01 september 2021

En toch weer gebroken botten





 

Waar te beginnen? Laat ik nou eens niet uitvoerig over mijn ongeluk schrijven, deprimerend en niet-piloten begrijpen dan al helemaal niet waarom ik nog vlieg. Eerst maar een relaas van een mooi vluchtje van afgelopen maand.

Er zijn al wat parapents in de lucht maar erg goed omhoog gaan ze niet. Toch start ik, want langer wachten zou betekenen dat de wind mogelijk naar west draait en ik helemaal niet meer de berg af kom. Chabre zuid betekent dat je een paar slagen kan draaien en als het dan niks wordt, dan moet je besluiten om naar het noodlandingsterrein (de Vis, vanwege de vorm) te vliegen want dat ligt hoog en ver weg en er is geen alternatief. Up or out zogezegd, en te laat opgeven betekent een crash. Ik ben al een beetje opgeschoven richting de Vis, wel over het riggeltje waar het vaak wat loskomt, en ik besluit er nog één rondje aan te wagen en dan te gaan landen. Dat rondje levert net genoeg piepjes op om nul meter te verliezen, dus ik draai toch nog een rondje. En nog één. Ik win een paar centimeter. M’n tong steekt uit m’n mond, ik hijg van de inspanning, met m’n blik op oneindig concentreer ik me op de piepjes van m’n vario en m’n bochtenwerk. Ik stijg. Héél langzaam en ik kan er nog ieder moment uitzakken, maar ik heb nu even net die paar meter extra die me de gelegenheid bieden om de betere kern op te zoeken. Die vind ik en ik draai door, nu iets sneller. Opeens draai ik boven de riggel en kan ik in de diepte van de noordkant kijken. Ik zou wel willen ontspannen en ademhalen maar sta het mezelf nog niet toe. Eerst veiligheid. Ik durf geen hoera te denken want dat zou wel eens tot concentratieverlies kunnen leiden, eerst nog even hard werken. Het gaat goed, ik stijg door zonder momenten waarin ik weer iets verlies, en vanaf enkele tientallen meters boven de berg durf ik eindelijk te ontspannen en adem te halen. Mond dicht, slok water lurken, even wiebelen in m’n harnas zodat ik wat comfortabeler kom te liggen, rits verder dicht. En door. Dit is het genot, de kick, van vliegen op de Chabre! Als het niet moeilijk was zou het ook weinig het gevoel dat je iets voor elkaar hebt gekregen zijn (if it ain’t challenging it isn’t an achievement). Eénmaal ontspannen kan ik genieten van het schitterende uitzicht, van het heerlijke gevoel van vliegen, van het plezier van een supergoeie vleugel.

Maar goed ik ging dus parapenten, tegen mijn eigen dringende advies in. Ik wilde graag de extra optie om ook te vliegen waar en wanneer het niet met een delta kan. Om hike & fly te doen. Om me minder zorgen te maken over de toekomst, als ik misschien te oud en te krakkemikkig word om nog langer met delta’s te zeulen. Maar ik was me wel heel erg bewust van de forse risico’s, ook al zijn de vleugels en de instructie de afgelopen jaren enorm verbeterd. Ik had me dus voorgenomen om heel uitvoerig les te nemen, om de allersimpelste vleugel te kopen en om nooit in turbulente omstandigheden te gaan vliegen.

M’n zelfvertrouwen was in orde dankzij de prachtige vlucht & landing van donderdag. Vrijdag was er mistral voorspeld, dus we zouden naar Orcieres gaan om bij de Ecrins te vliegen. Meer dan twee uur rijden dus achterlijk vroeg op, zes uur in het busje, half negen eerste start. Dat ging best en m’n landing was in orde. Toen iedereen beneden was besloten Loic en Romain dat we nog net tijd hadden voor een allerlaatste tweede vlucht, voordat het termisch zou worden. We haastten ons een beetje maar ik maakte me niet druk. Het landingsterrein was keilang, misschien wat smal maar geen enkele reden om zenuwachtig van te worden. Tijdens m’n vlucht moest ik wat driezestigjes draaien, linksom, rechtsom, ging allemaal goed zij het wat traag. Ik ben nou eenmaal voorzichtig en langzaam, dus mijn bochten worden altijd nogal wijd.

