29 november 2015

Weer thuis


Jamie probeert honderd liter water uit de Falcon te laten lopen


En zo is het weer voorbij. Zelden was een vakantieweek zo ontspannen. We deden niks want er was niks te doen, de zee was warm en met z’n vijf-en-een-half (de half is het Zwitsertje) vormden we een precies-goeie combinatie. Drie parapentejongens en drie hangglidingmeisjes, Australisch, Iers-Aussie en Aussie-Italiaans, Amerikaans, Dutchie en little Swiss. Terwijl wij een dag de rijke dames uithingen in Noosa Heads hebben de jongens het hele huis schoner geboend dan hoe we het aantroffen. Michael smeerde ‘m de laatste dag, ik at de kliekjes van de dag ervoor en wandelde daarna naar het sjieke steakhouse waar de rest z’n eigen koe moest grillen op een hete steen. Zaterdagochtend was de hele boel om acht uur klaar en Kathryn bracht mij en Franco naar boven om te zien of het al vliegbaar was. Dom natuurlijk want ik ken mezelf, ik start altijd te vroeg uit angst dat het later niet meer mogelijk is. Drie keer stond ik ingehaakt op de start terwijl Franco honderden meters boven het duin hing, en bedacht ik me. De laatste keer startte ik dan toch, de wind was te cross en te licht en met iedere slag die ik maakte kwam ik lager bij start terug. Voor een parapenter was het mogelijk om op de helling van de zandverstuiving te soaren maar ik kon zo laag niet indraaien dus na de derde slag moest ik besluiten of ik tot het laatst toe zou doorschrapen of naar  het strand zou vliegen. Aangezien een groot deel van het strand volledig onder water stond zou ik niet opgehaald kunnen worden als ik zuidelijk uit zou zakken, dus ik stak naar het strand en maakte een perfecte landing tussen de badgasten. Damon haalde me op en terwijl we aan de lunch zaten zagen we Franco skyhigh over komen en even later stonden ook Jamie en Kathryn op het strand.
Na een afscheidscoctail bonden we alle parapents en harnassen en koffers op en in de auto en brachten we de jongens en Kathryn naar het vliegveld. Direct daarna begon het te regenen. We vergaten het uur tijdverschil tussen Queensland en NSW waardoor we veel te laat naar eten gingen zoeken, gelukkig konden we nog net terecht in een onverwacht sjiek restaurant in één of ander gehucht waar je normaal gesproken alleen een pub of een RSL zou verwachten waar de puree met diepvriesdoperwten na acht uur niet meer geserveerd wordt. Tot ons sjagrijn bleek het vooruit geboekte hotel gesloten wegens een sterfgeval maar we hadden er toch niet kunnen slapen, de reuzekikkers of padden maakten meer lawaai dan de roadtrains die ons op de heenweg uit de slaap hadden gehouden. Al met al lagen we pas om twaalf uur in een bed, en vanmorgen om vier uur barstte de moeder aller onweer los waarmee de nachtrust ten einde kwam.
Net heb ik m’n auto bij Hairy Karl opgehaald en nu zit ik op de bank bij Conrad, zonder plan en zonder vliegmaatjes – iedereen werkt. Ik wil graag naar Carnarvon maar dat gaat me kapitalen kosten. Ik wil graag dat m’n Litesport gefixt wordt maar niemand van de fabriek reageert op m’n berichten. Ricky heeft me een trikeritje beloofd en ik ga nog bij Camos ouders langs, maar voor het overige kan ik een maand lang in de tuin gaan liggen en helemaal niks uitvoeren.

27 november 2015

Wind verkeerd

Gisteren de hele dag liggen lezen en 's avonds een paar uur gewandeld. Dat was iets meer dan m'n knietje aankon. Vandaag sjoppen in Noosa, waar onze droomman de gelegenheid kreeg om te kiezen tussen Jamie en mij maar de sufferd sloeg het aanbod af. Ter compensatie hebben we belachelijk dure kleren gekocht.
 

