03 januari 2026

Manilla - Newy - Corryong




Goed gesprek op de terugweg, geholpen door de chemische liefde van de avond tevoren. We kwamen aan in een koud en nat Newcastle waar de pool onderdeel van de oceaanbranding was. Hoge golven sloegen over het muurtje en ik moest om de wieren laveren, maar het was toch weer heerlijk. Daarna inpakken, een knuffel, en op weg. Omdat Corryong net te ver was zocht ik een plekje in Gundagai, waar ik ontdekte dat ik de ingewikkelde supertent van Nicola best wel op kon zetten maar ik met al mijn wild-kampeerervaring wel water was vergeten, en een pannetje, en fatsoenlijk bestek.
Ik stond op met een enorme pijn in m'n schouder, spierpijn van het gesjouw met twee vleugels waarschijnlijk die ik op m'n eentje op de auto moest zien te manoevreren. En die duim. Desondanks vroeg ik Troy om op me te wachten terwijl ik vol ontzag en pure blijdschap genoot van de ochtend in Victoria. Met name het gebied rond Tumuk is adembenemend prachtig. Het doet me ontzettend denken aan de platen uit Lupineke, een magisch kinderboek over een gezelschap dat in een papieren vliegtuig door een storm vliegt.
Om kwart over tien zette ik m'n auto bij Troys tent en om half elf reden we naar MtElliot, waar ik na talloze blije begroetingen als eerste startte. Er zat vrij pittige lift waar ik meteen uitgegooid werd. Het duurde zeker tien minuten voordat ik eindelijk lekker gecentreerd boven start uitkwam en ik zeker wist dat ik het terrein kon halen dat er het meest aantrekkelijk uitzag voor een landing. Ik kon eigenlijk wel verder ook en het zou leuk zijn om naast de camping te landen maar dan moest ik wel langs het vliegveld en ik wist niet of je daar nu nog mag vliegen. Twaalf jaar geleden mocht het wel maar ik durfde niet het risico te lopen dat de wedstrijdorganisatie problemen met de autoriteiten zou krijgen omdat ik als een duffe dodo het vliegverkeer in de weg zat. Ik draaide om en landde in een enorm, gemaaid, vlak terrein naast de weg dichtbij het dorp. Om te ontdekken dat er 1. wel degelijk runderen waren dus stront dus vliegen en 2. er een enorm hek met elektrische draad omheen was. Later leerde ik een truc om te testen of er stroom op stond: je pakt een sappig grassprietje en dat hou je er tegenaan.
Gelukkig stopte er een hangie nog voordat ik m'n harnas had ingepakt en hij nam m'n spullen aan over het hek heen. Toen ik ook zelf aan de andere kant stond kwam Lindy, Troys vrouw en onze superchauffeur, al aan. Ze is waanzinnig gespierd en ontzettend behulpzaam en bovendien erg ervaren als chauffeur. Wat een mazzel dat ik in dit team zit!
Na teveel bier en gezelligheid toog ik naar mijn mansion, een superdeluxe cabin waar je makkelijk een week zou kunnen verblijven zonder ook maar iets mee te nemen. De overburen, ook hangies, nodigden me uit voor nog meer nieuwe namen en gezichten. Het is geen parapente, hangies zijn allemaal net gepensioneerde mannen met gigantische auto's en al even gigantische tenten en hun drug is alcohol maar ze zijn ook hartelijk en grappig. Het wordt een mooie week.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten