05 juni 2026

Stabiel dagje

 

  
 
Tom en Igriza op de bombout
 
Het was bewolkt en fris maar er werd toch een taak van bijna honderd kilometer uitgezet, en ik bouwde vooraf maar vast op want deze keer ging ik echt niet naar beneden rijden. Dat was nog een uitdaging want ik had net een ander lid van de staf gezegd dat hij z'n vleugel niet mocht opbouwen op een plek waar ie de wedstrijddeelnemers in de weg stond, en nou moest ik zelf een geschikt plekje vinden. Dat is uiteindelijk niet gelukt want ik stond op een paadje en bovendien waaide m'n Fun kennelijk weg. Gelukkig heeft Fred 'm gered. Nog voor de briefing greep een windvlaag ook een tiental vleugels aan de voorkant, enorme schrik maar de schade bleef beperkt.
   Het oplijnen en starten ging voorbeeldig, lekker snel en ordelijk en kwart voor twee hielp Hongaarse Pedro mij de lucht in. Ik wist waar de bombout was, Luigi had me meermaals verzekerd dat ik het goalveld ruim zou halen, en ik won een beetje hoogte in de goeie richting dus ik ging er voor. Het was niet ondraaglijk spannend maar ik ben tegenwoordig toch snel zenuwachtig als ik ook maar even denk dat ik op een onbekend veldje tussen de hoogspanningskabels zal moeten landen. Ik kan me bijna niet meer voorstellen hoe ik enthousiast met een Litespeed van keerpunt naar keerpunt vloog zonder me serieus druk te maken over enge landingen. Natuurlijk hield ik altijd een landingsoptie in het oog, maar ik ging er gewoon niet van uit dat ik daar dan ook zou moeten landen. Nu klopt het hart me in de keel als ik misschien wat laag aan zal komen boven een gigantisch terrein met nog een landbare wadi ervoor ook.

Met de wind in de rug kwam ik vijfhonderd meter boven het goalveld aan, maakte wat kiekjes met Neales geweldige instrumentenpod, en landde minder mooi dan eigenlijk zou moeten. Jonny raad altijd aan om ongeacht het veld altijd te proberen een doellanding te doen en gelijk heeft ie, alleen doe ik het eigenlijk nooit. Misschien dat ik er daarom zo slecht in ben.
Jan was er precies toen ik m'n pakzak nodig had, en juist toen de eerste delta's binnenkwamen (Arne tweede!) moesten we Tom op gaan halen op de bombout, inderdaad een prachtig groot terrein met windzak.
's Avonds kregen we eten van de voetbalclub, niet heel lekker of heel veel maar wel gezellig om wat her en der te kletsen met mensen die ik graag zie maar alleen bij wedstrijden, waar dan toch iedereen in z'n eigen team met vliegen bezig is.

03 juni 2026

Verregend


Het regende hard en tot halverwege de middag, en om te fietsen is het hier te steil, dus wandelen. Maar ik ben m'n wandelstokken vergeten dus we moesten eerst naar de decathlon in Udine waar we maar een paar andere piloten tegen het lijf liepen. Behalve de stokken perongeluk ook nog een hoop kleren en kabeltjes en hoesjes en andere overbodige handige dingen gekocht, gepoogd om paracetamol aan te schaffen bij een drogist waar ze geen zelfzorgspullen mee mochten geven zonder dat de apotheker in huis was, en een hoesje voor m'n telefoon gevonden waarmee het ding in m'n Nealepod past.
Eenmaal terug op onze berg wilden we samen een klein wandelingetje doen maar Tom heeft een spier of een pees ofzo verrekt dus hij moest het al snel opgeven. Ik realiseerde me dat ik dol ben op gezelligheid maar van tijd tot tijd ook erg op m'n eenzaamheid gesteld ben. Een ree sprong het pad over, overal fladderden vlinders en in de verte versterkte een koekoek de stilte. Tot mijn ontzetting vond ik een plastic snoepverpakking midden in het bos. Een vriendje stuurde een bericht om te vragen waarom er niet gevlogen wordt vandaag.
Dat is een van de leuke kanten van de sociale media en de live tracking. Ik ben lid van vier of vijf of meer whatsappgroepen van piloten uit verschillende landen, en allemaal zochten ze dinsdag dringend naar de url om de wedstrijd te volgen. Vroeger kon je de sterren van de hemel vliegen in een categorie 1 en niemand die het in de gaten had, zelfs niet in je eigen land.  

02 juni 2026

Taak 1





Toen we best heel vroeg op de start aankwamen stond het al helemaal vol, vleugels gespreid en al. Ik kreeg van Marzio een geel hesje aan en van twaalf tot twee, half drie was het flink aanpoten om alle piloten op hun plaats te krijgen. Zelfs als negentig procent vriendelijk meewerkt en keurig doet wat ik ze gevraagd heb, is het een uitdaging, zeker op de Mont Cuarnan. Het gras is mooi gemaaid en ze hebben een paar grote stenen verwijderd, maar er ligt direct achter de start nog altijd een enorme kuil waar je niet in of door kan. De meest westelijke start heeft een beduidend andere richting dan de twee meer oostelijke starts. Er stonden enkele fouten op de launch order lijst en er zijn een paar foute rigging nummers en natuurlijk stonden er een of twee piloten op het verkeerde nummer opgebouwd. Mario loopt altijd te zuigen en Jeremy is te laat, de Japanners begrijpen je niet en ook de meeste Tjechen en Slovaken spreken nauwelijks engels. Om van de Italiaanse staf niet te spreken.
Gelukkig heeft Trudy Fabio en mij precies op deze berg uitstekend getraind en Fabio spreekt wel vloeiend engels, dus met z'n tweeen kregen we de dertig rigids en zestig delta's toch min of meer ordelijk van de berg af. Al duurde het veel en veel te lang doordat de rigids eindeloos traag starten en de omstandigheden erg minimaal waren. Net toen we de delta's begonnen op te lijnen werd alles een half uur naar achteren geschoven, wat op zich wel goed was maar het werd niet goed genoeg gecommuniceerd. Nu protesteert Damien, die geraced heeft om voor vijf uur op de grond te staan, omdat als hij had geweten dat hij tot half zes had zou hij mogelijk goal hebben gehaald. En het is Toms start, een minuut voordat het berichtje per whatsapp werd verstuurd over het half uur extra, die het verschil zal maken bij een beslissing. Waardoor vader Jan, die in zijn tijd ook wedstrijden vloog maar het was wel echt een heel andere tijd met volstrekt andere wedstrijdformats en ook een andere sfeer in het deltavliegen, Jan dus boos wordt omdat hij het onsportief vindt om te protesteren.
Afijn, ik besloot om niet te vliegen want het leek mij de moeite niet waard en ik was best moe van het startwerk, dus we reden samen naar goal waar Tom al uitgezakt was. Voor het eerst deze vakantie nam ik even de tijd om een beetje te lezen en naar de arrivals te kijken - Peter Neuenschwanger als eerste van de flexies. Zo'n ontzettend gaaf gezicht en dat tegen de schitterende achtergrond van de Dolomieten.
Na afloop naar huis om samen te koken en te eten, wat nog een bijzondere uitdaging is omdat Jan bloedserieus weet te verkondigen dat vrouwen in de keuken horen. En de aardappels in de vleespan bakt omdat hij vegetariers niet begrijpt. Tom moest ons uit elkaar halen als ruzieende kinderen, heel sneu. Maar morgen is het weer goed en moet ik ingrijpen als vader en zoon over elkaars rijstijl kibbelen.

01 juni 2026

Briefings en regen

ons huis in Verzegnis

waanzinnig veel bloemen


de tuin

Geannuleerde dagen zijn toch al lang en landerig, maar als je dan ook nog niet meevliegt is het helemaal niksig. Maar niet verkeerd, we wisten het gelukkig al gisteravond dus we konden uitslapen, rustig fikkie stoken en douchen, ontbijten. Om elf uur was de mandatory safety briefing waarin ook uitvoerig werd stilgestaan bij het ongeluk van Naoki afgelopen donderdag. Het was lastig om de Japanse teamleider te volgen, deels omdat hij op z'n Japans heel zacht praat en deels omdat hij steeds z'n tranen wegschraapte, maar het lijkt er toch echt op dat hij z'n hangloop niet goed om de kiel had hangen en alleen aan het klitteband hing. Gek genoeg een drama dat wel meer voorkomt, kennelijk is het lastig te zien. Ik check altijd driedubbel omdat het zo cruciaal is, het enige punt dat jou aan je toestel verbindt.
We waren vroeg thuis en dachten nog even een stukje te gaan fietsen, maar ik had al heel snel door dat het hier op geen enkele manier goed fietsen is. Het is allemaal steil omhoog en omlaag, de wegen zijn behoorlijk smal en bochtig en vol Italiaanse automobilisten, en er dreigde opnieuw regen. Ik keerde dus heel snel om, tot teleurstelling van Tom die dan weer minder van het wandelen is. En ik ben m'n wandelstokken vergeten.
Na het eten toch maar even gaan 'wandelen', eigenlijk flink klimmen, en het is inderdaad schitterend hier.
Misschien kunnen we morgen vliegen.

31 mei 2026

Mijn lievelingspiloten




Tegen een uur of negen kwamen we aan op hq/goalveld, waar het heerlijke hallo zeggen weer begon. Urenlang mensen begroeten en in m'n geheugen naar namen graven, Frans Engels Duits gebaren en tussendoor even checken of m'n Belgen nog rustig zaten te wachten tot registratie open ging. Christian merkte op dat ik niet kom om te vliegen maar om te zoenen, en zo is het. Ik ben echt heel blij om ze allemaal weer te zien, de Aussies (welkom bij de Europese kampioenschappen) de Slovenen de Spanjaarden het Italiaanse team. Al kreeg ik bij die laatsten verschillende keren een negatieve reactie op mijn vraag hoe het ermee ging: een scheiding, moeilijk op het werk, uitgezaaide kanker. Dat laatste is een schok en het was 'm ook aan te zien, heel naar.
Om een uur of twaalf reden we de berg op, tergend langzaam omdat iedereen bij elke haarspeldbocht, en daar zijn er tientallen van, een stukje achteruit moest steken om helemaal de bocht om te kunnen. En omdat we af en toe achter een stel ploeterende fietsers bleven hangen die nergens aan de kant konden.
Eenmaal boven voelde ik me zenuwachtig worden maar ik kon de gelegenheid ook niet laten lopen, dus ik bouwde toch maar op. Vario vergeten, telefoonhoesje vergeten (waardoor ie niet in m'n pod past), powerbank vergeten, boek vergeten. Twee Italianen van de staf probeerden me te wijzen waar het bombout veld is maar ik kwam er geen wijs uit. In de richting van het goalveld hoorde je gerommel en werd de lucht donkergrijs. Even aarzelde ik of ik niet beter in kon pakken maar een klein schopje onder m'n kont kan nog wel, dus rond half twee holde ik de berg af. Rechtstreeks naar de bombout, dat wel. Ik zag het goalveld in de verte liggen en met een paar bellen zou ik het inderdaad makkelijk kunnen halen, maar met het groeiende onweer wilde ik zo snel mogelijk op de grond staan. Ik zag niks evident aantrekkelijks dus plantte mezelf maar met behulp van m'n droguechute op een groot vierkant veld tussen hoge bomen, hoogspanningskabels, lage kabels en een huis in het midden. Dat ging goed en ik vond nog een vuilniszak in m'n harnas om m'n spullen tegen de regen te beschermen. Dat was nodig want het begon snel te druppelen en er was geen mogelijkheid om te schuilen.
Jan vond me vrij snel en een half uurtje later schoven we bij Tom en de Aussies aan op het hoofdkwartier. Na nog wat kletsen begroeten zoenen, lenzen uit bril op, plakkerige vliegkleren uit jurkje aan, was het tijd voor de openingsparade. Toch een flink stuk kleiner dan vroeger, en nauwelijks nieuwe gezichten. Wel gezellig en gelukkig hielden ze de toespraken vrij kort en was er buiten de trommelaars geen extra voorstelling meer. Nou ja het Italiaanse volkslied gezongen door de vrouw van Igriza.
We sloten deze aankomstdag af met het Nederlandse team (Arne, Sander, Anne en Fred als chauffeur) en nog meer vette kaas. Daarna een lange, lange, lange rit naar huis waar het water nog warm genoeg bleek voor een snelle douche. Tijd voor m'n bed en morgen kunnen we uitslapen want de oefentaak is alvast geannuleerd wegens regen.


Verzegnis


Ondanks een bijzonder voorspoedige reis en de schitterende Alpen ben ik nou toch vet sjagrijnig. Het huis waar we zitten - heel ruim, heel goedkoop, prima bedden en een fijne stille omgeving - staat in the middle of nowhere, vrij letterlijk. Het is een half uur bergop slingeren voor je er vanuit Gemona bent. Dat betekent dat we elke dag een paar uur extra aan het rijden zijn, en ons 's ochtends ook best moeten haasten, om op tijd te zijn. En het betekent dat we geen andere piloten in de omgeving hebben. Maar waar ik echt gigantisch ochtendhumeur van heb is dat de boilers op hout gestookt zijn! Dat betekent dat je pas warm kan douchen als je eerst een half uur hebt lopen pielen met blokjes hout en aanmaakblokjes en mislukte pogingen om een vuurtje te stoken. En als het dan gelukt is moet je nog een half uur wachten voor tachtig liter opgewarmd zijn. Een kleinere boiler is er niet, terwijl ik voor een douche waarschijnlijk niet meer dan een paar liter verbruik.

10 mei 2026

Nog altijd fijn

 

In de weekenden ben ik steeds minder gemotiveerd om te gaan vliegen. Het rugbrekende gesjouw, de lange files en de talloze klusjes die ik thuis ook nog heb liggen en dan de steeds schevere verhouding tussen inspanning en luchttijd maken het een opgave. Maar als ik nog minder vlieg dan ik nu al doe dan ga ik de weg die ik anderen voor mij heb zien gaan: je verliest routine, vaardigheid en vliegfitheid en dus gaat het steeds vaker niet goed en zo kom je in de vicieuze cirkel naar het einde. Plus: ik weet hoe goed het me doet om even achter de dragonfly te hangen en misschien wat termiek te pakken en als het meezit een goeie landing te doen.
Toen ik aankwam was Dany er al dus ik had hulp om de vleugel van de auto te halen. Het was heerlijk warm en rustig. Er waren wel veel ulms maar die zaten allemaal nog braaf in het restaurant te briefen dus daar hadden we geen last van. In alle rust bouwde ik op, duwde m'n spullen naar de start en wachtte met m'n krantje en het geluid van leeuweriken op Tom. Die voelde zich goed genoeg om een middagje te slepen, heel onverstandig maar wel fijn voor mij want ik sleep graag achter hem. Andersom complimenteert hij mij ook weer, altijd leuk zulke bevestiging. Ondanks de hobbelige lucht probeer ik om zo te volgen dat hij me niet voelt. Geen rukken aan de kabel en geen gesleur in de binnenbocht. Helaas hoorde ik m'n vario helemaal niet en ik ben nog niet gewend aan xctrack op m'n telefoon om daar in een oogopslag de vario te zien, als dat er al op zit. Toen ik landde liep er net een rigid superlangzaam dwars over het veld, dat was niet de oorzaak van m'n bijzonder slechte landing maar het hielp niet mee. Gelukkig kreeg ik meteen een dolly en kon ik snel een tweede start maken. Die keer kon ik iets langer vasthouden maar uiteindelijk kostte het ingespannen luisteren naar het veel te zachte piepje van de bluefly (en m'n chagrijn over de skybean die het alweer niet deed in de lucht) teveel concentratie dus ondanks de waanzinnig mooie lucht zakte ik toch weer uit. Meer verbaasd dan trots constateerde ik dat m'n landing best goed was, ook al was Tom kritisch.
Philippe, altijd bereid om te helpen, bood aan om m'n vleugel naar de auto te dragen en zo was ik zonder noemenswaardige spierpijn al om vier uur weer ingepakt. Ik bleef nog een uurtje in de zon om te helpen met starten, maar er waren genoeg piloten en hoe later je op de weg zit op zondagavond hoe langer de files rond Brussel en Antwerpen. Thuis hielp buuv me om de vleugel op z'n plaats te tillen. Het was toch weer de moeite waard. 

