08 augustus 2020

Wachtdag

Gégé nodigde me uit om vandaag met hem mee te komen, ulm of motorzwever. Een rustdagje zou best goed zijn dacht ik maar het werd wel heel erg rustig, hier krijg ik dan toch weer stress van. Ik moest me om tien uur melden maar toen bleek dat hij dacht dat ik met de trike mee wilde. Ik heb te vaak in een trike gezeten om daarvoor af te zien van een echte vlucht, dus toen zei hij dat we rond een uur of één zouden starten met de zwever zodat we termiek konden vliegen. Ik liet me door hem uitnodigen voor de lunch, deels omdat ik niet precies begreep wat de bedoeling was, en het was natuurlijk een Franse lunch en toen moest de trike eerst nog worden ingepakt en uiteindelijk stapte ik pas om vier uur in de zwever. Om er direct weer uitgehaald te worden omdat de lucht te verschrikkelijk was. Harde noordenwind, zuidoost draaiend naar west in het dal, reteturbulent. We zouden wachten op de avond, misschien dat het dan kalmer zou worden. Ondertussen vertrok de één na de andere canard en uiteindelijk bleven alleen Big Joe, Gégé en ik over. Tijdens de pizza ging de wind eindelijk liggen maar toen was het te laat om nog te gaan zweven, maar ook om nog even een potje te gaan zwemmen. Dan maar een uurtje lezen in m’n hangmat. Net toen ik Hervé uitzwaaide hoorde ik achter me iemand “dag Hadewych” zeggen, zo leuk. Anton en Agnes, inmiddels ook niet meer actief maar nog altijd op rondreis langs de vliegveldjes van Frankrijk. Het is hèt grote voordeel van campings, het voortdurend tegen bekenden aanlopen of nieuwe maatjes vinden.

Gezelligheid



De canards vertrekken maar Petr & company zijn gisteren aangekomen en ’s avonds kwam ik ook nog Christian Pollet tegen. Geen reden tot eenzaamheid dus. Eerder het tegenovergestelde, ik zou mezelf wel op willen splitsen. Ik ben superblij om iedereen te zien, een beetje te kletsen, te horen hoe het thuis gaat. Maar puntje bij paaltje kennen we elkaar maar heel erg beperkt natuurlijk. Hier ben ik H, sportief en sociaal en redelijk relaxed. Ik brabbel wat in kinderFrans, beperkt Duits of in het engels met mensen die niet zo’n uitgebreid vocabulaire hebben. Niet over politiek want daarvoor is de communicatie gewoon te lastig. Niet over kinderen want dat interesseert me niet zo. Over vliegen en dan vooral over dingen die mis gaan, wat niet verstandig is als je je hoofd naar positieve vliegervaringen wil zetten maar tja over goeie vluchten is weinig te vertellen of het is opscheppen. Gelukkig zijn er genoeg stomme of grappige ervaringen om een avond te vullen met grappen – ongelukken met dooien zijn al net zo saai als goeie vluchten. Slechte starts, mid air collisions, tegen bergen crashen, die zijn vaak dodelijk maar ook nogal standaard. Nee dan mijn ongelukken, slechte landingen, daar zijn honderden hilarische variaties van. En gebroken botten en gescheurde pezen, ach die heeft iedereen en meestal heelt het wel.

M’n vluchtje gisteren sloeg nergens op. Ik had slecht geslapen en veel pijn en de wind was nogal hard, beneden zuid-oost en boven keihard noord. Dus ik twijfelde al of ik uberhaupt zou vliegen maar toen Petr meldde dat de Tsjechen eraan kwamen vond ik het toch wel erg gezellig om mee naar boven te gaan. En dan vlieg ik natuurlijk ook. Nou ja, vliegen, ik donderde als een baksteen naar het vliegveld en stond in minder dan tien minuten alweer onder m’n vaste boom. De anderen kwamen  niet lang daarna, iedereen vond de lucht onaangenaam. Behalve de Tjechen, die de hele nacht door hadden gereden en nu nog even vier uurtjes boven de Chabre en de Pic de Bure aftikten. Om de dag af te slutien met (nog) een stukje zwemmen.

Gerard, de oprichter van de canards-club, nodigde me uit voor een vlucht met z’n trike maar dat vind ik niet interessant genoeg dus wordt het de motorzwever. Het is vliegbaar vandaag maar ik moet toch maar ns een dagje rust nemen, ook al heb ik geen dag méér gedaan dan een heel klein ploufje met m’n enkeldoekertje. Daarna beslissen of ik verkas en waarheen dan, want op m’n eentje op Le Chevalet blijven zitten trekt me niet.

06 augustus 2020

Korte vluchtjes, lange dagen

diner van m'n maatjes vanavond

Pierre


Celeste

Ik draaide makkelijk naar 2300 meter maar vanaf daar werd het een beetje werken en meteen voelde ik de pudding in m’n armen. De bovenwind zou hard noord zijn, met matig west lager en op de landing was het oost. Dikke turbulentie ergens hoog dus, daar had ik nou net geen zin in met m’n enkeldoekertje en gebrek aan spierkracht. Ik rommelde nog wat rond het heuveltje oost van het vliegveld maar daar zat niks meer, en binnen een half uur stond ik met een forse overshoot op de grond. Tegen de tijd dat ik klaar was met inpakken waren Pierre en Guillaume er ook, allebei vonden ze de lucht heel naar. Grappig want ik was minder dan een uur eerder in de lucht en voor mij was het juist heel rustig. Nou ja tot tweeduizend dan.

