24 juli 2020

Liefdesverklaringen

John is een aardige vent en zelfs nadat ik zijn huwelijksaanzoek afwees zijn we dag in dag uit samen op stap. We delen veel ervaringen, niet alleen in hanggliding maar ook met reizen en muziek – hij is professioneel drummer. De eerste dag, toen we op zijn motor naar Briancon reden, maakte hij opmerkingen over corona en mondkapjes enzo waardoor ik vermoedde dat hij bij de afwijzers hoort. De mensen die de maatregelen tegen corona helemaal niks vinden en die zelfs geloven dat het één grote hoax is, nepnieuws of anders wel een gemeen plan van de regering om de bevolking te onderdrukken. En inderdaad, gisteravond werd duidelijk dat hij een fullblown samenzweringsgelovige is, met alle klassiekers in hoog tempo: het gebouw naast de worldtradecenter dat opgeblazen zou zijn, Bill Gates die de WHO controleert zodat hij iedereen met een geheimzinnig vaccin kan laten inspuiten waardoor mensen waarschijnlijk volkomen tam worden, Trump die het beste voor heeft met de VS en elke bewering over zijn zogenaamde racistische uitspraken zijn gelogen. Enzovoort. Bizar om iemand te spreken die oprecht in zulke kul gelooft. Ik merk dat ik hem bijna als een soort studie-object gebruik, ik probeer uit alle macht te begrijpen hoe het mogelijk is dat een redelijk mens tot zulke nonsens komt. En ondertussen blijven we vriendelijk en gezellig tegen elkaar. Wat af en toe erg lastig is omdat het frustrerend is dat je langs totaal verschillende dimensies praat zodat geen enkel argument doel raakt. Hij gelooft met absolute zekerheid dat regeringen bestaan uit leugenaars, dat kwade machten er op uit zijn de controle over de wereld te krijgen, dat de ‘main stream media’ en regeringsgezinde wetenschappers betaald worden om het verhaal van de overheid te verkondigen. Hij kan zonder met z’n ogen te knipperen beweren dat onze regeringen tiranniek zijn. Mijn opmerking dat we het best goed hebben in deze tirannie glijden van hem af want hij kent mensen die wekenlang gevangen zijn gehouden in hun eigen huis (quarantaine). Mijn vraag hoe goed de gemenerikken erin geslaagd zijn om de halve wereld onder hun controle te brengen wordt beantwoord met onnavolgbare logica over surveillance. De bekende mix van bekende feiten en bizarre interpretaties, selectieve informatie en grondig wantrouwen.

Ondertussen hebben we het best gezellig. Op aanraden van Johannes zijn we naar Orpierre gereden om een kloof in te klimmen. Er was een slangetje en er was een enorme pad en tientallen verschillende vlinders en een ree. Na drie uur lopen had ik nog geen pijn in m’n rug dus dat was geweldig. We sloten af met een middagje plan d’eau, rondje zwemmen rondje peddelen en rondje lullen met Dirk en Vincent. Ik ben inmiddels een week op vakantie, heb nog geen één keer gevlogen, neem nauwelijks de tijd om te lezen of te bloggen en toch heb ik het prima naar m’n zin. Maar nu wil ik  wel weer eens van de Chabre af.

De Chabre is zo ongelooflijk bijzonder. Ik hou van die berg, het is liefde wat ik voel voor die lange riggel met haar holle noordkant. Ik weet vrij zeker dat iedere niet-piloot er langs kijkt, niet opmerkt hoe bijzonder ze is. Ze is ook niet bepaald spectaculair en ook niet lief of lieflijk. Ze is zwaar werk, en gevaarlijk, en moeilijk om te leren kennen en genadeloos als je een fout maakt. Maar als je je best doet en hard werkt krijg je er fantastische vluchten voor terug. En de geur van tijm. En gave wandelingen. En, vanuit het water van het Plan d’eau d Riou, het mooiste uitzicht ter wereld.

