30 juli 2010

Registratie

Gisteren was een echt hangdagje, eindeloos bedenken wat we zullen gaan doen en uren op elkaar wachten. We zouden naar Rome maar dat bleek toch te ver. We zouden een glijvluchtje maar het bleek te cross. We zouden gaan paardrijden maar dat was te actief. Uiteindelijk reden we met een paar Britten en Ieren naar Perugia. Schitterende citadel/metro, deed me vooral aan de Pietersberg denken. Spectaculair, imposant. Zeer de moeite waard. Het museum was een tegenvaller, prachtige drieluiken wel maar veel te veel en de audiogids wist ons niet meer te vertellen dan dat het allemaal erg mooi was. We hoopten verhalen en verwijzingen te horen over de symbolen in de schilderijen.
’s Avonds eten op de camping, Shaun en Hans en Christine weer aangekomen, besloten dat we team Chickenwings zijn (Christa en ik zijn de chicken, de mannen moeten maar zorgen dat ze de wings vormen) en mij wegens vroeg opstaan gebombardeerd tot teamleider. Bah dan moet ik op gaan letten en heb ik minder tijd om te bloggen.
De registratie vanmorgen is al sinds acht of negen uur bezig. We scheurden eerst nog een keer de berg op in de vage hoop op een glijvluchtje maar de wind was al noord. Daarna druk met de bureaucratie, honderd papieren tekenen waarin je je onderwerpt aan de Italiaanse wet en alle verantwoordelijkheid neemt voor ieder denkbaar en ondenkbaar geval, een nieuwe helm kopen zonder barsten, paspoort laten kopieren verzekeringsnummers twintig keer opschrijven. Het wordt ieder jaar gekker, benauwder, idioter. Volgend jaar gaan ze waarschijnlijk onze schoenen nakijken of een urinesample vragen.
Het is natuurlijk wel weer gezellig, iedereen komt binnen en er zijn zo’n honderd mensen te zoenen. Telefoonnummers checken, bijbloggen, straks een wasje doen en dan beginnen we morgen zoals het hoort, met een gecancellde dag.

weekje vooraf

Toen ik begon met vliegen wist ik wat m’n ultieme doel was: vliegen zoals ik fiets. Complete beheersing, uren en kilometers kunnen gaan, wel moe worden en altijd hard genoeg doortrappen om stevig bezweet en voldaan aan te komen, genieten van het buiten zijn en van de inspanning. We gingen vroeger op fietsvakantie, en nu is het vliegvakantie. Cameron merkte op dat het voor mij duidelijk echt vakantie is, ondanks de wedstrijden en ondanks de inspanningen en discipline. Klopt, en ik geniet er enorm van. Voor mij geen stress over de scores, wie beter is en wie slechter. Ik ga niks doen wat ik echt niet wil, omdat het nodig is om te winnen.
Toch doe ik wel m’n stinkende best om zo goed mogelijk te vliegen, zo ver mogelijk en zoveel mogelijk punten te krijgen. Maar dat is meer zoals een spelletje alleen maar leuk is als je je aan de regels houdt, een uitdaging alleen maar uitdagend als er belemmeringen zijn. De score is een soort beloning voor wat je gedaan hebt in een taak, het is positieve feedback. Je kan zien of je meer had kunnen doen, of je inmiddels iets meer weet en kan dan een ander, of de strategie die je gevolgd hebt iets oplevert. Elke ochtend check ik de scores, behalve de eindresultaten want die gaan om de wedstrijd, niet om hoe ìk het gedaan heb. Meestal vergeet ik hoe m’n eindpositie was in een wedstrijd, en om eerlijk te zijn mijn gebrek aan competitieve drang maakt me lui en voorzichtig, zodat ik doorgaans wel bij de laatste tien zit. Niet lui tijdens een vliegdag, niet fysiek lui, maar mentaal. Ik studeer te weinig, let te weinig op als de toppers toelichten hoe ze zijn gevlogen en waarom ze die route genomen hebben, kijk nooit naar tracklogs van betere piloten. Ik bedenk veel te weinig na een vlucht wat ik er van kan leren, wat ik had moeten doen, hoe ik de volgende keer dezelfde situatie in m’n voordeel kan keren. Ik ga gewoon met vrienden een biertje drinken en vroeg naar bed.

Woensdag
In Bassano was de lucht flink bedekt, maar om negen uur zagen we de eerste parapent al naar beneden komen. We namen hem mee naar boven en maakte ook een startje. Het was bijna windstil en de lucht was zo dood als een pier, maar daarom niet getreurd. Juist goed om een prima landing te maken. Cameron racete naar beneden om me op te halen voor een tweede start. Dat ging ook nog wel maar het begon te spetteren, en de landing was minder perfect. We besloten te lunchen, een middagdutje te doen en dan om een uur of vijf nog eens te kijken, maar terwijl we in Nics huis in Cassole zaten hoorden we het eerste onweer al. Snel de auto ingepakt en naar Sigillo gereden. Bij Shedsy gecrasht en vandaag een laatste vlucht maken voordat het slechte weer ons hier bereikt.

