Met de onduidelijke meteo en al even onduidelijke
vliegmaatjes blijf ik besluiteloos. Vanmorgen zag het er slecht uit in Passy
dus ik pakte m’n spullen in – het bleek inderdaad te uitdagend om het
werptentje klein te krijgen dus dat is in z’n geheel in de achterbak gegaan. Op
de koffie bij Dennis, en daarna naar Annecy waar ik Thibault, Thomás en Armand
trof die met een kater ook al niet zo goed wisten wat ze zouden doen. Thibault
en ik twijfelden eindeloos of we naar boven zouden rijden of niet. De wolken
bouwden hevig op maar zakten dan weer in elkaar, en ondertussen kwamen er
tientallen para’s en delta’s naar beneden. Uiteindelijk bracht Thibault mij
naar boven, zonder z’n eigen vleugel mee, luxe natuurlijk dus alleen al een
hopje zou mooi zijn. Net toen ik de laatste latten inschoof werd het echt
serieus donker en begon er een koude wind hard te waaien. Ik had net aan twee
Nederlanders uitgelegd dat de risico’s van een dag als dit waren dat het of
heel erg hard omhoog zou gaan zodat je wenst dat je veilig op de grond was, of
dat je in een gustfrontje moet landen. Geen totale rampscenario’s maar er waren
wel steeds minder redenen om überhaupt nog te starten. Zonde van de mooie kans,
Thibault die m’n auto en m’n pakspullen naar beneden zou rijden en ik kon in
elk geval een startje doen, maar het leek me toch een beter plan om gewoon in
te pakken. Natuurlijk startten er nog mensen nadat wij alweer terug op het
landingsterrein waren, maar gelukkig werd het leed gecompenseerd doordat Serge
en Manu er waren. De rest van de middag liep ik wat te tutten om m’n
halfserieuze kamp in te richten; ik heb nu drie tenten bij me: het
doodskistformaat werptentje, m’n paleis met twee grote binnententen en een
aankomsthal, en m’n hevig versleten vertrouwde koepeltje. Die laatste had ik
net helemaal klaar toen het begon te stortregenen, dus nu zit ik sneu in m’n
auto te hopen dat het vanavond nog droog genoeg wordt om een beetje te koken.
25 mei 2015
Vakantie
| decisions decisions... |
Het voelt net alsof ik weer op m’n eentje op de bonnefooi
door Australië rij. Besluiteloos omdat ik niet weet waar de beste kans op een
vlucht is, waar is het weer goed, de windrichting ok en zijn er andere
deltisten? Teveel keuze, met m’n vlieg- en kampeerspullen bij me zodat ik alle
kanten op kan. Maar het is niet down under, het is juist extreem vertrouwd,
thuis. Rechts zie ik een luchtballon boven het dorp van een leuke jongen uit
een hogere klas. Ik kan me z’n gezicht nog voor de geest halen maar ik zou me
zijn naam niet meer herinneren. Links een fietspad waar ik talloze keren
overheen ben gegaan. Europa is zo volstrekt anders dan Australië maar mijn
gevoel is bijna hetzelfde. De parkeerplaatsen langs de snelweg zijn mudvol met
volgepakte moderne autootjes en glimmende caravans, en het is een stuk koeler
en groener hier. Ik mis nog steeds de geur van eucalyptus en zon maar ik hou
enorm van groen gras, liefst pasgemaaid, en dat hebben we hier dan weer.
Eeuwenoude boerderijen en hier en daar een villa of kasteel verschillen niet
eens zo enorm van de grote huizen die er door hun golfplatendak altijd wat
armoedig uitzien. Kraaien, die behendig op de vangrail hippen. Europese
roofvogels die koninklijk hun cirkels draaien. Glooiende velden. Bomvol
Bastogne, waar ik me door het braderieënd publiek worstel naar een ontzettend
aardige garagist die even m’n motor doormeet. Hij kan niks vinden dus het
geschud en gehaper als ik bergop rij zal hopelijk niet ernstiger worden.
Nog ruim vierhonderd kilometer te gaan, vier uur
herinneringen en fijne muziek. Ik denk aan Luis, en Adam, en anderen. Zo ontdek
ik hoe eenvoudig onsterfelijkheid eigenlijk werkt. Adam is in mijn gedachten,
hij is deel van mijn geest. Als bijvoorbeeld Krekel aan mij denkt, en als zijn
dochter aan hem denkt, en weer iemand aan haar dan krijgen zij allemaal een
stukje Adam, Adams geest. Ook al hebben ze hem nooit gekend en weten ze niet
dat hij ooit heeft bestaan. Simpel!
Inmiddels m’n bed in het gloednieuwe werptentje opgemaakt. Inderdaad,
in twee seconden is ie klaar maar ik vrees het moment dat ik het ding weer
terug in de zak moet zien te krijgen. Heb inmiddels ontdekt welke essentiële
zaken ik nu weer vergeten ben: pleepapier en m’n verloopstekker. Het ergste is
dat ie waarschijnlijk tevoorschijn komt als ik over een paar weken m’n auto
weer uitpak.
24 mei Passy
Het valt een beetje tegen maar ik heb in elk geval voor het
eerst sinds járen weer ns op Plaine Joux gevlogen, Dennis en Gillian weer
gezien, en best knap de minimale lift die er was nog weten te gebruiken om m’n
vluchtje een paar minuten te verlengen. M’n eerste landing ging niet slecht,
mede dankzij m’n onvolprezen droguechute, maar als ik beseft had hoe hoog het
gras was (borsthoogte) was ik in paniek geweest. M’n tweede landing gebruikte
ik ook m’n drogue maar ik zette ‘m netjes neer precies op het kleine stukje dat
gemaaid was. Die drogue heb ik trouwens ook van Dennis - net als m’n
thermalling skills en m’n naam, H.
Hij geeft tegenwoordig één-op-één instructie, alleen nog
maar parapenten. Duur, maar een klant krijgt super waar voor z’n geld. De enige
ander die het zo perfect voor elkaar heeft bij mijn weten is Rohan Holtkamp,
maar die zit in een uithoek van een uithoek. Dennis zit in het centrum van de
wereld met uitzicht op de Mont Blanc, en met nog tig andere dingen om te doen
als er niet gevlogen kan worden. Je zou er bijna van gaan parapenten. Maar ja,
zolang ik nog heel veel te leren heb met deltavliegen en zolang het gevoel van
een delta me nog waanzinnig gelukkig kan maken, blijf ik ieder vrij uurtje
daaraan besteden.
17 mei 2015
Maillen
Het eerste wat ik zag bewegen was een everzwijn aan het
spit, nog vóór elf uur ’s ochtends. België, toch echt buitenland. Terwijl ik
rustig opbouwde en de anderen begroette leek de lucht wat open te trekken.
Ondanks de matige voorspelling zag het er harstikke goed uit en ik brak zelfs –
voor het eerst in jaren – een weaklink doordat ik zo fors achter de tug
jojoode. Ik kon meteen indraaien en kwam al snel op wolkenbasis, 1400 meter,
helemaal niks mis mee. M’n plan was om naar Sept Meuses te vliegen maar er
stond behoorlijke tegenwind, dus sink, en ik had er weinig trek in om op één
van de schuine landjes te moeten landen. Ik zakte uit en mocht meteen weer
starten. Dit keer vond William een mooie bel zodat we samen konden termieken,
en het hielp ook dat ik m’n vg compleet losgooide zodat ik niet voortdurend in
het luchtledige hing achter de veel te langzame tug. Met enige moeite draaide
ik tot een meter of duizend, van daar stak ik richting Jochem die lekker tegen
de wolk aangeplakt luie rondjes draaide. Toen ik bij hem was stak hij zoals
afgesproken tegen de wind in naar het zuiden, met de turbo erop (van mij uit
gezien dan) dus ik besloot het eerst maar eens bij Bobo te gaan proberen, die
na lang schrapen eindelijk als een raket omhoogschroefde. Op de basis raakte ik
hem kwijt, en ik besloot het mezelf gewoon makkelijk te maken en eerst maar ns
een stukje downwind te vliegen. Dat viel nogal tegen, de lift was verbrokkeld
door de vrij harde wind en de bellen lagen ver uit elkaar, ondanks de mooie
wolkjes. Lang niet ieder wolkje werkte en al gauw zat ik laag. Ik begon op landingsterreinen
te focussen en daarmee wist ik dat het over was, ondanks de nogal ruige bel die
ik eindelijk op z’n 300 meter vond. Ik had me er in vast kunnen bijten maar ik
was al te zenuwachtig over m’n landing, dus daar maar op concentreren dan. Dat
ging prima, ook al stond ik in een of ander gewas maar het leek nogal stevig,
ik maakte niks kapot. Terwijl ik de spullen naar een goed afbouwplekje liep te
zeulen werd ik door een paar kinderen in snel Walloons ondervraagd. Ik geloof
dat ik redelijk begrijpelijke taal uitsloeg want ze leken tevreden.
Een jonge moeder bracht me heel aardig terug naar m’n auto,
en drie files later ben ik weer thuis.
15 mei 2015
Turbulente noordtermiek
Er was zon in de middag en laat beginnende termiek beloofd, maar toen ik al lang en breed klaar was hing er nog een dikke wolkendeken boven Twente. Dat was niet erg, ik moest nog een hoop carbon fibers plakken die loskomen uit m’n Code Zerodoek en net toen ik daar min of meer mee klaar was kwam Tom. Even later verdwenen de wolken en konden we de lucht in. M’n eerste start maakte ik een releasefoutje, de tweede lukte het niet om de beginnende termiek te centreren. Tegen de tijd dat ik een derde start maakte had ik al zulke vermoeide armen dat zelfs releasen moeite kostte. Ik draaide wel vrij makkelijk naar 900 meter, maar daar raakte ik het toch weer kwijt. Drie kwartier jojoode ik tussen de 400 en 800 meter, elke keer stak ik terug om niet buiten te landen, en toen het op enig moment wel erg ruig werd en in het hoge gras duidelijk de wervelingen van dusties te zien waren vond ik het welletjes. M’n armen zijn totaal op, maar ik heb mooi drie goeie landingen gemaakt, m’n doek bijgewerkt, gezellig in het zonnetje zitten kletsen en een uurtje gevlogen.