 

23 juli 2020

Op vakantie in coronatijd

Iemand kende Kenton, mijn flirt van twintig jaar geleden. We kletsten wat over hoe sexy ik het vind als iemand goed vliegt, en John zei dat Kenton geen goeie piloot was maar vooral een show off en gevaarlijk bovendien. Met Jamie heb ik vaak besproken hoe het altijd de leukste piloten zijn die verongelukken, en andersom hoe al onze liefjes vroeger of later verongelukken. Bijna alsof wij het veroorzaken, of eigenlijk ik want Jamies mannen leven nog allemaal. Door de herinnering aan Kenton kwam het weer boven: ik val echt op piloten die zich uitsloven en hun skills en lef graag laten zien. Dat zijn inderdaad dezelfde piloten die vroeger of later een keer verkeerd terecht komen.

Laurent vertelde dat Gérard helemaal gestopt is met deltavliegen, omdat ie het fysiek niet meer veilig kan doen. Heftig, voor één van de grondleggers van het deltavliegen in Europa. We worden allemaal te oud om nog echt te vliegen. De meesten gaan ulm, zweef of parapente doen maar het verlangen naar delta blijft altijd. Ik had het er met Bobo over dat ik m’n zelfbeeld en m’n besef van wat ik kan en niet kan aan moet passen aan de werkelijkheid. Ik ben niet meer zo fit en ervaren als ik was dus het vereist nieuwe marges en condities. Alleen nog maar starten als de condities ideaal zijn. Alleen nog landen op grote vlakke velden. Geen overlandjes meer. Nou ja, ik kom tenminste nog in de lucht en ik zie m’n vliegmaatjes nog. Ondanks corona zijn er toch nog een paar piloten op de camping en ik zie ze graag. De wind is niet denderend dus we doen alternatieve dingen. Geen via ferrata meer want we zijn niet jong meer, geen fietstochten of lange hikes want dat trek ik niet meer met m’n rug en m’n voeten. Gisteren achterop de motor naar de Col d’Izoard, gezellig en John bleek een voorzichtige rijder. Ik moest vechten om niet in slaap te vallen, zoals lang geleden achterop bij Matthias in Turkije na een gloeiendhete hamam en over bochtige bergweggetjes.

Vanmiddag een potje zwemmen en peddelen met John en Jochem, we zijn allemaal een beetje landerig en sloom. Het is heet maar de wind is noordwest, nergens goed voor. Ik heb nog niet gevlogen maar m’n vakantie is in volle gang. Gestart met wat romantiek, daarna supergezellig op visite om het kind van Laurent en Fernanda te zien, en als klap op de vuurpijl ook nog spelletjes spelen met Iris en Hedwig. Die aanpassing lukt wel.

 

24 juni 2020

Vliet

Het beste medicijn voor m'n pijnlijke rug is volgens mij nog altijd een potje zwemmen. Maar ik ben allergisch voor chloor dus het zwembad is voor mij gesloten. Ik ben bang voor kwallen en muien dus de zee is ook niet ideaal. Elk jaar kom ik doodziek thuis uit de Vlietlanden door de blauwalg en het is trouwens ook te ver weg - van fietsen krijg ik nou juist rugpijn. Bleef over om me tussen de honderden kinderen in de Vliet te laten zakken en ergens tussen de waterplanten en de vaargeul in m'n baantje te trekken. Vies natuurlijk, spannend met al die boten, en ik voelde me voor gek staan als enige persoon boven de tien jaar in een zwempak, en nog met een zwembrilletje ook. Maar ik was wel weer blij met de fijnste manier van bewegen die er bestaat, op vliegen na.

