24 november 2012

Practice day



Het viel allemaal niet mee vandaag, maar ook weer wel eigenlijk. Precies om twaalf uur lag ik klaar op de dolly, verder was nog niemand opgebouwd maar de lucht zag er al aantrekkelijk uit en de eerste dusties zwierden langs de hangars. Het was even lastig om een startrichting te bepalen, maar daar ging ik, gogogo. In plaats van vooruit ging ik in een enorme bocht: een dustdevil ontstond onder m’n linkervleugel precies op het moment dat we startten. Gelukkig was er behalve wat blauwe plekken niks kapot, en m’n start achter Bruce verliep verder volgens plan. Ik draaide wat omhoog ook maar kon toch niet echt tot wolkenbasis komen. Ondertussen was er een startrij ontstaan, dus ik sprong op m’n fiets om even te gaan lunchen. Toen ik terugkwam zag ik Bruces dragonfly op de kop naast het veld liggen, hij had geprobeerd vlak over het hek te vliegen en het net niet gehaald. Bruce mankeert weinig maar z’n dragonfly heeft vrij forse schade: één tug down.
Ik voegde me weer in de startrij en kwam achter Billo, de trike. Afschuwelijk, hij ging bizar hard en omhoog en omlaag, ik had geen schijn van kans. Op 250 meter toen hij weer bijna verticaal boven me uit steeg releaste ik, ik had geen zin om te wachten tot hij het volgende sinkgat in zou duiken en mij met een enorme ruk de diepte in zou trekken. De termiek was ontzettend verbrokkeld en Billo vloog me ook nog eens bijna aan (hij had me niet gezien zei ie) dus ik stond binnen een paar minuten weer aan de grond. Erg jammer allemaal want de meesten hadden een aardig overlandje gemaakt, ondanks de ruige lucht.
Morgen begint de wedstrijd. Ik ben totaal niet in wedstrijdmodus, maar dat komt vast wel. Ik ben in ieder geval weer aardig tuned in op m’n Litesport, en ik heb weer zelfvertrouwen waar het slepen betreft. Het enige onderdeel van zeilvliegen waar ik gewoon goed in ben.

23 november 2012

de dag voor practice day




Lekker rustig dagje: uitvoerig ontbeten, uren door de lokale supermarkt gedwaald om tien cartons frisdrank, 96 rollen pleepapier ed aan te schaffen (wat zou iemand bedoelen met liquid soap, handzeep of afwasmiddel?), daarna nog eens op en neer naar het dorp om lunch te halen, en toen eindelijk een eerste sleepje. Achter Blano, supergoed voor beginners maar hij vloog zo verschrikkelijk langzaam dat ik fors moest uitduwen en het was behoorlijk turbulent dus op 250 meter gooide ik al los om niet in een lockout te raken. Ik draaide wel naar boven maar op 1200 hield het op. Daarna waaide het te hard voor nog een startje dus ik zette m’n vleugel in de hangar, en luisterde naar de 75-plussers die beurtelings een bepaald type vliegtuig bespraken en dan weer uit de oude doos tapten. Ian en Bob kennen Bill al meer dan veertig jaar en Ian heeft zelf trouwens ook een interessant leven achter de rug, dus we kwamen de middag wel door. ’s Avonds nog een lange sleep achter Bruce, die me gedetailleerde adviezen gaf om nog beter te slepen. Daarna nog even de meaning of life besproken, melig geworden in de Indiër en nu op tijd slapen.

22 november 2012

Gulgong



En weer heb ik het meer dan goed. Na vijf uur voorzichtig rijden vanwege alle kangoeroe roadkill was ik net aangekomen op het vliegveld in Gulgong, om met Jonny en Dave May en Enda wat te gaan eten, toen Bill verscheen en zich onmiddellijk over me ontfermde. Ik mag in een echt bed in het fantastische huis van Ian, de man die alles hier gebouwd heeft. Het vliegveld, de hangars, het huis. Het huis is geweldig, smaakvol en comfortabel, puur ecologisch met zonne-energie en regenwater. Eerst had hij alleen een caravan, daar heeft ie het complete huis letterlijk omheen gebouwd. De caravan is nu een tv-kamer met een bed en een bureau. Ian lijkt me een interessante man. Hij vliegt niet meer na een zwaar ongeval waardoor hij kreupel is geworden, maar hij onderhoudt nog steeds dit schitterende vliegveld. Groter dan Quest, een mooie vlakke baan, bomen die schaduw geven.
Bill is inmiddels tachtig en twee beroertes verder, maar hij blijft gewoon Bill alleen vriendelijker. Iedereen behandelt hem vanzelfsprekend als de patriarch die hij is. Hij heeft nog steeds fantastische verhalen te vertellen en hij geeft nog steeds leiding aan alles wat met de vliegtuigen te maken heeft. In de kroeg waar we gingen eten waren wat mensen uit het dorp aan het zingen en gitaar en viool aan het spelen. Dezelfde zanger die erbij was toen Bill en Molly hun zestigste!!!! trouwdag vierden. Bill gooide stenen naar Molly toen hij acht was, raakte haar nooit, en toen ze elf waren besloot Molly hem te kussen . Zoiets, een heel schattig verhaal in ieder geval.

21 november 2012

Met Chainsaw en kiwis naar Brokenback



Cool, mensen bellen me om te vragen of ik mee ga vliegen. Chainsaw wilde inland, een mooie gelegenheid voor een herkansing met m’n Litesport. We waren erg laat en de lucht was bijna compleet bedekt met met hoge cirrus, maar het leek me in ieder geval onwaarschijnlijk dat we afgrijselijke sink aan zouden treffen zoals met Katharina en vorige week met Cameron. Dat was maar goed ook want het bombout veldje is wel vergroot doordat de wijnranken weggehaald zijn, maar het blijft een akelig klein driehoekje met hoge bomen eromheen. Ik startte als eerste en draaide rustig tot zo’n honderdvijftig meter boven start, opnieuw verliefd op m’n Litesport. Dat gaf net genoeg hoogte en vertrouwen om naar het grotere bomboutveld te vliegen, waar ik een vrij redelijke landing maakte. Twintig minuten later landde Charlotte op precies dezelfde vierkante meter als ik, direct daarna reed James de auto voor, en nog weer een paar minuten later maakte Chainsaw het team compleet. Het blijft een beetje maf om drie uur te rijden voor twintig minuten vliegen, maar we waren alledrie erg tevreden en ook nog vroeg genoeg thuis voor boodschappen (ik moest perse een beter bed hebben, op Katharina’s kapotte matjes krijg ik teveel rugpijn) en tien baantjes in de oceanpool. Dat is zo verrukkellijk dat wordt nog moeilijk om te missen: gratis, twee minuten fietsen van Conrads huis, een enorme betonnen bak vol zeewater met uitzicht op het witte schuim van de brekende golven en zonder enge beesten of stromingen. Inclusief kleed- en doucheruimte waar niemand gebruik van maakt, wat maar goed ook is want ze trekken het hier niet zo goed dat je in je blootje doucht ook al zijn de heren- en damesruimtes gescheiden. Preutse lui die Australiërs.

