Dingen die ik geweldig vind in Australiƫ: overal nette openbare toiletten met drinkwater en spiegels. Je moet gewoon opkijken om er eentje te vinden, zelfs onder de straatbordjes staat soms een richtingwijzer naar de wc. Individueel betalen in restaurants. Vaak vooraf, direct als je bestelt, dus je hoeft na afloop nergens op te wachten. De vogelgeluiden en een echidna in de tuin, of een wallaby. De joviale behulpzaamheid van mensen. Op-shops, meestal met veel leukere kleren dan nieuw en ook vol boeken voor een dollar. Kookvoorzieningen, koelkasten, magnetrons, borden en bestek op elke camping. Overal vogels. De zon.
Helaas zijn de wedgies erg talrijk en erg agressief dit jaar; Andy heeft er weer een scheur in z'n doek bij. Ik heb de vogels niet eens gezien maar vloog toch maar tien minuten. Start op Single Hill zuidwest was prima en ik ging ook goed omhoog, ver genoeg naar het noorden om even om de hoek te kijken of Seven Mile Beach bereikbaar was. Dat was zo maar het leek me toch tricky om in de lij van de heuvel te gaan vliegen. Maar het strand de andere kant op was niet te zien vanaf de heuvel en ik vond het lastig inschatten hoe hoog of laag ik er aan zou komen. Ik wist dat het geen donder uit zou maken of ik kort of lang zou vliegen maar de spanning over de landing was me teveel, dus ik vloog rechtstreeks naar het strand. Veel en veel te hoog natuurlijk, maar het was zo ver dat terugvliegen geen optie meer was. Gelukkig waren er weinig mensen want het was fris, en met een mooie driezestig boven zee en wat s-jes landde ik keurig in de buurt van de parkeerplaats. De opgang was breed genoeg om de vleugel daarheen te dragen en op het gras af te bouwen, en Tracey, Angela en Damian kwamen al meteen aangereden. Ik was bijna klaar met inpakken toen Andy landde en zo waren we ruim op tijd in Hobart. Daar wandelden we wat door Salamanca, het toeristische wijkje aan een haven waar ook een deel van de universiteit in een verbouwd werfgebouw zit. Hobart is een aardig stadje, tijdens de avondspits is het verkeer zo rustig als in een provinciestadje en het is er flink groen. Met veel Europese bomen en planten overigens, die het goed doen hier maar ik weet niet wat de gevolgen voor de inheemse natuur zijn geweest.
We aten met de voltallige hangglidersclub, op eentje na, in een leuk restaurant met wallaby op het menu maar ook een vegetarische curry. Iemand die ik nog van vijftien jaar geleden ken, Boris, kwam voor de gelegenheid ook al vliegt hij bijna niet meer. Hij heeft een landingsongeluk gehad gevolgd door een paniekaanval tijdens z'n eerstvolgende landing, maar hij wordt nog altijd beschouwd als de senior piloot hier. Ik praatte wat door met Amber, een bijzonder leuke Taiwanese die hier als onderzoeker bij een beleidsconsultancy werkt en die minstens zo gepassioneerd is over vliegen als ik destijds. Ik heb de hele groep uitgenodigd om naar Europa te komen. Het lastigste wordt om vleugels te regelen en goeie reisverzekeringen.
30 januari 2026
Single Hill
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)



Geen opmerkingen:
Een reactie posten