26 maart 2017

Drukte in Neumagen




Een paar dagen gelden zat ik nog te grienen omdat ik voor de zoveelste keer weer een frozen shoulder begin te krijgen – de linker is nog niet eens over! Ik loop er inmiddels al zeker vier jaar mee te tobben en ondertussen crash ik af en toe nog eens een breuk of scheur. Een jaar of vijf geleden stopte ik met wedstrijden, verkocht m’n Litespeed en concentreerde me volledig op beter landen, maar in plaats van landen is het een eindeloos verhaal van revalideren en weer opnieuw blesseren geworden.
Maar goed, de pijn in m’n schouders is allemaal nog niet dramatisch en m’n therapeut heeft oefeningen gegeven waarmee ik het misschien binnen de perken kan houden, en de omstandigheden waren perfect vandaag voor Neumagen en ik besloot om gewoon de Fun te pakken en desnoods na tien minuten al te landen. Ook al zit ik dan zeven-en-een-half uur in de auto voor die paar minuten, het is toch heel veel beter dan niet vliegen.
M’n eerste start was om een uur of half twee, zonder vario en iets te hoog ingehaakt, dus elke slag die ik op hoogte bleef was mooi meegenomen. Echt langer dan een paar seconden kwam ik niet boven de top uit, dus ik landde – helemaal goed, dankzij de Fun en het enorme terrein en de perfecte wind.
De tweede start om drie uur nam ik m’n thermal snooper mee, en dat hielp enorm. Ik draaide in, in ik schat zo’n 2 m/s, en klom leuk boven de richel. Na een slag of tien en een paar belletjes begon ik toch wel m’n elleboog flink te voelen, en het leek me een goed idee om nou eens niet te overdrijven en gewoon na een half uurtje te landen. Zo gezegd zo gedaan. Ik realiseerde me dat ik landen met de Fun bijna leuk vind, zo makkelijk. De één na de ander kwakte met een nose-in of een buikschuiver tegen de grond, maar ik hupte elegant op m’n bebracete been vlakbij de afbouwhoek.
Waar Reiner zijn verjaardag vierde met een groot glas champagne, vooruit dan maar, en waar we even later een vleugel in de bomen zagen hangen. Kennelijk had een onervaren piloot het nodig gevonden om veel te dicht langs de helling te schrapen, nergens voor nodig vandaag en turbulent was het ook helemaal niet, maar hoe dan ook hij hing er. Ik besloot om in te pakken en dan bij het terugrijden te checken of er hulp nodig was, maar de hele start stond mudvol met zeker tien brandweerauto’s, een helikopter, een ziekenwagen en een meneer met ‘pers’ op z’n vestje, dus het leek mij geen goed idee om in de weg te lopen. Ik wist dat de piloot niet gewond was, hij hing er alleen bijzonder onhandig bij, maar al met al was dit alleen maar heel erg vervelend. Omdat ik meteen wegreed was ik nog voor elf uur thuis, mooi kindertjesbedtijd!

12 maart 2017

Voorjaarsvliegen









Het is een wereldwijde, warme clan. We delen onze passie en onze emoties bij alle risico’s en verliezen. We kennen elkaar al decennia, en als er nieuwe piloten bij komen zijn we enthousiast. Maar het is ook een sport waarbij we ontzettend afhankelijk van anderen zijn en waar enorm veel geld voor nodig is. En we hebben verschillende karakters en opvattingen – het mag dan wel een grote familie zijn maar dan wel inclusief alle familieruzies. Zoals vliegen het leven in het klein is, zo is de gemeenschap van vliegers de maatschappij in het klein. Goed dat er wat regels en organisatie is.
Ik vind het verschrikkelijk treurig als juist de mensen die zich enorm inzetten om ook anderen te laten vliegen, het zo erg met elkaar aan de stok krijgen dat uiteindelijk iedereen verliest. Niks aan te doen kennelijk, ik heb m’n eigen portie ook meegemaakt en bij elk nieuw conflict probeer ik me zo goed mogelijk afzijdig te houden.
En gewoon enorm te genieten, van de zon, van het vliegen, van het babbelen en van het feit dat het gewoon weer gaat. M’n elleboog was een heel klein beetje vervelend bij het naar rechts draaien, maar slepen ging zonder een centje pijn en ik maakte ook twee prima landingen. Wel overshoots en niet zo mooi als Klaartjes landingen, maar niks om over te klagen. De thermometer stond op twintig graden toen ik rustig inpakte in het zonnetje en ik was nog voor half acht, zonder noemenswaardige file, thuis. Nu nog even wachten tot buurman me helpt de vleugel weer binnen te leggen, en dan zalig rozig nagenieten.

10 januari 2017

Geen weg terug



Littekens waren eretekens toen ik vijf was. Bewijzen van stoere strijd.Ik dacht erover om zeerover te worden en dan kwamen een paar littekens wel van pas. Ook met m’n veranderende ambities maakte ik me nooit zorgen over blauwe plekken en pijntjes. Ik had alleen wel grote haast; het gevoel dat ik snel heel goed moest leren vliegen omdat het later niet meer zou lukken. Pas toen ik Wendela leerde kennen, die ruim na haar veertigste haar B1 haalde, kalmeerde ik een beetje en liet ik het idee dat ouderdom belemmert los.

Rond m’n vijfendertigste was het streven juist naar optimale fitheid. Ik trainde, rookte niet meer, at gezond en ik voelde me on top of the world. Dat was ik ook echt want twee jaar later hielp ik het Nederlandse team het podium op bij de womens worlds in Greifenburg.
Een beetje jammer dat ik vier weken later m’n pols brak maar ik had toen nog niet in de gaten dat ik daarmee ook definitief over de top heen was. Ondertussen waren mijn misvattingen over ouder worden omgekeerd. Ik voelde me al zeker twintig jaar hetzelfde, daardoor vergat ik bijna dat de tijd ook voor mij doortelt. Ik had de illusie dat ik gewoon van voren af aan opnieuw kon beginnen met het leren vliegen, ploeteren op een oefenheuveltje en techniek verbeteren. Ik moest m’n beginnerscursus gewoon over doen want daar was het fout gegaan.

Ondertussen ben ik bijna vijftig en het is onmiskenbaar: ook ik word ouder en krakkemikkiger. Het besef dringt eigenlijk nu pas echt door dat ik voortaan in gehavende staat verkeer, minder sterk en minder fit ben en dan ook nog debiele fouten maak omdat ik er met m’n kop niet helemaal bij ben. De kruisbanden in m’n knie zullen nooit meer aan elkaar groeien, schouders en voeten zullen voortaan altijd pijnlijk blijven, m’n elleboog zal ik niet meer volledig kunnen buigen, zonder leesbril hoef ik niet eens te probéren om naar m’n instrument te kijken en als ik m’n dagelijkse oefeningen te vaak oversla worden m’n handen krachteloos. Ik kan nog zo veel zin hebben om te gaan vliegen, bij voorbaat heb ik vooral tegenzin om met een toestel van meer dan dertig kilo te zeulen want m'n rug doet pijn. 

Het zou misschien beter zijn om dat allemaal gewoon te accepteren, maar ik ben nog steeds niet oud genoeg om het verschil tussen acceptatie en opgeven te kunnen maken. Ik sport wel omdat ik het gewoon lekker vind, maar als de ultieme motivatie van het vliegen er niet meer zou zijn zou ik toch een tandje minder krachttraining doen.
Een vliegmaatje van 73 moest vanwege een slecht werkend hart kiezen tussen her risico dat een slechte landing fataal zou zijn en stoppen met vliegen (en hij landde minstens zo slecht als ik). Anderen zitten in rolstoelen of hebben hersenbeschadigingen. Het kan dus altijd nog erger, dus ik zou niet mogen klagen. Maar ach, ik ben een middelbare dame en die mopperen, dat hoort er gewoon bij.

14 december 2016

Ongevalsverslag



Lanzarote (Macher) 8 december 2016, Speedwings Spyder 12,5

Piloot rating: advanced (IPPI 5)

Ongeval: overshoot, botsing tegen rotsblok
Letsel: rechterelleboog uit de kom; gescheurde pezen; beschadigde zenuwen
Schade: linker upright krom

Beschrijving
Voor de wedstrijdbriefing startte ik twee keer aan de basebar omdat er een pittige wind op La Asomada stond. Ik maakte een paar slagen voor de berg om  hoogte te winnen en landde op de top. Ik stopte met spelen omdat de wind afnam en cross draaide waardoor het risico te groot werd om al uit te zakken voordat het window open ging.
Toen het window open ging startte ik meteen. Ik zakte uit en wilde zeker weten dat ik over de hoogspanningskabels zou kunnen komen, dus ik stak al vrij hoog bij de berg weg. Ik kwam te hoog bij mijn beoogde landingsveld aan en maakte enkele s-bochten. Ik ging ervan uit dat er veel wind zou staan, bovendien vloog ik met een oude en daardoor nogal stijve vleugel; daarom koos ik niet voor een U-circuit. Na de s-bochten was ik nog steeds te hoog maar het zag er naar uit dat ik voldoende ruimte had om op het volgende veld te landen. Ik bleek echter veel verder door te glijden dan ik had ingeschat – het terrein liep naar beneden af en er stond vrijwel geen wind.
Het veld voorbij de laatste goede landingsmogelijkheid zag er hobbelig uit, zoals veel terreinen in Lanzarote, maar ik had niet gezien hoe groot de heuvels en rotsen waren: anderhalve meter hoog. Op het laatste moment, toen een botsing bovenop een fors rotsblok onvermijdelijk was, duwde ik uit. Enerzijds verminderde dat wel mijn snelheid en het raakvlak met de rots, anderzijds maakte het loslaten en mijn lichaam beschermen onmogelijk.

