Met de onduidelijke meteo en al even onduidelijke
vliegmaatjes blijf ik besluiteloos. Vanmorgen zag het er slecht uit in Passy
dus ik pakte m’n spullen in – het bleek inderdaad te uitdagend om het
werptentje klein te krijgen dus dat is in z’n geheel in de achterbak gegaan. Op
de koffie bij Dennis, en daarna naar Annecy waar ik Thibault, Thomás en Armand
trof die met een kater ook al niet zo goed wisten wat ze zouden doen. Thibault
en ik twijfelden eindeloos of we naar boven zouden rijden of niet. De wolken
bouwden hevig op maar zakten dan weer in elkaar, en ondertussen kwamen er
tientallen para’s en delta’s naar beneden. Uiteindelijk bracht Thibault mij
naar boven, zonder z’n eigen vleugel mee, luxe natuurlijk dus alleen al een
hopje zou mooi zijn. Net toen ik de laatste latten inschoof werd het echt
serieus donker en begon er een koude wind hard te waaien. Ik had net aan twee
Nederlanders uitgelegd dat de risico’s van een dag als dit waren dat het of
heel erg hard omhoog zou gaan zodat je wenst dat je veilig op de grond was, of
dat je in een gustfrontje moet landen. Geen totale rampscenario’s maar er waren
wel steeds minder redenen om überhaupt nog te starten. Zonde van de mooie kans,
Thibault die m’n auto en m’n pakspullen naar beneden zou rijden en ik kon in
elk geval een startje doen, maar het leek me toch een beter plan om gewoon in
te pakken. Natuurlijk startten er nog mensen nadat wij alweer terug op het
landingsterrein waren, maar gelukkig werd het leed gecompenseerd doordat Serge
en Manu er waren. De rest van de middag liep ik wat te tutten om m’n
halfserieuze kamp in te richten; ik heb nu drie tenten bij me: het
doodskistformaat werptentje, m’n paleis met twee grote binnententen en een
aankomsthal, en m’n hevig versleten vertrouwde koepeltje. Die laatste had ik
net helemaal klaar toen het begon te stortregenen, dus nu zit ik sneu in m’n
auto te hopen dat het vanavond nog droog genoeg wordt om een beetje te koken.
25 mei 2015
Vakantie
| decisions decisions... |
Het voelt net alsof ik weer op m’n eentje op de bonnefooi
door Australië rij. Besluiteloos omdat ik niet weet waar de beste kans op een
vlucht is, waar is het weer goed, de windrichting ok en zijn er andere
deltisten? Teveel keuze, met m’n vlieg- en kampeerspullen bij me zodat ik alle
kanten op kan. Maar het is niet down under, het is juist extreem vertrouwd,
thuis. Rechts zie ik een luchtballon boven het dorp van een leuke jongen uit
een hogere klas. Ik kan me z’n gezicht nog voor de geest halen maar ik zou me
zijn naam niet meer herinneren. Links een fietspad waar ik talloze keren
overheen ben gegaan. Europa is zo volstrekt anders dan Australië maar mijn
gevoel is bijna hetzelfde. De parkeerplaatsen langs de snelweg zijn mudvol met
volgepakte moderne autootjes en glimmende caravans, en het is een stuk koeler
en groener hier. Ik mis nog steeds de geur van eucalyptus en zon maar ik hou
enorm van groen gras, liefst pasgemaaid, en dat hebben we hier dan weer.
Eeuwenoude boerderijen en hier en daar een villa of kasteel verschillen niet
eens zo enorm van de grote huizen die er door hun golfplatendak altijd wat
armoedig uitzien. Kraaien, die behendig op de vangrail hippen. Europese
roofvogels die koninklijk hun cirkels draaien. Glooiende velden. Bomvol
Bastogne, waar ik me door het braderieënd publiek worstel naar een ontzettend
aardige garagist die even m’n motor doormeet. Hij kan niks vinden dus het
geschud en gehaper als ik bergop rij zal hopelijk niet ernstiger worden.
Nog ruim vierhonderd kilometer te gaan, vier uur
herinneringen en fijne muziek. Ik denk aan Luis, en Adam, en anderen. Zo ontdek
ik hoe eenvoudig onsterfelijkheid eigenlijk werkt. Adam is in mijn gedachten,
hij is deel van mijn geest. Als bijvoorbeeld Krekel aan mij denkt, en als zijn
dochter aan hem denkt, en weer iemand aan haar dan krijgen zij allemaal een
stukje Adam, Adams geest. Ook al hebben ze hem nooit gekend en weten ze niet
dat hij ooit heeft bestaan. Simpel!
