31 juli 2008

Dom


Goal halen is vooral een kwestie van geen fouten maken. Ik heb inmiddels het niveau bereikt dat ik m’n fouten herken, dat ik weet wat ik fout doe. Maar ik maak ze nog steeds, vaak dezelfde fout keer op keer, en meestal heeft dat te maken met m’n obsessie met landingsterreinen. En dat wijst dan weer op de belangrijkste asset in het vliegen: confidence. Vertrouwen hebben in je vaardigheid. Weten dat je veilig start en landt en dat je termiek pakt als het er is. Het begint bij mij allemaal te komen maar het gaat langzaam en met ieder moment van angst zet ik mezelf weer terug.
Zo tevreden als ik dinsdag was over mezelf zo dom was ik gisteren bezig. Ik maakte de ene na de andere fout en was vervolgens uren bezig de ellende te herstellen. Vrijwel direct na m’n start stak ik naar de leadgaggle, kwam te laag aan, gleed door naar de westkant en rotorde hard naar beneden. Zo was ik drie kwartier voor de starttijd bezig om te landen, twee kilometer binnen de startcirkel. Nul punten voor de dag dus, en uren op de grond zitten terwijl je de cumultjes overal ziet ontstaan. Gelukkig piepte er iets boven het landingsterrein en de volgende vijf kwartier was ik zwetend en boos op mezelf bezig om weer op wolkenbasis te komen. Dat lukte maar ik dreef wel verder de startcirkel in, dus toen ik eindelijk hoogte had moest ik weer zes en een halve kilometer terug tegen de wind in vliegen. Vooral de laatste vierhonderd meter waren spannend, toch weer diep de bergen in terwijl dat nou juist de aanleiding voor m’n hele avontuur was geweest: ik hou er niet van om zo ver weg van landingsterreinen te vliegen.
Toen ik eindelijk kon starten, bijna veertig minuten na starttijd en helemaal alleen, wist ik in ieder geval wel precies hoe ik zou vliegen. Bovendien had ik Camerons negentig minuten regel goed verwerkt, m’n hele systeem stond op: de vlucht begint pas als je start (de startcirkel doorvliegt).
Brian Porter had een paar dagen eerder uitgebreid zitten zwijmelen over de berg net boven het keerpunt, dus daar vloog ik recht op af. Inderdaad pakte ik daar moeiteloos bijna drieduizend meter. Terwijl ik aan het draaien was kwamen er vier swifts mijn kant op. Ze vliegen echt schitterend, snel en stil en scherp.
Ik wilde even naar het tweede keerpunt en dan weer terug naar deze superbel, en dat lukte ook wel maar deze keer kon ik niet meer zo makkelijk de kern vinden. Evgenya zat een paar honderd meter onder me en ik had natuurlijk op haar moeten wachten, trouwens ik had die paar honderd meter tot de basis ook moeten nemen. In plaats daarvan vloog ik naar het enige wolkje boven het dal, recht boven het landingsterrein waar ik eerder ook al gered was. Het werkte ook wel maar niet echt hard of hoog, en ondertussen zag ik twee flexies op goal staan en nog drie meisjes vanaf het laatste keerpunt aan komen steken. Ik moest nog twee keerpunten, dat wrijft er wel in hoe langzaam ik ben. Vanaf dat moment ging ik echt helemaal de mist in, ik verliet m’n belletje nogal laag omdat ik dacht dat de berg wel zou werken, de wind was inmiddels zuidwestelijk geworden en de zon had er al een tijd op gestaan. De berg werkte helemaal niet, en boven de top aangekomen wist ik niet goed waar ik het zoeken moest. Ik zag wat vrijvliegers starten (oost!) en vloog erheen, maar ze hielden hun cirkels niet vol en samen zakten we er, in stevige noordoostenwind, op het vliegveldje uit. Ik snap nog niet helemaal hoe de wind zo tegengesteld in die twee dalen kan zijn en dan toch geen lift boven de ridge vinden, kennelijk stond het echt parallel aan de ridges en zakte ik er daarom ook zo snel uit boven de ridge.

29 juli 2008

Uitgezakt




Ik ben moe en ik heb minimum distance, maar ik ben toch tevreden. Anderhalf uur geknokt en net als de meeste anderen uitgezakt nog voor de startcirkel. Maar ik hèb geknokt en ik heb steeds meer zelfvertrouwen, ik weet dat ik termiek kan vinden en als ik een belletje vind dan kan ik het ook pakken. Ik ben nog steeds een beetje gaggle shy, niet altijd maar op dit soort dagen is het behoorlijk griezelig. Niemand komt goed omhoog, het niveau van de piloten is erg verschillend en voor je het weet zoeft iemand vlakbij langs en moet je een heftige bocht maken om haar te ontwijken. Na een tijdje van dat gedoe boven de ridge vloog ik het dal in richting een wolkje, maar halverwege loste het op. Toch vond ik wel wat en het volgende uur was ik continu bezig om lift te zoeken, omhoog te werken, uit te zakken tot honderd meter boven de grond en weer opnieuw omhoog te werken. Vermoeiend, spannend, maar een goeie oefening en de meisjes boven de ridge gingen ook nergens heen. Uiteindelijk begaf m’n concentratie of m’n doorzettingsvermogen het, en landde ik bij Linda Salmone, samen met Uki uit Japan en Moniek Werner.
Camerons les was dat iedereen het 90 minuten volhoudt, makkelijk, dat is zo ongeveer de natuurlijke termijn. Daarna wordt het moeilijk, en dat is nou juist de clou: zorg dat je ook drie uur, vier uur, kan vliegen. Maak het normaal om drie uur te vliegen. Bovendien: if it was easy, it wouldn’t be called a task. Het helpt me om te bedenken dat ik na anderhalf uur eigenlijk pas aan de taak begin.
Morgen wordt het de beste dag zegt iedereen, dat zal dus wel een lange taak worden. Ik begin zo langzamerhand behoorlijk moe te worden, m’n rug doet pijn, ik slaap te weinig, en het is vandaag erg heet en vochtig. Maar ja, if it were easy anyone could do it.

We hebben het goed met ons kleine internationale teampje. Cameron is grappig, heeft ons een hoop te leren en altijd behulpzaam. Katarina is vreselijk lief en gemakkelijk, en net zo gek van vliegen als wij. Ik vind het wel ontzettend jammer dat iedereen verspreid in verschillende hotels en campings zit, ik zie Christine nauwelijks en ook de andere meiden zitten allemaal in enorme nationale teams met tig rigid jongens. Jammer maar met z’n drieën hebben we het nu wel super voor elkaar. De auto is eindelijk klaar, Katarina zit in een goed ritme met een vluchtje ’s ochtends en daarna een lift naar boven, Yvon rijdt de auto naar beneden zodat ze nog een keer kan vliegen en wij landen meestal niet overdreven ver weg.

Roofrack




Cameron is bijna klaar met de neussteun, jeetje wat een werk. Als het gewoon m’n eigen auto was geweest had ie kunnen boren en timmeren maar dit is een huurauto en ook nog eentje met een bijzonder onpraktische voorkant. Ik schat dat het inclusief shoppen een uur of acht werk is geweest, maar dan heb je ook wel de mooiste neussteun van de wedstrijd. Hopelijk hebben we het ook nog nodig, vandaag weer een gecancellede dag.

De wind was behoorlijk hard maar het was nog net te doen, spannender waren de dikke cumulussen om ons heen. Ik probeerde met de gaggle mee omhoog te draaien maar het was een zootje, de lucht gaf her en der ongeorganiseerde korte felle bubbeltjes en een groot deel van de tijd zat ik ook nog naast de berg, niet erboven. Ik had enorm last van wat Cameron gaggle aversion noemt, ik ben wel tien keer van de groep weggevlogen om ergens anders m’n eigen lift te vinden. Dat kan ik dan wel weer goed, maar tja iedere keer als ik mooi omhoog kwam stormde de hele groep op me af. Cameron was inmiddels aan de lijzijde geland en volgens hem viel het wel mee met de turbulentie, bovendien was er een flinke regenbui in de richting waar we zouden moeten landen als we er noord uit zouden zakken. Mijn plan was om maximale hoogte te maken en dan in het dal van Sigillo te landen, maar met die griezelige gaggle zat het er niet in om wolkenbasis te bereiken. De enige keer dat ik op wolkenbasis zat was het 1500 meter, absoluut niet genoeg om me in de rotor te storten. Uiteindelijk gaf ik op en keerde ik naar het noord landingsterrein. Twintig seconden na die beslissing hoorde ik op de radio dat de taak gecancelled was. Ik heb kennelijk beter inzicht dan ik me bewust ben.

27 juli 2008

Weer goal




Goal again! Het was een erg kort taakje en de omstandigheden waren veel beter dan verwacht, en ik kwam een uur na de eerste binnen (17e) en ik was overdreven moe, maar toch maar toch, twee keer op een rij. Gaaf. M’n linkerdij is weer killing, ik moet echt leren om te ontspannen; ik termiek nog steeds niet optimaal, anderen gaan sneller omhoog en hoger, en ik vlieg nog steeds te laag van de ridge weg terwijl ik weet dat ik verderop aan de grond zal staan, maar er zit ook echt vooruitgang in. Ik maak me niet meer echt druk om gaggles, ik steek lager dan wolkenbasis naar goal, ik gebruik vrijwel de hele vlucht McCready en ik steek vrijwel altijd met vol vg. That being said, de startgaggle gisteren was verschrikkelijk, precies op mijn hoogte draaide een masttoestel linksom en de bellen waren te klein om ergens anders te gaan zoeken. Ik sprak haar ’s avonds aan en ze verontschuldigde zich, ze vindt rechtsom draaien zo moeilijk! Dan moet je niet aan een wedstrijd meedoen zou ik zeggen. Het was echt levensgevaarlijk en het had me de taak kunnen kosten. Gelukkig vond ik verderop toch nog weer een belletje, en een beetje achterop hobbelend en af en toe laag, draaide ik na twee uur en twee keerpunten weer met Jamie naar wolkenbasis. Alleen stak ik naar het laatste keerpunt, zoals verwacht zakte ik er bijna uit maar ik wist echt niet hoe ik het beter had kunnen doen. Hans zou zeggen dat ik sneller had moeten vliegen zodat ik niet alleen was, zodat ik had kunnen zien waar de lucht beter was. Is waar natuurlijk maar ik kan niet sneller. Ik moet aan m’n techniek werken en ook beter m’n koers bepalen.
Ik zag een paar kilometer noord van het keerpunt een klein wolkje, het zag er niet zo heel veelbelovend uit en ik meldde al dat ik ging landen, maar verdomd het werkte perfect en rustigjes draaide ik weer omhoog. Toen ik zeker wist dat ik goal zou halen (een paar honderd meter te hoog dus dat kostte weer dure minuten) stak ik erheen, en jawel opnieuw was ik er weer. Het begint al bijna gewoon te worden (wish wish).

Vandaag vliegen we niet vanwege de wind, zelfs hier op het hoofdkwartier waaien we bijna weg. De derde dag al, de hele dag op de berg zitten wachten, dan in belachelijk harde wind afbouwen met alle risico’s voor de vleugels, en uiteindelijk hebben we dan geen dag meer over voor een alternatief programma. Dat is wel een groot nadeel van de MteCucco, die eeuwige wind en de griezelig kleine landingsterreintjes. Kabels, rollen stro en hellingen overal. Maar niet klagen, in de lucht is het schitterend. En het is weer bijzonder gezellig, anders dan vier jaar geleden maar toch wel bijzonder met dertig meiden.
Results op de officiële pagina: http://www.cucco08.org/results.php


25 juli 2008

Womens worlds

Met stijgende hysterie zit ik op m’n vervangauto te wachten. Vier dagen continu heen en weer bellen met de ANWB, wachten op de sleepdienst, wachten op telefoontjes, wachten op een beslissing over repareren of slopen. Ik probeer de hulpdienst uit te leggen dat ik niet beschikbaar ben voor het zetten van handtekeningen tussen half negen en ’s avonds laat, maar de Italianen die de auto moeten komen brengen werken alleen op kantoortijden. Nou ja, het had nog erger kunnen zijn, ik had niet verzekerd kunnen zijn.

Gisteren taak 1. Ik stond ingehaakt achterin de launchrij nog te bellen met de ANWB. Wij startten na de swifts en de rigids, en het belletje voor de start was inmiddels zwak en klein geworden. Ik stak er middenin, draaide meteen rustig omhoog en eigenlijk was ik behoorlijk tevreden over mezelf. Geen stress van de anderen, geduld, en technisch deed ik ook iets goed want ik steeg beter dan de meesten. Meestal ga ik dan fouten maken, nu ook. Ik zag er twee omhoog draaien aan de westkant van de start en ik stak ernaar toe. Te laag. Ik rotorde zo hard omlaag dat ik bedacht dat ik geen auto nodig had maar een rescue. Gelukkig draaide een van de Japanners hard omhoog op mijn route naar een landingsterrein, en in no time zaten we op wolkenbasis. Met z’n tweeën raceten we naar het eerste keerpunt, ik kwam mooi hoog aan, maar daarna moesten we tegen de wind in en daar ga ik altijd de mist mee in. Ik koos de routen dwars over het dal omdat er overal wolken stonden, maar dat bleek toch niet te werken dus snel daarna stond ik aan de grond. Het bejaarde echtpaar waar ik landde was het vriendelijkste landingsteam dat ik ooit heb meegemaakt. Ze droegen m’n spullen naar een mooi gemaaid gazonnetje langs de weg, ik kreeg te drinken. Katarina was er in no time, en we hadden Cameron vrij snel gevonden.

Taak 2: Goal
Mijn doel voor dit jaar is om tenminste eens per wedstrijd goal te halen, en dat is erg mislukt tijdens de EK en de pre-WK dus ik ben helemaal gelukkig dat ik er gisteren stond. Eén van de leukste dingen van goal halen is Flip op me af zien rennen om m’n vleugel te dragen. Geweldig. Het was maar een kort taakje en bijna alle meisjes hadden goal, maar toch het is een goed gevoel. Bovendien heb ik toch zeker vier keer knijp gezeten, één keer bij Gubbio was ik echt bezig te landen.

We hebben een vette auto, nou nog dakdragers. Cameron is aan het shoppen maar het zal niet meevallen om iets te fabrieken wat de auto niet beschadigt. Ondertussen probeert Katarina ’s ochtends en ’s avonds nog wat vluchtjes te proppen tussen het bergop rijden en retrieve, dus de logistiek is een puzzel. Het makkelijkst zou het zijn om gewoon weer op goal te landen ;-)

20 juli 2008

Wind


Rustigjes alles zo’n beetje georganiseerd, auto klaar gemaakt voor Katarina, nog voor de lunch naar boven. Gaat bijna niet met een halve motor, maar ja. Boven stond een halve orkaan dus ik liet de vleugel lekker op de auto liggen, ook al waren er enkeldoekertjes in de lucht. Normaal zou ik zeker moeten kunnen vliegen als zij het kunnen, maar in de loop van de middag bleek dat zij het niet konden. Eentje dreef laag over de start naar achter, een paar mensen begonnen te rennen want het was zo ongeveer wel zeker dat hij zou verongelukken. Een uurtje later moesten we inderdaad even stoppen met starten vanwege de helikopter, maar uiteindelijk blijkt dat hij in een boom is geland en niets mankeert.
Cameron bouwde met veel moeite op, en startte. Hij is een natural, maakt zich nergens druk om, voelt de lucht goed aan en gaat gewoon. Geweldig. Ook erg leuk om mee te maken hoe enthousiast hij is om in Europa te zijn en om in Italië te vliegen, dat maakt mijn skepsis over de MteCucco ook een stuk minder.
Met Laura uit Argentinië zitten kletsen, leuk om te horen dat veel andere piloten ook hun leven inrichten rond het vliegen en ook hemel en aarde bewegen om te kunnen wonen in een goed vlieggebied. Alleen was het haar ook niet gelukt om een visum voor Australië te krijgen, ze woont nu in Zwitserland.

Italië

Het is pokkever van Nederland naar de Monte Cucco, en ik reed ook meteen verkeerd omdat ik vind dat ik beter navigeer dan een tomtom maar dan moet ik wel een kaart bij de hand hebben natuurlijk, maar het verliep toch wel enorm voorspoedig. Alleen is het de vraag hoe lang m’n motor het uithoudt, hij slurpt een liter olie per uur dus dat kan zo maar ineens afgelopen zijn. Ik voel me als milieumens ook wel een enorme viezerik met zo’n rokende motor, maar tja een alternatief om in Italië te komen was er niet. Voor de terugweg maken we ons minder zorgen, het wordt gewoon bedelen om een vervangauto met roofrack.

Nadat we de tent hadden opgezet was het te laat om in te schrijven of naar een autozaak te gaan, dus gingen we maar vliegen. Cameron had zijn nieuwe Atos VR nog nooit eerder opgebouwd of gevlogen, dus dat kostte wat tijd. Ondertussen kon ik gezellig iedereen begroeten, een aantal mensen die ik drie weken geleden nog gezien heb in Frankrijk, een aantal bekenden van de womens worlds van vier jaar geleden en ook weer wat nieuwe gezichten. Ik hielp er een paar de berg af (bij laag starten kwam de wind mooi van voren maar bovenop gaf het vaantje rugwind aan), bleef voor de morele steun bij Cameron (die dat niet echt nodig had, echt een natural) en startte zelf helemaal alleen. Dat geeft toch een kick, dat ik steeds minder hulp nodig heb.
Het ging fantastisch omhoog, wel een beetje chaotisch met net aangekomen wedstrijdpiloten, rigids en vrijvliegers en ikzelf met m’n ogen vooral op de camera gericht, maar supermooi weer. Langs de lagere wolkjes omhoog zonder er iets voor te doen, beetje ronddarren, daarna toch maar vroeg naar de landing omdat ik me wel flink moe voelde na de lange reis. Toplanden durfde ik niet aan omdat er een kudde koeien precies op het landingsdeel stond. No worries, beneden wachtte Tim me al op om me naar de auto te rijden. Tim is een schatrijke Amerikaan die z’n tijd graag verdoet met dienstverlenen aan sportende vrouwen. In Greifenburg was ie er ook al om ons te verzorgen, heerlijk.
Met de komst van Katarina is ons team compleet. Vandaag nog een beetje vaag rondfladderen, morgen en overmorgen officiële practice days, en dan de wedstrijd. Ik heb er ontzettend veel zin in.

14 juli 2008

Lieren


Cameron (m’n Australische teammate) kwam zaterdag om half zes aan, en binnen een uur na thuiskomst lagen we al onder de auto om te bekijken hoe er een goed roofrack op gemaakt kan worden. De rest van de dag fietsten we door de stromende regen langs alle Haagse ijzerhandels.
’s Avonds zag ik op de chat dat het er goed uitzag voor zondag, en Cameron vond het niet erg om voor me te chauffeuren, dus togen we gisteren naar de andere kant van Nederland voor een lierstartje. Het leek even te gaan overontwikkelen, tijd genoeg dus om wat te ouwehoeren met Dave die binnenkort naar Australië verhuist en Rob die Cameron inwijdde in de do’s and don’ts van het vliegen met een Atos VR. Na anderhalf uur zag het er niet gevaarlijk meer uit. In twee trappen zat ik op 800 m, tegen de wind in stekend naar een mooie wolk verloor ik wel weer de helft maar uiteindelijk pakte ik toch een mooi belletje dat me naar de basis op 1350 bracht. Ik overwoog om met de wind mee Duitsland in te vliegen, Cameron zou toch rijden. Maar we hadden een eetafspraak en hij moest nog erg wennen aan het rechts rijden, en zoeken, en we hadden geen radio of telefoon, dus het leek me beter om te proberen in de buurt van het veld te blijven. Uitstekende oefening, tegen de wind in steken, crosswind koers bepalen, belletjes zoeken in plaats van er domweg in mee te drijven. M’n tweede belletje draaide ik met drie havikken omhoog, ze zaten vlakbij en ik kon ieder veertje en pluisje zien. Ze vlogen om me heen alsof ik een willekeurig obstakel was, soms bijna onder m’n vleugel door.
Na een uurtje landde ik bij Almelo, gelukkig op m’n voeten op een vers gegierd veld. Camo was er al voordat ik de vleugel ingepakt had, ook dik tevreden over een interessant dagje.

07 juli 2008

Afgelopen

Moe en een pietsie bedroefd en niet helemaal voldaan. Nou ja, het hoort erbij, slecht weer kan altijd. Maar toch, vier weken, twee potentieel fantastische wedstrijden, en dan zó verschrikkelijk weinig vliegen en zó verschrikkelijk slecht scoren, dat valt toch wel zwaar tegen. Ik heb denk ik wel weer veel geleerd, veel gepraat met en geluisterd naar toppiloten die me zoveel kunnen vertellen over hoe ik beter kan presteren, sowieso boeiend. Met m’n tips wat hoger blijf ik makkelijker in de termiek, een aerofoil a-frame maakt enorm veel uit in prestatie, ik moet echt met McCready vliegen en sowieso heel veel sneller vliegen, zoek veel bewuster de betere lucht op, altijd, weet waar je heen vliegt dus bekijk de keerpunten goed voordat je start, enzovoort. Nog voldoende te verbeteren.
De laatste dag hadden we gelukkig nog een taak, zij het een hele lastige. Het was erg stabiel, er woei een harde noordwestenwind en de basis bleef vrij laag. Vanwege de ordered launch mocht ik pas als één van de laatsten de berg af, geen probleem dit keer omdat de gaggle boven de Chabre er griezelig uitzag en ik daar zo min mogelijk tijd in door wilde brengen.
Na m’n start ging ik best goed omhoog, maar op een gegeven moment werd het me toch teveel in het langzame belletje met ongeveer tien andere, niet zulke goeie, piloten. Ik maakte m’n klassieke fout door zomaar weg te vliegen, weg van de berg, weg van de termiek, en natuurlijk zakte ik er bijna uit. Heel laag vond ik een zwak belletje waar ik me gelukkig goed op kon concentreren omdat ik er alleen was. Ik kon met m’n ogen bijna dicht en het sinkalarm uit toch weer omhoog, maar het kostte wel 51 minuten om weer op wolkenbasis te komen, 2200 meter. Zo’n moeilijke low save in het begin geeft dan weer wel het gevoel dat ik verder alles aankan, dus vol vertrouwen begon ik aan de taak. De meesten waren al weg dus ik vloog alleen, ik had geen idee wat de beste route was om van het eerste naar het tweede keerpunt het brede dal over te steken. Ik vertrok op 2300 meter van de Chabre en kwam zo’n 100 meter boven het zweefvliegveld bij de Hongrie aan, no chance. Met 31 km stond ik op de grond. Veel te weinig gevlogen en veel te slecht gepresteerd, maar ik heb wel vier weken schadevrij gevlogen, ben alleen maar op m’n voeten geland, en heb mezelf weer even goed geconcentreerd op het starten. Dat is toch allemaal winst.

Onze chauffeur Jemaila organiseerde de terugreis zodanig dat ik met Shedzy en Laurent kon terugrijden. Gezellig, relaxed, en een mooie laatste kans om nog wat tijd met hem door te brengen. Zaterdagavond logeerden we bij pa Thevenot in Dijon, zonder meer paradijselijk. Stilte, bos, landingsterrein naast het huis, binnen- en buitenzwembad en koele ruime kamers. Gerard liet ons de airbagvesten zien waarmee hij bezig is, we keuvelden over debiele regelgeving en de Europese Unie, kookten met z’n vieren en genoten nog een laatste avond van de totale afwezigheid van iets moeten.
Vanmorgen afscheid van Dave, jammerjammerjammer dat hij zo belachelijk ver weg woont, Liverpool, we zullen elkaar zeker een jaar niet meer zien en in de tussentijd vindt ie wel een vriendin lijkt me. Veel later dan normaal naar kantoor, waar ik zit te tollen van de slaap en waar ik het nog helemaal niet op kan brengen om me op toezichtarrangementen en luchtverkeersleiding te concentreren. Eerst maar ns even de vakantie verwerken, beetje bijpraten, mails doornemen. Morgen de hele dag vergaderen, dan zit ik er wel weer goed in.

03 juli 2008

slecht weer


We hebben gisteravond flink ons best gedaan om het weer goed te drinken, maar de kater is niet erg genoeg, het weer is slecht. Wel gezellig, Cornelia's gitaar ging rond en zelfs Egbert en ik kweelden mee. Een van de Ieren, Fran, heeft een superstem. En Shedzy kan niet echt zingen maar dat vind ik juist heel schattig, ineens wordt ie verlegen.
Vandaag dan maar een beetje computeren, lezen, slapen. Morgen de laatste dag, ik sta nu op de 110e plaats en zelfs als ik morgen helemaal super vlieg blijf ik toch helemaal onderaan de scorelijst hangen. Tja. Het doet er niet echt toe, maar het voelt toch niet echt leuk om laatstes te zijn. Gisteren zat ik er weer goed voor, lekker hoog en relaxed en ik wist goed waar ik mee bezig was, maar toch rotorde ik direct na het eerste keerpunt in de keiharde zuidenwind naar beneden, achter de St.Genis. Fout: me niet aan één beslissing houden maar een slingerende koers volgen. Zoals Hans zei, beter recht op een foute koers dan rondmeuten en hoogte verliezen zonder dat je ergens heen gaat.
Ik stond bij Jezus (Antoine) in het veld, en hij werd zowaar communicatief. Wat een beetje uitzakken al niet doen kan... Later landden Jiri en Egbert nog bij ons, gelukkig, ik ben niet de enige die uitzakt.

01 juli 2008

opnieuw gecancelled

Ropje heeft m’n tips één gaatje omhoog gezet, en verdomd zeg nou vliegt ie weer fantastisch. Ik zet ‘m in een bel en kan verder om me heen gaan kijken, net als m’n eerste Litespeed draait ie vanzelf omhoog.

Nou was het ook wel belachelijk makkelijk, in het westen zat een dik onweer met regen en bliksem en overal ontwikkelden griezelige verticale bloemkolen. Ik startte toch nog laat omdat ik net een paar minuten voor de start open ging eruit dreigde te zakken, terwijl ik een uur op wolkenbasis had rondgedard. Tegen de tijd dat ik bij het eerste keerpunt aankwam was het onweer er ook bijna, dus ik pakte geen maximale hoogte maar maakte dat ik wegkwam naar de St.Genis. Daar had ik de mooiste bel van de dag, en op een riante 2600 meter begon ik net het dal in te steken toen er over de radio werd gemeld dat de taak gestopt was. Het onweer was inderdaad nogal groot en dichtbij en boven het tweede keerpunt groeide ook al iets naars. Hoe dan ook, dit was mijn eerste keer boven de St.Genis en ik vond het schitterend. Het hele dal was bereikbaar, ik kon makkelijk naar de camping of juist naar de Hongrie of naar Gap. Dàt is waarom ik vlieg, voor dàt gevoel, die totale vrijheid.

Jammer om niet op de camping te landen, maar terwijl ik ernaartoe stak werd er over de radio dringend opgeroepen niet naar de camping te komen, vanwege het onweer. Terwijl ik dan maar richting Gap stak, zag ik weer zon bij de camping dus besloot ik om toch maar daarheen te vliegen. Vervolgens meldde Ropje dat hij in een flink gustfront had moeten landen, dus weer omgedraaid en dan toch maar richting Gap.

Vanavond pizzafeest in Ribiers, de competitors hebben bonnetjes dus ik hoef weer niet te koken.

niet veel vliegen

Het weer blijft naadje, wel heet en droog gelukkig maar met vliegen is het niks en wordt het niks. Vandaag stond ik twee uur ingehaakt, met truien aan en handschoenen en m’n helm op, te wachten tot ik zou kunnen starten. Ondertussen ontwikkelde zich een flink onweer niet ver naar het zuiden, richting het tweede keerpunt. Toen er nog zo’n vijfentwintig piloten op de berg stonden werd de taak gestopt, iets na het eerste startgate, dus effectief gecancelled. Laurent en ik stonden op de top en draaiden ons meteen om, om perfect op noord te starten. Ik vloog rechtstreeks naar de camping, had eigenlijk nog een beetje willen termieken om te voelen of het nou beter is met m’n tips een gaatje omhoog, maar er zat helemaal niks aan de noordkant. Een perfecte landing, het begint een gewoonte te worden! Fantastisch, ook al vlieg ik weer als een krant voor het eerst in vijftien jaar begin ik echt consistent goed te landen. Ooit zal ik er nog lol in krijgen ook.
Dan maar met Shedzy naar de gorge, nog een paar keer van de waterval afspringen, onze langdurende flirt voortzetten en nog wat bruiner worden. Thuis eten met Hans en de Argentijnen, en Mario met z’n mooie ogen.

Dinsdag
De vooruitzichten zijn niet best, dus ik zal niet veel kans meer krijgen om m’n slechte score nog te verbeteren. Dan maar concentreren op techniek: beter termieken en goed landen.

29 juni 2008

verbeteringen

Eén van de mooiste dingen van het vliegen, en zeker van het wedstrijdvliegen, is dat je eindeloos kan zitten puzzelen om te achterhalen waar je fouten zitten, hoe je het beter kan doen, en dat er piloten zijn die de kennis en ervaring hebben om mee te denken en die ook willen helpen. Uren praten over uitzakken, hoe komt het, wat kan je eraan doen? Is het mentaal, is het technisch, hangt het samen met m’n stijl? Is later starten een optie, of mediteren, of werken aan m’n techniek?
Die van gisteren begreep ik echt niet, opnieuw start ik juist beter dan anderen, dan mis ik één slag, en vervolgens ploeter ik nog een half uur onder starthoogte totdat ik er gefrustreerd en doodmoe uitzak, terwijl de mensen die samen met mij in dezelfde bel zaten omhoog schroeven en de taak uitvliegen. Wat ik in ieder geval weet is dat het belangrijk is om zelfvertrouwen te hebben, en dat verlies ik heel snel met dit continue ge-eikel.
Maar met Ropje en vanochtend met Hans ben ik er uiteindelijk geloof ik wel achter hoe het zit. Ik heb een aardig beeld van de bel, weet waar die is en hoe die eruitziet. Waar ik helemaal geen flauw idee van heb is mijn eigen positie en beweging ten opzichte van die bel. Hoe groot is m’n cirkel, hoe steil is m’n bank? Beweeg ik met de bel mee als die shifty is, of draai ik steeds op dezelfde plek? Geen idee en daar zal ik dringend aan moeten werken.

En: m’n techniek is middelmatig. Ik gebruik de lift niet erg efficiënt, en presteer dus het beste als de bellen vet en ruim en regelmatig zijn. En met m’n laminar, die te groot voor me was, werd m’n slechte techniek gecompenseerd door het grote vleugeloppervlak. Maar nu ik een kleinere vleugel heb (waar ik toch wel erg blij mee ben) zal ik toch echt fatsoenlijk moeten leren draaien.

Eén van de eerste starts op Greifenburg verknalde ik, bottombar bijna over de grond, uit nonchalance en haast. Die schrik was wel een goeie les en m’n daaropvolgende starts zijn weer prima. Gisteren was dat nodig ook, we stonden op Aspres west met een zwakke noordwestenwind. Uitstekende start wel en de vaantjes wezen soms ook leuk onze richting op, maar het zag er toch tricky uit. Toppers die voor mij startten moesten ontzettend ver doorlopen voordat ze loskwamen, dus ik wist dat het echt perfect moest zijn anders kon het heel erg slecht aflopen.
Mijn starts zijn inmiddels weer helemaal ok, maar nadat ik uitgezakt was (alwéér) werd gemeld dat Erik op de start gecrasht was. Hij zag er behoorlijk gekreukeld uit en ik bracht ‘m naar het ziekenhuis van Gap, een bekende weg inmiddels. Het was wel erg druk daar, vervelend natuurlijk om zo lang te moeten wachten maar het geeft ook maar weer aan hoe relatief het gevaar van zeilvliegen is. De anderen die binnenkwamen waren waarschijnlijk gewond geraakt bij vechtpartijen, auto-ongelukken en doe-het-zelven.

Vandaag met een mooie zuidenwind een taak vanaf de Chabre, maar vlak voor de start open zou gaan werd er gecancelled vanwege de dreiging van onweer. Ik zat toch al naar de ontwikkeling te kijken en ik draaide me al om naar de camping voordat het bericht over de radio doorkwam. Dan maar weer salto’s maken in het zwembad, flirten en blog schrijven.
Van m’n avonturen bij de waterval staat een video op de blog van de wedstrijd: http://chabre2009.blogspot.com/2008/06/video-what-pilots-do-when-its-windy.html

26 juni 2008

Dag 1 pre WK

Vandaag had dè dag moeten worden. Schitterende lucht, relaxed opbouwen en starten op de Longeagne, en ik voelde me fit en goed gefocust. Het ging ook meteen perfect, ik draaide rustig omhoog, moest nog een paar minuten in de gaggle wachten op de startgate en stak met de eersten mee op koers. Al snel zaten we bij de Pic de Bure, altijd een groot doel van mij geweest. Zo makkelijk, zo simpel. Ik bedacht tijdens het draaien dat het geweldig is, een paar jaar geleden was dit nog vrijwel onhaalbaar en nu vlieg ik er zo eventjes naar toe. Ik hoopte vandaag goal te halen, het zat er zeker in, maar als het niet zou lukken dan toch minstens voor het eerst het Lac Serpanson (spelling?) oversteken.

Na het eerste keerpunt kwam ik wat laag op de volgende riggel aan, maar ik maakte me nog geen echte zorgen want boven de top draaiden er een paar en ver onder mij was ook iemand aan het zoeken en draaien. Ik kon redelijk makkelijk indraaien en zag die lage vleugel snel naar me toe komen. Koos. Hij termiekt heel veel beter dus in no time haalde hij me in, hij zwaaide. M’n reactie was vertrouwd, gewoon, blij, mijn geliefde. Pas een halve cirkel later begonnen de tranen te prikken, kwam de realisatie dat m’n automatische reactie niet past.

Ik maakte er een zootje van, Koos toonde aan dat er een goeie bel tot wolkenbasis was en ik zat er al in ook, maar ik wist ‘m toch te verliezen. Ik blijf conservatief dus begon al vrij hoog richting landingsterreinen te glijden. Op m’n circuit hoorde ik het piepje dat aangeeft dat ik het tweede keerpunt pakte, even later stond ik met drie andere sukkels op de grond. Verschrikkelijk verschrikkelijk teleurgesteld.

Maar ik zal proberen me te herinneren hoe mooi de Pic de Bure is.

24 juni 2008

oefendagen

Ik wilde alweer helemaal blij schrijven over de zon en hoe schitterend het hier is en hoe heet en droog en prachtig, maar vanmorgen hangt er weer een laag stratus en het is fris. Gisteren gelukkig wel een beetje gevlogen hier in Laragne, maar ik was wel verschrikkelijk moe van nachten te weinig slaap en vergeten lunch mee naar boven te nemen. Na een slechte start knapte m’n harnasrits open, eigenlijk viel het nog wel mee hoe rottig dat dan vloog maar het idee dat je met je volle gewicht op een klein gespje hangt is toch weinig comfortabel. Bovendien heb ik me gedwongen om te oefenen met het gepiep en gefluit van de McCready-functie, en om de radio niet meteen uit te draaien toen er druk werd gecommuniceerd. En dan was het ook nog eens niet zo’n heel makkelijke dag, de termiek was af en toe hevig maar lang niet op alle hoogtes, de bellen waren ver uit elkaar en het plafond zat op 2200 meter. Afijn, dat alles bij elkaar maakte dat ik me op het noordlandingsterrein uit liet rotoren, dom.

Ik probeer niet negatief te denken en mezelf niet om de oren te slaan, maar jeetje wat presteer ik slecht zeg. Stiekem denk ik dat dat komt omdat m’n hart er niet in ligt, m’n hart ben ik kwijt, vandaar. Maar tegelijk vind ik het waardeloos om altijd maar excuses te verzinnen, iets de schuld te geven. Lastig, want als ik geen verklaringen zoek voor m’n fouten, dan moet ik onderkennen dat ik gewoon een slechte piloot ben, zonder talent. Ook niet goed, geen zinnige manier om het beter te gaan doen.
Ik probeer dus maar blijmoedig te genieten van de veel te korte tijd die ik dan wel in de lucht ben, en mezelf voor te houden dat het een volgende vlucht, een volgende wedstrijd, misschien wel weer goed zal gaan. Ik neem me voor om harder te vechten, beter op te letten, sneller te vliegen. Maar voorlopig zak ik er elke keer uit, scoor ik dagelijks als laatste, en maak ik de ene na de andere fout.
Nu eerst ontbijten (nou ja, ik ontbijt altijd om half zeven, dit is het dagelijkse tweede ontbijt) met Hans. Dan eens kijken wat de Dutchies doen. Ze zijn weg, ik weet niet waarheen want ik probeer mezelf dan wel niet buiten de groep te plaatsen maar het valt me toch echt niet mee om continu geconfronteerd te worden met

21 juni 2008

EK afgelopen

Hoofdpijn, zon, ik ben laatste maar niet getreurd heb toch een paar leuke vluchten gemaakt. Nou op de loer liggen voor de wasmachine, prijsuitreiking, morgen naar Laragne.

vg = variabele geometrie, het is een touw waarmee je de hoek van je vleugel verandert zodat ie sneller maar moeilijker bestuurbaar wordt.
wingovers zijn een soort halve loopings.

16 juni 2008

Ongeluk

We waren gisteren allemaal blij dat er eindelijk weer een echte taak kon worden gevlogen. Maar kort achter de startgate is Ricchi verongelukt. Getumbled en slecht neergekomen. Het gebeurt bijna nooit, en als het gebeurt komt de piloot er heel vaak nog genadig vanaf, maar niet altijd. Het leek me een leuke vriendelijke jongen, Jerommeke noemden we hem. Hij was zichtbaar dolgelukkig met z’n baby. Had voor het eerst z’n gezin mee naar een wedstrijd. Het is lastig om emoties en gedachten te ordenen. De Zwitsers zijn er natuurlijk totaal kapot van, de tien piloten die het gezien hebben, hebben het er ook moeilijk mee, zijn vrienden, wij, willekeurige medepiloten. Je weet niet of je eigenlijk wel kan lachen, over iets anders praten, of je nog wel moet willen doorvliegen. En natuurlijk, altijd, de theorieën. Ikzelf denk dat dit het meest onvermijdbare ongeluk was dat ik ooit heb meegemaakt. Niemand deed iets verkeerd, niets was te voorkomen geweest. Het bewijst dat de lucht hier op plaatsen bijzonder venijnig kan zijn, dat vliegen een serieus risico met zich meebrengt. Natuurlijk ben ik bang. Ik maak alleen steeds opnieuw de afweging of ik dit risico wil nemen, en steeds opnieuw weet ik dat ik niet zonder vliegen kan, wil. Als dit m’n leven kost, tja, het ìs ook m’n leven. Anderen denken dat hij altijd met vol vg vloog, zelfs in de hevige turbulentie waar ze zaten. Z’n sprogs stonden kennelijk niet bijzonder hoog, net deze wedstrijd heeft Dennis alle sprogs gemeten dus dat kan met zekerheid worden vastgesteld. Of dat hij z’n chute nog had kunnen gooien als hij niet zo laag had gezeten, omdat we gisteren voor het eerst een hoogtelimiet hadden bij de startgate. Het voordeel van zulke theorieën is dat het een illusie van controle geeft. Ìk termiek niet met vol vg, ìk vertrek uit de turbulentie als het te gek wordt, ìk stem tegen een nieuwe regel die een hoogtemaximum invoert. Maar het blijft een feit dat de lucht onzichtbaar is en dat we pas ontdekken hoe woest en wild het is als er iemand over de kop gaat. Het blijft een zekerheid dat mensen fouten maken, risico’s nemen, in een wedstrijd de snelste willen zijn. Ik was gisteren enorm uitgezakt, slechte draaitechniek en bangigheid. Kan best dat die schijterigheid me af en toe gered heeft, zal ik nooit weten. Ik weet wel zeker dat ik altijd spijt heb van het uitzakken, dat ik de rest van m’n leven zal blijven proberen om langer, verder, hoger te vliegen.

Bergwandeling


Het regent hard lang en koud. In m’n voortent ligt een grote plas water en in m’n binnentent is alles klam nat. Dat wordt een dagje hoppen van de voortent van Hans en Christine naar de kroeg, met tussendoor wat spelletjes bij de Frenchies of eventueel bij de Britten. Als ik maar niet meer hoef te lopen. Gisteren zijn we een berg opgelopen en helaas ook weer af, en nou heb ik weer een ontsteking in m’n meniscus. Na zes uur lopen had ik zo’n pijn dat ik alleen nog maar voetje voor voetje en met twee stokken verder kon. Dat duurde te lang dus ik werd op Laurents en Fabios schouders gehesen (Fabio is een stuk kleiner dan Laurent) en in de regen glibberden we zo gedrieën de grindmodderpaden naar beneden.
Toch was het de moeite waard. Het was natuurlijk schitterend, zelfs in de wolken. Enorme watervallen, een mistig meertje op de top, weelderige plantengroei, rotsen. Halverwege de klim een chalet met een vriendelijk kaasboertje waar we bij de kachel konden lunchen. Twee schnapps na, niet handig maar wel lekker. Maar ook weer leuk om een paar piloten wat beter te leren kennen. Mario Alonzi is echt mijn held, en Laurent Thevenot ken ik al, ook een bijzonder aardige jongen. Maar ik heb eigenlijk pas voor het eerst echt met Fabio gekletst, en met Carol Tobler. En zowaar Antoine Boisselier aan het glimlachen gekregen.

11 juni 2008

EK

We hebben alweer heel wat meer gevlogen dan ik donderdag verwachtte. Gisteren een taak van 105 km, prachtig weer maar ik zakte er na dertig km toch uit. Vanaf de start tot het eerste keerpunt ging het geweldig, rustigjes omhoog geschroefd tot wolkenbasis, de basis was een paar honderd meter hoger dan voorspeld en we hadden genoeg ruimte om in drie of vier gaggles te wachten tot de start. Om tien over één, de eerste startgate, gleden we met honderd man allemaal tegelijk naar het keerpunt. Schitterend gezicht. Ik kwam vlak achter de eerste groep hoog boven het keerpunt aan, bedacht al dat ik vandaag wel eens een mooie lange vlucht zou kunnen gaan maken, maar terug tegen de wind in viel het toch erg tegen. De eerste bel die ik pakte was erg turbulent dus ik schoof een stukje op, maar daarna lukte het niet meer ergens in te centreren. Ik zakte uit op de camping en begin de wedstrijd daarmee als 92e, maar ach het was geen slechte vlucht. De sprogs ook een stuk omlaag gedraaid, hopelijk gaat het morgen wat beter dan als het turbulent is.

Vandaag zag het er schitterend uit maar de voorspelling was erg slecht. Er werd geen taak uitgezet, we hadden nog wel tijd om even te vliegen maar er werd gewaarschuwd voor hevig onweer dat ersnel aankwam. Ik startte snel en wilde ook landen voordat de hele meute tegelijk naar beneden kwam, en dat ging prima. Pas een uur of twee later barstte het echt los. Morgen wordt waarschijnlijk ook slecht, daarna hebben we weer kansen.

08 juni 2008

Greifenburg

De weersvoorspelling voor de komende week is echt naadje, en Paul en ik reden gisteren met de Alpen gelijk de regen in. Ik wist niet hoe snel ik m’n tentje op moest zetten (6 minuten) om alles droog te houden, maar uiteindelijk klaart het een beetje op en misschien kunnen we zelfs wel vliegen vandaag.

Een heel kort vluchtje gemaakt, net genoeg om even m’n spullen in orde te maken en natuurlijk m’n voeten van de grond, altijd goed.

De avond hebben we bij Merlin gewaakt, het zou ieder moment over kunnen zijn. Het kan ook nog een paar weken duren. Als hij hier dood gaat wil Hans hem graag in een bos begraven, dat snap ik maar het is een grote hond dus dat wordt een heel grote kuil, ik denk niet dat dat met een paar schepjes te doen is.

Vanmorgen ruzie met m’n internetverbinding, dat lukt niet. Zelfs Ropje krijgt het niet voor elkaar. Laatste hoop is de kok, die schijnt er slim mee te zijn. Als het niet lukt wordt dit een heel erg lang blog in één keer.