26 juli 2026

Vliegen als een bejaarde


's Ochtends een fijne wandeling waarbij ik een grote bruingele vos kon besluipen. Het beest had absoluut niet in de gaten dat ie niet alleen was en krabde zich eens wat, deed een plasje, besprong een muis of mol, snuffelde wat rond en pas toen ik vlakbij op een dood blad trapte holde het naar de rand van het veld. Waar het, zoals reeen ook vaak doen, minutenlang naar mij bleef terugkijken.
Vervolgens m'n harnas opgehaald en daarna naar Besancon om gesubsidieerde boeken te kopen en wijn voor m'n gastheer, die zelf wijn blijkt te produceren dus ik was blij dat ik me in elk geval had laten adviseren door een heuse wijnverkoper. Het werd laat. Jean-Marc praat graag, veel en snel en hij heeft best veel interessants te vertellen maar op weg naar de vliegstek viel ik zowat in slaap. Bovendien had ik grote moeite om zijn informatie over de stek te begrijpen. Mijn frans is niet zo goed als hij denkt.
De Mont Poupet is prachtig, hoog en rotsachtig en gearceerd en er zijn startmogelijkheden naar noord, west en zuid. Alleen geen landingsterrein in beeld en ontdekte ik, ook niet op glij. Het was allemaal niet echt meer in mijn comfortzone, zoals ik mezelf beloofd had, maar vooruit een nieuwe stek bevliegen met een van de meest ervaren piloten is wel wat spanning waard. Gelukkig pakte ik wat hoogte bij de start en toen ik dat dreigde te verliezen stoof ik meteen in de richting die mij gewezen was. Zodra ik het landingsterrein in beeld kreeg zag ik dat het nog een uitdaging zou worden om het ook met redelijke hoogte te bereiken (natuurlijk was het boven het terrein termisch waardoor ik alsnog hoogte af moest bouwen). Met remchute viel de landing enorm mee. Even later landde Jean-Marc bij mij, Jean-Yves stond beneden in het ruimere dal en nadat we de auto hadden opgehaald zochten we een kroeg op voor een biertje en een bordje sla. En nog meer praten over vliegen.
Ik vlieg nu zo'n jaar of dertig, vijfendertig en ik heb het altijd heerlijk gevonden om mezelf uit te dagen en te ontwikkelen, steeds beter te worden. Maar ik heb weinig talent dus dat beter worden kostte nogal veel moeite en tussendoor een aantal ongelukken en dan ook nog wat kwalen als frozen shoulders en overgang en kinkhoest enzo. Op enig moment was ik meer verbeten bezig dan plezierig, en langzamerhand werd ik ook echt bang voor buitenlandingen. Na een gezellige stressvrije week met de Belgische broertjes Jan en Marc besloot ik voortaan alleen nog maar makkelijk te vliegen, binnen mijn steeds kleinere comfortzone. En dit jaar was het voor het eerst echt het absolute minimum: goed starten (de reden dat ik ooit ben gaan vliegen - niks zo verrukkelijk als van een berg af hollen), voor zover simpel omhoog draaien, en dan landen op het hoofdlandingsterrein met windzak en gemaaid gras. En voor het eerst kon ik het echt helemaal accepteren en kon ik genieten van dat bijzonder beperkte 'vliegen'. Wat ik eigenlijk geen vliegen meer kan noemen want na m'n start sta ik meestal binnen tien minuten al aan de grond.
Dat is een opgave geweest, om tot hier te komen en werkelijk de rust en het genot te vinden in iets anders dan lange en verre vluchten. Bovendien heb ik door blessures aan schouders en knie en door ouderdomsluiheid weinig kracht kunnen trainen, gecombineerd met de hittegolf maakte dat ook dat ik sowieso veel te moe was voor langere vluchten.
Dit was mooi. Het was gezellig en ik kon zinvol bij de wedstrijden betrokken zijn. Ik probeerde niet overdreven om elke minuut vliegkans te pakken. Ik genoot van m'n starts en van de talloze complimenten over m'n starts. Ik oefende het landen en landde af en toe ook echt goed. Maar hoe ontspannen dit ook was, dit ga ik niet jaren volhouden. Dus vanaf vandaag ga ik het advies van Jean-Marc volgen en op m'n wielen landen, het point of arrival markeren met een vlag of een lap, en mezelf hardop instrueren.En ik ga toch maar wat minder fietsen en wat meer kracht trainen. Mocht ik ooit voldoende zelfvertrouwen terugwinnen over het landen dan kan ik weer eens een overlandje overwegen. De wereld van boven is te geweldig om alleen maar een herinnering te zijn.