21 juni 2020

We kunnen weer naar België


Na een slechte nacht en met flinke rugpijn aarzelde ik om naar Maillen te gaan, maar ik wist al dat ik het mezelf niet zou vergeven als ik thuis zou blijven. Waar de pijn heus niet minder is. Gelukkig kwam ik in alle vroegte een buurman tegen die me wel even een handje wilde helpen om de vleugel op de auto te tillen - Peters gordijnen waren nog dicht. Het ouwewijvenkussentje tegen de rugleuning helpt ook enorm. Zo stond ik al om elf uur op te bouwen, zonder overdreven steken. Het duurde nog tot na enen voordat dragonfly en startkegel het veld op draaiden, maar ondertussen was de lucht alsmaag mooier geworden dus ook dat was geen probleem. Ik had wel even een fittie met Tom omdat hij de dolly opeisde waar ik de hele ochtend mee had lopen zeulen maar gelukkig kwam net op dat moment Klaartje aan met de andere dolly. Het is ook lastig uit te leggen dat ik bijna niet vijftig meter ingehaakt met m'n vleugel kan lopen.
De sleep verliep niet slecht alleen werd ik ergens willekeurig afgezwaaid zodat ik tweehonderd meter verloor met zoeken naar termiek, die ik vervolgens niet goed te pakken kreeg. Binnen tien minuten stond ik met een goeie landing weer op de grond. Zonder pijn, op dat moment, en vroeg in de middag, en dus zonder echte vlucht op zo'n mooie dag, dus de drang om terug naar de start te sjouwen en nog een keer te starten was groot. Maar verstandig als ik tegenwoordig probeer te zijn besloot ik toch maar in te pakken en m'n tante bij Leuven te bezoeken. Ik hielp nog een paar mensen starten, gaf Tom een virtuele knuffel en kwam precies tegen etenstijd bij tante aan. Groente en kruiden uit de tuin in de tuin, helemaal zalig. Op de langste dag werd het pas net donker toen ik de straat in reed, waar Peter gelukkig nog op was om me weer met m'n vleugel te helpen.
Ik betaal met een dag huisarrest wegens best wel erge pijn maar het was het weer waard. Vooral omdat ik meteen een weekje vliegvakantie met de toffe broers Jan en Marc heb afgesproken. I love it when a plan comes together.

14 juni 2020

Via Groningen en Limburg gewoon terug naar huis

Na een hele dag twijfelen en uiteindelijk niet vliegen - foute beslissing en waarom in godsnaam? - rij ik met m'n hele handeltje weer 280 kilometer terug. Ik vraag me af of ik het maximale wel uit m'n leven haal. Sinds de dag dat ik door m'n partner bij het vuilnis werd gedumpt voel ik me oud. Sindsdien is het me nog niet gelukt te accepteren dat ik ouder word, met fysieke gebreken en overgang en al. Ik blijf proberen te ontkennen en te bestrijden, en m'n lijf blijft pijn doen om me te doen inzien dat het onvermijdelijke toch echt ook mij gebeurt.
Echt gelukkig wordt ik van buiten zijn, genieten van natuur en activiteit, hard werken en beloond worden met een mooi uitzicht en de voldoening iets gedáán te hebben. Vliegen, zwemmen, fietsen, flink doorstappen, peddelen het maakt me allemaal intens gelukkig. Maar niet alleen weigert het lichaam, ook de natuur brokkelt zichtbaar af. Probeer dan maar eens om niet te somberen.
Focus op de fijne dingen! Precies tegelijk met Rinus op het vliegveld aankomen. Er is verder niemand en we drinken een biertje in de avondzon terwijl er een haas over het veld huppelt. 's Ochtends wakkergefloten door de vogels, stiekem een hete douche en met Emiel en Rinus vliegverhalen uit de ouwe doos ophalen. Op dat moment maakte ik wel m'n fout: ik besloot net dat het waarschijnlijk vroeg zou gaan regenen en waaien en ik deed de regenzak om m'n vleugel, toen Martin aan kwam en hij en Emiel gauw opbouwden om nog voor het onweer een startje te doen. Ik had me er mee verzoend om niet zelf te vliegen. Ik mocht een rondje met Rinus mee achterin de dragonfly, en zHarry en Ans kwamen op bezoek, en ik kon af en toe de dolly ophalen, dus het was toch geen vergooide dag. Maar het weer werd al beter en beter en uiteindelijk had ik natuurlijk gewoon alsnog op kunnen bouwen en vliegen.
In plaats daarvan reed ik voor het eerst sinds corona naar Limburg om bij m'n moeder te logeren en zondagochtend een wandeling te maken. Als ik thuis was gebleven had ik me waarschijnlijk een mes in m'n rug gefietst.



