26 juli 2021

Middenin de middeleeuwen

 



Het weer blijft ’s ochtends broeierig, ’s middags onweer en vanaf de namiddag zon. Ik wissel lezen af met wandelen. Toevallig lees ik een roman die in 1240 speelt, zo’n tweehonderd jaar nadat de gebouwen hier in Klausen/Chiusa werden opgetrokken. Het boek en het dorp zijn allebei modern maar de middeleeuwse sfeer is hier wel makkelijker op te roepen dan thuis. De streek klopt niet maar de bosgeuren en paden en muren van rivierkeien vast wel.

Zuid-Tirol staat helemaal tjokvol kerken, kruisbeelden, kapelletjes en passievoorstellingen onder een dakje. Bij die laatste valt me steeds op dat het niet over het lijden lijkt te gaan maar vooral over liefde en troost – een serie waar ik langswandelde bestond uit zeker tien, misschien meer, plaatjes waarop steeds iemand Jezus helpt z’n kruis te dragen of waarop hij juist een gelovige zegent. Mensen hier groeten elkaar ook meer met Gruss Gott dan met servus volgens mij, en ouderen gaan nog altijd zondags naar de kerk. Het past allemaal perfect bij het verhaal dat ik aan het lezen ben, over abdijen en bisschoppen en goddeloze ridders.

Laat in de ochtend reden we naar een startplek waar al zeker twintig schermen klaar lagen. Ik moet toegeven dat ik het Spaans benauwd krijg bij het idee dat ik met zo’n ding zo’n helling af zou rennen. Het werd er niet beter op toen een leerling een paar honderd meter boven de grond een paar gigantische inklappers veroorzaakte en zeker driehonderd meter verloor in een paar seconden. Volgens Peter, die nooit les heeft gehad, is het supermakkelijk maar hij heeft er geen idee van hoe goed ik dingen fout kan doen. Hij is zelf het type Bruce of Koos: je hoeft ‘m maar één keer te vertellen wat de bedoeling is en dan kan ie het gewoon. Bovendien vind ik parapenten gewoon doodeng, ik mis m’n aluminium frame en m’n snelheid nu al. Maar inderdaad, je kan altijd en overal schermvliegen en het ding is eenvoudig mee te nemen, dus het wordt toch eens tijd dat zelfs ik overstag ga.

Eerst maar  ns m’n boek uitlezen.

25 juli 2021

Regen

 

het huis is in duizendnogwat gebouwd en al generaties in de familie

ezels in het bos

Onweer davert door het dal, regen en rivier ruisen oorverdovend. Peter en Natasja wonen boven, Peters moeder hier op de benedenverdieping, en ik ben zojuist vanuit de tuin naar Luka’s appartementje gevlucht met een zalig boek waar ik me heerlijk in kan verliezen omdat er toch niks anders mogelijk is. Het zou ook nog wel even zo door kunnen gaan want van ons gezelschap van vier haken er nu twee af door landingsongelukken. Henk heeft aangekondigd dan maar bij z’n vriendin te blijven in Cortina in plaats van kamp op te slaan bij de Kronplatz. Ik geniet van een paar dagen helemaal niks doen. Op een ochtendwandeling na dan, we zouden paddestoelen gaan plukken maar er waren ons mensen voor geweest dus meer dan een handjevol was er niet meer. Voor mij maakte het niet uit, ik liet me door het hondje de hele berg oversleuren en leerde dat je hier absoluut niet midden door de bergweitjes mag lopen, omdat het gras en de bloemen veel te kostbaar zijn als veevoer.

24 juli 2021

Dolomiten

 



Ik had geluk dat de receptie nog nèt tien minuten na sluitingstijd toch nog open was, en dat ik het allerallerlaatste plekje kon krijgen. Ik had dan wel weer pech met dat plekje, de hele nacht auto’s die dwars door m’n tentje reden, snurkers, kerkklokken pal boven m’n hoofd ieder kwartier, laat spelende kinderen. Onweersverwachting terwijl ik het moet doen met ofwel een waardeloos minitentje ofwel m’n paleistent die ik echt niet in de stromende regen wil staan opzetten. En Peter in onzekerheid of hij wel naar huis zou komen en ik dus bij hem kon bivakkeren, en Jack Henk en Eppo vrijwel incommunicado met alleen een suggestie van Henk om ‘het landingsterrein’ te gaan bekijken. Wat ik suf genoeg nog ging doen ook, al had ik kennelijk de start ingetypt dus ik was al halverwege de berg op met een doorkokende motor toen ik me realiseerde dat ik daar geen landing zou gaan vinden. Een uur twijfel volgde, gelukkig was er een gruwelijke file zodat Waze me de geitepaadjes op stuurde en bij mij eindelijk m’n verstand weer aansloeg. Ik plempte de auto langs een bospad en stiefelde dwars door verrukkelijk geurende alpenweitjes het bos in. De weitjes staan vol met minstens twintig soorten bloemen, vol insecten en sprinkhanen (die had je vroeger overal, ik realiseerde me vanmiddag dat ik ze al jaren niet meer gezien heb) en vogels. Mussen, dat viel drie jaar geleden ook al zo op. Mussen die elkaar naar het leven stonden zo te horen, toch een interessant tafereeltje. Net toen ik op een bankje zat te verzinnen wat ik nou moest doen met drie dagen onweer in het vooruitzicht belde Peter dat ik bij hem kon. Natascha liet me binnen. De logeerkamers zijn omgebouwd tot een compleet appartement voor z’n zoon maar die is er nu niet dus nou mag ik er in. Peter was toen ie thuis kwam te moe om sociaal te doen en ik ook eigenlijk, dus ik heb met m’n vouwfietsje een paar keer op-en-neer naar de auto gereden, slalommend tussen de toeristen door, om wat bagage op te halen, een uurtje in de tuin zitten lezen en net te laat m’n boodschappen gedaan. Nat genoeg om me beter uit te kleden dus nu zit ik superdelux aan een koud biertje en nul verplichtingen.