31 mei 2026

Mijn lievelingspiloten




Tegen een uur of negen kwamen we aan op hq/goalveld, waar het heerlijke hallo zeggen weer begon. Urenlang mensen begroeten en in m'n geheugen naar namen graven, Frans Engels Duits gebaren en tussendoor even checken of m'n Belgen nog rustig zaten te wachten tot registratie open ging. Christian merkte op dat ik niet kom om te vliegen maar om te zoenen, en zo is het. Ik ben echt heel blij om ze allemaal weer te zien, de Aussies (welkom bij de Europese kampioenschappen) de Slovenen de Spanjaarden het Italiaanse team. Al kreeg ik bij die laatsten verschillende keren een negatieve reactie op mijn vraag hoe het ermee ging: een scheiding, moeilijk op het werk, uitgezaaide kanker. Dat laatste is een schok en het was 'm ook aan te zien, heel naar.
Om een uur of twaalf reden we de berg op, tergend langzaam omdat iedereen bij elke haarspeldbocht, en daar zijn er tientallen van, een stukje achteruit moest steken om helemaal de bocht om te kunnen. En omdat we af en toe achter een stel ploeterende fietsers bleven hangen die nergens aan de kant konden.
Eenmaal boven voelde ik me zenuwachtig worden maar ik kon de gelegenheid ook niet laten lopen, dus ik bouwde toch maar op. Vario vergeten, telefoonhoesje vergeten (waardoor ie niet in m'n pod past), powerbank vergeten, boek vergeten. Twee Italianen van de staf probeerden me te wijzen waar het bombout veld is maar ik kwam er geen wijs uit. In de richting van het goalveld hoorde je gerommel en werd de lucht donkergrijs. Even aarzelde ik of ik niet beter in kon pakken maar een klein schopje onder m'n kont kan nog wel, dus rond half twee holde ik de berg af. Rechtstreeks naar de bombout, dat wel. Ik zag het goalveld in de verte liggen en met een paar bellen zou ik het inderdaad makkelijk kunnen halen, maar met het groeiende onweer wilde ik zo snel mogelijk op de grond staan. Ik zag niks evident aantrekkelijks dus plantte mezelf maar met behulp van m'n droguechute op een groot vierkant veld tussen hoge bomen, hoogspanningskabels, lage kabels en een huis in het midden. Dat ging goed en ik vond nog een vuilniszak in m'n harnas om m'n spullen tegen de regen te beschermen. Dat was nodig want het begon snel te druppelen en er was geen mogelijkheid om te schuilen.
Jan vond me vrij snel en een half uurtje later schoven we bij Tom en de Aussies aan op het hoofdkwartier. Na nog wat kletsen begroeten zoenen, lenzen uit bril op, plakkerige vliegkleren uit jurkje aan, was het tijd voor de openingsparade. Toch een flink stuk kleiner dan vroeger, en nauwelijks nieuwe gezichten. Wel gezellig en gelukkig hielden ze de toespraken vrij kort en was er buiten de trommelaars geen extra voorstelling meer. Nou ja het Italiaanse volkslied gezongen door de vrouw van Igriza.
We sloten deze aankomstdag af met het Nederlandse team (Arne, Sander, Anne en Fred als chauffeur) en nog meer vette kaas. Daarna een lange, lange, lange rit naar huis waar het water nog warm genoeg bleek voor een snelle douche. Tijd voor m'n bed en morgen kunnen we uitslapen want de oefentaak is alvast geannuleerd wegens regen.


Verzegnis


Ondanks een bijzonder voorspoedige reis en de schitterende Alpen ben ik nou toch vet sjagrijnig. Het huis waar we zitten - heel ruim, heel goedkoop, prima bedden en een fijne stille omgeving - staat in the middle of nowhere, vrij letterlijk. Het is een half uur bergop slingeren voor je er vanuit Gemona bent. Dat betekent dat we elke dag een paar uur extra aan het rijden zijn, en ons 's ochtends ook best moeten haasten, om op tijd te zijn. En het betekent dat we geen andere piloten in de omgeving hebben. Maar waar ik echt gigantisch ochtendhumeur van heb is dat de boilers op hout gestookt zijn! Dat betekent dat je pas warm kan douchen als je eerst een half uur hebt lopen pielen met blokjes hout en aanmaakblokjes en mislukte pogingen om een vuurtje te stoken. En als het dan gelukt is moet je nog een half uur wachten voor tachtig liter opgewarmd zijn. Een kleinere boiler is er niet, terwijl ik voor een douche waarschijnlijk niet meer dan een paar liter verbruik.

10 mei 2026

Nog altijd fijn

 

In de weekenden ben ik steeds minder gemotiveerd om te gaan vliegen. Het rugbrekende gesjouw, de lange files en de talloze klusjes die ik thuis ook nog heb liggen en dan de steeds schevere verhouding tussen inspanning en luchttijd maken het een opgave. Maar als ik nog minder vlieg dan ik nu al doe dan ga ik de weg die ik anderen voor mij heb zien gaan: je verliest routine, vaardigheid en vliegfitheid en dus gaat het steeds vaker niet goed en zo kom je in de vicieuze cirkel naar het einde. Plus: ik weet hoe goed het me doet om even achter de dragonfly te hangen en misschien wat termiek te pakken en als het meezit een goeie landing te doen.
Toen ik aankwam was Dany er al dus ik had hulp om de vleugel van de auto te halen. Het was heerlijk warm en rustig. Er waren wel veel ulms maar die zaten allemaal nog braaf in het restaurant te briefen dus daar hadden we geen last van. In alle rust bouwde ik op, duwde m'n spullen naar de start en wachtte met m'n krantje en het geluid van leeuweriken op Tom. Die voelde zich goed genoeg om een middagje te slepen, heel onverstandig maar wel fijn voor mij want ik sleep graag achter hem. Andersom complimenteert hij mij ook weer, altijd leuk zulke bevestiging. Ondanks de hobbelige lucht probeer ik om zo te volgen dat hij me niet voelt. Geen rukken aan de kabel en geen gesleur in de binnenbocht. Helaas hoorde ik m'n vario helemaal niet en ik ben nog niet gewend aan xctrack op m'n telefoon om daar in een oogopslag de vario te zien, als dat er al op zit. Toen ik landde liep er net een rigid superlangzaam dwars over het veld, dat was niet de oorzaak van m'n bijzonder slechte landing maar het hielp niet mee. Gelukkig kreeg ik meteen een dolly en kon ik snel een tweede start maken. Die keer kon ik iets langer vasthouden maar uiteindelijk kostte het ingespannen luisteren naar het veel te zachte piepje van de bluefly (en m'n chagrijn over de skybean die het alweer niet deed in de lucht) teveel concentratie dus ondanks de waanzinnig mooie lucht zakte ik toch weer uit. Meer verbaasd dan trots constateerde ik dat m'n landing best goed was, ook al was Tom kritisch.
Philippe, altijd bereid om te helpen, bood aan om m'n vleugel naar de auto te dragen en zo was ik zonder noemenswaardige spierpijn al om vier uur weer ingepakt. Ik bleef nog een uurtje in de zon om te helpen met starten, maar er waren genoeg piloten en hoe later je op de weg zit op zondagavond hoe langer de files rond Brussel en Antwerpen. Thuis hielp buuv me om de vleugel op z'n plaats te tillen. Het was toch weer de moeite waard.