30 april 2017

Bewust onbekwaam



Trots plaatst Esther kiekjes van haar zoon, die met mijn allereerste vleugeltje zijn eerste hoogtevluchten en mooie landingen maakt. In het commentaar vertel ik hoe Ropje me lang geleden herinnerde aan mijn voornemen om mezelf een carbon basebar kado te doen als ik tevreden was over m’n landingstechniek. Dat was ik eigenlijk vergeten, net als ik helemaal niet meer weet hoe ik landde met de Uno Piccolo waar Yan nu zo de blitz mee maakt.
Al doormijmerend realiseer ik me dat ik niet eens meer weet waarom ik die geweldige LitespeedS met de carbon basebar eigenlijk ook alweer heb ingeruild voor een Sting. Ik weet nog wel dat het mijn manier was om een stap terug te doen en me op m’n landingstechniek te concentreren, maar wat was de aanleiding ook alweer? M’n geheugen doet aan geschiedvervalsing en m’n logboek helpt me ook niet veel. Heel ’09 zijn het best goeie vluchten, veel goeie landingen en nergens een echte crash.

Heb ik mezelf gewoon wijs gemaakt dat ik niet kon landen? Ik weet wel zeker dat ik inmiddels bijna niet meer geloof dat ik kan vliegen. En de ernstigste landingscrashes waren van ná de LitespeedS, elke keer als ik begon te ontspannen en meende dat ik werkelijk vooruitgang had geboekt.

Zoals we vijftien jaar geleden al besloten: zeilvliegen is een denksport. Het gebeurt allemaal in je hoofd. En mijn hoofd doet rare dingen. Was ik maar een man, dan zou ik mezelf overschatten en elke miskleun aan de omstandigheden toeschrijven. Dan zou ik gewoon met vallen en opstaan vooruit gaan, geloven dat ik een ervaren en goeie piloot ben en selectief de buikschuivers vergeten.
Maar ik ben dus een vrouw, met de neiging om heel veel aandacht te besteden aan wat ik niet goed kan, met twijfel over de combinatie lucht, vleugel en piloot (trekt ie nou? of heb ik zijwind? of hang ik te scharen?). Ook duidelijk banger dan de meeste mannen: de vicieuze cirkel van het bewustzijn onbekwaam zijn, gestresste dus slechte landingen, enz.

Na die rare serie crashes waarmee ik kennelijk mezelf straf voor de hoogmoed van het herwonnen zelfvertrouwen durf ik nu niet meer te denken dat ik het best wel redelijk kan.

Mijn pijnlijke lijf dwingt me om te vliegen als een ouwe vrouw. Zonder streven, zonder spanning. Misschien is dat wel de enige manier voor mij om eindelijk de balans van zelfvertrouwen en alertheid te vinden.

16 april 2017

Illusies



Als kind werd ik wel geprezen om mijn vermogen te genieten van kleine dingen, en om mijn volharding. Daar zat wel een andere kant aan: ik werd ook intens geraakt door leed en ik was koppig, verbeten en gefrustreerd als iets niet lukte.
Met mijn vliegen is het niet anders gegaan. Sinds de eerste les op de Maasvlakte, september ’93, heb ik geen groter verrukking gekend dan leren vliegen. Niet alleen hoog in de lucht boven schitterende landschappen hangen, vooral het onder de knie krijgen en mezelf met hard werken omhoog schroeven, met bonzend hart naar een keerpunt glijden. Het gaat minstens zoveel om de uitdaging als om de ontspanning. Vliegen is pas een uitdaging als het een beetje spannend en een beetje moeilijk is. Niet teveel, het moet niet onhaalbaar zijn want dat levert alleen frustratie en ongelukken op.
En dat is dan meteen mijn grootste uitdaging geweest, mijn hele leven al. Op zoek naar het ideale punt tussen uitdaging en frustratie, tussen leren en verbetenheid.

Vanaf de allereerste hopjes had ik een helder doel voor ogen. Ik wilde vliegen zoals ik fiets – vrij van angst of belemmering maar wel zwetend en op het scherpst van de snede. Nadat ik de gevaren en risico’s een beetje begon te begrijpen zag ik de noodzaak in van uitstekende techniek, en dus van oefenen en het uitvoeren van lastige manoeuvres. Als je alleen maar doet wat je makkelijk kan, ga je niet vooruit, dacht ik.

Daarom waren wedstrijden zo ideaal. De uitdaging wordt automatisch ingebakken, en je krijgt nog feedback over je vooruitgang ook. Plus voorbeelden van betere piloten.
Toen goal haalbaar werd, vormde zich mijn grootste ambitie: minstens ééns per wedstrijd een taak uitvliegen. Te groot misschien, want het is bij een beperkt aantal goals gebleven. Met uitdagingen die te groot voor me waren, bleek ik achteruit te gaan.

En opnieuw raakte ik het zoete punt tussen ambitie en frustratie kwijt. Waar ik mee stop, is met mijn ambities. Ik weet dat ik het doel, zo gemakkelijk vliegen als ik fiets, in mijn leven niet zal bereiken. Ja, ik ben gedesillusioneerd. Maar ik stop niet met vliegen. Ik stop met het opzoeken van uitdagingen. Ik ga alleen nog maar genieten, al is het maar van hele kleine dingen.

15 april 2017

Paaswiekend








Tjonge wat ben ik toch verstandig. Een half uurtje vliegen, één kalme toplanding op een makkelijker plek dan het startvak, en toen al meteen ingepakt. Terwijl ik de latten uit de vleugel trek sta ik te twijfelen of dit nou een zelffelicitatie waard is, of dat ik nou juist lui ben, dom om deze perfecte condities niet beter te gebruiken, teveel binnen de grenzen van m’n comfortzone blijf. Ik vlieg nooit verder dan de volgende opgang omdat ik fysiek niet in staat zou zijn de spullen terug te slepen als ik uitzak, dus Zandvoort doe ik nooit. Ik doe geen landing – meteen doorstarten om m’n techniek bij te schaven. Officieel om m’n schouder te sparen, maar misschien stiekem toch ook omdat ik het wel heel erg spannend vind. Nou was het dat ook, niemand had me zien landen dus er was geen hulp om weer door te starten. Ook niet om uit te haken trouwens, en dat ging dan ook niet. De enige oplossing was om uit m’n harnas te stappen, de vleugel plat te leggen en daarna pas de karabiner los te frummelen terwijl het zand me achter de contactlenzen blies.
Never mind, het was heerlijk om effe in de lucht te hangen, superfijn om zo ontspannen te toplanden, en gezellig met uitsluitend delta’s. Jaap die net als ik geen behoefte heeft aan lang in de lucht hangen, maar vooral aan starten, landen en met anderen kletsen. Sitting Bob die juist vijf, zes uur in de lucht blijft. Djenghiz met z’n hoogzwangere vriendin, Wouter die z’n zenuwen onderdrukt met een hoop geluid, Frank en Jan die als vanouds kibbelen als een langgetrouwd paar en een paar nieuwe gezichten, Lambert, Rens en Andre. Ik bleef nog een paar starts om te helpen, maakte wat kiekjes van de schitterend gekleurde bollenvelden en was op tijd thuis voor de lunch.

10 april 2017

Blessurelitanie



Het begon tien jaar geleden, toen mijn man plotseling van me af wilde en hij mij uit alle macht de vliegwereld uit probeerde te werken zodat zijn nieuwe vrouw letterlijk mijn plaats in kon nemen. Eerst was ik alleen mentaal van de kaart, maar die zomer had ik zo'n vreselijke rugpijn dat ik me tachtig voelde (ik was nog geen veertig). Dankzij Cameron en Australië kwam ik er bovenop, maar ik bleef slechte landingen maken en met rug- en nekpijn tobben. In Spanje land ik in een reteturbulent graanveld zodat de scherpe Moyes basebar m'n dijspier deels doorsneed. In 2011 verstap ik me bij een landing in Neumagen, waarschijnlijk iets te moe na vijf vluchtjes om m'n landingen te oefenen, en er scheurt iets in m'n knie. In augustus dat jaar crash ik m'n vleugel bijna totalloss terwijl ik een perfecte landing probeer te maken na maanden oefenen. Ik besluit om m'n Litespeed te verkopen en me volledig op landingstechniek te focussen met een Sting.
Dat mag zo zijn, maar een zonnige vrijdagmiddag let ik niet op als ik de brug afrace en ik eindig op de Eerste Hulp, met een gebroken teen, gekneusde schouder en ontveld been. Gelukkig kost me dat niet al te veel vlieguren, mede dankzij de fysiotherapeuten die me al krakend en oefenend in beweging houden. Een half jaar vliegen in Australië verloopt bijna blessurevrij, op een pijnlijke schouder na, waarmee ik bij een slechte landing op Glennies Creek een upright krom buig. In 2013 doet m'n schouder zo'n pijn dat we 'm met dryneedling en sporttape te lijf gaan, en natuurlijk weer een langdurig trainingsverbod.
Ondertussen probeer ik zo vaak mogelijk landingen te oefenen, en het gaat zowaar de goeie kant op. Alleen moet Jamie mijn vleugel naar de kant dragen als ik na de laatste vlucht in de zomer van 2014 niet meer kan lopen van de pijn in m'n knie. Een paar weken later kan ik me alleen nog maar op krukken voortbewegen door enorme pijn in m'n voeten – alleen nog beheersbaar met ouwevrouwezolen en streng stevig schoeisel. Als ik in het voorjaar van 2015 eindelijk een beetje zelfvertrouwen begin te krijgen, verpruts ik een simpele landing op Doussart en de rest van mijn kruisband scheurt helemaal door. Het herstel duurt de hele zomer en pas eind augustus kan ik weer een dagje lieren. Dat komt me op een frozen shoulder te staan – twee jaar enorme pijn, bewegingsbeperking, talloze prachtige dagen niet vliegen en altijd na een half uurtje opgeven. In Forbes vliegen ze een recordtaak van bijna 370 kilometer en ik kan alleen maar toekijken.
Afgelopen december, als alles weer heel redelijk lijkt te gaan en nadat ik een paar lastige landingen in Laragne eigenlijk best goed heb gedaan, stapel ik fout op fout op fout en ik ontwricht m'n elleboog. Het herstel gaat gelukkig erg voorspoedig zodat ik in februari alweer een paar sleepjes kan doen. Maar vrijwel onmiddellijk ontstaat een tweede frozen shoulder, terwijl de andere, links, nog niet eens echt helemaal over is. Vliegen gaat best, maar de auto opladen, m'n rits dichttrekken, de vleugel inpakken, autorijden, slapen, aan- en uitkleden is allemaal ontzettend pijnlijk en moeilijk.

Ik geef het op. Tien jaar getob met steeds de hoop dat ik mezelf weer sterk en fit kan trainen en dat ik m'n landingstechniek op een acceptabel niveau krijg zodat ik eindelijk weer eens serieus overland kan vliegen, eindelijk weer eens voor het echie met wedstrijden mee kan doen. Ik geloof er niet meer in. Gisteren lukte het me nauwelijks om m'n vleugel terug in de gang te hangen en de pijn is inmiddels zodanig dat het onmogelijk binnen een paar weken voorbij kan zijn.

De gedachte dat ik ooit nog serieus aan een wedstrijd mee zal doen laat ik varen. Niet zonder groot verdriet, maar ik ben moegestreden. Wedstrijden zijn voortaan alleen nog maar gezellige evenementen waar het makkelijker is om retrieve te organiseren. Naar een vliegstek rijden doe ik alleen nog maar om te starten en te landen, zonder hoop op een mooie vlucht. Ik ga m'n oudere vrienden achterna, die langzamerhand meer mooie dagen niet vliegen dan wel. En misschien stort ik me op enig moment wel weer op het bestuurswerk – m'n ex en z'n heks zal ik niet meer tegenkomen want die hebben het al lang laten afweten.