08 maart 2026

Wat hou ik toch vreselijk veel van m'n Litesport

 

In Den Haag was het zoals voorspeld koud en grijs dus ik mikte m'n spullen in de auto om alvast in Maillen te zijn. Te laat om te vliegen en ik vertrouwde de wind sowieso niet maar ik hoopte nog een wandelingetje te kunnen maken. Door drie kwartier file lukte dat niet meer en ik moest gauw m'n tentje opzetten en m'n prak opwarmen om nog net een beetje avondlicht mee te pakken. Er waren een paar piloten, ze hadden niet heel fantastisch gevlogen maar ze waren van de grond geweest. Tom had z'n telefoon driehonderd meter laten vallen en het ding deed het nog gewoon, zelfs het glas was niet gebroken.
In m'n tentje, met twee slaapzakken, een dekbed en een dikke pyama had ik het heerlijk warm en voor de verandering bonkten er eens een keer niet een discodreun tot vier, vijf uur in de ochtend. In plaats daarvan vogeltjes, die me nog voor half zeven m'n bed uit wekten. Zo'n ochtend ben ik dan uren bezig: mezelf een beetje wassen, thee- en koffiewater koken (ik moest lang zoeken naar een nieuw stopcontact want het snoer van m'n nieuwe waterkoker is te kort voor het stopcontact dat ik in een hangar wist), ontbijtje maken, kouwe tenen opwarmen want kaplaarzen vergeten, krantje lezen, dekbed opruimen... ineens was het elf uur en tijd om op te bouwen. M'n neuskap ontbrak, die moet ik de laatste keer begin november kwijt hebben gemaakt. Gelukkig had Bobo een Litespeed liggen en met wat ducktape paste zijn neuskapje heel redelijk.
En toen: slepen. De wind was nul en er bewoog ook nauwelijks iets, op negenhonderd meter was het nog steeds niet koud. En het slepen ging heerlijk. Moeiteloos. Tom sleept goed maar het was toch vooral de Litesport, wat een verschil! In Forbes heb ik zo vreselijk lopen tobben met de Sting, en Blaino en Steve gingen me de hele tijd uitleggen hoe slepen moet terwijl ik het verdorie echt wel kan. Rinus zegt zelfs vaak dat hij me niet eens voelt als ik achter 'm hang. Maar nu ben ik weer terug, sleep nummers 508 tot en met 510 (voor het eerst in tijden weer eens drie starts gemaakt) gingen zo geweldig dat ik mezelf bijna wakker moest schudden terwijl ik nog aan de kabel hing.
Het landen was dan weer minder helaas. Pepi heeft de pocket voor m'n droguechute gerepareerd en daar ben ik ontzettend dankbaar voor, maar nou zit er wel een rits op. Daar moet ik wel even mee oefenen, om een rits met m'n dikke handschoenen open te trekken en dan weer niet zo ver dat de chute er helemaal uitvalt. Bovendien was het echt droguechute weer zo met die extreem zachte zuidenwind. Maar het gedoe leverde me wel drie buikschuivers op dus een hoop modder en gras in m'n rits. Desalniettemin, een heerlijk dagje.

13 februari 2026

Weer thuis


In de sauna na het sporten evalueer ik m'n vakantie. Voor het vliegen moet ik niet meer naar de andere kant van de wereld. Afgezien van een paar hopjes en een heel enkele termiekvlucht stelde het weinig meer voor, terwijl het gesjouw en de kosten echt enorm waren. Gelukkig werd ik zowel in Sydney als op station Laan van NOI spontaan geholpen door wildvreemde jongeren, op m'n eentje kon ik de harnaszak van 25 kilo en m'n koffertje niet tegelijk tillen. Maar ik ga het niet meer doen, naar Australië met vliegspullen. Voor liefde wel misschien, ook al is er ook liefde te vinden in Den Haag, in Californië en in Frankrijk. Maar het gemis van m'n vrienden in Newcastle wordt altijd weer te groot om vol te houden, ook al vormen we geen gelukkige familie meer met elkaar. Conrad en Nic zijn uit elkaar, Selmsy verschanst zich in z'n schuur, Cameron en Lyn zijn met andere dingen bezig en Kath is uit ons bestaan verdwenen. Toch was het superfijn om bij hen te logeren, er gewoon te zijn.
Wat het ook echt ontspannen vakantie maakt is niks hoeven, nergens verantwoordelijk voor te zijn. Eenmaal thuis ligt er een stapel officiële post op me te wachten en alles vereist actie, plannen, regelen. In Australië was er alleen de overschrijving van de auto om te regelen en af en toe boodschappen. En de temperatuur natuurlijk, de vrijheid om alleen een jurkje over m'n hoofd te gooien en elke ochtend het water in te duiken.
Ga ik ervoor terug, voor een zeventiende keer de rijstebrijberg nemen met een milieuvervuilende reis van 27 uur trein en vliegtuig en nog eens tien uur wachten? Ik weet het echt niet maar ik mis het geklok van de spechten en het getingel van de bellbirds nu al.

10 februari 2026

Vertrek


Afscheidsetentje met Nic, Conrad, Selmsy en Lydia was wat ongemakkelijk maar wel supertof dat ze er waren! Vanmorgen was de verwarring weer optimaal, terwijl ik in Conrads huis op hem zat te wachten was hij bij Nic om Lydia naar school te brengen. Ondertussen kreeg ik paniekerige berichtjes van Kris dat ze de sleutel van de auto niet konden vinden en dachten dat ik 'm nog had. Het inchecken lukte niet helemaal, m'n cash is op en ik moet m'n spullen nog inpakken.

Until next time zegt iedereen, ik ook. Maar zoals elke keer als ik hier wegga weet ik dat ik mogelijk nooit meer terugkom.

