12 januari 2012

Bevrediging

Ik was vergeten hoeveel pijn het doet, hoe ontzettend door-en-door vermoeid je kan zijn. Toughen up girl! Vandaag doen we het opnieuw. En ik ben blij, ik heb eindelijk, voor het eerst in twee jaar, weer eens een fatsoenlijke vlucht gemaakt. Slechte emoties uit de weg, gáán!
Ik startte op nummer drie, erg vroeg, en de sleep achter Steve was enorm heftig. Dat is veelbelovend en inderdaad, we draaiden met een klein groepje makkelijk omhoog. De vooruitzichten waren dat het de hele dag blauw zou blijven, met een laag plafond, dus ik wist dat ik absoluut niet op m’n eentje op weg moest gaan. Maar een uur proberen rond te hangen bij de start, terwijl er wat meer wind stond dan voorspeld, leek me ook geen goed plan dus ik besloot om maximaal hoogte te tanken, zo lang mogelijk in een bel te blijven, en superconservatief te stoppen voor ieder piepje. De jongens om me heen vertrokken ook aarzelend en ongeorganiseerd, iedereen ging compleet verschillende richtingen uit en al gauw zag ik mensen onder me landen. De eerste zestig kilometer was ik dan ook alleen, maar dat beviel best. Ik krijg steeds meer oog voor termiektriggers, ik begrijp steeds beter waar ik heen moet en de Litesport maakt het eenvoudig om te voelen wat de lucht doet. Bovendien waren er overal kleine harde belletjes, precies het soort lucht waarin ik liever alleen vlieg dan met een gaggle waar ik voortdurend hard moet werken om niet tegen iemand aan te vliegen.
Na twee uur en 60 km was ik ontzettend moe, m’n benen en billen deden flink pijn van het gespannen duwen op m’n voetplaat, en het zag er naar uit dat ik uit ging zakken. Niet erg, ik was best redelijk tevreden ook al had het wel ontzettend leuk geweest als ik goal op 207 km had gehaald (m’n pb tot nu toe is 182 km). Toch begon het weer heel zwakjes te piepen boven de boerderij waar ik naast wilde landen, en heel voorzichtig dribbelde ik weer naar boven. Ineens zag ik een andere vleugel, en twee 360-ers verder ontdekte ik dat er zo’n vijftien leading edges in noodgang op me afkwamen. Help! Aan de andere kant: eindelijk, waar bleven ze nou? Cameron zat in de leadgaggle, het leek me dat hij verbaasd was over m’n veel te grote cirkels maar ik was nu al te moe om te proberen deze supersnelle jongens bij te houden. Ik was eigenlijk opgelucht toen ze er weer vandoor gingen, kon ik verder met m’n eigen belletje. Dit herhaalde zich nog een keer of drie, en ondertussen hoorde ik Hans en Christine over de radio dichterbij komen. Vlak voor het keerpunt (Bumf hahaha) draaide Christine onder me in, ze zei iets bemoedigends maar ik trok het echt niet meer. Ik was al langer dan vier uur aan het vliegen en ik was doodop. Nog maar zeventig kilometer naar goal, en de lucht was nog steeds prima, maar ik hoopte heel hard dat ik uit zou zakken. Toen ik mezelf daarop betrapte besloot ik gewoon opzettelijk te gaan landen, ik kon het eenvoudig fysiek niet. Dat is erg, na al die jaren trainen, maar zo was het gewoon. Ik landde downwind omdat ik met m’n stekende pijn in m’n schouder en totale vermoeidheid te dom was om te snappen dat ik flink driftte, maar de schade viel mee: een heel vies harnas. Na een kwartiertje kreunend en auw-auwend m’n spullen naar de weg gesjouwd te hebben kwam Annabelle er al aan. Vervolgens moesten we anderhalf uur zoeken naar Cameron, die de dagwinnaar had kunnen zijn maar 45 km voor goal te snel was gegaan. Terwijl Annabelle doorreed naar goal om Hans en Christine op te halen, aten wij een paar doorgekookte groenten in de plaatselijke pub. De rit naar huis was lang, koud en ongezellig, maar ik ben weer helemaal tevreden met een echte Forbes-ervaring. 145 km met een masttoestel, alleen op een blauwe dag. Niet slecht!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten