07 juni 2021

Deltaweekend Havelte


 

Nog niet eerder reed ik zoveel kilometers met al m’n vliegspullen rond zonder te vliegen. En dat ik dat dan niet eens heel erg verschrikkelijk vond. Jammer natuurlijk, ik vlieg liever wel dan niet en het op- en inladen is zoveel werk dat ik dat liever niet voor niks doe. Maar het was vorige week al de moeite waard om een hele zaterdag alleen maar op het veld te zitten ranzen met een krantje en een babbeltje. En gisteren was het toch wel erg leuk om weer eens vliegmaatjes te zien en te horen hoe iedereen corona was doorgekomen. Ook al was het harstikke koud en bewolkt en was Havelte twee uur rijden. Er werd gelierd maar mijn schouder is nog pijnlijk en een lierstart ging zeker serieuze vlucht opleveren dus ik liet de vleugel op de auto liggen. Een landing gefilmd en becommentarieerd door Frans was wel leuk geweest natuurlijk, maar ik word wat luier dan ik altijd was. En het kijken naar en bespreken van andere landingen, waarbij één piloot vrijwel dezelfde fouten maakte als ik vaak doe, was ook al leerzaam. Zenuwachtig overpakken, recht naar de grond fladderen, ogen naar beneden gericht, aarzelend uitduwen. Dat, en self-defeating taal gebruiken (“ik land altijd slecht” of nog erger: “ik ben een slechte lander”).

Het was allemaal wel heel erg goed georganiseerd en ook erg leuk om eens een ander evenement te hebben dan een wedstrijd. Hopelijk volgend jaar drie mooie dagen en veel publiek, dan kan het echt een ledenwervend spektakel worden.

31 mei 2021

Een feestje


Tot aan Amersfoort aarzelde ik nog of ik naar Bruinehaar of Stadskanaal zou rijden, maar vanwege mogelijke gezelligheid werd het het verre noorden. Toen ik aankwam zaten Rinus, Rens en Emiel al in hun winterjassen weggedoken want het was bar koud. Wel gezellig inderdaad en in m’n tentje had ik het helemáál niet koud, eerder te heet door al mijn Siberische voorzorgen, dus het leek de goeie keuze geweest. Maar de wind stond negentig graden cross, er hing dikke lage bewolking en Rinus was niet helemaal tevreden over de nieuwe motor. Alsnog naar Bruinehaar gereden dan maar, ruim anderhalf uur naar het zuiden maar meteorologisch toch duidelijk in dezelfde streek. Wel met een noord-zuidbaan en iets hogere en dunnere bewolking, maar nu weer met gras tot boven de knie en een enorme container op het kruispunt van allebei onze banen. Na enige aarzeling besloot ik gewoon niet te gaan vliegen, ik was ook eigenlijk weinig gemotiveerd. Gek wel, ik heb vijfentwintig jaar lang geen enkele kans voorbij laten gaan om de lucht in te komen, en vaak gevlogen als het eigenlijk niet wijs was, en nou kom ik schromelijk lucht tekort en ga ik op m’n krent zitten en een boekje lezen! Bizar, maar ook misschien wel mijn nieuwe normaal en best verstandig. Fysiek heb ik allerlei gebreken die ik vroeger niet had, kwa vaardigheid ben ik flink achteruit gegaan doordat ik veel minder vlieg dan vroeger, en mentaal ben ik ondertussen de bocht om: ik ben geen wedstrijdpiloot meer en steeds beter vliegen zit er ook niet meer in – de focus moet nu echt liggen op genieten van wat nog wèl kan.


Dat lukte. Zaterdag was sowieso erg gezellig, zeker ’s avonds toen Nico & José en Joop & Riki en ik op het veld bleven eten en overnachten. En zondags voelde ik me fit en ontspannen, het gras was inmiddels grondig platgereden en de container was weggehaald. Ik maakte een eerste start tegen het middaguur, te vroeg maar met een goeie start en landing en een fijn warm zonnetje was dat geen ramp. M’n tweede start wist ik pas een belletje te pakken toen ik het alweer bijna had opgegeven, en héél langzaam werkte ik naar elfhonderd meter. Waar het koud was, maar wel gezellig met drie schermen in min of meer dezelfde bel, al zaten zij wel voortdurend hoger. Ik stak een keer terug naar de lier, pakte weer een bel op boven het heideveldje, stak nog een keer terug en toen was de pijn in m’n schouder en de ergernis over m’n beroerde nieuwe harnas zo erg dat ik het welletjes vond. Ik wilde graag landen op een moment dat er niet net een kabel in de lucht hing dus ik moest nog flink aan de bak om op tijd beneden te komen. Wat een fijne vlucht weer! Voor het eerst in járen weer eens echt gevlogen op Bruinehaar, en iedereen vierde het met me mee. We waren sowieso allemaal opgetogen over het prachtige weer en de fantastische vliegcondities: goeie termiek in een heldere lucht dus met uitstekend zicht.


