17 augustus 2025

Weer thuis



 



Vrijdag
Na al mijn pogingen om een lift te organiseren bood Mart gewoon spontaan aan om me naar boven te brengen. De weg op de Longeagne is deels verbeterd maar er zijn alweer flinke regenbuien overheen gegaan en dat betekent diepe kuilen en grote rotsblokken. Daarom moest eerst alle bagage in zijn auto zodat mijn bodemplaat een centimeter meer speling kreeg. Rustigaan, en gezellig, genietend van het bos en het uitzicht, arriveerden we op de start waar al een paar Duitse Russen stonden op te bouwen. Ik was natuurlijk weer de eerste en dankzij een parapenter vond ik zowaar lift en dat ook nog in de richting van het landingsterrein, de richting die ik tegenwoordig vrijwel altijd meteen op vlieg om te verkennen of ik misschien omhoog kan. In een prettige bel draaide ik langzaam tot een paar honderd meter boven start, ik nam zelfs een paar keer een kijkje boven start, maar verder durfde ik toch weer nergens heen en niks te proberen. M'n excuus werd gevormd door de dikke wolken in het zuiden en de onweersvoorspelling, maar dat was allemaal nog ver genoeg weg om zeker een uurtje rond te darren. En dat deed ik dus niet. Ik word tegenwoordig eenmaal in de lucht beheerst door 'wat als' zorgen en angsten. Belachelijk voor iemand die decennia lang vele uren en vele afstanden heeft gevlogen, niet eens zo gek gepresteerd in wedstrijden, en nu als een zenuwachtig kuiken mezelf loop gek te maken met onbestemde spanningen.
M'n landing was niet eens uitmuntend al kon ik tevreden zijn over m'n circuit. Dat gaat gewoon heel erg goed met de Fun en dat komt waarschijnlijk door de combinatie van langzaam vliegen en minimaal spanning opbouwen. Plus: ik trek 'm makkelijk naar de grond op het punt waar ik zo ongeveer aan wil komen. Alleen doe ik het uitronden dan toch weer te wild zodat ik alsnog vaak op m'n wielen eindig. Daarmee pinden de achterkabels me vast en ik moest door een toeschouwer bevrijd worden, heel erg genant.
Mart arriveerde toen ik net de pakzak op de vleugel legde dus het zag er naar uit dat ik eind van de middag al in Alby zou kunnen zijn. Dat liep anders want Marts auto sloot zichzelf af met zijn sleutels er in. We besloten terug in Laragne in z'n huis in te breken maar een uur zoeken leverde geen reservesleutel op. Ondertussen had ik het drama op facebook gepost in de hoop dat iemand met een slimme tip zou komen. De tip kwam niet maar wel Jaco die al met een kleerhanger in de weer was toen we met een volle gereedschapskist weer terug bij de auto aankwamen. Met wat geweld en enige vernieling kwamen we erbij, kon ik m'n spullen terug in mijn auto laden en stortten we ons de stromende regen in. Op de weg langs La Croix Haute was het verschrikkelijk, maar de luchten boven de bergen tussen Grenoble en Annecy waren daverend, schitterend, imposant. Donkergrijs, felle witte CB's, bliksem, windstoten en rondvliegende blaadjes en dan die geweldige bergen met geel uitgelichte rotswanden en gouden korenveldjes. Nadege was thuis en stond op het punt om groenten uit eigen tuin te eten dus ik kon zo aanschuiven.

Zondag
Ik bleef tot de lunch om Laurent, Gabin en Adèle nog even te kunnen zien. Wat een heerlijk gezin! Vrolijk, actief, sociaal, druk. Het fotoboek van de afgelopen twee jaar doorbladerend zag ik alleen maar scenes van spelen en ontdekken en vrolijkheid. En dat in een huisje met een enorme tuin waaruit ze het grootste deel van hun fruit en groente halen, met uitzicht op de Semnoz en dichtbij de Sappeney. Adèle demonstreerde haar nieuwe zwemvaardigheden in het opvouwbare zwembad en Gabin probeerde me extreem traag articulerend de spelregels van allerlei memory-achtige spelletjes bij te brengen. Hij begrijpt inmiddels dat ik te dom ben om goed Frans te spreken en dat maakt me een ideale spelpartner want ik verlies altijd.
Vroeg in de middag vertrok ik dan toch echt en ergens tussen Dijon en Toul wilde ik een camping. Dat bleek een gigantische uitdaging. Ik vond een personeelsloze, volledig geautomatiseerde, goedkope en volledig uitgeruste plek bij een kasteel vlakbij de snelweg maar zonder snelwegherrie. Perfect, alleen kwam ik er niet in. Na hulp van een Duits stel wie het wel gelukt was, drie keer bellen met de helpdesk, downloaden van een app, twee keer een account aanmaken en uiteindelijk zwaaien met een kaartje dat door de machine was uitgespuugd ging de slagboom ineens open. Na mij deden nog twee nieuwe gasten er minstens zo lang over als ik.
Sinds corona is Europa vergeven van de campers. Ze scheuren met duizenden over de snelwegen, nemen op de campings per stuk evenveel plaats in als vier koepeltentjes, blokkeren de toegang tot landingsterreinen en het ergste: ze staan op alle plekjes waar ik voorheen stiekem wildkampeerde. Ik ben een tikje jaloers op hun gemak en comfort geef ik toe, maar het zou voor mij lastig zijn om m'n vleugel met iets anders dan een personenauto mee te nemen.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten