Ingewikkeld hoor, de beslissing om wel of niet te starten. Ik wilde vreselijk graag nog een landing doen, was per slot van rekening drie uur komen rijden, een heel wiekend en een hoop geld kwijt en had nu de kans. Fijne vleugel, heel rustige lucht, goeie sleeppiloten en een mega-grasbaan. Aan de andere kant: het is niet mijn vleugel, ik oscilleerde nogal terwijl de lucht heel stil was, de wind staat cross op de baan over de hangars heen. Tja. Had ik m’n Sting gehad, dan was ik zonder meer gestart. Nu durfde ik het toch niet aan, terwijl ik wist dat het waarschijnlijk pijnloos goed zou gaan als ik me wèl over m’n onzekerheid heen zou zetten. Nou ja, als je maar lang genoeg staat te aarzelen lost het weer het probleem vanzelf op: om één uur regende het.
Op de terugweg weer ns uitvoerig over wedstrijdvliegen gekletst. Cameron heeft een aantal alternatieve formats bedacht, die een wedstrijd veel haalbaarder maken voor piloten van verschillende niveaus, en ook nog leuker voor publiek. Deelnemers krijgen een window van anderhalf uur, waarbinnen ze op moeten schrijven hoe laat ze op de spot zullen landen. Ze moeten tenminste een uur vliegen, en er is een klein taakje, maar de puntentelling gaat vooral om die spotlanding. Het doet een beetje denken aan een Hash, een type speurtocht waarbij langzame en snelle lopers ongeveer tegelijk aankomen. Camo is in ieder geval op zoek naar formats die niet zo verschrikkelijk op racen gericht zijn als de gewone wedstrijden, en ik zou dolgraag zijn soort wedstrijden hebben.
Grappig, door dat geklets kwam ik er ook meer achter waarom ik eigenlijk überhaupt wedstrijd wil vliegen. Ik ben opgevoed in een totaal anti-competitie en anti-prestatie milieu, wij deden alleen sportieve activiteiten om lekker te bewegen en buiten te spelen. Omdat het nou eenmaal leuk is om te sporten, niet om van iemand te winnen. Maar we deden wel veel spelletjes, en die werden dan wel weer bloedserieus gespeeld. Geen valsspelen, en niet iemand helpen uit medelijden. Spelletjes spelen is een sociale activiteit, iets waar je met elkaar lol mee hebt, en je leert tegen je verlies te kunnen omdat je erkent dat een ander het gewoon slimmer gespeeld heeft, maar ook omdat jij zelf de volgende keer iedereen kan aftroeven. Bij wedstrijden gaat het echt over rangorde, over mensen die betere of slechtere piloten zijn, het geeft je bijna een waarde-oordeel over personen. Minder leuk.
Wat ik dan wel weer ideaal vind is te proberen zo goed mogelijk te presteren, het beste uit jezelf te halen, het gevoel iets bereikt te hebben als je een taak hebt gerond. Daarmee meet je jezelf niet af tegenover anderen, maar vooral tegenover jezelf. Daarom kan ik er ook zo vreselijk slecht tegen als ik uitzak, dan ben ik echt woest op mezelf.
Ik ga maar gauw naar Australië om met Camo’s spelletjes mee te spelen. Maar eerst Forbes, lange afstanden vliegen.
23 augustus 2011
20 augustus 2011
Slepen
Er is maar één ding moeilijker dan landen, dat is niet vliegen. Ik mocht Dees d’r litesport lenen vandaag, maar ik had gisteravond toch een paar biertjes teveel op, de vleugel is nogal groot voor mij en er stond een behoorlijke puist wind. Het rolde over de crossbaan, dus nadat ik opgebouwd had besloot ik de vleugel in de hangar te stallen en af te wachten of het vanavond rustig zou worden. Camo vloog weg, en ik hulde me in bikini en oordoppen voor een dutje bij de tent. Na twee uur belde Cameron, geland op zo’n vijftig kilometer. Gaaf, vanmorgen was ie nog zwak ziek en misselijk en de omstandigheden waren helemaal niet makkelijk, en als ik de tekst met coördinaten krijg weet ik zeker dat ie heel blij is. Ik hou het meest van ‘m als ie het naar z’n zin heeft merk ik. Na twee rondjes rijden rond z’n landingscoördinaten vond ik ‘m bij een Duitse boerenfamilie aan de koffie, minstens tien hevig geinteresseerde niet-engels-sprekende schatjes om ‘m heen.
Net had ik ‘m in de auto, belde Robbie, die was ook een leuk eindje gekomen. Terug op het vliegveld maakte ik me snel klaar en sleepte Rinus me de lucht in. Afgezien van wat zenuwachtig gewiebel vlak boven de grond ging het heel strak. Voor m’n landing wilde ik me niet druk maken over een strak circuit, dus ik kwam lekker hoog op final en met een goeie snelheid zette ik ‘m heel netjes neer.
De tweede vlucht was bijna een uur later, en toen ik achter Rinus hing vond ik het toch wel heel erg donker inmiddels. Ik koppelde dus los, deed wat bochtjes en landde iets minder mooi, maar niet heel slecht. Met m’n donkere vizier kon ik nauwelijks meer zien hoe hoog ik zat, dus het was ook wel tijd om er mee op te houden.
Nu aan de bbq, altijd vies maar gezellig, en morgen zo vroeg mogelijk nog maar een paar landingen doen. Ik ben superblij dat Dees me de kans geeft, anders had ik een heel treurig wiekend gehad!
16 augustus 2011
Thuis

Mooi, rustig alles ingepakt en opgeladen, en net toen we in de auto stapten om naar huis te rijden begon het te gieten. Vervelend rijden, maar minder pijnlijk om de vakantie mee te beëindigen dan zon en cumultjes. Cameron was helemaal voldaan, die laatste vlucht in Greifenburg maakte voor hem de hele reis naar Europa de moeite waard, en dat maakte het voor mij ook helemaal goed. Ik baalde maar een heel klein beetje dat ik zelf niet kon vliegen; het voordeel was dat ik een paar uur lang echt goed keek naar de omstandigheden en de ontwikkelingen, waar de parapenters omhoog gingen, hoe de wolken zich ontwikkelden, uit welke richting de wind kwam.
In veertien uur waren we thuis, er was natuurlijk geen parkeerplek voor de deur en heel de straat sliep al, zodat ik niemand om hulp kon vragen met Blenkies veel te zware doos. Ik stond net tegen beter weten in een poging te doen om het ding van de auto af te tillen, toen er een busje stopte, twee jongens uitstapten en vrijwel zonder iets te zeggen de doos van me overnamen en naar binnen sjouwden. Schitterend.
Vandaag nog een dag vrij gehouden, zodat alle kleren gewassen zijn, koffers uitgepakt, gras gemaaid, vleugel naar Schiphol, papieren in orde gemaakt. Nu nog zien dat we Camerons vluchten op de olc krijgen, dan hebben we echt ons huiswerk af.
14 augustus 2011
Emberger Alm
Geweldig, Matjaz bood me een Mars 170 aan, te groot voor mij maar never mind. Afgezien van een enkel soarvluchtje met m’n Uno heb ik in geen tien jaar meer met een enkeldoeker gevlogen, dus dat was best spannend. Haal ik het landingsterrein? Krijg ik ‘m de bocht om? Het landingsterrein haalde ik ruim, te ruim want ik was eindeloos bezig om hoogte af te bouwen. Dat heeft wel vaker het effect dat ik te vroeg op circuit ga, dus ik wilde nog wat af-ss-en. Bij m’n eerste S vloog ik richting de berg, en potverdorie ik kreeg het apparaat toch niet gekeerd zeg! Dat leek bijna het einde van een leuke vakantie, recht de berg in geboord, pfff. Met veel gewrik en gevloek lukte het alsnog, maar ik had geen zin meer om door te ss-en dus ik gooide m’n droguechute en landde perfect, verticaal, op het allereerste randje van het veld.
’s Avonds prijsuitreiking: Juicy eerste, Ropje tweede, leuke top. Volgend jaar wordt Ropje kampioen verwacht ik.
We reden pas om half tien met een volbepakte auto richting Greifenburg, slechts twee of drie uur rijden maar wel over één van de mooiste wegen van Europa, en het was donker, en ik was moe. Cameron was ’s middags bij het eerste keerpunt geland en had gezien dat het daar schitterend was, met een leuk campingkje en lieflijk dorpje. Daar zetten we de tent op, dronken nog een biertje in het felle licht van de volle maan naast een witblauw riviertje tegenover een gigantische rotswand, prachtig. De camping was een kayakkers-camping, grappig, precies hetzelfde sfeertje als een hangglidercamping alleen lagen er overal kayaks en hingen er spullen te drogen. Geen auto’s met ladders en her en der rondslingerende stukken aluminium.
In Greifenburg troffen we Ed en Jacqueline, met Nelson, hoera! Altijd geweldig om m’n allerallerallereerste vliegmaatjes te zien. Om kwart voor twee gooide ik Cameron de berg af, na de vermaning om toch vooral boven de start uit te komen want zolang je op starthoogte of lager zit, is Greifenburg vrij saai. Je moet hier echt vliegen om te snappen waarom het zo wereldschokkend bijzonder is. Hij zakte uit. Hij probeerde het rechts en verloor hoogte. Hij probeerde het voor de start en verloor hoogte. De wolken hingen niet hoog en de voorspelling was stabiliteit, en ik kon het niet langer aanzien en reed naar beneden.
Na twee-en-een-half uur vliegen kwam ie landen, helemaal enthousiast en verzadigd. We hebben twee keer eerder tevergeefs geprobeerd Greifenburg te zien, maar nu was de revanche helemaal goed.
’s Avonds prijsuitreiking: Juicy eerste, Ropje tweede, leuke top. Volgend jaar wordt Ropje kampioen verwacht ik.
We reden pas om half tien met een volbepakte auto richting Greifenburg, slechts twee of drie uur rijden maar wel over één van de mooiste wegen van Europa, en het was donker, en ik was moe. Cameron was ’s middags bij het eerste keerpunt geland en had gezien dat het daar schitterend was, met een leuk campingkje en lieflijk dorpje. Daar zetten we de tent op, dronken nog een biertje in het felle licht van de volle maan naast een witblauw riviertje tegenover een gigantische rotswand, prachtig. De camping was een kayakkers-camping, grappig, precies hetzelfde sfeertje als een hangglidercamping alleen lagen er overal kayaks en hingen er spullen te drogen. Geen auto’s met ladders en her en der rondslingerende stukken aluminium.
In Greifenburg troffen we Ed en Jacqueline, met Nelson, hoera! Altijd geweldig om m’n allerallerallereerste vliegmaatjes te zien. Om kwart voor twee gooide ik Cameron de berg af, na de vermaning om toch vooral boven de start uit te komen want zolang je op starthoogte of lager zit, is Greifenburg vrij saai. Je moet hier echt vliegen om te snappen waarom het zo wereldschokkend bijzonder is. Hij zakte uit. Hij probeerde het rechts en verloor hoogte. Hij probeerde het voor de start en verloor hoogte. De wolken hingen niet hoog en de voorspelling was stabiliteit, en ik kon het niet langer aanzien en reed naar beneden.
Na twee-en-een-half uur vliegen kwam ie landen, helemaal enthousiast en verzadigd. We hebben twee keer eerder tevergeefs geprobeerd Greifenburg te zien, maar nu was de revanche helemaal goed.
12 augustus 2011
dagje bijkomen
Ik klim uit het raam van onze hotelkamer naar het dakterras, hoor ik Claudia’s stem roepen. Ja hoor, ze hangt uit het raam van het Rutar pension aan de overkant, krijg nou wat. Kleine wereld. Minder dan honderd meter boven me cirkelt een delta, in de verte zie ik er een paar boven de bergtoppen. En rare wolken, het was niet makkelijk vandaag lijkt me. Ropje stond net als eerste Nederlander op goal, keigoed. Cameron is te vroeg gestart en zakte uit, hij loopt sowieso nogal veel te zuchten dus dit was z’n dag alweer niet.
Ik ben inmiddels weer over de schok heen, na uithuilen op Camerons schouder, Hans en Christine die me heel lief kwamen opbeuren, lieve gebaren van Jamie en Dees en Rinus en Helen en mam, weer veel en lang praten met Ropje, en de hele nacht wakker liggen en piekeren. De catch-22 waar wij allemaal in zitten, als ik de herkennende sympathie van vriendinnen mag geloven. Doodsbang om het vliegen te moeten opgeven, maar net zo goed doodsbang voor ongelukken. Shit daar rijdt al de derde ambulance langs het Krn-hotel, op een dag als deze word je daar toch altijd zenuwachtig van. Als het maar niet één van ons is.
Ropjes vraag die ik niet kon beantwoorden: waarom ben ik de laatste jaren zo vreselijk slecht gaan vliegen? Dat ik slecht land is oud nieuws, en dat dat niet bevorderlijk is voor xc-vliegen is de hele reden om eraan te werken. Maar waarom weet ik geen belletje meer vast te houden, hou ik kilometers afstand van de bergen, laat ik me het kleinste gaggletje uitjagen? Deels is het antwoord: omdat ik gefocust ben op de landing, en dat is op dit moment niet verkeerd. Maar ik ben ook banger geworden, voorzichtiger, onzekerder. Ook in situaties waar daar geen enkele aanleiding voor is. Ik had altijd lol in stevige lucht, het mag van mij best hard werken zijn, turbulent desnoods, hoe groter de lucht hoe beter ik me voelde. Nu word ik er nerveus van. Ik kon best behoorlijk in een gaggle meedraaien, heb bij de EK met 120 man in een bijna afgesloten kom drie kwartier gedraaid en ik vond het fantastisch. Nu schrik ik van een parapenter zeshonderd meter weg.
Wat ik vasthou, is dat ik goed kan starten. Het is m’n mentale lifeline. En dat ik hard wil werken. En dat m’n circuit beter is geworden en m’n final ook, ik moet alleen aan de details werken en ik zal bij de overstap terug naar de Litesport opnieuw moeten wennen aan de hogere snelheid en betere prestatie.
Morgen de laatste dag van de NK, en daarna laat ik Cameron dan eindelijk eens Greifenburg zien. Ik ben blij dat ik hem dat kan meegeven, ook al baal ik als een stekker dat ik zelf niet kan vliegen. Nou maar hopen dat ie nog wat enthousiasme op kan brengen, dat gaat dit jaar heel wat minder makkelijk dan drie jaar geleden.