20 november 2012

learning some skills



Gaaf gaaf gaaf gaaf de hele dag op Dixon Park gespeeld, supergoeie wind en ik heb eindelijk getopland joehoe! Het is een vrij tricky plek om te toplanden, een klein schuin aflopend driehoekje dat net niet recht op de kustlijn/wind ligt, met electriciteitskabels eromheen en een paar bankjes. Het is het geduld van Cameron die me op MteCucco geleerd heeft rond te lopen met m’n handen aan de basebar, van Conrad en Selmsy die me geleerd hebben achteruit te vliegen door uit te duwen, en Ricky en consorten die de Fun hebben ontwikkeld. Super! Op oefendagen met mensen aan de zijkabels en sullige hopjes en groundhandling oefeningen merk ik niet echt dat ik veel leer, maar vandaag kwam het allemaal bij elkaar en ging het vrij gemakkelijk. In de loop van de dag heb ik zo’n vijftien, twintig landingen en weer starts gedaan, en ook een hoop mislukte approaches en een paar landingen in het park. Alles even leuk en leerzaam.
Nu moe als een uitgespeeld klein kind gauw naar bed.

18 november 2012

Bombala street



Waar ik weer enorm aan moet wennen is dat je gewoon uit kan slapen, allerlei dingen doen zoals een potje zwemmen in de gigantische oceanpool (een betonnen bak naast de zee waar geen haaien en kwallen komen), kleren kopen die ik helemaal niet nodig heb maar die wel in de aanbieding zijn en boodschappen die echt nodig zijn, handwasje, sofa’s in de zon schuiven zodat de bugs dood gaan, en dat je dan gewoon daarna heerlijk kan gaan vliegen. Geen haast, niks gemist. Bombala street is twintig minuten rijden, het weer werd pas in de loop van de middag mooi en de wind draaide precies goed voor die beroerde startplek. Ik hing een uurtje fantastisch hoog maar ik durfde niks wilds te doen omdat één van de lufflines kapot is en ik durfde niet door te vliegen naar de punt omdat ik grote moeite had om niet naar achteren geblazen te worden. Maar toch: foto’s maken, hard vliegen, bochtjes draaien, voeten op de basebar, en gewoon minutenlang compleet stil hangen en genieten van het uitzicht, niks te klagen. Het was nog een forse inspanning om het landingsstrand te bereiken en m’n armen waren al moe van het zwemmen, dus een uur was ook wel genoeg. De anderen landden allemaal vrij snel daarna, en Hairy Karl bracht een emmer vol blikjes cola-bourbon en later nog speciaal voor mij een biertje, omdat ik dat bocht niet drink. Erg geslaagd.

16 november 2012

Regen



Het giet en het is koud, de hele dag al, het lijkt Nederland wel. Na een ochtend rondbellen lukte het een mechanic te vinden die m’n auto-aansteker wilde repareren zodat ik op de tomtom kan vertrouwen. Ik moest mezelf twee uur amuseren in The Entrance, een erg hippe plek. Gisteren scharrelde ik nog met Conrad naar goedkope stoelen bij het leger des heils in Newcastle, hier is ieder ander winkeltje een tweedehandszaakje. Het heet hier geen tweedehands maar ‘vintage’, en de prijzen zijn navenant. Wel erg lekkere koffie in een koffiehuis annex kringloopwinkel en een goeie omafauteuil om m’n boek in te lezen.
Daarna ging ik ouderwets op visite bij Jamie en Glen in Pearl Beach. Ouderwets omdat we gewoon de hele middag en avond bleven kletsen, alsof we geen haast hadden, niks anders te doen. Wat ook zo is natuurlijk. Maar sinds m’n school- of studietijd heb ik geloof ik nooit meer zo zorgeloos uren-, dagenlang niks gedaan.
Voorzichtig als een oud omaatje naar huis gereden, ik zag geen bal in de regen, verblind door de honderden reflectoren waarmee ze de wegen hier volhangen, en doodsbang om opnieuw te slippen nadat ik op een rotonde aan het glijden was geraakt, volgens Glen zijn Falcons nogal skiddy auto’s en de bochtige wegen zijn spekglad na een regenbui.

15 november 2012

Catherine Hill Bay



Een vrouw fietste voorbij met een bakfiets en daarin vier kinderen. Zij zelf droeg een helm, de kinderen niet. Een passerende vrouw keek naar haar met een blik vol afgrijzen en verontwaardiging; Conrad legde uit dat iedereen dit hoogst onverantwoord zou vinden en vroeger of later stuurt iemand de kinderbescherming op haar af.
Ik zet m’n helm absoluut niet op en hoop dat ik geen agent tegenkom want de boetes schijnen hoog te zijn. Blaming de victim: automobilisten wordt niks in de weg gelegd als ze fietsers afsnijden of van de weg drukken, de fietspaden hier zijn een schandaal, maar fietsers moeten wel een helm op. Bizar.
Vanmiddag zes of zeven hopjes gedaan op Catherine Bay, fantastische kans om te oefenen! Er was te weinig wind om te soaren dus dat kwam perfect uit, des te beter om goed te starten en te landen en bovendien was Conrad alleen met mij bezig in plaats van zelf te gaan vliegen. Hij coacht, geeft feedback, en komt m’n vleugel ophalen om weer naar boven te dragen voor een volgende start. Hij en Cameron zijn echt geschenken uit de hemel, en Conrad werkt vaak niet overdag dus hij heeft bergen tijd om met me te gaan vliegen. Bovendien vindt hij het echt leuk geloof ik om mensen te helpen hun vliegvaardigheden te verbeteren (ik geloof dat Cameron meer specifiek op mij gericht was, Conrad neemt iedereen mee die van hem wil leren).
Tegelijk is het waanzinnig frustrerend dat ik na twintig jaar en al die hulp nog steeds niet fatsoenlijk kan landen. Camo maakte net een grapje over de hopeloosheid van mijn vliegkunst en ik schoot meteen vol. Dat is gewoon existentiele angst, de vrees dat ik op zou moeten geven. Gauw broccoli en slaap erin gooien, zodat ik weer met positieve energie blij kan zijn met de kans om aan m’n techniek te werken.

14 november 2012

Eclipsdag



Ik zou willen dat ik de geur van de paars bloeiende jacaranda’s kon bloggen, zoet, lavendel- of seringenzeepachtig. En de kruidige kamperfoelie-achtige geur op de kliffen, of de smerige brandlucht tussen de zwartgeblakerde bomen. Het geluid van de bellbirds. Ik fietste over een soort sprookjesbos-pad naar de fabriek om m’n xc-harnaszak op te halen, twintig kilometer oohhh en ahhh. Enorme varens, bananen, zangvogeltjes in alle mogelijke felle kleuren, witten en donkerblauwe ibissen (of iets dergelijks elegants en exotisch), een leguaan van bijna een meter en later een tiental kleinere, fel bloeiende bomen en struiken. Ik voel me net Lupineke op m’n roze fietsje.
Alby had de eclips vanmorgen wel gezien en een paar schitterende fotoos gemaakt. Wij hebben niet eens kunnen bepalen wanneer het precies gebeurde, het was sowieso vrij donker door de dikke bewolking. Er was geen wind en het was honderd procent zeker dat een redelijke landingsplek onbereikbaar was, maar Conrad wilde perse in de lucht zijn op het moment van de eclips. Hij haalde de zandplaat nog ook, gevaarlijk maar iets minder eng dan de rotsblokken waar hij op mikte.

13 november 2012

Blacksmith



Eerst een stukje peddelen vanmorgen, bij wijze van therapie voor m’n pijnlijke rug. ’s Middags met Conrad, Drew, Selmsy en Nicola de hele middag op Blackheath hopjes geoefend. Het woei keihard, bijna recht van voren, de duintjes bij dat strand stellen niks voor en het strand zelf is enorm breed, zonder mensen. Ideaal. Eerst op een Fun 190 met Selmsy en Conrad aan de kabels, alsof het m’n allereerste dag hanggliding was. Ik moest leren duwen om mezelf omhoog te laten wapperen, doodeng als je twintig jaar lang geleerd hebt om bij elke vorm van twijfel snelheid aan te trekken. En twijfel is er wel, als er een halve orkaan tegen je aan blaast en het veel te grote toestel zich door mijn 63 kilo echt niks laat vertellen. Daarom toch maar de 160 opgebouwd, en met Drew aan de teugels geprobeerd tegelijk uit te duwen en te sturen/gecontroleerd te krabben. De wind was nogal vlagerig dus ik kreeg voortdurend veranderende feedback, dat maakte het lastig om goed te voelen wat mijn input was. Hoe dan ook, erg leuk en leerzaam en voor m’n begeleiders uitstekend voor hun conditie.
Op de terugweg heb ik Conrad bij z’n kinderen afgezet, en mezelf geinstalleerd in z’n nieuwe huis. Meteen maar wat keukenspul gekocht en de koelkast aangesloten. Er is nog vrijwel niks hier maar gelukkig heb ik Ricky’s koffiezetapparaat geconfisceerd en liggen Katharina’s kampeerspullen in m’n auto. Geen internet dat is wel weer even wennen.

11 november 2012

Broke




Cameron is helemaal afgedraaid en blij, hij en Glen hebben een geweldige vlucht gemaakt. Tegen harde wind in, 56 km tot iets zuidelijk van Blue Haven (waar hij woont). Lyn en ik hebben gereden, gezellig en het kwam ook wel goed uit dat we niet meer terug hoeven om Glens auto op te halen. Maar ik ben wel pissig op mezelf, ik bakte er echt helemaal niets van. M’n start van Brokenback SE was niet best, de zeven minuten in de lucht sloegen nergens op en m’n landing was ronduit slecht. Ik had erg weinig controle over de Litesport, die ineens veel en veel zwaarder leek te sturen dan eerst (gewoon niet meer gewend, maar dat was ik in januari ook niet en toen voelde het toch heel anders), en de landing was paniekerig. Ik had geen tijd om de wind goed in te schatten, het veld is een langwerpige greppel met vrij steil oplopende hellingen, het was behoorlijk turbulent en m’n snelheid was achterlijk hoog. Ik landde op m’n voeten, maar m’n rug moet de klap opgevangen hebben want die doet flink pijn nu.
Wel grappig was de kudde jonge stieren die in hetzelfde veld stond. Ze waren nieuwsgierig en speels, dus ik wilde ze bij m’n vleugel weghouden. Dat lukte alleen maar door met de hele kudde ver weg te lopen, ze volgden mij, en dan te wachten tot ze hun belangstelling verloren en begonnen te grazen. Daarna liep ik via een grote bocht terug naar m’n vleugel, om ‘m zo snel mogelijk naar het hek te dragen en buiten het veld af te bouwen. Dat herhaalde zich drie keer, voordat ik alle spullen in veiligheid had gebracht. Even later landde Mohamed in hetzelfde veld en moest ik weer aan de slag om de stieren bij hem weg te lokken.

10 november 2012

Soldiers



Yes! Eindelijk, heerlijk gevlogen vandaag, helemaal perfect. Ik kon niet slapen vannacht dus om drie uur besloot ik dat het vandaag geen vliegen zou worden, hoe mooi de wind ook zou zijn. Ricky maakte me om half acht wakker, it’s on, een stuk of vijf waren al sinds half zes ’s ochtends aan het vliegen voor de deur. Maar het woei echt flink hard en ik had dus niet geslapen en Conrad had nachtdienst gehad dus er was niemand waar ik me goed vertrouwd mee voel. Ik reed naar Cameron en die ging net naar Soldiers Beach, waar het echt perfect was. Hard maar niet te hard, recht erop, slechts twee anderen in de lucht. Cameron hielp me de lucht in, het duurde een minuut of twintig voor ik helemaal kon ontspannen en een paar minuten later landde ik op het strand. Ik had alleen een t-shirt aan dus ik had het koud, ik had dorst en de rits ging niet dicht dus m’n benen verkrampten. Ik vond het niet eens erg om te landen, dat ging prima, ik moest alleen even bedenken hoe ik weer omhoog zou komen. In no time stond Russell naast me om me naar boven te helpen, en zo kon ik ook weer starten. De jongens legden nog eens uit hoe ik zou moeten aanvliegen om bovenop te landen, en na een paar pogingen maakte ik een perfect toplanding. De rest van de middag kon ik meespelen, aanvliegen, toplanden, doorstarten. Fantastisch! Na twee uur ofzo merkte ik dat ik te moe werd, ik wilde geen fouten gaan maken dus ik pakte in. Cameron en Frazier hielden het nog zeker anderhalf uur vol.

08 november 2012

Nog steeds niks



Nou begint het toch te kriebelen. Ik ben al een week hier, geacclimatiseerd en volledig uitgerust met twee vleugels (een serieuze vleugel en eentje voor aan de kust), twee harnassen (een serieus harnas en eentje voor de snelle hopjes) een auto, kampeeruitrusting en leenfiets, en nou wil ik verdorie de lucht in. Het weer zit niet mee, er is te weinig wind uit minder gunstige richtingen en het is nogal drukkend warm en bewolkt. Je kan hier vrijwel elke windrichting starten maar ik vertrouw mezelf niet op iedere startplek, zelfs niet met een Fun.
Heb wel een flink stuk gefietst, meubels gesjouwd en een halve minuut in zee gezwommen maar de stroming was me veel te sterk.
Morgen, misschien, Merewether, zegt Conrad.

bombout at Dudley



Ik heb nog geen meter gevlogen, maar ik zit al onder de schrammen en krassen. Gelukkig is dat alles, Conrad had harstikke mors helemaal dood kunnen zijn of op z’n minst z’n vleugel totalloss. In plaats daarvan hebben we een hike van anderhalf uur gedaan om z’n vleugel in te pakken en naar boven te sjouwen. We wilden gaan vliegen op Bombala street, maar de wind was cross en ook nogal licht. Dus we verkasten naar Dudley, een klif zonder landingsopties in de buurt en trouwens ook een onstartbare start. Het rook er nog naar de brand van vorige maand, alles was zwart en scherp en akelig. Ik had al lang gezegd dat ik daar niet zou starten, en zelfs Conrad aarzelde omdat er zo weinig wind was. Ik zei nog dat ik eerst m’n schoenen uit de auto zou halen voordat ik ‘m zou komen redden, en ja hoor hij startte, zakte meteen uit, en verdween uit mijn zicht. Te ver weg om te kunnen zien of horen hoe de crash was verlopen, misschien was hij aan het verdrinken maar als dat zo was zou ie onherroepelijk verzopen zijn tegen de tijd dat ik me een weg naar beneden had gebaand door de struiken, over de bijzonder steile helling. Gelukkig belde hij binnen vijf minuten, hoera voor het next-G-network! Vervolgens was het een hoop zoeken, klauteren, glijden en balanceren om de vleugel op te gaan halen, druipend van het zweet en met een donkere regenbui in de verte, een invallende avond en een binnenkomend tij. Niet ideaal allemaal maar we hadden er toch lol in, je kan ook alleen maar lachen als iemand zoiets zonder schade overleeft.

05 november 2012

Auto klaar

 Fixing Phil zoet aan het knutselen

 Geniussen

 Nog niet eens alle auto's staan er

04 november 2012

Niet vliegen inland



Waar ik ontieglijk van geniet hier, is dat zoveel mensen zo enorm out of their way gaan om mij op allerlei manieren te helpen. Geen idee of het aan mij ligt, of aan de aussies, of aan Cameron – zijn vrienden en kennissen hebben veel over voor een Dutch Sheila waar hij mee aan komt zetten. Hoe dan ook, het is heerlijk om zo verwend te worden en bovendien heeft het het praktische effect dat ik in de gelegenheid word gesteld om m’n eigen gang te gaan. Ik ben afhankelijk van al die hulp om onafhankelijk te zijn.
Buurman Phil bouwt morgen m’n roofrack af, Conrad helpt me met m’n landingsvaardigheden, Brian heeft aangeboden voor me te rijden, van Ricky zal ik zeker een Fun kunnen lenen of huren. Lyn geeft kadootjes, Cameron biedt me een huis en advies en nog veel meer. Het is gewoon geweldig.
Vanmorgen met de vaste club (Ebs, Scotty, Jonas, Drew, Brian, Camo en ik) de berg op, maar de wind was extreem zwakjes dus we durfden het niet aan. Op naar de noordweststart van Brokenback, die waar ik een paar fantastische vluchten heb gehad maar ook waar Katharina haar ongeluk had. Ik wist nog niet zeker of ik wel durfde te vliegen, het is een stek waar je toch wel hoogte moet winnen om een redelijk landingsterrein te halen. De bombout betekent voor mij honderd procent paniek: klein en omsloten door hoge bomen. Ik besloot in ieder geval op te bouwen, en te kijken hoe het de anderen verging. Scot startte snel en draaide zonder al te veel problemen omhoog. Een half uur later was Cameron, en ik stond achter hem klaar om de berg af te lopen als hij lekker omhoog zou komen. Gelukkig ben ik inmiddels zo wijs geworden om eerst even naar hem te kijken en niet als een kip zonder kop te starten zodra de vaantjes goed staan. Hij zakte als een baksteen. Hij zonk naar beneden, harder dan Katharina. Het werd twijfelachtig of hij zelfs het bomboutveld zou halen, het kon een boomlanding worden en dat is hier niet aan te bevelen. Je zag aan z’n vliegen dat hij niet in paniek was, hij zei later dat hij ervan uit ging dat ie het wel zou halen omdat de sink altijd afzwakt dichter bij de grond (de lucht kan immers niet verder naar beneden), en uiteindelijk haalde hij de strip tussen de wijngaarden nog die ik vijf jaar geleden ontdekt heb.
Toen hij landde was ik al aan het inpakken, maar de anderen maakten zich toch klaar om alsnog te starten. Het duurde nog anderhalf uur voor ook zij besloten in te pakken, en vijf uur zaten we teleurgesteld (maar zonder schade) in Hotel Australia in Cessnock.

03 november 2012

Club



Je hebt hier ‘clubs’, enorme gelegenheden om ’s avonds uit te gaan. De enige uitgaansgelegenheden trouwens, andere kroegen of discotheken zijn er niet. In een club kan je eten, gokken, dansen, drinken, veel en hard en lelijk. Alles aan een club is lelijk, ongezellig. Formica tafels, grote betonnen hallen waar de enige versiering bestaat uit tv-schermen met sport of gokdingen, kantine-achtige loketten met warmgehouden eten.
Er wordt alles aan gedaan om klanten te trekken, fantastische service. Je kan gratis door een bus thuis worden opgehaald en ook weer afgeleverd. De buschauffeur kent bijna iedereen bij naam. Hij rijdt de oprit op zodat je nog maar twee stappen naar je voordeur hoeft te zetten.
Als je voor negen of tien uur binnen bent is de toegang gratis. Slippers verboden. Rond etenstijd wordt dagelijks een prijs van duizenden dollars verloot. Enzovoort.
Als ik hier zou wonen zou ik er misschien ook wel heen gaan. Er is ruimte en muziek om te dansen, kletsen is vrijwel onmogelijk door de herrie. Het heeft nog het meeste weg van een schuurfeest ergens op ons platteland. Hier is het dus een suburbiaclub. Wie ben ik om het vreselijk te vinden? Mensen van alle leeftijden door elkaar hebben er plezier. Maar ik ben toch wel erg blij dat ik middenin een stad woon.

02 november 2012

Met de auto spelen



De ochtend heb ik doorgebracht met m’n auto wassen, tuurlijk, dat is het eerste wat je doet als je op een spannende vakantie bent! Maar het was ideaal, lekker buiten en bezig en brainless, precies wat ik nodig had. ’s Middags naar de kampeerwinkel, de anwb, de telefoonshop en Woollies, en toen ik thuis kwam was Cameron de Fun aan het opladen voor een uurtje duneguning op Soldiers beach. Ik voel me fit maar heb toch maar geen vluchtje gemaakt, het is het risico niet waard. Wel een beetje groundhandling geoefend, altijd goed. Nu omgekleed en vanavond met Lyn en de buurman naar een club.

01 november 2012

Jetlag


Ik heb in het vliegtuig nauwelijks geslapen, en nu lukt het me niet meer m’n ogen open te houden terwijl ik in de trein zit en er bij Wyong toch echt uit moet. Het is raar om binnen tien maanden weer terug te zijn, bijna alsof ik forens tussen Den Haag en Australië. Als een zombie doorloop ik alle bureaucratische procedures, als vee laten wij passagiers, ons allerlei rijen in sturen. Of je nou down under gaat of naar Brazilië, naar Skopje of naar Kaapstad, de ervaring is identiek. De grote rijstebrijberg waar je je doorheen moet eten voor je luilekkerland kan betreden.
Nou ja, de vergelijking met eten is een pietsie ongelukkig want ik heb zo’n honger dat het gerommel voor anderen te horen moet zijn. Voor de tweede keer werd mijn op tijd bestelde en expliciet bevestigde vegetarische eten aan iemand anders gegeven, en moest ik het doen met brood.
Straks nog één keer met m’n harnas van 28 kilo op m’n rug, m’n 10 kilo handbagage over m’n schouder, m’n paspoorttasje om m’n middel en m’n laptop en boeken op m’n borst een paar trappen op en weer af, terwijl ik nog gekleed ben op de Nederlandse herfst en zojuist een compleet etmaal gemist heb, en dan kan de vakantie echt beginnen.

15:00
Ik ga het niet redden. Het beste is om pas na het avondeten te gaan slapen maar de reis slaat nu toch wel genadeloos toe. Ik heb nog mooi m’n kamer op kunnen ruimen, m’n bagage en de kist die hier nog stond uitgepakt, geconstateerd dat ik voldoende warme truien heb voor tien jaar vliegen in winterse omstandigheden en ook bikinis kom ik bepaald niet te kort, facebook gekeken en nu gaat afwassen enzo toch niet meer lukken. Cameron wilde na z’n werk nog een uurtje peddelen en ik riep nog optimistisch dat ik mee zou willen, maar dat gaat ‘m toch ook niet worden.
Ik weet inmiddels wel weer waar het aan doet denken, dit feestelijk terugkomen. Of we weer de Rayse Hei op rijden. Het grijze grint, het bruggetje, het theehuis en dan een soort gespannen verwachting… tataaaa! Ja hoor het huis, het ven, de schommelstoel, alles ziet er nog precies hetzelfde uit. De spanning zit ‘m niet alleen in het vooruitzicht van alle avonturen die er weer zullen zijn: boomhut, grot, ’s nachts verdwalen in het bos. Het gaat er juist ook om of je nog blindelings de weg weet, genieten van hoe het altijd was. Zo voelt Australië voor mij. Ik weet de weg, ik herken de bar waar we lunchen, de weg naar Blue Haven. Maar de weelderige begroeiing met knalpaarse en rooie bloemen, de heftige rotsformaties en de warme wind zijn exotisch genoeg.

23 oktober 2012

Levensloopverlof



Best gek wel. Een half jaar vakantie, ik heb me nog niet echt aangepast. Om kwart over zes wakker, m’n standaard routine, ik had best om half acht op kantoor kunnen zitten. Vanochtend heb ik zeeën van tijd zonder allerlei acties die ondernomen moeten worden om goed en wel in Australië te kunnen vliegen dus eigenlijk voelt zo’n vrije dag als overbodige luxe.
Vroeger stapte ik moeiteloos op vrijdagmiddag uit kantoor de volgepakte auto in, en als we dan ’s nachts ergens in Noord-Frankrijk gingen slapen was ik m’n werk en Nederland en alles wat er mis is met de wereld volledig vergeten. Nu kost het weken voordat m’n kop helemaal op ‘vrij’ staat en ik moet me gewoon beheersen om niet even leuk mee te doen met m’n collega’s. Het is wel grappig, onbetaald verlof schijnt bedoeld te zijn om werknemers te verfrissen en positieve focus te laten krijgen, en jawel hoor het werkt nu al! Ik besef scherp wat ik ook alweer leuk vind in m’n werk. Ik geniet met volle teugen van de herfst. Ik realiseer me hoe heerlijk het is om een eigen huis en een vaste routine te hebben, waar ik zonder energie te verspillen aan plannen en zoeken gewoon kan doen wat mij past. Ik ben me extra bewust van de mensen waar ik van hou, lieve vrienden die ik graag zie en spreek.
Tegelijk ben ik een beetje zenuwachtig over de grote vakantie. Ga ik het leuk vinden? Ga ik geen botten breken of enge beesten tegenkomen? Ga ik me niet eenzaam voelen of vervelen of ongelukkig? Maar ach, ik heb soortgelijke avonturen al eerder ondernomen, en toen was het ook alleen maar leuk. Dus dat komt wel goed weet ik. Maar ik vind het best spannend allemaal.

11 oktober 2012

Pijn

Volgens m’n fysiotherapeut ben ik ‘lastig te kraken’ en dat klinkt wel goed vind ik. Ook al levert het voortdurend pijnlijke knopen in m’n spieren op, mij kraak je niet zomaar! Terwijl hij m’n hoofd bijna van m’n romp schroefde, me aan m’n armen kruisigde en met z’n volle gewicht een knietje in m’n rug gaf, gingen er beelden door me heen van middeleeuwse martelpraktijken. Toevallig las ik kort geleden een boek over de inquisitie, en een ander over de late middeleeuwen, waaruit ik al te goed begreep hoe niemand zulke gruwelen kon verdragen.
Nu het ene vriendinnetje met een gebroken rug in het ziekenhuis ligt, en het andere vriendinnetje door haar lief verlaten is, weet ik het weer: duizend keer liever gebroken botten dan een gebroken hart.

16 september 2012

Laatste Benecuptaak


Jammer, de lucht was heel erg moeilijk, zwakke en verbrokkelde termiek en meer wind dan voorspeld, dus ik stond na twintig minuten alweer aan de grond. Maar het was mooi weer, we kwamen toch de lucht in ondanks de harde crosswind, en het blijft een prachtig mooie omgeving. Bovendien had ik weer eens geluk bij het pech hebben. Ik zakte uit met de hangar goed zichtbaar twee kilometer verderop, maar het leek wel een lange zware wandeling te worden met m’n harnas op m’n rug en geen idee waar ik het beekje over zou kunnen steken. Geen telefoonservice zodat ik niemand kon vragen me even op te halen, dus ik ging maar liften. Nog voor ik aan de weg was stak ik m’n duim op, een enorm vriendelijke dame stopte meteen en bracht me tot aan m’n auto. Terug om de vleugel op te halen, lopen er twee jonge wandelaars langs net op het moment dat ik m’n vleugel op de auto wil leggen. Die hielpen en zo was ik in minder dan een half uur zonder enige moeite opgeladen terug op het veld. Nu wachten op de scores en dan weer vier uur naar huis rijden…

Djenghiz heeft er een prachtig filmpje van gemaakt: hier

15 september 2012

Büllingen



Het gaafste hier is het gazon. Het hele vliegveld is waanzinnig strak kort glad gemaaid, je wil eigenlijk niks anders doen dan opbouwen en weer inpakken, zo verrukkelijk. Dat is maar goed ook want erg denderend vliegen was het niet. Zwaar bewolkt, koud en stabiel, ik heb geen meter kunnen winnen en niemand is de startcirkel uitgevlogen. Het slepen was wel een feest, dragonfly en trike vlogen allebei lekker langzaam en Rinus en Erik zijn allebei ervaren deltisten en sleeppiloten. Erik was vijftien jaar geleden in Veltwezelt één van de piloten die mij het slepen bij probeerden te brengen. Daar heb ik trouwens Tom en Jan toen ook voor het eerst ontmoet, en we zitten hier nu weer gezellig na te kaarten over vleugels, vluchten en verhalen.
Weinig te vertellen dus, behalve de rozigheid na een biertje en met de verwarming aan (!) in het superdeluxe clubhuis, de verschillende tafels waar de Belgen en de Nederlanders aan zitten, Rinus die een kamertje voor me heeft georganiseerd, de modelvliegers met jettoestelletjes die met een noodgang over het veld scheren, de schitterende omgeving waar je doorheen rijdt om hier te komen, Verviers dat als een soort Shangrila achter een berg verstopt ligt, de dames echtgenotes die hier de afwas doen terwijl de clubleden aan de bar hangen, schattige hondjes. M’n tweede landing, ietsje beter dan de eerste (met de nadruk op ‘ietsje’ zei Ropje, en hij had wel gelijk maar het was toch leuk dat zHarrie me even later spontaan complimenteerde met diezelfde landing). Dat ik slepen nog altijd spannend vind en tegelijk er van geniet dat ik zeker weet dat ik het goed kan. Dat er natuurlijk altijd gebarbecued wordt maar gelukkig is er hier een uitgebreide keuken zodat ik m’n eigen potje kan koken.

14 september 2012

Jammer

He gets ik dacht dat ik een leuk ontspannen wiekendje gezellig vliegen met leuke mensen voor de boeg had, maar bij Eindhoven haalde ik ex en heks in. Of je met je blote voeten in een drol trapt.

09 september 2012

Buizerd



Het stinkt hier erg naar varkens, het stikt van de muggen en de lokale jeugd roert zich, niet ideaal allemaal. Maar ik sta hier aan een schitterend breed stuk van het kanaal, spiegelglad, de weerschijning van het laatste oranje-zwarte avondlicht, gekwaak en gegak van beesten en krekels op de achtergrond. Weinig autoverkeer, m’n auto op een plekje waar ik vrij onopgemerkt zal staan maar toch voldoende in het zicht om me veilig te voelen. Ik blijf – tegen beter weten in – overnachten vlakbij het veld van de Buizerd, want morgen is het net zo’n mooi weer als vandaag en als er voldoende aanmeldingen zijn kunnen we weer net zo leuk buiten spelen als vandaag. Blauwe lucht, vreselijk stabiel, nul wind dus het was allemaal niet makkelijk. Maar ook niet overdreven ingewikkeld om gewoon starts en landingen te maken, en uitdagend om te proberen zo lang mogelijk van de grond af te blijven. Als ik terug naar Den Haag was gereden had ik alles uit moeten laden, morgen weer alles inladen, twee keer honderd kilometer rijden en aanzienlijk minder uren buiten. Maar dan wel zonder varkensstank.

Nadat ik éénmaal besloten had het gezoem van de muggen ‘gezellig’ te vinden en met Laura’s lappie over m’n hoofd, heb ik helemaal goed geslapen. Tot ik om acht uur wakker werd van de ongehoorde stank van varkens, verschrikkelijk, ik ga nooit meer in Brabant overnachten. Helemaal niet als er uiteindelijk niet gelierd wordt omdat er te weinig belangstelling is. Onbegrijpelijk. Natuurlijk is het niet termisch maar de meeste Buizerdleden vliegen sowieso nooit weg dus wat moeten zij met termiek? Ik had nog wel graag een paar landingen geoefend, en de hele dag buiten gespeeld. Nou ja, dan maar peddelen, auto wassen, onkruid wieden, stoepje vegen. Ieder excuus om van de zon te genieten.

01 september 2012

Nooit bij paarden landen

Na de toch wel vermoeiende thuisreis donderdagnacht, een dagje bikkelen op kantoor en het verwerken van de gigantische teleurstelling van Corryong (ik kon me pas 34 minuten na opening van de registration inschrijven omdat ik m’n hgfa-nummer niet bij de hand had, en toen was het te laat. Er waren al zeventig inschrijvingen plus tientallen op de wachtlijst) twijfelde ik eigenlijk of ik wel zou gaan vliegen vandaag. Maar ik moest toch naar het zuiden op zondag voor een familieding, en het weer zag er eigenlijk behoorlijk goed uit, en anders was ik toch nog in het Zillertal aan het vliegen geweest, dus waarom niet. Om half één stond ik – zoals gewoonlijk als eerste – startklaar, mooie cumultjes, gemaaid gras, heel lichte draaierige wind. Helaas, bij het overschakelen brak het breukstukje. Ik landde nogal ver van de start dus dat was een hoop gesjouw en gezweet, maar gelukkig mocht ik direct aansluiten voor een volgende start. Die eindigde boven de lier met een gebroken breukstukje, en een paar anderen hadden ook al dezelfde ellende. Verdorie, nou was ik toch wel bijna op apegapen, ik hoopte dat de derde poging het dan wel zou worden. Inderdaad ging dat goed, en ik draaide niet al te moeilijk naar 1400 meter. Wel gruwelijk koud, ik was nog helemaal nat van het zweet en de temperatuur op die hoogte was waarschijnlijk zo’n drie graden, m’n vingers in de dunne zomerhandschoentjes bevroren.
Omdat er vrijwel geen wind was en overal mooie wolkjes stonden, besloot ik een driehoek Breda – Den Bosch – Tilburg te proberen. Helaas was het na drie bellen ineens helemaal op. De wolken verdwenen, in plaats van lift was er alleen nog maar sink, en in no time moest ik op een veel te klein veldje met droguechute en hoop van zegen landen. Net geen overshoot en het hart in de keel, en om me heen bleken overal paarden die als dollen rondrenden. De eigenaar kwam, niet onvriendelijk maar natuurlijk wel erg geschrokken, vertellen dat een paard door het hek was gerend en een been had bezeerd. Morgen zal ik wel horen hoe het er mee is. In ieder geval nooit meer landen in Lier!
Wat weer fantastisch was, was de ophaal door Gerard. Precies op het moment dat ik met alles klaar was en een plekje zocht om te gaan zitten wachten kwam ie aanrijden, en later reed hij ook nog naar Doetinchem om zHarry op te halen, zodat ik vroeg naar m’n moeder kon.

Maandag
Het is meegevallen, het paard heeft alleen een schrammetje.

31 augustus 2012

Rijden in de regen

Na een middag avond nacht goed doorrijden, met steeds vaker kleine dutjes om de kans te vergroten dat ik ook heelhuids thuis zou komen, ben ik een dag eerder dan gepland aan het werk. Altijd lekker, een extra dag om mails door te nemen en van collega’s te horen hoe belangrijke bijeenkomsten verlopen zijn. Ik ben ook niet vreselijk teleurgesteld over het matige weer of het gebrek aan serieuze vluchten, vooral m’n laatste vlucht gisterochtend was de reis best waard. Ik reed met Bruce en de school al om acht uur mee naar de Zillertalerhöhestrasse. We bouwden op op de zuidstart, een redelijke grashelling maar met een ernstig gat onderaan waar de weg loopt, en er stond maar een zuchtje wind. De parapenters en enkeldoekers startten uitstekend, Manfred adviseerde mij om te wachten op mogelijk iets termischer omstandigheden. Dat wachten is een kunst op zich, zeker nu ik niks te lezen mee had genomen en nog niet slaperig genoeg was om echt weg te dommelen. Ik volgde Bruce die een rustige glijvlucht van ruim twintig minuten maakte, at een apfelstrudl, fabriekte een zinloos tweede windstreamertje en mediteerde wat over het leven, het universum en de rest. Om half elf hield ik het niet meer uit en startte, helemaal alleen. Stoer en spannend tegelijk, ik heb het nog niet zo vaak gedaan en zeker niet op een plek waar het best mis kan gaan. M’n benen zijn helemaal verstijfd van de spierpijn dus knoerdhard rennen is er sowieso niet bij, en onlangs werd ik weer eens betrapt op te gestrekte armen vroeg in m’n start. Afijn, het ging goed en ik zigzagde wat over de helling om te zien of ik het busje naar boven zag komen. Er zat een pietsie beweging in de lucht maar niks om in te draaien, dus ik genoot maar gewoon van het wiegen in m’n harnas en het fraaie uitzicht op Ahorn en Penken.
Onder me draaide een ambulancehelikopter in, hij vloog precies door mijn circuit toen ik in moest draaien en ik voelde z’n turbulentie. Misschien dat ik daardoor extra m’n best deed om goed snelheid te houden, in ieder geval maakte ik een uitstekende landing, heerlijk.
De mannen wilden naar Italië tijdens de regendagen, dus ik nam afscheid en vertrok naar het noorden. Neumagen bleek bij nader inzien ook nat, dus het werd rechtstreeks naar huis rijden. Dankzij Wouters cruisecontrol net te doen, duizend kilometer en tien kleine files in twaalf uur.

29 augustus 2012




Afgedraaid, pijn overal en twee keer uitgezakt. Maar de jongens hadden een superdag, dat is dan toch wel weer goed. Ik had eigenlijk überhaupt niet mee de berg op moeten gaan en beter nog een uurtje proberen te slapen, maar tja dat is achteraf slim bedacht natuurlijk. Ik startte veel te vroeg, nergens voor nodig maar dat overkomt me altijd, als ik éénmaal klaar ben met opbouwen en aankleden dan ga ik. En ik kan me nooit bedwingen om meteen bij aankomst te beginnen m’n vleugel op te bouwen. M’n landing was niet overdreven slecht maar het kostte me toch een upright en een pijnlijke elleboog, en de rest van de dag was het lastig om van m’n sjagrijn af te komen. Altijd leuke parapenters die heel origineel komen melden dat ik beter zou parapenten, mede-deltisten die komen toelichten hoe ik wel zou moeten landen, dat soort gezeik.
Gelukkig had ik m’n spullen bij me en het wisselen van de upright (de rechter, natuurlijk) was niet overdreven lastig, waarna ik kon ontspannen met m’n boek en uitzicht op de berg waar Bruce en Kees een geweldige termiekvlucht maakten. Leuk om te zien, ik weet vrijwel zeker dat ik hun gedachten kon lezen terwijl ze prachtig rustig een paar honderd meter boven start draaiden.
Het werd wel erg laat doordat ze een paar keer op en neer naar Perler gingen, zodat Ido, Andy en ik pas tegen half drie op de Zillertalerhöhestrasse startten, te laat om nog termiek te vinden. Ik deed wel een redelijke landing, nou ja een enorme final en ik moest fors bijlopen, maar niet te slecht. Het blijft tobben, en ik blijf me afvragen waar ik precies fout ga. Ergens tussen m’n ‘point of arrival’ en het moment dat ik zou moeten flaren verlies ik al m’n snelheid, en dat is ook wel de fase dat ik toch echt te bang ben zo vlak boven het lange gras.
Misschien is het morgen nog vliegbaar. Maar als ik nog een nacht niet slaap moet ik toch naar huis, hier word ik niet vrolijk van. Aan de andere kant is het gezellig, ik zie Kees en Bruce zelden en thuis heb ik weinig dringends. We zullen zien.

28 augustus 2012

roestige ouwe mannen


Ik voelde me een pietse torn between two lovers, wilde erg graag een mooie vlucht maken maar het was ook wel bijzonder geinig om mee te maken hoe Kees en Bruce hun eerste vluchtjes sinds lang maakten. ’s Ochtends buikschuivers maken in het natte gras, en dan omhoog naar de parapentestart voor het echie. Ze zaten zo luidkeels te klappertanden en nerveus te spelen dat Manfred, de instructeur, geen idee had hoe hij ze in moest schatten. Ervaring, idioten? Ik vond het ook wel erg spannend, ik ben sowieso al slecht in staat om andermans kunnen in te schatten, laat staan van twee vrienden die wel scherm, gemotoriseerd en zweef gevlogen hebben in de tussentijd maar al twaalf jaar geen delta van dichtbij hebben gezien en toentertijd ook niet zo heel erg ver kwamen. Bruce, die alles bijna vanzelf kan, startte als eerste en deed het helemaal niet slecht. Kees maakte een hoop misbaar maar startte nog beter, en ze landden allebei uitstekend terwijl ik met m’n gebruikelijke buikschuiver binnenkwam.
Interessant om te proberen de psychologie te doorgronden. Wat er gewisseld werd tussen Kees en Manfred maakte me al alert op zijn zenuwen over de wind, en ja hoor hij was vanalles kwijt en vergeten. Haast, zenuwen. De zekerste manier om fouten te maken. Ondertussen was m’n eigen start één van m’n slechtste geloof ik, bijzonder genant.
Zonder lunch en in de volle zon kwamen de Oostenrijkse hoeveelheden bier stevig aan, dus ik ga nu maar over op sap of water ofzo en dan morgen nog maar es proberen of hier ook wel eens iets omhoog gaat.

Zillertalerhöhestrasse




Al vroeg kwam ik op het landingsterrein, waar ik direct een Nederlander op z’n eentje ontmoette die een auto en chauffeur had voor een glijvluchtje vanaf de parapentestart laag op de Höhestrasse. Dat was mooi, ik sprong meteen bij ‘m in de auto, we bouwden gezellig samen op en terwijl hij niet op of om keek liep ik om elf uur van de berg af. Geen hangcheck en ook geen gezeur over neus omlaag, wel even anders dan wat ik gewend ben. Perfecte landing uitgevoerd, in de Stube naast het landingsterrein gelunchd, en toen weer met diezelfde jongen naar de Zillertalerhöhestrasse, een dik half uur naar boven rijden langs files van bejaarde toeristen in dikke pooierbakken, koeien die weigeren opzij te gaan en de streekbus.
Ik startte laat, vond een mooi belletje maar kon het boven 2050 (starthoogte 2030) niet meer vinden, vloog over de Penkenkabelbaan, Mayrhofen, langs de oostkant en zakte dan toch in een half uurtje uit. Terwijl ik stond in te pakken arriveerde Kees, moe van het verdwalen dus die ging ons niet nog een keertje omhoog rijden. Was eigenlijk ook niet erg want we zien elkaar eens in de zoveel jaar.
Auto opgehaald, Bruce opgehaald, tot diep in de nacht aan de schnapps moppen getapt, nu vroeg naar de oefenhelling om te bezien of de jongens nog weten hoe een zeilvlieger werkt.

26 augustus 2012

Mayrhofen




Terwijl ik drie gigantische spinazie-kaas-kauwgumballen drijvend in een badje van gesmolten boter wegspoel met een biertje, onder de buitenverwarming met vrolijke Oostenrijkse harmonicamuziek in m’n oren, overweeg ik m’n situatie. Vrouwen in debiele Heidi-jurkjes lopen af en aan met enorme pullen bier. De lucht is grijs en de kapsels van alle mensen ook. Ik ken hier niemand, weet niet waar de weg naar boven is en waar het landingsterrein voor delta’s (vroeger vlogen die hier nog wel eens, zegt de uitbater van Hause Panorama waar ik nog een nacht onze driepersoonskamer voor mij alleen heb). Geen idee of ik geacht word me eerst ergens te melden, misschien met een navette naar boven te rijden, of dat ik gewoon kan gaan. En sta ik dan op een startplek waar nog anderen zijn? We zullen zien. Voorlopig ben ik best moe, weinig geslapen en 850 km in de plensregen gereden, ik ga lekker om negen uur naar bed.

20 augustus 2012

Terug in Porta Westfalica

Het is een stukje rijden, maar dan heb je ook wat. Bij Deventer belde Rob me op om te vertellen dat er op Bruinehaar niet gelierd werd, dus ik reed meteen door naar Porta Westfalica. Daar werd ik weer allerhartelijkst ontvangen: mensen die me spontaan naar boven rijden, wildvreemden die m’n vleugel dragen, slapen en douchen in het clubhuis, helemaal goed. Het allerliefst was nog wel Norbert, de startofficier van dienst (Duitsers: hebben ze een perfect vlonder zodat je makkelijk elkaar kan helpen, of zelfs een willekeurige voorbijganger kan inschakelen, willen ze nog dat iemand een vrije dag opoffert om in de bloedhitte te controleren of piloten wel met gecertificeerde vleugels vliegen. En om het slot van het vlonder af te halen, er zou eens iemand vanaf kunnen vallen). Norbert reed me ’s ochtends naar boven. Ruud was mee, heel gezellig maar hij rijdt geen auto dus ik was toch afhankelijk van andere piloten. Norbert sjouwde m’n vleugel, Norbert wuifde m’n startgeld weg, en op het eind van de dag nam Norbert m’n pakzak mee naar beneden. Ik kwam ‘m tegen toen ik Kai omhoog reed om zijn auto op te halen. Hij stopte, ik reed door en ging ervan uit dat hij wel zou begrijpen dat ik iemand naar boven bracht, en dan beneden m’n spullen bij elkaar zou scharrelen. Maar toen ik boven keerde, stond Norbert ineens voor m’n neus. De lieve schat dacht dat ik misschien een derde keer wilde starten en daarom kwam ie terug, om me te assisteren.
Vier vluchtjes in twee dagen, een perfecte en drie redelijke landingen, bij elkaar bijna vier uur gevlogen tot uiteindelijk maximaal 820 meter. Het was niet heel erg makkelijk, de termiek was licht en laag, maar het was makkelijk genoeg om ontspannen rond te cruisen. Net leuk, beetje werken, beetje rondkijken, beetje opletten voor andere delta’s en zwevers, genieten van het vliegen. M’n laatste start was slordig want gehaast. Iemand wilde me helpen, sommige mensen denken dat ‘helpen’ betekent ‘instrueren’ en ik raakte licht geïrriteerd door zijn bazige aanwijzingen. Stom natuurlijk om dan niet even diep adem te halen en me te concentreren op een mooie start, maar ach ik kwam ermee weg en vloog vervolgens de lokale cracks eruit (niet allemaal, eentje bereikte duizend meter en maakte wat uitstapjes over het vlakland achter de Weser).
Aan de grens helemaal in vakantiestemming gegeten, de files vanuit Scheveningen uitgelachen, met z’n tweeën de auto uitpakken en als klap op de vuurpijl duwde Peter buurman ons ieder twee koude biertjes in handen. Wat heb ik goed!

12 augustus 2012

Hard niks doen


foto's Ger

Dit zijn toch de zwaarste dagen: gewoon op tijd opbouwen, de hele dag twijfelen, en uiteindelijk niet vliegen. Het was mooi weer, de sfeer was prima, de lucht zag er waanzinnig goed uit, maar er stond een vrij stevige zuid-oostenwind die over de hangars heenrolde en daar had ik toch geen trek in. Bovendien zag ik Ropje, zHarrie en Kurt vreselijk hard werken toen zij wel startten. Maar Martin en Jochen gingen dan wel weer vrij normaal omhoog, en af en toe draaide de wind wat meer recht op de baan, dus het leek me toch verstandig nog even door te wachten.
Gelukkig mocht ik een vluchtje met Rinus mee, ontzettend genieten, wat is vliegen toch fantastisch! We zagen de wind door de mais jagen en dat maakte me nog wat huiveriger om een start te doen. Maar als ik dan drie uur lang zit te vechten tegen de slaap bij het naar huis rijden, met een rammelende maag omdat ik nog niet gegeten heb omdat ik niet te laat in Den Haag wil aankomen (en hulp moet zoeken om m’n vleugel naar binnen te tillen over dikke auto’s heen die pal voor m’n deur staan) dan ben ik toch wel erg teleurgesteld. Weer te weinig lucht…

in 't Groen





Benecup taak 1






Een egel die rond m’n tent scharrelde maakte een hoop herrie, gekrabbel en gesmak, het klonk wel schattig maar wel luiddruchtig. Vervolgens deed een kraai kond van z’n aanwezigheid, en meteen daarna begon de buurman te kuchen. Echt stil is het niet hier in het hoge noorden maar het voelt toch als een complete vakantie. Buitenlucht, zon, ontspannen en gezellig en een soort Bokrijklandschap en dik tevreden over m’n vluchten. De eerste zakte ik meteen uit maar ik maakte wel een aardige landing, op m’n benen precies op de goeie plek. De tweede zakte ik weer meteen uit, geen schande overigens want ook de cracks (Ropje, zHarrie, Martin, Jochen) kwamen weer naar beneden. Wel whackte ik hard de grond in, neus op m’n helm en m’n dikke knie nog dikker dan ie al was – mooie benen heb ik al lang niet meer. Ik kon wel janken en plengde inderdaad een traantje, ongelooflijk waarom blijft het toch zo onmogelijk om gewoon goed te landen? Het ergste was nog dat ik tot een seconde voor de whack werkelijk meende dat ik een goeie landing aan het maken was. Mogelijk heb ik me teveel geconcentreerd op het aanvliegen. Volgens Rob had ik m’n armen weer bijna gestrekt voor me uit, er was geen wind dus de grondsnelheid was indrukwekkend, domdomdom. Gelukkig was m’n derde landing, traditioneel ergens in Nieuw-Buinen (slechts twee belletjes van het vliegveld) echt perfect, afgezien van de plaats dan want ik moest kilometers teruglopen naar de weg.
Tijdens het inpakken kwam er een enorm blij hondje steeds z’n piepballetje brengen, heel erg schattig. Nico moest er niks van hebben, hij houdt niet van honden en al helemáál niet honden met balletjes. Hilarisch om te zien hoe de hond zich steeds aanhankelijker tegen Nico aanvlijde.
Met Nicolette ging ik Paul ophalen in Wezup, bij Emmen, gezellig met z’n tweeën maar wel inefficiënt, daar heb ik toch een hekel aan. Er stonden er nog een hoop in die buurt en we reden met drie of vier busjes allemaal op en neer om piloten op te halen, zonde. Nou ja, als we niet waren gaan rijden had ik waarschijnlijk de rest van de middag op het terras biertjes zitten drinken, ook geen zinnig tijdverdrijf. ’s Avonds met z’n allen naar de nieuwe pizzeria, en nu maar hopen dat het verstandig was om vroeg naar bed te gaan en het hippiefestivalletje bij de buren van Nico & Nicolette over te slaan.

10 augustus 2012

Zon in Stadskanaal

Ik zit in Connies en Rinus’ nieuwe caravan in weekendmodus te komen. Het is altijd zo erg rennen vliegen springen, vanmorgen om vijf uur m’n bed uit om alle zooi klaar te zetten, voor zevenen op kantoor zodat ik op tijd weg kon, thuis omkleden auto volgooien hapje eten laatste file check drie keer terug het huis in voor vergeten handoeken telefoonladers vliegschoenen, gauw voor de files uit rijden, bij Utrecht bedenken dat de wasmachine nog aan staat, in Borger terug om eindelijk dat kratje bier voor Dees eens mee te nemen, over het hek klimmen tentje opzetten bedje opmaken, waypoints uploaden tussendoor nog even met Scott skypen….hijghijghijg….De zon begint onder te gaan en ik ga lekker vroeg naar bed. Morgen eindelijk de langgehoopte Be(lgisch)Ne(derlandse)cup.

05 augustus 2012

Eén trekje



Typisch Hollandse zomerwiekendje. Het leek me gisteren geen goed vliegweer dus ik peddelde wat, te vroeg om het varend corso nog mee te krijgen. Vandaag naar de Buizerd, volgens de rasp zou het niks worden maar dan zou ik prima een paar landingen kunnen doen. Het liep anders doordat er nogal geteut werd, de wind voortdurend van opzij of zelfs uit de rug kwam, ik de eerste tig trappen in sink bezig was zodat ik na eindeloos heen en weer vliegen nog steeds op 200 meter boven de lier aankwam, en het slechte weer toch sneller aankwam dan we hadden gehoopt. Gelukkig heb ik nog tien minuten kunnen termieken, ’t is niet veel maar beter dan Bas, die helemaal niet startte, en zHarrie die alleen nog maar morsdooie lucht had (toch niet: later bleek hij toch nog zestig km gevlogen te hebben).
Inmiddels begin ik een aardige verzameling valkuiltjes te kennen, misschien moet ik ze eens systematisch opschrijven. De ouwe: te laag hangen en dan met je release over de bar zodat ik mezelf vasttrok na het overschakelen. Het velcro van het schuiflijntje dat aan m’n rits-open-touw vastknoopte zodat ik gevangen zat aan de kabel. M’n radiosnoeren die op de een of andere manier in de war raken met het schuiflijntje zodat de hele boel kapotgetrokken wordt bij het releasen. Mondstukje van m’n waterzak onder de releasehandle zodat ie niet open wil. Op de Chabre: quickpin niet helemaal in het hoekstuk wegens korreltje rotzooi in het gat, pas ontdekt bij de preflight check en m’n bottombar zat wel degelijk los. Al meerdere malen, vandaag weer: denken dat je je armen door de schouderbanden van je harnas steekt, maar nee, ik heb alleen het neopreen van de buitenkant over m’n schouder lopen. Radiozakje dichtritsen en daarmee het volume van de radio op nul draaien. Rits-open touwtje dat vastgeplakt zit op het velcro aan de binnenkant, zodat ik m’n rits niet dicht kan trekken. En de laatste: camera in m’n borstzakje is er tijdens de vlucht niet meer uit te halen.
Zo blijven we leren.