Lessen van Jean-Marc

genante landing

We hebben het vrijwel altijd over snelheid en hoe dat één op één verbonden is met veiligheid, maar het is een onhandige grootheid. Bedoel je met snelheid de grondsnelheid, de vliegsnelheid of het aantal centimeters dat je de bar aantrekt? Beter is het om over energie te praten. En die energie wordt geleverd door je gewicht. Met andere woorden, en dat wisten we al, zolang je hangloop niet strak staat heb je geen controle. Terwijl, als je hangloop al strak staat nog voordat je aan je start begint, kan je volgens Jean-Marc eenvoudig met flinke crosswind starten. De vleugel wijst dan naar de wind, zelf ren je van het vlonder af, en geleidelijk laat je de vleugel jouw richting op komen. Afijn het klinkt goed maar ik ga het toch nog maar even niet proberen. Wel een leuke oefening als je ergens op een oefenhelling niks beters te doen hebt.
Als je relatief zwaar bent op je vleugel dan kan je makkelijk uitduwen maar dan heeft het lichaam de neiging om door te bewegen, terwijl de vleugel al stilstaat. Andersom: een piloot die echt te licht is voor haar vleugel kan bijna niet uitduwen.
En als je rechtop wil landen maar veiligheidshalve aan de basebar blijft met één hand, dan lukt het je nooit meer om op tijd je handen hoog genoeg te krijgen om uit te duwen. Terwijl, wat ik heel vaak meemaak, als je de uprights erg laag vast hebt dan zijn je armen dus wijd en daarmee heb je helemaal geen armen meer over om goed uit te duwen.
Conclusie: ik moet toch echt bewust op de wielen gaan landen. Dat zal Laurent Zahn ook leuk vinden, als iedereen goeie wiellandingen maakt ziet het er voor potentiele piloten niet zo moeilijk uit waardoor ze niet massaal gaan parapenten. Afijn, ik land toch al vaak op m'n buik/wielen dus ik kan het beter maar gewoon bewust opzettelijk doen. Het idee is nu om met een vlaggetje ofzo op het landingsterrein precies aan te geven waar ik binnen wil rollen, waar ik dus zeker weet dat er geen kuilen of stenen liggen, en zo ook m'n blik naar het point of arrival te trekken voordat ik parallel ga vliegen.
Daarnaast moet ik natuurlijk gewoon sowieso doen wat ik me al tijden heb voorgenomen, mezelf hardop instructies geven en niet alleen als het spannend is.

Terugreis

Al meer dan dertig jaar is het elke keer hetzelfde patroon, dezelfde emoties. Inpakken, afscheid nemen, zweet wegzwemmen en dan is het lastig om m'n aandacht bij het verkeer te houden omdat ik het magnifieke landschap als een spons probeer op te zuigen zodat het nog lang bij me blijft. Wat nooit het geval is, dus ik moet toch weer terug naar de Chabre. Sinds een paar jaar rij ik dan naar de streek van de Semnoz en Sappeney en ook die omgeving is weer waanzinnig mooi. Ik heb er leren vliegen en er de eerste jaren vliegvakanties doorgebracht met m'n maatjes dus het is een marinade van weemoed.
Ook een patroon: een paar honderd kilometer omrijden voor niks. Alle campings zaten tjokvol vanwege de Tour de France dus ik had beter meteen naar Sallanches kunnen rijden waar Joel en de andere Spanjaarden een huis hebben, of naar Besancon. Maar goed ik vond een campingkje vlakbij het huis van Nadege en Laurent die niet thuis waren maar waar ik in de tuin mocht kamperen. Een camping leek me nog net iets beter vanwege wc en douche maar het scheelde maar tien kilometer dus ik zal sowieso overal ver vanaf. Tot elf uur hield ik het vol om op bericht van Joel te wachten maar toen vond ik het welletjes en ik vertrok naar Besancon. Achteraf de goeie keuze want delta's zijn niet langer welkom op de Col de la Forclaz en de stress barstte zowat uit de whatsappberichtjes van Joel.
Ik arriveerde eind van de middag bij Ellipse om m'n harnasrits te laten vernieuwen. Morgen is het klaar. Mevrouw Rousselet tipte een camping langs de rivier en of het nou die van haar is of een andere, ik heb iets moois gevonden. Een klein, rustig campingkje waarvan de eigenaar arbeidsongeschikt schijnt te zijn, dus het is allemaal niet zo denderend onderhouden en de bar is dicht met als feestelijk gevolg dat er weinig mensen zijn. Ik knoopte m'n hangmat half boven de rivier en kon me de volgende paar uur niet meer losrukken. Kikkers sprongen het water in, een ijsvogel vloog af en aan (had ik nog nooit in het echt gezien!), vlinders en libellen en schrijvertjes op en boven het water en voortdurend het geplons van vissen die daar naar happen. In de verte hoor je wel wat mensgeluiden waardoor de rust nog eens benadrukt wordt.
Morgen is de wind te hard om te vliegen maar vrijdag lukt misschien wel, dus ik blijf op Jean-Marcs uitnodiging nog een dagje langer.

