03 december 2015

Minivluchtje


het memorial voetpad van Scenic tot de ocean pool


het nieuwe voetpad over de plek waar we landen (en waar makelaars adverteren met fotoos van vleugels)

niks mag, alles is gevaarlijk en je bent een half uur aan het lezen

Gisteravond chutes pakken in de Airbornefabriek, een paar ouwe bekenden knuffelen en misschien wel m’n Covert aan Rory verkocht. Dat zou ideaal zijn want hij maalt niet om het gewicht en ik word er doodziek van. 14 kilo, zonder pakzak en met chute. Bovendien kom ik er nooit makkelijk rechtop in.
Tony doet normaal gesproken alle chutes, tegen een kleine vergoeding, maar ik pak m’n Metamorfosi het liefst zelf. Ik miste Bart wel toen het pakketje in de Pfeiffercontainer moest, maar andersom heb ik er steeds meer vertrouwen in dat ie toch wel opent als het nodig is zolang ik maar geen heel gekke dingen doe. Aan de kust vlieg ik sowieso zonder chute, met een te klein fietshelmpje, zonder wielen en vaak zonder schoenen en vanmorgen ook nog eens zonder reserve hangloop. Op die manier wek ik waarschijnlijk de indruk dat ik totaal geen angst ken, maar ik ben juist te voorzichtig. Om zes uur reed ik naar Strzelecki in de hoop op een dawny, maar het woei me te hard en er was helemaal niemand. Terug naar Dixon Park, waar Paul opgebouwd stond en Conrad z’n parapent opzette, te cross. Met de hulp van J.o.d. bouwde ik op Strzelecki op maar net toen ik klaar was zakte de wind helemaal in en bovendien draaide het te ver naar oost. Toen ik een uur later weer keek (ik had de vleugel aan het hek gebonden, heerlijk zo makkelijk als het hier allemaal gaat) stond de wind er recht op maar met slechts 7 knopen. Terwijl ik probeerde een optimistische weersvoorspelling uit m’n smartphone te tikken kwamen er allemaal ambulanciers aan. Toen ik vroeg of dat preventief voor mij bedoeld was en of ze maar vast de morfine klaar wilden zetten vroeg ene Jason of ik nog wist wie hij was. Gek genoeg wist ik nog dat Conrad ons in zee geintroduceerd had, grappig hoe je geheugen werkt. Tony arriveerde en vond het net sterk genoeg, maar ik bleef aarzelen. Ik bleef een tijdje naar een groep dolfijnen kijken en toen ook Cedric en Paul aankwamen waagde ik het er op. Zonder hun hulp kon het sowieso niet, m’n arm wil niet meewerken met lastige manouvres als het omdraaien van een vleugel. Ik startte perfect, vloog een paar korte slagen en begon alweer te zakken, dus na minder dan tien minuten landde ik alweer in het park. Gelukkig was ik op de Fun want ook in het park is een hangie-hater actief geweest: middenover ons landingsstuk is nu een voetpad met een draad aan weerszijden. Levensgevaarlijk en met m’n Litesport was het in een drama geëindigd. Nu stond ik perfect op het kleine stukje dat tussen de oval en het pad overblijft. Ik liep via het memorial voetpad terug, om eens goed te bekijken waarmee onze fantastische vliegsites zijn verpest. Het is best een mooi pad maar het blijft iedere keer weer bizar om te zien hoe extreem overdreven en bangelijk er gewaarschuwd wordt voor allerlei minuscule risico’s, hoe ongeveer alles verboden is en hoe er dus een zware railing zodanig langs het hele pad is geplaatst dat wij niet meer kunnen landen op Monument en starten, landen en doorstarten op Dixon Park een gevaarlijk spelletje geworden is. Onbegrijpelijk voor zo’n stoer en sportief volk, die obsessie met vallen en stoten.

02 december 2015




Het verkeer hier blijft een bron van verontwaardigde verbijstering. Niet omdat je voor elke scheet een waanzinnige boete krijgt en de politie er alles aan doet om je te grazen te nemen, of vanwege het links rijden. Maar de echte bizarre dingen. In de stad waar je 60 of 70 rijdt en dat er dan pardoes een paar auto’s op de linkerbaan geparkeerd staan. Sowieso malen Ozzies er niet om om zonder enige waarschuwing een rijbaan af te sluiten, links, rechts, snelweg of straat het kan allemaal geinig worden afgesloten zodat je vol in de remmen moet en iedereen probeert om de laatste anderhalve meter te gebruiken om te ritsen.
Left lane ends is een klassieker, ik ben er inmiddels op bedacht en blijf zoveel mogelijk rechts hangen. Wat niet mag volgens de vele borden met lappen tekst die je geacht wordt in een oogopslag begrijpend te lezen. No queing at intersections. High fines and demerit points apply. Turn left at any time with care.
M’n auto is alweer te groot om netjes voorrang te kunnen geven. Ik moet half de weg op rijden om naar voren buigend te kunnen zien of er iemand aan komt. Hoog en breed ook, en dan maar heel precies inparkeren in de enorme shopping centre parkeergarages, met een paar vleugels op het dak zodat ik nog net onder de buizen door kan.
Verplicht in een hoek van 45⁰ te parkeren of perse met de neus naar de stoep of juist andersom. Fines apply.
Geschilderde fietsen op het wegdek waardoor ik denk dat ik over een fietspad rij, maar ze kennen hier helemaal geen fietspaden of tenminste geen veilige. Het lijkt er eerder op dat ze fietsers als een soort schietschijf dwars voor de auto’s manoevreren, en vrijwel alle automobilisten zijn fanatieke fietshaters die expres naar links sturen om zulke nonconformisten flink schrik aan te jagen. Fietsers op de vluchtstrook van de snelweg (de enige mogelijkheid) moeten her en der exits oversteken en maar zien hoe ze het overleven. Fietsers op de stoep omdat ze hun leven op de weg niet zeker zijn, fietsers die tegen het verkeer in rijden omdat ze in het lichaam van een voetganger zijn geboren, fietsers die juist middenop de weg rijden en waarschijnlijk vroemvroem zeggen om een motor na te doen.
Linksafslaand verkeer begint maar vast te rijden als je met 80 of 110 aan komt rijden, invoegstroken doen ze niet aan je kart gewoon gezellig over diezelfde vluchtstrook waar dus mogelijk een fietser met een lullig helmpje probeert z’n bestemming zonder ongelukken te bereiken. Altijd griezelig: de kans dat tijdens de schemering een kangoeroe door je voorruit knalt.
Het onnavolgbare tolsysteem, onmogelijk om te betalen maar er staan wel dreigende borden die oproepen om te bellen (de boetes voor rijdend bellen zijn natuurlijk gigantisch). Nou ja de rekening zal wel naar Selmsey gaan... Ook ingewikkeld: de 40-km-zones rond scholen en sportvelden, met een lang verhaal over welke uren dat geldt. Doet denken aan onze onderbordjes op de Nederlandse snelwegen die ik ook nog steeds niet heb kunnen ontcijferen (betekent 6 – 19 nou dat je 130 mag overdag of juist ’s nachts?).
Maar afijn, het is hier toch niet slecht. Met m’n automaat, de airco aan en een geupdate tomtom, een superdegelijk neusrek en genoeg ruimte om al m’n zooi in de koffer te stouwen kom ik overal en kan er niks stuk. Er zijn zo weinig wegen dat je nauwelijks fout kan rijden. Erg fijn is het gebruik om op richtingborden de straatnaam aan te geven van de zijstraat waar je eventueel in wil slaan. Fuel offers op iedere supermarktbon. Het feit dat minstens de helft van de Aussies met een roofrack rijdt zodat ze je altijd met vleugel en al een lift kunnen geven. Het rustige verkeer – als je geen fietser bent is iedereen hoffelijk. Stoplichten aan de overkant zodat je ze goed kan zien vanuit je pooierauto (suv-achtigen zijn hier normaal). In ieder dorp een openbare wc met pleepapier en min of meer schone bril, en picknicktafels met schaduw.

01 december 2015

Op en neer naar Sydney




Volle dag vandaag. Om zes uur de definitieve brief getekend over m’n baan, om half zeven op weg om Jamie op te pikken. Ik miste de afslag dus ik moest ergens langs de weg op ze wachten, meteen stopte een motorist om te vragen of ik hulp nodig had, zo cool. Glen en Jamie waren er in vijf minuten zodat ik haar keurig op tijd op het vliegveld af kon leveren, met haar piepklein ingepakte Falcon in een twee-meter-lange rolkoffer achter zich aan. Daarna naar Moyes, waar ik Noma kon overtuigen dat ik toch echt een compleet nieuw touw in de kiel nodig had in plaats van een slimmere manier om in te pakken. Bobby was bezig aan een voor mij bijzonder betekenisvol project, later meer. Vicki voerde me een heerlijke lunch en daarna toog ik met m’n gefixte Litesport en Pauls Gecko naar het revalidatiecentrum om Russel te bezoeken. Russel is één van de allerliefste piloten die ik ken. Een paar jaar geleden hielp hij me terug het duin op toen ik uitzakte op Soldiers Beach, zodat ik mijn eerste serie toplandingen kon maken. We zaten in hetzelfde team in Corryong en hij gaf me het hangglidingbeeldje dat ie in de raffle won. Hij is een fanatiek drummer en een degelijke kustpiloot. Twee maanden geleden werd hij overhoop gereden door een idioot die te hard door de bocht kwam zodat hij op de verkeerde baan terecht kwam, Russels rug is gebroken dus hij kan niet meer lopen. Ik verwachtte een zielig hoopje mens, maar toen ik in de gymzaal aankwam zat ie gezellig met Cameron te kletsen terwijl een fysiotherapeute en een kussensnijder bezig waren z’n nieuwe rolstoel zo aan te passen dat hij binnenkort weer kan drummen. Eén van de opvallendste dingen als je op een intensive care of emergency of rehab komt is dat het medisch personeel vrijwel nooit (ver)oordeelt dat iemand risico’s heeft genomen of dat iemand niks liever wil dan weer vliegen. Niet-vliegende familie of vrienden kunnen ontzettend negatief doen over vliegen, als iemand echt zwaar beschadigd raakt, maar medische types lijken alles te accepteren. De hulpverleners van Russel doen er alles aan om te zorgen dat hij niet alleen weer kan drummen maar ook zo snel mogelijk weer kan hanggliden. Hij zou vandaag wel willen, maar hij is tegelijk dik tevreden in het revalidatiecentrum. Fysiek is hij al enorm krachtig en hij beweegt zich in en uit z’n rolstoel alsof hij het al jaren doet, maar bijzonderder is z’n mentale kracht. Alleen maar positief, hij hoeft nooit meer te werken en hij gniffelde dat hij er financieel riant uit komt. Stom genoeg zegt z’n advocaat dat hij er niet te blij uit mag zien op facebook, dat gaat ‘m smartegeld kosten. Maar in feite is hij gewoon een bijzonder positief mens, niet stuk te krijgen. Wat een opsteker!