Afscheid

 

Lydia en Nic

Ik heb nu alleen nog Conrads fiets maar eigenlijk is het wel te doen vanaf Nicola's huis naar de pool en daarna naar Troy en Lindy. Ik blijf me verwonderen over hoe normaal het is dat er om half zeven 's ochtends talloze mensen aan het sporten zijn, van ouderwetse gymnastiek tot pushups, snelwandelen, fietsen, yoga, zwemmen en surfen. Overal. Net zo normaal als mensen op blote voeten of in badkleding of met ontbloot bovenlijf in de supermarkt, ook in de stad. Tussen de mensen in kantooroutfits of tradies met hun vuile reflectorhemden. Wat dan wel weer jammer is is dat de fietsinfrastructuur shocking is, echt extreem slecht. Vaak moet je op de stoep, meestal wordt een fietspad maar een paar meter uitgelijnd, en overal waar je geacht wordt op de parkeerstrook te fietsen ligt glas en steentjes. Bij stoplichten doe je maar wat, soms is het het minst gevaarlijk om af te stappen en op het voetgangerslicht te wachten. Maar het is eigenlijk overal gevaarlijk. Ik weet dat het zicht vanuit de joekels van auto's die hier normaal zijn heel slecht is, er is ook echt geen ruimte om een fietser te passeren, en regelmatig passeert een automobilist die probeert om fietsers op stang te jagen door ons van de weg te drukken of hard te toeteren. Hellingen zijn ook erg steil dus ik kom altijd totaal doorweekt aan, ook in de airconditioned winkels waar ik dan meteen een vest aan moet trekken.

09 februari 2026

Cool people

Harry

Corali

Kieran

Kyle

Paul

the Selmster

Curt


 Conrads zestigste verjaardag werd gevierd met een raveparty waarvoor het Glenrock Scout Camp was gereserveerd. Eerst rij je twee kilometer door een dichtbegroeid bos, dan kom je bij de gebouwen met keuken, douches en cabins en een grote grasheuvel naast een rivier met uitzicht op het strand en de zee. Er was een dansvloer met allerlei lichteffecten, een enorme glijbaan van landbouwplastic en zeepsop, een vuur, banken enkleden en kussens en muggenkaarsen, een kano, een parachute om mee te jonassen, tafels met salades die de nieuwe huisgenoot had gemaakt, weinig alcohol en veel chemie. Om vijf uur lag ik in m'n tentje maar voor zeven uur werd ik gewekt door de nieuwe huisgenoten die de weg terug naar Merewether zochten.
Het was een goed feest maar het opruimen was heel veel werk en er waren maar weinig mensen die echt hielpen. Ik reed twee ladingen en smeet klein afval in de bakken maar toen ik om half een vertrok was er nog een hoop te doen.
Een hele dag zonder zwemmen maar dat haalde ik vanmorgen in. Laatste keer dat ik daarvoor een auto heb  want die is nu verkocht aan een jongere waarvan ik geloof dat ze/hij het uitstekend zou kunnen vinden met mijn vrienden hier, dus ik raadde aan om te gaan hanggliden. De moeder gaf me een knuffel bij het afscheid - elke deal is de beste deal als beide partijen blij zijn vind ik. Inmiddels sta ik wel op instorten dus het komt goed uit dat m'n eetdeet bij Billo en July niet doorgaat vanwege Windy's verjaardag, waar ik geen zin in heb. Ik ga verzinnen wat ik morgen kook voor m'n afscheidsetentje en dan een grannydutje doen. Ik ben tenslotte ook bijna zestig.

06 februari 2026

Dagelijks leven in Newcastle


Laatste dagen, ik heb er best veel moeite mee. Elke ochtend als ik om zeven uur m'n baantjes trek in de Merewether Ocean Pool bedenk ik dat ik hier zou willen wonen, vanwege die pool. Niks is beter voor ontspanning dan een kilometertje baantjes trekken, drie schoolslag een borstcrawl, en soms honderd of tweehonderd meter extra. Dan onder de douche waar vrouwen op leeftijd elkaar vertellen over hun loopbanen en huwelijken. Sinds ik bij Nic logeer pak ik de auto naar het bad. Dat is hier supermakkelijk want je kan overal (gratis) parkeren, er is belachelijk veel ruimte voor gereserveerd en het zou echt anders moeten maar voorlopig is het wel eenvoudig. Mensen rijden ook rustig en laten je invoegen als de weg weer eens overgaat in een parkeerstrook.
Gisteren op jacht naar iets om vanavond aan te trekken op het grote verjaardagsfeest van Conrad. Het moest iets van bont zijn maar ik heb veertjes gevonden, in één van de talloze opshops, kringloopwinkels waar (tweedehands) kleding bijna niks kost. Ik heb er m'n volledige garderobe voor deze vakantie gekocht, al m'n leesvoer, en Conrad haalt er altijd de meest waanzinnige outfits vandaan.

04 februari 2026

Terug in NSW

 

de loodsen stappen over

Tumut

We vertrokken in de loop van zondagochtend uit het huis in de buurt van Hobart en dinsdagmiddag arriveerde ik bij Cameron en Lyn in Blue Haven. Uitgeteld, ondanks m'n superdeluxe cabin waar ik in een goed bedje heen en weer werd gewiegd door de hoge zee, de rustige start met een omhelzing van Tushar die m'n auto had bewaakt, een nacht in Tumut wat ik een van de mooiste streken van Australië vind. Slecht geslapen door de geluiden rond m'n tentje, het stikte er van de kangoeroes en ik kwam een echidna tegen die doodgemoedereerd de weg overstak en naar z'n holletje bij de rivier waggelde. De kakatoes krijsten maar niet te lang.
Camo, Lyn, Max (Camo's vader die al m'n posts leest) en ik hadden een gezellige avond en vanochtend bleven we als vanouds doorkletsen over vliegen en mentaliteit en centre of gravity en dergelijke. Cameron is inmiddels een uitstekende en gewaardeerde zweefvlieger met opnieuw enorm veel kennis en inzicht in zowel de technische kant als meteo en vliegtechniek. Ik blijf geloven dat hij een van de beste piloten is die ik ken, vooral dankzij z'n mentale houding. Hij is dol op vliegen, niet competitief maar omwille van het gevoel van vliegen, hij wil gewoon nooit landen omdat het zo heerlijk is om in de lucht te zijn. Hij probeert zich niet te bewijzen en hij neemt geen stomme risico's. We zijn het erover eens dat je een wedstrijd moet winnen dankzij je superieure vaardigheden, niet dankzij een hoge risicotolerantie. Skills not guts. Ik was altijd meer gutsy dan skilled en daar boet ik nu voor.
Ik vind het heerlijk om met Camo te kletsen en inmiddels zijn we uren en een hoop koffies verder, ik zou eigenlijk naar Newcastle gaan maar ik kan mezelf nauwelijks wegrukken. We bellen af en toe in winterse weekends als het tijdverschil minder in de weg zit, maar eigenlijk vind ik dat vreselijk. De verbinding is altijd slecht en het beeld is wazig. Nu we elkaar in levende lijve zien weet ik weer waarom ik zo veel van die gast hou.