19 juli 2026

Noordwest


De camping is prachtig geworden. Bomen en struiken, nieuwe douches en wastafels, schone wc's. Waardeloos, het trekt parapenters en caravans aan. Voor ons is er geen plaats meer - twintig meter van het landingsterrein af, grote plaatsen waar Nico liever niet een klein tentje heeft want dat levert te weinig op, volkswagenbusjes op het landingsterrein waar wij graag zouden afbouwen. Als ze landen blijven ze vaak met hun schermen in de lucht staan. Ze roken en bezetten de volledige starthelling en vliegen dan met z'n vijfenzestigen (er is weer een wedstrijd gaande) in de enige bel. Maar goed, er zijn ook aardige parapenters dus laat ik daar dan maar vriendjes mee worden. Vannacht had ik m'n tentje bij Noel gezet en naast hem zit een Australisch stel. Hij doet mee met de parapentewedstrijd maar hij vertelde dat hij ook delta heeft gevlogen. Op Dixon park! Nota bene, ooit een van mijn favoriete stekjes in Australie en ik heb er jaren bij Conrad gelogeerd. Toen ik vanmorgen uit de douche kwam kwam Christian net landen, hij was naar boven gelopen en naar beneden gegleden bij wijze van mentale ontspanning voor de wedstrijd. Ik ben zo jaloers!
Ik ging met Jean-Francois en onze twee chauffeurs Noel en Loul naar de lage noord, startte in een harde bel en dwarrelde naar de camping, waar ik net niet goed landde. Op de wielen, omdat ik niet op tijd en stevig uitduwde. Even later probeerden Christian en Jean-Francois te landen maar de wind draaide alle kanten op en bij het uitrennen scheurde hij z'n bilspier. Nou wil ie niet meer vliegen en het weer is ook al niet best, maar ik heb net m'n kampement opgebouwd met m'n grote tent en al m'n zooi uit de auto. Ik blijf dus toch nog maar even om te zien of het nog gezellig wordt, met Toms schooltje en misschien nog wat andere deltisten. Lison is er in ieder geval, de aankomende kampioene in mijn ogen.


18 juli 2026

Franse Open dag drie




De voorspellingen verbeterden wat en we gingen naar de Longeagne-west, en dan niet helemaal west maar de bocht van de riggel. Ik startte wat later, moest even zoeken maar vond toen een mooie bel tot een meter of tweeduizend. Daar werd het turbulent door een inversie en het leek me niet de moeite om door te zoeken naar de kern die me naar wolkenbasis zou brengen. Even overwoog ik om op het vliegveld te landen, maar ik zat lekker hoog, er stonden mooie wolken, en ik weet dat er langs de weg overal grote gemaaide velden zijn. Sowieso haalde ik Serres makkelijk vanaf mijn hoogte. Helaas was het dat dan ook, na een half uurtje stond ik op het zweefvliegveld van Serres, waar nooit iemand is.
Tijdens het wachten volgde ik de livetrack - zowel Tim als Darren lag voorop. Maar uiteindelijk landde Tim 2,8 km tekort en Darren werd toch ingehaald door Sandy, Mario en Christian. Toen hij landde vertelde hij dat hij Jochen had zien tumblen, tweeduizend meter naar beneden was gedraaid, toen besloot dat het te gevaarlijk was om in de buurt te landen en weer omhoog getermiekt waar hij bijna zelf voorover ging. Jochen bleek achteraf in orde maar z'n vleugel is aan gort.
's Avonds inpakken en schoonmaken, proberen te besluiten wat ik zal doen als iedereen weg is en de wind een week lang hard noord.

17 juli 2026

Dagje sociaal

De fijne rustdagen zijn die waarvan je de dag tevoren al weet dat we niet omhoog gaan. We sliepen uit tot half negen en nadat iedereen naar markt en kroeg was zocht ik Jean-Francois op. Ik probeer in het frans uit te leggen wat voor werk ik doe en hij corrigeert me en vraagt moeilijke vragen. Van iedereen hier op de camping ben ik altijd het blijst om hem weer te zien.
Daarna naar Julia, die nog altijd in het schemergebied tussen illegaal en verblijfsvergunning hangt. Unsettled, letterlijk. Ze is bang dat mensen haar als Rus zullen beoordelen en er is natuurlijk ook de ex die ze liever niet tegenkomt, dus ze laat zich zelden op de camping zien. Ze schildert fraaie landschappen en als ze een keer de Chabre doet zal ik het van haar kopen.
De rest van de dag gedut en gelezen en pas heel laat bedacht om Attila uit te nodigen. Hij werd zestig en dat wilde hij niet weten maar het is volgens mij toch gezelliger om met elkaar te eten. Hij en Tim legden uit dat het beter en zelfs goedkoper zou zijn om geen aluminium meer te gebruiken maar vanaf het ontwerp van een vleugel van carbon uit te gaan. Dat gaat niet om het gewicht maar om de stijfheid, en de mogelijkheid om allerlei aerofoil vormen te maken. Met weemoed denk ik terug aan m'n laatste Litespeed met carbon basebar en carbon outer leading edges, wat vloog dat ding toch heerlijk. Ik zou er nu niet meer mee durven starten.

16 juli 2026

Aspres

Timbo als eerste op goal


We gingen vroeg naar Aspres, de wedstrijd zou heel vroeg starten, dus ik holde erg vroeg de Longeagne af. Er zat wel een heel klein beetje stijg maar niks dat de moeite waard was om te draaien, twee drie cirkeltjes maar het leverde niks op en acht minuten later stond ik met een perfecte landing op het vliegveld. Waarna het meer dan vijf uur duurde voordat we naar huis reden, maar dat was geen ramp want ik had een boekje in m'n harnas gestoken ook al staat de rits op knappen. Ik wandelde naar de camping en toen ik daar niemand aantrof wandelde ik terug naar de bar, toen ik de gaggle wilde zien verplaatste ik me naar de picnictafel waar ik bovenop in slaap viel, en toen kwam de sportsclass op goal. Normaal gesproken vind ik dat leuk maar nu gedroegen ze zich als parapenters: eentje landde midden op de startbaan en ging daar rustig z'n harnas inpakken, de rest landde en bleef dan eindeloos staan of liggen omdat ze moe waren, terwijl er achter hen nog drie of vier ook wilden landen. Ik was wel iets te agressief misschien maar man wat vind ik het waardeloos als je geen rekening houdt met anderen die het net zo spannend vinden als jij.
Het diner 's avonds was gezellig, er blijken toch weer piloten die ik nog niet kende en m'n frans wordt steeds beter. De Spanjaarden heten allemaal Carlos en in de sportsclass vliegen drie meiden mee. En Yan, die jarenlang op mijn eerste vleugeltje heeft gevlogen. En Vincent, die net als ik destijds met z'n rugzakje aan kwam treinen en liften om maar te leren vliegen.

15 juli 2026

Rustdag

Terwijl de wedstrijd naar de Chalvet toog en alleen Timbo goal haalde, deed ik een hele dag niks. Boodschappen, huishouden, lezen, zwemmen en een beetje kletsen. Het is tegelijk een voor- en een nadeel om in een huis in het dorp te zitten en niet op de camping. Je ziet bijna niemand en dat is wel jammer want ik zie iedereen toch al zo weinig, maar het was ook wel echt lekker even helemaal rust nemen. Schouders en knie doen veel minder pijn.

13 juli 2026

Moe


Ik was wel vroeg wakker maar met ernstig ochtendhumeur. Ik kon er niet tegen dat Tim en Darren me plaagden. En ik had vier pogingen nodig om de vleugel fatsoenlijk op de auto vast te binden. Duidelijke symptomen van uitputting maar het leek me niet logisch dat ik na een weekje met zo weinig uren vliegen zo moe zou kunnen zijn. Bovendien zag de wind er vandaag nog mooi zuid uit en hierna niet meer, dus het leek me toch wel nodig om vandaag wel te vliegen. M'n vleugel en harnas lagen al om tien uur op de beste plek op de Feignant, de lage zuid, en Ante was er al dus ik zou ook hulp hebben. Alleen stond er een puist wind en er hing een grijze massa altostratus. En ik voelde me alleen maar moe en alles doet pijn. Ik liep naar de hoge zuid om mensen te begroeten op deze eerste dag van de Frans-Spaanse Open en om naar de briefing te luisteren. Maar terwijl ik daar zat kreeg ik een soort slaapstuip, ik wilde echt alleen nog maar liggen en m'n ogen dicht doen. Inmiddels denk ik dat de hitte, ook 's nachts, het over de berg rondbanjeren met zware trackerkoffers, het sjouwen en engels en frans praten, de tientallen muggen- en horzelsteken en vooral het nooit herstellen van de via ferrata me de das om hebben gedaan. Ik vroeg Gilles en z'n maat om m'n vleugel terug naar de auto te brengen, liftte naar het dorp met Rachel de parapentster en viel in slaap in m'n deftige tuinstoel. Minuten later stelden de anderen voor om naar het plan d'eau te gaan en ja natuurlijk wilde ik dat en zo kon ik toch nog een half rondje zwemmen en kletsen en lezen. Tim Flic en Darren wilden naar de Vietnamees en dat is prima maar ik ga er niet heen, ze hebben niks goeds voor vegetariers en de bediening is er al dertig jaar heel erg slecht en de ambiance is ook waardeloos. Dus ik zit met een biertje en een muziekje lekker op ons balkon tot de muggen het onmogelijk maken. En morgen als de wedstrijd naar St. André gaat, neem ik echt een rustdag.

12 juli 2026

Einde Britse Open begin Franse Open


Francoise vliegt nog een klein beetje delta

Zelfs als ik minder dan een half uur per dag vlieg heb ik het te druk om m'n blog te schrijven. Eergisteren togen we naar Aspres, waar de wegwerkers even ruimte maakten voor onze karavaan. Zo slecht als de weg is zo beschaafd is de bergtop, met altijd genoeg ruimte om vooraan op te bouwen en zonder gesjouw. Ik startte erg vroeg en leek er meteen uit te zakken, maar vond alsnog een paar belletjes om in ieder geval een keer over de start te kunnen vliegen. Maar toen ik dat weer kwijt raakte speerde ik rechtsstreeks naar het vliegveld. Mijn landingsangsten zitten voor minstens de helft in de angst dat ik een veld niet of te laag voor een circuit zal halen. Meestal is het onzin maar ik vind het veel en veel te spannend. Hoe banger ik ben, hoe sneller ik het achter de rug wil hebben ook al zou het eigenlijk verstandig zijn om lekker rond te fladderen, te ontspannen, en dan gewoon richting landingsterrein te gaan vanaf een redelijke hoogte om zeker 150 meter boven de landing te arriveren. Niet 300 meter, zoals nu. Hoe dan ook, m'n landing was prima en ik liep meteen door naar m'n favoriete schaduw vlakbij het parkeerterrein. Dat had ik beter niet kunnen doen want bij het inpakken ontdekte ik een scheur in m'n leading edge, waarschijnlijk door een scherpe tak. Daarom nam ik de laatste dag m'n spullen niet mee maar ik moest wel naar boven om de trackers uit te delen. Zodra dat was gebeurd, en Jaroslav gestart, reed ik zijn sjieke automaat naar beneden, haalde Luca de andere trackeruitdeler op en legde m'n vleugel op de operatietafel om de scheur te gaan plakken. Gelukkig kwam Martin me helpen want op m'n eentje word ik hyperongeduldig van dat gepriegel met plakkerig dacronband. Toen we klaar waren hingen er gigantische onweerswolken rond de camping en waren de meeste wedstrijdpiloten geland. Ik had na alle frustratie en hitte dringend een zwemmetje nodig dus ik reed door regen en donder toch nog gauw even naar m'n meertje. Ik bleef dicht bij de kant met de bedoeling eruit te stappen zodra ik bliksem zag, maar de bliksem kwam pas toen ik al bijna terug bij de auto was dus ik zette er even de sokken in en zwom heel onverantwoord door het onweer. Daarna was er even tijd om wat erwten op te warmen en toen naar de prijsuitreiking. Die ging wat sneller dan gewoonlijk omdat alleen de eerste drie werden genoemd, maar dan wel weer van de Tjechische, de Britse, de overall scores van sportsclass, rigids en flexies. Drie keer drie dus, met Christian Ciech als allerwinnendste winnaar. Timbo kreeg de Stephen Penfold award, van Steve's vader en broer.


Terwijl Fransen en Spanjaarden binnendruppelen vertrekken veel Tjechen en Britten en het is altijd een beetje treurig om te weten dat je mensen minstens een jaar niet weer zult zien. Ik zette in de lokale groep dat ik zondag wel zou willen vliegen, maar vanmorgen was ik doodmoe en alles deed pijn. Toch zag de meteo er te goed uit om een derde dag over te slaan, dus om tien uur laadden we op Jaco's bus en met de altijd stinkende Steph, Ante en Nico zat ik oncomfortabel tussen de harnassen in de laadbak. Tegen de tijd dat we uitlaadden op de Feignant (de luie lage zuid) was ik misselijk moe en alles deed pijn dus het maakte me eigenlijk niet uit of ik termiek zou vinden of niet. Ik startte om twaalf uur, vond inderdaad geen termiek, en zeven minuten later landde ik een uitstekende landing op de vis. Niet zo heel moeilijk natuurlijk: helling op, met een single surface, met droguechute, en dat op een verder leeg terrein waar ik inmiddels al tientallen keren geland ben. Toch leuk.
Ik liftte met Julio en Jessica terug naar de start waar ik André en Yan trof. Yan heeft leren vliegen op mijn eerste eigen vleugel en gaat nu meedoen met de Franse Open. De rest van de dag ging heen met piloten ophalen en vleugels opladen en pas om vijf uur kon ik eindelijk naar m'n meertje voor een klein rondje, net genoeg om m'n gewrichten een beetje los te bewegen en niet teveel om ze verder te irriteren.

09 juli 2026

Tweeenvijftig van de tachtig piloten in de lucht

Mike
Het was een spectaculair goeie dag, voor wie van de berg af kwam. Tot bijna 4000 meter hoorde ik. Ik had vanmorgen al besloten om een dag over te slaan wegens enorme spierpijn en kleine schaafpijntjes en algehele uitputting en hitte (36 graden) en verwachtte dustdevils tenzij we naar Aspres zouden gaan maar daar schijnt de weg onbegaanbaar te zijn. Geen gesjouw met vleugels en harnassen dus, wel met de loeizware koffers vol trackers, een stoeltje en m'n dikke boek. We waren al voor de briefing klaar met de trackers en ik bleef nog even rondhangen om zo nodig met het starten te helpen. Het bleek nodig, want de ene na de andere (kleine) dustdevil draaide over de start. Ondertussen holden mensen het vlonder af, niet allemaal op het allergelukkigste moment en niet allemaal met de beste techniek en zo belandden Walter en Phippsy in de struiken met kapotte vleugels en een slechte ervaring rijker. Ik kon met Babs naar de camping rijden zodat ik nog gauw even de pijn uit m'n schouders en knieën kon zwemmen voordat Attila gevolgd door Christian en Grant op goal landden. Uiteindelijk bleek dat de start gesloten werd toen er nog 25 man op de berg stonden. Ollie had net twintig minuten staan wachten op een startmogelijkheid, met Dan achter zich in vol ornaat, en om het allemaal nog pijnlijker te maken vlogen er allemaal vrijvliegers zonder problemen toen zij al half afgebouwd waren. Ergo ik vond het allemaal best een beetje sneu voor mezelf maar vooral heel erg vreselijk zielig voor hen.

Via Ferrata De La Grande Fistoire




We wisten dinsdagavond al dat er woensdag niet gevlogen zou worden. Ik stelde de via ferrata bij La Motte de Caire voor, die ik een jaar of vijftien geleden echt geweldig vond. Maar ja toen was ik vijftien jaar jonger, had nog spieren en nog geen frozen shoulders enzo. Er voegde zich niemand bij ons en om twaalf uur (jawel, het heetst van de dag) gingen we op weg. Het was leuk tot halverwege de top en toen niet meer. De grote overhang kon ik vermijden maar er waren voortdurend kleinere stukken waar je bovenlichaam toch echt verder over de kloof hing dan je voeten. En waar je je dus met je armen en schouders moest optrekken. Bovendien waren de afstanden tussen treden enorm en af en toe niet te zien. Als klap op de vuurpijl zat een van de muurankers los. Een paar keer miste ik een anker waar je je zekeringen moest overplaatsen, gewoon omdat ik veel te moe was, en dan stormde Flic omhoog om me te helpen. Toen we op de top aankwamen trilden al m'n spieren en ik had zin om een potje te grienen, zo moe was ik. Maar de afdaling was zo mogelijk nog moeilijker, gelukkig onderbroken door vier lekker lange ziplines. Na dik vier uur kwamen we, ik uitgeput en vol blauwe plekken en de anderen moe maar tevreden, terug bij de parkeerplaats en hadden we net nog even tijd om te douchen. Daarna naar de camping voor beter eten dan in jaren en dansen op de funky muziek van Niek en vrienden. Ik kon nog even dansen maar om tien uur ging het licht uit.

