21 juli 2012

Leuk vluchtje



De lucht zag er vandaag flink gnarly uit, ik verwachtte heftige turbulentie en ellende. Mijn ervaring was echter juist het tegendeel: bijna geen wind en brede rustige bellen. Net als Niels, maar anderen hebben echt een wasmachine gehad. Bovendien wisselden wolkenvelden met schaduw, en zon met mooie cumultjes, elkaar af en het was maar net toeval wie waar wanneer was. Ik draaide makkelijk omhoog boven de start, maar verloor ook weer veel hoogte, draaide daarna nog een paar keer tot zo’n 2300 meter of iets meer, uiteindelijk had ik het idee dat rondhangen bij de Longeagne gewoon niks meer op zou leveren dus ik stak rechtstreeks naar het keerpunt, midden over het dal, over lage heuveltjes en aantrekkelijke landingsterreinen. Tanno meldde dat hij geland was, overal stonden vleugels geparkeerd en er schoof een dik schaduwveld over ons heen. Ik zocht een fijn veld uit en bedacht m’n circuit, en zoals zo vaak begon het toen een beetje te piepen. Samen met een topless draaide ik in, hij heeft het uiteindelijk niet gehaald maar ik kwam terug op 1800. Met een schuin oog op het vliegveld van Serres en een ander op m’n vario, dreef ik langzaam achter die pukkel aan de oostkant. Ondertussen genoot ik van het fantastische uitzicht, dit is toch echt de allerallerallermooiste plek ter wereld om te vliegen. Ik vond een sterke bel tot 2200 en begon naar de St. Genis te steken, maar de hele berg lag in de schaduw dus ik zakte flink en het keerpunt lag nogal diep in onlandbaar terrein. Dan maar omgedraaid naar Montrond, midden tussen de grote vlakke velden, in de zon, en sowieso meestal wel een goeie termiektrigger. Inderdaad, hij deed het, en ik driftte al stijgend richting het keerpunt. Beneden me was een klein stripje waar ik een delta op zag landen, dat gaf vertrouwen maar het bleek een trike te zijn die daar net startte. Nou ja, toch wel bruikbaar dan. Ik was ondertussen erg tevreden met mezelf: netjes geduld betracht en geen hele domme fouten gemaakt, keurig. Daar gaat het dan ook altijd mis, als ik te vroeg dik tevreden ben. Na het keerpunt draaide ik rechtstreeks op koers naar de Aujour maar nou kon ik niet meer hetzelfde spelletje spelen omdat het dal waar ik overheen vloog een beetje in de lij van de pukkels daarvoor lag. Bovendien trokken de brede gemaaide velden me hard naar beneden, en m’n onverdiende zelfvertrouwen deed de rest. Een parapenter was midden in het dal heftig aan het spiralen, hij had me duidelijk niet gezien en hij zat behoorlijk in de weg. Na onze landingen kwam hij op me afgerend om z’n excuses te maken, en even later kwam z’n pa, de man die ik in St. Vincent ontmoet had, me een koud biertje brengen. Eind goed al goed, ik heb maar vijfentwintig kilometer gevlogen en slechts een miezerig keerpuntje, maar ik ben bijna euforisch over dit lekkere vluchtje. Eens een keer niet kwaad op mezelf. En ik ben eens een keer niet allerlaatste, ik was gisteren 26e dat lijkt eindelijk weer eens een normale score.
Gisteravond was Fran z’n laatste avond, dus dat werd laat. De beste campingzanger ever. Vandaag en waarschijnlijk morgen ook zijn rustdagen, veel wind, we hebben kennelijk niet genoeg gedronken.

20 juli 2012

Mart

Mart kwam aan z’n chute naar beneden, drie kilometer van de camping net toen ik op het landingsterrein was. Het zag er vreselijk uit, hij werd net als de meeste anderen die ik heb zien neerkomen alle kanten opgeslagen, hij tolde rond en hij daalde absurd snel. Binnen een minuut nadat hij uit zicht verdween belde hij Heather, die een speakertelefoon heeft zodat we allemaal mee konden luisteren. Hij klonk helemaal niet goed, ook al beweerde ie dat er niks aan de hand was. Terwijl Heather tegen ‘m bleef praten, om z’n coördinaten bleef vragen, kwam iedereen naar haar toe om te vragen hoe en wat, bloedirritant. Andreas was al op goal en Tanno was niet ver meer, dus ik pakte Tanno’s auto om ‘m te gaan zoeken. Dat was het rottigste deel van het hele avontuur, bergpaadjes op en af scheuren en locals die verkeerde aanwijzingen gaven. Toen we ‘m eenmaal gevonden hadden, flink geschokt en gebutst moest ie persé terug om z’n harnas en instrumenten te halen en wat fotoos te maken met een big smile naast het wrak. Heather en ik overlegden hoe we ‘m het snelst in een ziekenhuis konden krijgen, maar dat bleek niet nodig, hij had flink pijn en hij was misselijk. Ik was bang, inmiddels heb ik voldoende ervaring met ongelukken om te weten dat rondlopen en lachen niet betekent dat je in orde bent. Afijn, na alle onderzoeken en fotoos blijkt hij niks gebroken te hebben, z’n kop is in orde en ze hebben ‘m een nachtje ter observatie gehouden zodat ie ook niet stiekem leeg kan bloeden.
Andere wachtenden bij de noodhulp droegen t-shirts met schermvliegers, rockclimbing en motorrijden, eigenlijk een soort van grappig. Heather verzuchtte dat we vreselijk gevaarlijke dingen doen, ik zei heb je wel eens bekeken hoe leeftijdgenoten die niks doen eruit zien? Maar ondertussen is het niks, die emergence in Gap. Ik ken het inmiddels goed, en ik ben doodsbang voor een chutedeployment. Maar ik heb ook keer op keer gezien dat diegenen die hun chute gooien er meestal behoorlijk goed vanaf komen. Toch maar weer eens vouwen dat ding.

19 juli 2012

Taak 1 Belgische Open







Er zijn kleine dingen die het leven enorm veraangenamen: de zekerheid dat Montse me zal ophalen, zodat ik pakzakken en hoedje en slippers enzovoort met haar mee kan geven en niet in m’n harnas hoef te proppen. Dat ze altijd helpt m’n vleugel te tillen. Martin die het weer checkt, waardoor ik gewoon te lui ben geworden om er zelf nog naar te kijken. Mart die even uitlegt hoe ik de taak zou kunnen vliegen, jammer alleen dat ik het niet verder dan de startcirkel heb gebracht. De zon, heerlijk, als er iets is wat het leven makkelijk maakt is het zon.
Opbouwen was wel zoals gebruikelijk vervelend. Heet, onhandig op de steile helling met de losse sintels, en veel deelnemers zijn niet gewend aan wedstrijden en een beetje efficient indikken zodat we allemaal aan een ketting kunnen staan. Terwijl er wind van zowel zuid als noord kwam, met een westvoorspelling, honderd procent zeker dat er dustdevils langs gingen komen. De vrij onervaren organisatie was nogal gestresst, wilde het te goed doen zodat er onmogelijke opstoppingen ontstonden boven het vlonder. Zolang de piloten rustig zijn mag de startvolgorde best een beetje losjes zou ik denken, maar afijn ik liep op een mooi moment het vlonder af. De lucht was behoorlijk bubbelig maar ik dreigde toch uit te zakken. Ruim op tijd keerde ik richting de vis, zodat ik alle tijd zou hebben om er een goed circuit te maken. De vis is een heuveltop met bomen eromheen; als je het fout doet heb je geen alternatieve opties meer.
Op weg daarheen kwam de reddende bel, en ik draaide naar 2300 meter in een bijzonder vriendelijke gaggle. Er zaten mensen nog hoger, maar het leek een beetje in te zakken dus ik begon naar het eerste keerpunt te glijden. De hele weg zakte ik alleen maar, en tegen de tijd dat ik bij het einde van St. Cyr was zat ik al bijna op tophoogte. Rechts de gaggle, die best goed omhoog ging maar daarvoor zou ik dieper het onlandbare gebergte in moeten, links de velden. Ik ging naar links. Jammer van de wedstrijd, maar ik voel me niet overmoedig meer. Samen met Ken zakte ik inderdaad uit op een veldje langs de weg naar Ribiers, en na ons landden er nog drie. Een klein uurtje en minder dan tien kilometer gevlogen, maar wel ontspannen, leuk.
Duik in het zwembad, boodschapjes, roséetje met A&J&H, koken en babbelen met zo ongeveer het prettigste team in m’n leven, op tijd naar bed. Het leven is goed!

17 juli 2012

Gorges de Meouges






De sfeer is helemaal goed, gezellig, stressvrij. We hebben een leuk team en de zon schijnt, jammer dat we niet kunnen vliegen maar in ieder geval is het vakantie. Even dachten we dat het vliegbaar was, de balise zei 14 km/u maar op weg naar boven kwamen we auto’s met vleugels tegen die de andere kant op reden. Kennelijk stond er boven een puist wind. Omgedraaid, zwemspullen gehaald, weer terug en de middag verder in de kloof doorgebracht. Ik durf gelukkig nog te springen, het is verleidelijk om het niet te doen maar te leuk om te laten. Iedereen die z’n eerste sprong gemaakt heeft, meestal kleine kinderen, zwemmen met een gelukzalige overwinningslach weg.
Later zetten Shaun en Geoff hun bandje op stroomafwaards, maar ze weten eigenlijk niks meer te spelen dan een of ander wiskey nummer daar ben ik nou wel flauw van. Gekookt en gegeten met ik weet niet precies meer wie, het was een in- en uitstroom van mensen die al dan niet een hapje mee aten, en Ad met de anderen kwam aan dus ik heb geen last meer van m’n knuffeldeficiëntie. Nu naar bed, wie weet kunnen we morgen gewoon de wedstrijd vliegen.

16 juli 2012

Window of opportunity






De eerste dag van de Belgische Open werd gecancelled wegens teveel wind, en inderdaad stond er een behoorlijke puist te blazen. Sommigen gingen naar St. Vincent, anderen naar Mens, en wij bleven hier in de hoop dat de wind ’s avonds misschien een beetje af zou nemen. Maar vroeg in de middag kwam Irene al melden dat er mensen boven de Chabre hingen, en dat het nu licht was maar straks weer zou gaan toenemen, dus wij togen naar boven. Inderdaad, uitstekende condities. Ik draaide vrij makkelijk tot de inversie op 1600 meter, maar liet me dan ook weer iedere keer honderden meters naar beneden sinken. Een uurtje stuiterde ik zo boven de ridge, steeds proberen om de kern weer terug te vinden en een beetje met één of twee anderen samen in te draaien. Het lukte me niet om door de inversie heen te draaien, totdat ik een uurtje in de lucht was en me verder naar achteren liet drijven dan voorheen. Ik vertrouwde het niet echt en ik was inmiddels een beetje moe, dus in plaats van m’n geplande overlandje besloot ik dat het welletjes was voor vandaag. Ik overwoog om bij Remco en Sheila te landen en even hallo te zeggen, maar gelukkig wist ik mezelf tot de orde te roepen. Ik heb nog niet één echt goeie landing gemaakt, laat ik nou eerst eens even een paar keer netjes op de camping landen voordat ik alweer doordraaf en vergeet dat ik er niet zo goed in ben. De camping is lekker groot en heeft een windzak, en hulp voor als het mis gaat.
Ik kwam honderd meter boven starthoogte boven de camping, waar echt overal lift zat. Ik had geen haast om te landen dus ik draaide grote lome bochten over het dorp en de heuveltjes in het oosten, het kostte bijna een kwartier om naar beneden te komen. M’n landing was ok, en net op tijd want Tanno die twintig minuten later binnenkwam had al fors moeite met de turbulentie door de toegenomen wind. Latere landers hadden het duidelijk moeilijk, en de paar uurtjes vliegweer waren alweer over.

St Vincent



Misschien is m’n teen toch gebroken, verdorie. M’n landing was helemaal zo slecht niet, ik kwam alleen nogal hard op m’n voeten terecht, en nou heb ik een blauwe teen en flink pijn. Zo jammer, het is onprettig in m’n harnas en het maakt lopen over stenige paadjes lastig. Niet dat het veel uitmaakt want voorlopig vlieg ik toch niet, het is mistral. Tanno, Andreas en Juicy vlogen wel gisteren in St. Vincent maar ik durfde niet. Geen fatsoenlijk bombout field, en het was ook nog eens heftig turbulent aan de grond.
De mannen landden pas laat, en we moesten een schitterende kloof door om Andreas op te halen. Velden rood van de klaprozen, romantisch meertje, rotspartijen en watervallen, prachtig. De pizzeria die we uiteindelijk tegen half tien vonden liep net vol met parachutisten van Gap-Tallard, zodat we pas na anderhalf uur ons pizzaatje kregen. Ook dat maakt niet uit want vandaag wordt weer een niet-vliegdag dus ik kan met een middagdutje een beetje bijslapen.

15 juli 2012

14 Juillet






Je hebt van die ochtenden dat we met z’n allen urenlang besluiteloos rondhangen in onzekerheid over tijd en plek om naartoe te rijden. Ik begon de dag maar ns met thee drinken bij Heather en Mart, en daardoor miste ik Tanno’s sms. Zo kwamen we pas tegen de middag op de lage noord. Binnen een uur stond ik op het noordlandingsterrein, uitgezakt. Gelukkig was Montse er al voordat ik helemaal ingepakt was, en hup reden we nog een keer naar boven. M’n tweede vluchtje was heerlijk: rustig, overal langs de rigde termiek en een paar andere masttoestellen om gezellig mee rond te darren. Ik overwoog om ergens naartoe te vliegen, het was nog vroeg, maar de termiek was niet erg overtuigend en ik lag nogal oncomfortabel in m’n harnas. Ik besloot een uur boven de start te blijven en dan te gaan landen, maar uiteindelijk werd het me toch te saai en zo stond ik na 58 minuten op de camping. Inschrijven, koken, douchen en toen was er nog een hele avond de tijd op 14 Juillet te vieren. Shaun had een vat van z’n eigen bier mee, lekkerder nog dan twee jaar geleden, en Fran dook op. De beste campingzanger die ik ken en gelukkig spartelde hij niet al te veel tegen, binnen de kortste keren hadden we een concert. Iemand sjouwde het drumstel uit Shauns tent, Shedsy speelde nog wat, Montse hield me warm. Ik probeerde wat te babbelen in m’n kleuterfrans maar dat leidde tot ongewenste versierpogingen.
Keurig om één uur naar bed, koud, wind, de Belgische Open begint met mistral.

14 juli 2012

Eerste vluchtje

Donderdag waaide het hard en het was bloedheet. Een rustdagje dus, tot het ’s avonds iets rustiger werd en Frank ons wel wilde rijden. Eénmaal op de start, met behoorlijk harde wind met een beetje westelijk erin en met koppijn van het lezen en dutten in de zon, was ik gewoon niet gemotiveerd. Tanno en Jochem vlogen wel en ik wist al dat ik er spijt van zou krijgen als het de komende dagen niet vliegbaar blijkt te zijn, maar ik had gewoon geen zin. Vreemd.
Gisteren kostte het een paar uur om te besluiten of waar en met wie we omhoog zouden gaan, en toen we uiteindelijk vroeg in de middag op de lage noord aankwamen stonden er al zeker tien op te bouwen. Toch was ik de eerste die startte, ik wilde niet wachten om te zien of het misschien termisch zou worden met het risico dat ik uiteindelijk de berg helemaal niet af zou komen. M’n kwartiertje in de lucht gebeurde er eigenlijk weinig, maar ik had m’n bar toch stevig vast en ik voelde m’n hart flink kloppen. Er stond een enorme puist westenwind, overal lenticularis, ieder moment kon het gruwelijk turbulent worden dacht ik. Ik vond een uitstekende bel maar deed geen moeite om boven starthoogte te komen, ik vreesde daar compleet alle kanten opgegooid te gaan worden. Tanno en Jochem zeiden later dat het op 2000 meter echt verschrikkelijk turbulent was.
Met m’n belletje dreef ik over het noordlandingsterrein, waar ik liever niet wilde landen, en m’n landing bij de camping was uitstekend. Op de plek waar ik van plan was te staan, rustig met een beetje oversnelheid, op de voetjes. Fijn om een goeie eerste vlucht gemaakt te hebben.
De rest van de middag teuten, boodschappen doen, koken en met z’n vieren eten terwijl Juicy en Chiel hun tenten naast de onze opzetten, helemaal gezellig. We staan naast het zwembadje dus om het uur neem ik even een duik om af te koelen. ’s Avonds togen we naar het dorp, waar afgetrainde dames in strakke gymbroekjes waar een theedoek uithing bij wijze van rok op waardeloze Britney Spiersnummers pornopersiflages ten beste gaven. Erg pijnlijk om aan te zien dus ik kroop vroeg m’n tentje in. Snurken, babygehuil, startende auto’s, ritsen, pratende mensen om me heen, schijnbaar vlak naast m’n hoofd. Het is een raar soort intimiteit op een camping. De tentjes geven een vaag idee van privacy maar eigenlijk lig je met z’n allen bij elkaar in bed. Lang leve de oordoppen.

12 juli 2012

Laragne

Hoera zon, kennissen en bergen. En veel wind, dat dan weer wel. Gelukkig werd dat gisteravond al voorspeld zodat we zonder gewetensstrijd nog een karafje wijn konden bestellen en inderdaad, ik zou vandaag beter niet vliegen. Het is nog rustig op de camping, veel Tsjechen, Duitsers Nederlanders Fransen natuurlijk en al een enkele Belg. Phil en Jeff natuurlijk, een Aussie uit Bright en Bart. Geen ganzen of geiten meer, een paar extra douches en natuurlijk het zwembad. Heerlijk, een dagje boodschappen doen, kletsen, lezen, dutten en dat alles bij vier, vijfentwintig graden en noordewind.


09 juli 2012

zomervakantie

Al tijden niet meer in Laragne geweest. Ik heb er zin in, vergeet voor het gemak maar even de lange klim in de hitte naar de slipperige start, de dusties en avond aan avond vette pizza. Nou ja eerst nog maar even zien dat we er überhaupt komen, met een afgeladen auto (ik ga hemel en aarde bewegen om m’n fietsie mee te nemen zodat ik nog een schijn van onafhankelijkheid overhou) en oververmoeide Hollanders in zweterige files. Op naar termiek overal, gezellige Belgen en Britten, ruime dalen en m’n lievelingschauffeur Montse.

07 juli 2012

Buizerd




M’n eerste start releaste ik boven- en onderlijntje tegelijk, dus dat was snel over. De tweede ging goed, en ik draaide een pietsie in een nulletje maar snel stond ik toch alweer beneden. De derde keer brak het breukstukje toen ik over wilde schakelen met iets teveel ruimte in het schuiflijntje, dus opnieuw stond ik binnen een minuut aan de grond, ergens diep in het veld met een harde wind in de rug (waardoor de vleugel loeizwaar wordt). Nou schoten zHarry en Tanno wel charmant te hulp, dat alleen al maakt het een leuke dag. In ruil leende ik zHarry m’n release uit, wetend dat ik hem dan ook ergens ver weg op zou moeten gaan halen.
Maar toen mocht ik het release van ene nieuwe Martin lenen, omdat ik toch van plan was om gewoon bij het veld te blijven. Dat was ik echt absoluut eerlijk van plan, maar jee ik koppelde los en draaide meteen heerlijk omhoog naar wolkenbasis, daarmee ruim over Moergestel wegdrijvend. Ik loog door de radio nog dat het me speet (wat natuurlijk niet echt waar was aangezien ik het gigantisch naar m’n zin had), en begon me te oriënteren op een route rechtsom Den Bosch. Dat was helaas weer iets te optimistisch, zoals gewoonlijk stond de wolk die ik hebben moest precies de andere kant op en zo zakte ik voor de duizendste keer al na m’n eerste belletje naar de grond (bij Maaskantje!).
Ik zocht een mooi groot gemaaid weiland naast een doorgaande weg uit waar zelfs iemand in liep, altijd handig voor als er onverhoopt iets mis gaat. Die iemand begon helaas wel tegen me te schreeuwen, “van m’n land af!” en of ik maar direct op wilde rotten. Gelukkig stond ik al aan de rand dus ik kon hem meteen terwille zijn, en ik zette vleugel en harnas bij het volgende huis neer. Daar kwamen allerliefste mensen naar buiten die me vroegen hoe ze me konden helpen, of ze misschien een keer een tandem konden doen en wilde ik iets drinken misschien?
Stom genoeg had ik van niemand een telefoonnummer bij me, maar ik was nog zo dichtbij het veld dat ik radiocontact met Jos kreeg toen hij in de lucht zat. Even later liet Tanno me weten dat hij me op zou halen, terwijl Jan achter zHarry en Martin, in Renkum! aanging.
Dat betekende wel een uurtje wachten, zonder iets te lezen en met de voorspelde regenbuien dreigend steeds dichterbij. Ik bleek weer eens geen talent voor meditatie te hebben, dus ik oefende fluiten tussen m’n duimen, fotoos maken met de zelfontspanner, fluiten op gras, bloemetjeskransjes maken, een deuntje fluiten, ronddrentelen tot ik er flauw van was. Toch altijd nog beter dan tien kilometer lopen en liften.
Om half negen ’s avonds thuis hielpen de buren nog even met de vleugel afladen. Met een biertje haalde ik herinneringen op aan andere dagen dat ik bijzonder vriendelijke mensen op m’n landingsplek trof: ik heb wel eens op een verjaardagsvisite met een gebakje op schoot op m’n retrieve zitten wachten. Het is één van de mooiste dingen van het overlandvliegen, de kleine gesprekjes met vriendelijke mensen, en de hulp die van alle kanten komt.

04 juli 2012

Record

Wow. Jonny en Dustin hebben 768 kilometer gevlogen. Waanzinnig. Hier Jonnies blog: http://www.jonnydurand.blogspot.nl/ en hier de ongelooflijke tracklog: http://chorlton.homeip.net/spotmap/zapata.html (wel even linksboven op 'gisteren' en 'Jonny' klikken.)

30 juni 2012

Lieren in Moergestel

Eigenlijk wist ik gisteravond al dat het te hard zou waaien vandaag, maar jee ik heb al een hele maand helemaal niks meer gevlogen, terwijl er doordeweek vaak schitterende cumultjes langs m’n kantoorraam drijven. Tien anderen waren net zo wanhopig als ik, dus bij zeker tien knopen stonden we op het korstste baantje op Moergestel. De eerste trek moest ik alle zeilen bij zetten om de bar nog vast te kunnen houden, overschakelen was echt onmogelijk. Losgegooid boven de lier, bijna rechtstandig naar beneden gedwarreld, en iedereen was zo lief om me meteen weer te laten starten. Dat scheelt een hoop gedoe met harnas uit- en aantrekken, radio installeren, hangcheck enzovoort enzovoort. Wel vergat ik daardoor om er wat meer vg op te doen, en ik hing ook een slagje hoger dan normaal omdat m’n release zo beroerd aan m’n harnas vast zit. ‘zHarry trok wel minder hard, maar het woei echt knoerdhard en daarbij was het nog flink turbulent ook. Ik zag alle anderen later ook ontzettend wiebelig omhoog gaan.
Na drie trapjes hield ik het daarom voor gezien. M’n armen waren al helemaal òp, ik had niks meer over voor als er iets geks zou gebeuren.
Bijna ongemerkt ben ik toch echt ouder en rustiger geworden. Aan de ene kant heb ik kennelijk wat minder kracht in m’n armen, aan de andere kant weet ik precies waar ik mee bezig ben. Een paar jaar geleden zou ik veel langer hebben geaarzeld voordat ik überhaupt zou starten, flink zenuwachtig, maar vervolgens wel doorgaan tot ik er bij neerviel. Nu is het andersom. Ik start, constateer dat het niet leuk is en ik besef dat het gevaarlijk zou zijn om te lang door te gaan.
Dan maar weer kijken of het Zeeheldenfeestje nog gezellig is.

18 juni 2012

geen thrillseekers

Nou ik toch leuk aan het plagiëren ben: Helen postte dit artikeltje over haar dochter: don't try this at home

lastig landen

Davis postte dit stukje, te mooi om niet integraal over te nemen:

Jim Rooney writes:

The first issue with landing a hang glider, the nose stalls before the tips.

There's so much focus on body position and hand position, which do help, but virtually nothing on how the whole shooting match works. Quite simply, if you can stall the tips of your glider, you will have a good landing. If you do not stall them, you will not have a good landing.

How you accomplish this is the source of so much debate. So many inadequate explanations that all start with "well you just…"

Landing a hang glider is unnatural. To do it well, you must come in fast. You must stop the glider and make it tail slide, something you never do otherwise and never even toy with otherwise, as the results would be disastrous.

You have to approach the ground at a speed both vertically and horizontally which, if you did nothing else, would hurt and would likely put you in the hospital. Every instinct you have screams at you to not do this.

Every bone in your body begs you to come in at a speed that won't hurt. You want to slow down, both horizontally and vertically, to a speed which will not harm you. This is the #1 reason people whack.

Because at this slower speed (descending at trim), it is insanely difficult to stall your tips. The nose of the glider will quite happily stall, leaving your tips flying and pushing the trailing edge up. This pushes the nose down. This is why pilots feel like the glider is "getting ahead of them".

This concept is crucial to any discussion of landing technique. Before it is understood, no real progress is made. There is so much emphasis on the rest of "how to land," and universally, people skip the lynch pin of landing.

16 juni 2012

Fietsen

Wegens aanhoudend pokkeweer moest de BeNecup alweer gecancelled worden, en met de keiharde wind vandaag zie ik het ook niet zitten om ergens te gaan lieren. Maar het is wel prachtig weer, en Ad is jarig, dus ik ben een alternatief dagje buiten geweest. Vijfentwintig kilometer met de wind in de rug door fris groen, langs lammetjes en kuikentjes en jongetjes en veulentjes, door Randstedelijk molen- en slotenlandschap. En ja, ook weer 25 km terug, tegen de wind in, maar ik heb tegenwoordig een fiets met versnellingen dus dat hinderde niet zo.

05 juni 2012

Noodweer

Terwijl ik op kantoor een verslag van het politicologenetmaal aan het tikken ben, beuken zes meter hoge golven op de kusten van NSW. Cameron heeft m’n Litesport hoger neergelegd zodat hij niet nat wordt bij een eventuele overstroming. Nieuwszenders raden mensen aan om vooral niet in de buurt van electriciteitskabels te komen, onder bomen of torens te gaan staan, enzovoort. Dankzij skype, facebook en internet maak ik het allemaal van heel dichtbij mee, maar natuurlijk is het toch nog steeds zestienduizend kilometer en acht uur tijdverschil verderop. Ik maak me zorgen om m’n vliegvriendjes en onze vleugels. Gelukkig hebben zij meer ervaring met dit soort natuurrampen, ook al is die van deze week wel uitzonderlijk heftig.

29 mei 2012

Burgen

Een gemengde laatste dag weer: twee keer een minuut in de lucht, met een heel fatsoenlijke landing aan het eind, en verder 8 uur in de auto, 2 keer op- en weer afbouwen, vele uren wachten en eindeloos besluiteloos zitten te wezen. En dat alles met een flinke rugpijn van een verrekt spiertje ofzo na m’n eerste vlucht zondag. Toch ben ik al met al blij dat ik gebleven ben. De twee uur file over vijf kilometer in de brandende zon, met honger en hoofdpijn en uitlaatgassen, vergeet ik wel weer. Wat ik niet vergeet: de hulp van Timo en Inez, die me naar boven brachten om m’n auto te halen, de hulp van een buurjongen die ’s avonds de vleugel over een onhandig geparkeerde kar hielp tillen, de hulp van twintig parapenters die mij nog nooit gezien hadden en meteen m’n spullen tweehonderd meter door het bos sjouwden en m’n auto naar beneden reden.
’s Ochtends konden Inez en ik nog snel een startje maken in de oostenzon, terwijl er al een zuchtje wind uit het westen begon te stromen. In m’n landing holde ik met uitgestrekte armen achter m’n vleugel aan, maar never mind ik bleef overeind. Daarna met Guy en Bernd filosoferen over de slimste actie. Iedereen was naar Serrig, ik had pijn in m’n rug en nog vier uur rijden voor de boeg, de windrichting en ontwikkeling was onduidelijk. Uiteindelijk meldde ik me op het landingsterrein van Burgen, waar je naar verluidt niet mag vliegen als je niet via de website bent aangemeld. Dat bleek geen probleem, er werd eerder enthousiast gereageerd op het feit dat ik op m’n eentje en met een delta daar was. Een stel Nederlanders reed me voor naar de start, een paar Belgen hielpen m’n spullen dragen, binnen een uurtje stond ik opgebouwd en klaar om te starten maar de windzakken kronkelden griezelig om hun paaltjes heen. Ik vond het spannend, om te beslissen of ik überhaupt zou moeten starten daar, om niemand om raad te vragen, om het zonder starthulp te stellen. Een uurtje probeerde ik gewoon te genieten van de buitenlucht en m’n boek te lezen, maar elke halve zin keek ik op naar de windzakken. Tegen een uur of twee werden de startbare momenten langer, en kwamen ze ook sneller, en een groep parapenters was net van de berg af zodat er wat ruimte was.
Ik moest eindeloos ver doorlopen en zakte daarna nog een stuk door, en dat op een start van 150 meter boven een landingsveld vol hoog gras en met hekken eromheen. Ik deed niet één volle cirkel moeite om termiek te vinden en speerde direct naar het landingsterrein. Dat leverde achteraf dan wel weer complimenten op over m’n mooie landing. Ik denk dat ze (parapenters tenslotte) niet gewend zijn aan een netjes circuit, want de feitelijke landing was toch geen applaus waard, maar goed het is altijd leuk om een pluimpje te krijgen. Terwijl ik stond in te pakken bleven de pents eindelijk hangen; ik was toch nog een uurtje te vroeg. Nou ja, pas om half elf thuis om de auto uit te laden, ik had ook niet veel langer moeten blijven.

28 mei 2012

Neumagen

Nondeju naarmate het wolkenveld verder over ons heen schuift krijg ik meer de pest in. Van dat ‘had ik maar’gevoel, stomstomstom gemiste kansen. En het is koud ook en m’n tentje staat helemaal ingebouwd tussen de kampeerwagens met rokende Limbo’s, blaffende honden en snurkende vetzakken. Had ik dan toch om acht uur op m’n eentje even een startje moeten maken? Straks kom ik helemaal de lucht niet in dit wiekend, terwijl ik heel ongezellig om zeven uur bij Hanneke weggereden ben om maar maximaal profijt te kunnen trekken uit dit pinksterwiekend. Gisteren hebben zo’n tien, twaalf man gevlogen, ik heb niet eens opgebouwd. Tornadokracht oostenwind, mooi pal op de start en de lucht zag er rustig uit, maar het starten trok me toch niet en bij de gedachte aan landen in de lijzijde van de wijnheuvel aan de overkant draait m’n maag om. Toru en Mido lieten het alternatieve landingsterrein bovenop zien en verzekerden me dat het daar nooit spookt, maar het ziet er toch wel uitdagend uit zo glooiend en ver weg. Als je je over de back laat wapperen kom je beslist laag aan, en dan heb ik geen tijd om een rustige landingsindeling te verzinnen. Ik heb me dus nuttig gemaakt als starthulp. Dani met haar fairfex, 63 en klein maar nog altijd zin om te vliegen. Een Nederlander die ik nog niet kende maar die toch ook al sinds ’94 vliegt. Bernd, zo’n typische electrotechnicus-turned-computerman met een mooie Z9. Toru, altijd kalm en degelijk. Tegen negen uur was ik zo verkleumd en hongerig dat ik naar beneden racete om m’n prakkie te koken. Het werd ineens windstil en het meisje op de U2 heeft nog een prachtig uurtje gevlogen, maar ik bracht het wachten gewoon niet meer op.

Zes uur

Wat zijn er toch een rare mensen. Een op het oog heel aardige Belg die vraagt of ik alleen ben, en als ik ja zeg meteen meldt dat ie dat onverantwoord vindt. Dat is ook wel een beetje het sfeertje in Neumagen, iedereen is best vriendelijk en behulpzaam maar ze zijn vooral continu bezig elkaar op te voeden. En dan op z’n Duits: tientallen dingetjes die verplicht zijn, tientallen andere dingetjes die verboden zijn. Alsof piloten niet kunnen wachten om hun buizen en botten te breken. Ik heb nagelaten om de Belg uit te leggen dat je in de lucht toch echt alleen bent, hoeveel vriendjes of geliefden ook op het landingsterrein naar je staan te kijken.
Ondertussen overheerst juist de solidariteit. Toru en Midori, ontzettend lieve Japanse Duitsers zijn op een rustige en bescheiden manier voortdurend in de buurt om te helpen. Het klikte meteen goed met ene Bernd en die komt dan vanzelf wel even een hangcheck geven als ik voor de start sta. Reiner overhandigt me de pakzak die ik boven had laten liggen. Ik klets wat met een mannetje dat ook een Covert heeft, met een piepklein Belgje dat dezelfde landingsissues heeft als ik, met Helga die pas op haar vijftigste begonnen is en nu op haar drie-en-zeventigste overweegt om alleen nog maar bij 3 Bft te starten.

Vanmorgen zag ik zulke gore wolken aankomen dat ik gauw naar boven ben gegaan voor een glijvluchtje. Vervolgens een start om een uur of twee, toen het zo verschrikkelijk druk was dat je geen driezestig kon draaien vanwege al het verkeer langs de berg. Daarna nog een derde start. Er stonden zeker vijftien mensen ingehaakt te wachten op termiek, dus ik heb me opgeofferd als winddummy. Als ik op m’n beurt had moeten wachten had ik pas laat in de avond kunnen starten, maar tja inderdaad ik zakte wel direct uit. Nou ja, drie prima landingen, mijn dag is weer goed.