Liefst was ik nog blijven hangen voor de napret met bier en sterke verhalen, maar ik was ook verschrikkelijk moe en naar huis rijden + uitpakken kost altijd nog eens drie uur. Deze keer was het dat helemaal waard geweest.

18 april 2021

Fieldlab Vledderveen


 

Tjemigdepemig wat heb ik genoten! Ook al vlieg ik (al jaren) niet meer met de grote jongens mee. Ook al was er bijna zes uur ergernis op de snelweg voor nodig. Ook al deden m'n schouder en rug pijn van mijn idiote actie gisteren om de twee vleugelbuizen op m'n eentje de tuin door te tillen. Ook al stond ik twee keer in een mum van tijd weer aan de grond door m'n eigen stommiteiten. Vergeten de tweede borstgesp in m'n nieuwe harnas dicht te doen, waardoor de rits ergens halverwege de sleep open sprong en ik min of meer aan m'n oksels hing. Dat stuurt waardeloos dus ik landde ook nog eens dwars over de baan want ik had geen trek in gebroken botten danwel buizen. Tweede vluchtje knalde Rinus om 200 meter hard omhoog en ik durfde niet genoeg uit te duwen om hem bij te houden, dus ik koppelde los en zat toen zo laag dat het me niet goed lukte die mooie bel dan ook te pakken. Arne boven mij kwam er wel mooi weg mee, en ik weet dat het me vroeger ook gelukt zou zijn. Maar het mooie is, ik ben er nu niet meer zo enorm gefrustreerd over. Ik was gewoon zó ontzettend blij om al die maatjes weer te zien, om de hele dag buiten te spelen, om m'n Litesport weer eens uit de motteballen te halen. Om te horen dat het best goed gaat met Connie en om Henk te kunnen condoleren. Zelfs het non-stop gescheur van de crossmotoren naast ons, en de stank van hun uitlaatgassen, deerde niemand volgens mij. We keuvelden in het theekransje van de dames-die-niet-langer-vliegen-en-vrouwen-van, we keken naar boven naar het schouwspel van piloten, vogels en wolkjes, we huppelden gezamenlijk met vleugels over het loopplankje. Eenmaal thuis stond er een fles wijn van de buren in m'n gang, verplaatsten de andere buren hun auto zodat ik uit kon laden, hielp een derde buur de vleugel naar binnen brengen en zat ik nog voor acht uur in een heet bad. Gelukzaligheid.

28 februari 2021

Dagje Bruinehaar


 

Na zeker twee jaar nauwelijks meer lieren ben ik nog tuttiger dan anders. Ik neem geen enkel onnodig risico, wil liefst alleen door een lierman opgetrokken worden waar ik heel vertrouwd mee ben, en ik pak gewoon de Fun. En dan nog koppel ik los zodra ik een wolk op 500 meter ingetrokken werd, ook al had ik er best doorheen gekund. Bij het tweede vluchtje waren de wolken helemaal weg en zat ik ook net een tikje minder te kloten met m'n tweede lijntje. Hoe dan ook, twee frisse fraaie minivluchtjes (Haagse hopjes eigenlijk) met twee prima landingen waren voor mij weer helemaal genoeg. De gezelligheid was bijna belangrijker.

15 februari 2021

We schaatsen ons de comfortzone uit

Vier dagen schaatsen, feest en gezelligheid, babbelen met vreemden, waren een zalige verjongingskuur. Dat neemt niet weg dat ik, we, leven alsof we al lang de tachtig gepasseerd zijn. Ons wereldje is klein en voorspelbaar en donszacht geworden. Geen verrassingen, geen uitdagingen. Niks moet, niks kost enige inspanning. We zitten al maanden in een gedwongen comfort zone. Comfortabel, makkelijk, maar o zo saai.

Het was al bekend dat uitdagingen motiveren, dat verrassingen stimuleren. Nu ervaar ik het aan den lijve, het omgekeerde dan. Ondanks een gepriviligeerd dus zeker en makkelijk bestaan sijpelt elke motivatie weg. Ik word steeds minder creatief, steeds minder productief. En daar word je dan langzaam maar zeker toch een tikje depressief van. Kan je nagaan hoe het voor jongeren is, wier biologische klok dicteert dat het leven één grote uitdaging moet zijn.

Gelukkig was daar dat geweldige ijs. Wel vriendelijkheid en behulpzaamheid alom, niemand die een kwartier lang in je gezicht zat te ademen. Zon, overvliegende ganzen, zingende scheuren. Nèt de perfecte mix van spanning en pret, van spierpijn en rozigheid. We kunnen er weer een paar weken tegenaan.

 

07 februari 2021

Van oude mensen, de dingen die voorbij gaan

Terwijl ik aan de verkeerde kant van de wereld leef alsof ik al ruim de 85 gepasseerd ben valt mijn vriendenclubje down under uit elkaar. In het jaar dat ik een half jaar alle wedstrijden aan de oostkust vloog was Ratty's huis mijn basis. Maar niet alleen voor mij - met Selmsy, Nic, Fluffy en Hairy Karl vormden we een soort vlieggezinnetje. De rest van de vliegfamilie landde vaak voor het huis en kwam dan een biertje op de veranda halen. Ratty organiseerde feesten waar Camo draaide en we allemaal drijvend in ons zweet het nieuwe jaar inluidden.
Inmiddels wil Fluffy niets meer met ons te maken hebben. Selmsy heeft zich tegen corona verschanst in z'n werkplaats. Karl lijkt bezig met een langdurig afscheid van z'n kinderen. Cameron is getrouwd en peddelt weer. Nic en Ratty zijn uit elkaar. Conrad vroeg me vanmorgen hoe het met de Selmster is. Ik zei dat ik wel wil helpen z'n nieuwe huis te verven, maar het zal nog zeker een jaar duren voor ik terug kan. Twee jaar, denkt Glen. Ondertussen hebben we allemaal een bril op en trekken we de eerste grijze haren uit. We bespreken pijntjes en artrose en opvliegers en cholesterol. Voor het eerst sinds ik werk besteed ik geld en vakantie niet aan vliegen.
Ik ben superblij dat we elkaar regelmatig kunnen spreken en zien. Neva geeft me nog altijd vliegadviezen en met Camo heb ik het nog altijd over de mentale factoren voor succes. Selmsy voelt zich nog altijd schuldig over mijn ongeluk, iedere keer merkt hij op hoe hard ik schreeuwde. Daar moet een blij vluchtje overheen natuurlijk.
Maar de mogelijkheid om terug te gaan, terug naar Newy en terug in de tijd, verdwijnt steeds verder. Ik eindig waarschijnlijk als Windy, die tot de lockdown jaarlijks zonder vleugel of harnas, alleen nog maar for old times sake, de gang naar down under maakte. Omdat de herinneringen aan de hoogtepunten van ons leven dáár zijn.

07 november 2020

Buiten spelen met de kwajonges van Skyline




 

Ik ben lid van drie clubs waar ik de mensen graag van zie, ik ben geadopteerd door de Fransen en ik heb Australië als tweede moederland geadopteerd, ik vlieg jaarlijks met de Britten en ik heb een stevige fanbase in Italië. Toch voelde het vanmorgen alsof ik naar huis reed, naar Bruinehaar. Voor de zekerheid allebei m'n vleugels mee, lang leve de buurman die nooit te beroerd is om even te helpen tillen, alle radio's vol en m'n release vast aan het harnas geklikt. Na twee jaar eindelijk weer eens een lierstartje gaan maken was best spannend. Het was er wel de ideale dag voor en Tom bood aan om te lieren en Gijsbert wilde wel helpen starten, en inderdaad verliep alles vrijwel naadloos. Ok ik was het al zo verleerd dat ik m'n kabel verkeerd aankoppelde bij de eerste start maar dat leverde toch een perfecte landing op, bij de tweede start verliep het allemaal foutloos maar was er nul beweging in de lucht en bij de derde start releaste ik per ongeluk bij het overschakelen zodat ik naast de lier landde, maar toch kon ik wel blijven rondspringen van enthousiasme. Nico kwam nog even langs, ene Alex, Bart is weer terug in 't land, Gerard liet zich nog even zien en nog een paar bekenden. Omhelzingen konden natuurlijk niet maar het was zo fijn om weer vliegmaatjes te zien. Buiten ons rare wereldje zijn er weinig mensen die begrijpen hoe je je dierbaren soms jarenlang niet ziet, soms samen op vakantie gaat of elkaar wekelijks tegenkomt, mixen van mensen waar je echt van houdt en mensen waar je nauwelijks om maalt, alle mogelijke opvattingen en levensstijlen en beroepen bij elkaar, en dat dat dan toch de kern van je sociale leven kan zijn.

Voortdurend vlogen V's met wel dertig, veertig ganzen over. Vanuit de juiste hoek zag je schitterende spinnewebben glinsteren als een voile over het gras. Op de terugweg keek ik anderhalf uur recht in de zon die groot en oranje achter een paar slierten wolken net niet meer verblindend brandde. Man wat een topdag.