01 februari 2026

Een paar seconde dunegoone


veranda van Rens huis

Tasmanië is mooi, de hanggliders zijn leuk, we hebben geluk gehad met het weer en ik heb twee echidna's en tientallen wallaby's gezien. Maar ik ben opgelucht dat we vertrekken. Een week lang lezen, in een auto opgepakt zitten, veel geld besteden in restaurants (ook al was het vier keer een hamburgertent) en samenleven met PVV-achtige mensen waarvan er een mij duidelijk liever kwijt dan rijk is, is meer dan genoeg. Het komt misschien omdat ik vegetariër ben (waar ze absoluut geen last van hebben gehad), links (waar we nooit op ingegaan zijn), Europeaan (dit zijn mensen die het stom vinden dat Fransen in Frankrijk Frans spreken) of ambtenaar (de minachting voor iedereen die niet in een mbo-beroep werkt is niet te harden), maar Andy kijkt mij nooit aan, zegt nooit iets tegen me, accepteert nooit zelfs maar een klein beetje aangeboden hulp. Gisteren heb ik het waarschijnlijk helemaal verbruid, toen we na een lang pad door de duinen op een startplek uitkwamen die mij gevaarlijk leek vanwege de kuilen en struiken. Ren en ik brachten de spullen naar een betere plek nog een heel stuk verderop, met heel veel dank aan Damian die ondanks z'n gewonde schouder met sjouwen hielp. Amber en Andy bleven aan het eind van het pad en misschien heb ik toen Andy's status als de senior piloot ondermijnd ofzo. Al bleek dat zij gelijk hadden en wij niet. Ik startte, draaide niet snel genoeg in en landde vijf seconden later. Ren haalde nog net de windzak. Amber en Andy hadden een hoger en steiler stuk duin en zij maakten wel hoogte, ondanks de twee parapents die natuurlijk eindeloos voor de start bleven hangen.
Ik leende Rens stirrupje om m'n vleugel naar de opgang te brengen maar bij het keren van de vleugel verrekte ik m'n grote rugspier, dus nu ben ik verkouden èn krom.
Er hangen regenwolken boven het eiland en ik mis Conrad, Selmsy, Nic en Camo en Lyn erg. Ik heb geen spijt van deze dure reis want het was echt de moeite waard om Amber, Damian en Ren te ontmoeten, en om de eerste overseas pilot sinds Lukas Bader te zijn. Maar het is mooi dat het klaar is.

31 januari 2026

Knoerdharde wind en een snotneus

 



Damian landde voor een hakselmachine en de machinist postte er een filmpje van dat meteen op het nieuws te zien was


met Tracey en Andy

met Amber

met Ren

Damian was vol verwachting over Winton maar het woei heel hard en ik had inmiddels een ernstig snothoofd. Maar ik besloot dat ik me nog net niet ziek zou hebben gemeld op m'n werk, dus dan kon ik ook nog wel even vliegen. Ik schoot na m'n start omhoog, maakte een paar slagen, overwoog om maar niet in de termiek in te draaien omdat ik dan waarschijnlijk ergens ver achter de berg zou eindigen, en toen ik een van de vogels terug zag komen besloot ik dat het welletjes was. Vanaf boven starthoogte stak ik naar het landingsterrein, maar ik penetreerde nauwelijks en even was ik bang dat ik het niet zou halen en dan in de slechtst mogelijke positie zou neerkomen. Vanaf honderdvijftig meter leek het of ik vrijwel verticaal naar beneden kwam, maar uiteindelijk zat er nog net genoeg voorwaardse beweging in dat ik op de rand van het veld, op m'n wielen, hard neerkwam.
De anderen hadden nog veel hardere wind, pittige turbulentie, en haalden het veld met hun intermediate vleugels ook maar met moeite. Andy niet, die kwam met z'n Falcon vlak vóór het hek neer en wist me vervolgens te vertellen dat ik voor de bombout had moeten kiezen!
Andy was voor de derde keer door een wedgetail eagle te grazen genomen, deze keer met twee klauwen vlakbij de neus. Hij beweert dat hij er niks van merkte bij het vliegen maar dat lijkt me een poging om het stoicijns te benaderen. Niemand begrijpt waarom de vogels het nou juist op hem gemunt hebben maar het is wel een geluk dat er maar één nieuw doek nodig is in plaats van drie.