11 mei 2015
Knoalkup 2015
Wow ik heb spierpijn! Het slepen was flink werken, dat ben
ik niet echt gewend in het zachte noorden achter Rinus, maar gisteren was de
lucht ontzettend brokkelig en de wind woei alle kanten op. M’n eerste start
hing ik te rechtop en met m’n veel te dikke trui, waardoor ik totaal niet kon
bewegen in m’n harnas, lukte het niet om iets naar voren te duiken. Nog onder
de driehonderd meter brak de weaklink op het moment dat ik naar m’n release reikte
om los te koppelen. Toen ik een half uur later weer in de startrij stond hield
Rinus er een tijdje mee op omdat de lucht helemaal morsdood was. André hield
het met grote moeite vol om boven te blijven, maar alle wolken verdwenen en er
kwamen zelfs geen dusties meer langs. Een tijdje later zagen we Mario en Koen
schitterend synchroon heel langzaam omhoog draaien, en toen Rinus me in de
noordwesthoek afzwaaide lukte het me ook net om niet al te hard naar beneden te
storten. Op enig moment zag ik Aralde aan komen en hij leek doelbewust ergens
heen te vliegen dus ik toog erachteraan. Araldo vliegt met slimme instrumenten
en hij is heel handig in het gebruik van de informatie die hij daaruit haalt, dus
dat leek me een goeie gok. Was het ook, want hij vond iets en dat was voor mij
net genoeg om uiteindelijk een mooie kern te pakken te krijgen en naar duizend
meter te stijgen. Koen zat nog iets hoger dan ik en Gijs zocht onder ons, de
wolkjes kwamen dichterbij en er groeide een fijn cumultje precies in de
richting van het startkeerpunt boven Stadskanaal. Dit beloofde mooi te worden,
zeker omdat ik steeds geduldiger word en m’n termiek-zelfvertrouwen groeit. Ik
had nog wel meer hoogte willen pakken maar ik raakte de bel kwijt, en het lag
sowieso voor de hand om naar dat wolkje boven het dorp te steken. Dat bleek dan
toch weer verder weg dan ik had ingeschat, en ik verloor veel meer meters dan
gehoopt, dus toen het eindelijk een beetje begon te pruttelen zat ik weer onder
de vijfhonderd meter. Midden boven bebouwing, daar hou ik niet van. Hoog zat om
eventueel een landingsveld te bereiken, maar ik had niet veel tijd om
geconcentreerd te zoeken. Dat werd ‘m dus ook niet en ik vloog in een rechte
lijn door naar de plekken waar ik kon landen. Wind in de rug en erg hoog gras,
te laat om nog te proberen m’n droguechute te pakken dus ik knalde onelegant
tegen de grond. Jammer van een serie betere landingen maar de schade bleef
beperkt tot een wieltje dat ik voor de zoveelste keer moest rechtbuigen.
Ik was zwaar op apegapen tegen de tijd dat ik m’n spullen naar
de weg had gesjouwd en Djenghiz hoog boven me op koers zag vertrekken, dus ik
nam alle tijd om in het zonnetje in te pakken en m’n tijdschrift te lezen,
wachtend op Ruud die een rondje retrieve deed. Hij had Eppo al, en met z’n
drieën probeerden we André te vinden die zich een boogminuutje vergist had met
z’n coördinaten. Daarna Holger, die tegen het enige reliëf in dit ontzettend
vlakke land aan was geland waardoor ie meer kapot had dan alleen een uprightje.
Thuis nog wat jammermomentjes: Ropje had als enige de taak
gerond maar helaas het eerste keerpunt gemist, en ook Koen was rakelings buiten
de cirkel om gevlogen. Toch kon dat de pret niet drukken. De zon scheen, iedereen
was blij en ontspannen, de organisatie was voortreffelijk, de vette hap met
liefde gesausd, Rinus had weer talloze kadootjes en flessen wijn en
bemoedigende woorden voor iedereen en met het gezellig napraten verliep de thuisreis best vlot.
03 mei 2015
Dagje Stadskanaal
| enorme dustdevil in de verte |
![]() |
| vanuit de lucht kon ik niet verzinnen wat dit voor maf gebouw kon zijn |
Een superdag, ondanks m’n matige prestaties. Gezellig,
ontspannen, prachtige lucht. Ik stond al om tien uur op te bouwen, nog niemand
te zien maar de dolly’s en windzak stonden al klaar. We waren met zo’n twaalf
piloten, een pittige dag voor Rinus. Ik startte als eerste en Rinus zette me in
een fantastische bel af, maar het volgende half uur was het hard werken om
überhaupt boven te blijven. Er zijn verschillende manieren om bellen te vinden:
kijken, visualiseren, voelen. Ik ben vooral van het voelen, liefst met m’n ogen
bijna dicht. Ik voel m’n vleugel, m’n eigen spierreacties,
temperatuurverschillen in de lucht. Het geluid van de vario bevestigt m’n
intuïtie. Dat werkt redelijk als er overal termiek zit, maar ik mis veel
informatie uit de wolken. Ook al omdat m’n helm het zicht naar boven belemmert
en m’n nek teveel pijn doet om goed om me heen te kijken. Ik ben ook niet sterk
in visualiseren en m’n techniek houdt niet over, zodat ik grote moeite heb om
te centreren en efficiënt te banken. Maar ik bijt me wel vast, daardoor kom ik
toch vaak weer van een paar honderd meter terug naar wolkenbasis.
