30 oktober 2011

Biesbos

Super dagje met Ruud peddelen in de Biesbos. Ik ga altijd graag met Ruud op stap, met z’n tweeën zijn we echt “Jut & Jul op safari”. De temperatuur was perfect, de lucht was een fantastisch dreigend grijs zonder dat het regende, de Biesbos was vrijwel leeg en de kayaks waren comfortabel. In drie-en-een-half uur peddelen hebben we zo’n vijfentwintig kilometer gedaan, geweldig zwanen eenden aalscholvers meerkoetjes futen reigers ganzen mussen en een ijsvogeltje gezien. Interessant om te zien hoe al die vogels met een bocht vlak over het water vliegen, in plaats van rechtstreeks naar hun bestemming.
Ik ben wel redelijk afgedraaid nu, stukje fietsen van Dordrecht naar de jachthaven en terug erbij, Ruud gaat nog skieën vanavond maar dat hoeft voor mij toch niet. Ik ga lui m’n Douglas Adams uitlezen.

23 oktober 2011

Intrinsieke motivatie

Met Cameron bespreek ik urenlang elk minuscuul detail van de mentale aspecten van vliegen. Hij heeft net een sportpsychologisch artikel ontdekt over intrinsieke en externe motivatie. Daardoor werd voor mij duidelijk waarom ik geirriteerd was door de bewondering die uit Mit dem Wind sprak, en de bewondering van mensen die horen dat ik vlieg. We vliegen niet om hoe het eruit ziet, we vliegen niet om iets te laten zien of iets externs te krijgen zoals bewondering. We vliegen omdat het vliegen zo verrukkelijk is. Het gekke is dat bewondering afbreuk lijkt te doen aan die interne motivatie. Als je benaderd wordt alsof je vliegt vanwege het stoere imago, het avontuur, het scoren, wordt je het echte genot ontnomen. Je vergeet op enig moment zelf waarom je ook weer vloog.
Dat wil niet zeggen dat gewoon maar een beetje in de lucht hangen genoeg is. Soms is het genoeg, soms ben ik gigantisch gelukkig alleen van het vliegen en het uitzicht en de hoogte en de beweging en de wind en zon en de vario die piept. Maar meestal wil ik meer. Uitdaging, afstand, werken. Ik wil iets bereiken. Het mooiste om te bereiken, voor mij (maar voor een ander kan het echt iets heel anders zijn) is goal in een wedstrijd. Het zal me roesten hoe lang ik erover doe, het maakt me niet uit of ik laatste ben op een dag dat iedereen op goal staat, voor mij is het het mooiste wat er is. Een taak volbrengen die je niet tijdens de vlucht aan kan passen.
Ik heb enorm respect voor piloten als Cameron en Hans die op hun eentje taken vliegen en daar van genieten. Voor mij is dat nu nog te moeilijk. De moeilijkheid is mentaal, niet technisch. Ik heb een wedstrijd nodig, met veel mensen en een wedstrijdleiding die een optimale taak voor me bedenkt, en de referentie van andere piloten. Enige externe beloning is harstikke leuk, ook al ben ik nog zo intrinsiek gemotiveerd.

Prachtig weer

Bizar, wiekend na wiekend is het schitterend weer, en toch kan ik niet vliegen. Koud en pittige wind wel, dat verklaart misschien ook de lage opkomst. Het is bijna niet te harden, naar buiten kijken naar een schitterende najaarszon, blauwe lucht, crispy, weinig wind aan de grond. Ik ga wel peddelen om dan toch maar buiten te spelen, maar verdorie wat is dit teleurstellend.
Ondertussen heeft Kathryn haar arm gebroken in een landing, over teleurstelling gesproken. Mijn nieuwe vleugel is geloof ik niet zwaar beschadigd, maar het is wel ontzettend jammer dat zij er de laatste weken niet meer de sterren van de hemel mee vliegt. Ze is een leuk wijf en enorm gedreven wedstrijdpiloot, ik had haar niet gegund om het jaar zo te eindigen. Naast meeleven is er ook nieuwsgierigheid: zal ze net zo onzeker worden als ik na mijn ongelukken? Ik hoop het niet. Ik hoop dat ze me kan laten zien hoe het wel moet. In Forbes zullen we samen vliegen, twee dames met de nodige mentale littekens.