Inmiddels m’n bed in het gloednieuwe werptentje opgemaakt. Inderdaad,
in twee seconden is ie klaar maar ik vrees het moment dat ik het ding weer
terug in de zak moet zien te krijgen. Heb inmiddels ontdekt welke essentiële
zaken ik nu weer vergeten ben: pleepapier en m’n verloopstekker. Het ergste is
dat ie waarschijnlijk tevoorschijn komt als ik over een paar weken m’n auto
weer uitpak.
24 mei Passy
Het valt een beetje tegen maar ik heb in elk geval voor het
eerst sinds járen weer ns op Plaine Joux gevlogen, Dennis en Gillian weer
gezien, en best knap de minimale lift die er was nog weten te gebruiken om m’n
vluchtje een paar minuten te verlengen. M’n eerste landing ging niet slecht,
mede dankzij m’n onvolprezen droguechute, maar als ik beseft had hoe hoog het
gras was (borsthoogte) was ik in paniek geweest. M’n tweede landing gebruikte
ik ook m’n drogue maar ik zette ‘m netjes neer precies op het kleine stukje dat
gemaaid was. Die drogue heb ik trouwens ook van Dennis - net als m’n
thermalling skills en m’n naam, H.
Hij geeft tegenwoordig één-op-één instructie, alleen nog
maar parapenten. Duur, maar een klant krijgt super waar voor z’n geld. De enige
ander die het zo perfect voor elkaar heeft bij mijn weten is Rohan Holtkamp,
maar die zit in een uithoek van een uithoek. Dennis zit in het centrum van de
wereld met uitzicht op de Mont Blanc, en met nog tig andere dingen om te doen
als er niet gevlogen kan worden. Je zou er bijna van gaan parapenten. Maar ja,
zolang ik nog heel veel te leren heb met deltavliegen en zolang het gevoel van
een delta me nog waanzinnig gelukkig kan maken, blijf ik ieder vrij uurtje
daaraan besteden.
17 mei 2015
Maillen
Het eerste wat ik zag bewegen was een everzwijn aan het
spit, nog vóór elf uur ’s ochtends. België, toch echt buitenland. Terwijl ik
rustig opbouwde en de anderen begroette leek de lucht wat open te trekken.
Ondanks de matige voorspelling zag het er harstikke goed uit en ik brak zelfs –
voor het eerst in jaren – een weaklink doordat ik zo fors achter de tug
jojoode. Ik kon meteen indraaien en kwam al snel op wolkenbasis, 1400 meter,
helemaal niks mis mee. M’n plan was om naar Sept Meuses te vliegen maar er
stond behoorlijke tegenwind, dus sink, en ik had er weinig trek in om op één
van de schuine landjes te moeten landen. Ik zakte uit en mocht meteen weer
starten. Dit keer vond William een mooie bel zodat we samen konden termieken,
en het hielp ook dat ik m’n vg compleet losgooide zodat ik niet voortdurend in
het luchtledige hing achter de veel te langzame tug. Met enige moeite draaide
ik tot een meter of duizend, van daar stak ik richting Jochem die lekker tegen
de wolk aangeplakt luie rondjes draaide. Toen ik bij hem was stak hij zoals
afgesproken tegen de wind in naar het zuiden, met de turbo erop (van mij uit
gezien dan) dus ik besloot het eerst maar eens bij Bobo te gaan proberen, die
na lang schrapen eindelijk als een raket omhoogschroefde. Op de basis raakte ik
hem kwijt, en ik besloot het mezelf gewoon makkelijk te maken en eerst maar ns
een stukje downwind te vliegen. Dat viel nogal tegen, de lift was verbrokkeld
door de vrij harde wind en de bellen lagen ver uit elkaar, ondanks de mooie
wolkjes. Lang niet ieder wolkje werkte en al gauw zat ik laag. Ik begon op landingsterreinen
te focussen en daarmee wist ik dat het over was, ondanks de nogal ruige bel die
ik eindelijk op z’n 300 meter vond. Ik had me er in vast kunnen bijten maar ik
was al te zenuwachtig over m’n landing, dus daar maar op concentreren dan. Dat
ging prima, ook al stond ik in een of ander gewas maar het leek nogal stevig,
ik maakte niks kapot. Terwijl ik de spullen naar een goed afbouwplekje liep te
zeulen werd ik door een paar kinderen in snel Walloons ondervraagd. Ik geloof
dat ik redelijk begrijpelijke taal uitsloeg want ze leken tevreden.
Een jonge moeder bracht me heel aardig terug naar m’n auto,
en drie files later ben ik weer thuis.
15 mei 2015
Turbulente noordtermiek
Er was zon in de middag en laat beginnende termiek beloofd, maar toen ik al lang en breed klaar was hing er nog een dikke wolkendeken boven Twente. Dat was niet erg, ik moest nog een hoop carbon fibers plakken die loskomen uit m’n Code Zerodoek en net toen ik daar min of meer mee klaar was kwam Tom. Even later verdwenen de wolken en konden we de lucht in. M’n eerste start maakte ik een releasefoutje, de tweede lukte het niet om de beginnende termiek te centreren. Tegen de tijd dat ik een derde start maakte had ik al zulke vermoeide armen dat zelfs releasen moeite kostte. Ik draaide wel vrij makkelijk naar 900 meter, maar daar raakte ik het toch weer kwijt. Drie kwartier jojoode ik tussen de 400 en 800 meter, elke keer stak ik terug om niet buiten te landen, en toen het op enig moment wel erg ruig werd en in het hoge gras duidelijk de wervelingen van dusties te zien waren vond ik het welletjes. M’n armen zijn totaal op, maar ik heb mooi drie goeie landingen gemaakt, m’n doek bijgewerkt, gezellig in het zonnetje zitten kletsen en een uurtje gevlogen.
11 mei 2015
Knoalkup 2015
Wow ik heb spierpijn! Het slepen was flink werken, dat ben
ik niet echt gewend in het zachte noorden achter Rinus, maar gisteren was de
lucht ontzettend brokkelig en de wind woei alle kanten op. M’n eerste start
hing ik te rechtop en met m’n veel te dikke trui, waardoor ik totaal niet kon
bewegen in m’n harnas, lukte het niet om iets naar voren te duiken. Nog onder
de driehonderd meter brak de weaklink op het moment dat ik naar m’n release reikte
om los te koppelen. Toen ik een half uur later weer in de startrij stond hield
Rinus er een tijdje mee op omdat de lucht helemaal morsdood was. André hield
het met grote moeite vol om boven te blijven, maar alle wolken verdwenen en er
kwamen zelfs geen dusties meer langs. Een tijdje later zagen we Mario en Koen
schitterend synchroon heel langzaam omhoog draaien, en toen Rinus me in de
noordwesthoek afzwaaide lukte het me ook net om niet al te hard naar beneden te
storten. Op enig moment zag ik Aralde aan komen en hij leek doelbewust ergens
heen te vliegen dus ik toog erachteraan. Araldo vliegt met slimme instrumenten
en hij is heel handig in het gebruik van de informatie die hij daaruit haalt, dus
dat leek me een goeie gok. Was het ook, want hij vond iets en dat was voor mij
net genoeg om uiteindelijk een mooie kern te pakken te krijgen en naar duizend
meter te stijgen. Koen zat nog iets hoger dan ik en Gijs zocht onder ons, de
wolkjes kwamen dichterbij en er groeide een fijn cumultje precies in de
richting van het startkeerpunt boven Stadskanaal. Dit beloofde mooi te worden,
zeker omdat ik steeds geduldiger word en m’n termiek-zelfvertrouwen groeit. Ik
had nog wel meer hoogte willen pakken maar ik raakte de bel kwijt, en het lag
sowieso voor de hand om naar dat wolkje boven het dorp te steken. Dat bleek dan
toch weer verder weg dan ik had ingeschat, en ik verloor veel meer meters dan
gehoopt, dus toen het eindelijk een beetje begon te pruttelen zat ik weer onder
de vijfhonderd meter. Midden boven bebouwing, daar hou ik niet van. Hoog zat om
eventueel een landingsveld te bereiken, maar ik had niet veel tijd om
geconcentreerd te zoeken. Dat werd ‘m dus ook niet en ik vloog in een rechte
lijn door naar de plekken waar ik kon landen. Wind in de rug en erg hoog gras,
te laat om nog te proberen m’n droguechute te pakken dus ik knalde onelegant
tegen de grond. Jammer van een serie betere landingen maar de schade bleef
beperkt tot een wieltje dat ik voor de zoveelste keer moest rechtbuigen.
Ik was zwaar op apegapen tegen de tijd dat ik m’n spullen naar
de weg had gesjouwd en Djenghiz hoog boven me op koers zag vertrekken, dus ik
nam alle tijd om in het zonnetje in te pakken en m’n tijdschrift te lezen,
wachtend op Ruud die een rondje retrieve deed. Hij had Eppo al, en met z’n
drieën probeerden we André te vinden die zich een boogminuutje vergist had met
z’n coördinaten. Daarna Holger, die tegen het enige reliëf in dit ontzettend
vlakke land aan was geland waardoor ie meer kapot had dan alleen een uprightje.
Thuis nog wat jammermomentjes: Ropje had als enige de taak
gerond maar helaas het eerste keerpunt gemist, en ook Koen was rakelings buiten
de cirkel om gevlogen. Toch kon dat de pret niet drukken. De zon scheen, iedereen
was blij en ontspannen, de organisatie was voortreffelijk, de vette hap met
liefde gesausd, Rinus had weer talloze kadootjes en flessen wijn en
bemoedigende woorden voor iedereen en met het gezellig napraten verliep de thuisreis best vlot.
03 mei 2015
Dagje Stadskanaal
| enorme dustdevil in de verte |
![]() |
| vanuit de lucht kon ik niet verzinnen wat dit voor maf gebouw kon zijn |
Een superdag, ondanks m’n matige prestaties. Gezellig,
ontspannen, prachtige lucht. Ik stond al om tien uur op te bouwen, nog niemand
te zien maar de dolly’s en windzak stonden al klaar. We waren met zo’n twaalf
piloten, een pittige dag voor Rinus. Ik startte als eerste en Rinus zette me in
een fantastische bel af, maar het volgende half uur was het hard werken om
überhaupt boven te blijven. Er zijn verschillende manieren om bellen te vinden:
kijken, visualiseren, voelen. Ik ben vooral van het voelen, liefst met m’n ogen
bijna dicht. Ik voel m’n vleugel, m’n eigen spierreacties,
temperatuurverschillen in de lucht. Het geluid van de vario bevestigt m’n
intuïtie. Dat werkt redelijk als er overal termiek zit, maar ik mis veel
informatie uit de wolken. Ook al omdat m’n helm het zicht naar boven belemmert
en m’n nek teveel pijn doet om goed om me heen te kijken. Ik ben ook niet sterk
in visualiseren en m’n techniek houdt niet over, zodat ik grote moeite heb om
te centreren en efficiënt te banken. Maar ik bijt me wel vast, daardoor kom ik
toch vaak weer van een paar honderd meter terug naar wolkenbasis.
Toen ik voor de tweede keer startte waren er al een paar op
weg en de lucht was aanzienlijk open getrokken. Desondanks bleek het lastiger
om iets te vinden waar ik complete 360s in stijg kon draaien. Eén belletje
vanaf zo’n 300 meter ging zo moeilijk en langzaam dat ik in m’n concentratie
nauwelijks in de gaten had dat ik toch op 1500 kwam, plotseling zat ik in de
mist en moest ik nog aantrekken om niet in de wolk te verdwijnen.
In Ter Apel zag ik een raar gebouw, ik weet niet precies
waarom ik dacht dat het een gevangenis zou kunnen zijn. Het was het
uitzetcentrum. Wat een contrast met mijn leven!
Overal ontstonden dustdevils, en toen ik me iets ten zuiden
van Nieuwe Weerdinge voorbereidde om te landen kwam ik terecht in een heftig
belletje dat tegen de windrichting in bewoog. Ik won weer honderd meter maar
moest het even later toch opgeven. Voorbijgangers waren alleraardigst en van de
mevrouw bij wie ik de vleugel op de stoep legde kreeg ik een flesje water. Niet
nodig, in no time stond Eppo met een lekkere magnum voor m’n neus. We waren op
tijd terug op het veld om Koen, Jochem en Araldo te zien landen; Jochem had
Ropjes record verbroken met een driehoek van 150 km.
Met een deel van het gezelschap togen we naar de pizzeria,
en nog voor twaalf uur was ik weer thuis.
Abonneren op:
Posts (Atom)