07 juli 2026

Rook van de bosbranden

team Wings and a prayer

Timbo en Flic maken drie verschillende risotto's
 

De meteo zag er niet jofel uit maar als je maar één week wedstrijd hebt wil je natuurlijk het maximum eruit halen. We moesten eerst bij de lage noord wachten, toen toch op de hoge zuid gaan opbouwen, en later op de dag moest iedereen inpakken en alsnog naar de lage noord. Ik niet, want ik ben winddummy dus ik start sowieso als eerste. Er waren al een hoop dusties langsgekomen, zonder schade gelukkig, en de streamers hingen alle kanten op en vrijwel niet de goeie. Terwijl we wachtten tot iedereen z'n vleugel ver genoeg weg had gezet moesten mijn vier (!) helpers een paar keer m'n kabels grijpen omdat er een dustdevil langskwam. En daarna duurde het wachten op een goed startmoment lang genoeg voor verschillende mensen om mij gauw nog even te komen adviseren. Ze zien een enkeldoekertje en denken dat ik een beginner ben. Later kreeg ik weer een hoop complimenten over m'n start, altijd fijn om te weten dat ik dat toch echt onder de knie heb. Ik wou dat ik net zo goed kon landen.
Direct na m'n start realiseerde ik me dat ik toch echt in rotor was gestart, het ging hard naar beneden en de enige bel die ik tegenkwam was meer turbulentie dan lift. Ik vloog rechtstreeks naar de vis, waar twee toeristenmeisjes precies op het punt bleven staan waar ik op mikte. Dat eindigde in weer een wiellanding, niet best voor m'n verrotte rits. Vanaf de start had het er goed uit gezien, ook belangrijk.
Ik regelde een lift terug naar boven met de lokale tandemparapenter Gilles omdat ik bang was van verveling te zullen sterven, maar nog voordat hij aanstalten maakte om te gaan rijden draaide Martin alweer het terrein op, met mijn pakzak en met een ladder op z'n dak. Geniaal die man. Daardoor was ik vroeg genoeg beneden om nog even gauw thuis m'n badpak aan te trekken, jurkje eroverheen, handdoekje mee en snel een rondje om het meer te zwemmen. Om na het afdrogen te ontdekken dat ik m'n ondergoed was vergeten.

06 juli 2026

Winddummy


de Chabre


De rits van m'n harnas is kapot en dat kan het einde van de vliegvakantie betekenen. Het zal hoe dan ook weer terug naar Hongarije moeten voor een nieuwe rits, want die is er ingenaaid in plaats van ingeklit. Hopelijk kan ik Pepi deze keer wel betalen.
Vanmorgen was weer hectisch omdat we heel ouderwets om negen uur briefing hadden en ik moet m'n spullen van vier verschillende plaatsen bij elkaar in en op Tims auto zien te krijgen. Maar eenmaal boven kon ik rustig opbouwen (lang leve de Fun!) op de beste plek, en daarna met Luca de trackers uitdelen. Ik startte meteen na de briefing, vond wel lift maar het duurde lang voordat ik echt kon centreren en tot de inversie op net geen 2000 meter kwam, terwijl Luca het met haar parapente nog moeilijker leek te hebben. Ik stak naar de camping en probeerde naar beneden te komen maar het was gigantisch termisch dus ik moest echt zoeken naar een plek waar de vario niet piepte. Luca probeerde inmiddels ook te landen en om de beurt stuiterden we weer omhoog. Het lukte uiteindelijk, precies op de hoek van het veld waar een metalen buis in het hoge gras verborgen zit, ik miste het met een paar centimeter. Na wat kletsen en drinken was het tijd voor boodschappen, huishouden en zwemmen en nu hoef ik me niet terug naar de camping te haasten want Andrew is nog aan het rijden denk ik.