Loic liet me zelf m’n circuit kiezen en merkte op dat ik het helemaal goed deed, maar m’n laatste bocht om op final te draaien kwam ik net slecht uit op het smalste deel van het veld en ik draaide onvoldoende door. Ik zag het dijkje met rotsblokken en bomen op me af komen en maakte een bruuske stuurbeweging, waardoor ik begon te pendelen. Op dat moment sloeg de paniek toe en was ik in totale verwarring over wat ik zou moeten doen om het scherm weer rustig te krijgen, en nog voordat Loic met aanwijzingen tot me door kon dringen pletterde ik in een snelle pendelbeweging met gestrekte benen vanaf zo’n drie meter hoogte op de grond. Au au roepen natuurlijk en als ik me zo voel weet ik het eigenlijk al – dit was nu de zevende of achtste keer dat ik toch echt ernstiger schade opliep dan een blauwe plek. Ik keek naar m’n knie waar het pijn deed maar zag gelukkig geen botten in rare hoeken uitsteken, dat was alvast een opluchting. Ook m’n rug deed het nog. Aangesnelde helpers waren vooral onder de indruk van m’n bebloede gezicht maar dat bleek uiteindelijk een klein wondje op m’n neus van m’n zonnebril.

Pompiers brachten me naar het veel te bekende ziekenhuis in Gap, en een complete dag en avond later werd ik naar een eigen kamer gebracht. Tibia plateau fracturen, helemaal niet goed, maar alles wel op z’n plek dus ik hoef geen operatie. Zaterdag had ik een bijzonder nare dag, van de morfine werd ik kotsmisselijk en zonder morfine was de pijn toch te erg. Maar zondag kon ik al zelf met een looprekje naar de plee schuifelen, en maandagochtend werd ik door een Nederlandse ambulance opgehaald en in een gezellige luxerit van veertien uur thuis afgeleverd. Lang leve de Univé reisverzekering! Zoals elke keer werd ik fantastisch opgevangen door de buren. Zonder hen zou ik niet naar huis hebben kunnen komen, ik had trouwens geeneens m’n eigen voordeursleutel. Ze voorzagen me van de nodigde ontbijtwaren en ik bleek een nacht op m’n eentje in m’n eigen bed heel redelijk te doorstaan. De volgende dag stond Brett voor me klaar om boodschappen te doen en te koken, en vanmorgen kreeg ik thuiszorg. Femke en Bryndis kwamen uit Breda om de hele middag te buffelen en mij op mijn talloze wenken te bedienen, terwijl ik als de koningin van Sheba gestrekt op de bank m’n verlangens kenbaar maakte. Ze waren nog niet weg of de hulpmiddelen werden gebracht – buuv was me voor en stond het bed al op te maken nog voordat ik er om had kunnen vragen. Straks komt Ruud koken, morgen m’n moeder. Ik heb gewoon niks te klagen.

 

26 augustus 2021

Hoogtevlucht







Bij het droogoefenen op de veranda gistermiddag leek het wel of ik alles wat ik inmiddels geleerd had weer kwijt was. Ik bleek geeneens bochtjes te kunnen maken. Maar Romain is dan ook wel heel erg precies en zonder duizend meter vrijheid onder me vind ik het echt wel extra lastig. Vanmorgen de wekker op vijf uur, met z’n allen twee uur staan te vernikkelen op een bergtop omdat de wolken in het dal niet oplosten. Met name niet boven het landingsterrein. Ik was bang dat de wind ondertussen te sterk zou worden, maar uiteindelijk hebben we allemaal een start kunnen maken. Heel veel beter dan de eerste keer vanaf Plan Praz, al was ik nog steeds flink zenuwachtig en zag m’n start er niet erg geloofwaardig uit. Desalniettemin zat ik snel in m’n stoeltje en kon ik de aanwijzingen van Delphine redelijk opvolgen, al ben ik meestal wat te traag en te voorzichtig. Plus ik heb nog steeds niet in de gaten dat ik m’n handen uit elkaar hou in plaats van naar beneden. De landing was uit de kunst en al gauw zaten we allemaal superblij weer in het busje. Naar het landingsterrein met de distels voor nog een paar hopjes. Mijn tweede werd te spannend, vanwege beginnende termiek en aantrekkende wind, het liep goed af maar ik was wel klaar. De anderen kwamen uiteindelijk ook lopend weer naar beneden. Ondertussen had ik op m’n eentje ingepakt, erg fijn om snel te leren zo onafhankelijk mogelijk te zijn. Ik ben dan misschien traag en best wel stom als het om bewegen gaat, maar hulpeloos ben ik zeker niet.

Ondertussen is de pijn in m’n linkerarm aanzienlijk minder en ook met m’n rug hou ik het nog wel even uit. Een half pakje ibuprofen heeft weer wonderen verricht. Een uurtje lummelen in m’n hangmat en dan weer naar de school, voor theorie of nog meer loopoefeningen. De wind golft over de velden dus het zal wel theorie worden verwacht ik. Morgen moeten we nog vroeger op, interessant om te zien hoe erg de vermoeidheid dan gaat toeslaan.

25 augustus 2021

Nog even doorzetten


 


 

Nu het urenlang regent ben ik superblij met m’n paleistent. Tafel en stoel binnen en ruimte genoeg om m’n potje te koken. Met plasticbakjestoetje na, speciaal omdat het vakantie is. De wijn laat ik nog maar staan want morgen moet ik weer om kwart voor acht aantreden. Guillaume, de vriend die me geadviseerd heeft om naar deze school te gaan, was bang dat ik zou stoppen. Ik ben inderdaad snel gefrustreerd, ik heb geen talent voor motorische dingen, en ik vind schermvliegen nog altijd best eng maar ik ben in ieder geval geen giver-upper, zoals een andere vriend ooit grapte. Ik stop nooit. Ik geef niet gauw op. Tenminste niet dit soort dingen, wel puzzels en daar heb je er ook erg veel van als je wil schermvliegen. Tjonge wat zijn er veel touwtjes en wat is het lastig om te zien hoe je moet draaien om ze netjes opgelijnd te krijgen. Maar goed ik stop eerder te laat dan te snel, al helemaal als het om fysieke inspanning gaat. Vanmorgen oefenden we op een smal hellinkje met nauwelijks wind en het ging een stuk beter dan gisteren. Toen we eigenlijk al moesten inpakken vanwege naderend onweer mocht ik van Romain nog één allerlaatste poging doen, en die ging best aardig. De middagpauze was kort, om drie uur kregen we meteo. Niks nieuws maar goed als opfrisser, al helemaal omdat ik nooit geweten heb dat de Fransen voor een hoog een A van anticyclone gebruiken. Toch handig om te weten.

Woensdag 25 augustus

Vanmorgen een tandemvlucht met alles erop en eraan waarom ik überhaupt zou willen schermvliegen. ’s Ochtends vroeg, er ligt nog een dikke nevel in de dalen, stilte. We moeten drie kwartier klimmen naar de start, in de verte zien we de noordkant van Mont Ventoux. Eenmaal gestart draaien we direct in langs een lange rechte rotswand en zodra we een stukje boven starthoogte zitten moet ik het verder doen. Romain duwt en trekt aan m’n armen om me te laten voelen wat ik anders moet doen. Geweldige vlucht, ook al zitten ook al m’n angsten erin. Ik doe precies het verkeerde als ik gestresst raak. En ik vind landen doodeng. Misschien ietsje minder eng dan met een delta maar ik wil ook nu veel te hoog vast aan m’n final beginnen, om maar zeker te zijn dat ik geen laatste bochtjes meer hoef te doen. Wat natuurlijk altijd eindigt in een dreigende overshoot en dus wel degelijk bochtjes en gewiebel.

Meteen aansluitend doen we nog een paar grondoefeningen en dat gaat, ondanks de rugwind, wel ietsje beter. Al voel ik nog steeds niet goed wat ik nou eigenlijk doe en ik raak weer gefrustreerd als blijkt dat ik precies het andersomme doe dan wat ik meende te doen. Zodra ik stress heb merk ik dat er een hoop procestijd verloren gaat in m’n hoofd: vertalen wat er tegen me wordt gezegd; het commando vertalen naar een fysieke actie; de fysieke inputs vertalen naar besef wat er nou eigenlijk gebeurt en hoe ik dus moet reageren. Zoals altijd weer tegen me gezegd wordt: ik zou moeten stoppen te denken. Best grappig eigenlijk dat ik nu net het boek van Hannah Arendt aan het lezen ben over denken en willen.

Als de lucht rustig blijft doen we vanavond onze eerste echte vluchtjes. Gek genoeg ben ik nu zenuwachtiger dan de eerste keer, toen ik vooral gefixeerd was op m’n start. Ik heb vanmorgen gemerkt dat ook het vliegen toch echt niet helemaal vanzelf gaat, en dat landen dus. Gelukkig zijn ook deze instructeurs harstikke goed. Ze hebben hier in Frankrijk minstens twee jaar opleiding gehad en een behoorlijk geavanceerde infrastructuur vanuit de FFVL voor vliegscholen. Aan hen zal het niet liggen.