16 september 2007

Eindelijk weer eens lieren in Nederland

Gisteren het broertje van Wouter mee voor een reportage die hij hoopt te verkopen aan een Haags krantje. Daardoor de hele dag vragen en dus proberen te formuleren hoe het is, dat vliegen, en waarom. Ik probeerde te beschrijven hoe het voelt om te spelen in een soort kijkdoos, vergissing natuurlijk want ik heb heel persoonlijke associaties met kijkdozen (vind ik prachtig) die niet iedereen deelt. De aarde, schitterend, prachtige kleuren en structuur en patronen, als achtergrond, ver weg. Wij drieën en een paar vogels in de glasheldere lucht zijn het enige wat beweegt, de drie dimensies zijn oneindig en maken een gigantische lege ruimte waarin alleen wij, heel klein, bestaan. Ik zie de zon spiegelen op de leading edge van de andere delta. De parapent draait rustig grote cirkels naar me toe. Een vogel vliegt in een rechte lijn, lijkt ons niet op te merken. Ik hoor en voel alleen mezelf, ben druk bezig om het belletje vast te houden en alles om me heen is stil.

Matthijs vroeg waarom ik vlieg. Moeilijke vraag, het antwoord was natuurlijk omdat ik niet anders kan en wil, omdat ik het altijd heb gewild, omdat ik de hoogte in wil en echt wil vliegen zoals een vogel zoals een zwemmer in de lucht. Daar nam hij geen genoegen mee, ik moest me nader verklaren. Vliegen met een zeilvlieger is ècht vliegen, je vliegt met je lichaam je hele lijf doet mee en het zijn de bewegingen de inspanningen van je lijf die maken of en hoe je beweegt in de lucht. Het is niet een vliegmachine waar je in zit, je bent zelf de vlieger. En natuurlijk het vooroverliggen, vliegen met je hoofd naar voren en je gezicht naar beneden, volgens mij de enige echte vlieghouding. Die twee aspecten maken dat ik nooit iets anders zou willen dan zeilvliegen, niet parapenten omdat je dan achterover zit en niet rigid of zweefvliegen omdat je dan niet met je lijf stuurt maar met een stick of met flaps. En natuurlijk al helemáál nooit gemotoriseerd, het idee!
Grappig dit is de eerste keer dat ik zelf begrijp waarom ik zo monomaan alleen maar wil zeilvliegen.

03 september 2007

Slechte score

Ik ben geëindigd als 55e van de 62, iedere dag binnen anderhalf uur uitgezakt een paar keer niet eens de startcirkel gehaald. Heel slecht, maar ach ik heb gevlogen en bijna zonder schade (ok paar blauwe plekken) geland. Ik weet dat het een compleet mentaal verhaal is, best gek dat het dan toch zo lastig is om er iets aan te doen. Wat me nu echt de das om heeft gedaan denk ik is m’n focus op grote vrije landingsterreinen. Ik durf gewoon nergens heen tenzij ik heel hoog zit, en zodra ik een pietsie hoogte verlies keer ik richting een aantrekkelijk terrein.
Na m’n crash bij Aspres vier jaar geleden ben ik voortdurend bezig geweest om m’n landingstechniek te verbeteren. In december was ik daar nou net mee bezig maar wel op de verkeerde plaats zodat ik hard tegen de helling aanpletterde en twee ribben brak, een boel kneusde en vooral een enorme angst voor de landing opliep. Ik ben toen meteen zoveel mogelijk gaan vliegen en landen, ik wilde voorkomen dat die angst zo diep zou gaan zitten dat vliegen een probleem zou worden. Deze week had ik het er met Kristoffer over die er in december ook bij was, hij was toch wel verbaasd over het totale gebrek aan hulp van Koos toen. Die liet me in de steek, ging zelf van Gourdon vliegen (ik oefende vanaf Kennedy) en advies of hulp kwam alleen met de grootste tegenzin. Nu achteraf vind ik het vooral ontzettend zonde dat ik toen die week niet voortdurend begeleide landingen heb gemaakt, zodat ik eindelijk eens m’n techniek weer had kunnen opvijzelen. Het probleem is dat ik dat wel bij een instructeur kan doen (maar ja wanneer? ) maar eigenlijk had ik alleen vertrouwen in mijn held Koos. Ten onrechte dus.

01 september 2007

Taak 4

Het wil maar niet lukken. Gisteren was ik redelijk uitgeslapen, overal ontwikkelden flinke cumulus en er stond weinig wind op de start. Wel raar, op de camping was het al flink aan het blazen, de wolken kwamen uit het noordoosten aandrijven en op starthoogte was er alleen een rustig westenwindje. Je dreef ook met de bellen naar het noordoosten toe, waar dus die wolken vandaan kwamen. Vreemd. Overal bubbelde het een beetje omhoog, zonder echte kernen, waardoor de gaggles nogal ongeorganiseerd waren. Twee keer moest ik heftig reageren om niet tegen iemand aan te botsen, te spannend naar mijn zin. Toen ik precies om 14:00 op de exitcirkel zat en iedereen terugvloog naar een mooie wolk vond ik het daarom wel lekker eigenlijk om op m’n eentje vooruit te vliegen. Stom, er stonden nauwelijks wolken boven de Coup en al helemaal niet verderop boven het dal van Digne, dus ik zakte er langzaam maar zeker echt uit. Bovendien ben ik deze hele week al lui. Normaal vecht ik tot ik kapot ben, nu geef ik al meteen op als ik er voor moet gaan werken. Lui, moe en toch ook wel heel erg gespannen over de landingen. Terecht deze keer want ik landde met een heel klein beetje wind in de rug, besefte ik later toen m’n vleugel bij het inpakken begon te wiebelen. Maakte bijna een overshoot op een megalang terrein met droguechute, whackte hard en nu heb ik hoofdpijn en een dikke arm. Maar geen schade aan de vleugel gelukkig dus ik kan vandaag gewoon nog een laatste poging doen om niet als alleralleronderste te eindigen.

31 augustus 2007

Taak 3


Het is net een dorp zo’n camping waar alleen wedstrijdpiloten en een enkele bejaarde camper staan. Goedemorgen Craig goedemorgen Steve, did you sleep well, didn’t fly yesterday? Lekker kleinschalig. Woensdagavond hadden we een feest bij Mark Taggart op de berg hier tegenover, waanzinnig mooie lokatie maar een verschrikkelijk lelijk huis. Overdag was ik met Dave en Paul naar Marseille. Ze zetten mij ergens in de stad af en gingen op zoek naar het ziekenhuis om Sam op te zoeken. Tegen de tijd dat ik een bijna complete nieuwe outfit bij elkaar geshopt had, ik hoefde alleen nog slippers, pikten ze me maar weer op omdat ze niet door het verkeer heen konden komen. Ik voelde me net pretty woman, een beetje met m’n creditcard zwaaien en steeds meer tassen vol kleren verzamelen terwijl mijn twee chauffeurs voor me rondreden. Het feestje was vervolgens veel te gezellig, behalve Jacques Bot dan die hyperirritant aan me bleef plakken, en om vier uur werden we eruit gegooid.

Geheel tegen de verwachting in werd het perfect vliegweer, mooier dan ik in maanden gezien heb, het klopte dus maar weer dat je de meteo kan beinvloeden door jezelf ziek te drinken. Ik twijfelde of ik wel moest gaan vliegen maar het zag er zo mooi uit en de taak was zo haalbaar, ik zou het mezelf nooit vergeven als ik in ging pakken. In de lucht bleek ik toch teveel hersencellen verloren te hebben, direct na het eerste keerpunt bij Barrème zakte ik eruit. Gelukkig met vier anderen, inclusief Oliver waar ik tijdens het feest erg leuk mee had zitten praten. We voelden ons allemaal heel heel heel erg stom, ik nog het meest want ik had beter moeten weten en bovendien sta ik zo ongeveer als allerlaatste op de scorelijst dus ik had ook een goeie vlucht nodig. Nou ja, het leverde wel een snelle retrieve op.

Vandaag ziet het er ook niet half zo slecht uit als de voorspellingen hadden gemeld, er hangt zo’n vierachtste altostratus en het komt een beetje uit het noordoosten. Ik heb iets meer geslapen en veel minder gedronken, maar als we starten zal de taak wel weer langer zijn dan gisteren. Ach ja.

29 augustus 2007

nattigheid

Het druppelt, er hangt een behoorlijk dikke laag stratus. Gistermiddag heeft Sam z’n nek gebroken, hij en Shedzy en Ben en Mike vlogen naar Digne en hij landde downwind. Hij heeft nog rondgelopen en door de radio gebabbeld maar het deed toch teveel pijn, dus nu ligt ie in het ziekenhuis in Marseille. Iedere dag een ongeluk, dat gaat niet goed. Vandaag zal er waarschijnlijk niet gevlogen worden, ook niet goed.

28 augustus 2007

gecancellde dagen


Taak drie ging niet door omdat we allemaal wat voorzichtiger zijn geworden na al die tumbles. Het waait stevig uit noordwestelijke richting, het is bloedjeheet en waarschijnlijk zijn er goeie bellen, dus alles bij elkaar weet je eigenlijk wel zeker dat het fors turbulent zal zijn. Het is altijd een van de allermoeilijkste dingen in vliegen, besluiten om niet te vliegen. We stonden klaar opgebouwd op de berg, het ziet er eigenlijk harstikke mooi uit, je kan zeker starten, allemaal goeie redenen om van de berg af te stappen. Bovendien heb ik nog niet een goeie vlucht gehad hier en morgen wordt het waarschijnlijk slechter. Maar aan de andere kant, ik was zelden zo weinig gemotiveerd en dat had waarschijnlijk toch wel te maken met de bijzonder spannende landingen. De meesten hebben ingepakt, ik uiteindelijk ook, en inmiddels staat het behoorlijk te blazen hier op de camping. Maar de jongens die wel zijn gaan vliegen hebben waarschijnlijk een fantastische dag, en daar was een chauffeur bij. Nou ja ik heb alles heel, dat is belangrijk.