Donderdag
Super omstandigheden gisteren, echt super je hebt niet vaak zo’n prachtige dag. De bellen waren hard en toch groot, en nauwelijks turbulent. Plus 4 tot meer dan 2000 meter, met lekkere dikke cumulus erbovenop. Te gemakkelijk, dus ik deed niet erg m’n best om boven te blijven en dat gebeurde dus ook niet. M’n landingsfixatie werd er niet beter van toen ik weer ns constateerde hoe belachelijk weinig goeie landingsmogelijkheden er hier zijn. Overal is een kabel, rollen stro, een randje bomen bovenwinds, een flinke helling, gewas of een kudde koeien. Ik herkende een mooi groot veld waar ik een paar jaar geleden prima geland was, langs de weg naar Gualdo Taldino, maar tegen de wind in met m’n low performance vleugeltje leek het me toch wel erg ver vanaf de top van de berg. Vroeg ernaartoe dus, dan maar geen uren vliegen maar ik moet echt geen stress hebben nu. De landing was dan ook harstikke goed, en Ally en Mary hadden me snel in de auto voor een tweede start.
Inmiddels was het veel harder gaan waaien en ik moest plat opbouwen. Totaal vergeten hoe dat ook alweer ging, maar ach zo’n intermediate is wel weer heel simpel dus dat viel mee. Annet hielp me opzetten en starten. Heerlijk, ik wandelde superrelaxed de berg af, een piepklein duwtje en ik vloog, helemaal te gek. Vijf jaar geleden had ik zeker ingepakt omdat ik totaal over m’n toeren raakte van zoveel wind, nu dit!
Ik draaide heel rustig naar boven maar zakte er hard weer uit, had nu helemáál geen zin om risico’s te nemen dus ik landde al na een kwartier. Minder dan de eerste, en kilometers diep het terrein op, maar het was een fantastische vliegdag.

25 juli 2010

Beieren

Vannacht weer niet geslapen, maar het is een te mooie kans om vandaag te vliegen. Christine ging niet mee vanwege nog slechter slapen dan ik, maar met de rest van het laatste Oz-team, Hans, Kari, Cameron en ik reden we naar Emmendorf, 90 km hemelsbreed. Alle omstandigheden waren er om me goed nerveus te maken: onuitgeslapen, nieuwe startplek, tientallen parapenters die kritisch kijken hoe ik ga starten, harde wind in de bomen. Gauw starten maar en dankzij Hans’ hulp voelt dat tenminste helemaal goed. Zijn aanwezigheid neemt minstens de helft van de zenuwen weg. Goed gestart, naar rechts gedraaid en vanaf dat moment ging ik rustigjes omhoog tot ik onder de termiekende parapenters kon insteken en naar wolkenbasis draaien met +2 en meer. Het was niet eng om naar achter te driften want overal bovenop kan je prima landen, dus het lijkt wel laag maar het is ruim. Het lukte me toch niet om te centreren, ik kwam wel goed omhoog maar zodra ik een stukje wegvloog verloor ik de bel en begon m’n sinkalarm te zeuren. Laag had ik een matig veldje uitgekozen voor een eventuele landing, maar ik zag de wind door het koren slaan en daar werd ik toch best bang van. Ik kwam wel weer omhoog maar opnieuw was ik een beetje verdwaald. Hans had gezegd dat we absoluut noordelijk van CTR Munchen moesten blijven, maar een oostelijke koers bracht me bij een rivier die ik niet makkelijk kon oversteken. Met zo’n harde wind wil ik niet op een lullig veldje achter een rijtje bomen of in een diep dal terecht komen. Ondertussen had ik me gefixeerd op een bijzonder aantrekkelijk veld: groen, vrij, lengterichting precies op de wind, vlakbij een dorpje. Dat trekt me vanzelf naar beneden dan, maar ik overwoog dat m’n eerste verlangen deze vakantie goed landen is en ik voelde de moeheid ook, dus geen probleem. Het landen was behoorlijk spannend, harde enigszins turbulente wind, m’n ritstouwtje vast tussen m’n benen, het groene veld vol hoge bloemen (die wel lekker roken maar me gemeen hadden kunnen beetnemen). Het ging goed, en anderhalf uur later kwamen Hans en Pasi me ophalen. Terwijl we in het zonnetje zaten te genieten in een biergarten meldde Christine dat Cameron net bij haar in de tuin landde, en een uur later was ook Kari geland na 70 km. Mooie dag.

21 juli 2010

Afscheid van een clubgenoot


In de twintig jaar dat ik vlieg, heb ik me er vaak over verbaasd hoe er totaal geen relatie lijkt te zijn tussen de stommiteit die iemand begaat en de schade die daaruit voortkomt. Je hebt piloten die echt alles en alles fout doen, waarvan je bijna zeker weet dat ze wel tien keer dood hadden moeten zijn of toch levenslang gehandicapt, en die lopen gewoon met een blauwe plek en een kromme upright weg. En je hebt situaties waarbij niemand echt ziet wat er nou precies fout ging, of het was maar een hele kleine vergissing, en we begraven de piloot een paar dagen later. Onbegrijpelijk en oneerlijk, maar zo moeten we de absurditeit van het lot kennelijk maar accepteren.

Alphons Broekman, die we vaak met kromme tenen hebben bekeken omdat hij complete bergen over het hoofd zag, is maandag verongelukt zonder dat er iets aanwijsbaar fout ging. Misschien is hij ‘onwel’ geworden. Het is onverklaarbaar hoe hij plotseling de grond in dook; z’n toestel was in orde, de lierprocedure verliep zonder mankeren, hij gedroeg zich niet raar. Hij was een ontzettend enthousiaste piloot, vloog harstikke goed, had een uitstekend toestel dat hem perfect paste (ook een Sting3, net als ik) en hij had waarschijnlijk al meer lierervaring dan ik, omdat hij bijna iedere dag wel een paar startjes maakte.

Zaterdag de armen om elkaars schouders, en dan door voor vier weken vliegen want ondanks de confrontatie met alle risico’s kunnen we het toch nog steeds niet laten.

Een kleinzoon zei: hij is in het midden van z’n leven met vliegen begonnen, en het einde was ook met vliegen in het midden van z’n leven.

19 juli 2010

niet vliegen met prima handjes

Ideale weersvoorspellingen voor een net herstelde piloot, Cameron redelijk fit, de lier van de Buizerd gerepareerd: om half tien waren we in Moergestel op het veld. Heerlijk rustig opbouwen en genieten van de zon, uiteraard nog eens het halve veld oversjouwen omdat de wind altijd draait op het moment dat je startklaar bent, de nieuwe kabel uit de knoop halen en al helemaal aangekleed en ingehaakt ontdekken dat m’n radio weer eens leeggelopen is. Never mind, met een ervaren lierman en vaste procedures heb je eigenlijk geen communicatie nodig, als de lierman echt iets van je wil geeft ie een klein tikje op de kabel en dan weet je heus wel dat je los moet gooien. Om een uur of twaalf was ik de eerste die gogogo gaf. Jan Gorisse is een perfecte lierman dus dat ging heerlijk, geen last van m’n hand en de vleugel is ook mooi recht. M’n hoogte gaf iets raars aan maar ik zat ruim boven de lier dus ik draaide terug, en op dat moment voelde ik de kabel aan m’n borst mij nogal hard naar achter trekken, zodat m’n toestel met de neus naar beneden dook. Later begreep ik dat er motorproblemen waren waardoor de katrol niet in z’n achteruit kon, zodat ik geen extra kabel meekreeg bij het terugvliegen. Hij moet wel in z’n vrij hebben gestaan, anders was het allemaal nog veel sneller en heftiger misgegaan denk ik.
Ik releaste meteen (dacht ik) en vloog, niet eens erg geschrokken, weg. Wat ik niet wist, was dat Jan op hetzelfde moment dat ik meende te releasen de kabel had gekapt, en dat was de reden dat ik voelde dat de kabel me niet langer naar beneden trok. Ik had even moeten kijken om te checken dat ik geen 300 meter kabel met me meesleepte, door de mais, over de hekken, om de tractor heen… Maar ik wist dus van niks, probeerde zelfs nog even te termieken maar ik zat vrij laag en ik wilde zes weken na m’n stomme landing in Stadskanaal geen risico’s nemen. Ik landde prima, draaide m’n vleugel om, haakte uit en begon richting start te lopen. Toen pas ontdekte ik dat ik nog aan de kabel vastzat! Ik moest er wel om lachen want het was best grappig, twee mogelijke doodsoorzaken in vijf minuten en ik de hele vlucht compleet onschuldig een beetje vliegen.
Toch was het niet leuk, de mensen op de grond waren wel erg geschrokken want zoiets ziet er vreselijk uit. Het was ook frustrerend voor ze dat ze me niet door een radio konden vertellen dat ik de kabel nog moest releasen. Bovendien was de lier echt stuk, dus iedereen kon weer inpakken en terugsjouwen.
Wij waren op die manier wel vroeg genoeg in Den Haag terug om nog even met Wouter naar het strand te gaan, lekker wiskundige puzzels op te werpen en er vreselijk hevig over in discussie raken hoe je die zou moeten oplossen, voor het eerst Oost-Afrikaans te eten en uiteindelijk Cameron naar huis te slepen. De arme Ozzie kan sowieso al niet fietsen want geen Nederlander, en nou heeft ie ook nog jetleg, dus volgend jaar zorg ik dat ik een tandem in huis heb. Of een riskha.