29 mei 2020

Van m'n fiets getrapt door een paard

mijn idool

de treurige werkelijkheid

Nog flink beverig door de tramadol knap ik toch al weer supersnel op. Ik kan bijna normaal lopen terwijl ik gisteren nog door tachtigjarigen met hun rollator voorbij gescheurd werd. De plek net naast m'n ruggegraat waar de paardehoef me geraakt moet hebben is een beetje gezwollen maar verder zie je niks en de pijn gaat al een beetje lijken op mijn normale rugpijn na een stressige kantoordag.
Ik fietste met m'n ligfiets bij Clingendael omdat ik nog even een wandelkaart bij de ANWB had gekocht. Voor me twee tienermeisjes op echte paarden die duidelijk wat zenuwachtig waren, maar ik bedacht niet dat dat echt gevaarlijk zou kunnen zijn. Al helemaal niet omdat fietsers vóór mij er al langs waren gegaan en het voorste paard daar wel nerveus op reageerde maar niet op hol sloeg. Ik heb ook altijd geleerd om niet achter een paard te zijn, dus ik haalde in. Dat had ik toch niet moeten doen (maar ja, wat had ik anders moeten doen?) en op het moment dat ik langszij het voorste paard kwam verloor het meisje de controle en het paard trapte. Man wat is dat hard! Ik voelde een enorme knal in mijn rechterkant en ik werd min of meer van mijn fiets afgetrapt, ik vloog er min of meer overheen. Het meisje vroeg een paar keer, terwijl ik au au riep en niet bewoog, of het ging. Nee dus, maar ze kwam niet van haar paard af. Een voorbijganger belde een ambulance, maakte een foto voor de verzekering en noteerde haar gegevens. Twee dames bleven bij me en hielden de paarden weg, de meisjes wilden vlak langs mij lopen terwijl ik daar nog lag te hopen dat m'n rug niet gebroken zou zijn.
Iemand vroeg of ze iemand voor me konden bellen, en wat er met de fiets moest, en dat bracht me gelukkig op m'n buren. Nel was er een paar minuten later en zoals altijd op het moment dat je je over kan geven aan iemand die lief en zorgzaam is, begon ik te snikken. Ik was zo bang dat ik echte schade had, want die trap was zo ontzettend heftig geweest en de pijn was behoorlijk erg.
De ambulancejongens onderzochten me en stelden me al gerust dat er niks gebroken leek, wat later met fotoos bevestigd werd. Uit m'n pies in een potje bleek dat ook m'n nieren niet kapot zijn, en er zit geloof ik verder weinig nuttigs op de plek waar het pijn doet. Het is alleen gek dat er niks te zien is terwijl ik toch wel een vette kneuzing moet hebben.

Ik ben wel boos, wat een vrij ongebruikelijke emotie is voor mij. Niet alleen heb ik veel pijn en ben ik kotsmisselijk, ik mis ook een hoop leuke dingen die ik dit wiekend in het vooruitzicht had. Fietsmeting vanochtend, vliegen morgen, wandelen met m'n moeder op maandag. Mooi weer en misschien zelfs weer eens zwemmen. Paarden mogen helemaal niet op een fietspad en hier ging het ook nog eens om een puber die haar paard duidelijk niet onder controle had. Australische en Amerikaanse vrienden roepen "sue her!" en hoewel ik dat natuurlijk niet doe heb ik er eigenlijk wel zin in.

Twee dagen later
Het is nu echt alleen nog maar een enorme spierpijn en bewegen helpt, dus ik ben wandelend m'n fiets op gaan halen. Niks te zien! Het stuur stond wel maximaal scheef en de ketting was er af, maar dat was zo verholpen. Ik denk inmiddels dat de hoef tegen de centrale framebuis moet zijn gekomen, net onder m'n billen. M'n spieren zullen eerder verkrampt zijn dan gekneusd, wel ongelooflijk dat dat zo zeer kan doen. Maar ook weer een ongelooflijk geluk, ik blijf verbaasd dat ik opnieuw doorloop en kan vergeten dat ik bijna ongelukkig geschopt was.