Maandag

De wind was nog sterker en nog noordelijker gisteren, de lucht helderder dus de bellen sterker en turbulenter. Nou ja ik zoek redenen waarom ik er voortdurend uitzak, maar tja de jongens die wel doorvlogen zaten op 4000 meter in heel rustige lucht. Na twee pogingen om hoog bij de antenne aan te komen, weer terug hoogte tanken bij de start, weer naar de antenne, weer naar beneden pletteren in de rotor achter Lambruisse, gaf ik het gewoon op. Niet moe ofzo ik gaf het op, ik geloofde er totaal niet meer in. Een kwartier na mijn – erg spannende – landing werd de taak gestopt om veiligheidsredenen, en later hoorden we dat Ron Richardson bij Colmar in een boom hing. Hij is ok maar het heeft niet veel gescheeld, zonder parachute in een boom terecht gekomen. Ook anderen vertelden dat ze radicaal naar beneden doken, onze-lieve-heer dankend voor de sprogs.

Rinus had enorme pech, op de start kiepte de wind zijn vleugel om en die kwam op een grote scherpe steen terecht, dus nou heeft hij een groot gat in z’n zeil en een scheve vleugel. Inmiddels heeft Ropje de vleugel wel weer symmetrisch gekregen maar echt mooi is het niet meer. Egbert haalde Allons maar had lege batterijen, dus die krijgt ook al geen punten.

Als het vandaag weer zo spookt start ik niet eens.

26 augustus 2007

British Open taak 1


Het was erg warm vandaag, benauwd, maar toch trok de wind nogal aan westnoordwest. De taak was naar St. Vincent en terug, ik had er eigenlijk niet zo heel veel fiducie in want ik durf niet het hooggebergte in zonder dat ik een landingsmogelijkheid in het zicht heb, en ik begrijp dat er een stuk na de Cheval Blanc is waar je echt niet kan landen en zeker niks kan zien. Ach ik denk ik zie wel hoever ik kom, misschien kom ik skyhigh en dan is het straks gewoon een eitje. Ik was een van de eersten van de berg af ook al deed ik zo rustig mogelijk, ging harstikke goed omhoog en ik stak op dezelfde hoogte als anderen richting de antenne. Ongelooflijk wat het verschik in prestatie is, anderen gaan veel en veel sneller en blijven dan ok nog veel beter op hoogte. Ik moet echt een nieuwe vleugel! Na de bel boven de start was het niks meer, harstikke turbulente gemene kleine belletjes die na een halve slag alweer ophielden, forse sink, en hele stukken gewoon niks. Drie kwartier dobberde ik op en neer over de ridge, meestal net onder tophoogte soms even erbovenuit. Ik zag wel een gaggle ploeteren boven de antenne maar ik durfde er net niet heen, ze gingen niet echt goed omhoog en ik wist dat het daar doorgaans flink turbi kan zijn, en bovendien zijn de landingsterreinen bij Lambruisse niet echt om over naar huis te schrijven en dan heb je ook nog niet meteen een lift want er komen geen auto’s langs. Afijn om een lang verhaal kort te maken ik zakte er dus uit. Ik wilde terug naar de start om daar opnieuw hoogte te tanken en het dan gewoon opnieuw te proberen, maar ik zat honderden meters onder de start toen ik daar aankwam dus ik stak maar gelijk door naar de camping. Als eerste op de grond, en dan ook nog zonder de startcirkel gehaald te hebben. Ik baal ontzettend maar het was wel een moeilijke dag, Pedro de Spanjaard is getumbled bij Lambruisse dus het was daar inderdaad heftig.

Ropje en Egbert zijn bij St. Vincent uitgezakt, ze hebben een lift met het team van Dave Shields, Rinus stond bij mij omdat z’n gps het niet deed en Paul heeft goal gehaald. Ach nou ja ik heb alles heel, morgen weer een poging.

25 augustus 2007

St. André zaterdag


De hele weg hierheen zat ik te miepen hoe ik hoopte dat er misschien een Yvon of Hedder hier zou zijn, alles in en aan m’n rug deed pijn en ik weet dat sjouwen met vleugels het er niet beter op maakt. Sta ik op de camping kennis te maken met wat Britten, staat er een auto voor m’n neus met een reclame over backpain. Afijn, die was van Steve (even namen oefenen) en die heeft me net een half uurtje geduwd en gekneed, en voor het eerst in tijden kan ik m’n schouder weer helemaal bewegen. Geweldig!