25 november 2015

Griezelen en genieten




Zo super enerverend vandaag van pure verzadiging praat ik alleen nog maar Nederlands en Engels door elkaar. Damon, Kathryn en ik wilden een potje zwemmen vanmorgen. Er was nog niemand in het water, volgens Damon omdat het middenin de week is. Toen we een meter of dertig de zee in waren kwam een meneer in een kayak ons waarschuwen dat hij zes grote bullsharks gezien had. We draaiden ons lacherig om en waar het water maar tot onze knieën kwam zeiden we tegen elkaar: “we blijven wel hier poedelen dan”. Gek genoeg liepen we toch door naar het strand. Damon liep twee meter achter ons en ik draaide me naar hem om, en toen zag ik de vin, precies op de plek waar we een paar seconden geleden nog dachten dat we veilig zouden zijn. De haai kwam naar boven en bleef bijna een minuut stil hangen op minder dan tien meter van ons vandaan. Daarna zwom ie parallel aan het strand rustig weg en zakte hij langzaam onder water, en na een paar minuten was ie uit beeld. Ik ga nooit meer de oceaan in.
Nadat we met ijskoffie en gebak bekomen waren van de schrik reden we met z’n allen naar boven. Minder dan 10 knopen, te weinig voor ons en zelfs voor de parapenters, maar wel lekker rustig opbouwen en we babbelden wat met een lokale piloot die net een nieuwe F2 had. Toen we de parapents hoog boven het duin zagen startten we, en de daaropvolgende vier uur waren puur zaligheid. Starten, omhoog wapperen, bar aan de knieën en een fijn zoevende bocht maken, met een noodgang het zand in duiken en dan zonder ooit de bar los te laten meteen doorlopen om weer te starten. Vijf, zes keer, net zo lang tot m’n schouder het echt niet meer deed. Tussendoor vloog ik twee keer zo’n vijftien kilometer naar het zuiden, aldoor in het water kijkend om de haaien te zien. Ik zag alleen één hele grote die door het oppervlak brak, een kleinere die misschien niet eens een haai was maar die wel z’n vin boven het water uitstak, en een grote rog. Er rijden 4-wheel-drives over het strand af en aan, soms zo veel dat je er niet zou kunnen landen. Ik durfde niet helemaal door te vliegen naar Double Point Island en de terugweg was pijnlijk, maar ik bleef maar giechelen. Tegen een uur of vier waren we allemaal volstrekt gelukkig en nu zitten we na te genieten door alle fotoos en filmpjes uit te wisselen terwijl Kathryn ons guacomole en mais voert.

24 november 2015

Carlo Sandblow





Ik schoot m’n bed uit om half vijf, maar we waren te laat, de zon was al op. Na anderhalf uur wachten op goeie wind togen we naar het strand voor een duik en koffie, een uurtje lezen en toen weer naar boven. Terwijl de jongens al in de lucht hingen strikte ik een Duitser om me te helpen draaien, nog een hele toer om uit te leggen dat hij de kiel eerst laag moest houden en daarna hoog. Het lukte en ik startte, het harnas bleek nu wel comfortabel en de wind was een beetje cross uit het noorden zodat je goed de complete boog kon vliegen. Terug kostte uiteraard wat meer moeite en onderweg werd ik gehinderd door de vreemde geluiden die het achterlijk maakt als gevolg van de tiewraps rond de latten. Onderweg keek ik of er grote vissen of haaien te zien waren, dat was wel gaaf geweest maar ik was tegelijk opgelucht dat er niks met tanden te bekennen was. Na twee fantastische landingen, bar tegen m’n dijen en supercool indraaien, moest ik even pauzeren om m’n schouder rust te geven. Daarna weer twee korte vluchtjes en coole landingen, wat is dit geweldig. Stressvrij met maximumsnelheid downwind en scherp indraaien, m’n hersenen trainen om blij de grond onder me door te zien schieten. Blote voeten door het zachte zand slepen en dan een stevige flare, en zonder m’n knieën te belasten netjes op m’n benen staan.
Net toen ik Jamie en Kathryn wilde smssen dat het te goed was om te blijven werken arriveerde Jamie en samen zetten we haar en Kathryns vleugel op. Om vast te stellen dat de wind inmiddels verder naar het noorden was doorgedraaid en ook harder was gaan waaien, niet leuk meer om te vliegen. We wachtten drie uur, zonder boek omdat Franco de auto mee naar beneden had genomen, en na de tiende wanhopige wandeling naar voren om te zien of het al startbaar was ontdekten we onweerswolken die met een noodgang onze kant op kwamen. De wind was ietsje afgenomen dus ik sprong in m’n harnas, startte, wapperde naar boven, en landde onder enthousiast applaus van de grote groep jongeren die zich inmiddels over de zandverstuiving hadden verspreid. Topdag.