10 augustus 2014



drukte in de lucht


drukte op de weg

mn kasteel
Heerlijk heerlijk heerlijk. Het is warm, er zijn meer dan honderd leuke piloten en aanhang, ik heb een chauffeur met een gouden hart en ik heb toch gevlogen terwijl ik het niet van plan was. Het woei al zo hard toen we op de top aankwamen dat ik m’n vleugel niet eens van de auto afhaalde, ook al ging iedereen opbouwen. Het leek me geen goed plan om met veel wind en honderdtwintig piloten plus een paar vrijvliegers te ploeteren en dan uit te zakken op de poisson of Barrème waar het verschrikkelijk turbulent zal zijn geweest. Eigenlijk wel relaxed, beetje babbelen, beetje helpen. Ik was trots op mezelf, niks zo moeilijk om te besluiten niet te vliegen als verder iedereen geen enkel probleem ziet. Maar terwijl ik met Fleming aan het babbelen was hield ik de windzak in de gaten, en die stond continu strak maar zonder rariteiten pal zuid. Martijn hielp me de vleugel naar boven dragen, en tegen de tijd dat de meeste piloten gestart waren en zo te zien makkelijk hoogte kregen vond ik het er allemaal niet meer overdreven spannend uitzien dus ik bouwde snel op en startte als laatste. Ik draaide meteen naar 2400 meter, veel rustiger dan ik had verwacht. Maar zodra ik richting het eerste keerpunt probeerde te steken vond ik alleen vette sink, de vario bleef hard kreunen en ik besloot vijf kilometer van het keerpunt toch om te draaien, terug naar de veiligheid van een bereikbaar landingsterrein en een fijne bel. Opnieuw boven de start bedacht ik dat de lucht toch wel erg meeviel en dat ik vleugeltjes omhoog zag draaien richting het keerpunt en dat ik nog heel veel tijd had en dat de zon doorbrak, dus ik probeerde het opnieuw. Al zakkend realiseerde ik me ook dat het weliswaar haalbaar was maar dat ik vrijwel zeker laag terug zou komen en daar dan zo veel stress van zou hebben dat het eigenlijk niet leuk meer is. En eigenlijk zou ik uberhaupt niet vliegen vandaag, dus waarom doe ik niet verstandig en vlieg gewoon rechtstreeks naar de camping? Dat werd het dus, en er zat zoveel flinke sink tussen de Chabre en de camping dat ik niet eens zo hoog aankwam. M’n landing was zo ongeveer net zo bleut als m’n start, niks gevaarlijks maar erg goed zag het er niet uit.
Anderen die ook landden hadden nogal verschillende ervaringen. Voor sommigen was het een lastige maar mooie vlucht geweest, anderen vonden het toch ernstig turbulent. In ieder geval werden de landingscondities allengs slechter, zodat ik blij kon zijn dat ik op de grond stond. Mario won de dag en Luke bij de rigids, Sascha kwam op goal ondanks haar extreme lichte gewicht en Natalia, onervaren en ook licht en moe van de reis uit Moskou, op een kingpostvleugeltje, kwam ergens in de buurt van Serres na een uur of drie of vier. Supergoed!
Morgen misschien betere condities.

09 augustus 2014

Piepklein vluchtje



Ik word bijna moe van mezelf op een dag als dit, voortdurend weer meer bekenden begroeten en nieuwe vrienden leren kennen, te vroeg starten en weer uitzakken en ondertussen wanhopig met m’n bevroren computertje rondrennen net zolang tot Phil ‘m met magische krachten gerepareerd heeft. Openingstoespraak met openingshapjes en openingsdrankjes en openingslonken in m’n beste Frans, te weinig eten en teveel alcohol om nog voor mezelf in te staan. Dikke kans dat het morgen alsnog vliegbaar weer wordt dus ik zou toch enigszins op tijd m’n bed in moeten. Kort blogje dan maar.

08 augustus 2014

Terug in Laragne





Ik ben behoorlijk moe, na drie dagen hard werken om m’n moeder te helpen verhuizen, een paar nachten veel te weinig slapen en de rit naar Laragne in twaalf uur. Maar de weersvoorspelling is slecht voor morgen, dus ik stel m’n instorting nog maar even een dagje uit. Eerst vliegen. Al ging dat toch niet geweldig, misschien mede omdat ik niet fit en alert en keen genoeg was.
Toen ik vanmorgen om half zeven wakker werd in m’n normale koepeltentje dat we ’s avonds laat snel op Martins plekje hadden opgezet, ben ik eerst maar ns m’n enorme grote gloednieuwe megatent gaan opzetten. Dat kostte toch nog een hoop tijd, en tegen de tijd dat dat allemaal klaar was en Martijn ook verhuisd en de overbodige tent ingepakt, was het al tijd om naar boven te rijden. Zo fijn om Martijn hier te hebben, heerlijk iemand die me helpt sjouwen en die me ophaalt, helemaal geen omkijken naar.
Er waren wel veertig, vijftig bekenden om te begroeten maar uiteindelijk startte ik toch weer vroeg toen de lucht nog niet helemaal vol schrapende vermoeide piloten zat. Rechts van de start ging ik mooi omhoog, helaas draaide er eentje rechtsom precies op mijn hoogte en die ging ik geheid tegen komen. Daardoor kon ik me niet goed concentreren op het belletje, en al pielend bleef ik zo’n beetje vijftig, tachtig meter boven de start eikelen. De bel was hard en klein, helemaal niet fijn, en met de pittige zuidenwind dreef ik al meteen naar de noordkant. Na zes of zeven pogingen om te centreren, en iedere keer enorme klappen van de felle termiek, wilde ik niet meer die bel in. Ik was bangig, en niet voldoende gemotiveerd om vast te houden. In een seconde moest ik besluiten of ik dan zuid of noord iets anders zou proberen, en vanwege de drukte op zuid en omdat ik toch al noord zat koos ik verkeerd: noord. Dus was het onvermijdelijk om uit te zakken, waarschijnlijk in rotor, en ik kan hier altijd slecht zien hoe de veldjes lopen en wat er voor gewas op staat. Ik hoopte dat ik het aangenaam ogende veld naast Ray z’n huis (en zwembad!) zou halen, en ik maakte er inderdaad een mooie landing. Daar bleken vier Franse gezinnen superidyllisch in de schaduw aan het lunchen te zijn. Ze brachten me een glas rose met ijs, en nadat ik klaar was met inpakken schoof ik aan tafel aan voor de koffie met gebak en nog een stuk gebak. Ze waren aardig en gezellig, op deze manier is het totaal geen straf om uit te zakken. Net toen ik aan de volgende kop koffie wilde beginnen reed Martijn voor, zodat ik nog alle tijd had om boodschappen te doen, de tent in te ruimen en even het zwembad in te duiken. Wat is het weer goed!