02 oktober 2011

Zomer in oktober

Glorieus, was het woord dat ik voelde. Zó prachtig en zó rustig en zó vrij, het maakt niet uit dat het ontzettend stabiel is. Een beetje heiig, met een naar oranje neigend licht. Weilanden in allerlei verschillende kleuren groen, en dan bij de laatste start de fel zwart-witte koeien die in kolonne naar de schuur lopen, prachtig prachtig prachtig. Het veen, de hei, buizerds en reetjes en hazen. Een fijne nacht, zomerse temperatuur, gezellig en stressvrij op het veld. ’s Avonds uit in Almelo, onverwacht gezellig. Twee-en-een-half uur naar huis rijden is wel vervelend, en dan nog een half uur de auto uitladen en warme hap naar binnen schuiven, maar ik beloon mezelf met een heet bad, knorrend als een tevreden kat.

25 september 2011

Prachtig herfstwiekend

Doorgaans maal ik niet zo om moordenaars en verkrachters. Ik ga er altijd vanuit dat vrijwel niemand me ziet, en het zou wel enorm toevallig zijn als de wandelaar die m’n tentje ziet ook nog eens een psychopathische gek is. Maar ik voelde me toch enigszins kwetsbaar vannacht, en deed dus maar geen oordoppen in ondanks de herrie van de autoweg en de onvermijdelijke schuurband met disco na. Uiteindelijk heb ik toch goed geslapen, en vanochtend kon ik heerlijk tutten in de herfstzon, met af en toe een ree en hier en daar een haas. Helemaal goed. Gisteren vier startjes, vandaag drie, zeven heel redelijke landingen en wat nodige aanpassingen aan m’n harnas. Klaar is het nooit, maar als dit het laatste vliegwiekend was dan kan ik met een gerust hart naar Australië.

10 september 2011

Guinea pig

De derde keer dat ik bij de Buizerd ga vliegen en dat er gedoe met de lier is, nou ben ik er wel overheen zeg. Nou was het vandaag geen denderend vliegweer, en het was allemaal niet acuut dodelijk deze keer, en ik hoefde maar twee keer een uur in de file te staan om drie vijf-minuten-vluchtjes te maken dus ik mag niet klagen. Bovendien heeft Martin me geholpen met een zakje carbonspul voor m’n bottombar die beschadigd is door het release, doordat het release zo achterlijk laag zit op de covert. En Niko was net als Jan vorige week prettig erkentelijk voor m’n optreden als proefkonijn, dat doet wel weer goed. Ik voel me ook wel enigszins moreel verplicht om een nieuwe lier uit te proberen, met m’n vier- of vijfhonderd lierstarts, noblesse oblige. Ik mag dan stom landen, en geen benul hebben van techniek, maar lier- en sleepstarten kan ik wel. Ook al blijft de wet van Murphy of zo’n andere Ier altijd gelden, je kan het zo gek niet verzinnen of het kan wel mis gaan. Vandaag werd er niet geremd bij het uitvliegen, zodat de kabel compleet naar de grond zakte dus tegen de tijd dat ik omgekeerd was lag ie in de bomen. Later werd er juist te hard of te snel geremd, waardoor ik een forse ruk kreeg vlak voordat ik terug naar de lier wilde draaien, ook nogal onprettig. Maar de liermannen deden hun best, en het apparaat leek wel soepel te lopen, dus dat komt wel goed. Volgende week misschien?