Ik ben inmiddels weer over de schok heen, na uithuilen op Camerons schouder, Hans en Christine die me heel lief kwamen opbeuren, lieve gebaren van Jamie en Dees en Rinus en Helen en mam, weer veel en lang praten met Ropje, en de hele nacht wakker liggen en piekeren. De catch-22 waar wij allemaal in zitten, als ik de herkennende sympathie van vriendinnen mag geloven. Doodsbang om het vliegen te moeten opgeven, maar net zo goed doodsbang voor ongelukken. Shit daar rijdt al de derde ambulance langs het Krn-hotel, op een dag als deze word je daar toch altijd zenuwachtig van. Als het maar niet één van ons is.
Ropjes vraag die ik niet kon beantwoorden: waarom ben ik de laatste jaren zo vreselijk slecht gaan vliegen? Dat ik slecht land is oud nieuws, en dat dat niet bevorderlijk is voor xc-vliegen is de hele reden om eraan te werken. Maar waarom weet ik geen belletje meer vast te houden, hou ik kilometers afstand van de bergen, laat ik me het kleinste gaggletje uitjagen? Deels is het antwoord: omdat ik gefocust ben op de landing, en dat is op dit moment niet verkeerd. Maar ik ben ook banger geworden, voorzichtiger, onzekerder. Ook in situaties waar daar geen enkele aanleiding voor is. Ik had altijd lol in stevige lucht, het mag van mij best hard werken zijn, turbulent desnoods, hoe groter de lucht hoe beter ik me voelde. Nu word ik er nerveus van. Ik kon best behoorlijk in een gaggle meedraaien, heb bij de EK met 120 man in een bijna afgesloten kom drie kwartier gedraaid en ik vond het fantastisch. Nu schrik ik van een parapenter zeshonderd meter weg.
Wat ik vasthou, is dat ik goed kan starten. Het is m’n mentale lifeline. En dat ik hard wil werken. En dat m’n circuit beter is geworden en m’n final ook, ik moet alleen aan de details werken en ik zal bij de overstap terug naar de Litesport opnieuw moeten wennen aan de hogere snelheid en betere prestatie.
Morgen de laatste dag van de NK, en daarna laat ik Cameron dan eindelijk eens Greifenburg zien. Ik ben blij dat ik hem dat kan meegeven, ook al baal ik als een stekker dat ik zelf niet kan vliegen. Nou maar hopen dat ie nog wat enthousiasme op kan brengen, dat gaat dit jaar heel wat minder makkelijk dan drie jaar geleden.
11 augustus 2011
einde vliegen
Ik zakte uit, maar besloot dat dat niet erg was als ik de vlucht met een mooie landing eindigde. Goed circuit, flinke snelheid, ik rondde laag uit en vloog hard, en toen boorde ik mezelf met die snelheid de grond in. Upright, bottombar en leading edge kapot, einde van de vliegvakantie. Ik ben zo in shock dat ik nauwelijks kan denken.
Dutch Open taak 1
Een glijvluchtje, na uren wachten op de berg. En toch helemaal blij en tevreden, want geen stress, goeie start en landing, gezelligheid, zon en een schitterend uitzicht. Ik vraag me af hoe ik dertien, veertien jaar voor elkaar heb gekregen om mezelf voortdurend veel te hard te pushen, altijd streven naar verbetering en daarom nooit tevreden. Raar dat het zo lang kan duren om eindelijk eens wijs te worden en gewoon te genieten van een simpel dagje op de berg met een hopje van vijftien minuten. Ik heb wel vaker geconstateerd dat ik achterstevoren leef. In ieder geval ben ik nu een volbloed beginner, of intermediate piloot eigenlijk.
Het landen gaat ok, goed circuit en goeie snelheid op final, maar het circuit mag strakker en ik moet nog leren serieus te flaren. Ik sta al tien, vijftien keer achter elkaar op m’n voeten, maar een goeie flare is toch de moeite.
Hans was uitgezakt, Cameron kwam na het eerste keerpunt landen, pas toen ik al lang en breed met m’n boek in de schaduw zat zag ik Ropje binnenkomen. Derde keerpunt, super. Toch hadden een paar anderen nog beter gevlogen, Juicy en Djenghis staan hoger en twee Oekraïners stonden zelfs op goal. Christine heeft het super gedaan. Vandaag weer naar boven, hoera!
09 augustus 2011
Slovenië
Bahbah Slovenië is echt heel erg groen, altijd een slecht teken. Het heeft de afgelopen dagen zoveel geregend dat er niet meer geraft mag worden, teveel water in de rivier! Niet normaal. Voordeel is wel dat ik nog een dagje heb kunnen werken, zodat ik nou iets minder drang heb om zo snel mogelijk naar Den Haag te gaan, weer aan de slag. Bovendien is het gezellig met z’n drieën, zo houden we elkaar ook mooi in balans, als de jongens genoeg van mij hebben kunnen ze iets met z’n tweeën gaan doen enzovoort.
Gisteravond kwamen Hans en Christine aan, precies op tijd voor het eten, en het was nog droog ook dus we konden buiten zitten (binnen is geen plaats voor zoveel mensen). Top. We hebben uiteindelijk toch met 55 deelnemers dezelfde hoopvolle vergissing gemaakt: wie weet kan er nog gevlogen worden. Straks weer briefing, who knows…
08 augustus 2011
Sigillo - Tolmin
Zaterdag was een fijne laatste dag, met twee starts aan m’n bottombar en goeie landingen, rustig inpakken en m’n boek uitlezen. Maar gisteren was zonder meer een pokkedag. De rekening bleek dubbel zoveel als voorzien, de zooi paste nauwelijks in de auto, en ik maakte de vergissing om langs de Adriatische kust via Venetië te gaan rijden. Nooit doen. Die route kost uren en uren extra, er was niet meer dan een glimp van de zee op te vangen en we werden allebei sjagrijnig van de zweterige hitte met uitzicht op de meest spectaculaire Cb boven Tolmin. Van de baai rond Venetië konden we niks zien en van Venetië zelf al helemaal niet. Met de volgeladen auto durfde ik het niet aan om een wandelingetje door de stad te gaan maken, dus we dronken een sapje in één van de treurigste stadjes die ik ooit gezien heb, in een foeilelijke bar met enkel zombies als gasten. Daarna de tomtom navigatie aangezet in plaats van gewoon de kaart bekeken, ook al helemaal fout. De navigatiejuffrouw voerde ons in de stromende regen piepkleine geitepaadjes op, waarschijnlijk met de bedoeling om ons te laten verdwalen zodat een boze heks ons kon oppeuzelen. Camo geloofde haar niet meer toen ie gras in het asfalt zag groeien, ik verloor m’n vertrouwen toen de koppelingsplaat verbrandde. Gelukkig belde Ropje op dat moment om toch in ieder geval ons humeur te redden. We delen een appartementje, nou ja fors uitgevallen ouwe schuur met gierende koelkast en borrelend sanitair, dichtbij het landingsterrein.
’s Avonds op de camping wist ik weer waarom ik eigenlijk helemaal niet had moeten komen. M’n ex en z’n heks maakten een grote show van hun aanhankelijkheid, het leek de Tegelberg wel weer. Mensen die menen dat ik er na vier jaar wel eens overheen zou moeten zijn, hebben denk ik nooit meegemaakt hoe iemand waar je van gehouden hebt je de grond in stampt, terwijl je hem niks hebt aangedaan. Het blijft een etterende wond.
’s Avonds op de camping wist ik weer waarom ik eigenlijk helemaal niet had moeten komen. M’n ex en z’n heks maakten een grote show van hun aanhankelijkheid, het leek de Tegelberg wel weer. Mensen die menen dat ik er na vier jaar wel eens overheen zou moeten zijn, hebben denk ik nooit meegemaakt hoe iemand waar je van gehouden hebt je de grond in stampt, terwijl je hem niks hebt aangedaan. Het blijft een etterende wond.
05 augustus 2011
Tre Pizzi
Pfoe de sfeer was bijna niet meer te harden, teleurstelling en onvrede en algehele lamlendigheid. We zijn allebei sick and tired van Sigillo, maar dit is toch nog steeds de beste plaats in heel Europa om te vliegen. Het wordt alleen dramatisch als we hier ook al niet kunnen vliegen. Vandaag dus op naar Tre Pizzi, al was het maar voor een verandering van scenery. Ik verdwaalde op de kronkelweggetjes rond Fabriano, maar uiteindelijk vonden we onze weg naar boven waar Ropje al klaar stond met z’n studenten. Ik startte vrij vroeg, deed een halfslachtige poging om hoogte te winnen maar was alweer volledig gefocust op het landingsterrein, waar ik twintig minuten later met m’n remchuutje aan de grond stond. Er reed nog niemand naar boven, maar ik kreeg een lift van een oudere man die me helemaal naar de auto bracht. Ondertussen was Cameron al in Sigillo geland, en Ropje stond op z’n eentje klaar om te gaan starten.
Vervolgens de auto teruggereden, boodschappen gedaan, Ropje op het landingsterrein van Sigillo gevonden, en nu nog een uurtje ranzen voor we ergens kunnen eten. Danielo’s waarschijnlijk, onze stamkroeg.
04 augustus 2011
En weer een dagje
Voor mij is het wel uit te houden, geen vliegweer en iedereen weg. Ik grijp een boek en ik amuseer me prima. Maar Cameron leest niet, en er is echt helemaal totaal niks te doen hier als je niet kan vliegen. Gezelliger wordt het er niet op, dus ik denk dat we zaterdag maar gewoon naar huis gaan. Vakantiedagen sparen. Het is overal in Europa naadje, of het regent of er staat een puist wind. Ik heb nu wel een mooi aantal starts in veel wind gemaakt, prima leerervaring, maar echt fijn vliegen is het ook niet. Vanmorgen draaide ik makkelijk naar boven, maar op 1400 meter was er wat windshear en dat levert allemaal onprettige turbulentie op. Daarna met de Zwitsers omhoog, leuke club, en gauw geland voordat de Italiaanse parapentekampioenschappen op ons veldje kwamen landen. Het werd een mislukte rugwindlanding, omdat ik niet door kon draaien vanwege een auto middenop het veld. Fijn die solidariteit. De piloot vond dat hem geen blaam trof omdat ie mij niet gezien had, wat een sukkel.
Tijdens het inpakken kwamen de parapentes aan, een stuk of dertig, veertig gok ik. Ook al volstrekt asociaal: geen circuit, totaal niet kijken, vleugel opzetten middenop het landingsterrein, roken tussen de vleugels. Van Frans hoorde ik dat sommige scholen hun studenten wijsmaken dat schermvliegers voorrang zouden hebben op delta’s. Geen wonder dat ze zich zo asociaal gedragen.
Straks naar een of ander feestje van vrienden van Pablo, ben benieuwd. Ik kan wel wat afwisseling gebruiken.
03 augustus 2011
Leuk landen
Een goeie en een heel goeie landing, hoera! Kwa vliegen was het niks, ik nam niet eens de moeite om te soaren in de harde wind, ik wilde alleen maar een landing doen, en nog een, en nog een. Na vijftien jaar ploeteren, schade, tranen, frustratie, slikken, heb ik eindelijk het idee dat het gaat lukken. Ik was blij als een kind, en op dit moment kan ik me geen leukere dagbesteding indenken dan landen, weer landen, op het vertrouwde veldje met de grote windzak en de ideale boomhoogte als referentie.
02 augustus 2011
Lekker vliegen
Niki, de lange jongen op de Chabre, Hayo, Martin, Paul, Alphons. Mike en Peter. Elena, Ricchi, Missy. Daarbovenop de tumbles en crashlandingen die goed afliepen, maar die wel gebeurden. Het gaat me toch niet in de kouwe kleren zitten. Ik heb er de pest aan dat ik een bangerik geworden ben, zenuwachtig van de minste beweging in de lucht. Maar ik heb besloten dat ik nu maar ns een langere tijd dik binnen m’n comfort zone ga blijven, alleen maar vliegen waar en wanneer ik me heel zeker voel. Landen na drie kwartier, om de minste of geringste onzinnige reden, luiheid, een wat enthousiast ontwikkelende wolk, een fijn groot leeg landingsterrein. Ik vergeef het mezelf, ik sta een tijdje stil, even geen competitie meer.
Vanmorgen bouwde ik op noord op, een paar Zwitsers waren ook klaar om te starten en twee vlogen al. Ze gingen maar matig omhoog, en erg overtuigend was de startwind ook niet. Tien, vijftien minuten stond ik klaar op de start, een zuchtje crosswind, een wolkje boven de plek waar ik heen wilde dat voortdurend groeide en weer verdween, dus er zaten zeker dooie momenten in. Toen ik de wolken duidelijk uit het noordwesten zag komen pakte ik in, harnas compleet op de achterbank, en we reden naar zuid. Daar stond een mooi startwindje, dus we bouwden op en toen ik klaar was ging ik ook meteen. Geen moment te vroeg, mijn start was al matig en tien minuten later konden ze de berg niet meer af. Neil en Cameron nog wel, en die gingen op weg naar Castellucio. Ik was eigenlijk van plan om met ze mee te gaan, zover mogelijk, omdat Pablo zou rijden moest ik eigenlijk gebruik maken van de luxe. Maar bij de windmolens bedacht ik dat ik toch wel heel graag een goeie landing op het vertrouwde veldje van Sigillo wilde maken, dus ik stak weer terug en zette ‘m inderdaad heel redelijk neer. Pablo bracht me terug naar m’n auto, en samen gingen we op weg naar Castellucio. Daar was echter een grote cb aan het ontwikkelen, dus Neil was uitgezakt voorbij Nocera en Cameron vloog terug naar Sigillo. Mooie dag.
Vanmorgen bouwde ik op noord op, een paar Zwitsers waren ook klaar om te starten en twee vlogen al. Ze gingen maar matig omhoog, en erg overtuigend was de startwind ook niet. Tien, vijftien minuten stond ik klaar op de start, een zuchtje crosswind, een wolkje boven de plek waar ik heen wilde dat voortdurend groeide en weer verdween, dus er zaten zeker dooie momenten in. Toen ik de wolken duidelijk uit het noordwesten zag komen pakte ik in, harnas compleet op de achterbank, en we reden naar zuid. Daar stond een mooi startwindje, dus we bouwden op en toen ik klaar was ging ik ook meteen. Geen moment te vroeg, mijn start was al matig en tien minuten later konden ze de berg niet meer af. Neil en Cameron nog wel, en die gingen op weg naar Castellucio. Ik was eigenlijk van plan om met ze mee te gaan, zover mogelijk, omdat Pablo zou rijden moest ik eigenlijk gebruik maken van de luxe. Maar bij de windmolens bedacht ik dat ik toch wel heel graag een goeie landing op het vertrouwde veldje van Sigillo wilde maken, dus ik stak weer terug en zette ‘m inderdaad heel redelijk neer. Pablo bracht me terug naar m’n auto, en samen gingen we op weg naar Castellucio. Daar was echter een grote cb aan het ontwikkelen, dus Neil was uitgezakt voorbij Nocera en Cameron vloog terug naar Sigillo. Mooie dag.