04 juli 2026

Aspres - Laragne

Ik ben dan wel enorm treurig over het nooit meer xc vliegen maar ik krijg er wel heel veel ontspanning voor terug. Ik nam ruim de tijd om te ontbijten, mn tentje in te pakken, Sasha goeiemorgen te zeggen, Cecile te omhelzen, en onderweg naar Laragne nog gauw even een duik in het plan d'eau te nemen. Volgens twee uitgezakte ouwe kerels naast een camper met een parasol en een SUPboard (!) mocht ik daar niet zwemmen want het was voor vissers (!!) maar daar had ik dus maling aan. Op de exacte plek waar ik al twintig jaar het water in stap begon ik nu ook weer aan m'n zwemmetje, alleen doet m'n schouder teveel pijn voor een compleet rondje dus in een klein uurtje was ik alweer onderweg naar de camping, waar het natuurlijk weer heerlijk begroeten en omhelzen en zoenen en kletsen was. Shedsy, Attila, Tim, Jenny, Ollie, Martin, Tom, Richard & Caroline, enzovoort enzovoort. Ik beweerde tegen iedereen dat ik misschien niet zou gaan vliegen want harde noordenwind en natuurlijk holde ik als eerste om een paar minuten na twaalf van de berg af. Ik ging makkelijk omhoog en draaide wat linksom, wat rechtsom, beetje terug naar de start, beetje verderop, en toen wilde ik eigenlijk alleen nog maar landen, meteen, zonder echte reden. Niet dat het niet lekker was of dat ik er vreselijk tegenop zag, ik wilde gewoon op de grond staan.
Stom natuurlijk want dat werd dan wel het noordlandingsterrein want voor de camping had ik nog wat meer hoogte moeten winnen, en het duurde erg lang voordat Martin me op kwam halen. Hij was zo lief om me helemaal terug naar de kloof te brengen van waar ik naar Toms auto begon te lopen, hopend op een lift. Maar er kwam niet één auto omhoog en het was heet en zwaar en m'n schoenen zitten niet goed en m'n rug deed pijn. Ik belde Tom om te zeggen dat ze me toch maar moesten komen redden, wat ook gebeurde toen ik nog maar vier van de tien kilometer van de top verwijderd was.
Vervolgens alle bagage uit de auto gehaald, de verkeerde pizza besteld en bij Martin avonturen zitten bespreken. Ik kan niet vroeg naar bed want de slaapkamers moeten verdeeld en de kasten gevuld. Darren neemt de hoogslaper dus nou moet ik hem compenseren in plaats van andersom...



03 juli 2026

Den Haag - Dijon - Aspres

ingehaald door Dan bij Reims

César geeft een show
 
Kenzo wil meespelen

Ik kan me best verstaanbaar maken in het frans en ik begrijp best veel van wat mensen zeggen, maar de moppen die César vertelt of de geheimen die Kenzo in m'n oren fluistert ontgaan me volledig. Het was niet erg want ik kon altijd nog dienen als bewonderend publiek: "regarde! regarde!". Schatjes zijn het en ik had de grootste moeite om vanmorgen toch maar op weg te gaan. Laurent en Fernanda hebben vanavond met vrienden afgesproken dus het had geen zin om langer te blijven. Gisteren kwam wel leuk uit dat ik tegen de avond op het vliegveld aankwam, waar ze net een buffet en rondvluchtjes voor het personeel van Helite, Gerards bedrijf, hadden. Alexi bood me een vluchtje met de trike aan en ik zeg nooit nee natuurlijk, dus ik kreeg de zonsondergang boven het glooiende land rond Dijon vanuit een trike. Het was inmiddels al lang geleden dat Laurent me rondvloog in z'n minitrike. Erg leuk, heel anders weer dan een Dragonfly of een gesloten ulm, dat was vorige week dus ik kon mooi vergelijken. Toch voel ik geen enkele aandrang om iets anders dan delta te gaan vliegen, ondanks m'n verdriet over de heel beperkte mogelijkheden die ik nog over heb. Als ik door Grenoble rij word ik al nostalgisch naar de jaren dat ik de halve regio doorvloog, maar ik durf en kan het echt niet meer.
Voor het ene nachtje dat we nog niet in het huisje kunnen ben ik naar de Chevalet gegaan, altijd iets koeler en ruimer en vriendelijker dan Laragne. Ik krijg een knuffel van Cécile en Fred, kijk even of Phil er al is maar die is kennelijk ziek. Er staat één deltist, Ian, die me meteen bestookt met vragen over de wedstrijd terwijl ik m'n tent nog op moet zetten. Tim meent te zien dat ik gearriveerd ben, ik vraag me af of ik ergens een tracker aan heb staan ofzo, en hij loopt twee rondjes over de camping voordat ie door heeft dat ik dus op de andere camping ben. En Tom rijdt direct door naar Laragne. Vanavond dus op m'n eentje eten en vroeg naar bed, dat komt goed uit want ik ben bepaald niet uitgeslapen.