Waarom vlieg ik nog? Het was absoluut fantastisch om boven de wereld te stijgen, het gevoel van kracht en vrijheid en los van de aarde zijn. En ik vond het heerlijk om mezelf uit te dagen, tot m'n fysieke grenzen te gaan en verder en te ervaren dat ik tot heel veel meer in staat was dan het zwakke meisje dat ik was kon voorzien. Niks zo heerlijk als vijf uur in de lucht om tientallen kilometers af te leggen. Het bereiken van goal was m'n ultieme doel, daar leefde ik echt voor.
Dat is allemaal voorbij en ik merk dat ik nog maar beperkt voldoening haal uit het vliegen zelf. Ik durf niet meer overland en ik ben ook minder sterk en fit. Toch zou ik er voor geen goud mee willen ophouden. De redenen zijn sociaal, en starten. Er is geen grotere kick dan van een berg afhollen, de vrijheid in, de ruimte.
Het sociale aspect is minstens zo belangrijk en ik zie nu dat het voor mij altijd van groot belang is geweest. De stam van zeilvliegers met onze verschillende clans en vrienden. Niks zo leuk als samen vliegen, wedstrijden waarin de sporters elkaar maximaal helpen omdat je niet wil winnen door de slechte prestaties van een ander maar door je eigen topprestatie. Samen op vakantie, huis en auto delen, met elkaar vleugels op de auto leggen en starthulp geven als het hard waait.
Ik merk het nu ik een week lang met mensen in een huis en in de auto zit waar ik niks anders mee deel. We hebben elkaar niks te vertellen, het is dan ook uren stil voordat we naar een stek rijden en onderweg staat er een luisterboek op. Maar eenmaal op de start zijn we piloten met elkaar en geven we elkaar hangchecks en delen we achteraf ontzetting over een gat in een doek, over de beroerde wind of een gebogen upright. We geven elkaar tips over paraffine in ritsen en het bijbuigen van de latten. We roddelen over wederzijdse bekenden, pochen over de keren dat we met kampioenen vlogen en bespreken mentale beperkingen. Waarderen dat iemand een uitstekende piloot is of een enthousiaste beginner.
Daarom is facebook zo belangrijk voor mij, omdat al die mensen die ik in de loop van m'n leven op een landingsveld heb ontmoet daar hun vliegavonturen posten, hun foto's en filmpjes en tracklogs. De meesten zal ik nooit meer in het echt zien, of pas na twintig jaar weer eens. Maar we delen allemaal enthousiast Jeremy Spopers record out-and-return van 377 km in Kenya en Tao's schitterende filmpje van z'n Franse record.

30 januari 2026

Single Hill




Dingen die ik geweldig vind in Australië: overal nette openbare toiletten met drinkwater en spiegels. Je moet gewoon opkijken om er eentje te vinden, zelfs onder de straatbordjes staat soms een richtingwijzer naar de wc. Individueel betalen in restaurants. Vaak vooraf, direct als je bestelt, dus je hoeft na afloop nergens op te wachten. De vogelgeluiden en een echidna in de tuin, of een wallaby. De joviale behulpzaamheid van mensen. Op-shops, meestal met veel leukere kleren dan nieuw en ook vol boeken voor een dollar. Kookvoorzieningen, koelkasten, magnetrons, borden en bestek op elke camping. Overal vogels. De zon.
Helaas zijn de wedgies erg talrijk en erg agressief dit jaar; Andy heeft er weer een scheur in z'n doek bij. Ik heb de vogels niet eens gezien maar vloog toch maar tien minuten. Start op Single Hill zuidwest was prima en ik ging ook goed omhoog, ver genoeg naar het noorden om even om de hoek te kijken of Seven Mile Beach bereikbaar was. Dat was zo maar het leek me toch tricky om in de lij van de heuvel te gaan vliegen. Maar het strand de andere kant op was niet te zien vanaf de heuvel en ik vond het lastig inschatten hoe hoog of laag ik er aan zou komen. Ik wist dat het geen donder uit zou maken of ik kort of lang zou vliegen maar de spanning over de landing was me teveel, dus ik vloog rechtstreeks naar het strand. Veel en veel te hoog natuurlijk, maar het was zo ver dat terugvliegen geen optie meer was. Gelukkig waren er weinig mensen want het was fris, en met een mooie driezestig boven zee en wat s-jes landde ik keurig in de buurt van de parkeerplaats. De opgang was breed genoeg om de vleugel daarheen te dragen en op het gras af te bouwen, en Tracey, Angela en Damian kwamen al meteen aangereden. Ik was bijna klaar met inpakken toen Andy landde en zo waren we ruim op tijd in Hobart. Daar wandelden we wat door Salamanca, het toeristische wijkje aan een haven waar ook een deel van de universiteit in een verbouwd werfgebouw zit. Hobart is een aardig stadje, tijdens de avondspits is het verkeer zo rustig als in een provinciestadje en het is er flink groen. Met veel Europese bomen en planten overigens, die het goed doen hier maar ik weet niet wat de gevolgen voor de inheemse natuur zijn geweest.
We aten met de voltallige hangglidersclub, op eentje na, in een leuk restaurant met wallaby op het menu maar ook een vegetarische curry. Iemand die ik nog van vijftien jaar geleden ken, Boris, kwam voor de gelegenheid ook al vliegt hij bijna niet meer. Hij heeft een landingsongeluk gehad gevolgd door een paniekaanval tijdens z'n eerstvolgende landing, maar hij wordt nog altijd beschouwd als de senior piloot hier. Ik praatte wat door met Amber, een bijzonder leuke Taiwanese die hier als onderzoeker bij een beleidsconsultancy werkt en die minstens zo gepassioneerd is over vliegen als ik destijds. Ik heb de hele groep uitgenodigd om naar Europa te komen. Het lastigste wordt om vleugels te regelen en goeie reisverzekeringen.