04 september 2011

oude lier

Altijd hetzelfde dilemma: Stadskanaal, Bruinehaar of Moergestel. Ik koos toch maar de dichtstbijzijnde, vooral omdat Egbert met z’n lier zou komen en ik had hem al zo vreselijk lang niet meer gezien, dat gaf de doorslag. Voordat er iemand anders was had ik al opgebouwd, rondgerend met de gerepareerde vleugel (hij lijkt niet helemaal recht te vliegen, maar verder is ie in orde), radio in oude helm geinstalleerd enz.
Egberts lier bleek toch behoorlijk tricky. Jan deed z’n uiterste best om zo veilig mogelijk te lieren, maar het was elke keer een harde ruk, dan een paar seconden helemaal niks zodat je struikelend tegen de grond ging, en dan heel hard trekken waardoor het overschakelen lastig was, om vervolgens te weinig kracht te ontwikkelen om je echt hoog te krijgen. Trappen ging al helemaal niet, dus Tanno en ik deden allebei een paar startjes tot 150 meter terwijl de cumulus lokten. Ik had net besloten om ermee op te houden, want ik werd moe en dan is wordt zo’n start gewoon gevaarlijk, toen Tanno inderdaad struikelde in de start en hard tegen de grond ging. Kennelijk vergt die lier een hoop oefening, dus moeten we wachten op een veilig windje.
Daardoor was ik wel mooi vroeg thuis, op tijd om me te douchen en met Ruud de museumnacht te doen. Dat werd dan toch weer meer een kroegennacht, tja twee Limbo’s bij elkaar die moeten kiezen tussen cultuur of bier…

23 augustus 2011

Competitie

Ingewikkeld hoor, de beslissing om wel of niet te starten. Ik wilde vreselijk graag nog een landing doen, was per slot van rekening drie uur komen rijden, een heel wiekend en een hoop geld kwijt en had nu de kans. Fijne vleugel, heel rustige lucht, goeie sleeppiloten en een mega-grasbaan. Aan de andere kant: het is niet mijn vleugel, ik oscilleerde nogal terwijl de lucht heel stil was, de wind staat cross op de baan over de hangars heen. Tja. Had ik m’n Sting gehad, dan was ik zonder meer gestart. Nu durfde ik het toch niet aan, terwijl ik wist dat het waarschijnlijk pijnloos goed zou gaan als ik me wèl over m’n onzekerheid heen zou zetten. Nou ja, als je maar lang genoeg staat te aarzelen lost het weer het probleem vanzelf op: om één uur regende het.



Op de terugweg weer ns uitvoerig over wedstrijdvliegen gekletst. Cameron heeft een aantal alternatieve formats bedacht, die een wedstrijd veel haalbaarder maken voor piloten van verschillende niveaus, en ook nog leuker voor publiek. Deelnemers krijgen een window van anderhalf uur, waarbinnen ze op moeten schrijven hoe laat ze op de spot zullen landen. Ze moeten tenminste een uur vliegen, en er is een klein taakje, maar de puntentelling gaat vooral om die spotlanding. Het doet een beetje denken aan een Hash, een type speurtocht waarbij langzame en snelle lopers ongeveer tegelijk aankomen. Camo is in ieder geval op zoek naar formats die niet zo verschrikkelijk op racen gericht zijn als de gewone wedstrijden, en ik zou dolgraag zijn soort wedstrijden hebben.

Grappig, door dat geklets kwam ik er ook meer achter waarom ik eigenlijk überhaupt wedstrijd wil vliegen. Ik ben opgevoed in een totaal anti-competitie en anti-prestatie milieu, wij deden alleen sportieve activiteiten om lekker te bewegen en buiten te spelen. Omdat het nou eenmaal leuk is om te sporten, niet om van iemand te winnen. Maar we deden wel veel spelletjes, en die werden dan wel weer bloedserieus gespeeld. Geen valsspelen, en niet iemand helpen uit medelijden. Spelletjes spelen is een sociale activiteit, iets waar je met elkaar lol mee hebt, en je leert tegen je verlies te kunnen omdat je erkent dat een ander het gewoon slimmer gespeeld heeft, maar ook omdat jij zelf de volgende keer iedereen kan aftroeven. Bij wedstrijden gaat het echt over rangorde, over mensen die betere of slechtere piloten zijn, het geeft je bijna een waarde-oordeel over personen. Minder leuk.
Wat ik dan wel weer ideaal vind is te proberen zo goed mogelijk te presteren, het beste uit jezelf te halen, het gevoel iets bereikt te hebben als je een taak hebt gerond. Daarmee meet je jezelf niet af tegenover anderen, maar vooral tegenover jezelf. Daarom kan ik er ook zo vreselijk slecht tegen als ik uitzak, dan ben ik echt woest op mezelf.
Ik ga maar gauw naar Australië om met Camo’s spelletjes mee te spelen. Maar eerst Forbes, lange afstanden vliegen.