Wat ik had kunnen/moeten doen
Ik had kunnen weten dat er weinig wind stond (ik zakte immers uit, bovendien hadden we bij het parkeren op het landingsveld gemerkt dat het erg warm was). Met die wetenschap had ik een U-circuit kunnen doen, of juist door kunnen vliegen over het hobbelige terrein heen naar het hoofdlandingsterrein.
Ik had nog een paar en/of scherpere/slippende s-bochten kunnen draaien.
Ik had mijn remchute kunnen gooien.
Ik had twee meter eerder en feller kunnen uitduwen.
Ik had op het laatste moment een bocht kunnen draaien. Dat zou zeker schade tot gevolg hebben gehad maar het risico op een gebroken rug of nek hebben verkleind.
Ik had een seconde eerder kunnen flaren en vervolgens de uprights los moeten laten en mijn armen voor m’n borst moeten kruisen.

Waarom ik dat niet deed
Ik rekende op veel wind, deels doordat ik een uur eerder nog pret had gehad met toplandingen in de pittige soarwind. Ik liet onvoldoende tot me doordringen dat de condities veranderd waren.
Ik kende de vleugel niet zo goed; had er pas negen vluchtjes mee gedaan. Ik kon de glijhoek nog net zo goed inschatten. Bovendien was het een oud, gekrompen doek waarmee het nogal stijf sturen was. Dat was wel iets verbeterd nadat er een centimeter van de tips was afgezaagd, maar ik bleef toch conservatief vliegen = geen lage bochten draaien en geen slippende bochten doen.
Mijn droguechute zit nogal diep in m’n harnas. Als ik ‘m op tijd pak is dat geen probleem en ik ben ook voldoende gewend om ‘m te gebruiken. Deze keer bedacht ik echter te laat dat ik ‘m zou kunnen gebruiken en toen wilde ik niet meer met één hand hannessen waardoor ik vreesde op mijn final, laag bij de grond en met obstakels aan de zijkanten (bomen, gebouw, electriciteitskabels) te gaan slingeren.
Ik schatte de helling van het terrein en de omvang van obstakels verkeerd in, misschien doordat ik kort daarvoor een nieuwe bril heb aangeschaft (terwijl ik wel nog met mijn vertrouwde contactlenzen vlieg).
Mogelijk reageerde ik net iets trager dan gewoonlijk doordat ik de avond tevoren meer bier had gedronken dan gewoonlijk (al was ik niet aangeschoten geweest).

Wat ik vind dat je er van kan leren
Wees altijd alert op veranderingen in de condities, en wees altijd in staat om daar naar te handelen. Laat je niet verrassen maar blijf voortdurend checken of je aannames wel kloppen: hoe is mijn glijgetal, waar komt de wind vandaan en hoe hard is ie, is dat veld inderdaad vlak?
Neem beslissingen, doe iets! Bij eerdere lastige situaties hielp het mij om mezelf hardop instructies te geven. Dat was minder dom geweest dan hardop schreeuwen van de pijn.
Ga ervan uit dat slaaptekort en alcoholgebruik je waarneming, besluitvaardigheid en reactiesnelheid negatief beïnvloeden. Wees je daarvan bewust, besef dat je vandaag misschien nog scherper op moet letten dan anders, nog eerder met je landing bezig moet zijn, nog minder moet vertrouwen op je geluk en je vaardigheid.
U-circuits zijn bijna altijd beter dan s-bochten.

