![]() |
| Francoise vliegt nog een klein beetje delta |
Zelfs als ik minder dan een half uur per dag vlieg heb ik het te druk om m'n blog te schrijven. Eergisteren togen we naar Aspres, waar de wegwerkers even ruimte maakten voor onze karavaan. Zo slecht als de weg is zo beschaafd is de bergtop, met altijd genoeg ruimte om vooraan op te bouwen en zonder gesjouw. Ik startte erg vroeg en leek er meteen uit te zakken, maar vond alsnog een paar belletjes om in ieder geval een keer over de start te kunnen vliegen. Maar toen ik dat weer kwijt raakte speerde ik rechtsstreeks naar het vliegveld. Mijn landingsangsten zitten voor minstens de helft in de angst dat ik een veld niet of te laag voor een circuit zal halen. Meestal is het onzin maar ik vind het veel en veel te spannend. Hoe banger ik ben, hoe sneller ik het achter de rug wil hebben ook al zou het eigenlijk verstandig zijn om lekker rond te fladderen, te ontspannen, en dan gewoon richting landingsterrein te gaan vanaf een redelijke hoogte om zeker 150 meter boven de landing te arriveren. Niet 300 meter, zoals nu. Hoe dan ook, m'n landing was prima en ik liep meteen door naar m'n favoriete schaduw vlakbij het parkeerterrein. Dat had ik beter niet kunnen doen want bij het inpakken ontdekte ik een scheur in m'n leading edge, waarschijnlijk door een scherpe tak. Daarom nam ik de laatste dag m'n spullen niet mee maar ik moest wel naar boven om de trackers uit te delen. Zodra dat was gebeurd, en Jaroslav gestart, reed ik zijn sjieke automaat naar beneden, haalde Luca de andere trackeruitdeler op en legde m'n vleugel op de operatietafel om de scheur te gaan plakken. Gelukkig kwam Martin me helpen want op m'n eentje word ik hyperongeduldig van dat gepriegel met plakkerig dacronband. Toen we klaar waren hingen er gigantische onweerswolken rond de camping en waren de meeste wedstrijdpiloten geland. Ik had na alle frustratie en hitte dringend een zwemmetje nodig dus ik reed door regen en donder toch nog gauw even naar m'n meertje. Ik bleef dicht bij de kant met de bedoeling eruit te stappen zodra ik bliksem zag, maar de bliksem kwam pas toen ik al bijna terug bij de auto was dus ik zette er even de sokken in en zwom heel onverantwoord door het onweer. Daarna was er even tijd om wat erwten op te warmen en toen naar de prijsuitreiking. Die ging wat sneller dan gewoonlijk omdat alleen de eerste drie werden genoemd, maar dan wel weer van de Tjechische, de Britse, de overall scores van sportsclass, rigids en flexies. Drie keer drie dus, met Christian Ciech als allerwinnendste winnaar. Timbo kreeg de Stephen Penfold award, van Steve's vader en broer.
Terwijl Fransen en Spanjaarden binnendruppelen vertrekken veel Tjechen en Britten en het is altijd een beetje treurig om te weten dat je mensen minstens een jaar niet weer zult zien. Ik zette in de lokale groep dat ik zondag wel zou willen vliegen, maar vanmorgen was ik doodmoe en alles deed pijn. Toch zag de meteo er te goed uit om een derde dag over te slaan, dus om tien uur laadden we op Jaco's bus en met de altijd stinkende Steph, Ante en Nico zat ik oncomfortabel tussen de harnassen in de laadbak. Tegen de tijd dat we uitlaadden op de Feignant (de luie lage zuid) was ik misselijk moe en alles deed pijn dus het maakte me eigenlijk niet uit of ik termiek zou vinden of niet. Ik startte om twaalf uur, vond inderdaad geen termiek, en zeven minuten later landde ik een uitstekende landing op de vis. Niet zo heel moeilijk natuurlijk: helling op, met een single surface, met droguechute, en dat op een verder leeg terrein waar ik inmiddels al tientallen keren geland ben. Toch leuk.
Ik liftte met Julio en Jessica terug naar de start waar ik André en Yan trof. Yan heeft leren vliegen op mijn eerste eigen vleugel en gaat nu meedoen met de Franse Open. De rest van de dag ging heen met piloten ophalen en vleugels opladen en pas om vijf uur kon ik eindelijk naar m'n meertje voor een klein rondje, net genoeg om m'n gewrichten een beetje los te bewegen en niet teveel om ze verder te irriteren.
