22 mei 2020

Zon, vliegen, gezelligheid


Arne klaar voor z'n vlucht naar (bijna) Wageningen

Eppo

EHST

Ik was behoorlijk zenuwachtig om weer een sleepstart te maken, voor het eerst aan een touwtje sinds 21 september en voor het eerst onder een vleugel sinds ik m'n arm brak. Bovendien stond de wind bijna nonstop uit de rug en anders kwam ie wel over de gebouwen, we zagen enorme dustdevils twee velden verderop, en we hadden natuurlijk een coronaprotocol zodat er geen starthulp meeliep. Het was ook goed thermisch zei Rinus en ook al doe ik elke ochtend een paar pushups en wat gezwaai met gewichtjes ik voel m'n arm natuurlijk nog wel. Kloppend hartje dus maar dat duurde maar even. Ik voelde de lift onder m'n vleugel, liet de dolly los, zag Rinus loskomen en nog voor we de baan over waren wist ik weer: ik kan dit. Ik kan het goed zelfs, en Rinus is zo ongeveer de fijnste sleeppiloot die je kan hebben, en de lucht was niet wild en m'n litesport heerlijk vertrouwd. Zo fijn! Ik had wat veel vg aangetrokken zodat ik niet heel soepeltjes mee de bocht in ging, maar in no time zwaaide Rinus me af en draaide ik onder een van Diederiks piloten in tot een meter of 800. Het ging nog niet zo makkelijk als ik had gewild maar ik genoot toch weer van het vliegen. Terwijl ik naar de kern zocht besloot ik straks sowieso op m'n wielen te landen - de wind was onbetrouwbaar, het gras gemaaid en ik voelde m'n arm toch wel. Daarom ging ik ook meteen toen ik het belletje kwijt was terug, nou eens niet overdrijven deze keer, wees eens blij dat ik überhaupt de lucht in kon.
Het was wel nog erg vroeg en de dag werd alsmaar mooier en Diederik daagde me uit om nog een startje te doen en ik ben nooit erg goed geweest in op tijd stoppen, maar nu pakte ik toch maar in. Dat bleek de juiste beslissing want m'n arm deed nu toch wel teveel zeer om zelfs maar iets op te tillen.


Lakervelder


Officieel moet je zelfvoorzienend zijn om te mogen kamperen en bovendien vertrok bijna iedereen maar ik besloot toch om te blijven slapen. Ik bèn ook zelfvoorzienend als het moet al betekent dat wel piesen achter de heg en niet douchen. Om vijf uur werd ik wakker van een enorm vogelconcert, geen merels en meeuwen zoals thuis maar leeuweriken en andere veldvogeltjes, fantastisch. Chris en Ynske hadden me gisteren naar Smeerlig verwezen en het was inderdaad schitterend om een paar uurtjes door het dal van de Ruiters Aa te wandelen. Het begon te druppelen toen ik aarzelde of ik richting auto zou keren en net toen ik wegreed ging dat over in serieuze regen. Precies goed.

08 mei 2020

Verlangen

Het verlangen om te vliegen is zo heftig dat het bijna pijn doet. Tegelijk ben ik bang. Angst voor een slechte start of een foute landing. En ik heb ook helemaal geen zin in opladen, drie uur rijden, sjouwen, rugpijn schouderpijn kouwe vingers. Gedoe met instrumenten en radio’s. Batterijen leeg, headsets kapot, ik snap niet meer hoe het ook weer werkt, storingen door m’n speakertje. En terwijl ik een paar mensen erg heb gemist (maar die mag ik toch niet omhelzen voorlopig) weet ik dat er ook altijd wel mensen zijn waar ik minder trek in heb.

Terwijl ik onder een perfecte overlandlucht fiets en hunkerend naar de wolken kijk probeer ik mezelf ervan te overtuigen dat het de moeite niet waard is. Mijn leven zou relaxter zijn als ik het vliegen gewoon op zou geven, en me op iets anders stort. Ik zou weer tijd hebben om te studeren. Ik zou weer vriendschappen kunnen sluiten met alleen maar leuke mensen. M’n huis op kunnen ruimen – ineens zou er ruimte zijn voor wel drie logees of een werkkamer. Het geld dat ik zou besparen! De auto kon de deur uit, de gang geïsoleerd. Nooit meer klunzen met knopjes en programma’s en ingewikkelde berekeningen of iemand moeten smeken een draadje te solderen. Met de wind in m’n rug bedenk ik dat de voordelen enorm zouden zijn.

Op dat moment vliegt er een zwever over. M’n hele lijf bijna in een spasme van jaloezie en begeerte. Ik wil de lucht in. Ik wil m’n spieren en de vleugel voelen, met het puntje van m’n tong uit m’n mond geconcentreerd de kern van de bel opzoeken. De vario horen piepen en de hoogtemeters zien oplopen. Lachen en huilen tegelijk van het uitzicht en het mooiste gevoel dat een mens kan beleven.