01 augustus 2011
Stil





Bloggen gaat langer duren dan de vlucht. Hell, naar de weg sjouwen van vleugel en harnas duurde langer dan de vlucht: 9 minuten. En ik ben flink pissig op mezelf, ik had een prima landing kunnen uitvoeren op de helling waar ik uitzakte, maar ik vergat om naar de bovenrand te kijken en te constateren dat ik nevernooitniet een overshoot ging maken.
Vanmorgen reden we om half tien al naar boven met de bedoeling eerst een glijvluchtje + goeie landing te doen, en daarna een taak uit te zetten. De wind kwam echter over the back en een uurtje wachten hielp niet, de termiek was nog niet sterk genoeg terwijl de wolken al flink verticaal ontwikkelden. Dus ik bouwde op de noordstart op, helemaal alleen, Cameron beloofde me beneden op te halen en de enige truuk zou zijn om ergens hoogte te winnen zodat ik het vliegveld kon halen. Toen ik startte bleek de lucht echter zo dood als een pier, verdorie overal verticale cumulus maar net waar ik vloog gebeurde helemaal niks. Nada. Ik moest dus om de zuidriggel heen in plaats van er overheen, en de lucht bewoog wel een beetje daar maar ik kon het me niet veroorloven om een complete 360 te maken met het risico dat ik geen enkel fatsoenlijk veld meer zou halen. Dan maar inzetten op een goeie landing, ook al zijn er daar weinig aantrekkelijke veldjes. Ik koos een lange smalle helling, gemaaid, met niet al te hoge bomen eromheen en geen kabels. M’n circuit was eigenlijk best goed, en als ik opgelet had, had ik die laatste S niet meer hoeven te maken. Nu raakte m’n bottombar de begroeiing naast het veld voordat ik helemaal rechtuit vloog, en ik whackte hard de grond in. Geen noemenswaardige schade, maar wat een teleurstelling.
Terwijl ik inpakte rommelde de donder al boven de berg, dus we besloten er een toeristische middag van te maken. MteCucco is tenslotte een natuurreservaat, zij het met een aantal dorpen erin en wat asfaltwegen. We kwamen een schitterend klooster/fort/boerderij tegen, mooi gerestaureerd en vervolgens nauwelijks gebruikt.
Vliegdagje
Joehoe het weer is eindelijk goed, de overdevelopment ontstaat pas vrij laat en ik kon gisteren drie vluchtjes doen. Dus drie landingen. Alledrie niet perfect, maar wel met veilige snelheid en een serieuze grondfase.
30 juli 2011
Goeie landing
Perfecte landing!!!! Hoera hoera hoera ik heb m door. Dit was geen prongelukkige landing, ik heb m echt door. Jaren van oefenen, stapje voor stapje m’n circuit verbeteren, honderden keren met Cameron doornemen hoe het zou moeten, mentale training, uitschrijven, Sting, enzovoort en nu heb ik m. Dat wil niet zeggen dat het voortaan alleen nog maar perfect zal gaan, maar ik ben in elk geval goed bezig.
Het vluchtje zelf hield ik kort, ik ben toch wel ontzettend onuitgeslapen na het gave feest vannacht. Met iedereen gedanst, gekletst, nog meer gedanst. Ik lag er om een uur of drie in, Cameron een paar uur later en met meer drank op, nadat ie van de weg was afgevallen en gered door Woolfie, tjemig. Ik kreeg ‘m vanmorgen niet wakker, maar net op tijd voor de ceremonie verscheen ie toch aangekleed en min of meer verticaal. Hij heeft braaf de hele prijsuitreiking uitgezeten, en zo hoort het ook. Bovendien was het een goeie ceremonie, met echt gave vaandelzwaaiers in kekke kostuums, en een toespraakje van Bill en het Italiaanse volkslied (Peppi en Kokki voor ingewijden).
Vanavond met de overblijvers uiteten, en dan wordt het echt stilletjes hier. Maar het is nu goed weer, dus wij blijven om dan eindelijk eens echt te gaan vliegen.
WK afgelopen
Superfeestje gisteravond, totdat teveel mannen te opdringerig werden, maar alleszins geslaagd na een treurige afsluiting van de WK. We bouwden op op Cucco-noord, ik vooraan maar niet met de intentie om echt als winddummy te gaan starten. De wind was erg hard en noordelijk, waardoor het zeker turbulent zou zijn in de kom, met een veel te groot risico om recht vóór de start uit te zakken waar alleen kleine hellingen zijn met bomen eromheen en heftig turbulente lucht. Twee goeie piloten startten wel, en dat zag er inderdaad nogal heftig uit, dus tien minuten voor het window open zou gaan verplaatste ik m’n vleugel naar de kant. Als het in de loop van de dag beter zou worden, kon ik altijd nog starten na de wedstrijdpiloten, en anders kon ik in ieder geval droog inpakken.
