22 mei 2017

Knoal



De straf na anderhalf minivluchtje (bij de eerste start brak m'n release op zo'n 90 meter, en bij de tweede start raakte ik de bel kwijt waar Dees me in had afgezet toen ik moeizaam probeerde m'n rits dicht te trekken) is een behoorlijk pijnlijke en stijve schouder, maar het was het alleszins waard. Een supergezellige Knoalkup weer dankzij de geweldige organisatie van Rinus die de beste vrijwilligers weet te charteren en voor iedereen kadootjes en schouderklopjes heeft. Prachtig weer met de wind recht op de baan. De leukste Nederlandse deltisten bij elkaar, nou ja de meeste dan. Een goeie taak want een aantal haalde goal. Moeder mee zodat de rit op en neer naar Groningen snel ging, en zij kon fijn bijkletsen met dierbare vrienden die ze te weinig ziet. En een duootje met André, dat wilde ik al langer om eens over zijn schouder mee te kijken. Dat viel een pietsie tegen omdat z'n vario het niet deed en ik erg oncomfortabel hing. Maar het was toch leuk, en het hoogtepunt was wel dat hij Holgers dochter ook meenam voor een vluchtje. Maaike had het hele wiekend kordaat beenbanden en kinstraps gecheckt, en toen Yian mij zijn kneehangertje liet passen merkte je aan haar buitengewone belangstelling dat ze verschrikkelijk graag de lucht in zou willen. Tegelijk is ze kennelijk goed genoeg opgevoed om er niet om te vragen, dat was wel aandoenlijk om te zien. Het stralend blije koppie onder de te grote helm toen ze eenmaal onder de duo hing was goud waard.

Er is echt geen leuker speelgoed uitgevonden voor de mensheid dan hanggliders.

01 mei 2017

Human error



Direct nadat ik een reactie op m'n vorige blog heb beantwoord, over verschillende menstypes en leren van fouten, lees ik een uitstekend artikel over human error. Waarin ik onder meer een verklaring lees voor het feit dat hele ervaren, hele goeie, piloten vergeten om zichzelf in te haken of de verhouding condities – eigen skills fataal verkeerd inschatten. Het geeft een beetje troost, en het bevestigt de noodzaak van een goed preflight systeem. Dat systeem kan een papieren checklist zijn, of een serie vaste gewoontes (in mijn geval: alles aanraken en soms hardop praten; Australisch inhaken en in gevallen waar dat niet handig is de karabiner in m'n hand houden + hardop zeggen dat ik niet ben ingehaakt, en dan nog altijd een hangcheck als ritueel), of een vier ogen principe zoals bij wedstrijden, of karabinerloos inhaken. 

Het artikel gaat ook over het onderwerp dat ik gisteren met Frank besprak. Hij stelde dat sommige mensen gewoon niet zouden moeten vliegen omdat ze echte ongeluksvogels zijn. Ik twijfel daaraan, en in dit stuk wordt mijn twijfel ondersteund. Er is geen enkel onderzoek dat aantoont dat bepaalde individuen systematisch meer ongelukken hebben dan anderen, in de zin dat die individuen niet leren.

Over dat leren heb ik wel nog wat. Het artikel lijkt toch vooral over mannen te gaan, als mijn intuitie klopt dat vrouwen gemiddeld anders met incidenten en fouten omgaan dan mannen (gemiddeld). Zoals ik in m'n vorige blog beschreef vermoed ik dat meer mannen externaliseren dan vrouwen. Ik denk dat meer vrouwen de neiging hebben om fouten, en oorzaken voor incidenten, bij zichzelf te zoeken. Misschien is het geen man-vrouwverschil maar zijn er cognitieve ondersoorten van de soort 'mens'. Het zou ook zomaar kunnen dat niet iedereen op dezelfde manier leert van fouten. Vooral niet als ze pijn doen.

30 april 2017

Bewust onbekwaam



Trots plaatst Esther kiekjes van haar zoon, die met mijn allereerste vleugeltje zijn eerste hoogtevluchten en mooie landingen maakt. In het commentaar vertel ik hoe Ropje me lang geleden herinnerde aan mijn voornemen om mezelf een carbon basebar kado te doen als ik tevreden was over m’n landingstechniek. Dat was ik eigenlijk vergeten, net als ik helemaal niet meer weet hoe ik landde met de Uno Piccolo waar Yan nu zo de blitz mee maakt.
Al doormijmerend realiseer ik me dat ik niet eens meer weet waarom ik die geweldige LitespeedS met de carbon basebar eigenlijk ook alweer heb ingeruild voor een Sting. Ik weet nog wel dat het mijn manier was om een stap terug te doen en me op m’n landingstechniek te concentreren, maar wat was de aanleiding ook alweer? M’n geheugen doet aan geschiedvervalsing en m’n logboek helpt me ook niet veel. Heel ’09 zijn het best goeie vluchten, veel goeie landingen en nergens een echte crash.

Heb ik mezelf gewoon wijs gemaakt dat ik niet kon landen? Ik weet wel zeker dat ik inmiddels bijna niet meer geloof dat ik kan vliegen. En de ernstigste landingscrashes waren van nĂ¡ de LitespeedS, elke keer als ik begon te ontspannen en meende dat ik werkelijk vooruitgang had geboekt.

Zoals we vijftien jaar geleden al besloten: zeilvliegen is een denksport. Het gebeurt allemaal in je hoofd. En mijn hoofd doet rare dingen. Was ik maar een man, dan zou ik mezelf overschatten en elke miskleun aan de omstandigheden toeschrijven. Dan zou ik gewoon met vallen en opstaan vooruit gaan, geloven dat ik een ervaren en goeie piloot ben en selectief de buikschuivers vergeten.
Maar ik ben dus een vrouw, met de neiging om heel veel aandacht te besteden aan wat ik niet goed kan, met twijfel over de combinatie lucht, vleugel en piloot (trekt ie nou? of heb ik zijwind? of hang ik te scharen?). Ook duidelijk banger dan de meeste mannen: de vicieuze cirkel van het bewustzijn onbekwaam zijn, gestresste dus slechte landingen, enz.

Na die rare serie crashes waarmee ik kennelijk mezelf straf voor de hoogmoed van het herwonnen zelfvertrouwen durf ik nu niet meer te denken dat ik het best wel redelijk kan.

Mijn pijnlijke lijf dwingt me om te vliegen als een ouwe vrouw. Zonder streven, zonder spanning. Misschien is dat wel de enige manier voor mij om eindelijk de balans van zelfvertrouwen en alertheid te vinden.

16 april 2017

Illusies



Als kind werd ik wel geprezen om mijn vermogen te genieten van kleine dingen, en om mijn volharding. Daar zat wel een andere kant aan: ik werd ook intens geraakt door leed en ik was koppig, verbeten en gefrustreerd als iets niet lukte.
Met mijn vliegen is het niet anders gegaan. Sinds de eerste les op de Maasvlakte, september ’93, heb ik geen groter verrukking gekend dan leren vliegen. Niet alleen hoog in de lucht boven schitterende landschappen hangen, vooral het onder de knie krijgen en mezelf met hard werken omhoog schroeven, met bonzend hart naar een keerpunt glijden. Het gaat minstens zoveel om de uitdaging als om de ontspanning. Vliegen is pas een uitdaging als het een beetje spannend en een beetje moeilijk is. Niet teveel, het moet niet onhaalbaar zijn want dat levert alleen frustratie en ongelukken op.
En dat is dan meteen mijn grootste uitdaging geweest, mijn hele leven al. Op zoek naar het ideale punt tussen uitdaging en frustratie, tussen leren en verbetenheid.

Vanaf de allereerste hopjes had ik een helder doel voor ogen. Ik wilde vliegen zoals ik fiets – vrij van angst of belemmering maar wel zwetend en op het scherpst van de snede. Nadat ik de gevaren en risico’s een beetje begon te begrijpen zag ik de noodzaak in van uitstekende techniek, en dus van oefenen en het uitvoeren van lastige manoeuvres. Als je alleen maar doet wat je makkelijk kan, ga je niet vooruit, dacht ik.