Toen ik voor de tweede keer startte waren er al een paar op
weg en de lucht was aanzienlijk open getrokken. Desondanks bleek het lastiger
om iets te vinden waar ik complete 360s in stijg kon draaien. Eén belletje
vanaf zo’n 300 meter ging zo moeilijk en langzaam dat ik in m’n concentratie
nauwelijks in de gaten had dat ik toch op 1500 kwam, plotseling zat ik in de
mist en moest ik nog aantrekken om niet in de wolk te verdwijnen.
In Ter Apel zag ik een raar gebouw, ik weet niet precies
waarom ik dacht dat het een gevangenis zou kunnen zijn. Het was het
uitzetcentrum. Wat een contrast met mijn leven!
Overal ontstonden dustdevils, en toen ik me iets ten zuiden
van Nieuwe Weerdinge voorbereidde om te landen kwam ik terecht in een heftig
belletje dat tegen de windrichting in bewoog. Ik won weer honderd meter maar
moest het even later toch opgeven. Voorbijgangers waren alleraardigst en van de
mevrouw bij wie ik de vleugel op de stoep legde kreeg ik een flesje water. Niet
nodig, in no time stond Eppo met een lekkere magnum voor m’n neus. We waren op
tijd terug op het veld om Koen, Jochem en Araldo te zien landen; Jochem had
Ropjes record verbroken met een driehoek van 150 km.
Met een deel van het gezelschap togen we naar de pizzeria,
en nog voor twaalf uur was ik weer thuis.
18 april 2015
Lief en leed
Ik had eigenlijk zullen schrijven over kievieten en
hoefsporen van zwijnen en narcissen. Een reetje. Dat ik het niet eens zo heel
erg vind om vierhonderd kilometer te rijden voor drie minuten vliegen, omdat
het mooi weer is en gezellig. Ook al heb ik me kotsmisselijk aan de liga
gegeten omdat ze bij het AC-restaurant geen groente meer serveren. Over de zon
die schitterend ondergaat om kwart over negen nog. Of ik had zullen schrijven
over André die als vanzelfsprekend ’s ochtends vroeg de telefoon opnam (ik was
een jaar niet meer in Bruinehaar geweest) en beloofde mij in elk geval op te
lieren, zodat ik niet voor niks reed. Anthony die m’n vleugel van de bosrand
naar de camping droeg, zo’n anderhalve kilometer. Maar het liep weer eens
anders en ik ben nog steeds ontdaan over de manier waarop Gerard als een
opgefrommeld stuk papier tegen de grond gesmeten werd. Ik zat met Anthony bij
m’n auto te zoeken naar een geschikt harpje om m’n weaklink aan m’n
verlengkabel te hangen. De wind was in de loop van de dag geleidelijk harder
geworden maar nog niks verontrustends dacht ik. Gerard waarschuwde me m’n
vleugel wat opzij te zetten voor het geval hij eroverheen zou blazen.
