18 juli 2011

Openingsceremonie


Het was een erg leuke openingsceremonie. Verzamelen in het Dominus om wat te eten. Gelukkig had ik goed gelunchd want van de vegetarische hap was niet veel meer over tegen de tijd dat ik bij het bufet kwam. Mocht ik enigszins aangeschoten zijn geraakt, dan is dat de oorzaak… Daarna rondje door het dorp met onze vlaggen en bordjes, en gelukkig lieten ze ons in de straat wachten terwijl op het plein de speeches gegeven werden. Zo konden we tenminste nog wat rondlopen en kletsen. Eénmaal op het middeleeuwse pleintje werden de piloten op de trappen gezet, mooi eerste rang voor het straattheater. Dat duurde veel te lang maar het was wel ontzettend leuk. Schitterende kostuums en attributen, een hoop vuurwerk en gezwaai met toortsen, flink wat Tchaikowski door de speakers, heerlijk. En na afloop bier in het Dominus. Ik zou denken dat ik een feestje kan vieren omdat ik toch niet vroeg op hoef, maar ik moet wel met Cameron naar de safetybriefing om half negen. En dan gehts lohs!

17 juli 2011

groundhandling


Niet te geloven, een dikke week hier, nog geen uur in de lucht, helemaal nix zinvols gedaan of zelfs maar lolligs of cultureels, en toch heb ik het prima naar m’n zin. Wachten, kletsen, dutten, kijken naar Woolfie en Jonny die indrukwekkende swoops doen snoeihard over de start, drie keer per dag op en neer rijden in de hoop op iets minder wind.
Vanmorgen waren we allebei om zeven uur op, en Camo bood aan om me meteen voor een heel vroege start naar boven te brengen, zodat ik er waarschijnlijk twee zou kunnen doen voordat de wind toenam. Maar boven bliezen de wolken in een noodgang over de berg heen, dus het enige zinvolle tijdverdrijf was een uurtje groundhandling. Ik ben er inmiddels aanzienlijk rustiger onder dan gisteren, kan het vrijwel alleen, maar ik heb Cameron toch nog graag in de buurt. En starten met m’n handen aan de bottombar vind ik nog steeds geen goed plan. In theorie wel, maar in de praktijk hield ik ‘m te dicht bij me zodat ik de vleugel op moest tillen, en dat werkt natuurlijk niet. Op het laatste moment dus ouderwets omgepakt naar de uprights, en een uitstekende start gemaakt zonder instrumenten, zonder skids, zonder wat dan ook. Het is raar, om zo in de stilte te vliegen, geen enkel piepje, en ik had een droge mond van de inspanningen maar water had ik ook al niet bij me. De landing ging redelijk ook al stond er beneden nauwelijks wind en dat dan ook nog vanaf de berg. De grootste vooruitgang zit in m’n circuit, heel belangrijk maar niet het hele verhaal. De snelheid op final wil nog steeds niet, ook al vertel ik mezelf hardop: “voelen!”.
Inmiddels is Ropje gearriveerd, iedereen eigenlijk, heel gezellig dus. Bill en Molly zijn er, Flip, Heather en Mart, de Dutchies, Claudia en Jamie enzovoort enzovoort. Ik mis er een paar, Shedsy heeft een kind, Seibsy vliegt nauwelijks nog hanggliders, Corinna is gewond. Gerolf is net boos naar huis vertrokken, erg jammer. Ik ben het met hem eens dat de controles en certificeringen en regels en eisen compleet over the top zijn, als dat tenminste z’n punt was. Als je absolute veiligheid wil moet je zeilvliegen verbieden, nee iedereen steriliseren. Zolang er mensen zijn die lol willen maken zullen er gewonden vallen. Sprogs, helm, skids, brevet, we hangen straks met z’n honderdzestigen in een belletje en wat dan?
Nu even werken en dan eens kijken of de Frenchies nog iets leuks gaan doen.

oefendag


Zo’n dubbele dag, mislukt en top tegelijk. Na een waardeloos vluchtje met waardeloze landing zeven-en-een-half uur in zon en wind zitten wachten, in de hoop dat het rustig genoeg zou worden voor nog een start, en daarna nog even wachten tot Cameron geland was omdat ik niet op m’n eentje durfde in te pakken met al die wind. Klote. Maar ook wel weer top, omdat Camo en Jamie probeerden me te troosten in m’n frustratie, en vooral omdat ik een half uur, of een uur, geen idee, high wind ground handling oefening heb gedaan met Camo en Mart. Ideaal. Ik zag Julia spelen in een a-frame en ik verzuchtte dat ik zou willen dat ik net zo was als zij. Geen angst, altijd spelen en daardoor altijd beter gevoel krijgen voor de vleugel, voor de wind. Ik word juist panisch als ik voel hoe de wind probeert m’n vleugel omver te blazen, ik zie ‘m al holderdebolder kapotslaan op de grond, hekken, andere vleugels. En als ik ingehaakt ben voel ik me al helemáál onthand, ik word opgetild, heb helemaal geen controle meer.
Op zo’n moment merk ik hoe compleet ik Cameron vertrouw. Hij kan dit, en hij kent mij, hij kan het me bijbrengen en hij zal m’n kabel grijpen als het nodig is. Wel erg fijn dat Mart aan de andere kant stond trouwens, want het was echt knoerdhard die wind. Ik weet niet hoe lang we geoefend hebben, ik merkte wel dat het puur mijn stress was waar ik zo moe van werd. Het is geen krachtpatserij om het goed te doen, alleen maar techniek, voelen hoe je de vleugel in de wind kunt houden en vertrouwen op de pitchstabiliteit van het ding. Na afloop was ik compleet uitgeput, en ik kan het nog niet, maar ik weet wel zeker dat zo’n oefening supergoed voor me is.

16 juli 2011

Sprogs

Drama, die sprogsmetingen. Een paar jaar geleden, bij de EK in Greifenburg is het begonnen, en ik weet eigenlijk niet meer wat de aanleiding was. De DHV wilde plotseling regels over de sprogsetting waarbij wedstrijdpiloten met punten of uitsluiting zouden worden bestraft als de sprogs te laag staan. De CIVL was gelukkig iets voorzichtiger met regels en straffen, iets professioneler in de pogingen om veiligheid te bevorderen. We hadden eindeloze discussies over de manier om vast te stellen waar de veilige grenzen van sprogs überhaupt staan, hoe je zou kunnen meten of sprogs wel of niet in een veilige hoek staan, hoe je piloten ertoe kan bewegen ze niet te laag te draaien (om minder pitch en meer performance uit hun vleugel te halen), hoe je het eerlijk kan houden zodat er geen wedstrijdpiloten unfair voordeel halen uit extreme settings. De discussies waren in zichzelf al prima voorlichting, en daarnaast gaven Gerolf en Dennis les over vleugel configuraties, aerodynamica, veiligheid en performance. Bovendien werden alle sprogs (vrijwillig) gemeten, anoniem gepubliceerd, en piloten die overdreven lage settings hadden kregen het dringende advies ze omhoog te draaien. De dag dat Ricci verongelukte, mede als gevolg van z’n extreme settings (en hij draaide met vol vg in een gigantisch turbulente bel) had ik net mijn sprogs omlaag gedraaid, en dat maakte me een stuk veiliger. De DHV-certificeringssettings voor een LitespeedS 3 maakten de vleugel erg zwaar in de bochten, zodat schrapen in turbulente lucht levensgevaarlijk werd.
Afijn, door Riccis ongeluk, Duitse drammerigheid en een FAI die hysterisch werd van alle (parapente)ongelukken kon de CIVL het niet volhouden om degelijk, effectief, goed beleid te maken. Het moest dus snel en simpel, dus met voorschriften, controles en straffen.
Gisteren begon het meetcircus, met een beetje geluk was je er in drie uur doorheen. Ik hoef natuurlijk niet, omdat ik niet meedoe en omdat ik een kingpost heb. Maar Cameron, met z’n nieuwe, pas een maand gecertificeerde Airborne Rev 14,5 was de lul. Hij had zich ook niet voorbereid, niet gecheckt wat de settings precies moesten zijn, of de organisatie de limits had, hoe de zijne stonden, maar ik had vooral medelijden met hem en met mezelf. Zeven uur in de bloedhete sporthal, twee keer op- en afbouwen, skypen en telefoontjes naar Australie waar iedereen naar bed ging en zenuwachtig overleg met Dennis en Thomas, en nou zijn de officiele getallen er nog niet. Hij moest z’n outer sprogs een complete slag omhoog draaien, en ik hoop dat ie dan nog net zo fijn vliegt als daarvoor. Je kan zien hoe gelukkig hij is met deze vleugel, hij vliegt de sterren van de hemel, gecoordineerd en zeker. Aan de andere kant, ik ben wel blij als ik zeker weet dat ie een veilige vleugel vliegt, en Camo haalt zelfs met een houten deur nog wel goal. Hopelijk kunnen we het vandaag uitproberen, want gisteren waaide het veel te hard om te gaan vliegen. Ik heb m’n boekje uitgelezen, slap geouwehoerd, en alleszins de dag compleet aan me voorbij laten gaan. Vandaag beter.

14 juli 2011

kleine irritaties

Ik voelde me enigszins schuldig gisteravond, om Gordon achter te laten met Len, maar shit ik heb geen zin om voor Lennie te gaan zorgen. Hij zoekt net zolang tot ie type Cameron gevonden heeft, iemand die geen nee kan zeggen, gaat er vanzelfsprekend vanuit dat hij niet hoeft te regelen dat ie een auto heeft, slaapplaats, team.
M’n knagende geweten komt ook wel door het ongeluk van tien jaar geleden, ook al had ik er niks mee te maken. Len heeft geweigerd mij een baan te geven bij de HGFA, waarschijnlijk omdat ik een Dutchie ben en wij Dutchies hebben zijn auto vernield.
We waren net aangekomen in Forbes met de hele groep, Diederik die de reis had georganiseerd lag harstikke ziek in z’n tent, en Len kwam heel hartelijk met ons meevliegen. Het was natuurlijk ook wel een buitenkans voor hem, want zonder sleepbedrijf kwam hij de lucht niet in, maar er was niks mis met z’n gastvrijheid. Op enig moment moesten er wat piloten worden opgehaald, en op de één of andere manier kreeg Corné de sleutels in handen gedrukt van Lens auto. Corné is de meest accident-prone persoon die ik ooit heb meegemaakt, hij had nog wat jetleg, last van de hitte, geen zin om te rijden, maar ik heb begrepen dat hij weinig kans kreeg om nee te zeggen. Onderweg moest ie ergens keren, reed daarna aan de verkeerde kant van de weg, en hij botste frontaal op een tegenligger. Mensen in die auto flink gewond, Lens auto total loss. En Corné is gevlucht, in plaats van schadevergoeding en verzekering enzo netjes te regelen. Hij moest voorkomen, maar op de één of andere manier kon ie met ons mee terug naar Nederland.
Begrijpelijk dat Len slechte herinneringen heeft aan Dutchies, maar hij snapt niet dat ik niet eens op het veld was die dag, en dat ik m’n eigen redenen heb om slechte herinneringen te hebben aan die groep. Nou ja, ik kan wèl nee zeggen, dus moest Gordon ’s avonds laat nog op en neer naar de camping omdat Len geen auto gehuurd heeft en geen team georganiseerd.

13 juli 2011

Castelluccio


Wow. Op excursie, naar Casteluccio. Wow. Verschrikkelijk mooi, spectaculair, buitenaards. Het is geloof ik een vulkaankrater, maar groter en imposanter en lieflijker dan ik ooit gezien heb. Enorme grassige bergen rondom, een gigantische vlakke bodem vol gras en bloemen, en ergens op eenderde een heuveltje met het dorpje erop, niet eens heel erg verpest door toerisme. Toen ik vanmorgen aan Atilla vroeg of ik mee kon was dat met het idee dat ik nooit zelf honderd kilometer zou rijden om een alternatieve startplek te bekijken, ik had niet verwacht dat het zo bijzonder zou zijn. Gezellig ook, goed lachen met Atilla en Flocky, terwijl Chubba ons met doodsverachting en 120 km/u door blinde bochten en kromme tunnels stortte. Niet kijken leek me de beste optie.
De piloten druppelen weer binnen, de sfeer wordt weer dat bekende voor-de-wedstrijd-sfeer. Iedereen blij om elkaar te zien, excitement, grapjes over winnaars en verliezers. Ik vind het ideaal, om hier te zijn als winddummy. Geen entry fee, geen verplichtingen, wel vliegen.

korte vluchtjes



Gosh ik ben extreem lui. Het is ook wel bizar heet en drukkend, 32 graden, ik ben natuurlijk weer flink verbrand voordat ik mezelf ertoe kan zetten om vet spul te smeren. Te weinig drinken te weinig slapen en de hele dag in de zon, en lekker als vanouds een dikke fantasy novel, dit is puur ranzen. We waren vrij vroeg op de noordooststart en we waren een beetje onzeker over de wind. Als ie erg uit het noorden komt start je in de lijzijde van een riggel, dan rotor je onherroepelijk naar beneden en moet je landen op één van de mini-hellingen in het dal. Geen goed vooruitzicht, en we keken om ons heen om te zien of er iemand zou starten. Kortom, we hadden een winddummy nodig. Goed dat ik nog niet officieel in dienst ben want ik had er weinig trek in om te proberen een potentiele catastrofe te overleven. In mijn plaats startte Artur, op z’n nieuwe litespeed, zodat het niet duidelijk was of ie last van turbulentie had of gewoon nog aan z’n vleugel moest wennen.
Ik stond met Atilla op de start en vertelde hoe perfect de eerste dag van de womens worlds was, een paar jaar geleden. We draaiden allemaal heel netjes, elkaar ruimte gunnend, voorzichtig en enthousiast naar boven over die riggel. Atilla merkte op dat vrouwen waarschijnlijk veel vriendelijker voor elkaar zijn in de lucht dan de mannen, en ik denk dat ie gelijk heeft. We vliegen toch iets meer omdat we het gewoon fantastisch vinden, en iets minder om te winnen, elkaar de loef af te steken.
Overigens is Julia er, en Corinna niet. Ze is geblesseerd bij een misstart, erg jammer. En Julia zal de WK niet winnen dit jaar ook al heb ik nog steeds alle vertrouwen in haar. Als er ooit een meisje was dat wereldkampioen overall kan worden, is zij het. Maar niet dit jaar. Ze is haar oorspronkelijke roekeloosheid kwijt, gelukkig, maar daarmee ook een voorsprong op iedereen die er wel aan veiligheid hecht.
Afijn, alle vijf of zes piloten vóór mij gingen goed omhoog dus ik startte ook. Ging ook goed omhoog, wel wat ruiger dan eergisteren, en toen ik op zo’n 1800 meter uit de bel werd gezet liet ik me zonder verzet richting het vliegveld duwen. Zo werkt het bij mij altijd, als ik erg onzeker over de landing ben zal ik geheid richting landingsterrein bewegen, het is gewoon de strohalm waar ik me aan vasthou. Na twintig minuten was het dan ook over voor mij, en met een heel redelijke landing en een lift van de Russen was ik niet eens teleurgesteld.
Cameron had weer een superdag, uren van Tre Pizzi naar Gubbio en terug. Vanmorgen gaan we vroeg omhoog want Maurizio voorspelt een weersomslag, en er zouden wel eens een paar niet-vliegdagen aan kunnen komen.

11 juli 2011

Eerste dag MteCucco

Het is een prachtige dag maar ik wilde niet meer dan een hopje doen, dus dat was het dan ook. Half uurtje rond de start gezwalkt, daarna een heel redelijke landing, en nu een middagdutje terwijl Gordon en Cameron nog ergens boven Gualdo Taldino hangen. Ik heb een aantal nachten nauwelijks geslapen, twee dagen gereden, en op het werk moest ik tot het laatste moment nog vanalles afmaken. Dat hopje was dus meer dan genoeg. Wel jammer van de condities, die zijn super. Cumulus flokkus vanmorgen, en na m’n landing zag ik een paar serieuze congestus achter de MteCucco opdoemen. De termiek was heel prettig tot een inversietje rond de 1600 meter. Ik merk wel dat ik, zonder taak, er erg slecht in ben om me een beetje te concentreren en echt moeite te doen. Nou ja, eerst maar ns bijslapen.

27 juni 2011

shitdag

Op deze manier verlies ik m’n motivatie, wie had dat ooit gedacht? Vliegen is niet leuk meer als alles tegenzit, en iemand met hevig bureaucratische genen dan ook nog eens van me verwacht dat ik een hectare hoog gras ga doorzoeken om een schuiflijntje te vinden dat ik totaal buiten mijn schuld verloren ben.
Terug in m’n ouwe Tenax, ook al zijn daar de ritsen bijna van kapot en komen m’n tenen door de booth. Op het laatste moment naar Moergestel in plaats van Bruinehaar, ook al blijkt achteraf dat de voorspelling er totaal naast zat en het juist in het noordoosten goed was. Gekozen voor een dagje lieren in plaats van lekker ranzen op parkpop, ook al had ik twee nachten bijna niet geslapen en beloofde parkpop heerlijk ouderwets gezellig te worden. En als klap op de vuurpijl een lier waar iets mis mee was, zodat alle starts afliepen in een weaklinkbreak. Ook de mijne, dus ik was met m’n bonkende kop door de mist helemaal voor niks naar Brabant gereden.
Nou ja, ik zie het allemaal erg somber in maar wie weet lukt het Jeff toch om de Covert aan te passen. Wie weet vlieg ik de sterren van de hemel als winddummy bij de WK. Wie weet land ik voortaan alleen nog maar perfect. Blijven hopen.

12 juni 2011

Niks gepresteerd bij de Knoalkup




M’n zelfvertrouwen is weer es op een dieptepunt en het wordt lastig om opnieuw als baron van Münchhausen weer omhoog te krabbelen. Ik heb geen idee waar het aan ligt, de vleugel, m’n harnas, m’n kop? Zowel in het groot als vandaag. Al sinds ik vlieg ben ik de traagste met leren, helpen honderden herhalingen en adviezen en voorbeelden niet om fouten af te leren, zak ik eruit en eruit en eruit en eruit. En maar slecht landen, en maar weer slecht landen, ik word er zo hopeloos van. En vandaag was het ook weer naadje, drie sleeps en mooie cumultjes overal en iedereen (echt ie-der-een) die op z’n minst een beetje hoogte won, maar ik niet hoor. Rinus zwaaide me af in mooie bellen die ik vervolgens feilloos wist te ontwijken, zelfs als er iets piepte lukte het me niet om in te draaien, en als toetje maakte ik ook nog ns belabberde landingen. Te langzaam, te langzaam, tien jaar verder en een Sting en nog land ik te langzaam. Doodziek ben ik er van.
Als troost nam Dees me mee voor een rondje dragonfly, zo lief. Dat helpt inderdaad als een doosje rozijntjes op een geschaafde knie, het leed is alweer geleden. Ik mocht proberen om zelf te vliegen, maar dat durf ik toch niet. Ik heb totaal geen gevoel voor die drie assen, en als ik een beetje met m’n tenen wiebel begrijp ik niet wat het effect is maar zodra ik echt op een pedaal douw spiralen we naar beneden. Ik heb me verder maar lekker door haar rond laten vliegen, lekker lui en gewoon genieten van het vluchtje. Ze is een lekker degelijke piloot, fijn om achter te zitten.
Morgen wordt het pokkeweer dus ik heb de tent al ingepakt, straks naar huis. Onderweg zal ik mezelf maar eens een sessie mentale training geven want tjonge ik heb het nodig!

11 juni 2011

melig

M'n nieuwe titel Hadecrashna vervangt de vorige want als Kapster zo doorgaat raak ik m'n titel in de mast'rbatorcompetitie kwijt. O jee we moeten nog een hele middag in de caravan niet drinken.

Toch de Knoalkup

Gisteren kon ik via het online trackingsysteem van DHL precies zien hoe m'n lufflines uit Hongkong vertrokken, in Amsterdam aankwamen, en ja hoor tevergeefs aan m'n deur waren gebracht. Ik stortte me in de moeder aller regenbuien om ze nog net voor sluitingstijd bij het magazijn in Ypenburg op te halen, en vanmorgen was ik om zeven uur onderweg naar Stadskanaal. Hier kon ik gelukkig gebruik maken van de werkplaats om met de minuscule ringetjes en washertjes en schroevendraaiers aan de slag te gaan. Het schoot me allemaal twintig keer uit de vingers maar op de gladde vloer vond ik het allemaal wel weer terug. Uiteindelijk was ik gewoon op tijd klaar om op m'n eigen beurt te starten. Hart in de keel, extreem humorverlies, maar het ging. 'Dapper' zei Rinus en dit keer incasseerde ik het compliment van harte, want jeetje wat was het heftig. Ik moest keihard werken om achter de sleep te blijven en op 300 meter koppelde ik alsnog los. Hing te laag om goed in te kunnen draaien, dus ik landde en heb de vleugel nog verder beplakt, tentje opgezet, nieuwe hangloop besteld en nu maar wachten tot het wat rustiger wordt.

04 juni 2011

NK over


Vanmorgen vroeg op, en ook al had ik goed geslapen de herinnering aan de mislukte start gisteren tuimelden meteen in m’n hoofd. Zo erg dat ik een kwartier bleef liggen om te bedenken of ik überhaupt wel weer naar Deelen moest rijden. Maar ik zou het mezelf niet vergeven als het vandaag toch goed vliegbaar was geworden en ik het niet had geprobeerd. Na zo’n debacle kan ik ook altijd beter meteen maar een nieuwe poging doen. Plus, nou is m’n zeil zo mooi snel gerepareerd, kan ik ook beter de kans maar grijpen om iemand te vragen de vleugel weer in elkaar te zetten. Liefst Ropje, aangezien hij de meeste ervaring heeft met dat soort werk.
Tegen de tijd dat we hadden mogen starten, half elf, was het al hard aan het waaien. In de loop van het volgende uur kwam daar termiek bij, dus om half twee pakte ik de vleugel maar weer in. Zelfs met m’n Litespeed had ik het misschien niet meer aangedurfd, zeker niet op dat veld, waar ik jaren geleden Niki zag verongelukken. Dat inpakken een goeie beslissing was bleek wel toen we de Dragonfly ternauwernood van omslaan konden redden.
Een gezellige sociale middag dus, zeker toen Fifi en Sjors zich vertoonden, en tegen half vijf togen we aan het werk. Tenminste, Ropje aan het werk, ik er zo min mogelijk in de weg omheen. Hij wist precies hoe je het aan moet pakken (onderkant naar boven, punt op een schraag, uprights verkeerdom…) en dan nog kostte het twee uur zweten en dan nog moet er nog best veel gebeuren. In ieder geval heb ik geen naakt skelet in een zielige ruime pakzak maar weer een echte vleugel, dus ik kan weer gerust gaan slapen.

03 juni 2011

Bijna weer gerepareerd






Geluk en pech houden nog even aan. Het was geluk dat ik Desirees vleugel mocht vliegen en dat Rinus me ’s ochtends een paar oefenstartjes wilde geven, pech dat het al flink turbulent was en dat ik tot mijn verrassing toch flink overcorrigeerde (terwijl ik verdorie jarenlang Litespeed en Laminar gevlogen heb en terwijl goed slepen bij heftige omstandigheden m’n sterkste punt is). Ik raakte bij de tweede start bijna in een lockout, heel laag, dat leverde een paar tranen op uit schaamte en frustratie omdat ik dit soort capriolen niet meer heb uitgehaald sinds ik tien jaar geleden leerde slepen met een enkeldoeker.
Pech was het dat Heleen, die Alphons’ oude vleugel heeft, niet thuis is zodat ik niet kan kijken of ik zijn lufflines kan gebruiken. Geluk was de ontzettend aardige griet van Vrolijk, die me waarschuwde voor de drukte in de haven zodat ik met de fiets ging, en die meteen toen ik binnenkwam aan het plakken en naaien sloeg zodat ik nu alweer bijna goed ben om de lucht in te gaan.
Maar het blijft toch waanzinnig pech dat ik nou al jaren niet goed op Deelen heb gevlogen, terwijl ik dat één van de schitterendste vliegstekken vind die ik ken. En dat iedereen gisteren wegvloog, en ik deze twee zonnige dagen alleen maar bijna duizend kilometer in de auto heb gezeten.
Wie weet, morgen nog een startje?

vette pech

Vaak heb ik geluk als ik pech heb. M’n botten breken meestal mooi recht af. Ik kan zo naar een fijne directie als het kabinet m’n functie opheft. Iemand biedt me een vleugel aan als m’n eigen vleugel kapot is, en de talloze keren dat ik géén deuk in m’n leading edge had waren toch ook een kwestie van geluk. Pech is dan wel weer dat gisteren alles mee leek te zitten voor een leuk vliegdagje: mooi weer (iedereen is weggekomen), ik was lekker uitgeslapen, m’n spullen waren in orde, alles verliep vlotjes zodat ik heel ontspannen klaar was om te gaan vliegen. Maar toen greep een dustdevil m’n vleugel, en smeet ‘m drie keer over de kop bovenop de kingpost en lufflines van Maarten en daarna op het asfalt. Ik zat nog kalm de taak in m’n instrument te zetten, veel te ver weg om überhaupt een kans te hebben m’n vleugel te redden. Dees en Henk probeerden de schade te beperken maar zij waren ook te laat. In tien seconden is het vliegseizoen voor mij alweer voorbij.
Het gebeurt best vaak, een dusty door de startrijen. Soms wordt er iemand gepakt en dan heb je enorm medelijden met het slachtoffer en tegelijk ben je blij dat het jou niet is overkomen. Op de Chabre, in StAndré (Rinus!) eni n Forbes heb ik toestellen total loss zien gaan, enkel van een overactief belletje. Heden ik.
Nog voordat ik goed en wel besefte wat er gebeurd was bood Dees me al haar Litesport aan. Zo lief! Ik weet niet of ik het aan zou durven om m’n vleugel uit te lenen, juist vanwege het risico van schade waardoor je wekenlang uit de running bent. Als het de komende dagen vliegbaar wordt (twijfelachtig, het is half zes in de ochtend en de windvlagen gieren al om me heen) kan ik in elk geval de lucht in. Maar die goeie dag gisteren heb ik weer gemist.
In plaats daarvan ben ik op en neer naar Stadskanaal gereden om de Litesport op te halen. Vijf uur in de auto terwijl heel Nederland aan het vliegen, fietsen, wandelen, zonnen is, boe. Daarna linea recta naar Eppo om de Sting uit te doeken. Eppo had harstikke goed gevlogen, was moe en verbrand. Het uitdoeken was een enorme klus, er zit een kingpost op dus je trekt het zeil niet eenvoudig over de buizen heen. Wel weer geluk was dat de buizen ongeschonden bleken. Er zit alleen een scheur in m’n onderdoek, krassen op m’n leading edge, de lufflines zijn kapot en een latje was verbogen. Als ik snel een goeie zeilmaker vind, en iemand die me kan helpen het toestel weer in elkaar te zetten, kan ik misschien toch de Knoalkup nog mee vliegen.
Hier het filmpje van Johan.

23 mei 2011

Gevaarlijke sporten

Van de Stichting Consument en Veiligheid jat ik een overzicht van sportongevallen. Eigenlijk hebben ze niet gekeken naar doden maar naar hoofdletsel. Met stip bovenaan staan paardensport en schaatsen, dat is kennelijk echt alleen voor thrill seekers.

In de Krantenknipselregistratie zijn tussen 1986 en 2009 vijfendertig dodelijke sportongevallen met hoofdletsel geregistreerd. De meeste doden door hoofdletsel vielen door paardrijden, namelijk tien: in zes gevallen viel de ruiter van het paard, één keer viel een pony op het hoofd van het slachtoffer, één ruiter werd meegesleept door het paard en raakte met het hoofd een paaltje, en twee ruiters overleden door een trap van het paard tegen hun hoofd. Vier zwemmers overleden, één na een val van de duikplank, twee na een duik in ondiep water, en één na een botsing met het hoofd tegen een andere zwemmer. Kitesurfen maakte drie dodelijke slachtoffers, meegesleept door de kite, en ook tijdens zeilen overleden drie sporters, alle drie doordat ze de giek tegen het hoofd kregen en bewusteloos raakten of overboord vielen. Twee wielrenners overleden in deze periode, beiden na een val van de fiets, en vier voetballers, waarvan er twee een omvallend doel op het hoofd kregen, één overleed na een kopduel en één zaalvoetballer na een bal tegen het hoofd. Verder werd een surfer overvaren door een speedboot, overleed een jongen die met een crossfiets over een skatebaan wilde gaan aan hoofdletsel, viel iemand van een klimmuur op zijn hoofd, en viel een meisje tijdens de gymles uit de ringen op haar hoofd. Een opvarende van een speedboot viel overboord en werd overvaren door een andere boot, en een sportvlieger kwam met zijn hoofd in de propeller van zijn vliegtuig. Een schaatstrainer overleed na een botsing en een val op het ijs en een skeeleraar overleed aan een hoofdwond na een val op de weg. Recentelijk overleed een bokser na een klap op zijn hoofd.

18 mei 2011

Blessures

Af en toe ben ik wel blij met van de medische hulp die je soms krijgt. Het helpt natuurlijk wel als een dokter heel tevreden is over m’n knie, maar toch. Eerst de fysiotherapeut die onmiddellijk voor me klaar stond, en nu een sportarts waar ik direct kan komen en die voor de zekerheid nog maar een controle-afspraak maakt, ook al verwacht hij dat ik af ga bellen.
Het was wel weer confronterend om de formulieren in te vullen. “Meld eerdere blessures.” Tja. Gebroken pols gebroken ribben gebroken hand gebroken teen, ontelbare kneuzingen en let niet op m’n andere knie, daar zit een deuk in. Aan de andere kant, ik zou veel ernstiger letsel hebben gehad bij verschillende ongelukken als ik niet zo fit was geweest, en ik ben fit omdat ik veel vlieg en daarvoor ook veel sport. Sterker nog, ik zou waarschijnlijk nog veel meer ongelukken hebben gehad als ik niet sportte.
Nu maar weer trainen, trainen, trainen. Opdat m’n knietje heelt, opdat ik m’n vleugel op kan tillen, opdat ik fris en alert uren kan vliegen.

11 mei 2011

ziek

Vanmorgen stond ik weer misselijk op, nu ook met buikpijn. Geen idee wat ik mankeer maar het ging tijdens het vliegen niet weg. Gelukkig had ik een prachtige snelle landing, mooi over de grond gescheurd en laat uitgeduwd. Het was geen makkelijke dag, Ropje kwam na een uur al landen. We zagen Martin met engelengeduld pielen, honderd meter winnen in tien minuten en dan weer alles kwijt in tien seconden, nog een keer, en weer een keer ergens anders. Indrukwekkend. Martin kan ook als geen ander de lucht lezen, hij weet precies waar ie zijn moet. Maar het leverde vandaag uiteindelijk geen lange vlucht op
Waarschijnlijk morgen naar huis, het gaat regenen.

10 mei 2011

Nog meer uitgezakt

Nou moe het lijkt wel tien kleine negertjes. Eerst vertrok Juicy, vanmorgen ging Djenghis weg, nou zijn we alleen nog met z’n drieën. Teleurstellend dagje vandaag, ik ben twee keer uitgezakt terwijl de vooruitzichten erg goed waren en m’n hanghoogte eindelijk in orde en ik word steeds slimmer in het inpakken van m’n harnas. Al is het nog steeds een drama om de rits dicht te krijgen. Afijn, ik had gisteravond weer ns existentiële crisis maar ik dacht daar kom ik wel overheen als ik vandaag een paar uur en een hoop kilometers vlieg. Maar dat lukte dus niet. De tweede start was het radiocontact uitstekend en Ropje vloog naar de Emberger Alm om een stukje samen te gaan vliegen, harstikke leuk maar ik kwam gewoon niet door de inversie op 1800 meter. Het kakte allemaal in en m’n landing was ook al niet zo spectaculair als ik van plan was geweest, ik moest na een hoop gedraai naar het noorden toe landen wat nou net de rottigste richting is hier.
Morgen waarschijnlijk de laatste dag, als het al vliegbaar wordt, eind van de dag zal het gaan overontwikkelen en dan is het gedaan met het mooie weer. Ik ben toch blij met de week die we dan wel gehad hebben, al was het maar omdat het leuk was om de jongens zo goed bezig te zien.

09 mei 2011

slome dag

Ik was niet gemotiveerd vandaag, heel ongebruikelijk. Ik weet ook niet echt wat de oorzaak was. Ik voelde me niet vreselijk lekker, gisteravond was ik echt misselijk van de kaiserdinges of de gegiste isotone, en ik ben zo langzamerhand ook wel doodmoe van de voortdurende pijn in m’n been. De wind zag er ook niet best uit, föhnig, noordelijk en aantrekkend. Misschien waren het hormonen, of emoties rond oud zeer. Hoe dan ook, ik deed een ongeinspireerde poging om te centreren, besloot dat ik er echt helemaal geen zin in had vandaag en speerde rechtstreeks naar de camping. Daar heb ik de rest van de middag in Ropjes zweefvliegwedstrijdboek zitten lezen, ook uitstekende training tenslotte (terwijl vooral Ropje en Gijs echt super aan het trainen zijn, elke dag grote afstanden en lange vluchten, samen, fysiek niet te flauw). Al pratend en lezend realiseer ik me een hoop.
Dat de toppiloten op elk stukje van een taak een klein voordeeltje pakken. Ze zitten precies goed hoog en upwind op de startcirkel als de start open gaat. Ze vinden het snelst de beste bellen, centreren het efficienst en verlaten de bel op de voordeligste manier. Ze kiezen het optimale glijpad en vliegen met de snelheid die het hoogste rendement geeft. Enzovoort. Steeds minieme voordeeltjes, maar uiteindelijk winnen ze daar dan ruimschoots de wedstrijd mee.
Dat iedereen fouten maakt, maar dat het wel zaak is om eerst je fout te herstellen voordat je de volgende gaat maken (wijsheid van Mart heb ik begrepen). Het is wat ik in Ager probeerde, minstens eens per vlucht terugkeren naar een goeie bel omdat ik er te laag uit ben gegaan of omdat ik een verkeerde route heb gekozen.
In het groot is het ook wat ik nu doe met m’n landingstraining. Eerst techniek en zelfvertrouwen krijgen, de grote fout herstellen die ik heb gemaakt door dat te verontachtzamen en te snel op een veel te hoog niveau proberen mee te vliegen. Door schade en schande, pijn en teleurstelling ben ik er uiteindelijk achter gekomen hoe wezenlijk het is om gewoon goed te leren vliegen.
Het is wel verklaarbaar dat ik zo graag met Koos mee wilde, en dat ik in m’n enthousiasme en doorzetting ook keihard werkte om mee te kunnen. Plus, met Martin had ik het over hoe we vroeger überhaupt leerden vliegen en landen: met toestellen waarmee je sowieso geen snelheid kon maken, op de Maasvlakte bij harde wind, met een heersende mentaliteit dat een landing goed was als je geen schade had. Ik had gewoon het besef niet dat m’n landingen uiterst matig waren. Totdat ik over Resis ongeluk las, en wel begreep dat mij dat ook had kunnen overkomen. Totdat ik m’n pols brak. Totdat ik mensen stallend en fladderend zag neerkomen, en begreep hoe gevaarlijk dat was.
Inmiddels ben ik ouder, voorzichtiger en banger. Maar ik blijf de doorbijter, en ik zou trouwens niet weten hoe ik moest leven als ik niet zou kunnen vliegen.
Dus is het toch een gek gevoel, zo’n ongemotiveerd dagje.

08 mei 2011

Föhn


Harde noordenwind, vandaag. Ik ben nog gauw van de berg afgestapt en Joost en Martin hebben het ook nog geprobeerd, maar Ropje en Gijs hielden het voor gezien. Terwijl ze stonden in te pakken vlogen de keien ze om de oren. Dus na een hoop lanterfanten togen we naar de Weissensee om te gaan kayakken, maar helaas het seizoen is nog niet begonnen dus we konden alleen maar waterfietsen. Je moet alles een keer proberen maar dit blijft dan ook bij die ene keer, jezus wat zwaar. En saai. Het water was te koud om elkaar in te douwen. Dan maar naar de alpenhut om bieren te gaan proeven, maar helaas die was nog niet echt open. Veel meer dan schommelen zat er niet in. Ondertussen werd de lucht zwart, best gek voor een föhn-dag, dus we zitten nu weer in het restaurant van de camping, de lekkerste knoflooksoep ter wereld achter de kiezen en op dit moment sta ik op barsten na een volle portie kaiserschmarren. Het is nog vroeg dus het verwordt zometeen tot toepen en éénentwintigen, maar morgen wordt het wel weer vliegbaar dus moeten we toch maar op tijd naar bed.

07 mei 2011

mooie vliegdag

Hehe eindelijk een echte vlucht, al was het allemaal niet best. Ik zakte uit, maakte een perfecte buiklanding (wel m’n drinkfiepje kwijt) en binnen drie kwartier zat ik alweer in de taxi naar boven. Om een uur of drie startte ik voor de tweede keer, de lucht was helemaal leeg, geen honderden parapenters om me dwars te zitten, heerlijk. Maar het harnas zit voor geen meter. Het duurt eeuwen voordat ik uberhaupt kan gaan liggen en tot die tijd voel ik me heel erg onzeker, probeer ik de termiek in te sturen met m’n armen gestrekt naar beneden. Dan duurt het nog een kwartier voordat ik de rits helemaal dicht heb, en ik heb totaal geen ruimte om me te bewegen. Batterijen en dergelijke prikken in m’n zij, de gesp doet pijn als ik er op lig, en de angle of dangle is eigenlijk niet goed aan te passen. Ondertussen kan ik niet bij m’n radio, die diep onder de chute zit, terwijl de anderen last van me hebben omdat ik aan het zenden ben. Waardeloos.
Na de eerste drie bellen zat ik er eindelijk goed in, 3200 meter, en ik was keurig aan het bekijken waar m’n volgende bel zou zijn. Dat was goed, maar binnen drie kwartier was ik zo uitgeput en deed m’n hele been zo’n pijn dat ik het idee om op en neer naar de Matrei te vliegen liet gaan. Ik draaide boven de derde piek al om, maakte nog even een keerpuntje boven het dorp dat voor de Weissensee ligt, en landde weer schitterend. Dat dan weer wel. Het kostte wel twee uur voor de pijn uit m’n schouders wegtrok, van gewoon anderhalf uur vliegen!
Juicy en Ropje hebben weer enorme driehoeken gevlogen, 173,7 en 173,6 km, waanzinnig.

06 mei 2011

minivluchtje


Auwauwauwauw de landing deed héél erg pijn. Bah, eigen schuld, ik had me voorgenomen op m’n buik te landen maar op het laatste moment besluit ik dan toch te proberen een perfecte flare te doen. Sufferd, hard op m’n voeten neerkomen leverde nou niet echt het gewenste effect. Bij wijze van therapie ben ik naar boven gaan lopen/liften om de auto op te halen, maar dat was te ambitieus dus tegen de tijd dat ik eindelijk een lift kreeg kon ik wel grienen.
Never mind, de start viel honderd procent mee terwijl ik daar gigantisch tegenop had gezien. Drie passen rennen voelt namelijk of er een bijl in m’n knie hakt, maar m’n hoop op de draagkracht van de vleugel werd bewaarheid. Nu nog een nette buikschuiver dus. Ondertussen had ik me wel zo druk gemaakt dat ik totaal niet in staat was om, éénmaal in de lucht, te vliegen. Ik leek wel half verlamd ofzo, ik maakte halfslachtige bochten waar m’n vario piepte, maar niets leek op een poging om ook echt termiek te pakken. Dat was dus een kort vluchtje, en een lange auto-ophaal, maar ach de zon schijnt en morgen weet ik dat starten best gaat.
Martin kwam net landen toen ik weer beneden was, hij had geen denderende vlucht maar toch twee-en-een-half uur geploeterd. Gijs kwam even later, die is heel tevreden over z’n vlucht, en na ruim vier uur landden Ropje en Joost (bijna vijf uur), die de taak van rond de 150 km hadden gerond. Ik snap niet waar ze de energie vandaan halen, Ropje heeft toch een nacht gemist en Joost had nauwelijks gedronken onderweg, maar het lukt ze prima.
Morgen ga ik het maar weer ns proberen.

mooi weer

Verschillen tussen soorten mensen blijven altijd fascinerend. Is het omdat het parapenters zijn, of omdat het Nederlanders zijn, of omdat het mannen zijn? Ze zijn in ieder geval enorm vol van zichzelf, forceren zichzelf op de rest van de wereld, iedereen die niet vol belangstellling voor hùn uiterst bijzondere ervaringen is, is een eikel. Vanmorgen bouwden een stuk of vijf parapenters hun hoogte pal boven de camping af (altijd al verboden hier vanwege de crashes tussen de tenten en zeker na de dodelijke botsing een paar jaar geleden), een aantal vond het ook nodig om om half zeven ’s ochtends zo hard mogelijk te brullen hoe bijzonder het was. Goh, wij deltisten, doen dit spelletje al een jaar of twintig, nou we zijn wel onder de indruk van jouw speciale vluchtje hoor… ergerlijk!
Met Ropje had ik het gisteren weer over verschillen in leerstrategieën van mannen en vrouwen. Mannen zijn gericht op kracht, en leren door trial and error. Vrouwen focussen op techniek, en zijn perfectionistisch. Aangezien ik een man ben (he Rishma) heb ik altijd geprobeerd me met kracht te redden, en helaas daar heb ik toch te weinig van. Bovendien ben ik wel degelijk perfectionistisch, en dan ook nog vreselijk onhandig met elke vorm van techniek en motoriek, dus de frustratie was vanaf het begin al ingebouwd. Jammer, maar goed nu na vijftien jaar buikschuivers ga ik het dan toch goedmaken.


We hadden het over Ellen, een enthousiaste en stoere nieuwe piloot. Geweldig, dat enthousiasme en die stoerigheid, hopelijk trapt ze daardoor niet in dezelfde valkuilen als ik. Te hard willen, te veel pijn en angst negeren, foutjes accepteren omdat je hoger verder langer wil. Ik zal haar het artikel van Helen MacKerral sturen, dat beschreef precies waar ons soort vrouwen (de vliegende soort) zich kan vergissen.

