23 mei 2011

Gevaarlijke sporten

Van de Stichting Consument en Veiligheid jat ik een overzicht van sportongevallen. Eigenlijk hebben ze niet gekeken naar doden maar naar hoofdletsel. Met stip bovenaan staan paardensport en schaatsen, dat is kennelijk echt alleen voor thrill seekers.

In de Krantenknipselregistratie zijn tussen 1986 en 2009 vijfendertig dodelijke sportongevallen met hoofdletsel geregistreerd. De meeste doden door hoofdletsel vielen door paardrijden, namelijk tien: in zes gevallen viel de ruiter van het paard, één keer viel een pony op het hoofd van het slachtoffer, één ruiter werd meegesleept door het paard en raakte met het hoofd een paaltje, en twee ruiters overleden door een trap van het paard tegen hun hoofd. Vier zwemmers overleden, één na een val van de duikplank, twee na een duik in ondiep water, en één na een botsing met het hoofd tegen een andere zwemmer. Kitesurfen maakte drie dodelijke slachtoffers, meegesleept door de kite, en ook tijdens zeilen overleden drie sporters, alle drie doordat ze de giek tegen het hoofd kregen en bewusteloos raakten of overboord vielen. Twee wielrenners overleden in deze periode, beiden na een val van de fiets, en vier voetballers, waarvan er twee een omvallend doel op het hoofd kregen, één overleed na een kopduel en één zaalvoetballer na een bal tegen het hoofd. Verder werd een surfer overvaren door een speedboot, overleed een jongen die met een crossfiets over een skatebaan wilde gaan aan hoofdletsel, viel iemand van een klimmuur op zijn hoofd, en viel een meisje tijdens de gymles uit de ringen op haar hoofd. Een opvarende van een speedboot viel overboord en werd overvaren door een andere boot, en een sportvlieger kwam met zijn hoofd in de propeller van zijn vliegtuig. Een schaatstrainer overleed na een botsing en een val op het ijs en een skeeleraar overleed aan een hoofdwond na een val op de weg. Recentelijk overleed een bokser na een klap op zijn hoofd.

18 mei 2011

Blessures

Af en toe ben ik wel blij met van de medische hulp die je soms krijgt. Het helpt natuurlijk wel als een dokter heel tevreden is over m’n knie, maar toch. Eerst de fysiotherapeut die onmiddellijk voor me klaar stond, en nu een sportarts waar ik direct kan komen en die voor de zekerheid nog maar een controle-afspraak maakt, ook al verwacht hij dat ik af ga bellen.
Het was wel weer confronterend om de formulieren in te vullen. “Meld eerdere blessures.” Tja. Gebroken pols gebroken ribben gebroken hand gebroken teen, ontelbare kneuzingen en let niet op m’n andere knie, daar zit een deuk in. Aan de andere kant, ik zou veel ernstiger letsel hebben gehad bij verschillende ongelukken als ik niet zo fit was geweest, en ik ben fit omdat ik veel vlieg en daarvoor ook veel sport. Sterker nog, ik zou waarschijnlijk nog veel meer ongelukken hebben gehad als ik niet sportte.
Nu maar weer trainen, trainen, trainen. Opdat m’n knietje heelt, opdat ik m’n vleugel op kan tillen, opdat ik fris en alert uren kan vliegen.

11 mei 2011

ziek

Vanmorgen stond ik weer misselijk op, nu ook met buikpijn. Geen idee wat ik mankeer maar het ging tijdens het vliegen niet weg. Gelukkig had ik een prachtige snelle landing, mooi over de grond gescheurd en laat uitgeduwd. Het was geen makkelijke dag, Ropje kwam na een uur al landen. We zagen Martin met engelengeduld pielen, honderd meter winnen in tien minuten en dan weer alles kwijt in tien seconden, nog een keer, en weer een keer ergens anders. Indrukwekkend. Martin kan ook als geen ander de lucht lezen, hij weet precies waar ie zijn moet. Maar het leverde vandaag uiteindelijk geen lange vlucht op
Waarschijnlijk morgen naar huis, het gaat regenen.

