14 augustus 2016

Voldaan


Uli en Emiel

 Uli en Emiel zijn echt fantastisch gezelschap en ook nog van mijn soort (dat is de vroeg-de-berg-op-soort). Om kwart over elf zijn we boven, ze helpen m’n spullen naar de start dragen en we babbelen de tijd weg zolang de tandems nog hard naar beneden gaan. Uli is te ziek om te vliegen maar gelukkig is hij er wel bij en hij geniet geloof ik ook wel van de zon en het uitzicht en het vlieggedoe. Ik kan ze ook vrij redelijk verstaan, dat helpt.
M’n eerste vlucht sloeg nergens op. Ik was toch nog iets te vroeg en ik kan gewoon niet centreren hier, bovendien maakt m’n helm ongelooflijk veel herrie waardoor ik mijn vario bijna niet hoor. Na een half uurtje landde ik perfect, en vroeg genoeg voor een herstart. Een Franse parapenter hielp me de vleugel op de navette leggen, een Britse hielp ‘m naar de start te dragen, en toen was ik helemaal alleen. Gelukkig met voldoende ruimte om te draaien zonder dat een vleugel de lucht in ging. Deze keer, half zes gestart, was de lucht helemaal heerlijk en het was ook precies druk genoeg om goed te zien waar het omhoog ging, zonder echt last van de schermen te hebben. Ik wist eindelijk te centreren en draaide samen met een geel en een blauw scherm tot 1980 meter, vier pogingen maar tweeduizend wilde niet. Na een half uurtje had ik overal pijn  en ik vond het wel best ook, ik ga me vaak een beetje vervelen als ik nergens naar toe vlieg en dat ging ik nou net niet doen zo laat en dan hier waar het nergens fijn landen is. Behalve dan in Doussard, waar de wind wel verkeerdom stond. Toch nog een goeie landing alleen te dicht bij de schermvliegers dus die waren terecht boos. Beetje terecht.
Toen ik alles had ingepakt, naar de camping gelift, spullen uit Ulis auto gehaald en met mijn auto de vleugel ging ophalen zag ik Emiel die in een uur of vier het hele dal rond was geweest. We waren allebei dik tevreden over vandaag maar het was wel laat dus ik heb in het pikkedonker met afgrijselijke kinderkaraoke op de achtergrond m’n prakkie zitten koken. En nou het ruim bedtijd is moet ik nog afwassen...

13 augustus 2016

Piero




Waarom zijn het altijd de besten die verongelukken? De leukste, de liefste, de fijnste jongens, het lijkt wel selectief. Ik heb het er wel vaker met Jamie over gehad en ook vandaag weer, en we begrijpen eigenlijk wel hoe het werkt. Selectief is onze waarneming. Er gebeuren hier ontzettend veel ongelukken, dat is niet gek ook want de lucht kan behoorlijk bokkig zijn, er zijn weinig landingsterreinen, er zijn honderden of misschien wel duizenden vluchten per dag en alles vliegt door elkaar: commerciële tandems, scholen, scherm- en zeil, idioten, wedstrijdpiloten. En als er dan weer eens een onbekende schermvlieger wordt weggehelikopterd halen we onze schouders bijna op, meestal ben je net nog bijna aangevlogen door zo’n gek. We zijn ook selectief in onze vriendenkeuze: wij houden duidelijk van een bepaald type mannen, de lollige en fanatieke wedstrijdpiloten. We begrijpen elkaar, we delen een manier van leven.
Pierro deed geen wedstrijd meer, na de dood van Luis en van Thibault. Misschien had het er ook mee te maken dat hij zo ontzettend gelukkig was met Hélène. Hij was nog altijd even vrolijk en vriendelijk en energiek. En helemaal in z’n element als vlieginstructeur en tandempiloot hier in Annecy. Vandaag startte hij nadat hij zich had uitgehaakt om een ongerechtigheid bij de passagier goed te doen. Hij heeft zich tot aan het landingsterrein weten vast te houden, dat is waanzinnig omdat het zeker een kwartier duurt. Het is hem niet gelukt maar hij heeft daarmee wel het leven van z’n passagier gered, die kon gewoon binnendwarrelen.
Ik was al opgebouwd toen het duidelijk werd dat hij het was. Toen ik definitief hoorde dat hij echt dood was, trok ik m’n spullen aan en startte, en deed m’n uiterste best om omhoog te komen. Het enige wat ik kon bedenken om te doen, a fly and a cry. De bijzonder aardige Duitsers waar ik vandaag mee was kenden hem niet, en de club d’Annecy had wel wat anders aan hun hoofd dan met mij te wenen. Ik durfde geen van de gemeenschappelijke vrienden te bellen omdat ze het mogelijk helemaal nog niet wisten, en van Shedsy had ik het nummer niet. Jamie dan maar, ook al wist ik dat ze hem niet zo goed gekend heeft. Ze stond onmiddellijk voor me klaar, zo fijn.

