17 mei 2014

Slepen





Eindelijk weer ns een echte vlucht in Nederland, geweldig. Van Almelo naar Stadskanaal rijden was al genieten, de zon brak door toen ik voorbij Emmen was en de Anton Pieckhuisjes stonden in het weelderig groen. Gezellige drukte: Dees en Robbie, Rinus, Ruud, Rob Emiel Martin Mario ene Cor en ik. Rinus zette me onderin een wolk af op 600 meter, het piepte wel maar ik kon niet omhoog omdat ik niks zag. M’n tweede start ging beter, Cor wees een mooie bel aan en hoewel ik ‘m niet goed gecentreerd kreeg won ik toch meter voor meter hoogte. Geen radio, geen taak, alleen maar mooi weer en het voornemen om zo lang mogelijk in de lucht te blijven. Zigzaggend van wolkje naar wolkje dreef ik over de lintbebouwing van Stadskanaal, Nieuw Buinen, nog zo’n langgerekt dorp langs een kanaal en een weg. Lachen van geluk, zo’n vrijheid, zo prachtig, zo’n ruimte. Ik bleef lang pielen boven een voetbalveld, en toen ik eindelijk weer in de buurt van de wolkenbasis op 760 meter kwam zag ik dat het nogal veel blauw was in de richting waar ik heen ging. Dan maar terug, maar toen dreef ik over bosjes en een golfterrein en een meer, minder landingsopties. Vanaf het moment dat ik een fijne grote vrij aangestroomde wei in de smiezen kreeg zakte ik als een baksteen, en kort daarna stond ik aan de grond.
De boer kwam met mestkar en al even kijken of ik in orde was. Er is altijd even een moment dat je niet zeker weet of een boer misschien niet kwaad is, ik ben wel eens door een roodaangelopen meneer van z’n land afgejaagd. Deze meneer was gelukkig vriendelijk. Na een kletspraatje over termiek en starten en landen en drassige grond van de regen kreeg ik een smsje van Rinus die liet weten dat hij me op kwam halen, superdeluxe. Terug op het veld tentje op gezet, biertje op het terras en wat te eten, en straks lekker vroeg slapen.

Dag vrij genomen



Ik ben bijzonder onhandig maar om te kunnen vliegen is er altijd wel iets vernuftigs nodig, of er moet iets worden gerepareerd of versteld, en ik wil niet voor ieder wissewasje iemand vragen om het voor me te doen omdat ik zelf zo’n kluns ben. Dus toen ik moest verzinnen hoe ik m’n release aan Jeffs harnas kan bevestigen terwijl hij de lussen op de verkeerde plaatsen heeft gezet, naaide ik eerst een paar hulplussen op de bouten maar die bleken compleet waardeloos (ook naaien is zeg maar niet mijn kerncompetentie). Met een paar dingetjes uit de praxis die in de verte wat aan nicopressen deden denken maakte ik lusjes in een kabel, en dat werkte verrassend goed. Totdat ik gisteren opgetrokken werd op Bruinehaar, en er op 120 meter iets knapte. Ik dacht dat het een onwillekeurige release van het schuiflijntje was geweest bij het overschakelen, maar op de grond zag ik dat m’n complete release verdwenen was. Niet alleen een uitstekend release waar ik al twintig jaar heel blij mee ben, en dat niet zo maar vervangbaar is omdat zulke releases niet meer worden gemaakt. Ook een forse metalen balk die de boer niet graag in z’n maaimachine krijgt. Ik moest dus aan het zoeken, maar net dit wiekend staat het gras gigantisch hoog. Systematisch liep ik meter voor meter af, om telkens plat op de grond te wachten als er iemand opgelierd werd voor een supervlucht op een superdag. Ik kon wel janken, de zoveelste miskleun bij het lieren!
Vlak bij de lier, na zo’n twee, drie uur zoeken, vond ik ‘m. Onbeschadigd. Martin hielp me om ‘m goed te bevestigen, en tegen half vier kon ik eindelijk ook proberen of de termiek echt zo rommelig was. Dat was ie, en na een kwartier zwaar ploeteren op minder dan honderd meter stond ik uitgeput weer aan de grond. Iedereen pepte me op om nog een keer te gaan, en om vijf uur zat ik dan eindelijk op 500 meter in iets pieperigs, maar ik verloor er meteen tweehonderd doordat ik m’n radio niet uit kan zetten en ik op een dag als deze alle concentratie nodig heb om in te draaien. Ik kon niet eens m’n variopiepjes horen door alle startcommando’s van de volgende trek heen. Moeizaam werkte ik toch nog naar zo’n zevenhonderd omhoog, maar daar kwam ik Reinier tegen die rechtsom draaide en toen ik m’n richting aan hem aanpaste was ik m’n bel kwijt.
Met z’n zessen naar de Waaijer, waar Jan zoals gewoonlijk heel lief de vetste hap serveert onder de noemer ‘vegetarisch’ zodat ik de halve nacht met maagkrampen lag te zweten, en vannacht bij Tom gecrasht. Omdat we het hadden over zijn vogelwaarnemingen die hij al bijna veertig jaar voor de universiteit uitvoert bleef ik aandachtig liggen luisteren toen een zangvogeltje me vanmorgen wekte. Waanzinnig, zo gevarieerd en luid. Mooi, maar wel vroeg!

11 mei 2014

Grote mannen



Van kinds-af-aan verlangde ik ernaar om te reizen en te zeilvliegen. Maar ondertussen draaide mijn leven om bands, dansen, blowen, tussen gelijkgestemden zijn liefst zoveel mogelijk. Het absolute hoogtepunt was jaarlijks Pinkpop, en later ook Werchter en af en toe Parkpop. Met Hanneke langs de voortuintjes waar de inwoners van Geleen zaten te kijken. Met Jeroen onder het plastic, m’n eerste slokjes cognac drinken. Alcohol was iets buitenissigs, ook al omdat je geen glas mee naar binnen mocht nemen. Bijna Ian Dury’s bloemenpluutje gevangen terwijl ik op de schouders van Maurice zat. Slapen vlak voor de boxen. Het was allemaal geweldig, gaaf. Dus toen ik langs een documentaire over Jan Smeets zapte, bleef ik kijken. Fenomenaal, vierenveertig keer een evenement voor vijftigduizend, zestigduizend mensen organiseren en tegelijk oog hebben voor de kleinste details. Ontroering, ontzag en dankbaarheid. En verrassing: ik zag nog een type Bill Moyes, terwijl ik dacht dat Bill absoluut uniek was! Net zo gedreven, net zo koppig en niet te stoppen. Dogmatisch, eigenwijs, creatief en nonconformistisch, visionair. Dezelfde sfeer van een grote familie en team die zich allemaal uit de naad werken om het voor elkaar te krijgen. In één beweging mopperen over een schroefje en honderden mensen de lucht in helpen. Zoals Jan Smeets nu, op z'n zeventigste, nog steeds het hele jaar rond werkt om Pinkpop te organiseren en tijdens het festival nonstop op de achtergrond brandjes blust en aanwijzingen geeft, zo zit Bill op z'n tachtigste de hele dag in de hangar te sleutelen en te vertellen hoe het allemaal moet. Hij heeft het niet alleen gedaan, maar was absoluut tientallen jaren lang de enorme drijvende kracht die ons vleugels heeft gegeven. We maken allemaal grappen over zijn autoritaire opdrachten en gemopper, maar we zijn allemaal bereid om voor hem te rennen. Hij zorgt voor ons, duldt geen tegenspraak, schrijft iedereen af die lapzwanst. De ultieme leider en ik blijf wensen dat hij het eeuwig leven mocht hebben.

08 mei 2014

Dilemma's

 Een half uur voor we weg zouden rijden zit ik op kantoor. Het eerste wat ik doe is even op de webcam kijken, en ja hoor het ziet er schitterend uit. Zon, blauwe lucht, optrekkend vocht langs de hellingen. Direct naar yr en ook daar is de langetermijnverwachting enorm verbeterd. Het is niet alleen hartverscheurend om een beslissing te nemen over wel of niet gaan, te weten dat je altijd verkeerd kan gokken. Een hoog risico van regen wil nog niet zeggen dat het echt zal regenen of dat dat overdag gebeurt. Maar het is ook een moreel probleem: nu we niet gaan hoop ik op heel erg slecht weer, om lekker te wentelen in de juiste keuze. Maar heel slecht weer in Greifenburg is wel heel sneu voor de piloten die wel gaan, en al helemaal voor de mensen die de organisatie op zich nemen. Daar mag ik dus niet op hopen. Maar dan moet ik slikken dat ik vrijwillig heb afgezien van een weekje in de mooiste bergen ter wereld.


07 mei 2014

Slechte vooruitzichten


Tot nu toe maakte ik me eigenlijk vooral druk over de vraag of al m’n zooi in Mario’s auto zou passen en wat ik deze keer nou weer vergeet en welke spullen helemaal niet mee hoeven. Ruud merkte wel op dat de weersvooruitzichten slecht zijn, maar ik dacht heel optimistisch dat er toch altijd nog wel een vluchtje uit te peuren zal zijn, als je acht dagen middenin het vliegwalhalla van de wereld zit.
Totdat ik een blik wierp op de webcams. Die op de startplekken zien er niet feestelijk uit, met veel sneeuw en donkergrijze wolken, maar dat kan een rottig momentje zijn. Deprimerender zijn de beelden van de camping. Een enkele droevige caravan is in het donker van de zware regenwolken te onderscheiden, maar geen normaal mens wordt er vrolijk van om daar een tentje op te slaan.
Dilemma dilemma. Greifenburg is fantastisch om te vliegen, de NK zijn altijd gezellig, op het werk mis ik geen ultrabelangrijke dingen volgende week. Maar de beurs is leeg en tijd is schaars. Zal je net zien dat we thuis blijven en dan dagelijks blije berichten uit Greifenburg krijgen over fantastische vluchten. Maar een dag die kant op rijden en dan de hele week elke keer dat je naar de plee moet de natte kledder van een verzopen tentje in je nek... toch maar niet.

04 mei 2014

Buizerdwiekend


De buizerd bij de Buizerd was niet blij met ons. Hij/zij bleef de hele dag krijsen, ook al zijn er zo te zien nog geen kuikens


Neem ik nou iedere keer het verkeerde besluit op het verkeerde moment, of is het veld gewoon echt ingewikkeld? Terwijl de parapenters naast ons de sterren van de hemel vlogen onder prachtige cumultjes in een windstille blauwe lucht, lukte het ons alsmaar niet om hoog genoeg boven de lier aan te komen om nog veilig te trappen. Niko trok zo hard als mogelijk, de baan was zo lang mogelijk, we probeerden er de laatste metertjes uit te peuren om maar zo ver mogelijk uit te vliegen… na twee pogingen gevolgd door een enge rugwindlanding (wel op m’n voeten, maar met het hart in de keel) hield ik het voor gezien. De rasp had al aangekondigd dat de termiek vrij vroeg over zou zijn, en in de verte zag ik een dikke laag melklucht aankomen. Klaar, vroeg naar huis, andere dingen doen. Maar terwijl ik in stond te pakken zag ik de een na de ander naar wolkenbasis draaien. Ze hadden er flink geduld en lef voor nodig, maar hun vliegwiekend leverde tenminste nog iets op wat de naam ‘vlucht’ kan hebben.

03 mei 2014

En weer een slechte dag bij de Buizerd

Het was lastig te bepalen waar ik heen moest: Stadskanaal is het leukst maar ook het verst en duurst en Rinus had zichzelf weer van de zondag afgehaald dus dat zag er met een noordwestelijke wind uit als slechts één dagje. Bruinehaar is m’n club, nooit gedoe met de lier of het gras of iets anders wat de halve dag kost, en het is er mooi vliegen. Maar voor vandaag was er maar één aanmelding van iemand die delta’s op kan lieren, en dat was Nico die meestal start en dan een paar uur in de lucht blijft. Maillen is slecht met noordenwind. Moergestel dus, niet ideaal kwa veld, lierbedrijf of luchtruim maar wel te doen kwa afstand en gezelligheid.

Net toen ik klaar stond om achter Jaap te starten, ging het mis. Jaap kreeg problemen, de kabel werd gekapt en hij releaste ‘m niet, en toen hij nog zo’n twintig meter boven de grond was zagen we de kabel ergens aan vastslaan zodat hij met een ruk uit de lucht getrokken werd. Afgrijselijk gezicht. Hij heeft het er met een blauw oog vanaf gebracht, tenminste het ziekenhuis vond het niet nodig hem ter observatie te houden, maar we waren erg van ons stuk. Desalniettemin was er geen reden om met vliegen te stoppen, ook al is de nieuwe kabel erg kort en zwaar en hadden we toch een vrij korte baan tot onze beschikking. Ik durfde niet verder dan de rand van het veld uit te vliegen, na het tafereel van zojuist had ik er geen enkele behoefte aan 1500 meter kabel achter me aan te slepen. Bovendien was de lucht flink in beweging zodat ik actief moest vliegen, dus met genoeg snelheid, dus hoe ik ook op en neer trapte hoger dan 270 meter lukte niet. Na een slordige landing besloot ik in te pakken, het was genoeg spanning en sensatie voor vandaag en het was inmiddels te laat op de dag om nog een supervlucht te verwachten. Bas, Rob, Sitting Bob en Tanno haalden er wel nog mooie vluchten uit, maar niemand probeerde meer Turnhout te bereiken

27 april 2014

Koningsdag


pokkevleugel

Zo’n dag waar ik eigenlijk niet over wil praten. Genoeg om vast te stellen dat ik erg stom was bij de start: vleugel scheef en neus te hoog, dus ik crashte hard voorover. Lang leve het vizier! Om na reparatie van m’n harnas en inspectie van m’n leading edges nog een keer of tien klaar te staan voor een start, iedere keer was er wel weer iets waardoor het niet ging. Ondertussen was het wel gezellig met Femke en familie, maar ik stond natuurlijk gruwelijk voor schut en zij waren toch een beetje voor niks komen kijken. Toen ik het uiteindelijk helemaal op gaf en hoopte dat ik nog op tijd zou zijn om alsnog m’n afgezegde afspraak in Rotterdam na te komen, smste Sander dat hij ophaal nodig had. Ik had er heel erg weinig zin in, vooral omdat ie z’n autosleutel mee had genomen, maar het was ook niet reëel om ‘m te laten staan en er was geen zinnige reden te bedenken waarom iemand anders ervoor op zou moeten draaien. Twee uur later kon ik eindelijk terug naar huis, zonder een halve meter van de grond gekomen te zijn en met extra rugpijn van het sjouwen.
Gelukkig kon ik me ’s avonds fijn laten vertroetelen, zodat ik me vandaag met frisse moed aan de benodigde reparaties kan zetten.

16 april 2014

Airborne Fun 3

P vraagt wat ik precies bedoel als ik juich over m’n Fun. Ik leg uit dat het een enorme vooruitgang is, van een antiek, afgeleefd brik naar dit liedje. De handling is zo heerlijk dat je bijna met je gedachten kan sturen. De performance is uitstekend: ik hing meteen hoog boven alle parapenters. Je kan er zo makkelijk en precies mee manoevreren, doordat ie bijna niet te stallen is, dat je ‘m in het kleinst mogelijke vakje kan inparkeren. Hij weegt niks en is in vijf minuten op te bouwen. Man wat word ik hier enorm blij van!

13 april 2014

Onverwacht goed






Niko

tulpen (dit is de Bollenstreek tenslotte)
Ik loop alleen maar te klunzen, echt superonhandig, en toch krijg ik dan twee geweldige vliegdagen kado. Radio ’s avonds gecheckt maar toch leeg; headset voor het inhaken gecheckt maar toch kapot. Te vroeg en hyperwiebelig de lucht in, ik had nog nooit gelierd met de Litesport en het viel niet mee. Misschien helpt het ook niet dat ie nog steeds naar links valt, maar het is eigenlijk niet erg genoeg om m’n geëikel echt te verklaren. Slechte landingen, tot aan een schaafwond op m’n kin aan toe. Perongelukke release bij het overschakelen. Te ongeduldig op de blauwe kabel ingehaakt, terwijl Ruud toch echt gewaarschuwd had dat ie in lussen op de trommel lag, en ja hoor bij het terugvliegen werd er zo hard en plotseling geremd dat ik bijna tuckte. Afijn, het leek één groot gesukkel, dus toen ik na m’n derde poging halverwege de lier landde leek het me wel genoeg geweest. Gelukkig haalde Tom me over om het nog een laatste keer te proberen, en Nico-van-André was zo vreselijk lief om niet alleen m’n vleugel naar de start te dragen maar ook nog even te blijven om me weg te starten. Die laatste vlucht, om vier uur begin april! koppelde ik op bijna 700 meter in een perfecte bel af, en zonder zelfs maar een hobbeltje draaide ik meteen rustig door naar 1350. Met de stevige bovenwind dreef ik wel richting Duitsland, maar eigenlijk niet zo hard als ik had verwacht dus ik kon iedere keer terug naar het veld steken en dan weer omhoog. Toen ik toch uitzakte werd het al op driehonderd meter zo turbulent dat ik nou ook graag gewoon naar de grond wilde, en met een redelijke landing sloot ik een fijne dag af.
Vanmorgen dachten de jongens van het soarclubje dat de wind te zwak zou zijn voor Langevelderslag, dus ik zat vreselijk te aarzelen of ik nou zou gaan sporten of toch even kijken. Toen Nico V liet weten dat het best hard was, gooide ik de spullen op de auto en om half elf lag de lekker lichte Fun op de start. Er waren wat parapenters bezig die aanboden me te helpen, erg fijn, en binnen een half uur hing ik lekker boven iedereen. Zelfs de hangloop past gewoon. Na een minuut of twintig op en neer te soaren werd ik weer bevangen door verveling, en ik heb de Fun speciaal gekocht om er landingen mee te oefenen, en er waren geen delta’s in het startvak, dus nou moest het er dan maar eens van komen. Eerst maar eens een oefenlanding naast het vak, illegaal maar noodzakelijk om te ontdekken hoe ik het allemaal in moet schatten. Dat ging goed, en Niko 3 hielp me opnieuw te starten. De volgende landing kwam ik perfect in het startvak terecht, en dolgelukkig haakte ik uit om even te pauzeren. De landing daarna kwam ik precies achter het hek terecht, brrr, dat ging bijna echt mis. Weer wat geleerd, en met hulp van de toegeschoten parapenters was ik in no time weer over het hek en in de lucht. De laatste landing was ik zo dom om te denken dat ik geen last zou hebben van een parapenter die z’n scherm opzette en niet onder bedwang kon houden, dus ik kreeg een flinke tik en klapte de laatste twee meter hard naar de grond. Never mind, ik kan wel juichen om de perfecte oefening en een heerlijk heerlijk heerlijk soarvleugeltje. Er gaat echt niks boven een Airborne Fun, en al helemaal niet als ik ‘m soort van ‘in de familie’ hou.

07 april 2014

Keerzijde

We zijn een kleine clan, de Nederlandse zeilvliegers. Geen gemeenschap, want dat woord veronderstelt veel meer gemeenschappelijks dan bij ons aan de orde is. Geen familie: lang niet iedereen kent elkaar. Geen club, eerder een verzameling clubjes. Maar wel een clan, een onderdeel van de stam piepkleine ongemotoriseerde luchtvaart. Inclusief partners die zelf niet vliegen, maar die jarenlang mee op vakantie gaan en waarvan sommigen onmisbare rollen vervullen. Om onszelf te benoemen hebben we het vaak over ‘de afdeling’, de afdeling zeilvliegen van de KNVvL. Waarin naast zweefvliegers, parapenters en parachutespringers ook ballonvaarders en gemotoriseerden zitten, waar we maar weinig mee gemeen hebben.
Vijf tot achthonderd mannen en een tiental vrouwen, allemaal behoorlijk gek van vliegen. Gezien de aard van de sport kan dat alleen door er een substantieel deel van je tijd, je geld, je emoties en gedachten aan te besteden. Voor de meeste actieve zeilvliegpiloten wordt het vliegen een groot deel van hun leven, voor velen van ons draait het leven zelfs helemaal om het vliegen. Niet alleen tijd en geld, maar ook vriendschappen, identiteit, verlangens en ambities.
En we hebben elkaar hard nodig. Niemand kan serieus zeilvliegen zonder de inspanningen en betrokkenheid van anderen. Je vleugel en harnas moeten gebouwd, af en toe gerepareerd en soms nagekeken worden. Je moet opgetrokken worden of starthulp om de lucht in te komen. Iemand moet je ophalen. Er is iemand nodig die ons de luchtvaartautoriteiten van het lijf houdt, en iemand die zorgt voor toestemming en plek om ergens te starten en te landen. Zelfs als je geen instructie meer nodig hebt, als je altijd terug naar je auto vliegt, als je nooit wedstrijden vliegt, kan je het niet alleen.
Dat zou ook bijna niemand willen, het is niet zozeer de afhankelijkheid die ons bij elkaar brengt. Het is gewoon fijn, om vrije tijd en passie met elkaar te beleven.
Maar. Die wederzijdse afhankelijkheid, en die sociale kant, het feit dat vliegen onze identiteit, onze diepste verlangens en ergste angsten, onze liefde en ons verdriet, bepaalt, maakt het ook kwetsbaar. Maakt ons kwetsbaar. Eén van de ergste dingen die ons kan overkomen, is uitsluiting. Doordat iemand zo gewond is geraakt dat ie niet meer mee kan doen. Of doordat de clan iemand verbant.
Ik weet hoe dat voelt, want het is mij overkomen. Toen mijn man plotseling besloot dat hij genoeg van me had, stelde hij ook maar meteen alles in het werk om me het wedstrijdvliegen uit te werken. Dat gebeurde op zo’n schofterige manier dat ik niet alleen kapot was van verdriet, maar ook veel te verbijsterd over zoveel kwaadaardigheid om me er tegen te weren. Hij was kampioen en voorzitter wedstrijdcommissie, ik was geen toppiloot en had altijd wat onzichtbaarder m’n ondersteunening geleverd als secretaris en rechterhand van de voorzitter. Tout wedstrijdvliegende afdeling liet me in de steek. Het schokte me meer dan een zware crash ooit had kunnen doen.
Als ik nu zie hoe iemand anders slachtoffer wordt van machinaties om hem uit te sluiten, nota bene één van de weinige mensen die me juist opgevangen en gesteund hebben, word ik verschrikkelijk kwaad en wanhopig. Waarom doen mensen zoiets? Waarom doen zeilvliegpiloten zoiets? Een ex kan me verraden omdat ie z’n kwade geweten moet sussen, maar wat is te winnen voor een lid van de clan die z’n relatie en positie goed voor elkaar heeft?
Verraad, kwetsen en vernederen komen meestal voort uit hebzucht, jaloezie of eerzucht. Geld, liefde en macht. Het wordt mogelijk gemaakt door de passieve, zwijgende meerderheid. De omstanders die de gemakkelijke weg kiezen, conflicten uit de weg gaan.
Als de enige overgebleven Nederlandse sleeppiloot/sleeptoestel, die altijd klaar staat om iedereen op te trekken, niet voor de NK gevraagd wordt, wil ik het niet op m’n geweten hebben dat hij zich net zo in de steek gelaten voelt als ik zelf heb meegemaakt. Dan ga ik naar Stadskanaal in plaats van Deelen.