06 juli 2010

beetje beweging terug

Ik was wel zenuwachtig voor de gipskamer vanmiddag, bij een negatief oordeel zou het krap worden om over twee weken in Greifenburg te vliegen met Cameron. Maar de ayurvedische anabolen of de witte wijn of de extra uurtjes slaap hebben gewerkt, het bot is allemaal weer aan elkaar gegroeid en m'n hand ziet er niet al te bizar uit. Pols en middelvinger zijn nog compleet vastgeroest, bewegen doet flink pijn, maar in de loop van de middag ben ik al goed aan het oefenen. Dat komt goed, ben benieuwd wanneer ik weer een upright vast kan houden. Ik voel wel mee met al die sneue fietsers die in België onderuit gingen en nou niet meer met de tour de france mee kunnen doen.

16 juni 2010

Onhandig


Zo het kunstgips dat ik gisteren gekregen heb is een stuk draaglijker dan wat ik had, en ik kan alweer een paar kledingstukken extra aan. Heb nu ook de beschikking over duim èn wijsvinger, nou oppassen dat ik er niet teveel mee ga doen. Op 6 juli maken ze opnieuw een foto en als ik braaf m’n vitamines slik en veel slaap mag het gips er dan waarschijnlijk af. Ik zal wel blijven zitten met een verkorte verdraaide ringvinger, maar aangezien ik geen concertpianist ben kies ik maar niet voor een operatie.

Ondertussen ben ik wel weer enorm handig aan het worden met de inzet van mond, schouders en knieën om vanalles op te tillen, los te draaien of vast te gespen. En ik heb collega’s en vrienden (oud-collega’s, opvallend genoeg) die boodschappen voor me doen, koken, afwassen en dan ook nog m’n was opvouwen. Hoe lastig ik het ook vind om me te laten helpen (ik vind het veel leuker om voor anderen te zorgen) en hoe ongeduldig ik ook word van knopen die ik niet dicht krijg, er is toch een kansje dat ik ook deze blessure weer overleef ;-)

11 juni 2010

zeikerds

Het ergste van een blessure is niet pijn of gemiste vluchten, maar de reacties van niet-vliegers. Het bijna triomfantelijke ‘zie-je-wel’. Ze wisten altijd al dat het vreselijk gevaarlijk was en ja hoor, m’n gips is een zichtbare bevestiging van hun gelijk. Ongehinderd door zelfs maar een begin van een idee wat zeilvliegen is duwen ze me onmidellijk in de verdediging. Mensen die niet erg geinteresseerd zijn in de redenen waarom iemand vliegt, die zelf over een paar jaar met hartvervetting en nicotinelongen of overspannen zich bij dokters en ziekenhuizen zullen melden.
Ik geloof dat het een soort afgunst is, jaloezie omdat ik een fantastisch leven leidt. Zij willen dat niet, durven dat niet, hebben er niet zoveel geld en tijd en inspanning voor over, maar ze vinden het toch moeilijk te verkroppen dat ik boven de wereld kan uitstijgen. Dat ik me niet neer laat halen door het honderden keren herhaalde “wat gevaarlijk” en “wat eng” en “zou ik nooit durven”. Wat boeit mij dat nou dat zij niet durven? Ik vraag ze helemaal niet om mee te doen.
Gelukkig zijn er ook mensen die het gewoon sneu vinden, omdat ze weten hoe gaaf ik vliegen vind. Die een extra handje helpen, bijna opgelucht horen dat ik de wedstrijden wel weer zal vliegen.
Maar de zeurende betweters, ik wens ze toe dat ze van een keukentrapje vallen of tegen de tuindeur aalopen. Nog altijd het grootste risico op verwonding: thuis blijven.

06 juni 2010

Dagje niksen



Vanmorgen waren ze in hetzelfde ziekenhuis véél vriendelijker, en m’n hand werd snel en vakkundig ingegipst. Ik hoef geen illusies te hebben over snel herstel wegens grote fitheid, vier weken is gewoon het minimum. Ik probeer maar gewoon even in zombie-mode te gaan dan voelt het minder erg.
Ropje is zeer verdiend Knollenkampioen, ik ben aangeschoten nou ik toch niet kan rijden en Rinus en Connie brengen me naar huis. Morgen maar ns een fijn plastic zakje scoren om te kunnen douchen.