Het is al erg gezellig, ik heb een paar bekenden weer ontmoet en vooral heel veel nieuwe namen en gezichten geleerd, en dan zijn er ook nog twee meisjes die helaas niet met de wedstrijd meedoen maar die wel vliegen. Vipri, een Finse die Christine weer kent uit Slovakije, en Connie die in Neumagen en Serrig vliegt. Dave Shedzy Shields, ken ik uit Oostenrijk, Richard Lovelace net terug uit Texas, John Aldrich en Sheila die ik de groeten van Fifi en Sjors heb gedaan, m’n nieuwe vrienden Jean-Marie en Gérard en ene Don die met een parapente + harnas van in totaal 7 kilo vliegt (hij zag er zelf niet veel zwaarder uit). Die laatsten heb ik ontmoet dankzij het uitzakken, na een hyperkort vluchtje van zo’n drie minuten was ik pak ‘m beet drie uur met de retrieve bezig (lopen/liften naar de camping, auto ophalen, vleugels opladen en weer naar de camping). Ach nou ja eigen schuld ik startte te vroeg. Ik moest wel aan Harry denken maar er waren al wat parapents in de lucht waarvan er een paar ook wat hoogte pakten, en bovendien ben ik tegenwoordig helemaal niet meer onzeker over het uitzakken. Ik vlieg nog steeds niet erg denderende afstanden en tijden, maar bij de start uitzakken overkomt me gewoonlijk niet meer. Nu dus wel en het was eigenlijk heel gezellig. Er zakten er veel uit en de lucht was ook een beetje melkig, dus ik voelde me niet overdreven dom.

Inmiddels is iedereen gearriveerd, Adri en Paul halen hun vakantie in nadat Pauls netvlies van z’n ogen afviel vorige maand. Hij is nu vrijwel hersteld, heeft wel een bril maar dat staat ‘m eigenlijk heel goed en hij kan gewoon rijden en vliegen. Ropje en Rinus zijn er net, Rinus heeft z’n vleugel aan Ropje opgeofferd toen die schade had na een slechte landing voor de NK, nu wil hij ook wel ns een wedstrijdje vliegen denk ik. En Egbert en ik dus, Egbert is een van de liefste Nederlandse piloten (tenminste dat denken we allemaal omdat niemand hem kan verstaan, hij is Zeeuw). Zelden iemand meegemaakt die zo een heer is. Voorkomend, hulpvaardig, altijd vriendelijk. En hij heeft een gloednieuwe WillsWing T2 en daar vliegt ie de sterren mee van de hemel. We hebben een paar jaar ongeveer gelijk gescoord maar ik voorzie dattie me nu ruimschoots voorbij gaat vliegen. Prima, als hij me maar ophaalt als ik buiten ben geland, dat is nog wel een probleempje we hebben geen retrievechauffeur. Adri heeft er natuurlijk geen zin in om een week door Frankrijk te crossen als Paul doorgaans gewoon op goal staat, en de Britten organiseren niks. Lokaal is er niemand meer te krijgen dus Egbert en ik hebben allebei een mooi liftbordje in ons harnas. Het zal wel lukken.

23 augustus 2007

St.André alweer



Woensdag
Net heb ik de laatste dozen uitgepakt zodat ik gauw in kan pakken. Zondag verhuisd, nu nog even de sleutel inleveren van de Kazernestraat, en dan met Egbert Paul de Gier Rinus en Ropje naar St.André voor de British Open. Ik heb er wel zin in na al dat geverf en gesjouw. En het is wel een leuk idee dat er een compleet huis met tuin en vleugelophangtakelinstallatie klaar staat als ik terug kom.
Hopelijk wordt het een beetje goed vliegweer, hopelijk maak ik alleen maar goede landingen, hopelijk vind ik elke dag een lift enz.


Donderdag
Net aangekomen na 13en een half uur rijden, tentje opgezet tanden gepoetst en nou nog even bloggen. Het is koud, ik ben vergeten om een trui mee te nemen. Ben eigenlijk wel heel erg veel vergeten, fietsie verlengsnoer batterijen bril petje zonnebrandsmurrie. Nou ja ik heb in ieder geval m’n vleugel harnas en helm en het ziet er naar uit dat het morgen droog is hier. Komt wel goed dus.

11 augustus 2007

Klussen ipv vliegen


Bevangen door de dampen van thinner, lak, ammoniak en peut weet m’n hoofd niet of het enorm pijn moet gaan doen of gewoon van m’n nek af moet zweven. M’n oren ringen van de schuurmachine (aha! Dáárvoor dienen die gehoorbeschermers!). M’n rug protesteert steeds heviger tegen het dag in dag uit tillen bukken boenen. Het ziet er uit als prima vliegweer en ik ben me erg bewust van de wedstrijd in Texas, maar ik sta te verven in plaats van te vliegen. Helemaal normaal ben ik dus niet. Maar mooi dat het wordt! Het blijft iedere keer als ik binnenkom een klein feestje, steeds een stukje meer af en helemaal van mij. Nog zeven nachtjes slapen…


03 augustus 2007

foto's

http://s78.photobucket.com/albums/j116/Hadewych/NK%20St%20Andre/

vliegen of verven?

Afwegingen, dilemma’s, twijfels… ingewikkeld allemaal. Aan de ene kant vind ik St.André gewoon geen geschikte wedstrijdstek, er zijn te weinig landingsmogelijkheden en soms zijn zelfs de grote terreinen gevaarlijk. Aan de andere kant heb ik afgelopen week erg voorzichtig gevlogen, dat kan ik dus, en dan toch een leuke wedstrijd vliegen (maar wel abominabel scoren). Dan hebben we nog m’n huis, waar ik wat tijd in zou moeten steken maar jeetje ik vind wedstrijdvliegen zo verschrikkelijk leuk. Vliegen is al goed, wedstrijdvliegen is helemaal geweldig vanwege de sfeer, de uitdaging, de inspanning en concentratie die het vereist. Maar maar maar als ik op m’n eentje de veertien uur naar St.André moet rijden heb ik er dagen extra voor nodig, en de Britten organiseren ook al geen retrieve. Ik ben dus enorm aan het dubben of ik eind augustus mee zal gaan doen aan de British Open in St.André. Ach nou ja eigenlijk is de beslissing al genomen, ik moet alleen nog iets regelen voor m’n vervoer. Het verven van al die enorme muren in m'n kast-van-een-huis komt later wel.

28 juli 2007

laatste dag

Ik besloot om de confrontatie maar aan te gaan, maar dat kostte toch teveel. Ik stond dus behoorlijk brak op de berg, en de wind nam snel toe. Wat een lastig dilemma, ik ben lid van de veiligheidscommissie maar ik heb geen benul. Normaal gesproken luister ik naar de overwegingen van Mart en Raymond en probeer daar van te leren. Maar Ropje adviseerde me terecht om vooral te bedenken of ik zelf zou willen vliegen als het geen wedstrijddag was. Vandaag was dat erg twijfelachtig maar dat had natuurlijk ook te maken met m’n gebrek aan slaap. Dus besloot ik om juist vroeg te starten, voordat de wind het onmogelijk zou maken, en eventueel vanuit de lucht nog te melden of het idioot werd. Dat bleek uiteindelijk niks te worden want er werd veel gepraat op de radio zonder dat ik het kon verstaan, dus ik zette ‘m uit.

Het kost me altijd even om helemaal goed in m’n harnas te liggen, lekker de lucht te voelen, compleet te focussen op het vliegen. Dat ging eigenlijk best makkelijk en we soarden eenvoudig tot een meter of honderd boven start. Er zat ook prima termiek, best hard maar niet turbulent, en het ging ook niet hoger dan 2000 meter. Ik zag wel dat er na de eerste tien, vijftien piloten niemand meer de berg af kwam maar waarschijnlijk stond de wind cross ofzo. Na drie kwartier rondhangen mocht ik starten, dus ik vloog de startcirkel in en bekeek waar het eerste keerpunt lag. Niet te bereiken. Een paar kilometer over the back en dat met die belachelijk harde tegenwind, no way. Ik voelde me toch best moe dus dit vond ik wel een geschikt moment om dan maar te landen. Geen wedstrijd meer, helaas, maar het was toch echt een beetje aan het randje om in de lucht te zijn. Pas boven het landingsterrein zag ik dat alle toppers er al stonden, kennelijk was de taak gecancelled. Het landen zelf was geen feest maar ging goed. Even later pletterde Moniek gevaarlijk tegen de grond. Toch weer een goede beslissing dus, om te stoppen met vliegen. Geen punten helaas.

Vanavond prijsuitreiking, morgen naar huis. Misschien wordt het nog leuk, er zijn erg veel mensen die me op allerlei manieren steunen. Troost, afleiding, zorg, helemaal perfect. Maandag weer werken.

Derde taak

Donderdag werd ons de mooiste dag van de week beloofd, maar bij de start zag het er maar matig uit. Strakblauwe lucht, de parapenters kwamen niet erg hoog. Ik startte dus maar eens niet als eerste of tweede, maar toch vroeg. Meteen vond ik een belletje waar ik heel rustig in omhoog draaide, ondertussen andere piloten aantrekkend die me af en toe ook inhaalden op weg naar boven. Op 2800 meter zat de gaggle en daar liet ik me erg door afleiden. Gaggles bij een NK zijn vaak nogal chaotisch, er vliegen een paar piloten mee die weinig ervaring hebben en die dan geen mooie cirkels om elkaar heen draaien. Bovendien zat iedereen op dezelfde hoogte. Ik vloog dus een stukje weg, ging er van uit dat ik het snel wel weer op zou pakken, maar ik verloor veel hoogte en heb dat niet meer terug kunnen pakken. Lager dan 2800 durfde ik niet rechtstreeks naar de Cordeill te steken, als er sink of tegenwind zit dan haal ik het niet en dan wordt het crashen in de kloof. Ik zag wel een wolkje middenboven de kloof met een paar delta’s heel hoog, maar deze dag ging ik het risico niet nemen dat ik dat belletje niet zou kunnen pakken.

Daarna heb ik twee uur langs de ridge gezocht naar een bel die me naar wolkenbasis zou brengen, maar ik kon niets centreren en ik werd steeds moeier. Uiteindelijk zag ik een mooi wolkje boven La Mure, m’n laatste kans. Ik werd echter binnen een seconde met plus acht of negen links omhoog en direct daarna naar rechts beneden gesmakt, nog nooit heb ik zo dicht bij een tumble gezeten. Het was de radicaalste wingover die ik ooit heb gemaakt en ik vond het niet leuk. Met moeite ontsnapt aan dat ding en daarna maar geland op het doelveld, zonder zelfs maar de startcirkel gehaald te hebben. Daar ben ik blijven kijken naar de finish van de twaalf piloten die na twee-en-een-half uur wel doel haalden, altijd een schitterend gezicht. Iedereen had grote moeite met de landing en de gruwelverhalen over bizarre turbulente bellen waren overal. In jaren niet zo slecht gevlogen maar ik heb er geen spijt van.

26 juli 2007

NK taak twee

Ik ben er altijd van overtuigd dat er tijdens een vlucht geen gedachten emoties problemen zijn maar soms is dat toch een leugen. En van het grienen word ik ook een beetje raar. Dus gisteren voelde ik me sowieso niet normaal, m’n kop m’n lijf voelden raar, ik vloog voortdurend in de buurt van Koos wat toch erg afleidt en de lucht was ook nogal heftig. Kneiters omhoog maar ook keiharde klappen, een paar keer knalde ik met een harde twang van de zijkabels een stuk gewichtloos in m’n harnas. Heel erg vermoeiend. Terwijl het begin zo makkelijk was, bij de start schoot m’n neus omhoog en draaide ik in no time naar wolkenbasis op 3000 meter. Drie kwartier wachten tot de startgate open was, toen met de kopgroep mee naar het eerste keerpunt. Daar draaiden we allemaal min of meer tegelijk om naar het volgende keerpunt, maar dat was tegen de wind in en dan wreekt zich mijn lichte gewicht en oudere vleugel. De toppers schoten vooruit, ik krabbelde, fors sturend want m’n vleugel wil voortdurend naar links, in een omweg (ik durf niet dwars over een onlandbaar gebied heen) naar het keerpunt. Daar weer hoogte gewonnen, terug naar de bel bij Thorame Haute, een half uur keihard werken om op wolkenbasis te komen en toen door naar Allons. Daar kwam ik maar net genoeg over het riggeltje heen om te zien dat er inderdaad een landingsterrein lag, en na drie uur in de lucht was ik zo harstikke moe dat ik er geen werk meer van maakte om omhoog te komen. Ik rotorde naar beneden, was zo bang voor de landing (ik werd echt alle kanten op geslagen) dat ik mezelf hardop toesprak om snelheid te maken en rustig te blijven, en zette ‘m op z’n wielen drie velden verderop dan m’n beoogde landingsterrein neer. Ik stond nog na te hijgen en te bibberen toen Holger ook hard naar beneden knalde, hij viel gewoon twintig meter uit de lucht gelukkig kreeg hij vlak boven de grond weer wat snelheid zodat hij pijnloos op het veld stond. Twee keerpunten, 58 kilometer, achttiende plaats.

24 juli 2007

Drie dagen gecancelled


Al drie dagen wachten tot de wind gaat liggen. Saai. Hier Rob die eindelijk pas z'n harnas uit de regen gaat halen als het al plenst.

21 juli 2007

Eerste wedstrijddag

Hoe moet ik dit nou nog uitleggen? Dat het toch echt een gave sport is. Doodmoe, vijf uur op de ophaal zitten wachten we stinken hebben het koud zijn elkaars grappen zat en hebben een paar vieze pizzas op, we weten dat we bij lange na niet bij de top-helft zitten want we hebben er een hoop terug zien komen van het eerste keerpunt en terug op de camping blijkt het scoringsprogramma niet te werken. Die arme Henk Lucardie, die ik als nieuwe scorer hier heen heb gelokt, ziet er doodmoe en ongelukkig uit. Peter Nauta onze topchauffeur (sinds GertJan pleite is) is sjagrijnig want hij heeft sinds negen uur vanochtend alleen maar gereden en starthulp verleend. Busje twee is nog niet eens terug.