Daarom waren wedstrijden zo ideaal. De uitdaging wordt automatisch ingebakken, en je krijgt nog feedback over je vooruitgang ook. Plus voorbeelden van betere piloten.
Toen goal haalbaar werd, vormde zich mijn grootste ambitie: minstens ééns per wedstrijd een taak uitvliegen. Te groot misschien, want het is bij een beperkt aantal goals gebleven. Met uitdagingen die te groot voor me waren, bleek ik achteruit te gaan.

En opnieuw raakte ik het zoete punt tussen ambitie en frustratie kwijt. Waar ik mee stop, is met mijn ambities. Ik weet dat ik het doel, zo gemakkelijk vliegen als ik fiets, in mijn leven niet zal bereiken. Ja, ik ben gedesillusioneerd. Maar ik stop niet met vliegen. Ik stop met het opzoeken van uitdagingen. Ik ga alleen nog maar genieten, al is het maar van hele kleine dingen.

15 april 2017

Paaswiekend








Tjonge wat ben ik toch verstandig. Een half uurtje vliegen, één kalme toplanding op een makkelijker plek dan het startvak, en toen al meteen ingepakt. Terwijl ik de latten uit de vleugel trek sta ik te twijfelen of dit nou een zelffelicitatie waard is, of dat ik nou juist lui ben, dom om deze perfecte condities niet beter te gebruiken, teveel binnen de grenzen van m’n comfortzone blijf. Ik vlieg nooit verder dan de volgende opgang omdat ik fysiek niet in staat zou zijn de spullen terug te slepen als ik uitzak, dus Zandvoort doe ik nooit. Ik doe geen landing – meteen doorstarten om m’n techniek bij te schaven. Officieel om m’n schouder te sparen, maar misschien stiekem toch ook omdat ik het wel heel erg spannend vind. Nou was het dat ook, niemand had me zien landen dus er was geen hulp om weer door te starten. Ook niet om uit te haken trouwens, en dat ging dan ook niet. De enige oplossing was om uit m’n harnas te stappen, de vleugel plat te leggen en daarna pas de karabiner los te frummelen terwijl het zand me achter de contactlenzen blies.
Never mind, het was heerlijk om effe in de lucht te hangen, superfijn om zo ontspannen te toplanden, en gezellig met uitsluitend delta’s. Jaap die net als ik geen behoefte heeft aan lang in de lucht hangen, maar vooral aan starten, landen en met anderen kletsen. Sitting Bob die juist vijf, zes uur in de lucht blijft. Djenghiz met z’n hoogzwangere vriendin, Wouter die z’n zenuwen onderdrukt met een hoop geluid, Frank en Jan die als vanouds kibbelen als een langgetrouwd paar en een paar nieuwe gezichten, Lambert, Rens en Andre. Ik bleef nog een paar starts om te helpen, maakte wat kiekjes van de schitterend gekleurde bollenvelden en was op tijd thuis voor de lunch.

10 april 2017

Blessurelitanie



Het begon tien jaar geleden, toen mijn man plotseling van me af wilde en hij mij uit alle macht de vliegwereld uit probeerde te werken zodat zijn nieuwe vrouw letterlijk mijn plaats in kon nemen. Eerst was ik alleen mentaal van de kaart, maar die zomer had ik zo'n vreselijke rugpijn dat ik me tachtig voelde (ik was nog geen veertig). Dankzij Cameron en Australië kwam ik er bovenop, maar ik bleef slechte landingen maken en met rug- en nekpijn tobben. In Spanje land ik in een reteturbulent graanveld zodat de scherpe Moyes basebar m'n dijspier deels doorsneed. In 2011 verstap ik me bij een landing in Neumagen, waarschijnlijk iets te moe na vijf vluchtjes om m'n landingen te oefenen, en er scheurt iets in m'n knie. In augustus dat jaar crash ik m'n vleugel bijna totalloss terwijl ik een perfecte landing probeer te maken na maanden oefenen. Ik besluit om m'n Litespeed te verkopen en me volledig op landingstechniek te focussen met een Sting.
Dat mag zo zijn, maar een zonnige vrijdagmiddag let ik niet op als ik de brug afrace en ik eindig op de Eerste Hulp, met een gebroken teen, gekneusde schouder en ontveld been. Gelukkig kost me dat niet al te veel vlieguren, mede dankzij de fysiotherapeuten die me al krakend en oefenend in beweging houden. Een half jaar vliegen in Australië verloopt bijna blessurevrij, op een pijnlijke schouder na, waarmee ik bij een slechte landing op Glennies Creek een upright krom buig. In 2013 doet m'n schouder zo'n pijn dat we 'm met dryneedling en sporttape te lijf gaan, en natuurlijk weer een langdurig trainingsverbod.
Ondertussen probeer ik zo vaak mogelijk landingen te oefenen, en het gaat zowaar de goeie kant op. Alleen moet Jamie mijn vleugel naar de kant dragen als ik na de laatste vlucht in de zomer van 2014 niet meer kan lopen van de pijn in m'n knie. Een paar weken later kan ik me alleen nog maar op krukken voortbewegen door enorme pijn in m'n voeten – alleen nog beheersbaar met ouwevrouwezolen en streng stevig schoeisel. Als ik in het voorjaar van 2015 eindelijk een beetje zelfvertrouwen begin te krijgen, verpruts ik een simpele landing op Doussart en de rest van mijn kruisband scheurt helemaal door. Het herstel duurt de hele zomer en pas eind augustus kan ik weer een dagje lieren. Dat komt me op een frozen shoulder te staan – twee jaar enorme pijn, bewegingsbeperking, talloze prachtige dagen niet vliegen en altijd na een half uurtje opgeven. In Forbes vliegen ze een recordtaak van bijna 370 kilometer en ik kan alleen maar toekijken.
Afgelopen december, als alles weer heel redelijk lijkt te gaan en nadat ik een paar lastige landingen in Laragne eigenlijk best goed heb gedaan, stapel ik fout op fout op fout en ik ontwricht m'n elleboog. Het herstel gaat gelukkig erg voorspoedig zodat ik in februari alweer een paar sleepjes kan doen. Maar vrijwel onmiddellijk ontstaat een tweede frozen shoulder, terwijl de andere, links, nog niet eens echt helemaal over is. Vliegen gaat best, maar de auto opladen, m'n rits dichttrekken, de vleugel inpakken, autorijden, slapen, aan- en uitkleden is allemaal ontzettend pijnlijk en moeilijk.

Ik geef het op. Tien jaar getob met steeds de hoop dat ik mezelf weer sterk en fit kan trainen en dat ik m'n landingstechniek op een acceptabel niveau krijg zodat ik eindelijk weer eens serieus overland kan vliegen, eindelijk weer eens voor het echie met wedstrijden mee kan doen. Ik geloof er niet meer in. Gisteren lukte het me nauwelijks om m'n vleugel terug in de gang te hangen en de pijn is inmiddels zodanig dat het onmogelijk binnen een paar weken voorbij kan zijn.

De gedachte dat ik ooit nog serieus aan een wedstrijd mee zal doen laat ik varen. Niet zonder groot verdriet, maar ik ben moegestreden. Wedstrijden zijn voortaan alleen nog maar gezellige evenementen waar het makkelijker is om retrieve te organiseren. Naar een vliegstek rijden doe ik alleen nog maar om te starten en te landen, zonder hoop op een mooie vlucht. Ik ga m'n oudere vrienden achterna, die langzamerhand meer mooie dagen niet vliegen dan wel. En misschien stort ik me op enig moment wel weer op het bestuurswerk – m'n ex en z'n heks zal ik niet meer tegenkomen want die hebben het al lang laten afweten.

26 maart 2017

Drukte in Neumagen




Een paar dagen gelden zat ik nog te grienen omdat ik voor de zoveelste keer weer een frozen shoulder begin te krijgen – de linker is nog niet eens over! Ik loop er inmiddels al zeker vier jaar mee te tobben en ondertussen crash ik af en toe nog eens een breuk of scheur. Een jaar of vijf geleden stopte ik met wedstrijden, verkocht m’n Litespeed en concentreerde me volledig op beter landen, maar in plaats van landen is het een eindeloos verhaal van revalideren en weer opnieuw blesseren geworden.
Maar goed, de pijn in m’n schouders is allemaal nog niet dramatisch en m’n therapeut heeft oefeningen gegeven waarmee ik het misschien binnen de perken kan houden, en de omstandigheden waren perfect vandaag voor Neumagen en ik besloot om gewoon de Fun te pakken en desnoods na tien minuten al te landen. Ook al zit ik dan zeven-en-een-half uur in de auto voor die paar minuten, het is toch heel veel beter dan niet vliegen.
M’n eerste start was om een uur of half twee, zonder vario en iets te hoog ingehaakt, dus elke slag die ik op hoogte bleef was mooi meegenomen. Echt langer dan een paar seconden kwam ik niet boven de top uit, dus ik landde – helemaal goed, dankzij de Fun en het enorme terrein en de perfecte wind.
De tweede start om drie uur nam ik m’n thermal snooper mee, en dat hielp enorm. Ik draaide in, in ik schat zo’n 2 m/s, en klom leuk boven de richel. Na een slag of tien en een paar belletjes begon ik toch wel m’n elleboog flink te voelen, en het leek me een goed idee om nou eens niet te overdrijven en gewoon na een half uurtje te landen. Zo gezegd zo gedaan. Ik realiseerde me dat ik landen met de Fun bijna leuk vind, zo makkelijk. De één na de ander kwakte met een nose-in of een buikschuiver tegen de grond, maar ik hupte elegant op m’n bebracete been vlakbij de afbouwhoek.
Waar Reiner zijn verjaardag vierde met een groot glas champagne, vooruit dan maar, en waar we even later een vleugel in de bomen zagen hangen. Kennelijk had een onervaren piloot het nodig gevonden om veel te dicht langs de helling te schrapen, nergens voor nodig vandaag en turbulent was het ook helemaal niet, maar hoe dan ook hij hing er. Ik besloot om in te pakken en dan bij het terugrijden te checken of er hulp nodig was, maar de hele start stond mudvol met zeker tien brandweerauto’s, een helikopter, een ziekenwagen en een meneer met ‘pers’ op z’n vestje, dus het leek mij geen goed idee om in de weg te lopen. Ik wist dat de piloot niet gewond was, hij hing er alleen bijzonder onhandig bij, maar al met al was dit alleen maar heel erg vervelend. Omdat ik meteen wegreed was ik nog voor elf uur thuis, mooi kindertjesbedtijd!

12 maart 2017

Voorjaarsvliegen









Het is een wereldwijde, warme clan. We delen onze passie en onze emoties bij alle risico’s en verliezen. We kennen elkaar al decennia, en als er nieuwe piloten bij komen zijn we enthousiast. Maar het is ook een sport waarbij we ontzettend afhankelijk van anderen zijn en waar enorm veel geld voor nodig is. En we hebben verschillende karakters en opvattingen – het mag dan wel een grote familie zijn maar dan wel inclusief alle familieruzies. Zoals vliegen het leven in het klein is, zo is de gemeenschap van vliegers de maatschappij in het klein. Goed dat er wat regels en organisatie is.
Ik vind het verschrikkelijk treurig als juist de mensen die zich enorm inzetten om ook anderen te laten vliegen, het zo erg met elkaar aan de stok krijgen dat uiteindelijk iedereen verliest. Niks aan te doen kennelijk, ik heb m’n eigen portie ook meegemaakt en bij elk nieuw conflict probeer ik me zo goed mogelijk afzijdig te houden.
En gewoon enorm te genieten, van de zon, van het vliegen, van het babbelen en van het feit dat het gewoon weer gaat. M’n elleboog was een heel klein beetje vervelend bij het naar rechts draaien, maar slepen ging zonder een centje pijn en ik maakte ook twee prima landingen. Wel overshoots en niet zo mooi als Klaartjes landingen, maar niks om over te klagen. De thermometer stond op twintig graden toen ik rustig inpakte in het zonnetje en ik was nog voor half acht, zonder noemenswaardige file, thuis. Nu nog even wachten tot buurman me helpt de vleugel weer binnen te leggen, en dan zalig rozig nagenieten.

10 januari 2017

Geen weg terug



Littekens waren eretekens toen ik vijf was. Bewijzen van stoere strijd.Ik dacht erover om zeerover te worden en dan kwamen een paar littekens wel van pas. Ook met m’n veranderende ambities maakte ik me nooit zorgen over blauwe plekken en pijntjes. Ik had alleen wel grote haast; het gevoel dat ik snel heel goed moest leren vliegen omdat het later niet meer zou lukken. Pas toen ik Wendela leerde kennen, die ruim na haar veertigste haar B1 haalde, kalmeerde ik een beetje en liet ik het idee dat ouderdom belemmert los.

Rond m’n vijfendertigste was het streven juist naar optimale fitheid. Ik trainde, rookte niet meer, at gezond en ik voelde me on top of the world. Dat was ik ook echt want twee jaar later hielp ik het Nederlandse team het podium op bij de womens worlds in Greifenburg.
Een beetje jammer dat ik vier weken later m’n pols brak maar ik had toen nog niet in de gaten dat ik daarmee ook definitief over de top heen was. Ondertussen waren mijn misvattingen over ouder worden omgekeerd. Ik voelde me al zeker twintig jaar hetzelfde, daardoor vergat ik bijna dat de tijd ook voor mij doortelt. Ik had de illusie dat ik gewoon van voren af aan opnieuw kon beginnen met het leren vliegen, ploeteren op een oefenheuveltje en techniek verbeteren. Ik moest m’n beginnerscursus gewoon over doen want daar was het fout gegaan.

Ondertussen ben ik bijna vijftig en het is onmiskenbaar: ook ik word ouder en krakkemikkiger. Het besef dringt eigenlijk nu pas echt door dat ik voortaan in gehavende staat verkeer, minder sterk en minder fit ben en dan ook nog debiele fouten maak omdat ik er met m’n kop niet helemaal bij ben. De kruisbanden in m’n knie zullen nooit meer aan elkaar groeien, schouders en voeten zullen voortaan altijd pijnlijk blijven, m’n elleboog zal ik niet meer volledig kunnen buigen, zonder leesbril hoef ik niet eens te probĂ©ren om naar m’n instrument te kijken en als ik m’n dagelijkse oefeningen te vaak oversla worden m’n handen krachteloos. Ik kan nog zo veel zin hebben om te gaan vliegen, bij voorbaat heb ik vooral tegenzin om met een toestel van meer dan dertig kilo te zeulen want m'n rug doet pijn. 

Het zou misschien beter zijn om dat allemaal gewoon te accepteren, maar ik ben nog steeds niet oud genoeg om het verschil tussen acceptatie en opgeven te kunnen maken. Ik sport wel omdat ik het gewoon lekker vind, maar als de ultieme motivatie van het vliegen er niet meer zou zijn zou ik toch een tandje minder krachttraining doen.
Een vliegmaatje van 73 moest vanwege een slecht werkend hart kiezen tussen her risico dat een slechte landing fataal zou zijn en stoppen met vliegen (en hij landde minstens zo slecht als ik). Anderen zitten in rolstoelen of hebben hersenbeschadigingen. Het kan dus altijd nog erger, dus ik zou niet mogen klagen. Maar ach, ik ben een middelbare dame en die mopperen, dat hoort er gewoon bij.