Knoalkup taak 2



Verdorie, m’n hand gebroken. Gewoon een stomme whack, niks bijzonders, ik dacht eigenlijk dat ik heel redelijk aan het landen was maar ik klapte gewoon een paar meter eerder op de grond dan voorzien. Ik kan me ook niet helemaal herinneren waarom ik m’n handen nog aan de bottombar had, ik had mezelf al opgericht. Wel een vrij hoge grondsnelheid, dus misschien heeft dat ene termiekbelletje van de hele dag me wel te pakken gehad. Waardeloos, voor een vluchtje. Bij het ziekenhuis werd ik ook nog eens door de receptioniste weggestuurd, ik mocht geen medisch geschoold persoon om advies vragen. “Het lichaam geeft het zelf aan” zei de megamuts een keer of tien, terwijl ik probeerde uit te leggen dat ik de taal van zo’n lichaam niet denderend versta. Door pijn kan ik best heen en ik zou niet weten of ik juist moet koelen, bewegen of wat? Arnica dan maar.
Verder was het aan de grond wel een feestje. De sfeer op het veld was heel erg goed, juist omdat het zo vreselijk stabiel was. Niemand had haast om de lucht in te komen, Ropje startte als eerste en hield het wel twee uur vol om niet te landen, maar wegsteken was geen optie. Nico mocht een rondje mee, helemaal geweldig, en als klap op de vuurpijl verscheen er een heuse jounalist met een enorme camera.
Het inpakken van m’n vleugel werd begeleid door Nico op z’n accordeon, en drie allerschattigste jochies van een jaar of tien die hun ernstige vragen over termiek en vleugels onderbraken voor een walsje. Ondertussen zagen we Ruud boven ons heel voorzichtig draaien, dat leverde genoeg spektakel op voor de kereltjes. Ik dacht dat Ruud niet zo heel veel verder zou staan, dus die haalden we ook op. Nico weer met z’n accordeon, fietsers die stopten voor een babbeltje en een meneer die begon te stralen toen hij ook even mocht spelen. Dat allemaal in een heerlijk zonnetje met de geur van gemaaid gras, geweldig.

29 mei 2010

Knoalkup taak 1


Joehoe m’n eerste overlandje met m’n sting! Een kort maar prachtig vluchtje, en onverwacht ook. De eerste start brak m’n breukstukje, de wind was harstikke cross en vlagerig en er was no way dat ik er nog iets aan zou kunnen doen. De volgende start was de termiek erg klein en zwak, het was flink afgeschermd overal dus dat werd ‘m ook niet. Ik twijfelde of ik terug zou gaan of maar gewoon een gooi doen, Nico is er nou toch om voor me te rijden en beter wordt het vast niet. Toch terug, net het veld niet gehaald dus aan de verkeerde kant van de sloot geland met alle gesjouw van dien, en toen bleek dat er iets mis was met de motor van de dragonfly. Het leek er even op dat het echt helemaal over was voor vandaag, maar Rinus durfde het er na een proefvluchtje toch op te wagen. Eerst Ruud, dan Dees, ik mocht voor Jan en ik had precies het mooiste moment van de dag. Rinus zette me af in een lekkere bel waarmee ik zonder al te veel moeite naar 1200 draaide, en het volgende wolkje gaf me zelfs 1800 meter. De vleugel voelde goed, het landschap was prachtig, de taak was simpel (40 km met de wind mee) en ik kon mezelf een paar keer een complimentje geven omdat ik iets goed deed. Dwars op de wind en op de koers naar een veelbelovend wolkje steken, en dan inderdaad weer lift vinden. Of ik nou toch fouten ging maken of dat het weer over was kwa termiek weet ik eigenlijk niet zeker, maar 8 km voor goal moest ik toch landen. Ik stond naast een parkeerplaats aan de snelweg, maar het viel nog niet mee om de uitgang te vinden. Een hek, een brede sloot, hoog gras met brandnetels, nog een hek. Lang leve Nico en lang leve een vleugel van 5 kilo lichter!
Ropje stond op goal (al lang, Frans zou ‘m ophalen maar is ‘m kennelijk vergeten), Erik zal er niet zo ver vanaf staan en ik denk dat ik dan derdst ben vandaag. Cool.

23 mei 2010

Wiekendje Bruinehaar



De campingmevrouw is een heks en ik lag veel te warm ingepakt in m’n tentje, dus ik had een nachtmerrie over hoe zij ons gevangen had om tien dagen dwangarbeid te doen. Jamie en ik maakten twee verschrikkelijke dagen mee, maar de andere meiden waren er ook. Het was een heel verhaal, ‘meester van de zwarte toren’ sfeer maar kennelijk heb ik uit Tegelberg toch vooral het gevoel meegenomen dat we bij elkaar horen en elkaar steunen. En de houding dat ik me er wel doorheen sla.
Gisteren heb ik drie minivluchtjes gemaakt, ik was veel te brak om iets serieus voor elkaar te krijgen in de minilift met overal heftige sink. Ik ging al compleet afgedraaid naar het feestje van Rob, maakte het toch iets later en zater dan oorspronkelijk bedoeld, dus tja dan ben ik niet fit. Jammer, maar vandaag belooft een superdag te worden en ik ben nu wel uitgeslapen.

Vandaag was het topweer, alleen de wind wapperde van noord naar west en vooral precies daar tussenin. Bovendien werd er enorm ingewikkeld gestresst op de start, de sfeer werd er niet beter van en het starten ging niet soepeler ook. Maar niet getreurd, m’n fanclub kwam langs (Joyce’ kinderen dachten dat ik een fee zou zijn omdat ik kan vliegen), ik had een aardig vluchtje en twee prima landingen. Een derde start kwam er niet meer van wegens eindeloos gedoe, maar ik had Anthony zaterdag aangepraat om z’n vleugel mee te nemen en hij had ‘m ook nog opgebouwd. Rob van Rijnbach was vertrokken (toch een andere klasse hè), maar Gerard was er nog dus alles was goed om weer ns een vluchtje te maken. Arme Anthony was bloedzenuwachtig, anderhalf jaar niet meer gevlogen na z’n lierongeluk, maar de halve club probeerde hem te steunen en hij had zelf een nu-of-nooit-gevoel. Na twee keer op en neer sjouwen tussen noord- en weststart, en na bijna een kwartier ingehaakt staan wachten, had hij een uitstekende start, de mooiste vlucht van de hele dag (met Rob dan) en een superlanding. Z’n ouders en vriendin hadden gewoon een feestje, en mij kostte het wel m’n avond maar dit geeft toch wel een super voldaan gevoel. Een jongen aan wie iedereen het gunt, en dan zo’n vlucht, honderd procent de moeite waard.

17 mei 2010

Den Haag




En weer terug, morgen maar gauw aan het werk.

naar huis


Twee keer de Tegelberg opgelopen in mist en sneeuw, naar Baden gereden en weer terug voor asperges en Mama mia, en de vooruitzichten zijn nog steeds naadje pet. Ik geef het op, morgen naar huis. Die vijf dagen vakantie neem ik liever op als er gevlogen kan worden.
O nou ja, overmorgen, eerst het Spaanse feestje morgen.

Maandag
Bijna klaar om te gaan rijen, zodra Kathleen wakker is ben ik er vandoor. Dus de lucht is ineens droog en de wolken hangen hoger dan voorheen, zal je altijd zien. Nou ja, ik hoop eigenlijk wel dat ze kunnen vliegen vandaag en later, arme Claudia en Linda zijn helemaal voor niks naar Europa gekomen en Kathleen wordt er ook niet gelukkiger op zo zonder lucht. Voor mezelf heb ik de beslissing gewoon genomen, zelfs als het vliegbaar wordt is de kans klein dat ik echt serieuze mooie vluchten kan maken, en als ik nu naar huis rij heb ik vier dagen te besteden aan een vakantie ergens waar de zon schijnt.
Het is wel alweer net zo’n dilemma als bij de afweging of ik überhaupt naar de worlds zou komen. Tegen: het risico op slecht weer, de enorme kosten, organisatie door DHV en de kabelbaan. Voor: de gezelligheid, mooie vliegstek, Heather wedstrijdleider.
Nu is het vooral de solidariteit met de meiden die niet weg kunnen, en voor wie het er niet gezelliger op wordt als de een na de ander vertrekt. Maar ik moet een beetje zuinig zijn op m’n vakantiedagen, dus hups naar huis.

