Toen ik
Coonabarabran inreed zag ik de zwaailichten al en ja hoor, het was mijn beurt. Ik
maakte me geen enkele zorg want ik deed absoluut helemaal niks verkeerd, en
bovendien zag de agent er best vriendelijk uit. Ik moest blazen en vertellen
dat ik om twee uur ’s middags inderdaad geen alcohol had gedronken, m’n
rijbewijs laten zien, en dat leek me eigenlijk wel genoeg. Maar de agent liep
speurend naar een misdrijf rond de auto, en ja hoor, of ik maar even uit wilde
stappen en meekijken. M’n nummerplaat werd aan het zicht onttrokken door m’n
fiets! Hij meldde spontaan dat de meeste mensen in NSW niet weten dat dat een
offense is. Om vervolgens kalmpjes een boete uit te gaan schrijven. Ik kon het
niet geloven, dit is echt spijkers op laag water zoeken! Volgens de agent was
er geen verschil met te hard rijden of dronken rijden, het is allemaal een
misdrijf en dus krijg je er een boete voor. Ik bepleitte dat ik niemand in
gevaar bracht en dat het vrij duidelijk was dat ik m’n fiets uit onwetendheid
zo scheef had gehangen, en of hij me niet gewoon een waarschuwing kon geven die
ik dan ter harte zou nemen door het nummer op een stuk karton te stiften en op
te hangen. Dat vond hij een raar idee want als hij alleen maar waarschuwingen
uit zou delen zou hij een onzinnige baan hebben, meende de arm der wet.
Vierhonderd dollar boete moet ik binnen drie weken betalen, en ik moet blij
zijn dat ik als buitenlander niet ook nog eens drie punten op m’n rijbewijs
verlies.
Van pure
kwaadheid had ik geen pauze meer nodig de rest van de trip, en ik reed veel te
hard (ze kunnen m’n nummerplaat toch niet lezen) zigzaggend tussen kangoeroes
en koalas, stuiterend over floodgates, naar Manilla. Waar de campinghoudster
vertelde dat een buitenlandse die op een dirtroad in een slip was geraakt en
alleen wat schade aan haar eigen auto en zichzelf had, een forse boete had
gekregen wegens negligent driving. Zonder dat een agent ter plaatse was
geweest. Raar land dit.

























