27 juni 2011

shitdag

Op deze manier verlies ik m’n motivatie, wie had dat ooit gedacht? Vliegen is niet leuk meer als alles tegenzit, en iemand met hevig bureaucratische genen dan ook nog eens van me verwacht dat ik een hectare hoog gras ga doorzoeken om een schuiflijntje te vinden dat ik totaal buiten mijn schuld verloren ben.
Terug in m’n ouwe Tenax, ook al zijn daar de ritsen bijna van kapot en komen m’n tenen door de booth. Op het laatste moment naar Moergestel in plaats van Bruinehaar, ook al blijkt achteraf dat de voorspelling er totaal naast zat en het juist in het noordoosten goed was. Gekozen voor een dagje lieren in plaats van lekker ranzen op parkpop, ook al had ik twee nachten bijna niet geslapen en beloofde parkpop heerlijk ouderwets gezellig te worden. En als klap op de vuurpijl een lier waar iets mis mee was, zodat alle starts afliepen in een weaklinkbreak. Ook de mijne, dus ik was met m’n bonkende kop door de mist helemaal voor niks naar Brabant gereden.
Nou ja, ik zie het allemaal erg somber in maar wie weet lukt het Jeff toch om de Covert aan te passen. Wie weet vlieg ik de sterren van de hemel als winddummy bij de WK. Wie weet land ik voortaan alleen nog maar perfect. Blijven hopen.

12 juni 2011

Niks gepresteerd bij de Knoalkup




M’n zelfvertrouwen is weer es op een dieptepunt en het wordt lastig om opnieuw als baron van Münchhausen weer omhoog te krabbelen. Ik heb geen idee waar het aan ligt, de vleugel, m’n harnas, m’n kop? Zowel in het groot als vandaag. Al sinds ik vlieg ben ik de traagste met leren, helpen honderden herhalingen en adviezen en voorbeelden niet om fouten af te leren, zak ik eruit en eruit en eruit en eruit. En maar slecht landen, en maar weer slecht landen, ik word er zo hopeloos van. En vandaag was het ook weer naadje, drie sleeps en mooie cumultjes overal en iedereen (echt ie-der-een) die op z’n minst een beetje hoogte won, maar ik niet hoor. Rinus zwaaide me af in mooie bellen die ik vervolgens feilloos wist te ontwijken, zelfs als er iets piepte lukte het me niet om in te draaien, en als toetje maakte ik ook nog ns belabberde landingen. Te langzaam, te langzaam, tien jaar verder en een Sting en nog land ik te langzaam. Doodziek ben ik er van.
Als troost nam Dees me mee voor een rondje dragonfly, zo lief. Dat helpt inderdaad als een doosje rozijntjes op een geschaafde knie, het leed is alweer geleden. Ik mocht proberen om zelf te vliegen, maar dat durf ik toch niet. Ik heb totaal geen gevoel voor die drie assen, en als ik een beetje met m’n tenen wiebel begrijp ik niet wat het effect is maar zodra ik echt op een pedaal douw spiralen we naar beneden. Ik heb me verder maar lekker door haar rond laten vliegen, lekker lui en gewoon genieten van het vluchtje. Ze is een lekker degelijke piloot, fijn om achter te zitten.
Morgen wordt het pokkeweer dus ik heb de tent al ingepakt, straks naar huis. Onderweg zal ik mezelf maar eens een sessie mentale training geven want tjonge ik heb het nodig!

11 juni 2011

melig

M'n nieuwe titel Hadecrashna vervangt de vorige want als Kapster zo doorgaat raak ik m'n titel in de mast'rbatorcompetitie kwijt. O jee we moeten nog een hele middag in de caravan niet drinken.