13 mei 2010

Veiligheid


Zeilvliegen is net het echte leven, en de zeilvliegwereld is net de echte wereld. Het is het ultieme droste-effect: in m’n werk hou ik me bezig met goed beleid maken en verantwoordelijkheden, in de georganiseerde wereld van het vliegen is het niet anders. Je kan issues benaderen als een verantwoordelijkheidskwestie: wie moet zorgdragen voor optimale veiligheid, de organisatie of de piloot? Je kan het benaderen als een beleidskwestie: hoe krijg je piloten zover dat ze zich veilig gedragen, door onveilig gedrag te verbieden en ze te straffen als ze zich er niet aan houden, of door ze voor te lichten en te wijzen op de gevaren? Je kan het benaderen als een wetenschappelijke kwestie: wat is de belangrijkste oorzaak van ongelukken, en wat zijn de precieze grenzen tussen veilig en niet-veilig? Het is ook een politieke kwestie waarin verschillende belangen tegen elkaar worden afgewogen en verschillende groepen worden beschermd: gaat het om lekker vliegen, om een eerlijke wedstrijd of om veiligheid? Moeten wedstrijdpiloten worden beschermd tegen zichzelf, of richten we ons vooral op recreatief piloten? Beginners of fabriekspiloten?
Kathleen maakt het simpel: we zijn hier om een wedstrijd te vliegen, dat doen we omdat we het leuk vinden, maar dagelijks horen we dat het om veiligheid gaat. Dat is gewoon niet waar, als je echt alleen maar veiligheid wil dan moet je niet vliegen. Bovendien: je kan honderdduizend regels opleggen aan piloten, maar vanaf het moment dat ze los zijn kan je ze niet meer controleren. Mensen kunnen in de wolken vliegen, tegen iemand aanvliegen, aerobatics doen, te langzaam landen. En nog veel meer ellende.
Eén van de redenen waarom ik oorspronkelijk mee ging doen met wedstrijden, was omdat het me een veilig gevoel gaf. Ik hoefde niet op m’n eentje te beoordelen of de omstandigheden goed waren, er waren tientallen anderen met meer ervaring en meer inzicht dan ik. Een starthulp geeft me een hangcheck. Een safetycommittee bekijkt of er voldoende landingsmogelijkheden zijn op de beoogde taak. Een weerman en een safetydirector houden voortdurend de meteo in de gaten terwijl we onze taak vliegen, en als er onweer ontwikkelt in de buurt van onze taak, krijgen we een seintje via de radio om te gaan landen. M’n team hoort via de radio hoe het mij vergaat, en waar ik misschien in de problemen kom. Veiliger dan op je eentje gaan vliegen, of met vier vrienden die net zo weinig weten als ik.
Maar sinds een jaar of twee is de cultuur omgeslagen, en willen onze overheden FAI, CIVL en DHV ineens risico’s verbieden. Let wel: ze proberen niet om ons gedrag te beïnvloeden, en te bereiken dat wij minder risico’s lopen of nemen, ze proberen letterlijk risico’s te verbieden. En dat op basis van heel beperkte kennis over die risico’s. We weten vooral wat de gevaren zijn, dus wat er op welke manier mis kan gaan. Maar een risico is een gevaar en een waarschijnlijkheid dat het ook echt mis gaat. De omvang van die waarschijnlijkheid, van die kans, is nauwelijks berekend voor de meeste bekende gevaren.
Laat staan dat iemand zich druk maakt over het effect op het gedrag van piloten, van allerlei maatregelen. Dwing fabrikanten om vleugels af te leveren met hoge sprogsettings, en veel piloten zullen de sprogs omlaag draaien omdat ze een betere handling of perfomance willen. Dwing piloten om hun sprogs weer omhoog te draaien, en wie weet wat ze gaan doen? Wegblijven bij wedstrijden, stiekem hun sprogs toch weer omlaag draaien, als blinde kippen de turbulentie invliegen omdat ze menen veilige settings te hebben?
Twee jaar geleden kregen we iedere dag les van Gerolf, en van Dennis Pagen, over de effecten van verschillende configuraties van zeilvliegers. We leerden over de logica van pitchstabiliteit en tumbles, over de afwegingen die vleugelontwerpers maken en over de zin en onzin van tuning. De CIVL kwam een paar keer langs om onze sprogsettings te meten en publiceerde de resultaten. Piloten die ontdekten dat ze wel héél erg laag zaten, of die nu begrepen dat ze hun sprogs net zo goed weg hadden kunnen halen, draaiden uit zichzelf de sprogs weer omhoog. Dat betekende helaas niet dat ze onkwetsbaar werden, maar het had wel het effect dat we allemaal beter begrepen wat een toestel doet en dat we ons bewuster werden van de afwegingen die er te maken zijn.

sjoppen


Je verliest compleet je verstand na dagen achter elkaar niet vliegen. We reden twee-en-een-half uur heen, en twee uur terug, om te gaan winkelen in een timezone outlet waar ik absoluut niks mooi vond en waar niks paste. Maar ach het was wel gezellig, we waren van de straat, en ’s avonds kwamen we allevier in onze nieuwe jeans naar de tent. Waar goeie ouwelullemuziek gedraaid werd. Lekker, ik dans alleen nog maar bij hanggliding comps, op m’n zware boots, en dan om elf uur netjes naar bed.

11 mei 2010

Föhn

Traag dagje vandaag. M’n uprights zouden ergens in de ochtend bezorgd worden dus ik kon het huis niet uit, maar de vooruitzichten waren toch waardeloos dus dat leek niet zo erg. Lekker lui lezen, kilo’s pinda’s snoepen, Kathleen aan het werk en Reinhard verdwenen. Maar het werd geen regendag maar föhn, dus prachtig zonnig met wolken waarvan je blij bent dat je er niet onder hangt, harde wind over the back. Natuurlijk zie je dan toch een enkele parapenter hangen, die lui malen nergens om, dikke kans dat ze nog een passagier bij zich hebben ook. Reinhard heeft twee rigids zien starten, in de enkele seconden dat er even geen rugwind was, het zag er allemaal nogal gruwelijk uit zegt ie.
Nadat m’n pakje bezorgd was hebben we de rest van de middag op het zweefvliegveld zitten picknicken, je kon de taak van de swifts perfect volgen en zeven van de tien landden op goal. Manfred eerst, met een paar loops natuurlijk, het blijft schitterend om die man te zien vliegen.
We zijn allemaal een beetje ongelukkig omdat we niet kunnen vliegen en het er ook slecht uitziet voor de komende dagen, maar de sfeer is toch wel goed. Misschien helpt het dat de Duitsers in de organisatie een beetje kunnen ontspannen als er niet gevlogen wordt, hoeven ze zich geen zorgen te maken.

10 mei 2010

eerste wedstrijddag


Regen regen regen. Vanochtend was het even droog, de wolken stegen net genoeg om ons allemaal de berg op te lokken en op te bouwen. Vervolgens een paar uur kleumen en kletsen, dan weer gauw inpakken en net voor het begint te gieten in de auto. De hele middag de tijd om te lezen en te koken.

