04 december 2016

Canarische Open Taak 1 Famara



Joehoe ik ben dagwinnaar! Met een oud lijk van een toestel, te stijf om in een bocht te douwen, met minder dan 13 kilometer onder een wolkenbasis van krap 700 meter. Met ernstige landingsuck en zoals altijd in een nieuw gebied twijfels over het keerpunt. Hahaha ok ik sta overall 47e maar van de sportsclass heb ik de mannen allevier of vijf verslagen hahaha. Grappig als ik laatste was geweest, wat ik eigenlijk dacht omdat ik nogal dom bezig was en omdat 13 kilometer bepaald weinig imposant is, dan had ik er zeker m’n schouders over opgehaald. Maar eindelijk weer eens bovenaan een lijstje staan is toch wel errug leuk.
Het hielp dat ik gisteren gevlogen had dus ik wist wat ik van de Spyder verwachten kon. Er stond een flinke puist wind dus uitzakken was bijna niet mogelijk, en dat gaf me mooi de tijd om eerst met m’n rits te kloten, toen te ontdekken dat ik de time offset van m’n instrument niet goed had dus daar moest ik nog druk op de knopjes douwen, toen rustig voor de start rondzwalken op zoek naar lift. Heel rustig aan bereikte ik uiteindelijk wolkenbasis, er waren mensen die hoger zaten maar ik vond het wel genoeg zo – ben altijd een pietsie schijterig, stel je voor dat ik in de wolk terecht kom. Naar het noorden ging goed, snel met de pittige wind een beetje in de rug en overal steeg het rustig omhoog en voortdurend checkte ik mogelijke landingsterreinen. Het ziet er allemaal weinig aantrekkelijk uit hier, zeker als je weet dat zelfs het groenste veldje misschien wel vol cactus staat of vol stenen zo groot als een skippybal ligt, en ze kunnen ook nog flink hellingaf zijn. Hoe zekerder ik weet dat er ruime landingsmogelijkheden zijn, hoe makkelijker het is om heel geduldig te vliegen en overal maximum hoogte uit te pielen. Hier dus niet, en toen ik naar het derde keerpunt moest en m’n instrument me leek te vertellen dat dat een flink stuk van de helling af was en daarna een stuk tegenwind, raakte ik natuurlijk weer gefixeerd op een prettig uitziend terrein. En tja, objectfixatie.... Ik landde perfect, vlak naast een weg naast een dorp. Maar na mijn landing kwamen er nog urenlang delta’s en rigids hoog overgevlogen, dat had ik natuurlijk ook moeten doen.
Ingvar was op het strand geland en terug naar de auto gerend (!) en Johnny en Tormod stonden met veertig anderen acht kilometer voor goal. Zo’n uur of drie na m’n landing werd ik als laatste opgehaald. En ik ben m’n New Scientist vergeten! Gelukkig waren er veel deelnemers te zien omdat ik precies op het keerpunt stond, en het uitzicht op de bergen is ook schitterend, dus ik wist me redelijk te amuseren. Met een dolgelukkige Gunnar in de bus, hij doet niet met de wedstrijd mee en was met z’n Sport voor iedereen uitgevlogen naar Mirador, was het al met al een toffe dag. Nog zo eentje en ik vind het de trip alweer waard.
Geen fotoos deze week want m’n camera is stuk. Ik kan alleen kiekjes maken met de telefoon van m’n werk, maar daar krijg ik m’n eigen fotoos dan weer niet vanaf voor de blog. Dan maar tekst.

Terug in Lanzarote



Het was natuurlijk  niet verstandig om te vliegen vandaag, na een reisnacht zonder slaap met een onbekende aftandse vleugel en op een nieuwe site. Maar tja als ik altijd verstandig was kwam ik nooit van de grond. En de condities waren ideaal voor een testvluchtje en het was knoerdgezellig met zeker vijftig deltisten waarvan minstens veertig bekende gezichten, en de weersvoorspellingen zijn niet optimaal dus misschien is vandaag wel de laatste kans. Start en vluchtje waren perfect, ook al durfde ik met de Spyder niet al te dicht langs de helling te schrapen want het was nogal druk met parapenters en de vleugel stuurt wat zwaar. Het ging pas mis bij de landing, toch wel duidelijk het effect van slaapgebrek: ik nam geen beslissing over welke richting ik op zou landen, zag volstrekt niet hoe steil het terrein afliep en sloot mezelf op tussen de vleugels en de weg. Whack, niet erger dan de meeste anderen maar helaas wel precies op m’n pijnlijke schouder, die nu weer helemaal net zo slecht voelt als vorig jaar. Nou ja misschien is het morgen toch over, en anders dragen m’n vikingen m’n vleugel wel voor me. Had ik eerder geweten dat Francoise, Christian en Carlos ook hier zouden zijn dan had ik gewoon weer met hen een teampje gevormd. Maar met de noren lijkt het toch ook heel gezellig te worden. En nu naar bed, voor het eerst in 48 uur.

25 november 2016

Promotie

Het begint bij mij altijd met verbazing over de gedachte dat er mensen zijn die niet zouden willen vliegen. Iedereen droomt daar toch van? De vrijheid, het gevoel te zweven, prachtige uitzichten. En dan de lucht voelen, zon op je rug, wind in je gezicht, en wat ik het geweldigste vind is dat je met je lijf, met fysieke inspanning jezelf omhoog werkt - je doet het echt zelf. Het is hard werken, inspannend en lastig vaak, en dat geeft juist de meeste voldoening als je het voor elkaar krijgt om mooi in een belletje te centreren en omhoog te ploeteren. En éénmaal op wolkenbasis voel ik me helemaal zalig, bijna verlicht. Grote hoogte biedt vrijheid en uitzicht maar ook de mentale en fysieke ruimte om overal heen te gaan waar ik maar wil. Het is soms echt een bijna spirituele ervaring en ik weet vrijwel zeker dat het dat niet zou zijn als het niet zo lastig was.

Het vliegen helpt me ook om echt te concentreren, zeker als je een taak vliegt zodat je doel een vast gegeven is. Lichamelijke inspanning + mentale concentratie = flow, soms tenminste. Dat vind ik ook gaaf aan het vliegen, dat je soms dat kadootje krijgt van flow, verlichting, euforie, maar niet altijd. Vaak is het gewoon ploeteren. Als het dan een keer wel goed lukt allemaal dan voel je je ook helemaal top. Soms hang ik luid lachend in de lucht, gewoon superblij, omdat het zo heerlijk voelt en omdat ik zo dankbaar ben dat ik dit kan doen.

Ik heb wel geparapent als passagier, maar dat is het toch niet voor mij. Bij het deltavliegen heb je echt contact met je vleugel, je hangt in je vleugel eigenlijk en daardoor voel je je veel meer verbonden met het toestel, dan onder een scherm. Ik vind het fijn om met m'n ogen bijna dicht de lucht echt te voelen, sensing, zoveel mogelijk proberen efficiënt te vliegen door je hele lijf te gebruiken en niet een apparaat bedienen, dat is toch veel afstandelijker.
Bovendien voel ik me wat veiliger aan een delta maar vermoedelijk is dat gewoon wat ik gewend ben. De hogere snelheid maakt het landen wel eens extra spannend natuurlijk, maar als puntje bij paaltje komt heb ik liever wat beschermende aluminium buizen om me heen. Dat geeft me ook in turbulente lucht een gevoel van zekerheid. Mijn toestel zal niet zo gauw in elkaar frommelen en ik heb een fijne buis om me aan vast te houden als het ruig wordt en ik voel ook vrij direct wat mijn stuurinput doet. Ook uitwijken kan sneller en ergens wegvliegen lukt ook beter met een delta dan met een scherm denk ik.

Deltavliegen is logistiek flink ingewikkelder dan schermvliegen. Dat is balen, maar er is wel een mouw aan te passen. Je gaat vanzelf organiseren dat je toch kan vliegen en na twintig jaar weet ik niet beter, zo is mijn sport gewoon. Je hebt er in elk geval sneller leuke contacten door, doordat we allemaal meer afhankelijk van elkaar zijn dan schermvliegers. En trouwens, een scherm is ook flink veel groter dan een gewoon sporttasje hoor, dus zo enorm groot zijn de verschillen nou ook weer niet. Ik denk ook niet dat schermvliegen echt serieus veel goedkoper is dan delta, ik durf bijvoorbeeld best een delta van twintig jaar oud te vliegen maar met een scherm is dat misschien niet zo verantwoord. Ok, ik heb een huis en een auto speciaal gekocht met het oog op m'n vleugel, dat hoeft niet als je alleen een scherm hebt. Maar zonder m'n vleugel ben ik nog altijd heel blij met m'n huis (en doe ik de auto weg...).

Deltavliegen heeft mijn persoonlijkheid verregaand gevormd. Dat heeft niet alleen positieve kanten (ik heb weinig tijd voor niet-vliegende vrienden en bovendien ben ik nogal saai geworden doordat ik zoveel over vliegen praat; mensen nemen vaak aan dat ik vreselijk avontuurlijk ben en dat irriteert me mateloos omdat het beeld uitgaat van hun angsten in plaats van mijn passie; ik heb niet in mijn loopbaan geinvesteerd omdat ik buiten mijn werk 100% met vliegen bezig ben; ik ben wel erg veel geconfronteerd met verdriet, pijn en gemis), maar all in all denk ik dat ik een volwassener en gelukkiger mens ben dan ik zou zijn geweest als ik niet vloog. Al was het maar door de geweldige mensen die ik dankzij het vliegen ontmoet heb en de ontelbare keren dat iemand aardig of behulpzaam of gewoon leuk was.

05 november 2016

Instinkerds bij het repacken van de chute

Twee tot vier keer per jaar repacken Bart, Ad en ik onze chutes. In mijn geval gaat het om een 16-baans metamorfosi. Een dag vantevoren hang ik mezelf in m’n harnas ergens op, laat ik de buurkinderen mij zo wild mogelijk door elkaar schudden en werp ik de chute uit. Dan haal ik een schoenveter door de lusjes waaraan ik de chute te luchten ophang. Meestal laat ik het harnas er gewoon aan vast zitten.
Voordat ik ga vouwen zorg ik dat m’n vloer brandschoon is en dat we genoeg ruimte hebben voor het vouwen. Het vouwen zelf kost een klein half uurtje per chute als ik het alleen doe, en dan zijn we met z’n tweeën nog wel een kwartiertje bezig om het allemaal weer netjes in het harnas te krijgen. Dat kan allemaal nog heel veel meer tijd kosten als je pas op het laatste moment een fout ontdekt.
Inmiddels heb ik van m’n eigen en andermans fouten geleerd, zodat het repacken steeds sneller klaar is en we op tijd aan het alcoholische deel van het ritueel kunnen beginnen. Overigens heb ik lang geleden ook een dag lang instructie van Angelo Crapanzano gehad, en ik stop ook een paar van zijn lessen in dit artikeltje.
  1. Swivel
Angelo vond dat je geen swivel moet installeren op zijn chutes, omdat er een risico is dat zo’n zware swivel in een iets te ruime container gaat rondschuiven en lussen en knopen in de lijnen veroorzaakt. De functie van een swivel is het opdraaien van de lijnen, en daarmee het steeds kleiner worden van het scherm, te voorkomen als je tollend naar beneden komt zetten. In de metamorfosi vervult de gevlochten vanglijn die functie: de draaiingen worden goed opgevangen door het gele deel.
  1. Kruisende vanglijnen
Door twee lijnen af te lopen van scherm naar vanglijn, check je of ze netjes parallel lopen en elkaar niet kruisen. De metamorfosi heeft een lange sok om het onderste deel van de lijnen, om de opening van de chute te vertragen zodat de schok wat minder hard is. Die sok maakt het lastig om precies te zien hoe de lijnen uitkomen. Het is de moeite waard om ‘m echt helemaal af te stropen, want bij het oefenwerpen raken de lijnen makkelijk gekruist, zeker als je het hele boeltje daarna in een tas vervoert.
  1. Hulptouwtjes
Het touwtje dat je door de lusjes op het scherm hebt gehaald voor het luchten, en eventueel een ander touwtje dat je aan de onderkant van het scherm gebruikt om de lijnen netjes op hun plek te houden tijdens het vouwen, moeten er natuurlijk wel uit voordat de chute de container in gaat.
  1. Elastiekjes
We gebruiken gewone huis-tuin-en-keuken elastiekjes om de lijnen netjes op te lussen. Die stiekjes moeten niet te ruim zijn, niet te ver over de lijnen worden geschoven, en niet tot een kauwgumachtig propje verslijten. Het is handig om de juiste elastiekjes in huis te hebben vóórdat je op een zondagmiddag, als alle winkels dicht zijn, aan het vouwen slaat.
  1. Borging container