Toch de Knoalkup

Gisteren kon ik via het online trackingsysteem van DHL precies zien hoe m'n lufflines uit Hongkong vertrokken, in Amsterdam aankwamen, en ja hoor tevergeefs aan m'n deur waren gebracht. Ik stortte me in de moeder aller regenbuien om ze nog net voor sluitingstijd bij het magazijn in Ypenburg op te halen, en vanmorgen was ik om zeven uur onderweg naar Stadskanaal. Hier kon ik gelukkig gebruik maken van de werkplaats om met de minuscule ringetjes en washertjes en schroevendraaiers aan de slag te gaan. Het schoot me allemaal twintig keer uit de vingers maar op de gladde vloer vond ik het allemaal wel weer terug. Uiteindelijk was ik gewoon op tijd klaar om op m'n eigen beurt te starten. Hart in de keel, extreem humorverlies, maar het ging. 'Dapper' zei Rinus en dit keer incasseerde ik het compliment van harte, want jeetje wat was het heftig. Ik moest keihard werken om achter de sleep te blijven en op 300 meter koppelde ik alsnog los. Hing te laag om goed in te kunnen draaien, dus ik landde en heb de vleugel nog verder beplakt, tentje opgezet, nieuwe hangloop besteld en nu maar wachten tot het wat rustiger wordt.

04 juni 2011

NK over


Vanmorgen vroeg op, en ook al had ik goed geslapen de herinnering aan de mislukte start gisteren tuimelden meteen in m’n hoofd. Zo erg dat ik een kwartier bleef liggen om te bedenken of ik überhaupt wel weer naar Deelen moest rijden. Maar ik zou het mezelf niet vergeven als het vandaag toch goed vliegbaar was geworden en ik het niet had geprobeerd. Na zo’n debacle kan ik ook altijd beter meteen maar een nieuwe poging doen. Plus, nou is m’n zeil zo mooi snel gerepareerd, kan ik ook beter de kans maar grijpen om iemand te vragen de vleugel weer in elkaar te zetten. Liefst Ropje, aangezien hij de meeste ervaring heeft met dat soort werk.
Tegen de tijd dat we hadden mogen starten, half elf, was het al hard aan het waaien. In de loop van het volgende uur kwam daar termiek bij, dus om half twee pakte ik de vleugel maar weer in. Zelfs met m’n Litespeed had ik het misschien niet meer aangedurfd, zeker niet op dat veld, waar ik jaren geleden Niki zag verongelukken. Dat inpakken een goeie beslissing was bleek wel toen we de Dragonfly ternauwernood van omslaan konden redden.
Een gezellige sociale middag dus, zeker toen Fifi en Sjors zich vertoonden, en tegen half vijf togen we aan het werk. Tenminste, Ropje aan het werk, ik er zo min mogelijk in de weg omheen. Hij wist precies hoe je het aan moet pakken (onderkant naar boven, punt op een schraag, uprights verkeerdom…) en dan nog kostte het twee uur zweten en dan nog moet er nog best veel gebeuren. In ieder geval heb ik geen naakt skelet in een zielige ruime pakzak maar weer een echte vleugel, dus ik kan weer gerust gaan slapen.

03 juni 2011

Bijna weer gerepareerd






Geluk en pech houden nog even aan. Het was geluk dat ik Desirees vleugel mocht vliegen en dat Rinus me ’s ochtends een paar oefenstartjes wilde geven, pech dat het al flink turbulent was en dat ik tot mijn verrassing toch flink overcorrigeerde (terwijl ik verdorie jarenlang Litespeed en Laminar gevlogen heb en terwijl goed slepen bij heftige omstandigheden m’n sterkste punt is). Ik raakte bij de tweede start bijna in een lockout, heel laag, dat leverde een paar tranen op uit schaamte en frustratie omdat ik dit soort capriolen niet meer heb uitgehaald sinds ik tien jaar geleden leerde slepen met een enkeldoeker.
Pech was het dat Heleen, die Alphons’ oude vleugel heeft, niet thuis is zodat ik niet kan kijken of ik zijn lufflines kan gebruiken. Geluk was de ontzettend aardige griet van Vrolijk, die me waarschuwde voor de drukte in de haven zodat ik met de fiets ging, en die meteen toen ik binnenkwam aan het plakken en naaien sloeg zodat ik nu alweer bijna goed ben om de lucht in te gaan.
Maar het blijft toch waanzinnig pech dat ik nou al jaren niet goed op Deelen heb gevlogen, terwijl ik dat één van de schitterendste vliegstekken vind die ik ken. En dat iedereen gisteren wegvloog, en ik deze twee zonnige dagen alleen maar bijna duizend kilometer in de auto heb gezeten.
Wie weet, morgen nog een startje?

vette pech

Vaak heb ik geluk als ik pech heb. M’n botten breken meestal mooi recht af. Ik kan zo naar een fijne directie als het kabinet m’n functie opheft. Iemand biedt me een vleugel aan als m’n eigen vleugel kapot is, en de talloze keren dat ik géén deuk in m’n leading edge had waren toch ook een kwestie van geluk. Pech is dan wel weer dat gisteren alles mee leek te zitten voor een leuk vliegdagje: mooi weer (iedereen is weggekomen), ik was lekker uitgeslapen, m’n spullen waren in orde, alles verliep vlotjes zodat ik heel ontspannen klaar was om te gaan vliegen. Maar toen greep een dustdevil m’n vleugel, en smeet ‘m drie keer over de kop bovenop de kingpost en lufflines van Maarten en daarna op het asfalt. Ik zat nog kalm de taak in m’n instrument te zetten, veel te ver weg om überhaupt een kans te hebben m’n vleugel te redden. Dees en Henk probeerden de schade te beperken maar zij waren ook te laat. In tien seconden is het vliegseizoen voor mij alweer voorbij.
Het gebeurt best vaak, een dusty door de startrijen. Soms wordt er iemand gepakt en dan heb je enorm medelijden met het slachtoffer en tegelijk ben je blij dat het jou niet is overkomen. Op de Chabre, in StAndré (Rinus!) eni n Forbes heb ik toestellen total loss zien gaan, enkel van een overactief belletje. Heden ik.
Nog voordat ik goed en wel besefte wat er gebeurd was bood Dees me al haar Litesport aan. Zo lief! Ik weet niet of ik het aan zou durven om m’n vleugel uit te lenen, juist vanwege het risico van schade waardoor je wekenlang uit de running bent. Als het de komende dagen vliegbaar wordt (twijfelachtig, het is half zes in de ochtend en de windvlagen gieren al om me heen) kan ik in elk geval de lucht in. Maar die goeie dag gisteren heb ik weer gemist.
In plaats daarvan ben ik op en neer naar Stadskanaal gereden om de Litesport op te halen. Vijf uur in de auto terwijl heel Nederland aan het vliegen, fietsen, wandelen, zonnen is, boe. Daarna linea recta naar Eppo om de Sting uit te doeken. Eppo had harstikke goed gevlogen, was moe en verbrand. Het uitdoeken was een enorme klus, er zit een kingpost op dus je trekt het zeil niet eenvoudig over de buizen heen. Wel weer geluk was dat de buizen ongeschonden bleken. Er zit alleen een scheur in m’n onderdoek, krassen op m’n leading edge, de lufflines zijn kapot en een latje was verbogen. Als ik snel een goeie zeilmaker vind, en iemand die me kan helpen het toestel weer in elkaar te zetten, kan ik misschien toch de Knoalkup nog mee vliegen.
Hier het filmpje van Johan.

23 mei 2011

Gevaarlijke sporten

Van de Stichting Consument en Veiligheid jat ik een overzicht van sportongevallen. Eigenlijk hebben ze niet gekeken naar doden maar naar hoofdletsel. Met stip bovenaan staan paardensport en schaatsen, dat is kennelijk echt alleen voor thrill seekers.

In de Krantenknipselregistratie zijn tussen 1986 en 2009 vijfendertig dodelijke sportongevallen met hoofdletsel geregistreerd. De meeste doden door hoofdletsel vielen door paardrijden, namelijk tien: in zes gevallen viel de ruiter van het paard, één keer viel een pony op het hoofd van het slachtoffer, één ruiter werd meegesleept door het paard en raakte met het hoofd een paaltje, en twee ruiters overleden door een trap van het paard tegen hun hoofd. Vier zwemmers overleden, één na een val van de duikplank, twee na een duik in ondiep water, en één na een botsing met het hoofd tegen een andere zwemmer. Kitesurfen maakte drie dodelijke slachtoffers, meegesleept door de kite, en ook tijdens zeilen overleden drie sporters, alle drie doordat ze de giek tegen het hoofd kregen en bewusteloos raakten of overboord vielen. Twee wielrenners overleden in deze periode, beiden na een val van de fiets, en vier voetballers, waarvan er twee een omvallend doel op het hoofd kregen, één overleed na een kopduel en één zaalvoetballer na een bal tegen het hoofd. Verder werd een surfer overvaren door een speedboot, overleed een jongen die met een crossfiets over een skatebaan wilde gaan aan hoofdletsel, viel iemand van een klimmuur op zijn hoofd, en viel een meisje tijdens de gymles uit de ringen op haar hoofd. Een opvarende van een speedboot viel overboord en werd overvaren door een andere boot, en een sportvlieger kwam met zijn hoofd in de propeller van zijn vliegtuig. Een schaatstrainer overleed na een botsing en een val op het ijs en een skeeleraar overleed aan een hoofdwond na een val op de weg. Recentelijk overleed een bokser na een klap op zijn hoofd.

