We zijn nu al drie dagen aan het feesten en het blijft leuk.
Diner en band op vrijdagavond, disco gisteravond en vanmorgen een uitgebreide brunch
met de rest van de middag champagne lurken in de zon. Ik weet weer hoe graag ik
dans, you’re such a groovy dancer zegt Lupe de danser en Billy de componist belooft
lekker greasy te draaien en we worden allemaal fijn sentimenteel en moe en
warm. Ik merk nauwelijks dat allerlei mensen de hele dag opruimen en afwassen,
we zitten met z’n tienen bij het vuur en gaan zonsondergang kijken op het
strandje waar de zeehonden patrouilleren en de gigantische parelmoeren
abalonischelpen voor het oprapen liggen. We bespreken hoe fijn het is om
vijftig te zijn in plaats van twintig en hoe goed het leven voor ons heeft
uitgepakt. Na een wandeling naar een schitterend leegstaand huis even verderop
moet ik m’n voeten wassen want Doug denkt dat ik in de poison oak heb gelopen
maar misschien valt het mee. Iedereen is nu naar bed, ik zou ook moeten maar ik
ben inmiddels in zombiemodus, zo kan ik nog dagen door. Nog één dag en dan moet
ik zien dat ik in San Fransisco kom.
09 mei 2016
06 mei 2016
Lummelen
Lon en Ron geven aanwijzingen aan de tentbouwers, Douglas
probeert de muziekinstallatie binnenshuis aan te leggen, Mariet en Jenny wassen
af en Denise vouwt slingers van crêpepapier. Ilane en ik hangen lezend rond,
Judith & Safi en Esther & Freddy zijn een lange wandeling aan het doen.
Het wordt een gigantisch feest zo te zien, drie dagen met bands en diners en
sketches en speeches. Goed om er bij te zijn, gelukkig wordt van mij niet
verwacht dat ik me met de voorbereidingen bemoei. Ik ben nog wat rillerig van
de jetlag en het is trouwens sowieso koud, best erg want ik heb alleen
feestkleding bij me voor zomerse omstandigheden.
Gisteravond wandelde ik langs de kliffen en zag ik voor het
eerst in m’n leven heuse zeehonden die op een rots lagen te luieren. Later toen
we naar het strandje liepen om de zon onder te zien gaan kwamen ze met
nieuwsgierige koppies naar ons kijken, zo schattig. Naast het tuinhuis waar wij
logeren kwetteren prachtige kolibrietjes. En de arenden blijken gieren te zijn
maar daarom niet minder fraai. Met Denise en Ilane ben ik naar de botanische
tuin geweest, bijzonder mooi onderhouden door tientallen vrijwilligers en
afwisselend ingericht met naaldbomen, rhodondendrons en alle mogelijke soorten
hei.
04 mei 2016
Californië
De Rayse hei, maar dan anders. Kleiner, beter, hipper.
Meteen toen we de oprijlaan opdraaiden moest ik aan ons familievakantie-oord
denken, vanwege de dennegeur en het blije gevoel dat je krijgt als je in het
licht van de koplampen een pad en bloemen en de contouren van het huis ziet. De
indeling van het huis is ook nog eens exact hetzelfde en er is een guesthouse
op dezelfde plek als waar we vroeger het theehuis hadden. Maar terwijl onze
familie de boel liet vervallen en we nog met gaskousjes in de weer moesten om
licht te maken, hebben Lon en Douglas hun property nou juist enorm opgeknapt en
met smaak en zorg ingericht. Het is een oord dat nooit af zal zijn maar ze
hebben er wel voor gezorgd dat het comfortabel is en aangenaam oogt. Ik ben er
helemaal weg van. Drie uur rijden vanaf San Francisco, op een enorme hoge
steile klif met uitzicht over de Stille Oceaan, vlakbij een schattig dorpje van
bijna Scandinavisch aandoende huizen en met net genoeg winkeltjes en toeristen
om er goed leven in te hebben, in een koel en mistig zeeklimaat waar het nooit vriest
en nooit heet wordt. Bij m’n wandeling over de grond vanmorgen zag ik een
zeearend overzweven, en terwijl we slingers zaten te vouwen kwetterden de
kolibries tussen de bloemen. Lon heeft net een hek laten plaatsen om de reeën
uit de tuin te houden en er groeien eucalyptusbomen, irissen en rozen.
10 april 2016
Autoleed en parkeerproblemen
leeuwerikgefluit bij denken |
Na een mislukt wiekend, en eentje waar ik gewoon laat kwam
met het zweet in m’n reet, en twee retourtjes garage, is het dan nu toch
gelukt: helemaal op en neer naar Maillen zonder rode knipperlichten en
alarmpiepjes en uren wachten op de anwb. Mijn gloednieuwe auto is eindelijk
echt nieuw dus nou zoef ik lekker arrogant neerkijkend op kleine polootjes in m’n
dikke bak alles en iedereen voorbij. Wel jammer om thuis een auto pesterig pal
voor m’n deur aan te treffen zodat ik de bocht niet kan nemen om m’n vleugel in
de gang te leggen. Buuv is boos dat ik mijn auto precies voor m’n raam parkeer
want daardoor moet zij onder een boom met vogelschijt, en nou zal ze me hebben
ook. Flauw maar gelukkig heb ik nog leuke buren die gewoon even helpen de
vleugel over het irritante autootje te tillen.
Dat was ook nodig omdat ik wel erg moe ben, en m’n zere schouder
toch wel opspeelt, na drie startjes. De lucht bewoog maar het lukte me totaal
niet om te centreren. M’n helm maakte een hoop herrie en m’n linkerarm blijft
een probleem en bovendien was ik erg gefixeerd op m’n landing. Waar ik opnieuw
drie keer achter elkaar niet trots op
kan zijn, damn! Vorige week zei Tom terecht dat ik slechter land dan zijn
leerlingen, en vandaag merkte Jochem op dat het echt heel makkelijk is en dat
is natuurlijk ook zo alleen kan ik mijn hersenen en mijn spieren er niet toe
bewegen om gewoon te doen wat ze moeten doen. Aantrekken, uitronden, flare. Ik
weet dat ik het kan want ik heb het wel eens goed gedaan. En de omstandigheden
konden niet beter dan vandaag. Maar ik dwarrel nog steeds als een
achtergebleven herfstblaadje naar de grond, veel te hoog en ook niet in staat
om netjes aan de linkerkant te blijven. Ik baal enorm want ik had me zo
voorgenomen om er vandaag een goeie dag van te maken, i.e. mooi te landen.
03 april 2016
Voorjaar
Een kinderhand is gauw gevuld: ook al ben ik maar tien
minuten in de lucht en eindigde ik met een bijzonder matige landing, ik word er
gewoon heel erg gelukkig van. Van het buiten zijn en met m’n vleugel in de
weer, van vrienden en bekenden weer eens na maanden zien en een nieuwe
vliegende vrouw te ontmoeten, van het natte gras en de modder en een boterham
naar binnen proppen en dat er ook in Maillen een mooie quad is met een
aanhanger om je harnas op te gooien. Ik geniet van de frisse lucht en de vertrouwde
handelingen, van het mylar in m’n handen en de spieren die zich spannen om de
dragonfly te volgen.
Vorige week toog ik voor het eerst met mijn nieuwe auto op
weg en dat eindigde met de staart tussen de benen. Het ene moment voel ik me
als een dikke directeur in een dure glansauto, het volgende moment flikkeren er
allemaal rooie lampjes en piepen er snerpende alarmtonen. De wegenwachter die
na vijf kwartier kwam stuurde me terug naar huis met een recept voor de garage.
Dit wiekend was herkansing, maar vlak voor Breda hetzelfde verhaal. In overleg
met de wegenwachters besloot ik wel door te rijden maar ik zat wel met
samengeknepen billetjes te loeren naar vluchtstroken, die er uiteraard net niet
zijn als je ze nodig hebt. Gelukkig hield het tot Maillen en daarna terug tot
tante, die ik alweer veel te lang niet had gezien. Het werd een gezellige avond
en ontbijt, vooral toen de wegenwachter van gisteren me belde om te vertellen
wat hij inmiddels had opgezocht en bedacht over mijn bokkige motor. Daarna
maakte ik nog even een ommetje langs m’n moeder. Terwijl ik me er net over zat
te verbazen dat ik er best tegen kon om niet te vliegen op de prachtige
lentedag piepte de auto voor de derde keer alarm. Dat wordt opnieuw op-en-neer
zeulen naar de garage.
Abonneren op:
Posts (Atom)