10 mei 2011

Nog meer uitgezakt

Nou moe het lijkt wel tien kleine negertjes. Eerst vertrok Juicy, vanmorgen ging Djenghis weg, nou zijn we alleen nog met z’n drieën. Teleurstellend dagje vandaag, ik ben twee keer uitgezakt terwijl de vooruitzichten erg goed waren en m’n hanghoogte eindelijk in orde en ik word steeds slimmer in het inpakken van m’n harnas. Al is het nog steeds een drama om de rits dicht te krijgen. Afijn, ik had gisteravond weer ns existentiële crisis maar ik dacht daar kom ik wel overheen als ik vandaag een paar uur en een hoop kilometers vlieg. Maar dat lukte dus niet. De tweede start was het radiocontact uitstekend en Ropje vloog naar de Emberger Alm om een stukje samen te gaan vliegen, harstikke leuk maar ik kwam gewoon niet door de inversie op 1800 meter. Het kakte allemaal in en m’n landing was ook al niet zo spectaculair als ik van plan was geweest, ik moest na een hoop gedraai naar het noorden toe landen wat nou net de rottigste richting is hier.
Morgen waarschijnlijk de laatste dag, als het al vliegbaar wordt, eind van de dag zal het gaan overontwikkelen en dan is het gedaan met het mooie weer. Ik ben toch blij met de week die we dan wel gehad hebben, al was het maar omdat het leuk was om de jongens zo goed bezig te zien.

09 mei 2011

slome dag

Ik was niet gemotiveerd vandaag, heel ongebruikelijk. Ik weet ook niet echt wat de oorzaak was. Ik voelde me niet vreselijk lekker, gisteravond was ik echt misselijk van de kaiserdinges of de gegiste isotone, en ik ben zo langzamerhand ook wel doodmoe van de voortdurende pijn in m’n been. De wind zag er ook niet best uit, föhnig, noordelijk en aantrekkend. Misschien waren het hormonen, of emoties rond oud zeer. Hoe dan ook, ik deed een ongeinspireerde poging om te centreren, besloot dat ik er echt helemaal geen zin in had vandaag en speerde rechtstreeks naar de camping. Daar heb ik de rest van de middag in Ropjes zweefvliegwedstrijdboek zitten lezen, ook uitstekende training tenslotte (terwijl vooral Ropje en Gijs echt super aan het trainen zijn, elke dag grote afstanden en lange vluchten, samen, fysiek niet te flauw). Al pratend en lezend realiseer ik me een hoop.
Dat de toppiloten op elk stukje van een taak een klein voordeeltje pakken. Ze zitten precies goed hoog en upwind op de startcirkel als de start open gaat. Ze vinden het snelst de beste bellen, centreren het efficienst en verlaten de bel op de voordeligste manier. Ze kiezen het optimale glijpad en vliegen met de snelheid die het hoogste rendement geeft. Enzovoort. Steeds minieme voordeeltjes, maar uiteindelijk winnen ze daar dan ruimschoots de wedstrijd mee.
Dat iedereen fouten maakt, maar dat het wel zaak is om eerst je fout te herstellen voordat je de volgende gaat maken (wijsheid van Mart heb ik begrepen). Het is wat ik in Ager probeerde, minstens eens per vlucht terugkeren naar een goeie bel omdat ik er te laag uit ben gegaan of omdat ik een verkeerde route heb gekozen.
In het groot is het ook wat ik nu doe met m’n landingstraining. Eerst techniek en zelfvertrouwen krijgen, de grote fout herstellen die ik heb gemaakt door dat te verontachtzamen en te snel op een veel te hoog niveau proberen mee te vliegen. Door schade en schande, pijn en teleurstelling ben ik er uiteindelijk achter gekomen hoe wezenlijk het is om gewoon goed te leren vliegen.
Het is wel verklaarbaar dat ik zo graag met Koos mee wilde, en dat ik in m’n enthousiasme en doorzetting ook keihard werkte om mee te kunnen. Plus, met Martin had ik het over hoe we vroeger überhaupt leerden vliegen en landen: met toestellen waarmee je sowieso geen snelheid kon maken, op de Maasvlakte bij harde wind, met een heersende mentaliteit dat een landing goed was als je geen schade had. Ik had gewoon het besef niet dat m’n landingen uiterst matig waren. Totdat ik over Resis ongeluk las, en wel begreep dat mij dat ook had kunnen overkomen. Totdat ik m’n pols brak. Totdat ik mensen stallend en fladderend zag neerkomen, en begreep hoe gevaarlijk dat was.
Inmiddels ben ik ouder, voorzichtiger en banger. Maar ik blijf de doorbijter, en ik zou trouwens niet weten hoe ik moest leven als ik niet zou kunnen vliegen.
Dus is het toch een gek gevoel, zo’n ongemotiveerd dagje.

08 mei 2011

Föhn


Harde noordenwind, vandaag. Ik ben nog gauw van de berg afgestapt en Joost en Martin hebben het ook nog geprobeerd, maar Ropje en Gijs hielden het voor gezien. Terwijl ze stonden in te pakken vlogen de keien ze om de oren. Dus na een hoop lanterfanten togen we naar de Weissensee om te gaan kayakken, maar helaas het seizoen is nog niet begonnen dus we konden alleen maar waterfietsen. Je moet alles een keer proberen maar dit blijft dan ook bij die ene keer, jezus wat zwaar. En saai. Het water was te koud om elkaar in te douwen. Dan maar naar de alpenhut om bieren te gaan proeven, maar helaas die was nog niet echt open. Veel meer dan schommelen zat er niet in. Ondertussen werd de lucht zwart, best gek voor een föhn-dag, dus we zitten nu weer in het restaurant van de camping, de lekkerste knoflooksoep ter wereld achter de kiezen en op dit moment sta ik op barsten na een volle portie kaiserschmarren. Het is nog vroeg dus het verwordt zometeen tot toepen en éénentwintigen, maar morgen wordt het wel weer vliegbaar dus moeten we toch maar op tijd naar bed.

07 mei 2011

mooie vliegdag

Hehe eindelijk een echte vlucht, al was het allemaal niet best. Ik zakte uit, maakte een perfecte buiklanding (wel m’n drinkfiepje kwijt) en binnen drie kwartier zat ik alweer in de taxi naar boven. Om een uur of drie startte ik voor de tweede keer, de lucht was helemaal leeg, geen honderden parapenters om me dwars te zitten, heerlijk. Maar het harnas zit voor geen meter. Het duurt eeuwen voordat ik uberhaupt kan gaan liggen en tot die tijd voel ik me heel erg onzeker, probeer ik de termiek in te sturen met m’n armen gestrekt naar beneden. Dan duurt het nog een kwartier voordat ik de rits helemaal dicht heb, en ik heb totaal geen ruimte om me te bewegen. Batterijen en dergelijke prikken in m’n zij, de gesp doet pijn als ik er op lig, en de angle of dangle is eigenlijk niet goed aan te passen. Ondertussen kan ik niet bij m’n radio, die diep onder de chute zit, terwijl de anderen last van me hebben omdat ik aan het zenden ben. Waardeloos.
Na de eerste drie bellen zat ik er eindelijk goed in, 3200 meter, en ik was keurig aan het bekijken waar m’n volgende bel zou zijn. Dat was goed, maar binnen drie kwartier was ik zo uitgeput en deed m’n hele been zo’n pijn dat ik het idee om op en neer naar de Matrei te vliegen liet gaan. Ik draaide boven de derde piek al om, maakte nog even een keerpuntje boven het dorp dat voor de Weissensee ligt, en landde weer schitterend. Dat dan weer wel. Het kostte wel twee uur voor de pijn uit m’n schouders wegtrok, van gewoon anderhalf uur vliegen!
Juicy en Ropje hebben weer enorme driehoeken gevlogen, 173,7 en 173,6 km, waanzinnig.

