Conrad gezien, Cameron gezien, bank geactiveerd, doos met
zooi opgehaald, vleugel opgehaald, Selmsy gesproken, simkaart gekocht en nu het
ritueel van ruzie met Telstra om de telefoon werkend te krijgen. Nuttig dagje
en straks weer lekker vroeg slapen.
11 november 2015
Gearriveerd
In het vliegtuig voelde ik me nog steeds wat onbestemd, niet
zonder meer juichend eigenlijk. Ondanks of misschien wel juist doordat alles zo
soepeltjes verliep: genoeg tijd om rustig in te pakken, buuv bracht me naar het
station, goeie zitplaats in het vliegtuig. Het speelt een rol dat ik deels weer
naar Australië ging vanwege Adams dood, ik heb het gevoel dat ik er op m’n
eentje ver weg eigenlijk niet goed om heb gerouwd en ik wil heel erg graag m’n
vrienden hier weer eens zien. Maar een grotere rol speelt de dagelijkse
confrontatie met stromen immigranten die zich op de meest verschrikkelijke
manieren een weg naar veiligheid en menswaardigheid proberen te banen. Dat
maakt mijn dure verre reizen wel heel erg egoïstisch en snobistisch. Ik had al
een schuldgevoel vanwege de milieukosten, nu aarzel ik ook of ik m’n tijd en
mogelijkheden niet in zou moeten zetten om mensen in nood te helpen.
Hairy Karl en mijn auto |
Ik heb besloten om toch wel zelf te gaan genieten, mede
omdat ik weinig uit kan richten met m’n aanwezigheid; geld is nuttiger. En
genieten gaat wel lukken. Ik ben weer de prinses: Hairy Karl stond op me te
wachten en binnen een uur na de landing zat ik prinsheerlijk in de auto die ze
voor me opgeknapt hebben. Eerst langs de fabriek, de nieuwe, mooi licht en ruim
en schoon. Testvliegen was niet gelukt maandag maar ik kon wel de doos met
spullen meenemen, en vandaag komt er iemand uit Newcastle die de vleugel voor
me op kan pikken. Door naar Newy, waar Karl duidelijk alles al had
schoongemaakt en opgeruimd en een bed voor me opgemaakt achterin z’n bus. Hairy
Karl woont in een enorme oude stadsbus die in een grote loods staat, auto’s en motoren
ernaast en douche en wc gedeeld met de garage van de buren. Comfortabel genoeg
en helemaal fijn om zo verzorgd te worden, maar het stinkt wel afgrijselijk,
Karl rookt als een ketter en al de uitlaten van al die auto’s en motoren staan
ongeveer een meter van m’n bed af. Jammer maar ik kan dit gegeven paard met
geen mogelijkheid in de bek kijken, hoe geweldig is het niet om zo fantastisch
verzorgd te worden! Karl rijdt mij overal naartoe, haalt Selmsy’s Fun 160 voor
me op en heeft een masseur voor me gevonden die ’s middags de pijn uit m’n
schouders en nek wegkneedde.
Vanmorgen even bij Conrad langs en straks rijden we naar
Blue Haven om Cameron te zien en m’n spullen op te halen. Misschien dat we op
de terugweg kunnen vliegen op Catho’s en anders heb ik nog genoeg te tutten met
m’n spulletjes en ‘mijn’ auto. Er is geen greintje aarzeling meer over, ik ben
dolgelukkig dat ik hier ben en de jetlag en Karls gepamper maken me superlui en
relaxed.
06 november 2015
Inpakken
Terwijl er down under alles aan gedaan wordt om mij een
topvakantie te bezorgen – auto, roofrack, nieuw doek, revisie en testvlucht van
m’n vleugel, Conrad bedenkt waar ik kan slapen en Hairy Karl haalt me van het
vliegveld op, is het aan deze kant van de aardbol één groot drama.
Telefonisch overleg met de dokter vanmorgen leidde tot de conclusie dat ik
voorlopig echt nog niet zal kunnen vliegen en dat ik waarschijnlijk een tweede
prik moet gaan halen in Australië. ’s Middags nog even naar kantoor voor de
bijna-laatste episode in de klucht van onze reorganisatie, waarin ik
gecapituleerd heb en de kwaaie genius die deze rotzooi gemaakt heeft z’n zin kreeg.
Ik geef de strijd op en hoop na de vakantie fris aan de slag te gaan bij bureau
inspectieraad. En dan het allerergste van vandaag: inpakken! De enige opgave
die ik alsmaar uitstel. Hysterisch loop ik van badkamer naar keuken naar tuin
naar winkel, om maar niet naar de gigantische hoop puin te hoeven kijken die
verspreid over de vloer in de woonkamer ligt. Het is niet te doen: de
verschrikkelijke zekerheid dat ik iets bijzonder noodzakelijks loop te
vergeten. En dan de hijgende pogingen om m’n halve boedel in de hoekjes en
gaatjes van m’n harnas te proppen zonder dat de rits knapt. Om vervolgens in
wanhoop te constateren dat mijn bagage veel meer weegt dan de maximaal
toegestane 23 kilo.
Tegen de tijd dat ik zondag bijna bezwijkend onder harnas en
handtas de bus net niet haal is alle stress al zo uitgewoed dat ik dan maar
weer gelaten naar het station sjok, hopend op een snel en diep coma in het
vliegtuig.
23 oktober 2015
Toevallig toeval
Ik wilde al naar bed, maar ik kon de behoefte om Fluffy te
bellen niet meer bedwingen. We hebben elkaar bijna twee jaar niet meer
gesproken, alleen een heel klein beetje gechat op facebook. Dat geeft niks, de
klik is sterk. Ik draai haar nummer op m’n vaste telefoon en op het moment dat
de verbindingstonen beginnen piept er een sms op m’n mobiel. Ik dacht nog dat
ik perongeluk mezelf zat te bellen. Maar het was Fluffy – are you awake? Over
goeie klik gesproken.
Mijn leven in Australië lijkt gewoon door te lopen, parallel
aan m’n leven hier. Wat twee jaar geleden gebeurde lijkt een paar weken
geleden, de tussenliggende tijd in Europa valt gewoon weg. Als ik over twee
weken aankom loop ik bijna op routine naar de trein, doe ik m’n boodschappen bij
Coles, fiets ik voor een kopje thee naar Nic alsof het m’n dagelijkse bezigheden
zijn. Mijn eigen hoogstpersoonlijke tijdmachine, back to the future again.
11 oktober 2015
Stress
Er was de belemmering van m’n baan, ik zet belangrijke
kansen op het spel door tien weken vakantie op te nemen. Ik zorg dat ik zo goed
mogelijk gebruik maak van netwerk en klussen in de hoop dat ik bij terugkeer
weer iets van een loopbaan op kan pakken.
Met m’n gescheurde knieband heb ik een half jaar lang
intensief getraind zodat ik mezelf kan doen geloven dat ik er gewoon mee kan
landen. Ik heb me onderworpen aan pijnlijke therapieën, besteed een half uur
per dag aan oefeningen en hou me braaf in bij de krachttraining zodat de fiks
ontstoken schouder misschien nog net op tijd herstelt.
Binnen twee weken worden we drie keer geconfronteerd met de
dood, zodat het lijkt alsof vliegen meer om verdriet en angst gaat dan om
plezier en vriendschap.
En nou houdt de douane m’n vleugel vast, waardoor ik sowieso
een belachelijk hoge rekening tegemoet zie en de kans groot is dat ie niet op
tijd klaar is.
Ik wil niet opgeven maar ik zal toch moeten accepteren dat
het over is. Ik ben gewend om het geluk af te dwingen, kansen te maken en te
vertrouwen op last minute opluchting. Toen ik nog niet kon zwemmen sprong ik
met een grote plons voor m’n vaders neus en natuurlijk greep hij me voor ik kon
verzuipen. En later leerde ik gewoon zelf zwemmen, dus verdrinken was al helemaal
geen issue meer. Het kost me ongelooflijk veel moeite om me erbij neer te
leggen dat ik niet meer kan zwemmen, dat m’n lijf zich verzet.
Misschien zal ik m’n tiende trip naar Australië moeten
gebruiken om te leren dat het voorbij is, dat ik uitgevlogen ben?
Van het idee alleen al moet ik huilen. Ik besef hoe dankbaar
ik moet zijn, hoe gepriviligeerd ik ben. Ik heb twintig jaar de tijd,
gezondheid en het geld gehad om fantastisch te vliegen. Ik heb bijna over de
hele wereld gevlogen, in meer dan veertig wedstrijden en met honderden
geweldige medepiloten lief en leed gedeeld. Ik heb de meest waanzinnige
uitzichten genoten, met allerlei vogels gevlogen, keer op keer de voldoening
van een uitdagende taak en zelfs een paar keer goal. Avonturen en verrassingen
met behulpzame mensen, gelukjes en ervaringen en als ik al eens moest afzien
dan leverde dat gewoon weer een interessant verhaal op.
Ik besef tot in m’n tenen hoe bijzonder het is geweest en
hoe uitzonderlijk dat mij dit extreme geluk overkwam. Ik mag niet klagen en al
helemaal niet kinderachtig snikken omdat ik méér wil, nog een keertje, en nog
een keertje, en nog een. Terwijl de wereld in brand staat en miljoenen geen
leven hebben, snik ik omdat ik misschien niet meer de lucht in kan.
Maar ik kan nog niet opgeven. Het ligt niet in m’n aard. Ik
hoop nog steeds dat al mijn inspanningen en voorbereidingen op de valreep tot
opluchting leiden, dat ik toch weer tien weken extase kado krijg.
Als ik ooit hard aan het leren was om de balans te vinden
tussen je eigen verantwoordelijkheid voor je lot, en de bescheidenheid om mee
te bewegen met wat je overkomt, is het nu. Het was altijd al de les van
zeilvliegen: je hebt de lucht niet in de hand maar je kan wel goed indraaien.
02 oktober 2015
Transport
Een halve dag uitdoeken, nog een halve dag inpakken, en nog
een halve dag afleveren op Schiphol. Al dat werk is niet het ergste, maar de
nachtmerries over vallende dozen, platgedrukte frames en absurde
douanerekeningen. En dan is er natuurlijk nog het risico dat de vleugel gewoon
te laat aankomt, of dat ik uiteindelijk toch niet kan vliegen met m’n lamme armpje,
of dat ik iets essentieels vergeten ben of het niet lukt een auto met
dakdragers down under te regelen. Pfff wat een stress. Maar vanmorgen was het
vooral fijn om me over te kunnen leveren aan een leger van galante mannen.
Peter stond om zeven uur op de stoep om me te helpen de 70 kilo doos-met-inhoud
op de auto te leggen. Gelukkig hielp de krantenbezorger spontaan een handje
want mijn stoerigheid was weer eens groter dan m’n biceps. En bij QCS namen ze
me vriendelijk aan de hand door het bureaucratische oerwoud van vrachtpapieren,
aangifteverklaringen en handelingsmachtigingen. Ik mag dan ambtenaar wezen maar
dit is echt hogere formulierenkunde. Toen alles na anderhalf uur ingevuld en
ondertekend werd de jongste bediende uitgeleend als gids en sjouwer, erg fijn
want mijn antieke tomtom snapt niks van de kronkelwegen op Schiphol-Oost. Langs
het vreemde verschijnsel vliegtuigspotters, door bochten waar een gladde
vijfbaansweg ineens een landweggetje wordt, via doolhoven van enorme loodsen en
slalommend om de kerende vrachtwagens.
Vanaf nu wordt het tien keer per dag m’n mail checken om te
zien of er al nieuws is over de aflevering van m’n dierbaarste bezit bij de
fabriek.
22 september 2015
Thibault
“Wie is het?” Jamie, moeder aller toppiloten, hoopte dat het niet die hele lieve jonge
Fransoos was die bij de pre-Europeans in Macedonië was, maar het is 'm wel. Natuurlijk wel, het is altijd juist een superaardige, jonge knul die
ontzettend goed kon vliegen. Het is een repeterend gesprek op facebook: is hij
dood? Wat is er gebeurd? Was het een vliegfout, inschattingsfout of een fout
van iemand anders? Discussie vernauwt zich na verloop van tijd tot ‘stom, pech of schuld’
Maar het patroon is vaak hetzelfde en dan bedoel ik niet dat het om een
aaneenschakeling van dingen gaat die het ongeluk uiteindelijk fataal maakten - wat ook meestal wel waar is.
Het zijn de jonge gasten die fantastisch vliegen, nauwelijks
bang zijn en behendig spelen met hun vleugel. Ze doen aerobatics en genieten
van de sensatie – wat is er heerlijker dan de manoevres van een kermisattractie
zelf volledig onder controle hebben? Snelheid, vaardigheid, g-krachten en vaak
bewonderaars. Ik heb altijd lol in hun stoere enthousiasme en ik ben ook altijd
een tikje jaloers. Kon en durfde ik dat ook maar! Zo’n beheersing over je
toestel, zo’n imprint van loopings en wingovers in je zenuwgeheugen, ik kan er
alleen van dromen.