Ik startte als tweede of derde, draaide met Koos best leuk omhoog maar zoals altijd: Koos draait zonder problemen door naar wolkenbasis en ik zak weer honderden meters onder de start weg. De termiek was – voor mij althans – behoorlijk heftig af en toe donderde ik vertikaal naar beneden, dus ik was al moe voordat de wedsrijd echt begon. Op een bepaald moment besloot ik dan maar te gaan landen, vanaf dat moment ben ik toch heel langzaam en linksom (draairichting was natuurlijk rechts vandaag) omhoog geschroefd. Iedereen was al lang en breed weg en ik wist wel dat ik eigenlijk door moest werken tot de wolkenbasis maar ik bracht het niet meer op, was al een uur bezig. Het volgende dalletje zakte ik er weer bijna uit, nu was er geen fatsoenlijk landingsveld meer. Toch maar richting een mogelijk weitje, en ja hoor opnieuw pakte ik een 0,1 en tot m’n grote opluchting kwam ik over de riggel heen zodat ik in ieder geval het landingsterrein van Thorame kon halen. Ondertussen waren de batterijen van m’n gps opgegaan dus ik wist niet waar ik heen moest. Met een hoop hoogteverlies zitten eikelen tot ik m’n foretrex uit m’n zijzakje had geplukt, de nieuwe knopjes bestudeerd en net zolang zitten eikelen tot ik een goto had gevonden zodat ik in ieder geval wist welke kant ik ongeveer op moest. Toen weer op zoek naar termiek. Op dat moment zag ik in de verte Koos van het eerste keerpunt aan komen speren. Natuurlijk draaide hij wel omhoog op een plek waar ik niks kon vinden. Met een paar gieren kwam ik toch nog het volgende dal in, maar daar raakte ik in de stress omdat ik maar een mogelijk landingsterrein zag. Daar raak ik dan zo op gefixeerd dat het gewoon trekt. Dus na anderhalf uur vliegen en maar een paar kilometer van de taak rotorde ik snel naar Colmar, waar Rob de Regt al stond en Rob (even zwaaien op final) en Johnnie Baas snel na mij erbij kwamen. En nu dus eindelijk terug, gauw een beetje zweet afspoelen en slapen.

18 juli 2007

18 juli

Vandaag zetten we een taak naar de Dormillouse uit, de meteo gaf fantastisch weer op met termiek tot vier, vijfduizend meter. Ik was als eerste de berg af, had niet goed gekeken waar de parapenters omhoog gingen en moest dus weer flink ploeteren om omhoog te komen. Hoger dan drieduizend meter lukte me niet en ik realiseerde me tijdens deze vlucht dat ik kennelijk oud begin te worden, want af en toe was ik gewoon soort van bangig. Bizar. Knijpen in m’n bottombar en m’n hart in m’n keel. Heb ik eigenlijk nooit, ik ben bang voor het landen maar niet in de lucht, niet voor turbulentie of heftige termiek. Maar hier is de lucht echt groot, je wordt af en toe heel erg op je kant gegooid en een paar keer lijkt het erop of je over de kop zal slaan. Het helpt natuurlijk niet dat ik de vleugel zo weinig onder controle heb nu die veel te groot voor me is. Afijn, als rechtgeaarde landingsschijterd hield ik het ook voor gezien voor de Cheval Blanc. Ik kon niet hoog genoeg komen om over de rand heen te kunnen zien of er achter de berg geschikte landingsterreinen lagen, en om om te draaien naar het veilige Thorame tegen de wind in, moest ik toch ruim op tijd besluiten dat het tijd werd om op te geven. Zonde. Na vijf kwartier vliegen stond ik in Thorame. Kort daarna landden er vier Fransen, waar ik een lift van kreeg terug naar de camping waar Ad, Jacques en Han inmiddels zijn gearriveerd. Heerlijk, allemaal goede vrienden om me heen. Frankje en Rob zijn al goed voor me, de drie stoute mannetjes erbij maken het compleet. Ik kan van tijd tot tijd bij ze uitsnikken en verder bespreken wij uren, dagenlang, seks, drank en slechte landingen. Zo komt een mens wel over liefdesverdriet heen.

17 juli 2007

17 juli

Het waaide vandaag iets minder hard, meteen is het ook termischer en dus vlageriger. Terwijl we stonden op te bouwen probeerde een parapenter weg te komen. Als je dat getob ziet ben je toch weer dankbaar dat je gewoon kan deltavliegen jeetje wat ziet dat er naar uit. Sommige van m’n beste vrienden zijn parapenters maar het is toch een afwijking, om aan zo’n kreukelig lapje een berg af te springen. Niet-vliegers beseffen denk ik niet hoe groot en sterk en zwaar de lucht kan zijn, het is een reus die je kan verpletteren als je niet een beetje geinig meespeelt. Onder een delta is dat al erg indrukwekkend, maar zo’n flipflopgeval brrrr. De man viel na een half uur ellende eindelijk de lucht in, knalde hevig pendulezwaaiend net niet tegen de bomen aan en landde gelukkig snel.

Ik was snel daarna klaar en hoewel Harry me ooit – terecht – verboden heeft om als eerste te starten wilde ik nu toch niet meer wachten. Er zat een delta in de lucht, geen idee waar die vandaan kwam, ik had aan de schermvlieger kunnen zien dat het goed omhoog moest gaan en ik ben trouwens ook wel echt over m’n uitzak-fixatie heen. Niet dus. Ik startte en begon er zowaar uit te zakken. Dat zal me toch niet gebeuren zeg! Na lang heen en weer gezoek toch een kneiterbel gevonden, dit was bijna weer tè maar ik hield ‘m vast en uiteindelijk zat ik op 2800 meter (onder Tanno die me dan toch weer snel inhaalt). Bij het steken verloor ik echter alle hoogte razendsnel en bij gebrek aan acceptabele landingsterreinen keerde ik dan maar om. Dat werkt zo vreselijk demotiverend dat ik de prachtige bel van drie kwartier daarvoor nu niet meer echt serieus probeerde te pakken, dus ik zakte er nu echt uit. Nou zit ik om vier uur uitgevlogen en ingepakt op de camping, gek. Zo vroeg, zoveel tijd, dan maar blablaverhalen voor m’n blog schrijven…

