22 augustus 2021

Laatste vluchtje



Niet-vliegers denken dat wij thrillseekers zijn. Niet waar: we zijn bepaald niet blij met angst of pijn. Maar we gaan dood als we alleen maar veilig voor de tv mogen blijven zitten. Dus we proberen zo veilig mogelijk te vliegen, accepteren de risico’s en zeuren niet over een kneuzinkje af en toe. Toch kreeg ik het wel weer benauwd toen Christian (drie maal wereldkampioen skateboarden en meer dan dertig botbreuken) uitlegde dat m’n titanium plaatje beter verwijderd kan worden voor het geval ik die arm nog een keer breek. Dat geval, daar wil ik echt helemaal niet aan denken. Maar Jean-Francois heeft gelijk: nog nooit was er een deltapiloot zonder wel eens een slechte landing. Zelfs Christian Cziech of Jonny Durand heeft wel eens een upright vervangen denk ik. Mijn landing gisteren viel ook weer tegen. Ik had de Fun gepakt vanwege m’n vermoeidheid en de matige voorspelling, en dat bleek ook een heel goed idee. Ik moest lang wachten tot er een zuchtje zuid stond en er niet zeker drie of vier parapents voor de start probeerden omhoog te komen, maar eenmaal in de lucht wist ik ver van de vis te blijven en op de valreep toch nog naar boven te draaien. Zonder instrument (wel m’n schouderpiepertje) stak ik veel te laag richting Beaumont. Met een enkeldoekertje ga je misschien niet erg vooruit maar ik ben een stuk minder zenuwachtig om ergens te landen. Ik zakte inderdaad uit en koos een groot groen veld waarvan ik vermoedde dat ie een beetje helling op liep. Zonder instrument had ik geen idee uit welke richting de wind kwam en aangezien er ook weinig wind was kon ik het niet goed aan m’n rondjes zien want er was nauwelijks drift. Ik bleek met rugwind een behoorlijk steile helling vol klaver te gebruiken, dat werd dus een onelegante landing en m’n harnas vol modder. Claudia haalde me als beloofd op en samen wachtten we op Lorenzo, die ook wat zelfvertrouwen te herwinnen heeft na een paar ongelukken. Waarvan één overigens een aanrijding terwijl hij z’n bagage stond uit te pakken. Claudia merkte op dat ze nog niemand echt perfect had zien landen en ze heeft gelijk, het veld is dan wel groot maar meestal flink termisch ook. Zelfs de parapenters hadden er af en toe moeite mee.

De meesten zijn al weg en ik begon ook al vast in te pakken. Altijd een beetje triest als je weer afscheid moet nemen, maar het was dit coronajaar wel heel anders dan anders. Weinig buitenlanders, geen wedstrijd. En ik op cursus parapenten, het moet niet gekker worden.  

21 augustus 2021

Fijn kort vluchtje Chabre


 

Er werd een heel kort en vroeg startwindow verwacht voordat de wind naar het westen zou draaien, dus ik liep om twaalf uur als eerste van het vlonder af. Impeccable volgens de toeschouwers, altijd weer fijn om te weten dat ik in ieder geval wel goed start. De meeste ongevallen gebeuren juist dan en dat maakt veel piloten zenuwachtig en treuzelig, terwijl ik niet kan wachten voordat ik de lucht in mag. Het leek even of het toch te vroeg was, er zat wat piep maar ik moest keihard werken om boven de riggel uit te komen. Christian met z’n rigid kwam direct achter me aan, gaf me eerst voldoende ruimte maar zat al gauw boven me, een fijne aanwijzing dat het er wel degelijk zat. M’n eerste volle driezestig over de rand heen begreep ik wat Noel bedoelde met vertigo als je boven de Chabre termiekt, plotseling kijk je de diepte van de noordkant in en het is altijd weer spectaculair. Pas na nog een paar meter begon ik een beetje te ontspannen, en vanaf zo’n 1800 meter werd de bel groot en rustig. Op 2400 draaide ik tussen de flarden van een nieuwe wolk verder omhoog maar meer dan 2600, 2700 zat er voor mij niet in. Ata beweerde ’s avonds dat hij in de Ecrins 3800 had gehaald, tjeetje. Ik had me eigenlijk voorgenomen om een rondje Sisteron, Hongrie, camping te doen maar het was harstikke blauw aan die kant en bovendien weet ik uit het verleden dat daar glij’s tussen zitten die ik van de spanning bijna niet trek, omdat fijne landingsopties zo ver weg zijn. Beaumont, St. Genis, camping dan. Minivluchtje maar who cares? Boven de pukkel voor Orpieres zat heftige termiek en ik bereikte wolkenbasis, maar ondertussen voelde ik m’n armen en schouders hevig protesteren. Ik bedacht dat ik er op mijn minivluchtje alsnog uit zou kunnen zakken en dan toch niet zo blij zou zijn kwa landen, plus de rest van de middag bezig zou zijn om m’n auto op te halen. Terwijl ik ook gewoon rechtstreeks naar de camping kon vliegen waar een windzak staat en m’n auto en waar ik precies weet waar de hekken en palen staan. Zo gezegd zo gedaan en na precies een uurtje in de lucht hing ik duizend meter boven de camping. Het was er helemaal stil en ik dobberde wat boven het huis van Mart en het huis van Lorenzo en de Intermarche en natuurlijk begon ik veel te hoog aan m’n approach maar ik wist me te beheersen en draaide nog maar een rondje en nog een. Toch zat ik erg hoog op m’n basis en natuurlijk was er toen ineens wel lift, dus ik moest nog twee grote S-en maken waarmee ik de helft van m’n veld opat en de wind bleef maar draaien en zo eindigde ik alsnog tussen de sproeipalen in het hoge gras. Niet fraai maar niet erg. Zeker niet omdat Thierry als vanouds meteen aanbood m’n vleugel te dragen, heerlijk die mannelijke galanterie.

Ik had nog ruim de tijd om in de file naar Eguiyans te gaan staan en m’n rondje meer te zwemmen, beetje fysio, beetje kletsen met Patrice, Yves en familie en boodschappen. Bij de Casino kwam ik de Nederlands-Mexicaanse piloot tegen die zich Leon Overlander noemt en die altijd vanalles wil van iedereen. Ik ben benieuwd hoe snel hij Niek ontdekt en hoe dat dan uitpakt.

’s  Avonds werd ik opnieuw uitgenodigd bij Ata, Enrico, Lorenzo en Claudia. De eerste twee zijn vanochtend naar Ager vertrokken dus vermoedelijk zal ik Enrico opnieuw meer dan een decennium niet zien. Juist de leukste mensen laten zich niet zien op facebook dus het is een complete verrassing wat ze doen en waar ze uithangen. Francoise was er ook gisteren en ook van haar weet ik nooit of ze ergens vliegt en hoe. Het maakt de vriendschappen toch wel heel erg verbrokkeld als je jaren mist uit iemands leven. Tant pis.

Terug op de camping bleek er een hele kudde parapenters gearriveerd. Ze hebben een wedstrijd hier dus de komende tijd wordt het sowieso lastig vliegen op de Chabre. Gelukkig vertrek ik morgen ook dan hoef ik niet aan te zien hoe enorme gaggles het starten onmogelijk maken.   

 

19 augustus 2021

Ontgoocheling

 


Vandaag had de dag moeten zijn. Vroeg op, want Jean-Francois kwam twee uur aanrijden alleen maar om voor mij te chauffeuren. Fantastisch en dat met geweldige vooruitzichten en fijne cumultjes, zuidenwindje en ik voelde me enorm fit en gemotiveerd. Vandaag wordt de dag, ik ga er voor, ik kan naar de Lure en de Hongrie en terug proberen te vliegen zonder me druk te maken over retrieve want Jean-Francois is meer dan bereid om de hele middag achter me aan te rijden. Gary hielp me de spullen naar boven te dragen, ik kon aan mijn favoriete ring en Alain stond al klaar om te bevestigen dat het inderdaad een goeie dag en een goed startmoment zou zijn. Totdat ik m’n laatste latten in wilde schuiven en ontdekte dat er eentje miste. Een tiplat, dus die kan je ook niet zomaar weglaten. Met tranen in m’n ogen pakte ik de boel weer in, checkte m’n blog om zeker te weten dat de Litesport voor het laatst was ingepakt op de parkeerplaats van aerodrome Aspres, en zonder al te veel hoop reden we voor de zoveelste keer dertig kilometer noordwaarts. Natuurlijk was de lat er niet, het was vijf dagen geleden en allerlei piloten en niet-piloten moeten op die plek geparkeerd hebben in de afgelopen dagen. Wel Jean-Louis, die me beloofde vanavond naar een vervangende lat te zullen kijken. En Jacques Bot en Jean-Marc die ik inderdaad nog niet gezien had, dus dat was dan in ieder geval leuk. Ook al kon ik het snelle frans van de dokter niet volgen, hij was blij om afspraken te kunnen maken over een Swiftcursus in november dus er was nog een heel klein pietsje nut van al dat rondrijden.

Iedereen had medelijden met me en ik heb heel wat troostende armen om me heen gehad vandaag. Fijn natuurlijk. Medeleven alom. Wat het einde van het verhaal eigenlijk alleen maar erger maakt en liefst zou ik nu ergens onder een hele grote steen kruipen en me voorlopig aan niemand meer vertonen. Want de lat zat natuurlijk gewoon in de zak, ik heb in m’n stress weer eens met m’n neus gekeken. Als je jezelf éénmaal overtuigd hebt dat er een lat ontbreekt dan zal je ‘m ook absoluut niet meer zien, al heb je ‘m in je handen. De schaamte is nu groter dan de teleurstelling, vooral nadat Noel vertelde dat het best zwaar was in de lucht en dat verschillende piloten eruit gezakt zijn.

Liefst zou ik nu een pintje pakken met Enrico, die ik al zeker tien jaar niet meer gezien had, maar hij logeert bij Lorenzo en Claudia dus ook dat wordt ‘m niet. Dan maar opbiechten aan Gary dat ie me voor niks aanbood om te helpen de vleugel terug te dragen.