Vliegen is vrij gevaarlijk, maar we beheersen de risico’s
door ruime marges, kennis en kunde. Dan kan je nog een keer pech hebben, zoals
Shedsy, Frank, Peter, Christien, Rudy, Brigitte, Birgit die hun rug of nek breken bij
een lullige landing.
We hebben nog steeds discussie over de vraag of
wedstrijdvliegen nou gevaarlijker is dan recreatief vliegen. Het lijkt logisch:
in een wedstrijd zal iedereen wel eens over haar grenzen heen gaan. Marges
verkleinen. Missy en Ricci die het met vol-vg niet redden in de turbulentie.
Maar ik vermoed dat er onder recreanten meer ongelukken gebeuren, omdat die mensen
wat minder vaardig zijn en perse willen vliegen in hun kostbare vakantie.
Een paar jongens doet aerobatics. Dan heb je geen marges
meer. De vleugel kan het aan, net. Veel van de loopende mannen maken eens een
keer een heel klein foutje, maar in een looping kunnen ze zich dat niet
veroorloven. Als je hoog genoeg zit, de enige marge die dan nog over is, heb je
een kans om op tijd je chute te gooien. Maar piloten die aerobatics doen willen
gezien worden, uitdagen, laten zien hoe goed ze zijn. Natuurlijk willen ze
applaus, welke fitte handige man wil dat nou niet? Dus ze scheuren op een paar meter over het
publiek heen, doen loopings tussen de boomtoppen, landen met een spectaculaire
wingover of vliegen hun final onder hoogspanningsdraden door.
Thibault was geen domme patser. Hij was slim, sterk,
gevoelig en vriendelijk. Dolgelukkig dat hij toegelaten was tot de Franse
kernploeg. Hij woonde een paar honderd meter van de Semnoz, middenin het
allermooiste vlieggebied op aarde zodat hij in een jaar meer uren maakte dan ik
mijn hele leven zal doen. Het was heerlijk om z’n laaiend enthousiaste filmpjes
en fotoos van fantastische vluchten te bekijken. Een paar jaar geleden was ie
nog een beginner, afgelopen jaar maakte hij bijna wekelijks driehoeken van
honderd of tweehonderd kilometer door de Alpen, met Piero als gids.
Ik kende hem pas kort maar zijn dood slaat een groot gat in
onze gemeenschap. Ik hoop tegen beter weten in dat andere jonge piloten hier
van leren dat veiligheidsmarges echt nodig zijn.
13 september 2015
Vooruitzichten
De angst om niet meer te kunnen vliegen neemt
tranentrekkende vormen aan. Ik neem een berekend risico met m’n knie, maar
misschien is de berekening niet zo heel goed. M’n schouder is zo pijnlijk dat
ik er op dit moment niet eens aan moet dènken dat ik m’n vleugeltje zelfs maar
zou opzetten, laat staan snelheid aantrekken of in turbulente lucht
manoevreren. En diep weggestopt in mijn vergeetorgaan zit nog de landingsangst.
Er zijn momenten dat de schrik me om het hart slaat bij het
bedenken hoe de komende reis in Australië uit zal pakken als ik mezelf al bij
de start blesseer. Tien weken zonder vliegen, zwemmen, peddelen of wandelen
wordt erg lang in een land waar niet echt het soort ‘cultuur’ te vinden is waar
ik opgewonden van raak. Er is een grens aan de hoeveelheid moderne kunst die ik
aankan tenslotte, en voor de architectuur of de idyllische steegjes moet je niet
down under zijn.
Maar dan chat ik even met Hairy Karl, Selmsy, Kath of Camo
of ik blader nog eens door ouwe fotoboeken en dan voel ik vooral het verlangen
om hen in het echt te knuffelen. Met J.O.D. op het hekje zitten en de ups and
downs van het leven door te nemen. Ricky’s winnaarsstem. Proberen Ratty te
peilen. Tegen Nic aan te hangen. Nu ik het ticket heb besef ik eigenlijk pas
echt hoe erg ik ze gemist heb. Nog 56 nachtjes slapen…
Abonneren op:
Posts (Atom)