20 augustus 2011

Slepen


Er is maar één ding moeilijker dan landen, dat is niet vliegen. Ik mocht Dees d’r litesport lenen vandaag, maar ik had gisteravond toch een paar biertjes teveel op, de vleugel is nogal groot voor mij en er stond een behoorlijke puist wind. Het rolde over de crossbaan, dus nadat ik opgebouwd had besloot ik de vleugel in de hangar te stallen en af te wachten of het vanavond rustig zou worden. Camo vloog weg, en ik hulde me in bikini en oordoppen voor een dutje bij de tent. Na twee uur belde Cameron, geland op zo’n vijftig kilometer. Gaaf, vanmorgen was ie nog zwak ziek en misselijk en de omstandigheden waren helemaal niet makkelijk, en als ik de tekst met coördinaten krijg weet ik zeker dat ie heel blij is. Ik hou het meest van ‘m als ie het naar z’n zin heeft merk ik. Na twee rondjes rijden rond z’n landingscoördinaten vond ik ‘m bij een Duitse boerenfamilie aan de koffie, minstens tien hevig geinteresseerde niet-engels-sprekende schatjes om ‘m heen.
Net had ik ‘m in de auto, belde Robbie, die was ook een leuk eindje gekomen. Terug op het vliegveld maakte ik me snel klaar en sleepte Rinus me de lucht in. Afgezien van wat zenuwachtig gewiebel vlak boven de grond ging het heel strak. Voor m’n landing wilde ik me niet druk maken over een strak circuit, dus ik kwam lekker hoog op final en met een goeie snelheid zette ik ‘m heel netjes neer.
De tweede vlucht was bijna een uur later, en toen ik achter Rinus hing vond ik het toch wel heel erg donker inmiddels. Ik koppelde dus los, deed wat bochtjes en landde iets minder mooi, maar niet heel slecht. Met m’n donkere vizier kon ik nauwelijks meer zien hoe hoog ik zat, dus het was ook wel tijd om er mee op te houden.
Nu aan de bbq, altijd vies maar gezellig, en morgen zo vroeg mogelijk nog maar een paar landingen doen. Ik ben superblij dat Dees me de kans geeft, anders had ik een heel treurig wiekend gehad!

16 augustus 2011

Thuis


Mooi, rustig alles ingepakt en opgeladen, en net toen we in de auto stapten om naar huis te rijden begon het te gieten. Vervelend rijden, maar minder pijnlijk om de vakantie mee te beëindigen dan zon en cumultjes. Cameron was helemaal voldaan, die laatste vlucht in Greifenburg maakte voor hem de hele reis naar Europa de moeite waard, en dat maakte het voor mij ook helemaal goed. Ik baalde maar een heel klein beetje dat ik zelf niet kon vliegen; het voordeel was dat ik een paar uur lang echt goed keek naar de omstandigheden en de ontwikkelingen, waar de parapenters omhoog gingen, hoe de wolken zich ontwikkelden, uit welke richting de wind kwam.
In veertien uur waren we thuis, er was natuurlijk geen parkeerplek voor de deur en heel de straat sliep al, zodat ik niemand om hulp kon vragen met Blenkies veel te zware doos. Ik stond net tegen beter weten in een poging te doen om het ding van de auto af te tillen, toen er een busje stopte, twee jongens uitstapten en vrijwel zonder iets te zeggen de doos van me overnamen en naar binnen sjouwden. Schitterend.
Vandaag nog een dag vrij gehouden, zodat alle kleren gewassen zijn, koffers uitgepakt, gras gemaaid, vleugel naar Schiphol, papieren in orde gemaakt. Nu nog zien dat we Camerons vluchten op de olc krijgen, dan hebben we echt ons huiswerk af.

14 augustus 2011

Emberger Alm

Geweldig, Matjaz bood me een Mars 170 aan, te groot voor mij maar never mind. Afgezien van een enkel soarvluchtje met m’n Uno heb ik in geen tien jaar meer met een enkeldoeker gevlogen, dus dat was best spannend. Haal ik het landingsterrein? Krijg ik ‘m de bocht om? Het landingsterrein haalde ik ruim, te ruim want ik was eindeloos bezig om hoogte af te bouwen. Dat heeft wel vaker het effect dat ik te vroeg op circuit ga, dus ik wilde nog wat af-ss-en. Bij m’n eerste S vloog ik richting de berg, en potverdorie ik kreeg het apparaat toch niet gekeerd zeg! Dat leek bijna het einde van een leuke vakantie, recht de berg in geboord, pfff. Met veel gewrik en gevloek lukte het alsnog, maar ik had geen zin meer om door te ss-en dus ik gooide m’n droguechute en landde perfect, verticaal, op het allereerste randje van het veld.
’s Avonds prijsuitreiking: Juicy eerste, Ropje tweede, leuke top. Volgend jaar wordt Ropje kampioen verwacht ik.
We reden pas om half tien met een volbepakte auto richting Greifenburg, slechts twee of drie uur rijden maar wel over één van de mooiste wegen van Europa, en het was donker, en ik was moe. Cameron was ’s middags bij het eerste keerpunt geland en had gezien dat het daar schitterend was, met een leuk campingkje en lieflijk dorpje. Daar zetten we de tent op, dronken nog een biertje in het felle licht van de volle maan naast een witblauw riviertje tegenover een gigantische rotswand, prachtig. De camping was een kayakkers-camping, grappig, precies hetzelfde sfeertje als een hangglidercamping alleen lagen er overal kayaks en hingen er spullen te drogen. Geen auto’s met ladders en her en der rondslingerende stukken aluminium.
In Greifenburg troffen we Ed en Jacqueline, met Nelson, hoera! Altijd geweldig om m’n allerallerallereerste vliegmaatjes te zien. Om kwart voor twee gooide ik Cameron de berg af, na de vermaning om toch vooral boven de start uit te komen want zolang je op starthoogte of lager zit, is Greifenburg vrij saai. Je moet hier echt vliegen om te snappen waarom het zo wereldschokkend bijzonder is. Hij zakte uit. Hij probeerde het rechts en verloor hoogte. Hij probeerde het voor de start en verloor hoogte. De wolken hingen niet hoog en de voorspelling was stabiliteit, en ik kon het niet langer aanzien en reed naar beneden.
Na twee-en-een-half uur vliegen kwam ie landen, helemaal enthousiast en verzadigd. We hebben twee keer eerder tevergeefs geprobeerd Greifenburg te zien, maar nu was de revanche helemaal goed.

12 augustus 2011

dagje bijkomen

Ik klim uit het raam van onze hotelkamer naar het dakterras, hoor ik Claudia’s stem roepen. Ja hoor, ze hangt uit het raam van het Rutar pension aan de overkant, krijg nou wat. Kleine wereld. Minder dan honderd meter boven me cirkelt een delta, in de verte zie ik er een paar boven de bergtoppen. En rare wolken, het was niet makkelijk vandaag lijkt me. Ropje stond net als eerste Nederlander op goal, keigoed. Cameron is te vroeg gestart en zakte uit, hij loopt sowieso nogal veel te zuchten dus dit was z’n dag alweer niet.
Ik ben inmiddels weer over de schok heen, na uithuilen op Camerons schouder, Hans en Christine die me heel lief kwamen opbeuren, lieve gebaren van Jamie en Dees en Rinus en Helen en mam, weer veel en lang praten met Ropje, en de hele nacht wakker liggen en piekeren. De catch-22 waar wij allemaal in zitten, als ik de herkennende sympathie van vriendinnen mag geloven. Doodsbang om het vliegen te moeten opgeven, maar net zo goed doodsbang voor ongelukken. Shit daar rijdt al de derde ambulance langs het Krn-hotel, op een dag als deze word je daar toch altijd zenuwachtig van. Als het maar niet één van ons is.
Ropjes vraag die ik niet kon beantwoorden: waarom ben ik de laatste jaren zo vreselijk slecht gaan vliegen? Dat ik slecht land is oud nieuws, en dat dat niet bevorderlijk is voor xc-vliegen is de hele reden om eraan te werken. Maar waarom weet ik geen belletje meer vast te houden, hou ik kilometers afstand van de bergen, laat ik me het kleinste gaggletje uitjagen? Deels is het antwoord: omdat ik gefocust ben op de landing, en dat is op dit moment niet verkeerd. Maar ik ben ook banger geworden, voorzichtiger, onzekerder. Ook in situaties waar daar geen enkele aanleiding voor is. Ik had altijd lol in stevige lucht, het mag van mij best hard werken zijn, turbulent desnoods, hoe groter de lucht hoe beter ik me voelde. Nu word ik er nerveus van. Ik kon best behoorlijk in een gaggle meedraaien, heb bij de EK met 120 man in een bijna afgesloten kom drie kwartier gedraaid en ik vond het fantastisch. Nu schrik ik van een parapenter zeshonderd meter weg.
Wat ik vasthou, is dat ik goed kan starten. Het is m’n mentale lifeline. En dat ik hard wil werken. En dat m’n circuit beter is geworden en m’n final ook, ik moet alleen aan de details werken en ik zal bij de overstap terug naar de Litesport opnieuw moeten wennen aan de hogere snelheid en betere prestatie.

Morgen de laatste dag van de NK, en daarna laat ik Cameron dan eindelijk eens Greifenburg zien. Ik ben blij dat ik hem dat kan meegeven, ook al baal ik als een stekker dat ik zelf niet kan vliegen. Nou maar hopen dat ie nog wat enthousiasme op kan brengen, dat gaat dit jaar heel wat minder makkelijk dan drie jaar geleden.

11 augustus 2011

einde vliegen

Ik zakte uit, maar besloot dat dat niet erg was als ik de vlucht met een mooie landing eindigde. Goed circuit, flinke snelheid, ik rondde laag uit en vloog hard, en toen boorde ik mezelf met die snelheid de grond in. Upright, bottombar en leading edge kapot, einde van de vliegvakantie. Ik ben zo in shock dat ik nauwelijks kan denken.

Dutch Open taak 1


Een glijvluchtje, na uren wachten op de berg. En toch helemaal blij en tevreden, want geen stress, goeie start en landing, gezelligheid, zon en een schitterend uitzicht. Ik vraag me af hoe ik dertien, veertien jaar voor elkaar heb gekregen om mezelf voortdurend veel te hard te pushen, altijd streven naar verbetering en daarom nooit tevreden. Raar dat het zo lang kan duren om eindelijk eens wijs te worden en gewoon te genieten van een simpel dagje op de berg met een hopje van vijftien minuten. Ik heb wel vaker geconstateerd dat ik achterstevoren leef. In ieder geval ben ik nu een volbloed beginner, of intermediate piloot eigenlijk.
Het landen gaat ok, goed circuit en goeie snelheid op final, maar het circuit mag strakker en ik moet nog leren serieus te flaren. Ik sta al tien, vijftien keer achter elkaar op m’n voeten, maar een goeie flare is toch de moeite.
Hans was uitgezakt, Cameron kwam na het eerste keerpunt landen, pas toen ik al lang en breed met m’n boek in de schaduw zat zag ik Ropje binnenkomen. Derde keerpunt, super. Toch hadden een paar anderen nog beter gevlogen, Juicy en Djenghis staan hoger en twee Oekraïners stonden zelfs op goal. Christine heeft het super gedaan. Vandaag weer naar boven, hoera!

09 augustus 2011

Slovenië


Bahbah Slovenië is echt heel erg groen, altijd een slecht teken. Het heeft de afgelopen dagen zoveel geregend dat er niet meer geraft mag worden, teveel water in de rivier! Niet normaal. Voordeel is wel dat ik nog een dagje heb kunnen werken, zodat ik nou iets minder drang heb om zo snel mogelijk naar Den Haag te gaan, weer aan de slag. Bovendien is het gezellig met z’n drieën, zo houden we elkaar ook mooi in balans, als de jongens genoeg van mij hebben kunnen ze iets met z’n tweeën gaan doen enzovoort.
Gisteravond kwamen Hans en Christine aan, precies op tijd voor het eten, en het was nog droog ook dus we konden buiten zitten (binnen is geen plaats voor zoveel mensen). Top. We hebben uiteindelijk toch met 55 deelnemers dezelfde hoopvolle vergissing gemaakt: wie weet kan er nog gevlogen worden. Straks weer briefing, who knows…

08 augustus 2011

Sigillo - Tolmin

Zaterdag was een fijne laatste dag, met twee starts aan m’n bottombar en goeie landingen, rustig inpakken en m’n boek uitlezen. Maar gisteren was zonder meer een pokkedag. De rekening bleek dubbel zoveel als voorzien, de zooi paste nauwelijks in de auto, en ik maakte de vergissing om langs de Adriatische kust via Venetië te gaan rijden. Nooit doen. Die route kost uren en uren extra, er was niet meer dan een glimp van de zee op te vangen en we werden allebei sjagrijnig van de zweterige hitte met uitzicht op de meest spectaculaire Cb boven Tolmin. Van de baai rond Venetië konden we niks zien en van Venetië zelf al helemaal niet. Met de volgeladen auto durfde ik het niet aan om een wandelingetje door de stad te gaan maken, dus we dronken een sapje in één van de treurigste stadjes die ik ooit gezien heb, in een foeilelijke bar met enkel zombies als gasten. Daarna de tomtom navigatie aangezet in plaats van gewoon de kaart bekeken, ook al helemaal fout. De navigatiejuffrouw voerde ons in de stromende regen piepkleine geitepaadjes op, waarschijnlijk met de bedoeling om ons te laten verdwalen zodat een boze heks ons kon oppeuzelen. Camo geloofde haar niet meer toen ie gras in het asfalt zag groeien, ik verloor m’n vertrouwen toen de koppelingsplaat verbrandde. Gelukkig belde Ropje op dat moment om toch in ieder geval ons humeur te redden. We delen een appartementje, nou ja fors uitgevallen ouwe schuur met gierende koelkast en borrelend sanitair, dichtbij het landingsterrein.
’s Avonds op de camping wist ik weer waarom ik eigenlijk helemaal niet had moeten komen. M’n ex en z’n heks maakten een grote show van hun aanhankelijkheid, het leek de Tegelberg wel weer. Mensen die menen dat ik er na vier jaar wel eens overheen zou moeten zijn, hebben denk ik nooit meegemaakt hoe iemand waar je van gehouden hebt je de grond in stampt, terwijl je hem niks hebt aangedaan. Het blijft een etterende wond.

05 augustus 2011

Tre Pizzi


Pfoe de sfeer was bijna niet meer te harden, teleurstelling en onvrede en algehele lamlendigheid. We zijn allebei sick and tired van Sigillo, maar dit is toch nog steeds de beste plaats in heel Europa om te vliegen. Het wordt alleen dramatisch als we hier ook al niet kunnen vliegen. Vandaag dus op naar Tre Pizzi, al was het maar voor een verandering van scenery. Ik verdwaalde op de kronkelweggetjes rond Fabriano, maar uiteindelijk vonden we onze weg naar boven waar Ropje al klaar stond met z’n studenten. Ik startte vrij vroeg, deed een halfslachtige poging om hoogte te winnen maar was alweer volledig gefocust op het landingsterrein, waar ik twintig minuten later met m’n remchuutje aan de grond stond. Er reed nog niemand naar boven, maar ik kreeg een lift van een oudere man die me helemaal naar de auto bracht. Ondertussen was Cameron al in Sigillo geland, en Ropje stond op z’n eentje klaar om te gaan starten.
Vervolgens de auto teruggereden, boodschappen gedaan, Ropje op het landingsterrein van Sigillo gevonden, en nu nog een uurtje ranzen voor we ergens kunnen eten. Danielo’s waarschijnlijk, onze stamkroeg.

04 augustus 2011

En weer een dagje


Voor mij is het wel uit te houden, geen vliegweer en iedereen weg. Ik grijp een boek en ik amuseer me prima. Maar Cameron leest niet, en er is echt helemaal totaal niks te doen hier als je niet kan vliegen. Gezelliger wordt het er niet op, dus ik denk dat we zaterdag maar gewoon naar huis gaan. Vakantiedagen sparen. Het is overal in Europa naadje, of het regent of er staat een puist wind. Ik heb nu wel een mooi aantal starts in veel wind gemaakt, prima leerervaring, maar echt fijn vliegen is het ook niet. Vanmorgen draaide ik makkelijk naar boven, maar op 1400 meter was er wat windshear en dat levert allemaal onprettige turbulentie op. Daarna met de Zwitsers omhoog, leuke club, en gauw geland voordat de Italiaanse parapentekampioenschappen op ons veldje kwamen landen. Het werd een mislukte rugwindlanding, omdat ik niet door kon draaien vanwege een auto middenop het veld. Fijn die solidariteit. De piloot vond dat hem geen blaam trof omdat ie mij niet gezien had, wat een sukkel.
Tijdens het inpakken kwamen de parapentes aan, een stuk of dertig, veertig gok ik. Ook al volstrekt asociaal: geen circuit, totaal niet kijken, vleugel opzetten middenop het landingsterrein, roken tussen de vleugels. Van Frans hoorde ik dat sommige scholen hun studenten wijsmaken dat schermvliegers voorrang zouden hebben op delta’s. Geen wonder dat ze zich zo asociaal gedragen.
Straks naar een of ander feestje van vrienden van Pablo, ben benieuwd. Ik kan wel wat afwisseling gebruiken.

03 augustus 2011

Leuk landen

Een goeie en een heel goeie landing, hoera! Kwa vliegen was het niks, ik nam niet eens de moeite om te soaren in de harde wind, ik wilde alleen maar een landing doen, en nog een, en nog een. Na vijftien jaar ploeteren, schade, tranen, frustratie, slikken, heb ik eindelijk het idee dat het gaat lukken. Ik was blij als een kind, en op dit moment kan ik me geen leukere dagbesteding indenken dan landen, weer landen, op het vertrouwde veldje met de grote windzak en de ideale boomhoogte als referentie.

02 augustus 2011

Lekker vliegen

Niki, de lange jongen op de Chabre, Hayo, Martin, Paul, Alphons. Mike en Peter. Elena, Ricchi, Missy. Daarbovenop de tumbles en crashlandingen die goed afliepen, maar die wel gebeurden. Het gaat me toch niet in de kouwe kleren zitten. Ik heb er de pest aan dat ik een bangerik geworden ben, zenuwachtig van de minste beweging in de lucht. Maar ik heb besloten dat ik nu maar ns een langere tijd dik binnen m’n comfort zone ga blijven, alleen maar vliegen waar en wanneer ik me heel zeker voel. Landen na drie kwartier, om de minste of geringste onzinnige reden, luiheid, een wat enthousiast ontwikkelende wolk, een fijn groot leeg landingsterrein. Ik vergeef het mezelf, ik sta een tijdje stil, even geen competitie meer.

Vanmorgen bouwde ik op noord op, een paar Zwitsers waren ook klaar om te starten en twee vlogen al. Ze gingen maar matig omhoog, en erg overtuigend was de startwind ook niet. Tien, vijftien minuten stond ik klaar op de start, een zuchtje crosswind, een wolkje boven de plek waar ik heen wilde dat voortdurend groeide en weer verdween, dus er zaten zeker dooie momenten in. Toen ik de wolken duidelijk uit het noordwesten zag komen pakte ik in, harnas compleet op de achterbank, en we reden naar zuid. Daar stond een mooi startwindje, dus we bouwden op en toen ik klaar was ging ik ook meteen. Geen moment te vroeg, mijn start was al matig en tien minuten later konden ze de berg niet meer af. Neil en Cameron nog wel, en die gingen op weg naar Castellucio. Ik was eigenlijk van plan om met ze mee te gaan, zover mogelijk, omdat Pablo zou rijden moest ik eigenlijk gebruik maken van de luxe. Maar bij de windmolens bedacht ik dat ik toch wel heel graag een goeie landing op het vertrouwde veldje van Sigillo wilde maken, dus ik stak weer terug en zette ‘m inderdaad heel redelijk neer. Pablo bracht me terug naar m’n auto, en samen gingen we op weg naar Castellucio. Daar was echter een grote cb aan het ontwikkelen, dus Neil was uitgezakt voorbij Nocera en Cameron vloog terug naar Sigillo. Mooie dag.