26 juli 2026

Vliegen als een bejaarde


's Ochtends een fijne wandeling waarbij ik een grote bruingele vos kon besluipen. Het beest had absoluut niet in de gaten dat ie niet alleen was en krabde zich eens wat, deed een plasje, besprong een muis of mol, snuffelde wat rond en pas toen ik vlakbij op een dood blad trapte holde het naar de rand van het veld. Waar het, zoals reeen ook vaak doen, minutenlang naar mij bleef terugkijken.
Vervolgens m'n harnas opgehaald en daarna naar Besancon om gesubsidieerde boeken te kopen en wijn voor m'n gastheer, die zelf wijn blijkt te produceren dus ik was blij dat ik me in elk geval had laten adviseren door een heuse wijnverkoper. Het werd laat. Jean-Marc praat graag, veel en snel en hij heeft best veel interessants te vertellen maar op weg naar de vliegstek viel ik zowat in slaap. Bovendien had ik grote moeite om zijn informatie over de stek te begrijpen. Mijn frans is niet zo goed als hij denkt.
De Mont Poupet is prachtig, hoog en rotsachtig en gearceerd en er zijn startmogelijkheden naar noord, west en zuid. Alleen geen landingsterrein in beeld en ontdekte ik, ook niet op glij. Het was allemaal niet echt meer in mijn comfortzone, zoals ik mezelf beloofd had, maar vooruit een nieuwe stek bevliegen met een van de meest ervaren piloten is wel wat spanning waard. Gelukkig pakte ik wat hoogte bij de start en toen ik dat dreigde te verliezen stoof ik meteen in de richting die mij gewezen was. Zodra ik het landingsterrein in beeld kreeg zag ik dat het nog een uitdaging zou worden om het ook met redelijke hoogte te bereiken (natuurlijk was het boven het terrein termisch waardoor ik alsnog hoogte af moest bouwen). Met remchute viel de landing enorm mee. Even later landde Jean-Marc bij mij, Jean-Yves stond beneden in het ruimere dal en nadat we de auto hadden opgehaald zochten we een kroeg op voor een biertje en een bordje sla. En nog meer praten over vliegen.
Ik vlieg nu zo'n jaar of dertig, vijfendertig en ik heb het altijd heerlijk gevonden om mezelf uit te dagen en te ontwikkelen, steeds beter te worden. Maar ik heb weinig talent dus dat beter worden kostte nogal veel moeite en tussendoor een aantal ongelukken en dan ook nog wat kwalen als frozen shoulders en overgang en kinkhoest enzo. Op enig moment was ik meer verbeten bezig dan plezierig, en langzamerhand werd ik ook echt bang voor buitenlandingen. Na een gezellige stressvrije week met de Belgische broertjes Jan en Marc besloot ik voortaan alleen nog maar makkelijk te vliegen, binnen mijn steeds kleinere comfortzone. En dit jaar was het voor het eerst echt het absolute minimum: goed starten (de reden dat ik ooit ben gaan vliegen - niks zo verrukkelijk als van een berg af hollen), voor zover simpel omhoog draaien, en dan landen op het hoofdlandingsterrein met windzak en gemaaid gras. En voor het eerst kon ik het echt helemaal accepteren en kon ik genieten van dat bijzonder beperkte 'vliegen'. Wat ik eigenlijk geen vliegen meer kan noemen want na m'n start sta ik meestal binnen tien minuten al aan de grond.
Dat is een opgave geweest, om tot hier te komen en werkelijk de rust en het genot te vinden in iets anders dan lange en verre vluchten. Bovendien heb ik door blessures aan schouders en knie en door ouderdomsluiheid weinig kracht kunnen trainen, gecombineerd met de hittegolf maakte dat ook dat ik sowieso veel te moe was voor langere vluchten.
Dit was mooi. Het was gezellig en ik kon zinvol bij de wedstrijden betrokken zijn. Ik probeerde niet overdreven om elke minuut vliegkans te pakken. Ik genoot van m'n starts en van de talloze complimenten over m'n starts. Ik oefende het landen en landde af en toe ook echt goed. Maar hoe ontspannen dit ook was, dit ga ik niet jaren volhouden. Dus vanaf vandaag ga ik het advies van Jean-Marc volgen en op m'n wielen landen, het point of arrival markeren met een vlag of een lap, en mezelf hardop instrueren.En ik ga toch maar wat minder fietsen en wat meer kracht trainen. Mocht ik ooit voldoende zelfvertrouwen terugwinnen over het landen dan kan ik weer eens een overlandje overwegen. De wereld van boven is te geweldig om alleen maar een herinnering te zijn.

