met een Sting en de lucht begon ook al flink te bewegen. Door de keelbridle wordt de pitch wel aanzienlijk lichter, maar het brengt m'n armen in een rare positie en het sturen wordt er bepaald niet eenvoudiger op. Ergens op zo'n tweehonderd meter ofzo ontkoppelde ik omdat doorgaan te gevaarlijk werd, zo weinig controle had ik. Ik haalde het veld net en werd opgevangen door lieve Neil en al even lieve Diego, die me met de gebruikelijke teksten probeerden te troosten. Morgen weer een dag, straks gewoon nog een keer proberen, iedereen zakt wel eens uit, geef niet op. Opgeven is nou juist wat ik moet leren, ik ben er bepaald niet goed in. Ik ga door, verbeten, ook al weet ik met m'n verstand dat m'n prestaties zeker niet beter worden als ik mezelf uitput.
Maar nu moet het. Verslagen door mijn ouder wordende lijf, door de overgang, botbreuken, frozen shoulders en artrose. Waar Forbes jarenlang het absolute hoogtepunt was, juist omdat het zo ontzettend zwaar is hier, de uitdaging zo ontzettend groot en de beloning navenant, moet ik erkennen dat ook dit belangrijke deel van m'n leven toch echt voorbij is. Ik blijf tot de prijsuitreiking en ik zal me dagelijks klaar maken om te vliegen, wie weet komt er nog zo'n rustige dag als vorige week. Maar daarna zal ik nooit meer naar dit centrum van mijn wereld terugkomen.

15 januari 2026

Zware omstandigheden

foto Kathleen

Voordat ik kwam heb ik me stevig voorgenomen alleen te vliegen als het volledig binnen m'n comfortzone ligt. Ik vond Forbes altijd fantastisch juist omdat het starten vaak een rodeo is, de taak vliegen keihard werken en het landen op enorme velden: wel fijn om te landen maar daarna loop je in de hitte flink te zeulen terwijl je net in vier uur tachtig of honderdvijftig kilometer hebt gevlogen. Het was de uitdaging en het ontzettend tevreden gevoel na zo'n loeizware dag waar ik voor kwam. Het tegenovergestelde van comfortzone dus, waar ik mezelf gisteren aan moest herinneren. De lucht beloofde goed te zijn maar veel termiek en veel wind betekenen rodeo aan de grond, en dat is met m'n Sting en m'n heel veel slappere armpjes geen verstandige optie meer. Ik besloot me dus aan te bieden als starthulp, waarna ik twee uur in de moordende zon piloten checkte en naar voren sleepte. Leuk om weer te zien hoe soepel het team van Vicki opereert, een beetje zoals het team van Flavio in Italië. Decennialang dezelfde mensen, iedereen weet wat z'n taak is, goeie afspraken over de launchorder en tolerantie voor windsnelheden enz. Drie tuggies die totaal verschillend slepen maar alledrie met hun dragonfly kunnen spelen alsof het een fietsje is.
Eenmaal thuis zag ik via de livetrack dat Mikael op derde positie lag en ik liep stuiterend door het huis m'n aanmoedigingen naar de laptop te roepen. Tot hij tien kilometer voor goal z'n hoogte verloor en door de een na de andere toppiloot werd ingehaald. From hero to zero, arme Micha.

Vroeg in bed luister ik nog steeds naar politieke podcasts. En ik lees nog steeds de krant. En ik vraag me nog steeds af of ik er verstandig aan doe om over drie weken terug naar Europa te vliegen. De verhalen van de tweede wereldoorlog, toen ook talloze latere slachtoffers veel te laat hun koffers pakten, blijven in m'n hoofd spoken. Het is al jaren duidelijk dat vrede en voorspoed echt voorbij zijn en Australië lijkt een van de minder nare landen om terecht te komen, maar ik weet het niet. Het is makkelijk om te denken dat het hier geweldig is zolang ik op vakantie ben en geen vluchteling. En het is ook een vraag of ik persoonlijk zwaar getroffen word door de huidige derde wereldoorlog. En of ik niet toch moet proberen om iets positiefs bij te dragen tegen de verrechtsing en ontdemocratisering.
Met zulke twijfels sta ik ook weer op. Ik ga me maar concentreren op de weersvoorspelling denk ik.