Ik miste het begin, dus ik weet niet of hij z’n scherm
omhoog wilde zetten of alleen zo’n muurtje wilde bouwen om ‘m recht te leggen,
maar in ieder geval werd hij door een rukwind omgeblazen. De eerste seconde
moest ik er om lachen – het gebeurt niet heel vaak maar een parapenter die door
de wind op z’n gat wordt getrokken is zo ongeveer net zoiets als een lullige
buiklanding van een deltist. De tweede seconde zag ik dat hij nèt langs mijn
vleugel kwam en voelde ik dus vooral opluchting. De derde seconde zag ik tot
m’n afgrijzen aankomen hoe hij keihard de diepe stijle sloot ingesleurd werd,
en ik geloof dat ik al begon te rennen toen hij inderdaad als door een
reuzenhand in de slootkant gekwakt werd. En weer eruit, zo te zien buiten
westen en waarschijnlijk zwaar gewond. Ik greep ‘m maar mijn zestig kilo stelt
niks voor voor een goeie parapent en samen werden we een meter de lucht in
getild en weer neergekwakt. Terwijl Anthony ‘m aan de andere kant te pakken
kreeg gilde ik help help, ik had echt hulp nodig. De anderen hadden het drama
niet echt gezien en leken vrij rustig aan te komen lopen, terwijl wij als
deltisten niet wisten hoe we de parapent in bedwang moesten krijgen. Iemand
riep dat ik niet aan de remlijnen moest trekken maar ik heb geen idee wat de
remlijnen zijn. Uiteindelijk kregen André en Anthony het scherm beet en kwamen
we tot stilstand, ik half onder Gerard die duidelijk veel pijn had en
voortdurend lag te draaien. Hij had uit z’n oor gebloed en een bloedneus en
praatte met een kikker in z’n keel, ik was als de dood dat z’n hersenen beschadigd
zouden zijn. Gelukkig was hij goed aanspreekbaar en om onze flauwe grapjes kon
hij zelfs een glimlach produceren.
De boer hielp een ambulance en politie het veld op, en kort
daarna konden we Gerard een helikopter inschuiven.
Hij is flink beschadigd maar z’n hersens zijn in orde en hij
heeft geen bewegingsverlies. Dat is maar goed ook want de lol van Gerard is dat
hij zoveel lol heeft aan het buiten spelen.
12 april 2015
Herkansing
Zo is het beter, heerlijk. Ook al schat ik dat ik ongeveer
een half uurtje gevlogen heb, dit was helemaal goed. Lekker weer, uitdagend
genoeg en dan weer niet tè. De wind was vrij licht dus het was een beetje
werken om te blijven vliegen, en met een paar mislukte pogingen om te toplanden
in de hoek van het lagere duin zakte ik steeds bijna uit, zodat ik echt even
moeite moest doen om weer naar boven te krabben. En uiteindelijk lukte het met
een soort sliding ook nog. Ik mis Cameron of Conrad, om me te laten zien hoe
het moet.
Dankzij die twee kon ik wel mooi Gergana helpen, die me wel
heel erg aan mezelf van een paar jaar geleden doet denken. Alsof ik in een
soort lachspiegel kijk. Alleen had ik niet zo’n geduldig vriendje – toen ik éénmaal
Cameron kende kwam ik ook snel over de stress heen. Net als Ronald bleef hij
maar helpen, sjouwen, stimuleren.
Opnieuw zie ik hoe wij vrouwen het onszelf belachelijk
moeilijk kunnen maken. Stress en onzekerheid, deels door perfectionisme, deels
door rottige ervaringen en angst, maar vooral door het machteloze gevoel geen
controle over de vleugel te hebben. En doordat we zo ontzettend graag willen,
onszelf als doorzetters kennen, vechten we verbeten door. En vergeten nog
gewoon plezier te hebben en te genieten.
De condities waren absoluut perfect voor zo’n klein vrouwtje
van vijftig kilo, en in de vier of vijf starts die we haar hielpen doen zag je
enorme vooruitgang. Dat alleen al maakte de dag helemaal de moeite waard.