Lessen van Jean-Marc

genante landing

We hebben het vrijwel altijd over snelheid en hoe dat één op één verbonden is met veiligheid, maar het is een onhandige grootheid. Bedoel je met snelheid de grondsnelheid, de vliegsnelheid of het aantal centimeters dat je de bar aantrekt? Beter is het om over energie te praten. En die energie wordt geleverd door je gewicht. Met andere woorden, en dat wisten we al, zolang je hangloop niet strak staat heb je geen controle. Terwijl, als je hangloop al strak staat nog voordat je aan je start begint, kan je volgens Jean-Marc eenvoudig met flinke crosswind starten. De vleugel wijst dan naar de wind, zelf ren je van het vlonder af, en geleidelijk laat je de vleugel jouw richting op komen. Afijn het klinkt goed maar ik ga het toch nog maar even niet proberen. Wel een leuke oefening als je ergens op een oefenhelling niks beters te doen hebt.
Als je relatief zwaar bent op je vleugel dan kan je makkelijk uitduwen maar dan heeft het lichaam de neiging om door te bewegen, terwijl de vleugel al stilstaat. Andersom: een piloot die echt te licht is voor haar vleugel kan bijna niet uitduwen.
En als je rechtop wil landen maar veiligheidshalve aan de basebar blijft met één hand, dan lukt het je nooit meer om op tijd je handen hoog genoeg te krijgen om uit te duwen. Terwijl, wat ik heel vaak meemaak, als je de uprights erg laag vast hebt dan zijn je armen dus wijd en daarmee heb je helemaal geen armen meer over om goed uit te duwen.
Conclusie: ik moet toch echt bewust op de wielen gaan landen. Dat zal Laurent Zahn ook leuk vinden, als iedereen goeie wiellandingen maakt ziet het er voor potentiele piloten niet zo moeilijk uit waardoor ze niet massaal gaan parapenten. Afijn, ik land toch al vaak op m'n buik/wielen dus ik kan het beter maar gewoon bewust opzettelijk doen. Het idee is nu om met een vlaggetje ofzo op het landingsterrein precies aan te geven waar ik binnen wil rollen, waar ik dus zeker weet dat er geen kuilen of stenen liggen, en zo ook m'n blik naar het point of arrival te trekken voordat ik parallel ga vliegen.
Daarnaast moet ik natuurlijk gewoon sowieso doen wat ik me al tijden heb voorgenomen, mezelf hardop instructies geven en niet alleen als het spannend is.

Terugreis

Al meer dan dertig jaar is het elke keer hetzelfde patroon, dezelfde emoties. Inpakken, afscheid nemen, zweet wegzwemmen en dan is het lastig om m'n aandacht bij het verkeer te houden omdat ik het magnifieke landschap als een spons probeer op te zuigen zodat het nog lang bij me blijft. Wat nooit het geval is, dus ik moet toch weer terug naar de Chabre. Sinds een paar jaar rij ik dan naar de streek van de Semnoz en Sappeney en ook die omgeving is weer waanzinnig mooi. Ik heb er leren vliegen en er de eerste jaren vliegvakanties doorgebracht met m'n maatjes dus het is een marinade van weemoed.
Ook een patroon: een paar honderd kilometer omrijden voor niks. Alle campings zaten tjokvol vanwege de Tour de France dus ik had beter meteen naar Sallanches kunnen rijden waar Joel en de andere Spanjaarden een huis hebben, of naar Besancon. Maar goed ik vond een campingkje vlakbij het huis van Nadege en Laurent die niet thuis waren maar waar ik in de tuin mocht kamperen. Een camping leek me nog net iets beter vanwege wc en douche maar het scheelde maar tien kilometer dus ik zal sowieso overal ver vanaf. Tot elf uur hield ik het vol om op bericht van Joel te wachten maar toen vond ik het welletjes en ik vertrok naar Besancon. Achteraf de goeie keuze want delta's zijn niet langer welkom op de Col de la Forclaz en de stress barstte zowat uit de whatsappberichtjes van Joel.
Ik arriveerde eind van de middag bij Ellipse om m'n harnasrits te laten vernieuwen. Morgen is het klaar. Mevrouw Rousselet tipte een camping langs de rivier en of het nou die van haar is of een andere, ik heb iets moois gevonden. Een klein, rustig campingkje waarvan de eigenaar arbeidsongeschikt schijnt te zijn, dus het is allemaal niet zo denderend onderhouden en de bar is dicht met als feestelijk gevolg dat er weinig mensen zijn. Ik knoopte m'n hangmat half boven de rivier en kon me de volgende paar uur niet meer losrukken. Kikkers sprongen het water in, een ijsvogel vloog af en aan (had ik nog nooit in het echt gezien!), vlinders en libellen en schrijvertjes op en boven het water en voortdurend het geplons van vissen die daar naar happen. In de verte hoor je wel wat mensgeluiden waardoor de rust nog eens benadrukt wordt.
Morgen is de wind te hard om te vliegen maar vrijdag lukt misschien wel, dus ik blijf op Jean-Marcs uitnodiging nog een dagje langer.

19 juli 2026

Noordwest


De camping is prachtig geworden. Bomen en struiken, nieuwe douches en wastafels, schone wc's. Waardeloos, het trekt parapenters en caravans aan. Voor ons is er geen plaats meer - twintig meter van het landingsterrein af, grote plaatsen waar Nico liever niet een klein tentje heeft want dat levert te weinig op, volkswagenbusjes op het landingsterrein waar wij graag zouden afbouwen. Als ze landen blijven ze vaak met hun schermen in de lucht staan. Ze roken en bezetten de volledige starthelling en vliegen dan met z'n vijfenzestigen (er is weer een wedstrijd gaande) in de enige bel. Maar goed, er zijn ook aardige parapenters dus laat ik daar dan maar vriendjes mee worden. Vannacht had ik m'n tentje bij Noel gezet en naast hem zit een Australisch stel. Hij doet mee met de parapentewedstrijd maar hij vertelde dat hij ook delta heeft gevlogen. Op Dixon park! Nota bene, ooit een van mijn favoriete stekjes in Australie en ik heb er jaren bij Conrad gelogeerd. Toen ik vanmorgen uit de douche kwam kwam Christian net landen, hij was naar boven gelopen en naar beneden gegleden bij wijze van mentale ontspanning voor de wedstrijd. Ik ben zo jaloers!
Ik ging met Jean-Francois en onze twee chauffeurs Noel en Loul naar de lage noord, startte in een harde bel en dwarrelde naar de camping, waar ik net niet goed landde. Op de wielen, omdat ik niet op tijd en stevig uitduwde. Even later probeerden Christian en Jean-Francois te landen maar de wind draaide alle kanten op en bij het uitrennen scheurde hij z'n bilspier. Nou wil ie niet meer vliegen en het weer is ook al niet best, maar ik heb net m'n kampement opgebouwd met m'n grote tent en al m'n zooi uit de auto. Ik blijf dus toch nog maar even om te zien of het nog gezellig wordt, met Toms schooltje en misschien nog wat andere deltisten. Lison is er in ieder geval, de aankomende kampioene in mijn ogen.