14 januari 2026

Rustdag


aeroclub

Nu ik niet meer serieus vlieg en alleen nog lokale hopjes doe is een dag als gisteren voor mij het absolute ideaal. Omdat er vanwege harde wind en mogelijk onweer niet gevlogen kon worden werd de winnaars van de eerste taak gevraagd te vertellen hoe ze het hadden aangepakt. En Attila praat honderduit en dat op een amusante manier met z'n expressieve gezicht en z'n Hongaars-Australische taal en humor. Een grote groep piloten bleef drie uur lang aan z'n lippen hangen, met Rory en Gordon als de perfecte secundanten. Hoe kies je je koers, waar zit de termiek ten opzichte van de wolken, hoe ver wijk je van de koers af als er een mooie wolkenstraat is? Hoe snel vlieg je en hoe trim je je vleugel? Op welke hoogte boven de grond geef je op (bij nul natuurlijk)? Ik wist en herkende het allemaal, uit eigen ervaring en uit eerdere spreekbeurten van toppiloten en boeken, en als ik werkelijk nooit meer wedstrijd vlieg heb ik weinig aan al die kennis, toch had ik geen seconde willen missen. Nadat hij klaar was met de vlucht van dinsdag begon hij aan gedenkwaardige vluchten in de Owens, Texas en Italië. Daarna aan enkele horrorverhalen over cb's. Af en toe kwamen mentale aspecten zijdelings ter sprake, maar door z'n manier van vertellen en vliegen werd glashelder duidelijk hoe dat zit: de wil om te winnen, zelfvertrouwen, nooit opgeven. En een positieve, relativerende houding.  En veel werk: lees alles wat los en vast zit over vliegen en over weer en over aerodynamica en over luchtvaarttechniek. Vlieg zo vaak als je kan. Leer snel berekenen tot hoe ver de relatie wind:lift nog winst oplevert. Op dat laatste na - ik bleef in Forbes altijd koppig doorploeteren als de wind me van de taak afdreef - deed ik het allemaal. En, zoals Attila stelt, we zijn allemaal even goed alleen leren we misschien niet allemaal even snel.
De rest van de dag bleven we in huis hangen, lezen, filmpjes van Darren Brown kijken, wasje draaien. Het is het deel van het leven waarin de relaties totaal veranderen. Ik deel weinig met m'n vliegvrienden. Onze smaken verschillen, onze niet-vlieg-bezigheden, onze politieke overtuigingen en onze culturele achtergronden. Als Nederlandse groenlinkser met een Russische, een Hongaarse en een Australische Australiër bijt ik non stop op m'n lippen over de verspilling van water (alle kranen lekken), stroom (niemand zet ooit een apparaat uit en alles is groot en inefficiënt), vervuiling (je wil niet weten hoeveel plastic en giffen hier gebruikt worden). Het allerergste vind ik de airco, hoe nodig dat af en toe ook is. De mannen willen het dag en nacht aan, vaak met deuren en ramen open, en dan ook nog op standje achttien graden waardoor ik in huis met truien aan rondloop terwijl het buiten veertig graden is.

13 januari 2026

Taak 1 Forbes Flatlands


Attila dagwinnaar

retrieve chauffeur

Hos aan het werk

met cousin Rob voor m'n dagelijkse knuffel

met Steve de langzaamste tuggie on earth

Blaino, inmiddels tweehonderd en still going strong

Ik moest een beetje iets overwinnen om me weer aan een keelbridle (we noemen in Nederland het hele ding de release maar in feite is de release alleen het pinnetje waarmee je het touw opentrekt) te wagen. Toen ik leerde slepen van Bill en Bobby, hier in Forbes, gebruikten we ook keelbridles en later kochten we er eentje voor de tandem. Ik had er allerlei bedenkingen bij: sturen gaat zwaarder, Bill gebruikte een fietshandrem en dat was bepaald niet automatisch, en je blijft zitten met een lang touw aan je borst waarover je bij het landen kan struikelen. Sowieso leek het me beter om niet vóór de wedstrijd te starten als ik nog vanalles moest installeren, dus ik bleef in de club terwijl de deelnemers in de verte hun vleugels opbouwden. Dat heb ik nog nooit eerder gedaan en het benadrukt wel dat mijn wedstrijddagen voorbij zijn. Maar het is ook wel erg relaxed zo op m'n ouwe dag.
Toen ik me uiteindelijk dan toch klaarmaakte was ik net op tijd om voor de allerlaatste sportsclass pilot op een dolly te liggen. Met hem en nog een ander masttoestel en een wedgetail eagle draaide ik naar 1250 meter, na een lichte sleep waar het sturen inderdaad wat lastiger was dan met m'n normale borstrelease. Toen ik de vogel uit het oog verloor raakte ik afgeleid, misschien zat ie boven me, klaar voor de aanval. In twee dagen hebben we al drie wedgy-aanvallen gehad met behoorlijke schade, krassen van meer dan tien centimeter door het bovendoek bij een vleugeltip. Ze zijn duidelijk niet van ons gediend. Mijn vorige doek had ook wedgykrassen op de tip, klein genoeg om te plakken maar toch jammer. Nou ja, een stuk minder erg dan de ronde gaten in de leading edge als gevolg van de sprogs die door het doek staken nadat m'n Litesport van een auto was afgevallen.
Rob en Judy kwamen me na m'n landing te hulp en snel daarna kon ik me thuis gaan opfrissen. De mannen waren ondertussen bezig aan een Attilataak: een 202 km driehoek (te volgen op livetrack) onder een schitterende lucht. Ik reed naar goal en installeerde me bij de andere toeschouwers in de schaduw met m'n boek maar toch vooral de livetrack. Attila leidde maar zat vrij laag en je zag Rory een paar honderd meter achter hem racen. Jonny, Olav, Crosby en Tyler zaten daar te ver achter om gevaarlijk voor ze te zijn en daar nog eens achter zat Curt. Jammer genoeg zagen ze de windzak niet en Attila landde ver weg langs de Henry Lawson way. Ik was er wel op tijd om Jonny's spektakel te zien en om uiteindelijk vijf vleugels over het hek aan te nemen.

12 januari 2026

Practice day

oudere sporter

Attila

Zupi

Steve Crosby

Gordon

de lucht vanuit de hangar waar ik m'n spullen inpakte

Jonny, foto Zupi

foto Zupi

Niet zo heel slim om met Attila mee te rijden maar wel gezellig en het betekende dat we heel erg vroeg op het veld waren. Ik maak dezelfde fout die ik eerder maakte: de vleugel bij de hangar laten liggen om de volgende dag te ontdekken dat de wind gedraaid is en de start honderden meters verderop is. En vandaag weer want de schaduw van de hangar was te aantrekkelijk.
Ik startte vrij vroeg en knalde als een raket uit de dolly, achter Steve nota bene die soms bijna te langzaam vliegt. Het breukstukje brak en ik landde vooruit, op m'n voeten maar een van m'n wielen had het toch begeven. Wesley heeft asjes ontworpen en gedrie-d-print en die mocht ik lenen maar dat was toch geen geslaagd experiment. Ik vlieg niet zonder skids of wielen dus het was over. Op één van de allermooiste dagen die ik op deze allermooiste plek ooit gezien heb. Al hoef ik mezelf niet wijs te maken dat ik overland zou zijn gegaan maar ik had toch wel zeker een uurtje rondgedobberd als ik de sleep niet zo smadelijk verknald had.
Dankzij mijn huidige vlieghouding: ik vlieg alleen lokaal, op een simpel toestel, en alleen op dagen dat het niet erg spannend is kwa lucht (de eerste dustdevils zag ik voor het gemak maar even over het hoofd) was ik niet ernstig teleurgesteld. Maar toen 's avonds iedereen razendenthousiast terugkwam voelde ik toch wel weer het gemis van mijn vroegere zelf en het intense genot van lange verre vluchten over dit ideale landschap, en dan na een paar uur terug op goal komen.
Toen ik in de club even zat af te koelen bleek dat Attila me had proberen te bellen en ik weet dat hij z'n nieuwe toestel wilde tweaken terwijl ik er dus met zijn auto met gereedschap vandoor was. Schuldbewust sloeg ik de laatste slok gingerbeer achterover, geen goed idee, en scheurde terug naar de start. Waar Attila allang weg was voor een tweede vlucht en ik niks beters kon verzinnen dan wachten. Gelukkig heb ik altijd m'n boek, leesbril en zeven-dollar-stoeltje bij me dus het was geen ramp, maar ik ben wel flink verbrand. En de vliegen zijn weer verschrikkelijk - ook een reden om zolang mogelijk onder de wolken te willen hangen.
Attila en Blenkie landden als laatsten, allebei verontwaardigd omdat er zoveel meer in had gezeten maar Vicki wil de sleeppiloten sparen en pas lange taken zetten als de wedstrijd echt begonnen is. Ik heb begrip voor beide kanten want er was om elf uur al termiek (want dustdevil) maar Blaino, Steve en Marco zijn zichtbaar oud inmiddels. Bruce is er zelfs niet meer bij, tot m'n verdriet.
Na een snelle douche reden we terug voor het traditionele eten dat Vicki met een aantal echtgenotes en een onaangenaam dronken Greg voor ons maakt. Weinig vegetariers dit jaar dus ik kon nog een tweede keer opscheppen. Voor we naar huis gingen bood Neal me een van z'n geweldige instrumentpods aan en fabriekte Peter nieuwe wielen op m'n basebar. How good is Forbes?!