11 april 2015
Wind, regen, zand en file
Héél soms word ik gewoon sjagrijnig van het vliegen. Vroeg opladen, uurtje door de regen rijden, verkeerde afslag en verkeerde startplek dus nog eens twintig kilometer over de Maasvlakte rondscheuren, de natte vleugel plat opbouwen zodat ie compleet onder de modder zit en dan alsnog maar niet gaan vliegen omdat het gewoon veel te hard waait. Emiel helpen, naar beneden rijden, Djenghiz helpen, twijfel twijfel zal ik nog een keertje hier beneden opbouwen en dan proberen laag te dunegoonen? Uiteindelijk leek me de pret/vermoeidheidsratio ongunstig en probeerde ik weer naar huis te rijden. File voor Rotterdam, file voor Den Haag, verkeerde afslag (3 x), file in Rijswijk en toen de boel eindelijk in de tuin lag om te drogen begon het weer te spetteren.
Afgelopen week begon er weer iemand te zeuren dat m’n hobby eigenlijk
een vorm van disloyaliteit aan m’n werkgever was en onsolidair tegenover de ziektekostenverzekering
– mensen die zelf te bang zijn om een buitensport te ondernemen kunnen enorm
moralistisch worden over mijn plezier. Hoewel ik een hoop botbreuken heb
opgelopen heb ik de afgelopen twintig jaar minder dagen verzuimd dan de meeste
van m’n skiënde en voetballende collega’s, en m’n ziektekosten waren geheid
minder dan die van een vetzak of een roker dus ik voel me niet zo schuldig.
Dommer nog vind ik het idee dat het grootste probleem van vliegen het gevaar
is. Dat is het echt niet. Het is de tijdverspilling.
06 april 2015
Pasen
Koud! Al meteen toen ik de dolly losliet gierde de wind door
m’n harnas, dwars door m’n speedsleeves, trui, fleece, thermoshirt, t-shirt. Halverwege
wolkenbasis op 1500 meter was ik aan het rillen en m’n vingers waren ondanks de
dikke handschoenen stijf. Toch was het genieten, alles was goed. Slepen achter
Rinus is altijd een feest, de lucht was schitterend en ik vloog eindelijk weer
ns op m’n Litesport, misschien wel de fijnste vleugel waar ik ooit mee gevlogen
heb. Rinus zette me af in een goeie bel op een perfecte plek, met een beetje
geduld kwam ik met een minuut of tien op de basis aan. Ik probeerde naar een
volgend wolkje te steken maar verloor zoveel dat ik weer terugstak richting
Erik die het diep onder me aan het proberen was. Het is de ideale situatie,
boven een termiekende delta insteken, maar ik had Erik uiteindelijk niet nodig
en draaide en driftte heel zuinigjes totdat ik op 600 meter eindelijk een goeie
kern vond en door kon. Naar Coen, die lang op me bleef wachten zodat ik hoopte
dat we misschien samen een tochtje konden proberen. Maar toen ik eindelijk
tussen de wolken op zijn hoogte was schoot de vg uit m’n handen, en het knoopje
was te klein om ‘m weer uit het klemmetje te peuteren. M’n pogingen om het ding
toch vrij te trekken, tot aan het uittrekken van een handschoen toe, kostten
honderden meters en toen ik het eindelijk opgaf wist ik niet goed waar ik heen
zou vliegen. Ik boog af naar wat de dichtstbijzijnde goeie wolk leek, maar de
bellen waren vrij ver uit elkaar en zonder vg kwam ik nergens, dus na precies 1
uur 1 minuut was het over. Eerste Exloërmond, dat ken ik inmiddels wel heel erg
goed.
Nog voor ik iemand had gevraagd of ze me misschien wilden
komen halen, kreeg ik een sms. Kees. Het werd een gezellige avond in
Bovensmilde, en bij wijze van antisentimentaliteit bedacht ik later dat als je
al onze uren samen bij elkaar optelt we nog geen jaar bevriend zijn, dus het is
nog heel pril eigenlijk.
Nog voor twaalf uur stapte ik in een heet bad waar ik bijna
verzopen was van de slaap.
Abonneren op:
Posts (Atom)