18 mei 2011

Blessures

Af en toe ben ik wel blij met van de medische hulp die je soms krijgt. Het helpt natuurlijk wel als een dokter heel tevreden is over m’n knie, maar toch. Eerst de fysiotherapeut die onmiddellijk voor me klaar stond, en nu een sportarts waar ik direct kan komen en die voor de zekerheid nog maar een controle-afspraak maakt, ook al verwacht hij dat ik af ga bellen.
Het was wel weer confronterend om de formulieren in te vullen. “Meld eerdere blessures.” Tja. Gebroken pols gebroken ribben gebroken hand gebroken teen, ontelbare kneuzingen en let niet op m’n andere knie, daar zit een deuk in. Aan de andere kant, ik zou veel ernstiger letsel hebben gehad bij verschillende ongelukken als ik niet zo fit was geweest, en ik ben fit omdat ik veel vlieg en daarvoor ook veel sport. Sterker nog, ik zou waarschijnlijk nog veel meer ongelukken hebben gehad als ik niet sportte.
Nu maar weer trainen, trainen, trainen. Opdat m’n knietje heelt, opdat ik m’n vleugel op kan tillen, opdat ik fris en alert uren kan vliegen.

11 mei 2011

ziek

Vanmorgen stond ik weer misselijk op, nu ook met buikpijn. Geen idee wat ik mankeer maar het ging tijdens het vliegen niet weg. Gelukkig had ik een prachtige snelle landing, mooi over de grond gescheurd en laat uitgeduwd. Het was geen makkelijke dag, Ropje kwam na een uur al landen. We zagen Martin met engelengeduld pielen, honderd meter winnen in tien minuten en dan weer alles kwijt in tien seconden, nog een keer, en weer een keer ergens anders. Indrukwekkend. Martin kan ook als geen ander de lucht lezen, hij weet precies waar ie zijn moet. Maar het leverde vandaag uiteindelijk geen lange vlucht op
Waarschijnlijk morgen naar huis, het gaat regenen.

10 mei 2011

Nog meer uitgezakt

Nou moe het lijkt wel tien kleine negertjes. Eerst vertrok Juicy, vanmorgen ging Djenghis weg, nou zijn we alleen nog met z’n drieën. Teleurstellend dagje vandaag, ik ben twee keer uitgezakt terwijl de vooruitzichten erg goed waren en m’n hanghoogte eindelijk in orde en ik word steeds slimmer in het inpakken van m’n harnas. Al is het nog steeds een drama om de rits dicht te krijgen. Afijn, ik had gisteravond weer ns existentiële crisis maar ik dacht daar kom ik wel overheen als ik vandaag een paar uur en een hoop kilometers vlieg. Maar dat lukte dus niet. De tweede start was het radiocontact uitstekend en Ropje vloog naar de Emberger Alm om een stukje samen te gaan vliegen, harstikke leuk maar ik kwam gewoon niet door de inversie op 1800 meter. Het kakte allemaal in en m’n landing was ook al niet zo spectaculair als ik van plan was geweest, ik moest na een hoop gedraai naar het noorden toe landen wat nou net de rottigste richting is hier.
Morgen waarschijnlijk de laatste dag, als het al vliegbaar wordt, eind van de dag zal het gaan overontwikkelen en dan is het gedaan met het mooie weer. Ik ben toch blij met de week die we dan wel gehad hebben, al was het maar omdat het leuk was om de jongens zo goed bezig te zien.

09 mei 2011

slome dag

Ik was niet gemotiveerd vandaag, heel ongebruikelijk. Ik weet ook niet echt wat de oorzaak was. Ik voelde me niet vreselijk lekker, gisteravond was ik echt misselijk van de kaiserdinges of de gegiste isotone, en ik ben zo langzamerhand ook wel doodmoe van de voortdurende pijn in m’n been. De wind zag er ook niet best uit, föhnig, noordelijk en aantrekkend. Misschien waren het hormonen, of emoties rond oud zeer. Hoe dan ook, ik deed een ongeinspireerde poging om te centreren, besloot dat ik er echt helemaal geen zin in had vandaag en speerde rechtstreeks naar de camping. Daar heb ik de rest van de middag in Ropjes zweefvliegwedstrijdboek zitten lezen, ook uitstekende training tenslotte (terwijl vooral Ropje en Gijs echt super aan het trainen zijn, elke dag grote afstanden en lange vluchten, samen, fysiek niet te flauw). Al pratend en lezend realiseer ik me een hoop.
Dat de toppiloten op elk stukje van een taak een klein voordeeltje pakken. Ze zitten precies goed hoog en upwind op de startcirkel als de start open gaat. Ze vinden het snelst de beste bellen, centreren het efficienst en verlaten de bel op de voordeligste manier. Ze kiezen het optimale glijpad en vliegen met de snelheid die het hoogste rendement geeft. Enzovoort. Steeds minieme voordeeltjes, maar uiteindelijk winnen ze daar dan ruimschoots de wedstrijd mee.
Dat iedereen fouten maakt, maar dat het wel zaak is om eerst je fout te herstellen voordat je de volgende gaat maken (wijsheid van Mart heb ik begrepen). Het is wat ik in Ager probeerde, minstens eens per vlucht terugkeren naar een goeie bel omdat ik er te laag uit ben gegaan of omdat ik een verkeerde route heb gekozen.
In het groot is het ook wat ik nu doe met m’n landingstraining. Eerst techniek en zelfvertrouwen krijgen, de grote fout herstellen die ik heb gemaakt door dat te verontachtzamen en te snel op een veel te hoog niveau proberen mee te vliegen. Door schade en schande, pijn en teleurstelling ben ik er uiteindelijk achter gekomen hoe wezenlijk het is om gewoon goed te leren vliegen.
Het is wel verklaarbaar dat ik zo graag met Koos mee wilde, en dat ik in m’n enthousiasme en doorzetting ook keihard werkte om mee te kunnen. Plus, met Martin had ik het over hoe we vroeger überhaupt leerden vliegen en landen: met toestellen waarmee je sowieso geen snelheid kon maken, op de Maasvlakte bij harde wind, met een heersende mentaliteit dat een landing goed was als je geen schade had. Ik had gewoon het besef niet dat m’n landingen uiterst matig waren. Totdat ik over Resis ongeluk las, en wel begreep dat mij dat ook had kunnen overkomen. Totdat ik m’n pols brak. Totdat ik mensen stallend en fladderend zag neerkomen, en begreep hoe gevaarlijk dat was.
Inmiddels ben ik ouder, voorzichtiger en banger. Maar ik blijf de doorbijter, en ik zou trouwens niet weten hoe ik moest leven als ik niet zou kunnen vliegen.
Dus is het toch een gek gevoel, zo’n ongemotiveerd dagje.

08 mei 2011

Föhn


Harde noordenwind, vandaag. Ik ben nog gauw van de berg afgestapt en Joost en Martin hebben het ook nog geprobeerd, maar Ropje en Gijs hielden het voor gezien. Terwijl ze stonden in te pakken vlogen de keien ze om de oren. Dus na een hoop lanterfanten togen we naar de Weissensee om te gaan kayakken, maar helaas het seizoen is nog niet begonnen dus we konden alleen maar waterfietsen. Je moet alles een keer proberen maar dit blijft dan ook bij die ene keer, jezus wat zwaar. En saai. Het water was te koud om elkaar in te douwen. Dan maar naar de alpenhut om bieren te gaan proeven, maar helaas die was nog niet echt open. Veel meer dan schommelen zat er niet in. Ondertussen werd de lucht zwart, best gek voor een föhn-dag, dus we zitten nu weer in het restaurant van de camping, de lekkerste knoflooksoep ter wereld achter de kiezen en op dit moment sta ik op barsten na een volle portie kaiserschmarren. Het is nog vroeg dus het verwordt zometeen tot toepen en éénentwintigen, maar morgen wordt het wel weer vliegbaar dus moeten we toch maar op tijd naar bed.