De metamorfosi heeft een harde zwarte lus aan de vanglijn waarmee je de container met luiermodel sluit. In een eerdere fase heb je dan al een lus van de lijnen gebruikt om hetzelfde elastiek vast te zetten; die zwarte lus komt daar bovenop. Als je dat onhandig aanpakt, kan de zwarte lus in de lus van de lijnen terecht komen. Daarmee zou de chute stevig in de container geborgd zijn en dus keurig als pakketje in elkaar blijven zitten.
  1. Flap
De meeste harnassen hebben een chutecontainer vol donkere, zwarte, ingewikkelde flappen zodat je moeilijk ziet wat je doet. Als je per ongeluk de onderste flap naar binnen duwt bij het plaatsen van de chute, mis je nou net die flap die ringetjes heeft, die klein genoeg zijn om de elastieklusjes vast te houden waarmee de hele boel op z’n plek blijft. Dit risico doet zich in ieder geval voor bij elastieklusjes waar eenvoudig een knoop in is gelegd waardoor ze niet door de ringetjes getrokken worden. Als je deze vergissing maakt hoef je er niks van te zien, de chute zit ogenschijnlijk keurig in het harnas met de handle netjes op z’n plek, maar in feite is het alleen nog maar wrijving waarmee het allemaal in elkaar blijft zitten. Bij een turbulente vlucht zou het pakketje uit je harnas kunnen vallen met alle gevolgen van dien.
  1. Chutehandle
Bij sommige harnassen (Woody Valley Tenax bijvoorbeeld) en/of sommige containers is het mogelijk om de handle zodanig te bevestigen dat het onmogelijk wordt om de chute te werpen. Als je de chute in z’n container verkeerdom in het harnas stopt, belemmert de lengte van bevestiging van de handle aan de container het dóórtrekken om de veer of pinnen uit de lusjes te trekken. Je handle staat dan als het ware ‘strak’ terwijl je nog verder zou moeten trekken om de borg los te trekken.
  1. Hulppin
De kleine elastieklusjes die de hele boel bij elkaar houden, waar een veer of kromme pinnen doorheen gaat om ze op hun plaats te borgen (zie vorige instinkerd), kunnen een crime zijn omdat ze tijdens de werkzaamheden steeds door hun ringetjes floepen. Om maximale irritatie te voorkomen steek je dan wel eens een stokje door de lusjes, dus eigenlijk halverwege de serie flaps waar ze uiteindelijk doorheen moeten. Als je vergeet zo’n hulppin weer te verwijderen merk je dat wel zodra je de veer/kromme pin wil plaatsen. Beter nog is om het niet te vergeten.
  1. Bevestiging aan het harnas
Vanwege de ervaringen van mensen die hun chute hebben gebruikt kies ik er voor om ‘m te bevestigen aan het harnas in plaats van de carabiner. Als je dat doet, is het wel zaak om goed te kijken waar je je chute precies bevestigt en hoe de vanglijn loopt. Zit ie min of meer in het midden tussen je schouderbladen, zodat je niet op je zij of je kop komt te hangen? Loopt de vanglijn niet onder je kin door of zodanig dat er allerlei lichaamsdelen worden afgekneld? Zit ie aan een structureel deel van het harnas vast?
Gelukkig heb ik m’n chute nog nooit nodig gehad en dat hoop ik zo te houden. Toch zou ik wel belangstelling hebben voor weetjes over het werpen, zoals de uitleg van Angelo dat de chute niet opent door de ruk die je met je gewicht aan het pakje geeft, maar door de luchtwrijving op de lijnen. Of zoals de vraag of je twee chutes tegelijk kan gooien, of dat ze dan in elkaar draaien. Of zoals de voor- en nadelen van je rits open trekken en je benen vrij maken voor de landing. En in hoeverre kan je nog sturen als je aan een geopende chute hangt?

16 oktober 2016

Na meer dan een jaar... Bruinehaar!



Supermooi weer, eindelijk weer eens in Bruinehaar, m’n thuisclub, fijn om een paar ouwe getrouwen te zien. De lucht bewoog niet maar er stond genoeg wind om in drie trekjes boven de 700 meter uit te komen, dus ik had alle tijd om videootjes te maken voor het vijftigjarig jubileum van de eerste delta. Geen overdreven goeie landingen maar ik land wel volkomen stressvrij, ook wat waard.



10 oktober 2016

Kosten en baten van een dagje oefenen



Heel geleidelijk ben ik een beetje m’n bezetenheid aan het verliezen. Ik schuif niet meer alles opzij (en beland dus in Parijs tijdens een schitterend oktoberwiekend) en ik rij niet meer als een kip zonder kop driehonderd kilometer, en weer terug, als ik bij voorbaat zeker weet dat er geen termiek zal zijn. Nou ja, niet meer altijd. Vrijdagavond liet ik nog een dagje Stadskanaal schieten omdat de kosten-bateninschatting wel erg dunnetjes uitviel (ik heb Rinus pas nog gezien dus daarvoor hoefde ik ook niet zes uur in de auto te kruipen) maar gisteren reed ik toch weer op en neer naar Maillen. Het is dichter bij en de kans op termiek is groter en de kans op harde wind is kleiner en het voelde toch alsof ik wat goed te maken had omdat ik laatst afzegde, maar met een aangekondigde noordenwind was er eigenlijk ook niet veel goeds te verwachten. Dat viel dan weer mee, starten kostte nauwelijks enige correctie en Jochen bleef zeker een uur hangen. Ik niet. Stephan zette me exact op 500 meter af in plaats van in een bel, dus ik tuimelde twee keer achter elkaar in een paar minuten naar de grond. Voor een weinig fraaie landing dwars over de baan – het was gelukkig erg rustig en Jochen en Koen deden hetzelfde, dat maakt het minder erg.

Bij het inpakken constateerde ik dat ik inderdaad, zoals ik eigenlijk best wist, m’n rechter tipstick niet goed in de leading edge had gestoken. Misschien kwam daar dat trekkerige gevoel vandaan. Suf dat ik bij het opbouwen/preflight niet meer moeite had gedaan om het goed te krijgen, het had veel heftiger effect kunnen hebben. Bij het vliegen, tenminste bij het klaar maken, heb je altijd twee stemmen: een verstandige stem in je hoofd die tot voorzichtigheid maant, en de onrust en drang en opwinding in je romp die maar één ding wil: de lucht in. Die de baten altijd weer enthousiaster voorstelt dan dat een kostenberekening kan counteren. 


Thuis in de straat liet iemand mij voorgaan en om hem  niet te lang te laten wachten probeerde ik vooruit m’n parkeerplek in te steken. Dom! Ik maakte een forse kras op de knalrode lak van een mercedes. De kosten van een dagje buiten spelen zijn weer eens enorm.

26 september 2016

Wiekendje Parijs




Een groot nadeel van onze internationale vliegvriendschappen is dat we elkaar nauwelijks tegenkomen als we een paar seizoenen niet dezelfde wedstrijden vliegen. Ik ben niet naar Macedonië gekomen, heb toch geen wiekendje Edinburgh gedaan, ga niet naar Australië dit jaar en waarschijnlijk vlieg ik nog het hele volgende jaar mijn Litesport zodat het niet voor de hand ligt om naar de VS te gaan. En Jamie crosst meer dan ooit de wereld over maar nauwelijks om wedstrijdjes te vliegen, dus we lopen elkaar steeds mis. Dus toen ze vrijdagavond via messenger riep Get your ass over here! sputterde ik voor de vorm nog wel even maar binnen een half uur had ik m’n Thalysticket en nog voor ik in de metro zat hadden zij en Kathryn en Trudy en Gary al plek voor me aan een lunchtafel in het Musée d’Orsay. Daar had ik in tien minuten kunnen zijn ware het niet dat ik eerst een metro de verkeerde kant op nam, toen een verkeerde deur doorging zodat ik ineens op straat stond en moest zoeken hoe ik het metrostation weer in kon, toen een uur in een tunnel vastzat zonder telefoonbereik omdat de C-lijn storing had, toen het museum niet in mocht met m’n rugzakje en als laatste het restaurant niet kon vinden. Never mind ik kon nog net een hap lunch naar binnen schrokken en de rest van de middag bekeken we afwisselend beroemde impressionisten en werkten we onze roddeltjes bij.
Kathryn de superbooker had de perfecte airbnb gevonden, een mooi appartement aan de Jardin du Luxembourg en voor ’s avonds reserveerde ze ook nog eens het ideale restaurant – vijf minuten lopen, gezellig, goed en betaalbaar. Zondag wandelde ik bij opgaande zon door het park waar alle bloemperken op hun mooist waren, vond een organische bakker open en scoorde ergens een pak koffie voor een fijn ontbijt met z’n allen (balkondeuren open, herfstzonnetje over de Boulevard Saint-Michel) totdat Trudy Gary naar het vliegveld moest brengen en wij de toerist gingen uithangen. Arc de Triomphe, Eiffeltoren, Lafayette (gesloten op zondag!), heel lange lunch op een vriendelijk terras en maar kletsen. Over de verzekeringsproblemen van de USHPA en de regels rond wedstrijden, over goeie landingen en motivatie om te vliegen, over vriendjes en piloten en parapenten en mode en de Brexit. Toen we geen stap meer konden verzetten was het tijd om weer naar huis te gaan, en in de tijd die het me normaal gesproken gekost zou hebben om m’n vleugel in te pakken en naar huis te rijden vanuit Maillen zat ik alweer op m’n fiets richting bed.