De afloop
Nog vóórdat ik goed en wel op het rotsblok lag vastgepind onder mijn voorkabels, had ik al gezien dat er iets heel erg fout zat in mijn arm. Het deed ook goed pijn. Ik wurmde me zo snel mogelijk uit mijn helm en harnas, ondertussen hard schreeuwend (omdat je dat nou eenmaal doet als je pijn hebt, maar ook bewust om te zorgen dat m’n vrienden zich zouden haasten om me te komen helpen). Nadat ze me van de vleugel bevrijd hadden vroeg ik of ze m’n kleren open wilden knippen want ik had het ontzettend heet.
Er kwamen drie ambulances en aan mij werd gevraagd met welke ik mee wilde; met de knapste verplegers natuurlijk. Dat bleek een goeie zet want ik kwam in een privé ziekenhuis terecht waar ik uitstekend behandeld werd. Gelukkig zat er een EHIC in m’n portemonnee en gelukkig had ik een vriend gevraagd m’n portemonnee en telefoon mee te nemen. Al snel was er een vriendelijke juffrouw van de alarmcentrale die Spaans sprak en die mij kon vertellen wat ik moest doen – niets is belangrijker dan dat als je veel pijn hebt en in een vreemd land bent.
Eénmaal terug in Nederland meldde ik me zo snel mogelijk bij de gipskamer, waar ze wel eerst willen weten of je geen mrsa meeneemt. Mijn geluk bleek dat men het hier niet nodig vond om me te opereren. Zes dagen na de klap werd ik bevrijd van de spalk en kan ik aan fysiotherapie beginnen.

12 december 2016

VIP-behandeling


Vliegtuigen lijken eigenlijk wel veel op ziekenhuizen, stewardessen op verpleegsters. Je hebt geen idee wat de bedoeling is en voor je het weet gedraag je je als een onderdanig puppie in de hoop op een beetje vriendelijke behandeling. Dat is me dan mooi maar gelukt ook, mijn thuisreis was prijsklasse. Ik stiefelde brutaal langs de lange rijen voor de incheckbalie en later bij het boarden stelde ik me opnieuw vooraan op, in het vliegtuig liet ik me vrolijk op drie stoelen tegelijk zetten en op Schiphol liet ik iemand mijn zware harnas dragen. Extra zwaar omdat mijn massief houten trofee er in zat; ik ben dan wel een brokkenpiloot en ik vlieg misschien zonder enig strategisch inzicht, maar kleine wedstrijdjes win ik dan toch. Gewoon een kwestie van volhouden. Twee van de vier taakjes van de Canarische Open deed ik een herstart nadat ik smadelijk was uitgezakt en daar heb ik de overwinning aan te danken.
Inmiddels ben ik weer half aan het werk, op kantoor is het veel gezelliger dan thuis en bovendien zijn er genoeg collega’s om m’n boterhammetjes voor me te smeren. Ik probeer nog niet al te driftig te worden van het ongemak van één linkerhand en ik denk nog maar niet aan de mogelijkheid van restschade. Op naar de fysio!
winnaars van de Canarische Open '16 - foto Tom Weissenberger

09 december 2016

Ongeluk




Ik weet niet of het door de morfine komt of doordat m’n elleboog weer terug is gezet maar ik heb nu bijna geen pijn meer. Stom natuurlijk weer, een overshoot die er ook wel heel erg aan zat te komen als ik nog eens aan alle factoren terug denk. En dat heb ik natuurlijk de hele nacht gedaan, terugdenken. We waren op Asomada, geweldig, kon ik fijn toplanden en meteen weer doorstarten. Dat deed ik twee keer en toen stopte ik omdat het toch wel erg lastig was om te blijven soaren en ik wilde niet vóór de taak al uitzakken. De safetycommittee overwoog zelfs te cancellen omdat het wel heel druk zou worden zo zonder termiek en daardoor geen spreiding van deltas. Toen het window open ging startte ik meteen, en ik zakte inderdaad uit. Ik vertrok vrij hoog bij de berg zodat ik heel zeker over de hoogspanningskabels zou komen. Er stond onverwacht weinig wind in het dal, iemand zei dat het terrein flink afliep en dat heb ik dus niet gezien. Ik heb ook niet goed gezien hoe enorm de rotsen waren voorbij mijn landingsveld. En de Spyder vliegt niet zo lekker dus ik had de neiging om geen lage bochten te maken. Ik knalde op een rotsblok, flarede op het laatste moment –te laat, en zag in een flits dat m’n rechterarm in een foute hoek stond. Schreeuwend van de pijn wist ik me grotendeels uit m’n harnas te wurmen nog voordat Augustin, Jean-Pierre en anderen bij me waren. Het wachten op een ambulance duurde een eeuwigheid en toen stonden er drie tegelijk. Ik weet nu nog niet in welk ziekenhuis ik lig of in welke plaats. Het duurde uren voor ik onder narcose werd gebracht en volgens mij kwam dat puur door de bureaucratie.
De narcose was bijzonder, ik had het nooit meer gehad sinds m’n amandelen geknipt werden toen ik drie was. Ik bleef maar wakker (dacht ik) en toen ze m’n bed verreden, om me te gaan opereren dacht ik, was alles al voorbij.