29 januari 2026

Voorzichtig


Eergisteren stonden we op de zuidweststart van Single Hill, een grote bolle grastop met een forse lap astroturf. Ideaal, zelfs om te toplanden, maar ik durfde niet. Je moest ofwel de hoek om en dan op Sevenmilebeach landen waar onze windzak stond. Maar daar was het behoorlijk druk en het tij was hoog dus er was maar een heel smal strookje strand. Ofwel je moest blind naar het westen vliegen omdat op Google Earth te zien was dat daar ook strand zou zijn om te landen. Terwijl we stonden te dubben nam de wind af, de kans op uitzakken was groot. Mij niet gezien.
Gisteren togen we naar Little Green Hill, het mooiste uitzicht tot nu toe. Ik hou van de droge glooiende heuvels met overal struiken en bosjes en hier en daar een plas of een paar rotsblokken. Er was geen zon waardoor het licht veel zachter werd. Het was een flinke four wheel drive tocht naar boven, vier hekken, prima start. Hoog, voor iets dat little heet. En het waaide knoerdhard. Alweer durfde ik niet, ik zou met de oude Fun mogelijk niet vooruit komen en dan dus boven en achter de heuvel terecht komen. Andy zag het ook niet zitten en we togen naar Tunbridge om het daar te gaan bekijken. Het toegangshek was echter afgesloten en het landingsterrein lag kennelijk ergens anders, dus in plaats daarvan bekeken we een dorpje met een windmolen en het oudste kerkje van Australie geloof ik, 1821. Ik kom hier niet echt voor de historische bezienswaardigheden. Zelfs de gewone huizen aan de kusten vind ik leuker dan zo'n kerk. Er was een grote plas met moerasgras waar de koeien van hielden en heel veel agressieve zwarte zwanen. Omdat ik steeds meer verkouden werd gingen we niet meer terug naar Little Green Hill.

27 januari 2026

Kustvluchtjes

 




Vroeger sleepten we kilo's aan batterijen mee en elk campingblok lag vol ladende radio's. Normale mensen hadden zulke problemen niet maar tegenwoordig is het vechten om het laatste stopcontact. En nu ik alleen even wifi heb als we Angela en Damian ophalen merk ik hoe afhankelijk ik er van ben. Bloggen kan niet op m'n telefoon en ik ben zuinig met m'n data want zonder navigatie en Whatsapp (ze kennen hier geen Signal) ben ik hopeloos verloren. En zonder vliegselfies op facebook is er geen lol aan.
We reden gisteren eerst Mount Wellington op om de startplek daar te bekijken. Gekkigheid. Je moet parkeren op een drukke weg, over de vangrail stappen, steil naar beneden over een cascade van rotsblokken en dan kom je na een lastig pad bij een groot smal rotsblok dat niet eens precies in de windrichting uitsteekt dus je moet er vanaf krabben. Je kan geen landingsoptie zien, alleen Hobart, een grote stad waarmee de hele baai is volgebouwd. Toen Mark in de stad werkte reed hij tijdens de lunchpauze met een collega naar boven, vloog en uurtje, en ging weer terug naar z'n werk. Wat een gekte!
Daarna scheurden we naar Winton waar op Boris na de voltallige hangglidinggemeenschap van Tassie op ons stond te wachten. Boris had ik 's ochtends op de speaker gesproken zodat mijn gezelschap kon horen dat ik ooit een goeie wedstrijdpiloot was...
Winton is een vijf kilometer lange riggel, zo'n tweehonderd meter hoog. Het woei keihard en dat is daar wel nodig om hoogte te winnen, maar hier en daar zat ook nog een beetje termiek. Dat maakte het wel wat hobbelig en ik kwam maar net boven start uit. Bovendien hadden we eerder gezien hoe vijf vogels Andy aanvielen en een flink gat in z'n doek trokken. En het betere landingsterrein was best ver weg, tegen die hard wind in. Al met al maakte het dat ik veel te veel op de landing focuste waar ik dan ook na minder dan twintig minuten weer op de grond stond. Lag, eigenlijk, want ik kwam onvoldoende snel door de windgradiënt naar beneden.
De anderen volgden toen ik bijna was ingepakt, met Mark als laatste die met z'n T2C tegen de wolken aangeplakt hing. Uit solidariteit bleven we wachten tot we stonden te rillen van de kou en uiteindelijk wilde niemand met ons mee naar KFC, volkomen terecht natuurlijk maar het was het enige waar je zo laat nog kon eten. Dat is ook Australië: de keukens van de horeca sluiten voor acht uur.

Dinsdag
Keelpijn. Mijn standaard vakantiekwaal en het wordt geheid hoesten en snotteren en op enig moment niet meer kunnen vliegen. Gisteren ging het wel nog, op Eagle Hawk Neck op het schiereiland, een schitterende kustplek. De start ligt op zo'n drie, vierhonderd meter en het strand was leeg. Beneden was een parapenteschool bezig maar Mark had ze gevraagd om hun schermen niet op te zetten op het strand zolang wij nog vlogen, en dat deden ze ook niet. Ik startte erg vroeg omdat de wind flink zou toenemen en dan zou ik geen penetratie meer hebben, maar daardoor zakte ik er al gauw uit. Ik durfde ook niet goed in te draaien omdat het toch wel beweeglijk was en de termiek nogal ongelijkmatig. Wel had ik tijd om een paar kiekjes te maken en m'n landing was ook helemaal geweldig. Een stuk de zee op vliegen, een paar driezestigers boven water en dan met een keurig circuit op m'n voeten precies voor de opgang naar de parkeerplaats, een meter voor het water. Dat was maar goed ook want ik had m'n 6030 en m'n telefoon in de pod, die wil ik niet nat hebben.
Vanwege Australia Day betaalden we 15% extra voor ons eten, gelukkig een heerlijke salade en met een steeds vertrouwder gezelschap. We zitten dan ook de hele dag op elkaar gepakt in de auto. Angela als bijzonder consciëntieuze gids, Damian als wind- en siteguru, Tracey als algemene facilitator en Andy als senior piloot. Ik ben de vervanging van Phil, die op het laatste moment afzegde.