09 mei 2010

Tegelberg


Het begint met ergernis en slecht weer helaas, maar toch goed want ik heb twee vluchtjes gemaakt, ik zit in een fijn appartementje met Kathleen en Rheinhard en dat gaat denk ik wel gezellig worden, en het is heerlijk om iedereen weer om de hals te vallen. De heks van m’n ex heeft eindelijk het fatsoen om op afstand te blijven dus daar hoef ik ook geen last meer van te hebben. Ik heb wel m’n vleugel terug naar boven gebracht precies tijdens de mars waar de openingsceremonie mee start, ik had er geen zin in om iemand te gaan uitleggen dat ik niet achter het bordje Niederlande wilde lopen samen met die *. Het kwam mooi uit, vleugel op de kabelbaangondel, precies op tijd terug voor het programma van zingende kindertjes, eindeloos speechende officials en oekomenische gebeden om mooi weer. Die helpen niet overigens, het regent hard nu en het zal waarschijnlijk nog meer gaan regenen.
De grootste ergernis was bij aankomst. Ik was erg moe van de reis, maar moest meteen m’n vleugel opbouwen voor de ‘meting’. Nou ben ik het sowieso niet eens met het Duitse beleid om sprogsettings te meten en piloten te dwingen om ze omhoog te draaien, het is beslist niet een goeie manier om meer veiligheid te krijgen. Maar om het nog bizarder te maken wilden ze mijn Sting meten, terwijl ik geen sprogs heb! Maar tja, op z’n Duits natuurlijk, we hebben nou eenmaal een regel opgeschreven die stelt dat iedereen gemeten moet worden, dus ook een intermediate vleugel moet gemeten. Ik maak me sterk dat ze ter plekke onderdelen moesten verzinnen om te meten.
Op de foto de scherp oplettende piloten tijdens de safety briefing en de openingstoespraken.

PS klik op live tracking hier rechts en ik ben guest 32, je kan m'n eerste vluchtje zien (kijk in 2D) ook al heeft het even geduurd voor de antenne ging werken.

06 mei 2010

vliegen bevrijdingsdag

Net als in het echte leven helpt het om bij het vliegen te focussen op wat allemaal goed gaat, in plaats van m’n falen. Wel lastig hoor als ik twintig vluchten achter elkaar uitzak terwijl de anderen allemaal wel naar wolkenbasis schroeven en uren vliegen. Ik voel me toch weer een sukkel, weet niet waarom ik steeds maar weer de bel kwijt raak, de kern niet kan vinden, inefficiënt draai. Nou ja ik weet het wel, het is een combinatie van fouten: te lang doorvliegen op zoek naar een bel, concentratie verliezen, me door de lucht weg laten duwen, te weinig banken, enorme grote bochten maken als er iemand anders in de buurt is. Gebrek aan overtuiging dus.
Maar goed, niet focussen op de fouten, maar op de successen. Starten en slepen zijn mijn sterke punten, gisteren merkte ik weer waarom dat goed gaat. Ik startte niet helemaal ok, de wind was wat cross en de dolly stond kennelijk niet mooi achter de tug. Ik liet te vroeg los en m’n linkervleugel kwam omhoog terwijl ik rechts op de dolly bleef plakken. M’n hart sloeg een slag over, in een fractie kan zoiets heel erg verkeerd aflopen en dat is me in Hinterweiler ook een keer overkomen. Maar de juiste reacties zitten goed in m’n spiergeheugen ingesleten en m’n kop staat ook volledig naar dóórgaan, nooit nooit nooit midden in een start aarzelen, snelheid houden en recht vooruit.
Lekker gevoel wel, om zo overtuigd van m’n kunnen te zijn. Nu het landen, en dat gaat me zeker lukken met de Sting. Alles wordt vertraagd zodat ik de tijd en de kalmte heb om alle details door te nemen. Met de Litespeed had ik vaak zo’n stress dat ik nog maar op een paar punten kon letten, maar nu geef ik mezelf hardop een complete instructie. Nog een rondje hoogte afbouwen, tijdens downwindleg naar het point of arrival kijken, crosswindleg, op final draaien rechtop gaan hangen, linkerhand naar de upright, met rechts de bottombar zoveel mogelijk naar me toe trekken, kijken naar point of arrival, trek ‘m naar de grond, benen bij elkaar en niet slingeren, op drie, twee meter uitronden, blik verplaatsen naar de verte, rechterhand naar de upright, voel trim, duw omhoog. En dan heb ik het kijken naar de windzak, vg een kwart, verlengen van het crosswindleg al geautomatiseerd.

Morgen inpakken en met gemengde verwachtingen naar de Tegelberg. Er zijn maar 21 meiden ingeschreven voor de womens worlds, de weersvooruitzichten zijn harstikke slecht, ik zie op tegen het gezeik van de DHV en ik baal er nu al van dat we iedere avond uren bezig zullen zijn om de vleugels naar boven te krijgen met de kabelbaan. Maar het wordt wel twee weken vliegen/lezen, met vriendinnetjes over vliegen babbelen, bovenop één van de mooiste bergen van Europa staan.