18 september 2016

Treurig



Wij Nederlandse deltisten hebben de onhebbelijke neiging om voortdurend anderen terecht te wijzen. Daarmee laten we zien hoe slim en keurig en goed we zelf zijn, het geeft een fijn gevoel van superioriteit boven de persoon die zich niet aan de voorschriften houdt. Ik heb me er ook wel eens aan bezondigd en zal me daar nog jaren voor schamen.
Gecombineerd met typisch handhavingsamateurisme waarbij regels doel op zichzelf worden leidt dat tot een erg nare mentaliteit. Door mijn werk weet ik hoe moeilijk het voor amateurs is om principes als comply-or-explain en pragmatische interpretatie van regels toe te passen, maar het maakt mijn ergernis er niet minder om. Helemaal als ik bedenk dat de betweters op het veld waarschijnlijk om het hardst klagen over regeltjes van de overheid.

Na 19 jaar heb ik mijn lidmaatschap van De Buizerd opgezegd en ik ben er behoorlijk droevig over. Maar de sfeer is er inmiddels niet meer één van een plezierige club waar we vooral proberen gezellig met elkaar fijn en veilig te vliegen. Juist in een kleine club als De Buizerd, waar je elkaar goed kent, kan er voldoende ruimte zijn voor flexibiliteit zodat je risico’s tot een minimum beperkt. Maar inmiddels zijn er dorknopers lid die niet begrijpen dat regels middelen zijn tot een doel, en dat dat doel – risico’s beperken – soms beter op een bij de situatie passende manier bereikt kan worden dan door rigide aan de eigen interpretatie van voorschriften vast te houden. De onaangename manier waarop bij de club tegenwoordig iedereen tot stiptheidsgedrag wordt gedwongen maken een dagje Moergestel een opgave.


Ik had juist erg mijn best gedaan om aan alle voorwaarden te voldoen, wat met mijn onhandigheid op soldeergebied vaak nogal lastig is. Twee headsets die Wouter voor me aangepast heeft werkten niet met m’n nieuwe radio, en de derde was nog nooit uit de verpakking geweest zodat er een te grote ptt-knop op zat. Maakt niet uit, Ruud zat op de lier en ik vertrouw hem, op basis van de vele keren dat we samen lierden. Ik vroeg hem dus om ouderwets op zicht te trekken in plaats van op mijn commando te wachten – in geval van nood kon ik hem zeggen te stoppen maar het traplieren gaat aanzienlijk efficiënter als ik niet naar m’n ptt hoef te zoeken of er met m’n rechterhand naar hoef te tasten. Als je het duidelijk afspreekt levert het geen enkel extra risico op. De zuurpruim die pas heeft leren vliegen toen Ruud mij al jaren de lucht in trok vond het echter nodig om me de wacht aan te zeggen, niet omdat ik gevaarlijk deed of iemand in de weg zat maar omdat ik het protocol niet tot de letter nauwkeurig volgde.

Ik had gewoon een tweede start kunnen maken en dan wel naar m’n ptt zoeken om ‘trekken maar’ te zeggen, maar ik pas er voor om als een kleuter in de hoek gezet te worden. Sommige clubleden vinden het misschien fijn om regelneef te spelen, ik besteed mijn vrije dagen liever aan lekker vliegen met maatjes.

