23 oktober 2012

Levensloopverlof



Best gek wel. Een half jaar vakantie, ik heb me nog niet echt aangepast. Om kwart over zes wakker, m’n standaard routine, ik had best om half acht op kantoor kunnen zitten. Vanochtend heb ik zeeën van tijd zonder allerlei acties die ondernomen moeten worden om goed en wel in Australië te kunnen vliegen dus eigenlijk voelt zo’n vrije dag als overbodige luxe.
Vroeger stapte ik moeiteloos op vrijdagmiddag uit kantoor de volgepakte auto in, en als we dan ’s nachts ergens in Noord-Frankrijk gingen slapen was ik m’n werk en Nederland en alles wat er mis is met de wereld volledig vergeten. Nu kost het weken voordat m’n kop helemaal op ‘vrij’ staat en ik moet me gewoon beheersen om niet even leuk mee te doen met m’n collega’s. Het is wel grappig, onbetaald verlof schijnt bedoeld te zijn om werknemers te verfrissen en positieve focus te laten krijgen, en jawel hoor het werkt nu al! Ik besef scherp wat ik ook alweer leuk vind in m’n werk. Ik geniet met volle teugen van de herfst. Ik realiseer me hoe heerlijk het is om een eigen huis en een vaste routine te hebben, waar ik zonder energie te verspillen aan plannen en zoeken gewoon kan doen wat mij past. Ik ben me extra bewust van de mensen waar ik van hou, lieve vrienden die ik graag zie en spreek.
Tegelijk ben ik een beetje zenuwachtig over de grote vakantie. Ga ik het leuk vinden? Ga ik geen botten breken of enge beesten tegenkomen? Ga ik me niet eenzaam voelen of vervelen of ongelukkig? Maar ach, ik heb soortgelijke avonturen al eerder ondernomen, en toen was het ook alleen maar leuk. Dus dat komt wel goed weet ik. Maar ik vind het best spannend allemaal.

11 oktober 2012

Pijn

Volgens m’n fysiotherapeut ben ik ‘lastig te kraken’ en dat klinkt wel goed vind ik. Ook al levert het voortdurend pijnlijke knopen in m’n spieren op, mij kraak je niet zomaar! Terwijl hij m’n hoofd bijna van m’n romp schroefde, me aan m’n armen kruisigde en met z’n volle gewicht een knietje in m’n rug gaf, gingen er beelden door me heen van middeleeuwse martelpraktijken. Toevallig las ik kort geleden een boek over de inquisitie, en een ander over de late middeleeuwen, waaruit ik al te goed begreep hoe niemand zulke gruwelen kon verdragen.
Nu het ene vriendinnetje met een gebroken rug in het ziekenhuis ligt, en het andere vriendinnetje door haar lief verlaten is, weet ik het weer: duizend keer liever gebroken botten dan een gebroken hart.

16 september 2012

Laatste Benecuptaak


Jammer, de lucht was heel erg moeilijk, zwakke en verbrokkelde termiek en meer wind dan voorspeld, dus ik stond na twintig minuten alweer aan de grond. Maar het was mooi weer, we kwamen toch de lucht in ondanks de harde crosswind, en het blijft een prachtig mooie omgeving. Bovendien had ik weer eens geluk bij het pech hebben. Ik zakte uit met de hangar goed zichtbaar twee kilometer verderop, maar het leek wel een lange zware wandeling te worden met m’n harnas op m’n rug en geen idee waar ik het beekje over zou kunnen steken. Geen telefoonservice zodat ik niemand kon vragen me even op te halen, dus ik ging maar liften. Nog voor ik aan de weg was stak ik m’n duim op, een enorm vriendelijke dame stopte meteen en bracht me tot aan m’n auto. Terug om de vleugel op te halen, lopen er twee jonge wandelaars langs net op het moment dat ik m’n vleugel op de auto wil leggen. Die hielpen en zo was ik in minder dan een half uur zonder enige moeite opgeladen terug op het veld. Nu wachten op de scores en dan weer vier uur naar huis rijden…

Djenghiz heeft er een prachtig filmpje van gemaakt: hier

15 september 2012

Büllingen



Het gaafste hier is het gazon. Het hele vliegveld is waanzinnig strak kort glad gemaaid, je wil eigenlijk niks anders doen dan opbouwen en weer inpakken, zo verrukkelijk. Dat is maar goed ook want erg denderend vliegen was het niet. Zwaar bewolkt, koud en stabiel, ik heb geen meter kunnen winnen en niemand is de startcirkel uitgevlogen. Het slepen was wel een feest, dragonfly en trike vlogen allebei lekker langzaam en Rinus en Erik zijn allebei ervaren deltisten en sleeppiloten. Erik was vijftien jaar geleden in Veltwezelt één van de piloten die mij het slepen bij probeerden te brengen. Daar heb ik trouwens Tom en Jan toen ook voor het eerst ontmoet, en we zitten hier nu weer gezellig na te kaarten over vleugels, vluchten en verhalen.
Weinig te vertellen dus, behalve de rozigheid na een biertje en met de verwarming aan (!) in het superdeluxe clubhuis, de verschillende tafels waar de Belgen en de Nederlanders aan zitten, Rinus die een kamertje voor me heeft georganiseerd, de modelvliegers met jettoestelletjes die met een noodgang over het veld scheren, de schitterende omgeving waar je doorheen rijdt om hier te komen, Verviers dat als een soort Shangrila achter een berg verstopt ligt, de dames echtgenotes die hier de afwas doen terwijl de clubleden aan de bar hangen, schattige hondjes. M’n tweede landing, ietsje beter dan de eerste (met de nadruk op ‘ietsje’ zei Ropje, en hij had wel gelijk maar het was toch leuk dat zHarrie me even later spontaan complimenteerde met diezelfde landing). Dat ik slepen nog altijd spannend vind en tegelijk er van geniet dat ik zeker weet dat ik het goed kan. Dat er natuurlijk altijd gebarbecued wordt maar gelukkig is er hier een uitgebreide keuken zodat ik m’n eigen potje kan koken.

14 september 2012

Jammer

He gets ik dacht dat ik een leuk ontspannen wiekendje gezellig vliegen met leuke mensen voor de boeg had, maar bij Eindhoven haalde ik ex en heks in. Of je met je blote voeten in een drol trapt.

09 september 2012

Buizerd



Het stinkt hier erg naar varkens, het stikt van de muggen en de lokale jeugd roert zich, niet ideaal allemaal. Maar ik sta hier aan een schitterend breed stuk van het kanaal, spiegelglad, de weerschijning van het laatste oranje-zwarte avondlicht, gekwaak en gegak van beesten en krekels op de achtergrond. Weinig autoverkeer, m’n auto op een plekje waar ik vrij onopgemerkt zal staan maar toch voldoende in het zicht om me veilig te voelen. Ik blijf – tegen beter weten in – overnachten vlakbij het veld van de Buizerd, want morgen is het net zo’n mooi weer als vandaag en als er voldoende aanmeldingen zijn kunnen we weer net zo leuk buiten spelen als vandaag. Blauwe lucht, vreselijk stabiel, nul wind dus het was allemaal niet makkelijk. Maar ook niet overdreven ingewikkeld om gewoon starts en landingen te maken, en uitdagend om te proberen zo lang mogelijk van de grond af te blijven. Als ik terug naar Den Haag was gereden had ik alles uit moeten laden, morgen weer alles inladen, twee keer honderd kilometer rijden en aanzienlijk minder uren buiten. Maar dan wel zonder varkensstank.

Nadat ik éénmaal besloten had het gezoem van de muggen ‘gezellig’ te vinden en met Laura’s lappie over m’n hoofd, heb ik helemaal goed geslapen. Tot ik om acht uur wakker werd van de ongehoorde stank van varkens, verschrikkelijk, ik ga nooit meer in Brabant overnachten. Helemaal niet als er uiteindelijk niet gelierd wordt omdat er te weinig belangstelling is. Onbegrijpelijk. Natuurlijk is het niet termisch maar de meeste Buizerdleden vliegen sowieso nooit weg dus wat moeten zij met termiek? Ik had nog wel graag een paar landingen geoefend, en de hele dag buiten gespeeld. Nou ja, dan maar peddelen, auto wassen, onkruid wieden, stoepje vegen. Ieder excuus om van de zon te genieten.

01 september 2012

Nooit bij paarden landen

Na de toch wel vermoeiende thuisreis donderdagnacht, een dagje bikkelen op kantoor en het verwerken van de gigantische teleurstelling van Corryong (ik kon me pas 34 minuten na opening van de registration inschrijven omdat ik m’n hgfa-nummer niet bij de hand had, en toen was het te laat. Er waren al zeventig inschrijvingen plus tientallen op de wachtlijst) twijfelde ik eigenlijk of ik wel zou gaan vliegen vandaag. Maar ik moest toch naar het zuiden op zondag voor een familieding, en het weer zag er eigenlijk behoorlijk goed uit, en anders was ik toch nog in het Zillertal aan het vliegen geweest, dus waarom niet. Om half één stond ik – zoals gewoonlijk als eerste – startklaar, mooie cumultjes, gemaaid gras, heel lichte draaierige wind. Helaas, bij het overschakelen brak het breukstukje. Ik landde nogal ver van de start dus dat was een hoop gesjouw en gezweet, maar gelukkig mocht ik direct aansluiten voor een volgende start. Die eindigde boven de lier met een gebroken breukstukje, en een paar anderen hadden ook al dezelfde ellende. Verdorie, nou was ik toch wel bijna op apegapen, ik hoopte dat de derde poging het dan wel zou worden. Inderdaad ging dat goed, en ik draaide niet al te moeilijk naar 1400 meter. Wel gruwelijk koud, ik was nog helemaal nat van het zweet en de temperatuur op die hoogte was waarschijnlijk zo’n drie graden, m’n vingers in de dunne zomerhandschoentjes bevroren.
Omdat er vrijwel geen wind was en overal mooie wolkjes stonden, besloot ik een driehoek Breda – Den Bosch – Tilburg te proberen. Helaas was het na drie bellen ineens helemaal op. De wolken verdwenen, in plaats van lift was er alleen nog maar sink, en in no time moest ik op een veel te klein veldje met droguechute en hoop van zegen landen. Net geen overshoot en het hart in de keel, en om me heen bleken overal paarden die als dollen rondrenden. De eigenaar kwam, niet onvriendelijk maar natuurlijk wel erg geschrokken, vertellen dat een paard door het hek was gerend en een been had bezeerd. Morgen zal ik wel horen hoe het er mee is. In ieder geval nooit meer landen in Lier!
Wat weer fantastisch was, was de ophaal door Gerard. Precies op het moment dat ik met alles klaar was en een plekje zocht om te gaan zitten wachten kwam ie aanrijden, en later reed hij ook nog naar Doetinchem om zHarry op te halen, zodat ik vroeg naar m’n moeder kon.

Maandag
Het is meegevallen, het paard heeft alleen een schrammetje.

31 augustus 2012

Rijden in de regen

Na een middag avond nacht goed doorrijden, met steeds vaker kleine dutjes om de kans te vergroten dat ik ook heelhuids thuis zou komen, ben ik een dag eerder dan gepland aan het werk. Altijd lekker, een extra dag om mails door te nemen en van collega’s te horen hoe belangrijke bijeenkomsten verlopen zijn. Ik ben ook niet vreselijk teleurgesteld over het matige weer of het gebrek aan serieuze vluchten, vooral m’n laatste vlucht gisterochtend was de reis best waard. Ik reed met Bruce en de school al om acht uur mee naar de Zillertalerhöhestrasse. We bouwden op op de zuidstart, een redelijke grashelling maar met een ernstig gat onderaan waar de weg loopt, en er stond maar een zuchtje wind. De parapenters en enkeldoekers startten uitstekend, Manfred adviseerde mij om te wachten op mogelijk iets termischer omstandigheden. Dat wachten is een kunst op zich, zeker nu ik niks te lezen mee had genomen en nog niet slaperig genoeg was om echt weg te dommelen. Ik volgde Bruce die een rustige glijvlucht van ruim twintig minuten maakte, at een apfelstrudl, fabriekte een zinloos tweede windstreamertje en mediteerde wat over het leven, het universum en de rest. Om half elf hield ik het niet meer uit en startte, helemaal alleen. Stoer en spannend tegelijk, ik heb het nog niet zo vaak gedaan en zeker niet op een plek waar het best mis kan gaan. M’n benen zijn helemaal verstijfd van de spierpijn dus knoerdhard rennen is er sowieso niet bij, en onlangs werd ik weer eens betrapt op te gestrekte armen vroeg in m’n start. Afijn, het ging goed en ik zigzagde wat over de helling om te zien of ik het busje naar boven zag komen. Er zat een pietsie beweging in de lucht maar niks om in te draaien, dus ik genoot maar gewoon van het wiegen in m’n harnas en het fraaie uitzicht op Ahorn en Penken.
Onder me draaide een ambulancehelikopter in, hij vloog precies door mijn circuit toen ik in moest draaien en ik voelde z’n turbulentie. Misschien dat ik daardoor extra m’n best deed om goed snelheid te houden, in ieder geval maakte ik een uitstekende landing, heerlijk.
De mannen wilden naar Italië tijdens de regendagen, dus ik nam afscheid en vertrok naar het noorden. Neumagen bleek bij nader inzien ook nat, dus het werd rechtstreeks naar huis rijden. Dankzij Wouters cruisecontrol net te doen, duizend kilometer en tien kleine files in twaalf uur.

29 augustus 2012




Afgedraaid, pijn overal en twee keer uitgezakt. Maar de jongens hadden een superdag, dat is dan toch wel weer goed. Ik had eigenlijk überhaupt niet mee de berg op moeten gaan en beter nog een uurtje proberen te slapen, maar tja dat is achteraf slim bedacht natuurlijk. Ik startte veel te vroeg, nergens voor nodig maar dat overkomt me altijd, als ik éénmaal klaar ben met opbouwen en aankleden dan ga ik. En ik kan me nooit bedwingen om meteen bij aankomst te beginnen m’n vleugel op te bouwen. M’n landing was niet overdreven slecht maar het kostte me toch een upright en een pijnlijke elleboog, en de rest van de dag was het lastig om van m’n sjagrijn af te komen. Altijd leuke parapenters die heel origineel komen melden dat ik beter zou parapenten, mede-deltisten die komen toelichten hoe ik wel zou moeten landen, dat soort gezeik.
Gelukkig had ik m’n spullen bij me en het wisselen van de upright (de rechter, natuurlijk) was niet overdreven lastig, waarna ik kon ontspannen met m’n boek en uitzicht op de berg waar Bruce en Kees een geweldige termiekvlucht maakten. Leuk om te zien, ik weet vrijwel zeker dat ik hun gedachten kon lezen terwijl ze prachtig rustig een paar honderd meter boven start draaiden.
Het werd wel erg laat doordat ze een paar keer op en neer naar Perler gingen, zodat Ido, Andy en ik pas tegen half drie op de Zillertalerhöhestrasse startten, te laat om nog termiek te vinden. Ik deed wel een redelijke landing, nou ja een enorme final en ik moest fors bijlopen, maar niet te slecht. Het blijft tobben, en ik blijf me afvragen waar ik precies fout ga. Ergens tussen m’n ‘point of arrival’ en het moment dat ik zou moeten flaren verlies ik al m’n snelheid, en dat is ook wel de fase dat ik toch echt te bang ben zo vlak boven het lange gras.
Misschien is het morgen nog vliegbaar. Maar als ik nog een nacht niet slaap moet ik toch naar huis, hier word ik niet vrolijk van. Aan de andere kant is het gezellig, ik zie Kees en Bruce zelden en thuis heb ik weinig dringends. We zullen zien.

28 augustus 2012

roestige ouwe mannen


Ik voelde me een pietse torn between two lovers, wilde erg graag een mooie vlucht maken maar het was ook wel bijzonder geinig om mee te maken hoe Kees en Bruce hun eerste vluchtjes sinds lang maakten. ’s Ochtends buikschuivers maken in het natte gras, en dan omhoog naar de parapentestart voor het echie. Ze zaten zo luidkeels te klappertanden en nerveus te spelen dat Manfred, de instructeur, geen idee had hoe hij ze in moest schatten. Ervaring, idioten? Ik vond het ook wel erg spannend, ik ben sowieso al slecht in staat om andermans kunnen in te schatten, laat staan van twee vrienden die wel scherm, gemotoriseerd en zweef gevlogen hebben in de tussentijd maar al twaalf jaar geen delta van dichtbij hebben gezien en toentertijd ook niet zo heel erg ver kwamen. Bruce, die alles bijna vanzelf kan, startte als eerste en deed het helemaal niet slecht. Kees maakte een hoop misbaar maar startte nog beter, en ze landden allebei uitstekend terwijl ik met m’n gebruikelijke buikschuiver binnenkwam.
Interessant om te proberen de psychologie te doorgronden. Wat er gewisseld werd tussen Kees en Manfred maakte me al alert op zijn zenuwen over de wind, en ja hoor hij was vanalles kwijt en vergeten. Haast, zenuwen. De zekerste manier om fouten te maken. Ondertussen was m’n eigen start één van m’n slechtste geloof ik, bijzonder genant.
Zonder lunch en in de volle zon kwamen de Oostenrijkse hoeveelheden bier stevig aan, dus ik ga nu maar over op sap of water ofzo en dan morgen nog maar es proberen of hier ook wel eens iets omhoog gaat.

Zillertalerhöhestrasse




Al vroeg kwam ik op het landingsterrein, waar ik direct een Nederlander op z’n eentje ontmoette die een auto en chauffeur had voor een glijvluchtje vanaf de parapentestart laag op de Höhestrasse. Dat was mooi, ik sprong meteen bij ‘m in de auto, we bouwden gezellig samen op en terwijl hij niet op of om keek liep ik om elf uur van de berg af. Geen hangcheck en ook geen gezeur over neus omlaag, wel even anders dan wat ik gewend ben. Perfecte landing uitgevoerd, in de Stube naast het landingsterrein gelunchd, en toen weer met diezelfde jongen naar de Zillertalerhöhestrasse, een dik half uur naar boven rijden langs files van bejaarde toeristen in dikke pooierbakken, koeien die weigeren opzij te gaan en de streekbus.
Ik startte laat, vond een mooi belletje maar kon het boven 2050 (starthoogte 2030) niet meer vinden, vloog over de Penkenkabelbaan, Mayrhofen, langs de oostkant en zakte dan toch in een half uurtje uit. Terwijl ik stond in te pakken arriveerde Kees, moe van het verdwalen dus die ging ons niet nog een keertje omhoog rijden. Was eigenlijk ook niet erg want we zien elkaar eens in de zoveel jaar.
Auto opgehaald, Bruce opgehaald, tot diep in de nacht aan de schnapps moppen getapt, nu vroeg naar de oefenhelling om te bezien of de jongens nog weten hoe een zeilvlieger werkt.

26 augustus 2012

Mayrhofen




Terwijl ik drie gigantische spinazie-kaas-kauwgumballen drijvend in een badje van gesmolten boter wegspoel met een biertje, onder de buitenverwarming met vrolijke Oostenrijkse harmonicamuziek in m’n oren, overweeg ik m’n situatie. Vrouwen in debiele Heidi-jurkjes lopen af en aan met enorme pullen bier. De lucht is grijs en de kapsels van alle mensen ook. Ik ken hier niemand, weet niet waar de weg naar boven is en waar het landingsterrein voor delta’s (vroeger vlogen die hier nog wel eens, zegt de uitbater van Hause Panorama waar ik nog een nacht onze driepersoonskamer voor mij alleen heb). Geen idee of ik geacht word me eerst ergens te melden, misschien met een navette naar boven te rijden, of dat ik gewoon kan gaan. En sta ik dan op een startplek waar nog anderen zijn? We zullen zien. Voorlopig ben ik best moe, weinig geslapen en 850 km in de plensregen gereden, ik ga lekker om negen uur naar bed.

20 augustus 2012

Terug in Porta Westfalica

Het is een stukje rijden, maar dan heb je ook wat. Bij Deventer belde Rob me op om te vertellen dat er op Bruinehaar niet gelierd werd, dus ik reed meteen door naar Porta Westfalica. Daar werd ik weer allerhartelijkst ontvangen: mensen die me spontaan naar boven rijden, wildvreemden die m’n vleugel dragen, slapen en douchen in het clubhuis, helemaal goed. Het allerliefst was nog wel Norbert, de startofficier van dienst (Duitsers: hebben ze een perfect vlonder zodat je makkelijk elkaar kan helpen, of zelfs een willekeurige voorbijganger kan inschakelen, willen ze nog dat iemand een vrije dag opoffert om in de bloedhitte te controleren of piloten wel met gecertificeerde vleugels vliegen. En om het slot van het vlonder af te halen, er zou eens iemand vanaf kunnen vallen). Norbert reed me ’s ochtends naar boven. Ruud was mee, heel gezellig maar hij rijdt geen auto dus ik was toch afhankelijk van andere piloten. Norbert sjouwde m’n vleugel, Norbert wuifde m’n startgeld weg, en op het eind van de dag nam Norbert m’n pakzak mee naar beneden. Ik kwam ‘m tegen toen ik Kai omhoog reed om zijn auto op te halen. Hij stopte, ik reed door en ging ervan uit dat hij wel zou begrijpen dat ik iemand naar boven bracht, en dan beneden m’n spullen bij elkaar zou scharrelen. Maar toen ik boven keerde, stond Norbert ineens voor m’n neus. De lieve schat dacht dat ik misschien een derde keer wilde starten en daarom kwam ie terug, om me te assisteren.
Vier vluchtjes in twee dagen, een perfecte en drie redelijke landingen, bij elkaar bijna vier uur gevlogen tot uiteindelijk maximaal 820 meter. Het was niet heel erg makkelijk, de termiek was licht en laag, maar het was makkelijk genoeg om ontspannen rond te cruisen. Net leuk, beetje werken, beetje rondkijken, beetje opletten voor andere delta’s en zwevers, genieten van het vliegen. M’n laatste start was slordig want gehaast. Iemand wilde me helpen, sommige mensen denken dat ‘helpen’ betekent ‘instrueren’ en ik raakte licht geïrriteerd door zijn bazige aanwijzingen. Stom natuurlijk om dan niet even diep adem te halen en me te concentreren op een mooie start, maar ach ik kwam ermee weg en vloog vervolgens de lokale cracks eruit (niet allemaal, eentje bereikte duizend meter en maakte wat uitstapjes over het vlakland achter de Weser).
Aan de grens helemaal in vakantiestemming gegeten, de files vanuit Scheveningen uitgelachen, met z’n tweeën de auto uitpakken en als klap op de vuurpijl duwde Peter buurman ons ieder twee koude biertjes in handen. Wat heb ik goed!

12 augustus 2012

Hard niks doen


foto's Ger

Dit zijn toch de zwaarste dagen: gewoon op tijd opbouwen, de hele dag twijfelen, en uiteindelijk niet vliegen. Het was mooi weer, de sfeer was prima, de lucht zag er waanzinnig goed uit, maar er stond een vrij stevige zuid-oostenwind die over de hangars heenrolde en daar had ik toch geen trek in. Bovendien zag ik Ropje, zHarrie en Kurt vreselijk hard werken toen zij wel startten. Maar Martin en Jochen gingen dan wel weer vrij normaal omhoog, en af en toe draaide de wind wat meer recht op de baan, dus het leek me toch verstandig nog even door te wachten.
Gelukkig mocht ik een vluchtje met Rinus mee, ontzettend genieten, wat is vliegen toch fantastisch! We zagen de wind door de mais jagen en dat maakte me nog wat huiveriger om een start te doen. Maar als ik dan drie uur lang zit te vechten tegen de slaap bij het naar huis rijden, met een rammelende maag omdat ik nog niet gegeten heb omdat ik niet te laat in Den Haag wil aankomen (en hulp moet zoeken om m’n vleugel naar binnen te tillen over dikke auto’s heen die pal voor m’n deur staan) dan ben ik toch wel erg teleurgesteld. Weer te weinig lucht…

in 't Groen





Benecup taak 1






Een egel die rond m’n tent scharrelde maakte een hoop herrie, gekrabbel en gesmak, het klonk wel schattig maar wel luiddruchtig. Vervolgens deed een kraai kond van z’n aanwezigheid, en meteen daarna begon de buurman te kuchen. Echt stil is het niet hier in het hoge noorden maar het voelt toch als een complete vakantie. Buitenlucht, zon, ontspannen en gezellig en een soort Bokrijklandschap en dik tevreden over m’n vluchten. De eerste zakte ik meteen uit maar ik maakte wel een aardige landing, op m’n benen precies op de goeie plek. De tweede zakte ik weer meteen uit, geen schande overigens want ook de cracks (Ropje, zHarrie, Martin, Jochen) kwamen weer naar beneden. Wel whackte ik hard de grond in, neus op m’n helm en m’n dikke knie nog dikker dan ie al was – mooie benen heb ik al lang niet meer. Ik kon wel janken en plengde inderdaad een traantje, ongelooflijk waarom blijft het toch zo onmogelijk om gewoon goed te landen? Het ergste was nog dat ik tot een seconde voor de whack werkelijk meende dat ik een goeie landing aan het maken was. Mogelijk heb ik me teveel geconcentreerd op het aanvliegen. Volgens Rob had ik m’n armen weer bijna gestrekt voor me uit, er was geen wind dus de grondsnelheid was indrukwekkend, domdomdom. Gelukkig was m’n derde landing, traditioneel ergens in Nieuw-Buinen (slechts twee belletjes van het vliegveld) echt perfect, afgezien van de plaats dan want ik moest kilometers teruglopen naar de weg.
Tijdens het inpakken kwam er een enorm blij hondje steeds z’n piepballetje brengen, heel erg schattig. Nico moest er niks van hebben, hij houdt niet van honden en al helemáál niet honden met balletjes. Hilarisch om te zien hoe de hond zich steeds aanhankelijker tegen Nico aanvlijde.
Met Nicolette ging ik Paul ophalen in Wezup, bij Emmen, gezellig met z’n tweeën maar wel inefficiënt, daar heb ik toch een hekel aan. Er stonden er nog een hoop in die buurt en we reden met drie of vier busjes allemaal op en neer om piloten op te halen, zonde. Nou ja, als we niet waren gaan rijden had ik waarschijnlijk de rest van de middag op het terras biertjes zitten drinken, ook geen zinnig tijdverdrijf. ’s Avonds met z’n allen naar de nieuwe pizzeria, en nu maar hopen dat het verstandig was om vroeg naar bed te gaan en het hippiefestivalletje bij de buren van Nico & Nicolette over te slaan.

10 augustus 2012

Zon in Stadskanaal

Ik zit in Connies en Rinus’ nieuwe caravan in weekendmodus te komen. Het is altijd zo erg rennen vliegen springen, vanmorgen om vijf uur m’n bed uit om alle zooi klaar te zetten, voor zevenen op kantoor zodat ik op tijd weg kon, thuis omkleden auto volgooien hapje eten laatste file check drie keer terug het huis in voor vergeten handoeken telefoonladers vliegschoenen, gauw voor de files uit rijden, bij Utrecht bedenken dat de wasmachine nog aan staat, in Borger terug om eindelijk dat kratje bier voor Dees eens mee te nemen, over het hek klimmen tentje opzetten bedje opmaken, waypoints uploaden tussendoor nog even met Scott skypen….hijghijghijg….De zon begint onder te gaan en ik ga lekker vroeg naar bed. Morgen eindelijk de langgehoopte Be(lgisch)Ne(derlandse)cup.

05 augustus 2012

Eén trekje



Typisch Hollandse zomerwiekendje. Het leek me gisteren geen goed vliegweer dus ik peddelde wat, te vroeg om het varend corso nog mee te krijgen. Vandaag naar de Buizerd, volgens de rasp zou het niks worden maar dan zou ik prima een paar landingen kunnen doen. Het liep anders doordat er nogal geteut werd, de wind voortdurend van opzij of zelfs uit de rug kwam, ik de eerste tig trappen in sink bezig was zodat ik na eindeloos heen en weer vliegen nog steeds op 200 meter boven de lier aankwam, en het slechte weer toch sneller aankwam dan we hadden gehoopt. Gelukkig heb ik nog tien minuten kunnen termieken, ’t is niet veel maar beter dan Bas, die helemaal niet startte, en zHarrie die alleen nog maar morsdooie lucht had (toch niet: later bleek hij toch nog zestig km gevlogen te hebben).
Inmiddels begin ik een aardige verzameling valkuiltjes te kennen, misschien moet ik ze eens systematisch opschrijven. De ouwe: te laag hangen en dan met je release over de bar zodat ik mezelf vasttrok na het overschakelen. Het velcro van het schuiflijntje dat aan m’n rits-open-touw vastknoopte zodat ik gevangen zat aan de kabel. M’n radiosnoeren die op de een of andere manier in de war raken met het schuiflijntje zodat de hele boel kapotgetrokken wordt bij het releasen. Mondstukje van m’n waterzak onder de releasehandle zodat ie niet open wil. Op de Chabre: quickpin niet helemaal in het hoekstuk wegens korreltje rotzooi in het gat, pas ontdekt bij de preflight check en m’n bottombar zat wel degelijk los. Al meerdere malen, vandaag weer: denken dat je je armen door de schouderbanden van je harnas steekt, maar nee, ik heb alleen het neopreen van de buitenkant over m’n schouder lopen. Radiozakje dichtritsen en daarmee het volume van de radio op nul draaien. Rits-open touwtje dat vastgeplakt zit op het velcro aan de binnenkant, zodat ik m’n rits niet dicht kan trekken. En de laatste: camera in m’n borstzakje is er tijdens de vlucht niet meer uit te halen.
Zo blijven we leren.

29 juli 2012

Einde vakantie

We hadden bedacht om vandaag nog te vliegen, of rustig aan naar huis te rijden als het slecht weer zou zijn. Dat werkte niet: we waren al compleet ingepakt toen de lucht er toch verdacht mooi uitzag. Tanno heeft geweldig gevlogen afgelopen twee weken, en ik ben ook best voldaan en ik wil zuinig doen met m’n vakantiedagen, dus we bedachten ons niet meer en reden weg. Tot Grenoble naar de wolken kijkend, onder het verzinnen van rampscenario’s als de hele dag op de berg zitten met westenwind, dusties, turbulentie en landen in een klaverveld. Daarna legden we er ons maar bij neer dat het nou eenmaal fijner rijdt als de zon schijnt en dat we het de achterblijvers van harte gunnen, en hoe prettig het is om de auto uit te pakken zonder bakken regen.