16 juli 2007

St. André-les-Alpes

Nog heter dan gisteren, en het waait nog net iets harder. Tegen de tijd dat ik klaar was om te gaan starten was het zo aan het blazen, dat ik besloot om maar weer in te pakken. Het zag er allemaal niet slecht uit, maar ik voorzag weer drama om m’n vleugel om te draaien, op te pakken en stabiel te krijgen op de gladde helling met de veel te sterke wind. Gisteren heb ik twintig minuten staan eikelen voordat ik eindelijk m’n vleugel zo in m’n handen had dat ik kon gaan rennen. De start zelf gaat dan wel uitstekend, maar ik was al moe voor ik begon op die manier. Dus nu ingepakt, uniek natuurlijk zeker aangezien vrijwel alle anderen wel startten, maar ik kreeg er geen spijt van want de meeste starts zagen er waardeloos uit. Bovendien hoorde ik op de grond dat de ervaringen zaten tussen ‘niet echt leuk’ en ‘doodsbang’. Beetje turbulent dus.

Nu even Rob ophalen en dan inpakken, naar St. André.

Camping municipal St. André-les-Alpes

Terwijl ik totaal shakend van de kou met twee truien aan m’n bevroren handen om een koffiekop hield, volgens mij heeft het gevroren vannacht, liepen andere campinggasten vrijwel bloot rond te scharrelen. Niet normaal. Ik begin nu pas (negen uur) een beetje te stoppen met rillen.

De camping is totaal anders dan Laragne, veel luxer en groter en schoner enzo maar echt helemaal niet zo leuk. Trouwens de camping in Laragne is ook prachtig geworden, daar zijn Hayo en Cornelia mee begonnen natuurlijk maar inmiddels is het echt schitterend. De dieren zijn weg dus er ligt geen stront meer in je servies, kapotte stoelen blijven niet meer staan, de douches hebben nieuwe haakjes en er is zelfs een zwembadje.

St.André is schitterend maar als afscheid uit Laragne kregen we nog even een paar horrorstories mee over het landen hier. Berucht is het hoofdlandingsterrein hier bij de camping aan het meer, waar niet alleen de drie windvaantjes de onhebbelijke gewoonte hebben om alledrie een totaal andere richting op te wijzen, maar ook nog 180 graden om te slaan op het moment dat je net op final zit. Het veld ligt dan ook precies op het punt waar drie valleien bij elkaar komen. En verder is er niks, ja alleen piepkleine hellinkjes waar het ‘se poser très delicate’ is, brrrr. Eerlijk gezegd zie ik daar behoorlijk tegenop, ik wil nou eindelijk eens een jaar zonder botbreuken en grote schade zeg. De Fransen zijn behoorlijk verbaasd dat we een NK, een wedstrijd waar toch niet echt toppiloten aan meedoen, hier hebben georganiseerd. Maar de voorzitter van de wedstrijdcommissie (Koos) houdt meestal geen rekening met de mensen die wat minder getalenteerd zijn dan hij, en hij wil zoveel mogelijk afwisseling, dus werd het St.André. Nou ja we zullen zien.

Alweer dronken o jee

Vroeg de berg op, maar helaas de wind trok toch aan ook al dachten we het voor te zijn. Joost en Rob startten toch, ik pakte weer in met de bedoeling om te wachten tot een uur of vijf, zes, tot het allemaal wat rustiger zou worden. Ach als je lang genoeg wacht bovenop een berg in de brandende zon, dan lijkt die wind gaandeweg toch weer minder te worden ook al verandert er niks. Om drie uur had ik twee starthulpen, ik had er zin in, en op het moment dat ik nog bezig was om m’n vleugel stabiel in m’n handen te krijgen (dus vóórdat ik daadwerkelijk ging starten) besefte ik dat ik al twee meter boven de grond hing. Dan maar door. De lucht was eigenlijk heel rustig, maar er stond zo’n enorme puist wind dat ik absoluut geen meter naar achter durfde want dan zou ik nooit meer terugkomen op het landingsterrein. De rook van de bosbranden honderd kilomter zuidelijk prikte in m’n ogen, de lucht was oranje-grijs van de viezigheid. Nog een stukje met een tiental enorme gieren gevlogen, geweldig, eentje kwam dichter dan vijf meter bij me. Na een uurtje wilde ik wel ns landen want het was een beetje saai zo en bovendien wilde ik graag een goeie landing achter de rug hebben hier op dit beruchte terrein. Alleen, ik kwam niet naar beneden. Waar ik ook vloog wat ik ook probeerde, stallen, slippende bochten, maakte niet uit de vario bleef piepen. Uiteindelijk toch een beetje lager uitgekomen en een prima landing gemaakt. Mooi zo, de eerste vlucht in St.André zit er op.