12 september 2016

Pas op kijk uit



Ik geniet van de temperatuurwisselingen in het water, het gladde oppervlak, meerkoetjes in het gelid. De beweging en het gevoel van kracht, nergens pijn. Juist doordat ik naar een doel toe zwem (de overkant) kan ik eindeloos doorgaan, ik word niet moe. Borstcrawl heen, schoolslag terug en dan met de avondzon op mijn huid en de humor van La Pat in m’n oren windmee naar huis. Ik hoef niets, moet niets, geniet met mijn hele lijf: zintuigen, spieren, skelet. Ik laat mijn gedachten de vrije loop en bedenk dat vliegen, fietsen, zwemmen voor mij ongeveer hetzelfde zijn. Vrijheid en genieten.
En dat de man die licht hysterisch vraagt ‘wat als je kramp krijgt?’ hetzelfde doet als de omstanders die paniekerig alles eng vinden en ‘wat als de wind stopt?’ kwelen of de kennissen die me ervan proberen te weerhouden in het donker nog naar huis te fietsen. Mijn lichte ergernis als mensen mij avontuurlijk vinden.
Wie ‘wat als’ denkt kan niet genieten. En erger nog, ze proberen ook mij mijn vrijheid af te nemen.
De sensatie van de beweging, de ontroering om het uitzicht, de kracht van de inspanning, het gaat allemaal om de zorgeloosheid, om het pure, alerte, waarnemen. Afwezigheid van angst of verplichting. 

11 september 2016

Vliegshow




Vulkaneiffel

Rinus en Nico eerste rang

Door het waardeloze weer begin dit jaar had ik Rinus en Nico al tijden niet meer gezien, dus met redelijke weersvooruitzichten ging ik sowieso naar Bullingen dit weekend. Uiteraard op voorwaarde dat ik zeker een start zou kunnen maken, maar dat bleek geen probleem. Sterker nog, er werd me van verschillende kanten verzekerd dat ik de show had gestolen. De vliegshow, met vooral model jetvliegtuigen en ultralights. En dus wij, van twintig over twaalf tot twintig voor één, liefst moesten Frank, Rinus en ik ook binnen dat krappe window landen en dat dan bij voorkeur middenop de baan. Het was er perfect weer voor, zonnig en bijna windstil zonder een piepje termiek. Niet zo aantrekkelijk voor ons maar het gemis van termiek werd ruimschoots goedgemaakt door het applaus van honderden toeschouwers. Gelukkig landde ik elke keer goed en dat dan ook nog ns pal voor de plek waar de mensen achter de dranghekken stonden. Ze hadden nog nooit delta’s gezien werd veel gezegd, en al helemaal geen vliegende vrouw. Duitssprekend België is nog niet helemaal aangesloten bij de moderne wereld… Toen we er een paar jaar geleden waren voor de BeNecup waren er de hele dag mannen die mee buiten kwamen spelen, en ’s avonds ontdekten we in het clubhuis hun echtgenotes, die daar enorm aan het koken en poetsen waren.
Eigenlijk mochten we maar één start ieder, tussen de ultralights en de formatievluchten en kunstvluchten door (die overigens spectaculair genoeg waren om de dag sowieso geslaagd te maken). Maar we bedelden bij de programmaleider om wat extra slots zodat Frank om drie uur mocht mits hij buiten het veld zou landen, en ik om vier uur mits ik op het veld zou landen.
Vandaag was het minder, een dunne laag altostratus maakte het allemaal nog minder hoopvol. Ik startte makkelijk maar op een meter of honderd schoot door me heen hoe versleten mijn releasetouwtje is, dus ik begon maar vast om me heen te kijken naar waar ik zou landen als er nu iets zou breken. Een seconde later zag ik Rinus een bocht maken en nogal zakken, en ja hoor daar knapte de weaklink. Ik kon nog net het veld halen en crosswind (weer precies voor het publiek) op m’n voeten landen, en dat was het dan. De motor van de dragonfly had gehaperd, dat had ik helemaal niet gemerkt maar dat was dus het probleem. Ik pakte onder veel bekijks in en was nog mooi op tijd thuis om alles weg te ruimen.