25 juni 2017

MteCucco



Ik was weer ns als eerste van de berg af, altijd hetzelfde met mij. De termiek was nog niet makkelijk genoeg voor m’n lamme armpjes maar het was wel weer fijn dat ik de hele lucht en het landingsterrein voor mij alleen had. Ik draai bizar wijde bochten en ik kan gewoon niet goed voelen wat de lucht doet, maar het lukte toch twee keer om een paar honderd meter te winnen voordat ik definitief uitzakte. Plus ik was zo totaal niet gestresst, zelfs niet voor het kleine landingsterreintje waarover de Britten zich erg druk maken omdat ze zenuwachtig worden van variabele windrichtingen. Ja midden op het heetst van de dag misschien, maar ik heb er hier eigenlijk nooit last van gehad. Ik had een goeie landing en terwijl ik de anderen allemaal fijne low saves zag maken overwoog ik om opnieuw naar boven te gaan. Misschien kost dat extra herstel maar op dat moment deed m’n schouder nauwelijks meer pijn dan vóór m’n vlucht, en de condities zagen er top uit. Met m’n Fun kreeg ik een lift van Jochen, maar er stond zo’n harde puist wind dat ik waarschijnlijk met vleugel en al naar achteren geblazen zou zijn. Na drie uur besluiteloos rondhangen was ik doodmoe en inmiddels begon de pijn in m’n arm flink terug te komen.
Dankzij de zekerheid dat ik de volgende dag niet zou kunnen vliegen had ik geen haast om na het verjaardagsfeest van Babs vroeg in bed te liggen. Onze auto ging als één van de laatsten weg en we verdwaalden onmiddellijk in de stijle steegjes van Gualdo Tadino. John kreeg het voor elkaar om zonder een enkele kras de scherpe hoeken van negentig graden te nemen, en even later ook nog net op tijd te remmen voor een overstekend everzwijn met een krulstaartje ter hoogte van de motorkap, man wat was ik blij dat ik het niet had geprobeerd met mijn enorme Passat met uitstekende vleugels.

23 juni 2017

Perugia



Terwijl ik me gisteren een weg richting MteCucco klunsde bedacht ik leuke teksten over m’n pech en dommigheid, maar inmiddels ben ik het eigenlijk allemaal vergeten. Hoe je met een katertje door de Gotthard bijna in slaap wordt gehypnotiseerd door 17 kilometer strepen. Hoe het Italiaanse verkeer toch echt anders, drukker en sneller is dan de rest van Europa. Hoe ik na een middagdutje in de schaduw bijna vloeibaar was geworden van de hitte. Hoe ik het voor elkaar kreeg om die éne servicepomp te kiezen nadat ik twee uur in een gruwelijke file naast een varkenstruck had gestaan, waar ik ondanks dat ik zelf tankte toch een kwartje per liter extra moest betalen. Hoe m’n tomtom er helemaal niks van snapt hier in Italië en me voortdurend het bos in probeert te sturen. Hoe ik zat te eikelen voordat ik besloot om naar een camping te gaan, gewoon omdat ik éénmaal in m’n auto in een soort robot verander en pas kan stoppen als ik m’n bestemming heb bereikt. En natuurlijk koos ik voor een gruwelijke caravancamping aan de kust onder Rimini, vol met luide Italianen en barbecuerook en zonder een meter gras. Maar ik sliep wel meteen en ik had gelukkig bij aankomst al (heel veel) betaald zodat ik kort na zevenen al weg kon. Eerst een koffie en om half tien liep ik al over de camping, waar overigens geen delta te bekennen was. Meteen door naar het hostel dus, waar Alessandro me begroette alsof ik een verdwenen vriendin was, leuk. Gordon was er en terwijl we zaten te kletsen kwamen er meer aan, inmiddels is Sigillo vol Britten. Op de start stond een veel te harde wind dus de hele meute vervoegde zich in de uitspanning even verderop. Na een paar uur bijkletsen probeerden we het opnieuw maar afgezien van de locals had niemand er trek in. Met Gary, Tony en Andy eindigde mijn dag aan het zwembad van Albarosa en in Villa Anita, waar sowieso iedereen altijd eindigt. M’n schouder voelt goed dus hopelijk is de meteo morgen wat aangenamer.

22 juni 2017

Blabla




Ik ben natuurlijk harstikke gek dat ik helemaal naar Italië rij en weer terug voor hooguit drie of vier vluchtjes, als het meezit, terwijl het in Nederland helemaal fantastisch is. De langste dag van het jaar, goddelijk weer, iedere dag zwemmen (wat veel beter is voor m’n schouder dan vliegen), ontspannen werken. Maar ik laat de kans op een paar vluchten toch niet lopen en sinds mijn tussenstop bij Swiss Nic gisteravond is het het sowieso al waard. De moeite dus, pfoe dat was het wel. Eerst wachten op een verlossend telefoontje van Kwikfit, die mij geduldig uitlegden dat m’n band helemaal niet langzaam leegloopt maar dat elke keer dat je de spanning meet er een-tiende bar uitloopt. Toen wachten op mijn lifter, die een domme (“ze zijn allemaal corrupt hoor, geloof mij maar”) saaie (de Feyenoordwinst was een hoogtepunt) en verwende (wereldreizen op kosten van pa) puber bleek zonder rijbewijs. Veel wachten in de verschillende files in België en Frankrijk, met een tomtom die me over de kleinste weggetjes via Mulhouse stuurde en parkeerplaatstemperaturen boven de 37 graden zodat ik m’n gekoelde slee weer in moest vluchten als ik Zwitserland nog wilde halen. Maar stipt om negen uur stond ik wel bij Nic voor de deur. Uiteraard had hij heerlijk gekookt – op Lon na is hij de beste kok in m’n vriendenkring. En ik zag meteen dat het nog veel beter met hem gaat dan anderhalf jaar geleden in Australië. Hij is minder ‘enkelvoudig’ dan toen en onze verhouding met plagen, kletsen, bespreken is weer terug. Toch is er wel iets veranderd ten opzichte van vóór zijn ongeluk en gek genoeg is het nu makkelijker om echt goed te praten. Het heeft iets te maken met zijn gebrek aan sociale filters of remmingen, en mijn leeftijd. Dat van die leeftijd dat had ik natuurlijk vooral door dankzij de twintigjarige flapdrol van ’s middags. We zijn het nog steeds over veel dingen niet eens maar we zitten elkaar niet meer voortdurend in de haren. En zijn ‘lineariteit’ maakt ook dat er weinig verborgen blijft zodat het makkelijk is om naast z’n grote behulpzaamheid, waar hij altijd om bekend was, ook z’n wijsheid te zien.