07 mei 2011

mooie vliegdag

Hehe eindelijk een echte vlucht, al was het allemaal niet best. Ik zakte uit, maakte een perfecte buiklanding (wel m’n drinkfiepje kwijt) en binnen drie kwartier zat ik alweer in de taxi naar boven. Om een uur of drie startte ik voor de tweede keer, de lucht was helemaal leeg, geen honderden parapenters om me dwars te zitten, heerlijk. Maar het harnas zit voor geen meter. Het duurt eeuwen voordat ik uberhaupt kan gaan liggen en tot die tijd voel ik me heel erg onzeker, probeer ik de termiek in te sturen met m’n armen gestrekt naar beneden. Dan duurt het nog een kwartier voordat ik de rits helemaal dicht heb, en ik heb totaal geen ruimte om me te bewegen. Batterijen en dergelijke prikken in m’n zij, de gesp doet pijn als ik er op lig, en de angle of dangle is eigenlijk niet goed aan te passen. Ondertussen kan ik niet bij m’n radio, die diep onder de chute zit, terwijl de anderen last van me hebben omdat ik aan het zenden ben. Waardeloos.
Na de eerste drie bellen zat ik er eindelijk goed in, 3200 meter, en ik was keurig aan het bekijken waar m’n volgende bel zou zijn. Dat was goed, maar binnen drie kwartier was ik zo uitgeput en deed m’n hele been zo’n pijn dat ik het idee om op en neer naar de Matrei te vliegen liet gaan. Ik draaide boven de derde piek al om, maakte nog even een keerpuntje boven het dorp dat voor de Weissensee ligt, en landde weer schitterend. Dat dan weer wel. Het kostte wel twee uur voor de pijn uit m’n schouders wegtrok, van gewoon anderhalf uur vliegen!
Juicy en Ropje hebben weer enorme driehoeken gevlogen, 173,7 en 173,6 km, waanzinnig.

06 mei 2011

minivluchtje


Auwauwauwauw de landing deed héél erg pijn. Bah, eigen schuld, ik had me voorgenomen op m’n buik te landen maar op het laatste moment besluit ik dan toch te proberen een perfecte flare te doen. Sufferd, hard op m’n voeten neerkomen leverde nou niet echt het gewenste effect. Bij wijze van therapie ben ik naar boven gaan lopen/liften om de auto op te halen, maar dat was te ambitieus dus tegen de tijd dat ik eindelijk een lift kreeg kon ik wel grienen.
Never mind, de start viel honderd procent mee terwijl ik daar gigantisch tegenop had gezien. Drie passen rennen voelt namelijk of er een bijl in m’n knie hakt, maar m’n hoop op de draagkracht van de vleugel werd bewaarheid. Nu nog een nette buikschuiver dus. Ondertussen had ik me wel zo druk gemaakt dat ik totaal niet in staat was om, éénmaal in de lucht, te vliegen. Ik leek wel half verlamd ofzo, ik maakte halfslachtige bochten waar m’n vario piepte, maar niets leek op een poging om ook echt termiek te pakken. Dat was dus een kort vluchtje, en een lange auto-ophaal, maar ach de zon schijnt en morgen weet ik dat starten best gaat.
Martin kwam net landen toen ik weer beneden was, hij had geen denderende vlucht maar toch twee-en-een-half uur geploeterd. Gijs kwam even later, die is heel tevreden over z’n vlucht, en na ruim vier uur landden Ropje en Joost (bijna vijf uur), die de taak van rond de 150 km hadden gerond. Ik snap niet waar ze de energie vandaan halen, Ropje heeft toch een nacht gemist en Joost had nauwelijks gedronken onderweg, maar het lukt ze prima.
Morgen ga ik het maar weer ns proberen.

mooi weer

Verschillen tussen soorten mensen blijven altijd fascinerend. Is het omdat het parapenters zijn, of omdat het Nederlanders zijn, of omdat het mannen zijn? Ze zijn in ieder geval enorm vol van zichzelf, forceren zichzelf op de rest van de wereld, iedereen die niet vol belangstellling voor hùn uiterst bijzondere ervaringen is, is een eikel. Vanmorgen bouwden een stuk of vijf parapenters hun hoogte pal boven de camping af (altijd al verboden hier vanwege de crashes tussen de tenten en zeker na de dodelijke botsing een paar jaar geleden), een aantal vond het ook nodig om om half zeven ’s ochtends zo hard mogelijk te brullen hoe bijzonder het was. Goh, wij deltisten, doen dit spelletje al een jaar of twintig, nou we zijn wel onder de indruk van jouw speciale vluchtje hoor… ergerlijk!
Met Ropje had ik het gisteren weer over verschillen in leerstrategieën van mannen en vrouwen. Mannen zijn gericht op kracht, en leren door trial and error. Vrouwen focussen op techniek, en zijn perfectionistisch. Aangezien ik een man ben (he Rishma) heb ik altijd geprobeerd me met kracht te redden, en helaas daar heb ik toch te weinig van. Bovendien ben ik wel degelijk perfectionistisch, en dan ook nog vreselijk onhandig met elke vorm van techniek en motoriek, dus de frustratie was vanaf het begin al ingebouwd. Jammer, maar goed nu na vijftien jaar buikschuivers ga ik het dan toch goedmaken.


We hadden het over Ellen, een enthousiaste en stoere nieuwe piloot. Geweldig, dat enthousiasme en die stoerigheid, hopelijk trapt ze daardoor niet in dezelfde valkuilen als ik. Te hard willen, te veel pijn en angst negeren, foutjes accepteren omdat je hoger verder langer wil. Ik zal haar het artikel van Helen MacKerral sturen, dat beschreef precies waar ons soort vrouwen (de vliegende soort) zich kan vergissen.

05 mei 2011

Greifenburg

Bijna had ik Flip gesmst om een complimentje te vissen: ik ben aan het niet-vliegen! Verstandig he. Ropje heeft de hele nacht doorgereden, ik heb een half uur geslapen, om half acht stond de tent waarin ik alleen een beetje kon rusten en om tien uur joeg Ropje me er al uit om naar boven te gaan. Ik ben echter te brak en m’n knie doet ook teveel pijn, de combinatie maakt dat ik toch maar een dag oversla. Die beslissing werd wel makkelijker gemaakt door het weer: steenkoud, harde noordoosten bovenwind, bokkige lucht. Bij Annaschutzhausen is het wel ‘ziemlich sportlich’ waarschuwde Woolfie.
Martin is al geland, en Ropje en Juicy amuseren zich nog in de lucht. Ik ga zo nog maar ns proberen een dutje te doen.

30 april 2011

koninginnenach

Geen vliegen, behoorlijk vreselijk. Maar ter compensatie wel een ouderwets gezellige koninginnenach en een zonnige vrijmarkt. Ik loop trouwens enorm te strompelen, heb waarschijnlijk iets te hard getherapiet zodat ik nu spierpijn van bil tot kuit heb. Toch maar even doortherapieën in de tuin, ik heb nu de gelegenheid.

29 april 2011

geen trainingsweek

Nou moe. Heb ik me de hele week afgebeuld op last van de dokter, me dagelijks laten martelen door de fysiotherapeut, me de tandjes zitten typen om m’n werk af te krijgen, me de hersens gebroken over het volstoppen van Rops kleine autootje met mijn gigantische winter-overlevingspakket, gaat het niet door! Het weer is nergens goed. In zuid-Europa regent het, in noord-Europa waait het veel te hard. Dan maar de Haagse koninginnenach vieren, want of die nou is afgeschaft of niet feest wordt het heus wel. Het zal lastiger voor m’n arme knietje zijn om met bier in de benen door de mensenmassa te slenteren dan om eens per dag vier stevige passen van een vlonder te doen, maar tja het moet maar. Vanavond proberen om het weer goed te drinken.

27 april 2011

gescheurde meniscus

Hoera ik heb de ideale fysiotherapeut gevonden. ’s Ochtends vanaf zes uur bereikbaar, continu op zoek naar een gaatje in z’n schema om mij tussendoor nog even te bekijken, en het allerbeste: ik krijg de opdracht om vooral veel te fietsen. Geweldig, geen gedwongen rust en stilzitten en nietsdoen. Bovendien heeft ie er begrip voor dat ik zaterdag weer wil vliegen. Het herstel gaat wel lang duren, maar dat hoeft het starten niet tegen te houden.
Als klap op de vuurpijl biedt Leo ook nog aan voor me te rijden met de NK, stuurt Jeff me vandaag de kortere legloops en is er geen reden thuis om ongerust in de buurt te blijven, dus ik ben weer helemaal blij.