06 mei 2011

minivluchtje


Auwauwauwauw de landing deed héél erg pijn. Bah, eigen schuld, ik had me voorgenomen op m’n buik te landen maar op het laatste moment besluit ik dan toch te proberen een perfecte flare te doen. Sufferd, hard op m’n voeten neerkomen leverde nou niet echt het gewenste effect. Bij wijze van therapie ben ik naar boven gaan lopen/liften om de auto op te halen, maar dat was te ambitieus dus tegen de tijd dat ik eindelijk een lift kreeg kon ik wel grienen.
Never mind, de start viel honderd procent mee terwijl ik daar gigantisch tegenop had gezien. Drie passen rennen voelt namelijk of er een bijl in m’n knie hakt, maar m’n hoop op de draagkracht van de vleugel werd bewaarheid. Nu nog een nette buikschuiver dus. Ondertussen had ik me wel zo druk gemaakt dat ik totaal niet in staat was om, éénmaal in de lucht, te vliegen. Ik leek wel half verlamd ofzo, ik maakte halfslachtige bochten waar m’n vario piepte, maar niets leek op een poging om ook echt termiek te pakken. Dat was dus een kort vluchtje, en een lange auto-ophaal, maar ach de zon schijnt en morgen weet ik dat starten best gaat.
Martin kwam net landen toen ik weer beneden was, hij had geen denderende vlucht maar toch twee-en-een-half uur geploeterd. Gijs kwam even later, die is heel tevreden over z’n vlucht, en na ruim vier uur landden Ropje en Joost (bijna vijf uur), die de taak van rond de 150 km hadden gerond. Ik snap niet waar ze de energie vandaan halen, Ropje heeft toch een nacht gemist en Joost had nauwelijks gedronken onderweg, maar het lukt ze prima.
Morgen ga ik het maar weer ns proberen.

mooi weer

Verschillen tussen soorten mensen blijven altijd fascinerend. Is het omdat het parapenters zijn, of omdat het Nederlanders zijn, of omdat het mannen zijn? Ze zijn in ieder geval enorm vol van zichzelf, forceren zichzelf op de rest van de wereld, iedereen die niet vol belangstellling voor hùn uiterst bijzondere ervaringen is, is een eikel. Vanmorgen bouwden een stuk of vijf parapenters hun hoogte pal boven de camping af (altijd al verboden hier vanwege de crashes tussen de tenten en zeker na de dodelijke botsing een paar jaar geleden), een aantal vond het ook nodig om om half zeven ’s ochtends zo hard mogelijk te brullen hoe bijzonder het was. Goh, wij deltisten, doen dit spelletje al een jaar of twintig, nou we zijn wel onder de indruk van jouw speciale vluchtje hoor… ergerlijk!
Met Ropje had ik het gisteren weer over verschillen in leerstrategieën van mannen en vrouwen. Mannen zijn gericht op kracht, en leren door trial and error. Vrouwen focussen op techniek, en zijn perfectionistisch. Aangezien ik een man ben (he Rishma) heb ik altijd geprobeerd me met kracht te redden, en helaas daar heb ik toch te weinig van. Bovendien ben ik wel degelijk perfectionistisch, en dan ook nog vreselijk onhandig met elke vorm van techniek en motoriek, dus de frustratie was vanaf het begin al ingebouwd. Jammer, maar goed nu na vijftien jaar buikschuivers ga ik het dan toch goedmaken.


We hadden het over Ellen, een enthousiaste en stoere nieuwe piloot. Geweldig, dat enthousiasme en die stoerigheid, hopelijk trapt ze daardoor niet in dezelfde valkuilen als ik. Te hard willen, te veel pijn en angst negeren, foutjes accepteren omdat je hoger verder langer wil. Ik zal haar het artikel van Helen MacKerral sturen, dat beschreef precies waar ons soort vrouwen (de vliegende soort) zich kan vergissen.

05 mei 2011

Greifenburg

Bijna had ik Flip gesmst om een complimentje te vissen: ik ben aan het niet-vliegen! Verstandig he. Ropje heeft de hele nacht doorgereden, ik heb een half uur geslapen, om half acht stond de tent waarin ik alleen een beetje kon rusten en om tien uur joeg Ropje me er al uit om naar boven te gaan. Ik ben echter te brak en m’n knie doet ook teveel pijn, de combinatie maakt dat ik toch maar een dag oversla. Die beslissing werd wel makkelijker gemaakt door het weer: steenkoud, harde noordoosten bovenwind, bokkige lucht. Bij Annaschutzhausen is het wel ‘ziemlich sportlich’ waarschuwde Woolfie.
Martin is al geland, en Ropje en Juicy amuseren zich nog in de lucht. Ik ga zo nog maar ns proberen een dutje te doen.

30 april 2011

koninginnenach

Geen vliegen, behoorlijk vreselijk. Maar ter compensatie wel een ouderwets gezellige koninginnenach en een zonnige vrijmarkt. Ik loop trouwens enorm te strompelen, heb waarschijnlijk iets te hard getherapiet zodat ik nu spierpijn van bil tot kuit heb. Toch maar even doortherapieën in de tuin, ik heb nu de gelegenheid.

29 april 2011

geen trainingsweek

Nou moe. Heb ik me de hele week afgebeuld op last van de dokter, me dagelijks laten martelen door de fysiotherapeut, me de tandjes zitten typen om m’n werk af te krijgen, me de hersens gebroken over het volstoppen van Rops kleine autootje met mijn gigantische winter-overlevingspakket, gaat het niet door! Het weer is nergens goed. In zuid-Europa regent het, in noord-Europa waait het veel te hard. Dan maar de Haagse koninginnenach vieren, want of die nou is afgeschaft of niet feest wordt het heus wel. Het zal lastiger voor m’n arme knietje zijn om met bier in de benen door de mensenmassa te slenteren dan om eens per dag vier stevige passen van een vlonder te doen, maar tja het moet maar. Vanavond proberen om het weer goed te drinken.

27 april 2011

gescheurde meniscus

Hoera ik heb de ideale fysiotherapeut gevonden. ’s Ochtends vanaf zes uur bereikbaar, continu op zoek naar een gaatje in z’n schema om mij tussendoor nog even te bekijken, en het allerbeste: ik krijg de opdracht om vooral veel te fietsen. Geweldig, geen gedwongen rust en stilzitten en nietsdoen. Bovendien heeft ie er begrip voor dat ik zaterdag weer wil vliegen. Het herstel gaat wel lang duren, maar dat hoeft het starten niet tegen te houden.
Als klap op de vuurpijl biedt Leo ook nog aan voor me te rijden met de NK, stuurt Jeff me vandaag de kortere legloops en is er geen reden thuis om ongerust in de buurt te blijven, dus ik ben weer helemaal blij.

25 april 2011

pijn

Fuck! M’n knie doet heel erg pijn. Het soort pijn waar je een beetje misselijk van wordt. Terwijl ik liep om m’n auto op te halen bedacht ik dat ik letterlijk op m’n tanden aan het bijten was. Pijn is vervelend, maar het wordt helemaal een drama als ik morgen, of erger nog volgende week, niet kan vliegen!
M’n laatste landing was eigenlijk perfect, zo perfect dat ik er al trots op was nog voor het helemaal klaar was. Echt goed, mooie indeling, forse snelheid, ontspannen wachten op het flaremoment… en op het moment dat ik dan flarede ging ik net een klein hobbeltje in het terrein over, m’n been zwikte raar tegen de grond aan en ik struikelde de laatste halve meter alsnog. Eerst dacht ik dat ik m’n enkel verzwikt had, maar inmiddels is wel duidelijk dat het de knie is, die heeft een forse optater gehad. Ik strompel, kan niet lopen, maar misschien misschien dat die drie passen op het vlonder wel gaan, morgen.
Eigenlijk was het een superleuke dag, met uiteindelijk vijf (!) starts, twee goeie landingen en dus één perfecte. Over die buikschuivers van vanmorgen heb ik het maar niet. Ik was heel vroeg, helemaal alleen op de start vanmorgen, dus ik ging eerst de auto naar beneden brengen. Meteen kreeg ik een lift naar boven van iemand van het zweefvliegveld, het is ideaal dat de start aan een min of meer doorgaande weg ligt. Ik wachtte toch maar een beetje tot er anderen waren, helemaal in m’n piere-eentje starten vond ik nou net een stap te ver. Het had wel gekund, maar als je je vleugel niet houdt hier heb je wel een probleem.
Na de landing meteen met m’n eigen auto naar boven, direct weer opbouwen en starten, en beneden wilden Sascha en z’n maat wel die twaalf minuten wachten die ik nodig had om in te pakken. Derde start, en beneden waren Medori en Toru er ook, en die vonden het geen gek idee om nog een keer boven te kijken of het nog zou kunnen. De anderen verklaarden ons voor gek, er zaten grote gemene onweerswolken overal om ons heen, maar het was pas drie uur en die wolken konden net zo goed inzakken. Boven haastte ik me om toch maar voor een evenuteel gustfront weer op de grond te staan. Ze hadden het hek al dichtgemaakt, dat moest weer open. Medori bouwde niet op en het was ook wel tricky, maar ik gokte dat ik die vijf minuten nog wel had. Inderdaad, ik speerde naar beneden, stond minder dan vijf minuten later weer op de grond, met een vierde, mooie, landing erbij. Leuk! De sms-communicatie in het Duits verliep niet helemaal soepel, dus ik begreep dat m’n Japanse vrienden naar beneden kwamen rijden. Foutje, want inmiddels waren de wolken zichtbaar aan het inzakken en Toru had er wel zin in om een gokje te wagen. Gedrieën bouwden we op om half zeven, tegen een donkergrijze achtergrond en met een slaphangende windzak. Ik startte als eerste, moest verkeerdom landen, en dat ging dus perfect afgezien van m’n ongelukkige misstap. Medori en Toru volgden, en om half negen zaten we in het Anker aan het bier, met VIJF!!!! Starts. Mogelijk een siterecord.

Maandag
No way dat ik kan starten vandaag. Ik kan niet eens lopen, de koppeling intrappen wordt al een probleem. Bah, vandaag belooft de mooiste dag van dit lange wiekend te worden, en ik ben weer ns uitgeschakeld. Hoop niet langer dan een paar dagen. Daar word ik nou misselijk van, van de angst dat dit toch wel weer lang zou kunnen gaan duren.

24 april 2011

oostenwind

Het was wel heel lastig kiezen, Stadskanaal bood gezelligheid en Neumagen perfecte vooruitzichten. Toch maar Neumagen, drie dagen achter elkaar oostenwind en zon is teveel om te laten liggen. Eénmaal hier stond er een behoorlijke puist wind. Ik ben toch maar gestart, maar had het niet naar m’n zin in de lucht. M’n landing sloeg nergens op, ik zat een kilometer hoog en waar ik hevige sink verwachtte door de rotor van de naastgelegen heuvel, zat er vooral stijg tegen de bomenrand aan. Never mind, het veld is gigantisch en ik kon met Toru en Minoru meteen weer mee naar boven. De tweede vlucht ging perfect, ik was te ongeduldig om rechtstreeks naar het zweefvliegveld te vliegen dus ja, dan sta je daar ook inderdaad op de grond. Never mind, ik kreeg een aardige lift van een ouder echtpaar die me direct naar het landingsterrein brachten, kon nog boodschappen doen en nu staat m’n tentje op het zweefvliegveld. Zo even douchen, dan hopen dat ik m’n groente warm kan maken op iemands vuurtje, en dan lekker vroeg slapen.

S. moet mij niet en dat is wederzijds. Zij is de koningin van Neumagen, die zit niet te wachten op een single hittepetit uit Nederland die zelfstandig kan vliegen,zonder haar hulp en wijze raad. Ze voelt zich verantwoordelijk voor de stek, en dat uit zich heel Duits, in schooljuffenvermaningen en snauwen. Het soort vrouw dat voortdurend loopt te vertellen wat je moet doen, denken, laten. Beetje zoals de heks van m’n ex, ik begrijp ineens waarom die zo nodig voortdurend zich opdrong om mij te ‘helpen’. Vrouwen die ervan overtuigd zijn dat mensen hen nodig hebben, dat ze een soort ongevraagde coaches zijn.
Ze krijgt meer dan één piloot bloedzenuwachtig op de start. Eén moment je vleugel op laten tillen en ze begint te stressen dat alleen mensen met uitstekende starttechniek hier mogen starten, en of je maar vooral niet jezelf dood wil vliegen hier. Nou heb ik wel een probleem met netjes landen, maar niet met starten. Heel fijn om ook ergens zelfverzekerd over te zijn. En voor m'n landingen schaam ik me niet te erg, ik stel alleen zelf hoge eisen zodat ik met meer plezier en meer mogelijkheden kan vliegen. In tegenstelling tot veel matige landers ben ik actief en intensief bezig met verbetering. Ik zit niet te wachten op open-deur-suggesties van bijna-vreemden die me eens even precies gaan uitleggen wat ik moet doen (les nemen bij Dirk, terwijl ik nauwelijks Duits versta en een uitstekende trainer heb in Cameron; lieren, terwijl ik echt wel zelf bedacht heb dat ik meer landingen op een dag kan doen in Neumagen dan in Bruinehaar, enz. enz.).
We hebben een typische vrouwenvrede, luchtzoenen en babbeltjes. Ik heb niet zoveel last van haar aanwijzingen (haar misprijzen over mijn blote voeten, haar uitleg over vegetarisch eten, haar opmerkingen over een fatsoenlijke afwas), vind het vooral lachwekkend, en soms zelfs een beetje meelijwekkend. Ze heeft het zo goed voor, en niemand wil maar leren!