12 augustus 2016

Magnifique Annecy




Zo voelde ik me behoorlijk triest, zo sta ik te juichen. Ik had me toch wel erg verheugd op een weekje met Kees maar na een avondje discussiëren was het alweer voorbij. Het was koud, het regende, in Laragne staat een forse mistral en ik reken er niet helemaal op dat Brad naar Frankrijk komt. En van Laurent kreeg ik geen reactie op mijn sms of ik bij hem kon logeren, dus ik reed eerst naar het vliegveld maar dat zag er te onaantrekkelijk uit om ergens m’n tentje op te zetten. Vervolgens anderhalf uur zoeken naar een camping, en toen ik die eindelijk had gevonden werd me verteld dat ie helemaal vol was en ik mocht er niet meer bij. Ik was vlakbij Laurent dus ik besloot om dan maar m’n tentje in zijn tuin op te zetten. Maar de deur was zoals gebruikelijk open dus ik mikte m’n bedje in de voorkamer. Sliep toch niet helemaal rustig zo als insluiper, maar redelijk comfortabel en veilig en met een wc bij de hand. Om acht uur reed ik al door Dijon op zoek naar een telefoonwinkel waar ik misschien een simkaart zou kunnen bekomen, maar na hevig gezoek naar een parkeerplaats, nog meer gezoek naar zo’n winkel en toen paniekerig gezoek naar waar ik ook alweer m’n auto had neergezet, gaf ik het op. Ik had de halve wereld gesmst om te vragen of er iemand in Annecy zou zijn vandaag, en ergens bij Bourg kwam het verlossende smsje van Yves. Goud die jongen, vorig jaar was hij de enige die voor me zorgde toen ik in het ziekenhuis lag zonder bril of schone kleren en nu stuurde hij een appje naar de club d’Annecy zodat ze op me zouden wachten. Dat was nodig ook want ik verdwaalde in de waanzinnige verkeerschaos van Annecy. Toen ik om een uur oververhit bij het landingsterrein aan kwam stond er ene Michel die ik net aan Jean-Louis iets hoorde vragen over een Néerlandaise, dus ik viel die meneer om de hals en we reden gezellig samen naar boven. Heel aardig, en het weer was fantastisch, en er was plek zat om pal voor de ramp op te bouwen, en Pierro was er en nog een hoop bekende gezichten en op drie uur knalde ik met vijf, zes meter per seconde omhoog. De parapenters zaten nauwelijks in de weg en de lucht was helder en de termiek was onstuimig en moeilijk te centreren maar niet echt eng, het was kortom fantastisch. Het lukte me niet boven de 1900 meter te komen dus ik bleef gewoon de hele tijd rond de start ronddarren, volgde een prachtige vogel met een spanwijdte van zeker drie meter, en jojoode gezellig tussen start- en wolkenhoogte. Na een half uur begon ik wat te kalmeren en de lucht een beetje te begrijpen, en na een uurtje was ik echt moe dus ik toog naar Doussard voor een best wel ok landing. Ontspannen inpakken, met Michel en Guy auto’s ophalen, biertje en patat en nog een biertje en nog een patat, en toen het donker begon te worden zette ik m’n tentje op de Nubliere. Ik heb al twee Duitse deltisten gespot, Uli en Emiel en zij herinneren zich mij nog van vorig jaar en ik mag morgen met ze mee. Ik heb het weer goed!