23 augustus 2016

Angsten en gevaren



Uiteraard praten en denken we weer veel over ongelukken, over risico’s en gevaren. Het gevaarlijkst zijn volgens mij een opbouw- of inhaakfout, en een startfout. Toevallig allebei zaken die heel goed te controleren zijn, maar juist dat brengt het risico van nonchalance met zich mee. Velen van ons denken dat we nooit een opbouw- of startfout zullen maken, ‘ik doe dat niet’. Want ik check altijd, want ik kijk altijd naar het vaantje, want ik begin overnieuw als ik onderbroken word, enz. We vinden het ontzettend stom of onbegrijpelijk als iemand anders wel de fout in gaat, ‘mij zal dat niet overkomen’. Ik heb het Paul met veel hevigheid horen beweren, nog geen jaar voor z’n dood.
Ook gevaarlijk zijn meteo en rottige landingsveldjes. Allebei dingen waardoor je overvallen kan worden. Het maakt ons voortdurend waakzaam en voorzichtig en dat veroorzaakt stress, ook al niet bevorderlijk voor veilig vliegen. Alleen veel trainen, begrip van het weer en heel veel ervaring helpt om meestal de juiste inschatting te maken en dat helpt dan weer tegen stress. Ik denk dat ik er inmiddels redelijk mee om kan gaan al kies ik nog steeds iets te vaak voor teveel voorzichtigheid en dat kost me dan weer onnodig mooie vluchten.
En dan natuurlijk nog de pechgevallen: botsing in de lucht omdat beide piloten niet opletten of zich niks aan de regels gelegen laten liggen of omdat één van beiden klunzig stuurt, niet anders dan in het verkeer op de weg. Structurele ellende of iets met de lier, het kan allemaal. Dicht langs de berg schrapen en dan door een forse bel tegen de wand aangeduwd worden. Of de obsessie van de DHV: vliegen met een ungecertificeerd toestel / sprogs te laag draaien en tucken. Een lockout bij het slepen of lieren. Iets medisch terwijl je in de lucht bent. Een vogel die je doek openscheurt. Je kan het zo gek niet bedenken of er zal wel eens iemand door verongelukt zijn. Het stomme is dat al onze ongevalsregistraties en veiligheidsartikelen gaan over dit soort dingen, we proberen natuurlijk collectief te leren van gebeurtenissen waar je zo gauw niet aan denkt. Dat helpt ook wel, maar je voorkomt er geen pilootfouten mee.
Ik ben getuige geweest van een groot aantal tumbles en ik heb van een hoop piloten afscheid moeten nemen. Bij de tumbles was er zelden sprake van (alleen) te lage sprogs. Meestal vloog iemand met vol vg of gewoon te langzaam door veel te turbulente lucht, soms simpelweg in de lij van een berg. Vaak deed iemand aerobatics. Incidenteel ging het om een collision. Het is ook wel eens misgegaan doordat de carabiner van de lierkabel een zijkabel te pakken kreeg. Vrijwel iedere parachutedeployment waarvan ik weet liep goed af, met hooguit een paar schrammen. Behalve natuurlijk Adam die al z’n ribben brak omdat de chute pas opende toen hij met 200 km/u naar beneden kwam zetten. Of de keren dat iemand z’n chute wel had willen gooien maar te laat was of ‘m niet uit de pocket kreeg.
Pilootfouten hebben met onze karakters, mentaliteit en mentale staat te maken. In dit artikel wordt gewezen op de verschillende subgroepen en –types in het vliegen. Daar geloof ik wel in, en we hebben het met z’n allen ook vaak over typische hanggliding karakters. Nou blijk ik volgens dit artikel eigenlijk geen echte piloot te zijn – ik voldoe nauwelijks aan de 23 kenmerken. Maar ik balanceer natuurlijk net als iedereen tussen durf en ambitie, en voorzichtigheid en gebrekkige skills. Voor dat laatste compenseer ik met oefenen, oefenen, oefenen, een eenvoudiger toestel en minder ambitieuze vluchten. Gelukkig lijk ik nou toch echt eindelijk weer wat vertrouwen in mezelf te mogen krijgen. M’n landingen op makkelijke terreinen met windvaantjes gaan uitstekend en tijdens de British Open in juni heb ik ook een paar lastiger landingen vrij redelijk gedaan. Ik ben nog steeds streng voor mezelf, een landing is pas perfect als ik volledig gecontroleerd, zonder na-stapjes, op de goeie plek op m’n benen sta. Maar wat veranderd is: ik accepteer het kloppen van m’n hart in m’n keel zodra ik hoogte begin af te bouwen, ik blijf kijken naar het punt waar ik aan de grond wil komen, ik begin niet te vroeg aan m’n circuit en ik kom pas overeind als ik helemaal op final ben gedraaid.

21 augustus 2016

Mistral


onze residentie met uitzicht op de Chabre


Vanmorgen weer nieuwe vriendjes gemaakt en ouwe weer gezien, maar ik mis zowel Kees als Brad toch nog steeds. De camping is erg leeg, zelfs Thierry is alweer naar huis. De dames parapentewedstrijd vloog vandaag vanwege de mistral in St. Vincent, waar ik sowieso niet durf te starten omdat het landingsterrein hoger ligt dan de start. Ik heb wel moeite met de veranderingen op de camping. Meer parapenters dan delta’s, grote campers aan de rand van het landingsterrein, zwembadje met kinderen. Maar ik zie ook wel dat het allemaal veel schoner is dan vroeger en nu Merdad weer weg is is het ook weer vriendelijker. En dat wij, de delta’s, terrein verliezen is nou eenmaal een gegeven, dit laatste bastion waar schermen niet durfden te starten zijn we met de verbeterde schermen van nu ook kwijt. Nu gaat het nog en kunnen we gewoon samen vliegen, maar het zal niet lang meer duren of de Chabre gaat dezelfde gang als de Forclaz en Plaine Joux. Uitzakken omdat je niet in kan draaien omdat de bellen vol schermen zitten, en af en toe een mid air met een debiele parapenter die van z’n instructeur te horen heeft gekregen dat schermen altijd voorrang hebben op delta’s. We wisselden wat horrorstories uit (volgens Jean-Francois zijn in Frankrijk de belangrijkste doodsoorzaken voor delta’s niet inhaken en mid airs) en ik bracht Shaun up-to-date over alles en iedereen die hij in een paar jaar niet-vliegen niet meer gezien heeft, waarna ik m’n baantjes trok in het plan d’eau, een flitsbezoek aan Remco en Sheila bracht die het te druk hadden met gasten die net arriveerden, m’n pijnlijke rug liet masseren door Corinne en de rest van de middag met m’n nieuwe (Heathers ouwe) harnas heb gespeeld en eindelijk m’n boek bijna uit heb gelezen. En nu maar bidden dat de mistral morgen over is.

20 augustus 2016

Heen en weer door de Alpen


Semnoz


Beetje dom om uit Annecy te vertrekken en naar Laragne te rijden, maar ik had m’n spullen al ingepakt en dacht dat het kwa weer niet zo denderend meer zou zijn en m’n Duitsers vertrokken ook dus ik ging toch. Voor een wandeling in de kloof van St Genis met Brad, een avond filmpjes kijken met Niek, en de volgende dag weer terug naar de Semnoz om samen met bijna tweehonderd Franse piloten en Swiss Nic afscheid te nemen van Piero. Ik was wel blij dat ik er was, niet alleen omdat ik bijna iedereen kende en dat voelt dan toch wel fijn om elkaar te begroeten en te weten dat we allebei rouwen. Maar ook omdat het zo goed was. De startplek van Semnoz lag net in de wolken, de koeien met hun enorme bellen vormden een soort processie en veel mensen hadden een papiertje bij zich om een paar woorden over Gianpietro te zeggen. Natuurlijk werd er veel gehuild maar er was ook een soort koffietafel-sfeer, er werd gelachen en vliegnieuws uitgewisseld. Toen het over was reed ik naar Plaine Joux waar Brad een fijn potje kookte terwijl we ons weer verbaasden over de pracht van de Mont Blanc.
Gisteren viel het vliegen tegen, ik zakte twee keer snel uit (maar maakte daar dan wel weer perfecte landingen bij) en Brad bleef alleen maar boven het landingsterrein hangen, wel lang genoeg om goed om zich heen te kijken. We werden snel meegenomen om de auto’s op te halen, zodat we al om acht uur aan pizza en bier op het parapenteterras zaten, met een fijn bandje en een ideale temperatuur. Vanmorgen afscheid, Brad rijdt door naar Slowakije voor een laatste wedstrijdje en ik ben weer terug in Laragne. Het regent hard en het is koud, maar ik zit prinsheerlijk in het huis van Nieks vrienden met een op te warmen groenteschotel in de ijskast.