 |
Veno strand
|
 |
Veno landingsplek
|
 |
strandcamping Lokken
|
 |
starthulp voor Wouter
|
 |
retrieve mercedes
|
 |
Denen |
 |
Kirsty op het duin
|
 |
Fleming en German
|
 |
Fleming |
 |
Lokkense duinen
|
 |
gevallen bunkers
|
 |
bunker |
 |
fotografen |
De meteo bleef maar veranderen en als je naar buiten keek
zag het er ook op Fasterholt heel prima uit. Maar ik was wel klaar met de
bedaagde rust in de club. Kirsty had ’s ochtends nog een conferentie over begrijpelijke taal.
Om een uur reden we bijna volgeladen naar het eiland Venø, Daar is een hoge
steile duinenrij met een leeg scoutinghuis bovenop. Je rijdt je auto bijna tot
aan de startplek waar je met een beetje goeie wil ook zou kunnen landen. De
wind stond er perfect op en Kirsty wilde me graag helpen, maar ik durfde niet.
Ik stelde me voor hoe ik mezelf beneden zou opsluiten tussen de hoog opgeworpen
berg grind, de stekels van de duinrozen en de helling. Of juist tekort zou
komen en dan m’n nek breken in de struiken op de aflopende hei van het duin.
Dus na een uurtje ronddrentelen en aarzelen besloot ik toch maar geen risico te
nemen en reden we naar het vogelreservaat op de noordpunt. Daar mochten e niet
in maar we zagen onderweg wel tientallen mannetjsfazanten en wat reetjes.
Vervolgens reden we naar Løkken waar de groep van Rob zat en
waar we beslist een strandcamping
moesten nemen volgens Fleming. Daar zitten we nu maar het is nogal koud
en je waait je sokken uit dus echt idyllisch is het niet.Het strand is wel prachtig. Het ligt vol met Duitse bunkers die naar beneden zijn gevallen doordat de duinen anderhalve meter per jaar afkalven. Het ziet er uit als een kunstwerk en dat dan tegen een blauwe zee met schuimkoppen en een ondergaande zon.
Onderweg besloten we allebei dat Denemarken best mooi is en
de mensen best aardig. Het is allemaal best modern en groen. Maar ook
ongelooflijk strak aangeharkt, leeg, en vreselijk saai. We zouden allebei dood
gaan als we hier moesten wonen. Als ik ooit terug kom is het voor de club.
Vrijdag
We waren de hele dag op het duin bij Lyngby, tachtig meter
hoog en zo’n dertig kilometer lang met een ruim strand waar je met de auto op
kan. Toch waagde ik me er niet aan, alleen al het opbouwen zag er akelig uit.
Drie vleugels wapperden om nog voordat er iemand in de lucht zat. En de starts
waren heftig, ik moest regelmatig met m’n volle gewicht aan de zijkabel hangen
om de vleugel in bedwang te houden. Erik, Rob, Wouter, Ivo en Kaspar en later
Fleming en German vlogen zich een slag in de rondte maar Michael pakte weer in
en ik haalde de vleugel niet eens van de auto. Het was mooi en gezellig en
buiten dus het was allemaal niet erg. Het was alleen sneu voor Peter, die pas
aankwam toen wij vertrokken.
Op de terugweg wandelden we door Viborg, een aardig plaatsje
aan een meer. We aten uitstekende falafel en smerig ijs terwijl de Denen in de
file stonden.