Ik heb inmiddels m’n routine. Als ik ingepakt en uitgekletst ben loop ik naar m’n tent, pluk m’n oogjes uit en verwissel m’n schoenen, doe een wasje en dan fiets ik terug naar het landingsterrein om op het wagentje met m’n pakzakken te wachten. Dan boodschappen en een potje zwemmen, en afsluiten met gezelligheid met de Canards. Vooral Pierre vind ik leuk, hij doet me enorm aan Ad denken. Een ouwe stouterd, geestig, vriendelijk, en een vrij slechte piloot. En Christophe, de knappe goeie piloot, très cool. Hervé met z’n droge humor, en Gregoire die fanatiek probeert om zo lang mogelijk te vliegen en niet kan begrijpen dat ik er bewust voor kies om vroeg te starten en snel te landen.

We zitten met biertjes bij de receptie waar Celeste ons als een echte barvrouw moederlijk bij de les houdt. Ik ben bijna blij dat Phil er niet is want dan zou ik m’n aandacht moeten verdelen tussen hem en de canards, zoals nu tussen de canards en Tim en vader Dotchin. Het gaat nergens over en we doen niks, maar het is wel heel erg leuk.

05 augustus 2020

Vriendinnen

Francoise staat om vijf uur op om een  paar niet al te warme uurtjes in de boomgaard te kunnen werken. Ik kwam er pas na zevenen uit en moest me haasten om op tijd met haar mee te kunnen naar de zeegym. Een groep oudere dames en één man in surfpakken en surfschoenen, zonnebrillen en hoeden op en tot de tieten in het water. Gymleraar Thierry, een studiegenott van Francoise, liet ons een uur lang rennen en huppen en armzwaaien door de branding, best leuk eigenlijk al denk ik dat ik niet echt goed m’n best deed want na dat uur was ik totaal nog niet moe. Francoise hield het niet vol omdat ze het te koud had, voor mij was het juist best warm zo met het zonnetje op onze kop. Later liet ze me haar olijven zien. De hele heuvel is zo ongeveer van haar, overal staan enkele tientallen olijfbomen omgeven door kiwis, kastanjes, vijgen. Op het ene perceel ruikt het sterk naar munt, op het andere groeit wilde venkel, zalig. Ik heb maar weer een bosje geplukt voor in m’n auto, in Australië raakte ik helemaal gelukzalig van de eucalyptus op m’n dashboard dus dat kan ik nu weer proberen.

Pratend over kapotte relaties en gebroken harten voel ik nog altijd de pijn. Over hoe ik als afval bij het grofvuil werd gezet. Over hoe Koos een paar jaar daarvoor nog zei dat ze een kuttekop met scherpe ellebogen is. Maar hoe zij dan toch uit mijn bed rolde, luttele weken nadat hij me dumpte en hoe ze weinig kies de bus pal naast mijn tentje zetten. Hoe ze niet alleen mijn man van me pikte maar mijn hele leven. Alles wat ik deed, wat ik was, wat ik lief had. Het leek wel of ze probeerde mij te zíjn, maar dat dan wel rucksichtlos en respectloos, ze gaf me nog een paar gemene trappen na. Ik mis hem  nu niet meer maar de pijn gaat nooit meer weg, moest ik Francoise vertellen. Zo stoer als zij altijd is zo kwetsbaar blijkt ze nu. Ik hoop dat zij ook een Cameron tegenkomt, die op tien manieren mijn leven redde. Dat ze ook liefjes tegenkomt om mee te lachen en vrienden om mee te huilen. Dat ze haar eigen down under ontdekt. Maar op dit moment kan ik alleen een arm om haar heen slaan, corona even vergeten.

Op de terugweg voelde ik me depressief en eenzaam maar ik moest flink doorrijden omdat de hele groep op me stond te wachten. We speerden meteen naar boven, met tien vleugels op het gammele rekje en dertien man in het wagentje en het besef dat als dat rek het zou begeven we tien maal dertig kilo op onze nek zouden krijgen. Het zou wel een spectaculair delta-ongeluk zijn. Ik startte en landde weer snel, misschien niet nodig omdat het best goed gaat met rug en schouders maar in de stemming waarin ik was was het sowieso geen goed idee om spannende dingen te gaan doen. Een goeie landing is elke keer weer een klein feestje, precies wat ik het hardste nodig heb. Er was natuurlijk nog niemand dus ik had alle tijd om m’n grote tent op te zetten. Toen de spullen eenmaal goed waren ingepakt vertrok ik voor een rondje Plan d’eau Riou, twintig km verderop is misschien wat overdreven maar ik vind het zó verrukkelijk om daar te zwemmen. Heerlijk water, precies een fijne afstand als je echt rond zwemt, en voortdurend uitzicht op de Chabre of St Genis. Zo ben ik weer helemaal over de depressie heen.