27 januari 2026

Kustvluchtjes

 




Vroeger sleepten we kilo's aan batterijen mee en elk campingblok lag vol ladende radio's. Normale mensen hadden zulke problemen niet maar tegenwoordig is het vechten om het laatste stopcontact. En nu ik alleen even wifi heb als we Angela en Damian ophalen merk ik hoe afhankelijk ik er van ben. Bloggen kan niet op m'n telefoon en ik ben zuinig met m'n data want zonder navigatie en Whatsapp (ze kennen hier geen Signal) ben ik hopeloos verloren. En zonder vliegselfies op facebook is er geen lol aan.
We reden gisteren eerst Mount Wellington op om de startplek daar te bekijken. Gekkigheid. Je moet parkeren op een drukke weg, over de vangrail stappen, steil naar beneden over een cascade van rotsblokken en dan kom je na een lastig pad bij een groot smal rotsblok dat niet eens precies in de windrichting uitsteekt dus je moet er vanaf krabben. Je kan geen landingsoptie zien, alleen Hobart, een grote stad waarmee de hele baai is volgebouwd. Toen Mark in de stad werkte reed hij tijdens de lunchpauze met een collega naar boven, vloog en uurtje, en ging weer terug naar z'n werk. Wat een gekte!
Daarna scheurden we naar Winton waar op Boris na de voltallige hangglidinggemeenschap van Tassie op ons stond te wachten. Boris had ik 's ochtends op de speaker gesproken zodat mijn gezelschap kon horen dat ik ooit een goeie wedstrijdpiloot was...
Winton is een vijf kilometer lange riggel, zo'n tweehonderd meter hoog. Het woei keihard en dat is daar wel nodig om hoogte te winnen, maar hier en daar zat ook nog een beetje termiek. Dat maakte het wel wat hobbelig en ik kwam maar net boven start uit. Bovendien hadden we eerder gezien hoe vijf vogels Andy aanvielen en een flink gat in z'n doek trokken. En het betere landingsterrein was best ver weg, tegen die hard wind in. Al met al maakte het dat ik veel te veel op de landing focuste waar ik dan ook na minder dan twintig minuten weer op de grond stond. Lag, eigenlijk, want ik kwam onvoldoende snel door de windgradiënt naar beneden.
De anderen volgden toen ik bijna was ingepakt, met Mark als laatste die met z'n T2C tegen de wolken aangeplakt hing. Uit solidariteit bleven we wachten tot we stonden te rillen van de kou en uiteindelijk wilde niemand met ons mee naar KFC, volkomen terecht natuurlijk maar het was het enige waar je zo laat nog kon eten. Dat is ook Australië: de keukens van de horeca sluiten voor acht uur.

Dinsdag
Keelpijn. Mijn standaard vakantiekwaal en het wordt geheid hoesten en snotteren en op enig moment niet meer kunnen vliegen. Gisteren ging het wel nog, op Eagle Hawk Neck op het schiereiland, een schitterende kustplek. De start ligt op zo'n drie, vierhonderd meter en het strand was leeg. Beneden was een parapenteschool bezig maar Mark had ze gevraagd om hun schermen niet op te zetten op het strand zolang wij nog vlogen, en dat deden ze ook niet. Ik startte erg vroeg omdat de wind flink zou toenemen en dan zou ik geen penetratie meer hebben, maar daardoor zakte ik er al gauw uit. Ik durfde ook niet goed in te draaien omdat het toch wel beweeglijk was en de termiek nogal ongelijkmatig. Wel had ik tijd om een paar kiekjes te maken en m'n landing was ook helemaal geweldig. Een stuk de zee op vliegen, een paar driezestigers boven water en dan met een keurig circuit op m'n voeten precies voor de opgang naar de parkeerplaats, een meter voor het water. Dat was maar goed ook want ik had m'n 6030 en m'n telefoon in de pod, die wil ik niet nat hebben.
Vanwege Australia Day betaalden we 15% extra voor ons eten, gelukkig een heerlijke salade en met een steeds vertrouwder gezelschap. We zitten dan ook de hele dag op elkaar gepakt in de auto. Angela als bijzonder consciëntieuze gids, Damian als wind- en siteguru, Tracey als algemene facilitator en Andy als senior piloot. Ik ben de vervanging van Phil, die op het laatste moment afzegde.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten