In de sauna na het sporten evalueer ik m'n vakantie. Voor het vliegen moet ik niet meer naar de andere kant van de wereld. Afgezien van een paar hopjes en een heel enkele termiekvlucht stelde het weinig meer voor, terwijl het gesjouw en de kosten echt enorm waren. Gelukkig werd ik zowel in Sydney als op station Laan van NOI spontaan geholpen door wildvreemde jongeren, op m'n eentje kon ik de harnaszak van 25 kilo en m'n koffertje niet tegelijk tillen. Maar ik ga het niet meer doen, naar Australië met vliegspullen. Voor liefde wel misschien, ook al is er ook liefde te vinden in Den Haag, in Californië en in Frankrijk. Maar het gemis van m'n vrienden in Newcastle wordt altijd weer te groot om vol te houden, ook al vormen we geen gelukkige familie meer met elkaar. Conrad en Nic zijn uit elkaar, Selmsy verschanst zich in z'n schuur, Cameron en Lyn zijn met andere dingen bezig en Kath is uit ons bestaan verdwenen. Toch was het superfijn om bij hen te logeren, er gewoon te zijn.
Wat het ook echt ontspannen vakantie maakt is niks hoeven, nergens verantwoordelijk voor te zijn. Eenmaal thuis ligt er een stapel officiële post op me te wachten en alles vereist actie, plannen, regelen. In Australië was er alleen de overschrijving van de auto om te regelen en af en toe boodschappen. En de temperatuur natuurlijk, de vrijheid om alleen een jurkje over m'n hoofd te gooien en elke ochtend het water in te duiken.
Ga ik ervoor terug, voor een zeventiende keer de rijstebrijberg nemen met een milieuvervuilende reis van 27 uur trein en vliegtuig en nog eens tien uur wachten? Ik weet het echt niet maar ik mis het geklok van de spechten en het getingel van de bellbirds nu al.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten