In de weekenden ben ik steeds minder gemotiveerd om te gaan vliegen. Het rugbrekende gesjouw, de lange files en de talloze klusjes die ik thuis ook nog heb liggen en dan de steeds schevere verhouding tussen inspanning en luchttijd maken het een opgave. Maar als ik nog minder vlieg dan ik nu al doe dan ga ik de weg die ik anderen voor mij heb zien gaan: je verliest routine, vaardigheid en vliegfitheid en dus gaat het steeds vaker niet goed en zo kom je in de vicieuze cirkel naar het einde. Plus: ik weet hoe goed het me doet om even achter de dragonfly te hangen en misschien wat termiek te pakken en als het meezit een goeie landing te doen.
Toen ik aankwam was Dany er al dus ik had hulp om de vleugel van de auto te halen. Het was heerlijk warm en rustig. Er waren wel veel ulms maar die zaten allemaal nog braaf in het restaurant te briefen dus daar hadden we geen last van. In alle rust bouwde ik op, duwde m'n spullen naar de start en wachtte met m'n krantje en het geluid van leeuweriken op Tom. Die voelde zich goed genoeg om een middagje te slepen, heel onverstandig maar wel fijn voor mij want ik sleep graag achter hem. Andersom complimenteert hij mij ook weer, altijd leuk zulke bevestiging. Ondanks de hobbelige lucht probeer ik om zo te volgen dat hij me niet voelt. Geen rukken aan de kabel en geen gesleur in de binnenbocht. Helaas hoorde ik m'n vario helemaal niet en ik ben nog niet gewend aan xctrack op m'n telefoon om daar in een oogopslag de vario te zien, als dat er al op zit. Toen ik landde liep er net een rigid superlangzaam dwars over het veld, dat was niet de oorzaak van m'n bijzonder slechte landing maar het hielp niet mee. Gelukkig kreeg ik meteen een dolly en kon ik snel een tweede start maken. Die keer kon ik iets langer vasthouden maar uiteindelijk kostte het ingespannen luisteren naar het veel te zachte piepje van de bluefly (en m'n chagrijn over de skybean die het alweer niet deed in de lucht) teveel concentratie dus ondanks de waanzinnig mooie lucht zakte ik toch weer uit. Meer verbaasd dan trots constateerde ik dat m'n landing best goed was, ook al was Tom kritisch.
Philippe, altijd bereid om te helpen, bood aan om m'n vleugel naar de auto te dragen en zo was ik zonder noemenswaardige spierpijn al om vier uur weer ingepakt. Ik bleef nog een uurtje in de zon om te helpen met starten, maar er waren genoeg piloten en hoe later je op de weg zit op zondagavond hoe langer de files rond Brussel en Antwerpen. Thuis hielp buuv me om de vleugel op z'n plaats te tillen. Het was toch weer de moeite waard.
