19 april 2011

fietsen

totaal unrelated topic maar dit vind ik toch wel een leuke site http://www.ski-epic.com/amsterdam_bicycles/
Voor ons is het allemaal super normaal, maar het is grappig om Nederlanders door de ogen van een buitenlander te zien (Andrew thanks for finding this one)

18 april 2011

Neumagen

Eén van de bijzonderste aspecten van het vliegen is niet eens de geweldige vriendschappen die er kunnen groeien doordat je intense ervaringen deelt met mensen die dezelfde passie hebben, maar eigenlijk meer nog de vergaande solidariteit tussen mensen die elkaar niet of nauwelijks kennen. Concurrerende piloten tijdens een wedstrijd zullen elkaar doorgaans helpen. Meer dan eens heb ik gezien hoe strijdende toppiloten tot laat in de avond stonden te klussen aan een kapotte vleugel zodat ze het de volgende dag weer tegen elkaar op konden nemen. Piloten die verliezen van een piloot die zonder hun hulp niet eens had kunnen meedoen. Honderden keren heb ik meegemaakt dat we elkaar adviseren, over techniek, tactiek, materiaal, meteo of een mooie stek.
Zaterdagochtend waren we al ruim voorbij Luik toen Gijs zich realiseerde dat hij z’n bottombar was vergeten. Binnen een half uur had ik zo’n tien mensen gebeld en ge-smst waarvan ik hoopte dat ze misschien in de buurt zouden kunnen zijn, en nog voor we de Duitse grens over waren was het geregeld. Ropje bood z’n litespeed aan voor zaterdag, Tom die in Oostenrijk zat stuurde me het nummer van Rudy, die op zondag wel een reservebar mee kon nemen. Prachtig!
Op de start hoef je maar aan te komen en er grijpt iemand je voorkabels voor een hangcheck. Als het winderig is komt er nog wel iemand bij om als kabelhulp op te treden. Op het landingsveld maakt iedereen die naar boven rijdt een rondje, wie wil er meerijden om z’n auto op te halen of nog een keer te vliegen? De twaalf minuten naar boven zijn een gezellige mogelijkheid om te babbelen, vlieghistorie uit te wisselen, facebooklinks te leggen. Volgende keer bel je maar om te horen of de wind er goed op staat.

Het weer viel wat tegen, maar we konden wel starten dus voor mij was het eigenlijk ideaal. Landingen oefenen, zes keer in twee dagen. Het lukt maar niet en de blauwe plekken en schaafwonden schrijnen, maar Gijs heeft twee landingen gefilmd en na de laatste gaf Joost een aanwijzing waar ik nog plezier van ga hebben. Daar kan ik mee vooruit, en de hele nacht klom ik dromend in m’n uprights en voelde ik het flaremoment. Volgende week verder.s

13 april 2011

chauffeur gezocht

Het NK-slepen komt er weer aan, dus ik ga maar weer ns op zoek naar chauffeur(s). Wie heeft er zin, of kent iemand die zin heeft, om een dag of meerdere dagen retrieve te rijden?
De NK zijn 2 t/m 5 juni op luchtmachtbasis Deelen, bij Arnhem. We kamperen op Terlet, vlakbij

De chauffeur is ’s middags op het veld en kan daar kijken naar het starten van de deelnemers, altijd een spannend evenement. Als ik wegkom (dus termiek vind en op koers ga, zodat ik niet meer terug op het startveld zal landen) geef ik dat per radio door. De chauffeur kan dan mijn auto pakken en achter me aan rijden, of rustig wachten tot ie m’n sms krijgt met m’n landingscoördinaten (of tot iemand anders uit mijn team geland is). Voor de chauffeur is het een soort speurtocht, met grote dankbaarheid en een pizza als beloning.
Normaal gesproken rijden we eerst terug naar het veld om de score uit te laten lezen. Daarna gaan we met wat medepiloten eten, misschien nog een biertje op het terras van Terlet en dan vroeg de tent in.

Van retrieve auto


Het grootste risico is dat je voor niks komt, of uren in rotweer zit te wachten, als het weer te slecht is om te vliegen maar de vooruitzichten wel goed zijn (bij slechte vooruitzichten gaan we gewoon naar huis).

Waarom je het toch zou doen? Omdat een zeilvlieg NK-sleep fantastisch is om mee te maken. Dertig zeilvliegers worden door twee of drie ultralight vliegtuigjes naar 500 meter hoogte gesleept. Daar zijn we wel een paar uur mee bezig. De zeilvliegers koppelen zich dan los en proberen met termiek nog veel hoger te komen, om dan pas weg te vliegen naar goal. Publiek op de grond kan ze nog vrij lang volgen. Bovendien lukt het lang niet altijd om voldoende hoogte te winnen om de bossen over te steken, dus er wordt ook voortdurend op het startterrein geland, en weer opnieuw gestart.

10 april 2011

Begin van het seizoen

Leuk was het, ondanks mijn totale falen bij zelfs maar één rondje termiek pakken, jeetje. Vier sleeps, elke keer voelde het harnas ietsje beter. Het doet me ook altijd goed om te slepen, zeker achter Rinus, omdat ik dan weer merk dat er iets is wat ik gelukkig wel gewoon goed kan terwijl ik daar jaren geleden verschrikkelijk veel moeite mee had.
Het was gezellig, iedereen had wel een succesje vandaag, en we zijn ook nog op een kristelijk tijdstip thuis. De buuv moest wel haar zoon bellen om te vragen of ie z’n gigantische bus voor m’n deur weg wilde halen, zodat ik m’n vleugel naar binnen kon brengen, maar zelfs dat was in tien minuutjes voor elkaar.

Stadskanaal




Niet-vliegvrienden beklaagden ons vanwege de inspanningen die er nodig zijn om eens een stukje te kunnen vliegen. Ropje en ik haalden onze schouders op, het hoort er gewoon bij en we zijn het zo gewend, al het gesjouw en gerij en gepiel belooft wel een vlucht en misschien wel een hele mooie vlucht. Het enige wat tegenwoordig steeds lastiger is is het vroege opstaan.
Dat hadden we gisteren eigenlijk niet hoeven doen, we hebben niet gevlogen op Stadskanaal. De wind was erg hard en cross, en nog turbulent ook, dus werd het weer zo’n dagje van kletsen, een bladzijde uit m’n boek lezen (het is te gezellig), met m’n nieuwe harnas spelen. http://dfblog.mintgroen.nl/ En veel praten over mentaal vliegerschap. Het blijft het lastigste onderdeel, zelfvertrouwen en positief denken. Op slechte momenten ga je op glij en dan weet je van tevoren al “het zal wel weer niks worden” of “ik ben ook te stom om een verloren belletje terug te vinden”. Dan wordt het dus ook niks. Ik heb sinds de hulp van Jan Huijbers geen uitzakangst meer, maar ik geloof nog steeds niet echt dat ik de juiste koers kan kiezen, dat ik de liftline goed kan voelen, dat ik de bel goed kan centreren. Als het goed gaat ben ik er nog steeds van overtuigd dat het meer geluk dan wijsheid is. Het is natuurlijk ook wel een kwestie van investeren, en aandacht. Ik ben vrijwel altijd met allerlei dingen bezig die niets met m’n vlucht te maken hebben. M’n landing, m’n nieuwe harnas, bepaalde andere piloten. En ik ben niet meer vierentwintig uur per dag met vliegen bezig. De laatste jaren lijk ik me meer druk te maken om m’n werk dan om m’n sport. Dat mag, maar zonder discipline en training zal het niet vanzelf beter gaan natuurlijk. Ik moet me maar eens gaan bezinnen op m’n keuzes.