22 mei 2012

Positief

Meteen een positief stukje erachteraan voor het evenwicht. Kennelijk lezen ook anderen dan m’n naasten deze blog, en het doet enorm goed om zoveel lieve steun te krijgen. Maar het was sowieso maar een dipje hoor, niet de dagelijkse stand van zaken. Die is juist uitstekend, met een leuk team afgelopen wiekend. Gezellig logeren bij Eppo, trots op Djenghiz omdat ie zo waanzinnig goed gevlogen heeft, blij met Martijn. We hebben niet eens alleen over vliegen gepraat, best knap van ons. Tussen neus en lippen door hebben we ook nog even de wereld verbeterd, het milieu beschermd en menselijke karakters ontleed. Een uiterst productief wiekendje dus!

21 mei 2012

post-NK depressie

Raar, om op een zonnige zondagmiddag thuis te komen. Martijn afgezet, spullen opgeruimd, gras gemaaid. Leeg en moe. Ik had misschien toch gewoon een startje moeten maken en een mooie landing, maar ik was zo vreselijk moe en verdrietig. NK is leuk, maar wat ik mezelf ook wijsmaak, de confrontatie met verraad en gemis blijft jaar in jaar uit scheuren. Het kreng over ‘onze eigen’ dolly horen, dat ding dat we samen hebben gemaakt, waar ik de houten blokken nog van heb geschuurd. Foto’s die herinneren aan verliefdheid en vertrouwen. Een stem die mij beloofde voor altijd. Liefde en vliegen, vliegen en liefde. Zo verweven dat ik geen onderscheid wist te maken, maar dat hoefde ook niet. Ook al was het slecht voor m’n vliegen dat ik me richtte op scoren, zodat ik bij hem kon zijn. Ook al zijn pijn en rouw slecht voor m’n vliegen geweest omdat ik opnieuw m’n aandacht niet wist te houden daar waar het moest. Ik speld m’n diamanten badge op. Die had ik niet bij elkaar gevlogen als ik niet had moeten vluchten, een andere wereld opzoeken waar ik vrij kon zijn van herinnering en vernedering. Waar ik de focus weer kon terugvinden, vliegen, genieten, leren, vrijheid. De badge is opgedragen aan Cameron, Ropje, Vicki, Hans, Kees, die de ontsnapping mogelijk maakten. Liefde en vliegen weer met elkaar verbonden.

20 mei 2012

19 mei 2012

NK slepen dag twee

Ik ben te moe om een compleet verhaal te schrijven, maar niet ontevreden. De eerste sleep was om de een of andere reden erg zwaar, en na het loskoppelen was ik ongelooflijk snel weer naar beneden. Zoals Martijn opmerkte stortte de windzak in, het was echt enorme sink overal. De tweede start sleepte Rinus me een mooi belletje in op flinke hoogte (Rinus kan je altijd het gevoel geven dat je speciaal bent, en tegelijk weet je dat hij iedereen eerlijk gelijk behandelt) maar ik donderde er toch meteen weer uit. Al gauw zag het er naar uit dat ik me tevreden zou moeten stellen met een fatsoenlijke landing, maar op 215 meter begon het te piepen en met iedere keer driekwart lift eenkwart sink ploeterde ik in meer dan een half uur naar wolkenbasis. Mooi zo, maar ik was inmiddels echt heel erg moe en ik vond het uitgestrekte bos op koers behoorlijk eng. Ik wilde mezelf niet gek maken dus ik koos voor de omweg via een paar grote weilanden, maar tja daar zaten natuurlijk net de wolken weer niet. Dan maar uitzakken tussen Apeldoorn en Teuge, met een schuin oog op de dropzone van de parachutisten. Geen idee hoever ik gekomen ben maar ik heb in ieder geval m'n best gedaan. Filmpje met allemaal interviews van Johan Kaal.

18 mei 2012

NK slepen, Deelen 2012

Het blijft lastig om de goeie balans te vinden tussen opgeven, en gewoon erkennen dat het voorbij is en dat het tijd wordt om een veilige landing te organiseren. Ik word zo pissig op mezelf als ik vind dat ik te snel heb opgegeven, dat ik meestal net iets te lang blijf doorzoeken en proberen en dan geen mooi circuit meer kan maken. Zeker boven Nederland, waar je altijd overal kan landen, heb ik de neiging om nog net even dat volgende veldje te pakken, en het volgende, en dan dus zonder circuit aan de grond. Nou ja, gisteren ging dat heel redelijk, een rondje wind checken had wel geholpen om iets mooier recht in de wind te landen maar ik had in ieder geval een enorm, kortgemaaid veld met een asfaltweg erlangs en heel vriendelijke mensen die me meteen iets te drinken aanboden. Ik weet nog niet zeker of ik niet toch beter m’n best had moeten doen. Het was een rare dag, met af en toe een hele dikke harde bel tot 1700 meter maar ook heel veel sink, of gewoon niks, en een stratusdeken die de zon bijna overal buitensloot, vrij harde crosswind waardoor je steeds fors van koers afdreef. Met m’n Sting kwam ik maar langzaam vooruit en verloor ik toch wel veel hoogte bij het glijen, maar dat ik zoveel trager naar boven schroefde dan Maarten, Ropje en de zwevers waar ik mee in een bel zat kan ik niet aan de vleugel wijten. Er stonden er zo een stuk of acht op goal, dus het was ook geen onmogelijke dag. Ik vermoed dat ik het met een Litespeed ook niet gehaald had, ik maak nog steeds enorme fouten. De belangrijkste: liever alleen vliegen dan met een groepje, en meer dan zestig procent van m’n route laten afhangen van landingsterreinen. Misschien gaat de rest van de NK beter. Aan het team kan het niet liggen. Leidse lijster Martijn blijkt een ideale chauffeur/verzorger/supporter, we logeren gezellig bij Eppo en Djenghiz zorgt voor auto + goal. Gisteravond nog even langs bij het festival waar de emu uit Elst z’n tenten heeft staan, heel erg leuk.

16 mei 2012

Fijne dingen

Ik word blij van mooie dingen, en mensen. Schilderijen, muziek, een vrolijk appelgezicht. Adembenemende bouwwerken: de Taj mahal met steeds een andere lichtval; de maidan in Isfahan vol bemozaiekte moskeeën en paleizen; Sana’a zoals het was voordat kogels zoveel verwoestten. Ik word blij van muziek, swingend op de fiets of hard meezingen in de auto. Nog gelukkiger word ik van natuur, van landschappen. De kleuren, geuren, geluiden van het Haagse bos in het voorjaar. Lichtgroene kleine blaadjes, bemoste stammen eindeloos lang als de benen van Ester, roodbruine aarde, merels. Bloemen langs de gracht, spetterend roze en wit en geel en donkergroen en lichtgroen en het bruine water. Ontroerende weilanden, vers gemaaid. Frisse wind waar je een loopneus van krijgt, zon, zweten tegen de wind in, warm ingepakt met handschoenen en een muts op. Of juist wandelen in de zomerzwoelte, met zo min mogelijk stof om de huid. Het allerblijst word ik van vliegen. Als je vliegt krijg je het landschap niet kado, je moet het verdienen. Eerst hard werken, concentreren, m’n benen in een kramp gestrekt van de spanning. Pas als je goed gecentreerd in een stevige bel zit, alleen zodat je niet hoeft op te letten dat je nergens tegenaan botst, met zekerheid op weg naar de wolken, kan je ineens om je heen kijken en genieten van het steeds platter en vager wordende landschap. Kleuren en lijnen lopen in elkaar over, details verdwijnen, de wereld wordt een plaatje. Groen, bruin, water, grijs asfalt, rode daken. Het is genieten uit een ooghoek, want ik heb m’n volle aandacht nodig voor het vliegen zelf. Een draaiende vogel is niet alleen fijn om te zien, het betekent ook dat daar termiek zit. Is m’n angle of dangle goed, hoeveel vg gebruik ik, langs welke route zal ik naar het keerpunt gaan, waar kan ik landen, hoe steil draai ik in? Het gekraak van de radio moet worden genegeerd, m’n helm zit over m’n oren zodat ik de vario niet goed hoor, kouwe wind waait via m’n nek naar binnen. En de kick van een goeie bel, omhoog schroeven, met twee of drie meter per seconde steeds meer ruimte krijgen. Vliegen is een hoop gedoe, bepaald niet de verstilling van meditatie, maar het effect is vergelijkbaar: leven wordt beleven, er zijn.

14 mei 2012

Knoalkup

Een gezellig dagje Stadskanaal weer, dankzij de goede groene zorgen, een beetje zon en een hoop vliegvriendjes. De Knoalkup werd vrijdag en zaterdag afgelast vanwege de keiharde wind, maar daarom niet getreurd want zo kon ik zaterdagmiddag heel benzinebesparend naar het verre noorden trekken, m’n hevig klapperende tent opzetten en met z’n vijven bunkeren bij de Turk. Konden die ook eens zien dat wij wel degelijk in staat zijn om frisgewassen en ongehaast te dineren. Zondag verliep alles volgens het boekje. Iedereen op tijd, weinig wind recht op de baan, een leuke chauffeur, twee schattige dollyboys die zich uit de sloffen werkten om steeds maar weer de volgende piloot klaar te hebben als de dragonfly binnenkwam. Dees en Rinus zijn ideale sleeppiloten en de lucht was rustig genoeg voor probleemloze starts. Daar zat dan ook wel het enige verdriet van de dag: de meesten zakten gewoon op het veld uit en alleen ‘zHarry wist goal te halen. Ik zag ‘m heel laag op weg naar het laatste keerpunt toen ik net, na m’n tweede start, omhoog begon te schroeven. Ik herkende ‘zHarry aan alles: het laag schrapen, z’n route, het feit dat hij drie uur daarvoor gestart was en dat hij op onmogelijke dagen toch altijd de taak uitvliegt. Ongelooflijk knap. Ik moest nog aan de taak beginnen, en draaide met Sander naar de wolk op 1250 meter. Dat valt me toch niet mee met de Sting. Best een fijne vleugel, ideaal om m’n landingen te oefenen en op rails aan de sleep, maar ermee termieken vind ik gewoon erg moeilijk. Ik voel minder wat de lucht doet, reageer ook niet altijd adequaat met dat ding omdat ie een andere input vraagt dan Litespeed of Litesport, en tussen de bellen door verlies je ook snel hoogte. Ik stak eerst naar Sander die boven het kanaal een bel had gevonden, maar stuurde bij nader inzien toch maar iets bovenwinds op. Boven Nieuw Buinen zag ik het veldje al liggen waar ik twee jaar geleden m’n hand brak, omdat ik zo stom was om perse een paar extra meters door te willen vliegen in de hoop op een laatste reddend belletje. Die fout maak ik niet meer, en op driehonderd meter ga ik al serieus beoordelen hoe m’n circuit moet worden. Verrek, opnieuw staat de grondwind zuidelijk terwijl de bovenwind toch echt hard uit het noorden komt! Bizar, maar ik trap er dus nu niet meer in en pletter redelijk onbeschadigd tegen de grond aan, één glijvluchtje vanaf het veld. Jammer, maar zo kon Vicar, m’n chauffeur en aankomend zeilvlieger, wel alle aspecten van een wedstrijd meemaken. Ook het wachten op de scores, en de prijsuitreiking. Daarvoor kom je eigenlijk bij de Knoalkup: Rinus maakt er altijd een fantastisch feestje van met allerlei aardigheidjes en stimulerende praatjes voor iedereen. Alle deelnemers en zelfs m’n ex en heks kregen groene kadootjes. Dat was wel het enige jammere, dat die er waren. Ik ben nog altijd verbijsterd dat hij z’n gezicht durft te laten zien. Hij zal zich neem ik aan toch gruwelijk diep schamen, het moet een hel voor ‘m zijn. Dat hoop ik dan maar.
Hier een leuk filmpje van Djenghiz

30 april 2012

Koninginnedag

Bizar, prachtig mooi weer en ik loop een beetje te lanterfanten. Ik had me opgegeven om in Bruinehaar te gaan vliegen vandaag, zag dat er een paar leuke clubgenoten zouden komen maar ook dat het misschien in de loop van de dag wel hard zou gaan waaien. Bier en laat (fijn) bezoek maakten een definitief einde aan m’n motivatie, heel raar. Ik lag vroeg wakker te verzinnen dat het niet helemaal normaal is om niet te gaan vliegen, maar bracht het toch niet op. Dan maar uitgebreid ontbijt / uren praten over vliegen met Camo, stukje gepeddeld, stukje over de vrijmarkt geslenterd, ’s middags in bikini in de tuin met een boek. Ik word oud!

28 april 2012

Wim Derksen, Loopgek

Als het boekje niet door Wim geschreven was, had ik het nooit gekocht want ik heb helemaal niks met hardlopen. Ik kan me nauwelijks iets verschrikkelijkers voorstellen eigenlijk, behalve dan hardlopen in een team rond een bal. Wims boek bevestigt wat ik al dacht: dat ik heel veel luier ben dan hij. Niet half zo verslaafd. Ik train juist helemaal niet met schema’s, doe ook vaak een jaar of tien, twintig precies hetzelfde (75 baantjes zwemmen in 42 minuten, anderhalf uur fietsen van Voorburg via Leidschendam naar Wassenaar en terug, uurtje krachttraining met altijd dezelfde gewichten en dan een half uurtje op de crosstrainer, en ’s ochtends eeuwig hetzelfde setje situps, pushups en lunges. En dat allemaal minder dan drie keer per week meestal). Serieuze prestaties in het vliegen heb ik ook nog niet echt geleverd, op een enkele keer goal na. Ik lijk meer op zijn eeuwige uitvaller uit één van zijn laatste hoofdstukjes, dan op de bijna ongezond gefocuste held. Toch herken ik de gekkigheid van dóórgaan met de tranen over m’n wangen van de pijn, minuten lang na de landing trillen en duizelig van de uitputting, taken vliegen zonder me af te vragen of het wel leuk is. Het genieten tijdens de taak, ondanks al die lichamelijke ongemakken. Totaal negeren van iedere vorm van decorum, je gaat natuurlijk niet opgeven alleen maar om de lagere noden van het lijf. Zenuwen vooraf, en het lastige gesprek met jezelf tijdens de wedstrijd. En ok, toegegeven, toch wel de verslaving, het enige wat verklaart waarom je het blijft doen, niks anders wil doen. Tegen de tijd dat ik zijn finish las was ik zowaar ontroerd. Niet zo hevig als wanneer ik zelf op goal sta, maar met zo’n boekje beleef ik andermans sport in ieder geval veel meer mee dan bij het kijken naar een tv-verslag. Goed dat ik vandaag niet kon vliegen met al die regen, kom ik tenminste weer eens aan wat lezen toe.

23 april 2012

ophaalchauffeurs gevraagd

Het is weer tijd voor het jaarlijkse ritueel: ik zoek chauffeur(s). Wie heeft er zin om aanwezig te zijn bij de (sleep)starts op een wedstrijddag, om vervolgens in mijn auto te springen en met kaart, gps, radio en telefoon de speurtocht naar mij te ondernemen, om me vervolgens weer terug naar de scorer te brengen? Ik ben al blij met een chauffeur voor één dag, maar meerdere dagen mag natuurlijk ook. Ik betaal de reiskosten en avondeten, zorg voor spektakel en gezelligheid en voor de auto en radio, ben eeuwig dankbaar en probeer natuurlijk ons team naar het erepodium te vliegen. Er is een ophaalchauffeur nodig: 11 mei (de andere dagen heb ik al iemand) in Stadskanaal 15, 16, 17 juni in Stadskanaal en 15 en 16 september in Büllingen (België) Voor de NK 17, 18, 19, 20 mei in Deelen (bij Arnhem) ben ik al voorzien!

14 april 2012

lier testen


Wilde vandaag wel erg graag weer ns vliegen, maar het weer zag er niet spetterend uit en de lier moest getest. Toch maar naar Tilburg afgereisd, als ik in ieder geval een startje zou kunnen maken vind ik het wel weer mooi. Het gras was nat en lang, de wind stond minstens 90 graden cross, de lier trok niet zo snel als we wel zouden willen. Net toen ik me desondanks klaar maakte om achter Tanno te starten, ging hij op z’n plaat omdat er zo langzaam werd getrokken dat ie gewoon te ver moest lopen (met die crosswind). Ik besloot om veiligheidshalve uit te haken, en natuurlijk draaide de wind vanaf dat moment weer goed. Buizerd boven het bosje, overal ooievaars, en toch wel veelbelovende wolken dus ik trok alles weer aan. De start ging prima, ik vond ook een belletje maar kon het toch niet vasthouden. Ach, het was gezellig, ik ben voor de bui ingepakt en vroeg thuis, en de lier is getest. Volgende week beter.

10 april 2012

Dave

In de hangglidinggemeenschap kan je makkelijk vrienden, minnaars, kennissen jarenlang mislopen. Je gaat toevallig net niet naar dezelfde wedstrijden, iemand focust net even op een ander seizoen, piloten hebben soms geen geld of vakantiedagen om met de verschillende wedstrijden mee te doen. Vrij veel krijgen een kind en doen dan een paar jaar wat minder mee. Zelfs op facebook zie je lang niet iedereen regelmatig. Dave kwam ik meestal in Australië wel tegen, maar de laatste jaren vloog hij niet mee in Forbes. Toevallig spraken we elkaar in januari, ik merkte op dat hij er belachelijk gezond uitzag en hij nodigde me uit om naar Manilla te komen in december. Afgelopen maand was hij ineens actief op facebook, kennelijk had ie het enorm naar z’n zin in Brazilië. Ik ben blij dat ik af en toe nog likes heb geplaatst bij z’n fotoos.
Als een piloot verongelukt heb je het niet eens zo direct in de gaten. Ik zag Paul toch al zelden, ik kwam zelf niet zo heel vaak in Bruinehaar waar Alphons altijd lierde, Missy had ik de jaren voor het ongeluk nog niet ontmoet, Ricci vloog andere wedstrijden dan ik. Seibsy zal ik op dezelfde manier missen, onverhoeds realiseer ik me dat hij er niet is omdat hij er niet meer is.

25 maart 2012

Bruinehaar

Zeven starts en landingen, een half uurtje getermiekt, zonnetje, overal roofvogels en hazen en konijnen, gezelligheid, glashelder uitzicht vandaag, een leuke zaterdagavond en allemaal dik tevreden piloten. Wat een goed wiekend.

11 maart 2012

voorjaarslieren


Soms is een heel saai en doodgewoon wiekend heerlijk. Sporten, klussen, krekel, lekker zwelgen en wenen bij het tragische leven van Edith Piaf, relaxed opbouwen in het zonnetje bij de Buizerd. Voorkabels wisselen, de ouwe garde weer begroeten, nakijken wat ik allemaal moet aanvullen en repareren om m’n uitrusting weer kant-en-klaar te krijgen. Ik zou als eerste starten maar de lierlussen op de Covert zitten toch echt heel veel te laag, dus dat werd gepruts om het release in de sleeplussen te frotten. Dus startten Martin en Tanno voor mij, en ze landden het laatst van iedereen.
M’n eerste vluchtje werd m’n hele radio + headset weer eens naar de mallemoer getrokken bij het releasen, het kostte me al m’n concentratie om te voorkomen dat ik over de snoeren zou struikelen bij het landen. De tweede vlucht ging beter, zonder instrumenten en met alleen een heel zacht variopiepje (ik moest m’n helm bijna van m’n hoofd trekken om het nog te kunnen horen) en een paar mooie wolkjes kwam ik uiteindelijk toch lekker op basis. Wel koud, ik was m’n jasje ook al vergeten. En m’n waterzak lekte tegen m’n rug aan. Hoe dan ook, de Sting is heel veel minder gevoelig dan de Litesport en de belletjes waren niet erg heftig, maar het ging lekker. Ik vermoed dat ik misschien toch weer wat geleerd heb in Australië.

25 februari 2012

Duinsoaren

Wat kan een niksig dagje toch lekker zijn. Beetje uitgeslapen, rustig krantje/ontbijtje, roofrack en vleugeltje opladen en rond twaalf uur stond ik in het zonnetje op Langevelderslag. Het was er gezellig, niet te druk, ook al verpesten de parapenters het weer eens. Urenlang in de duinen scherm oplaten, op en neer van beneden naar boven lopen, voor de start blijven hangen en zich van tijd tot tijd over opgebouwde delta’s laten sleuren. En ik verdenk ze er ook nog eens van hun auto’s gewoon achter het restaurant te laten staan. Overal ter wereld is het redelijk gezellig samen vliegen, behalve op Langevelderslag, hoe komt dat toch?
Nou ja, maak je niet druk, met Jacks en Gijs’ hulp m’n Unootje opgebouwd. Het is wel een raar ontwerp, je moet ‘m eerst rechtop zetten, daarna opspannen! Vrij lastig en je hebt er dus meestal drie mensen voor nodig om het allemaal voor elkaar te krijgen. Afijn, dankzij alle hulp startte ik heel relaxed, maar ik zakte er eigenlijk meteen wel uit. Naar boven lopen, pakspullen halen, naar beneden, in pakken, naar boven met de vleugel, weer opnieuw opbouwen. Om vervolgens te constateren dat de wind allengs afnam. M’n tweede start draaide ik daarom naar links, om zo dicht mogelijk bij de opgang te landen, en een uurtje later reed ik weer naar huis. Toch een voldaan gevoel. Met m’n antieke Firebird Uno Piccolo en m’n ouwe tenax maak ik me geen zorgen om zand of zout of voorbijgangers. Het weegt allemaal net een tikje minder dan een Litesport/covert. En ooit ga ik nog snappen hoe het ding moet worden opgebouwd.

26 januari 2012

Een schizofreen is nooit alleen

Australië is inmiddels weer ver weg. Verkoudheid begint een beetje te zakken, ik fiets weer elke ochtend in het donker door de miezerregen met bevroren tenen naar kantoor, heb me alweer lekker geërgerd aan slecht geschreven nota’s en debiele wetsvoorstellen (burkaverbod!). Vanavond misschien voor het eerst weer eens sporten, een opgave. Dat mis ik het meest, het gemak en de vanzelfsprekendheid waarmee je in Oz kan buiten spelen: vliegen, zwemmen, boarden.
Eénmaal terug in m’n ‘normale’ omgeving springt toch wel heel erg in het oog hoe verschillend mijn twee werelden zijn. De spetterende soapopera in de brandende zon van een zeilvliegwedstrijd; de subcultuur waarin het vooral draait om vliegkunst en sportprestaties, waarin zo’n vijftig mensen een vaste rol hebben die hen een tweedimensionaal karakter geeft, maar waarin we ons toch enthousiast druk maken om psychische en persoonlijke en sociale factoren die de vliegstijl bepalen. Een groep geliefde kennissen die kunnen feesten, die los durven te gaan, zonder terughoudendheid en daarbij hun lijf soms compleet uitputten. Alle verschillende culturen en karakters en hangups, ik vind het prachtig. Maar ik weet ook hoe vrijblijvend het is. Als ik niet meer kom vragen mensen aan Cameron waar ik gebleven ben, maar ze komen me niet opzoeken.
M’n werk, de overheid, is net zozeer een eigen subcultuur, van slimme en betrokken mensen die hard werken aan ontzettend interessante projecten. Intellectueel uitdagend, wereldverbeterend, er is minstens zoveel passie in m’n directie als op de paddock. Geef me een boek, een tekst, een computer, laat me denken, schrijven, praten. Een boekje in handen houden als eindproduct van maanden ploeteren, daar zit voldoening in. We beperken het privécontact tot korte praatjes over de vakantie, over het gezin, over het huis of de buurt. We houden geen contact op facebook maar op linkedin, waar het gaat om cv’s en skills in plaats van grappen en filmpjes.
Ben ik echt compleet schizofreen? Ik weet eigenlijk niet wat m’n ‘echte’ wereld is, wat mijn ‘normale’ ik is. Ik merk dat ik goed kan switchen tussen beide werkelijkheden, veertig uur nadat ik een Fun inpak typ ik commentaar bij een notitie over risicobeleid. No worries, wat een ongekende luxe om in tweeën te kunnen leven! Lang leve de rijkdom, hoera hoera hoera.

21 januari 2012

Central Coast - Bangkok - London - Den Haag

In Bangkok is het net iets onduidelijker waar je wezen moet dan elders, de security is net iets erger, en ik zit heel zielig in het midden. Vanaf het moment dat ik de trein uitstapte was de pret voorbij en probeer ik er niet bij te zijn, totdat ik in Den Haag m’n voordeur open. Alleen maar naar, zwaar, oncomfortabel. Ik ben nogal snotverkouden ook, dat maakt het nog treuriger allemaal.
Vanmorgen had ik er enorme moeite mee om Oz weer te verlaten, terwijl ik deze keer nou juist uitzicht heb op extra snel terugkomen. Om half zeven gleed ik uit bed, bikini aan, board en peddel onder m’n arm, even een uurtje standup paddleboarden in de stilte van de opkomende zon. Daarna inpakken, en nog even met Cameron en Lynn een bakkie doen op Soldiers. Daar was een bonus: honderden dolfijnen die een fantastische show weggaven. Zoiets maakt een reis helemaal af. Na al dat spektakel moesten we ons nog haasten om m’n trein in Wyong te halen, dat lukte op het nippertje, met m’n 26 kilo zware harnas op m’n rug en nog eens zeven kilo handbagage. Hoe is het mogelijk, ik laat een halve kast aan kleren en vliegspul bij Camo achter.
Inmiddels zit ik op Heathrow te wachten op het laatste stukje, heb me voorgenomen om deze keer een taxi te nemen in plaats van te lopen. Ik word oud…

18 januari 2012

Dag in paradijs

Uit bed meteen m'n zwempakkie aan, zo de zee in. Ontbijt in de surfclub met een laatste massage van Boris als toetje. Terug de zee in, insmeren en een dutje op het strand, daarna vleugels opladen en honderd meter verderop vliegen op Scenic. Blote voeten, hempje, korte broek, open helmpje op m'n kop, bijna net zo goed als helemaal naakt vliegen. Na een half uurtje ronddobberen (het was te licht om iets anders te doen) een perfecte landing in het park, op m'n blote voeten dus. Beetje bijkletsen met de locals, daarna naar huis waar we als een stel giechelende pubers betrapt werden door team Nic. Dat was niet de bedoeling, maar ach het maakt weinig uit ook. Terwijl ik een bijzonder geslaagde maaltijd stond te koken kwam Teya het water uit, er was weer een shark attack bij Redhead. Twee weken geleden ook al eentje langs de Central Coast, waar Cameron surft. Griezelig, en vanmorgen wappert er een rooie vlag maar we zijn toch om half zeven een stukje gaan zwemmen. Het is gewoon te fantastisch om op die manier wakker te worden.
Dat mis ik altijd het meest van Australie, het buiten spelen, de zon. Zonder enige moeite ben je hier continu aan het 'sporten' , je kan er gewoon niks aan doen om fit te blijven. Zwemmen, door mul zand lopen, berg op-en-af fietsen, surfen, paddleboarden. Zelfs het vliegen kan een vorm van exercise worden, als je iedere dag een paar uur doet. Of als je inland vliegt.
Ik buig me even voorover om te zien of er al iemand staat op te bouwen op Dixon, straks nog een vluchtje voor ik naar Cameron en dan naar huis ga. Snif, wat is dit lastig om te verlaten.

17 januari 2012

Stockton duinen

Ik ben enorm verkouden maar deze laatste paar dagen wil ik toch niet de hele dag in bed liggen. Dus eerst een uurtje op het strand liggen, af en toe een beetje zwemmen. Als je te ver afdrijft schalt de stem van de guard over het water: niet te ver, niet in de buurt van de rip komen, tussen de vlaggen blijven. Goed geregeld, als je in de problemen komt terwijl je tussen de vlaggen aan het spelen bent duikt de guard met z'n surfboard het water in om je te redden.
Vervolgens met het hele stel naar de zandduinen van Stockton. Teya, de vijftien jarige dochter van Ricky, ging mee om haar allereerste hanggliding oefeningen te doen. Superleuk, het kind is enthousiast en trots op haar prestaties, en niet te stoppen. Conrad is een prima instructeur, en met een Fun op de zandduinen kan je meteen al meters los van de grond komen zonder overdreven risico's.
Tussendoor oefenden we allemaal met vliegen zonder harnas, Nic in z'n nakie. Een oude droom vervuld, totale vrijheid. Ik was te moe om veel te doen, maar het was gezellig en als ik de spierpijn in m'n benen nu voel heb ik toch meer duinen op- en afgerend dan ik in de gaten had.

16 januari 2012

ziek

Nog een paar dagen om te vliegen in Newcastle, maar ik heb enorme keelpijn en koorts, en het weer is ook niet om te juichen. Zonde, want de halve groep uit Forbes is hier en Tish is druk met het organiseren van iedereen. Van lamlendigheid ben ik maar weer eens een krant gaan lezen. Er komt een moment dat ik de echte wereld weer onder ogen moet zien, geen feest. Zeker met m'n wattenhoofd kan ik niks prettigers bedenken dan in m'n bikini met een boek op het strand te liggen, en af en toe een vluchtje met de Fun te maken of zoals gisteren, een beetje oefenen met de kite. Best spannend trouwens, een veel te grote kite en veel te groot harnas dat me onder m'n oksels de lucht in trok, stevige aanlandige wind en Ricky die meer een shower dan een instructeur is. Nou ja het is toch altijd leuk om iets nieuws te proberen.

14 januari 2012

Laatste dag


M’n rits wilde absoluut niet dicht, na honderd pogingen en vier, vijf geweldige bellen stond ik weer eens aan de grond. Dat was niet al te erg want de finish op het vliegveld was gaaf om te zien: Gerolf, bijna vijftien minuten later Atilla, en daarna bleven ze een uur lang binnendruppelen. Alleen niet Cameron, dat was wel heel erg teleurstellend. Hij kwam dertien km tekort en Annabelle en ik sprongen in de auto om hem gauw op te halen. Niet dus. Hij stond ergens middenin een veld zonder toegangswegen, en pas na vier pogingen dwars door distels en over rotsen heen om hem te bereiken. Een retrieve van drie uur op dertien kilometer afstand!
Cameron was enorm teleurgesteld, na de eerste dagen toen het er nog naar uit zag dat hij in de top tien of zelfs top vijf zou eindigen, werd het nu een twintigste of dertigste plaats. Nou had ik ’s middags van Christine ook al bergen zelfverwijt gehoord, ik had het helemaal gehad. Ik zak zeven van de acht dagen uit en eindig met een pijnlijke keelontsteking, en dan moet ik aanhoren hoe slecht iedereen gevlogen heeft die dertig, veertig uur en honderdvijftig km per dag onder de riem heeft.Camo en Christine hebben fantastisch gevlogen, en Hans ook, die stond wel op de vijfde plek.
Het eten was heerlijk, de prijsuitreiking grappig en het feest gezellig. Nu inpakken, Corinna ophalen en dan naar Newcastle. En maar weer over naar het facebookcontact, snik.

13 januari 2012

Forbes - Skulls - Yeoval - Cumnock

Het is nu officieel: keelontsteking. Gecombineerd met slaapgebrek en moeie spieren, zonnebrand en slecht eten (vegetariër???? In Australië????) ga ik daar heel dom van vliegen. Niet zoals Cameron, die overwoog om z’n chute te gooien voordat ie flauw zou vallen en die al kotsend en kreunend 180 km vloog in vijf uur. Niet vergelijkbaar met Jonny, die met spoed opgenomen wordt en aan het infuus gelegd en dan twee keer uit het ziekenhuis wegloopt om een grote taak te vliegen. Maar ik ben voor mijn doen wel aardig op m’n eindje. Ach nou ja daar kom ik voor tenslotte, om zoveel te vliegen dat ik niet eens meer wìl. Dit jaar ben ik gewoon eerder tevreden dan anders 8-)
Ik werd goed afgezet, en het leek me een geweldig plan om bij Tove te blijven. Helaas, die draaide zoveel sneller omhoog dat ik haar al kwijt was voordat we de startcirkel uitvlogen. Wat er aan vliegers overbleef beviel me helemaal niet, er werd slordig gedraaid en ik was zelf ook te moe om een beetje netjes in de kern te blijven. Tot drie keer toe besloot ik om het erop te wagen en m’n eigen belletje verderop te gaan zoeken, en tot drie keer toe werd ik door een enorme gaggle besprongen die me m’n eigen belletje uitduwden. Na twee uur landde ik vlak over de startcirkel, dus zonder ook maar een pietsie resultaat. Niet erg, het was een leuk vluchtje en ik had veel minder pijn dan verwacht (de uitvinding van ibuprofen is toch wel een hoogtepunt in de menselijke geschiedenis). Het hek van mijn landingspaddock stond wagenwijd open, dus ik kon zonder uithaken direct doorschuifelen naar een schaduwrijke boom langs de weg, ideaal.
Christine stond tien km verderop, wel gewoon achter een net te hoog hek met gemeen prikdraad. Dat is meestal het grootste probleem, om je spullen onbeschadigd uit de paddock te krijgen. Er zijn allemaal griezelverhalen over slangen en zonnesteek en geen telefoonontvangst, maar ik heb de pest aan die hekken.
Het werd een klassieke retrievedag. Proberen te verstaan wat Hans op de radio meldt over hun positie, op de kaart turen om te verzinnen waar je het beste heen kan rijden, en dan uren rondcrossen door dit fantastische landschap. Kangoeroes die hun best doen om plotseling voor je wielen te springen, vossen, gala’s en slimmere vogels. Het landschap richting Yeoval is glooiend, parkachtig met weilanden en bomen, kreekjes en huisjes die er uit de verte heel romantisch uitzien. Je moet natuurlijk niet de auto uit want dan prikt en steekt alles wat er groeit, zie je dat het rooie dak van een huis compleet verroest is, en is het slalommen tussen de kadavers van aangereden wild.
We wilden graag de goal zien, en er leek een klein kansje dat ze het zouden halen, dus daar reden we naartoe. Curt, Gerolf en Atilla waren er al, en uiteraard het standaard goalpubliek: cousin Rob de goalie, Steve Moyes met een krat bier, Jamie met spectaculaire foto’s van Gerolfs landing en Dave May met z’n camera, en nog een paar chauffeurs. Via de radio hoorden we dat er een gaggle voorbij het laatste keerpunt was, maar er was zoveel schaduw dat ze aan hun nagels moesten blijven hangen. Hans landde 2,5 km tekort, en begon net onmiddellijke retrieve te eisen toen Scott, Rohan, Davide, Roland en Tullio laag over de bomen op goal speerden. Wat een fantastisch gezicht! Ik had de radio gewoon uitgezet, maar Annabelle en Christine waren toch braaf Hans z’n sapje gaan brengen dus die hebben dit gemist.
Even later landde Camo bij Hans, doodziek en teleurgesteld. Met z’n vijven reden we de 150 km naar huis, moe en ziek en hongerig, en om verschillende redenen zijn we allemaal blij dat vandaag de laatste dag is.

12 januari 2012

Bevrediging

Ik was vergeten hoeveel pijn het doet, hoe ontzettend door-en-door vermoeid je kan zijn. Toughen up girl! Vandaag doen we het opnieuw. En ik ben blij, ik heb eindelijk, voor het eerst in twee jaar, weer eens een fatsoenlijke vlucht gemaakt. Slechte emoties uit de weg, gáán!
Ik startte op nummer drie, erg vroeg, en de sleep achter Steve was enorm heftig. Dat is veelbelovend en inderdaad, we draaiden met een klein groepje makkelijk omhoog. De vooruitzichten waren dat het de hele dag blauw zou blijven, met een laag plafond, dus ik wist dat ik absoluut niet op m’n eentje op weg moest gaan. Maar een uur proberen rond te hangen bij de start, terwijl er wat meer wind stond dan voorspeld, leek me ook geen goed plan dus ik besloot om maximaal hoogte te tanken, zo lang mogelijk in een bel te blijven, en superconservatief te stoppen voor ieder piepje. De jongens om me heen vertrokken ook aarzelend en ongeorganiseerd, iedereen ging compleet verschillende richtingen uit en al gauw zag ik mensen onder me landen. De eerste zestig kilometer was ik dan ook alleen, maar dat beviel best. Ik krijg steeds meer oog voor termiektriggers, ik begrijp steeds beter waar ik heen moet en de Litesport maakt het eenvoudig om te voelen wat de lucht doet. Bovendien waren er overal kleine harde belletjes, precies het soort lucht waarin ik liever alleen vlieg dan met een gaggle waar ik voortdurend hard moet werken om niet tegen iemand aan te vliegen.
Na twee uur en 60 km was ik ontzettend moe, m’n benen en billen deden flink pijn van het gespannen duwen op m’n voetplaat, en het zag er naar uit dat ik uit ging zakken. Niet erg, ik was best redelijk tevreden ook al had het wel ontzettend leuk geweest als ik goal op 207 km had gehaald (m’n pb tot nu toe is 182 km). Toch begon het weer heel zwakjes te piepen boven de boerderij waar ik naast wilde landen, en heel voorzichtig dribbelde ik weer naar boven. Ineens zag ik een andere vleugel, en twee 360-ers verder ontdekte ik dat er zo’n vijftien leading edges in noodgang op me afkwamen. Help! Aan de andere kant: eindelijk, waar bleven ze nou? Cameron zat in de leadgaggle, het leek me dat hij verbaasd was over m’n veel te grote cirkels maar ik was nu al te moe om te proberen deze supersnelle jongens bij te houden. Ik was eigenlijk opgelucht toen ze er weer vandoor gingen, kon ik verder met m’n eigen belletje. Dit herhaalde zich nog een keer of drie, en ondertussen hoorde ik Hans en Christine over de radio dichterbij komen. Vlak voor het keerpunt (Bumf hahaha) draaide Christine onder me in, ze zei iets bemoedigends maar ik trok het echt niet meer. Ik was al langer dan vier uur aan het vliegen en ik was doodop. Nog maar zeventig kilometer naar goal, en de lucht was nog steeds prima, maar ik hoopte heel hard dat ik uit zou zakken. Toen ik mezelf daarop betrapte besloot ik gewoon opzettelijk te gaan landen, ik kon het eenvoudig fysiek niet. Dat is erg, na al die jaren trainen, maar zo was het gewoon. Ik landde downwind omdat ik met m’n stekende pijn in m’n schouder en totale vermoeidheid te dom was om te snappen dat ik flink driftte, maar de schade viel mee: een heel vies harnas. Na een kwartiertje kreunend en auw-auwend m’n spullen naar de weg gesjouwd te hebben kwam Annabelle er al aan. Vervolgens moesten we anderhalf uur zoeken naar Cameron, die de dagwinnaar had kunnen zijn maar 45 km voor goal te snel was gegaan. Terwijl Annabelle doorreed naar goal om Hans en Christine op te halen, aten wij een paar doorgekookte groenten in de plaatselijke pub. De rit naar huis was lang, koud en ongezellig, maar ik ben weer helemaal tevreden met een echte Forbes-ervaring. 145 km met een masttoestel, alleen op een blauwe dag. Niet slecht!

11 januari 2012

rustdag

Harde koude wind vandaag, dus de dag werd gecancelled. Ik ben met het team Boris/Martin/Johnno/Boot naar de radiotelescoop bij Parkes geweest, supersaai maar ach je moet wat op zo’n dag. Het is een leuk team, ongedwongen en aardig. Ondertussen zijn we in ons eigen team ook weer on speaking terms. Wie weet slaap ik vannacht zelfs.

10 januari 2012

in de krant

wereldberoemd in heel Forbes: artikel

alleen maar ellende


Ik wou dat ik thuis was. Het is afschuwelijk, wat kan je je ontzettend eenzaam voelen in deze sport. Het is sowieso eenzaam om de hele middag en avond in Forbes te zijn terwijl de rest van je team op goal is geland en middenin de nacht terugkomt. Ik vind het verschrikkelijk om vijf keer op rij uit te zakken. Maar het ergst is het om een team te hebben met ‘vrienden’ die er kennelijk op uit zijn om van me af te komen. Cameron was de hele ochtend ontzettend sjagrijnig en ik kon alleen snauwen krijgen, geen idee waarom. Onze lieve chauffeur dacht dat ie gewoon erg moe is, en het op mij uithaalt, mogelijk heeft ze gelijk maar dat maakt het niet echt draaglijk. Van Hans kon ik een scheldpartij krijgen toen ik meldde dat ik veilig geland was, een standaard korte melding die normale teamgenoten graag willen horen. Terwijl ik laag aan het ploeteren ben moet ik door alledrie hun radiochecks heen, en daarna krijg ik elke paar minuten een update van Hans’ positie, maar ik mag niet laten weten dat ik op de grond sta! Ik kon alleen nog maar huilen huilen huilen. Ik ben doodmoe, heb nauwelijks geslapen door een bonkende koppijn, heb drie heftige sleeps gedaan en ben de vijfde achtereenvolgende taak uitgezakt, en van m’n eigen team kan ik alleen trappen na krijgen.
Gelukkig werd ik wel fantastisch geholpen en getroost door ieder ander. Bruce tilde m’n vleugel over het hek na m’n tweede bombout, Blano en Steve sleepten me net die honderd meter extra, Flip stelde z’n schone t-shirt maar weer ns ter beschikking als snotlap, en zelfs Bill vond het nodig om me te troosten. Dat maakt vrijwel niemand mee, Bill die laat weten dat ik ok ben en not to worry. Ik mocht komen eten, precies wat ik vanavond nodig had om m’n gedachten te verzetten. Het is leuk om Bill en Molly in hun glorie mee te maken. Terwijl ik m’n vegetarische potje kookte hield Steve via facebook en twitter bij hoe de taak ging. Blenkie op goal, Rohan, Scott. Ik kon het niet laten om m’n enthousiasme (voor de Airbornejongens) te laten merken. In ieder geval weet ik nu dat ook binnen de Moyeskring mensen met Joe worden aangesproken…

09 januari 2012

Orkaankracht

Getverdemme alwéér uitgezakt. Nou heb ik er genoeg van, maar iedere dag is anders en de lessen van gisteren werken vandaag niet. Ik werd wakker met zo’n spierpijn in m’n onderarmen en handen dat ik bijna m’n koffie niet vast kon houden, en keiharde wind. Bij het opbouwen werd ik door een flinke dusty te grazen genomen, gelukkig hingen er meteen vier mannen aan m’n kabels. Opnieuw dacht ik dat het misschien niet startbaar zou zijn, maar Tish ging probleemloos de lucht in en als zij het kan met haar vijftig kilo moet ik het zeker kunnen. Ik was nummer twee, de sleep was hard werken en er was een moment dat ik bijna in een lockout raakte (tug maakt een bocht naar rechts in de lift, ik maak een bocht naar links in de sink) maar het leek me het makkelijkst om toch maar vol te houden en een herstart te vermijden. Ik werd netjes in een goeie bel afgezet, draaide snel naar 1600 meter, en de lucht was zo goed dat het ook met m’n lamme handjes wel moest kunnen. Wel blauw, en de wind maakte terugsteken naar een betere gaggle bijna onmogelijk. Ik ging dus op glij, achter iemand anders aan die laag zat maar die me mooi de volgende bel zou kunnen wijzen. Helaas, hij landde, en ik moest het verder maar op m’n eentje uitzoeken. Dat viel best mee, overal zat heftige lift. Nou is het met lamme handjes wel lastig te centreren in felle bellen die met een noodgang opzij geblazen worden, bovendien was de taak vrij cross op de wind en ik wilde perse bovenwinds van de koerslijn blijven, afijn om een lang verhaal maar weer kort te maken: binnen dertig kilometer stond ik alweer aan de grond. Ik was zelfs bang om te landen, en terecht, de wind was echt niet normaal. Voor het eerst in m’n leven pakte ik m’n vleugel in voordat ik me met m’n korte broek, proteinedrankje, contact met de chauffeur en harnas bezig durfde te houden.
Annabelle was er alweer nog voordat ik een artikel van m’n ouwe New Scientist uit had, de anderen vlogen nog, dus ze bracht me terug naar Forbes. Waar ik een gefrustreerde Nic trof, die alweer twee kapotte compeo’s had. Geen idee wat ie ermee doet, maar tot nu toe had ie fantastisch gevlogen en een dag zonder score zal ‘m z’n tweede of derde plaats kosten. Boris zit ook al in een auto, dus ik ben in ieder geval niet het enige uilskuiken.

08 januari 2012

wakeboarding

Wooo morgen zal ik niet kunnen lopen van de spierpijn, en m’n handen doen het ook niet meer. Maar ha wat was het leuk, wakeboarden achter de boot van Tove en Grant. Bij het opstaan was het al duidelijk dat er niet gevlogen zou worden vandaag, regen en zware bewolking, nul termiek volgens de rasp. Tove en Grant hebben de hele dag rondgevaren met maximaal tien mensen aan boord, eindeloos geduld, en wij afwisselend op het gras naast het water of in de boot. Alle anderen zijn natuurlijk sneller dan ik, twee, drie keer een mislukte start en dan hebben ze het door. Ik probeerde het vijf keer maar kwam niet eens helemaal uit het water. ’s Middags nog een paar keer, en toen ineens had ik ‘m. Superleuk, en na nog een of twee mislukte starts lukte het nog een keer om een paar minuten achter de boot te blijven hangen, zelfs een paar golven te trotseren maar dan komt er een dwarse golf en plons je toch weer ongenadig in de plomp. Ik ben doodmoe maar heel uitgerust.

07 januari 2012

Niet leuk

Een shitdag maar toch ook wel weer tof, ik ben door heel veel mensen super geholpen, behandeld als een prinses. Vanmorgen ruzie met Hans, die om de een of andere reden constant op m’n nek zit, en later tijdens het opbouwen nog eens een paar onaangename snauwen van Shaun. Atilla moest lachen, hij dacht dat het grapje moest zijn. Veel harde wind en bijbehorende enge dustdevils, Carols vleugel is eraan gegaan. Toen ik startte was het wat minder heftig dankzij de termiek, die de wind enigszins blokkeerde. Ik had een uitstekende start, maar op een meter of zestig brak het release (slijtage) en moest ik van het andere eind van de paddock terug naar de startrij. Terwijl het nog steeds rond de 38, 39 graden is. Maar het meisje op de quad kwam een dolly brengen, Ricky haalde m’n vleugel op en belde ondertussen Shane voor een nieuw release, Tine en Matthew startten me weer gezellig tussen de andere piloten door en Blano gaf me een paar honderd meter extra. Ik draaide heel aardig omhoog, moest overstappen op een andere gaggle waar de hogere lui rechtsom draaiden en degene op mijn niveau linksom, beetje verwarrend. Uiteindelijk bereikte ik wolkenbasis op m’n eentje, de anderen waren al doorgestoken. Inmiddels was ik een flink eind op koers gedreven en de wolken zagen er fantastisch uit, de lift was prima, nog een beetje laag (1600 meter) maar het leek een geweldige vlucht te worden. Tot ik er gewoon achterelkaar uitzakte. In minder dan een uur stond ik weer aan de grond, zo ongeveer op de startcirkel en niet naast een weg maar een spoor, daar vergis je je hier heel makkelijk in. Ik begon al moeizaam in de harde wind de spullen naar het pad richting boerderij te sjouwen, toen iemand me tegemoet kwam. Niet de boer, maar Martin, die m’n vleugel naar een schaduwplek droeg en me een lift naar Forbes aanbood. Super! Na een biertje in de Vandenberg meldde Boris zich, die er wel zin in had om mij een massage te geven na een duik in het zwembadje van de Apex. Na al die verwennerij even bijkomen op de uitschuifbare fauteuils naast Martins tent, echt van die dikke bloemetjesstoelen, hilarisch. Ondertussen heb ik één txt van Camo gehad, ze staan alledrie op goal, dat is mooi al maakt het mij een tikje eenzaam. En de sfeer in het team zal morgen niet noodzakelijk ineens goed zijn vrees ik.

06 januari 2012

taak 2


Teleurstelling, ik ben uitgezakt vlak na de startcirkel. Het was blauw, ik kwam niet door de inversie op 1200 meter, en net op het moment dat ik me echt moest concentreren begon de rest van het team door de radio te praten. Maar never mind, Annabelle is uitzonderlijk goed, we hebben de jongens op goal zien landen, Christine heeft bijna het derde keerpunt gehaald en ik kreeg een lift van de Duncans zodat ik lekker kon douchen voor het downloaden en eten. Plus, vanmorgen toen ik m’n vleugel aan het opbouwen was, was ik echt volmaakt gelukkig.

05 januari 2012

Forbes flatlands en pre-worlds Taak 1



Ik heb nummer 42 of 43 ofzo, dus ik kan pas erg laat starten. Tijdens het wachten zag je de gaggles lager komen, niet erg veelbelovend. Ik werd afgezet in een heel redelijke bel, waar helaas Boot als een blind paard continu dwars door alles en iedereen heen vloog. Het leek bijna of ie z’n best deed om iemand te raken, en ik had er geen zin in om die iemand te zijn. Na een minuut of twintig van dat soort stress had ik er genoeg van, en ik ging vanaf zeven- of achthonderd meter op glij in de hoop m’n eigen belletje te vinden. Niet dus, en vier kilometer verderop stond ik al aan de grond. Een paar minuten later landde Kiwi Phil in mijn veld, en samen tilden we de harnassen en vleugels over het hek. Terwijl we op onze retrieves wachtten stopte een meneer om een gezellig praatje te maken, dat is nou typisch Australisch platteland. Erg leuk.
Annabelle kwam keurig aan met Christine (die toch 900 meter verder was gekomen dan ik), ze is geweldig. Degelijk, zelfverzekerd en vriendelijk. Ze gebruikt haar hersens, rijdt snel maar voorzichtig, begrijpt wat we van haar willen en helpt vleugels sjouwen. Ze lijkt een ervaren retrievedriver, terwijl ze nog nooit eerder in de buurt van een hangglider was geweest.
Al snel kregen we bericht dat Hans voor het eerste keerpunt aan de grond stond, en kort nadat we hem hadden ingeladen meldde Cameron zich. Die had er nog 80 van de 135 km uit weten te persen, maar jeetje wat was het een moeilijke dag! Zwakke termiek en harde tegenwind, niet te doen. Ongeveer drie piloten haalden het tot 10 km voor goal, toen werd de taak gestopt wegens een ontploffende Cb op koers.

04 januari 2012

Moyes boys

Moyes maakt heerlijke vleugels en Vicki organiseert de Forbes flatlands, dus van mij geen klachten. Maar ieder jaar is het toch weer irritant om terecht te komen in een soort factie-strijd. De marketingstrategie van Moyes is elitair: je moet erbij willen horen. Tegen alle andere merken, vooral Airborne. Wat een onzin, als iedereen gewoon zou samenwerken en de tugs van Airborne waren gevraagd, hadden wij hier nu niet uren hoeven te wachten om opgesleept te worden. Bovendien ben ik vriendjes met de halve Airborne crew, ik kies m’n vrienden niet uit op grond van hun merk vleugel.
Piloten kunnen zich trouwens zelden veroorloven om serieus verschillende merken en types uit te proberen, wie kan er nou werkelijk vijf, zes verschillende merken vergelijken? Ik heb altijd graag op m’n Litespeed en LitespeedS –en gevlogen, en ik ben zonder meer verliefd op m’n Litesport. M’n Laminar007 was iets te groot voor mij en ik kon niet wennen aan de handling, maar ik vermoed dat het voor andere piloten een topvleugel is. De Rev wordt gewoon niet gebouwd in mijn maat, en Combats vind ik te zwaar. Misschien probeer ik ooit nog eens de T2, maar het is irritant dat WillsWing andere maten gebruikt dan alle andere fabrikanten.
Ik ben in ieder geval wild van Fun160, Fun190 en de Fun2, en de Sting3 is een top-intermediate. De Malibu leek me iets te zwaar voor het vrolijke kustvliegen dat je ermee wil doen, maar misschien is dat dan wel weer een betere vleugel als je ermee wil slepen.

practice day

Wat kan je het toch druk hebben in een hele dag absoluut niks doen. Briefing van tien tot elf, naar het vliegveld, wachten tot we het veld op mochten, drie verschillende aanwijzingen over waar we moesten opbouwen en klaarstaan. Davis had het kennelijk weer eens nodig om het baasje te zijn, dus m’n eerste officiele practiceday begon met ergernis. Links van de lijn opbouwen, nee rechts, nee toch links. Hou toch op, ik heb nummer 42 dus het duurt sowieso een paar uur voordat ik überhaupt in de buurt van een dolly kom. In die paar uur werd de lucht steeds donkerder, de castellanus veranderde in donkergrijze massa, en de wind nam flink toe en rolde veelal over de vliegveldgebouwen. Ik trok op een gegeven moment m’n harnas aan om zoetjes aan naar de start te schuifelen, net toen de één na de ander een lockout kreeg en met enge capriolen achter de tug uitbrak. Harnas weer uit, half uurtje aarzelen. Ik kan goed slepen en ik ben ook heel tevreden met een simpel glijvluchtje, dus ik had alle reden om gewoon te gaan starten. Aan de andere kant, ik had vannacht weer weinig geslapen en het zag er toch wel flink heftig uit, zonder de verwachting dat ik de taak van 120 km serieus zou kunnen vliegen. Toen de wind weer iets meer noordelijk werd haakte ik weer in, maar het draaide opnieuw naar het westen met alle bijbehorende turbulentie, dus uiteindelijk lag m’n vleugeltje om vier uur weer op de auto. Cameron landde terug op het vliegveld, en Hans en Christine hadden niet opgebouwd, dus we waren vroeg terug in Forbes. Omeletje bij de Chinees, chauffeur ontmoet en uitgelegd wat we van haar verwachten, Rinus en Ropje gezien en nu proberen een beetje bij te slapen. De rasp (weer- en termiekvoorspelling) voor morgen ziet er goed uit!

03 januari 2012

Opening


Zelfs ik red het niet meer zonder airco, en morgen wordt het nog heter. 42 graden en stijgend. Alles en iedereen plakt, voeten stinken, overal stikt het van de griezelige insecten. Een grote harige vliegende kakkerlak op m’n kussen, duizenden oorwurmen op de stoep, een donkerbruine sprinkhaan in de wastafel ieks. Je wordt er heel langzaam en heel lui van. Vandaag heb ik niks anders gedaan dan inschrijven, vijf verschillende typen radio’s met Duitse handleidingen op hetzelfde kanaal en tonesquelch programmeren, en me laten masseren door Boris. Vanavond diner en speeches, de laatste aankomers begroeten en griezelverhalen over dusties uitwisselen. Dat, en het gebrek aan tugs, zijn de ernstigste bedreiging. Het weer ziet er goed uit, we zijn allemaal goed ingevlogen en het landschap is fantastisch groen na alle regen die ze hier gehad hebben, dus de bellen zullen groot en rustig zijn.
Gisteren had ik een leuke dag. Ik startte redelijk vroeg, een uur of twee, en aangezien we geen chauffeur hadden vloog ik niet rechtstreeks richting het keerpunt maar bleef ik de asfaltweg volgen. Ook al reed er maar een auto per uur langs, de kans op een lift als ik uit zou zakken was toch iets beter dan vanaf een dirtroad ergens in de velden. Een groepje vloog naar het zuiden, richting cumuluswolkjes, ik ging op m’n eentje het blauw in, zuidwest.
De eerste bellen gingen erg goed en nu ik een Litesport vlieg kan ik ze ook goed vinden en makkelijk centreren. Vanaf 1400 meter ging de airco aan en had ik 3,9 m/s stijg, tot zo’n tweeduizend meter. Genieten van het uitzicht, maar ook heel erg van de vlucht. Ik was zo ontspannen en alleen dat ik veel beter oplette dan normaal, ik had beter in de gaten waar ik de volgende bel zou vinden en hoe de bellen zich ontwikkelden. Ik besloot om ongeveer anderhalf uur door te vliegen, dan de volgende goeie bel omhoog te pakken en daarna om te keren om terug naar het vliegveld te vliegen. Zo gezegd zo gedaan, al moest ik mezelf na die anderhalf uur wel bedwingen om laag om te keren, en ook toen ik na het doorvliegen alsnog m’n belletje vond had ik er moeite mee om gewoon omhoog te draaien, en niet alvast een beetje richting goal te sturen. Heel suf want de kans om goal te halen is natuurlijk een stuk groter met goeie hoogte, maar ik heb een duidelijke drang om er vast heen te gaan. De terugweg was tegen de lichte wind in, en de bellen werden slechter en lager, ik kwam niet meer hoger dan 1600 meter. Ik hoopte in ieder geval de rivier over te komen, zodat ik niet via Forbes zou hoeven terugliften en misschien zelfs kon lopen. Toen ik boven de rivier zat meldde m’n vario dat ik het op glij zou halen, maar m’n eigen inschatting was dat ik minstens twee enorme velden vóór het vliegveld terecht zou komen. Fout, ik haalde het makkelijk en met een heel acceptabele landing stond ik voor de hangar. Heerlijk!
Morgen officiele practice day.