18 juli 2026

Franse Open dag drie




De voorspellingen verbeterden wat en we gingen naar de Longeagne-west, en dan niet helemaal west maar de bocht van de riggel. Ik startte wat later, moest even zoeken maar vond toen een mooie bel tot een meter of tweeduizend. Daar werd het turbulent door een inversie en het leek me niet de moeite om door te zoeken naar de kern die me naar wolkenbasis zou brengen. Even overwoog ik om op het vliegveld te landen, maar ik zat lekker hoog, er stonden mooie wolken, en ik weet dat er langs de weg overal grote gemaaide velden zijn. Sowieso haalde ik Serres makkelijk vanaf mijn hoogte. Helaas was het dat dan ook, na een half uurtje stond ik op het zweefvliegveld van Serres, waar nooit iemand is.
Tijdens het wachten volgde ik de livetrack - zowel Tim als Darren lag voorop. Maar uiteindelijk landde Tim 2,8 km tekort en Darren werd toch ingehaald door Sandy, Mario en Christian. Toen hij landde vertelde hij dat hij Jochen had zien tumblen, tweeduizend meter naar beneden was gedraaid, toen besloot dat het te gevaarlijk was om in de buurt te landen en weer omhoog getermiekt waar hij bijna zelf voorover ging. Jochen bleek achteraf in orde maar z'n vleugel is aan gort.
's Avonds inpakken en schoonmaken, proberen te besluiten wat ik zal doen als iedereen weg is en de wind een week lang hard noord.

17 juli 2026

Dagje sociaal

De fijne rustdagen zijn die waarvan je de dag tevoren al weet dat we niet omhoog gaan. We sliepen uit tot half negen en nadat iedereen naar markt en kroeg was zocht ik Jean-Francois op. Ik probeer in het frans uit te leggen wat voor werk ik doe en hij corrigeert me en vraagt moeilijke vragen. Van iedereen hier op de camping ben ik altijd het blijst om hem weer te zien.
Daarna naar Julia, die nog altijd in het schemergebied tussen illegaal en verblijfsvergunning hangt. Unsettled, letterlijk. Ze is bang dat mensen haar als Rus zullen beoordelen en er is natuurlijk ook de ex die ze liever niet tegenkomt, dus ze laat zich zelden op de camping zien. Ze schildert fraaie landschappen en als ze een keer de Chabre doet zal ik het van haar kopen.
De rest van de dag gedut en gelezen en pas heel laat bedacht om Attila uit te nodigen. Hij werd zestig en dat wilde hij niet weten maar het is volgens mij toch gezelliger om met elkaar te eten. Hij en Tim legden uit dat het beter en zelfs goedkoper zou zijn om geen aluminium meer te gebruiken maar vanaf het ontwerp van een vleugel van carbon uit te gaan. Dat gaat niet om het gewicht maar om de stijfheid, en de mogelijkheid om allerlei aerofoil vormen te maken. Met weemoed denk ik terug aan m'n laatste Litespeed met carbon basebar en carbon outer leading edges, wat vloog dat ding toch heerlijk. Ik zou er nu niet meer mee durven starten.

16 juli 2026

Aspres

Timbo als eerste op goal


We gingen vroeg naar Aspres, de wedstrijd zou heel vroeg starten, dus ik holde erg vroeg de Longeagne af. Er zat wel een heel klein beetje stijg maar niks dat de moeite waard was om te draaien, twee drie cirkeltjes maar het leverde niks op en acht minuten later stond ik met een perfecte landing op het vliegveld. Waarna het meer dan vijf uur duurde voordat we naar huis reden, maar dat was geen ramp want ik had een boekje in m'n harnas gestoken ook al staat de rits op knappen. Ik wandelde naar de camping en toen ik daar niemand aantrof wandelde ik terug naar de bar, toen ik de gaggle wilde zien verplaatste ik me naar de picnictafel waar ik bovenop in slaap viel, en toen kwam de sportsclass op goal. Normaal gesproken vind ik dat leuk maar nu gedroegen ze zich als parapenters: eentje landde midden op de startbaan en ging daar rustig z'n harnas inpakken, de rest landde en bleef dan eindeloos staan of liggen omdat ze moe waren, terwijl er achter hen nog drie of vier ook wilden landen. Ik was wel iets te agressief misschien maar man wat vind ik het waardeloos als je geen rekening houdt met anderen die het net zo spannend vinden als jij.
Het diner 's avonds was gezellig, er blijken toch weer piloten die ik nog niet kende en m'n frans wordt steeds beter. De Spanjaarden heten allemaal Carlos en in de sportsclass vliegen drie meiden mee. En Yan, die jarenlang op mijn eerste vleugeltje heeft gevlogen. En Vincent, die net als ik destijds met z'n rugzakje aan kwam treinen en liften om maar te leren vliegen.

15 juli 2026

Rustdag

Terwijl de wedstrijd naar de Chalvet toog en alleen Timbo goal haalde, deed ik een hele dag niks. Boodschappen, huishouden, lezen, zwemmen en een beetje kletsen. Het is tegelijk een voor- en een nadeel om in een huis in het dorp te zitten en niet op de camping. Je ziet bijna niemand en dat is wel jammer want ik zie iedereen toch al zo weinig, maar het was ook wel echt lekker even helemaal rust nemen. Schouders en knie doen veel minder pijn.

13 juli 2026

Moe


Ik was wel vroeg wakker maar met ernstig ochtendhumeur. Ik kon er niet tegen dat Tim en Darren me plaagden. En ik had vier pogingen nodig om de vleugel fatsoenlijk op de auto vast te binden. Duidelijke symptomen van uitputting maar het leek me niet logisch dat ik na een weekje met zo weinig uren vliegen zo moe zou kunnen zijn. Bovendien zag de wind er vandaag nog mooi zuid uit en hierna niet meer, dus het leek me toch wel nodig om vandaag wel te vliegen. M'n vleugel en harnas lagen al om tien uur op de beste plek op de Feignant, de lage zuid, en Ante was er al dus ik zou ook hulp hebben. Alleen stond er een puist wind en er hing een grijze massa altostratus. En ik voelde me alleen maar moe en alles doet pijn. Ik liep naar de hoge zuid om mensen te begroeten op deze eerste dag van de Frans-Spaanse Open en om naar de briefing te luisteren. Maar terwijl ik daar zat kreeg ik een soort slaapstuip, ik wilde echt alleen nog maar liggen en m'n ogen dicht doen. Inmiddels denk ik dat de hitte, ook 's nachts, het over de berg rondbanjeren met zware trackerkoffers, het sjouwen en engels en frans praten, de tientallen muggen- en horzelsteken en vooral het nooit herstellen van de via ferrata me de das om hebben gedaan. Ik vroeg Gilles en z'n maat om m'n vleugel terug naar de auto te brengen, liftte naar het dorp met Rachel de parapentster en viel in slaap in m'n deftige tuinstoel. Minuten later stelden de anderen voor om naar het plan d'eau te gaan en ja natuurlijk wilde ik dat en zo kon ik toch nog een half rondje zwemmen en kletsen en lezen. Tim Flic en Darren wilden naar de Vietnamees en dat is prima maar ik ga er niet heen, ze hebben niks goeds voor vegetariers en de bediening is er al dertig jaar heel erg slecht en de ambiance is ook waardeloos. Dus ik zit met een biertje en een muziekje lekker op ons balkon tot de muggen het onmogelijk maken. En morgen als de wedstrijd naar St. André gaat, neem ik echt een rustdag.