De wedstrijdleiding nam echter voortdurend geen beslissing, stelde het window uit, overlegde niet met de safety committee, en uiteindelijk toen Atilla, Laurent, Antoine en nog een paar zichtbaar last van de rotor hadden werd de taak gecancelled. Daarmee werden Alex en Christian wereldkampioen en nr. 2, en het Italiaanse team won goud, na slechts twee taken. Dat is dan ook meteen de reden dat er getwijfeld werd over de motieven van de wedstrijdleiding. Als er wel een taak was gevlogen, had er iemand anders kunnen winnen. De rest van de middag ging de discussie over de vraag of het veilig was (voor de toppiloten) om te starten en de taak te vliegen, en in hoeverre toppiloten zelf kunnen beslissen of ze al dan niet willen starten. Het lijkt me duidelijk wat mijn opvatting is, maar ik zie ook wel de druk die wedstrijddeelnemers ervaren om te starten ondanks hun twijfels over hun eigen capaciteiten. Lastig, en erg rottig dat de sfeer er zwaar onder te lijden had.
Vandaag is de wedstrijd afgelopen, dus ja hoor, de zon begint te schijnen. Hopelijk is de ceremonie snel afgelopen, zodat we met de achterblijvers snel naar boven kunnen en vliegen!
29 juli 2011
Landingstraining
Op de één of andere manier ben ik ervan overtuigd dat ik vanaf vandaag goed ga landen. Ik heb het duizend keer met Cameron doorgesproken, m’n circuit is heel veel beter, ik land meestal op m’n voeten, de verbeteringen die nodig zijn zijn niet zo heel fors meer. Ik had het met Jamie over mentale training, nlp, visualiseren. Dat gaat inmiddels ook beter. Een tijd geleden had ik nog de grootste moeite met het visualiseren van een goeie landing, en vanwege het simpele feit dat ik de herinnering aan een goeie landing miste, en vanwege de stress van de groundrush die ik zelfs in m’n verbeelding voelde. Nu gaat het goed, en ik kan zelfs de lol van vroeger, toen we op onze buik zo hard mogelijk in de sneeuw probeerden te glijden, erin voelen. Hoogte afbouwen met gecontroleerde, rustige 360-ers, ondertussen naar de windzak kijken en bepalen waar m’n point-of-arrival gaat zijn. Downwindleg met extra snelheid, weet dat ik niet veel hoogte verlies op dat been. Blijf kijken naar het p-o-a en check de windzak. Pas zonodig het circuit aan. Aantrekken voor het crosswindleg, kijk naar het p-o-a, aantrekken en de laatste bocht naar final maken. Blijf aan de bottombar, trek de vleugel naar de grond naar het p-o-a, uitronden vlak boven de grond. Blijf aan de bottombar, kijk naar de verte, enjoy the speed. Benen optillen. Zonder uitduwen een hand naar de upright, andere hand, nog steeds horizontaal blijven vliegen dus de neus niet laten komen. Voel de pitch, op trim… duw! Omhoog.
Het gaat lukken, en wie weet kunnen we zelfs vliegen vandaag.
Het gaat lukken, en wie weet kunnen we zelfs vliegen vandaag.
28 juli 2011
Nat
Ik lag te dommelen toen ik Richard met Bruce hoorde overleggen of het de moeite waard was om voor een sledder naar boven te gaan. Binnen vijf minuten was de auto ingeladen en waren we op weg naar boven, waar inderdaad druk gevlogen werd. Nog voor ik opgebouwd was begon het te regenen, en toen het weer droog was draaide de wind. Kletsen, lanterfanten, wachten, schuilen. Uiteindelijk heb ik dik een half uur ingehaakt klaar gestaan om te starten, om vervolgens in de stromende regen in te pakken en naar beneden te rijden 8-( De rest van de middag aan het bier in de Dominus, pizza bij Daniel en nou vroeg naar bed voor de disco hier losbarst.
Disco
Man wat een herrie. Luid sprekende ozzies, gorgelend koffie-apparaat, krijsende peuters. Ik heb geen echte kater, niet veel gedronken, maar echt fris voel ik me toch ook niet na een nacht doordansen in een piepklein bistrootje met een dj die youtube bediende en twee speakertjes die bedoeld waren voor een muurkast. Het was top, met de zekerheid dat we vandaag niet kunnen vliegen en genoeg piloten om de lokale jeugd het nakijken te geven.
Toen ik om vier uur in de stromende regen naar huis probeerde te rijden kon ik de uitgang niet vinden. Costacciario is heel klein, maar het is een labyrinth van hele smalle steegjes op hele steile hellingen, waar ik moest manoevreren met twee veel te lange vleugels op het dak, een slippende handrem en aan het einde van iedere steeg een barricade van bloembakken.
Abonneren op:
Posts (Atom)