05 mei 2011

Greifenburg

Bijna had ik Flip gesmst om een complimentje te vissen: ik ben aan het niet-vliegen! Verstandig he. Ropje heeft de hele nacht doorgereden, ik heb een half uur geslapen, om half acht stond de tent waarin ik alleen een beetje kon rusten en om tien uur joeg Ropje me er al uit om naar boven te gaan. Ik ben echter te brak en m’n knie doet ook teveel pijn, de combinatie maakt dat ik toch maar een dag oversla. Die beslissing werd wel makkelijker gemaakt door het weer: steenkoud, harde noordoosten bovenwind, bokkige lucht. Bij Annaschutzhausen is het wel ‘ziemlich sportlich’ waarschuwde Woolfie.
Martin is al geland, en Ropje en Juicy amuseren zich nog in de lucht. Ik ga zo nog maar ns proberen een dutje te doen.

30 april 2011

koninginnenach

Geen vliegen, behoorlijk vreselijk. Maar ter compensatie wel een ouderwets gezellige koninginnenach en een zonnige vrijmarkt. Ik loop trouwens enorm te strompelen, heb waarschijnlijk iets te hard getherapiet zodat ik nu spierpijn van bil tot kuit heb. Toch maar even doortherapieën in de tuin, ik heb nu de gelegenheid.

29 april 2011

geen trainingsweek

Nou moe. Heb ik me de hele week afgebeuld op last van de dokter, me dagelijks laten martelen door de fysiotherapeut, me de tandjes zitten typen om m’n werk af te krijgen, me de hersens gebroken over het volstoppen van Rops kleine autootje met mijn gigantische winter-overlevingspakket, gaat het niet door! Het weer is nergens goed. In zuid-Europa regent het, in noord-Europa waait het veel te hard. Dan maar de Haagse koninginnenach vieren, want of die nou is afgeschaft of niet feest wordt het heus wel. Het zal lastiger voor m’n arme knietje zijn om met bier in de benen door de mensenmassa te slenteren dan om eens per dag vier stevige passen van een vlonder te doen, maar tja het moet maar. Vanavond proberen om het weer goed te drinken.

27 april 2011

gescheurde meniscus

Hoera ik heb de ideale fysiotherapeut gevonden. ’s Ochtends vanaf zes uur bereikbaar, continu op zoek naar een gaatje in z’n schema om mij tussendoor nog even te bekijken, en het allerbeste: ik krijg de opdracht om vooral veel te fietsen. Geweldig, geen gedwongen rust en stilzitten en nietsdoen. Bovendien heeft ie er begrip voor dat ik zaterdag weer wil vliegen. Het herstel gaat wel lang duren, maar dat hoeft het starten niet tegen te houden.
Als klap op de vuurpijl biedt Leo ook nog aan voor me te rijden met de NK, stuurt Jeff me vandaag de kortere legloops en is er geen reden thuis om ongerust in de buurt te blijven, dus ik ben weer helemaal blij.

25 april 2011

pijn

Fuck! M’n knie doet heel erg pijn. Het soort pijn waar je een beetje misselijk van wordt. Terwijl ik liep om m’n auto op te halen bedacht ik dat ik letterlijk op m’n tanden aan het bijten was. Pijn is vervelend, maar het wordt helemaal een drama als ik morgen, of erger nog volgende week, niet kan vliegen!
M’n laatste landing was eigenlijk perfect, zo perfect dat ik er al trots op was nog voor het helemaal klaar was. Echt goed, mooie indeling, forse snelheid, ontspannen wachten op het flaremoment… en op het moment dat ik dan flarede ging ik net een klein hobbeltje in het terrein over, m’n been zwikte raar tegen de grond aan en ik struikelde de laatste halve meter alsnog. Eerst dacht ik dat ik m’n enkel verzwikt had, maar inmiddels is wel duidelijk dat het de knie is, die heeft een forse optater gehad. Ik strompel, kan niet lopen, maar misschien misschien dat die drie passen op het vlonder wel gaan, morgen.
Eigenlijk was het een superleuke dag, met uiteindelijk vijf (!) starts, twee goeie landingen en dus één perfecte. Over die buikschuivers van vanmorgen heb ik het maar niet. Ik was heel vroeg, helemaal alleen op de start vanmorgen, dus ik ging eerst de auto naar beneden brengen. Meteen kreeg ik een lift naar boven van iemand van het zweefvliegveld, het is ideaal dat de start aan een min of meer doorgaande weg ligt. Ik wachtte toch maar een beetje tot er anderen waren, helemaal in m’n piere-eentje starten vond ik nou net een stap te ver. Het had wel gekund, maar als je je vleugel niet houdt hier heb je wel een probleem.
Na de landing meteen met m’n eigen auto naar boven, direct weer opbouwen en starten, en beneden wilden Sascha en z’n maat wel die twaalf minuten wachten die ik nodig had om in te pakken. Derde start, en beneden waren Medori en Toru er ook, en die vonden het geen gek idee om nog een keer boven te kijken of het nog zou kunnen. De anderen verklaarden ons voor gek, er zaten grote gemene onweerswolken overal om ons heen, maar het was pas drie uur en die wolken konden net zo goed inzakken. Boven haastte ik me om toch maar voor een evenuteel gustfront weer op de grond te staan. Ze hadden het hek al dichtgemaakt, dat moest weer open. Medori bouwde niet op en het was ook wel tricky, maar ik gokte dat ik die vijf minuten nog wel had. Inderdaad, ik speerde naar beneden, stond minder dan vijf minuten later weer op de grond, met een vierde, mooie, landing erbij. Leuk! De sms-communicatie in het Duits verliep niet helemaal soepel, dus ik begreep dat m’n Japanse vrienden naar beneden kwamen rijden. Foutje, want inmiddels waren de wolken zichtbaar aan het inzakken en Toru had er wel zin in om een gokje te wagen. Gedrieën bouwden we op om half zeven, tegen een donkergrijze achtergrond en met een slaphangende windzak. Ik startte als eerste, moest verkeerdom landen, en dat ging dus perfect afgezien van m’n ongelukkige misstap. Medori en Toru volgden, en om half negen zaten we in het Anker aan het bier, met VIJF!!!! Starts. Mogelijk een siterecord.

Maandag
No way dat ik kan starten vandaag. Ik kan niet eens lopen, de koppeling intrappen wordt al een probleem. Bah, vandaag belooft de mooiste dag van dit lange wiekend te worden, en ik ben weer ns uitgeschakeld. Hoop niet langer dan een paar dagen. Daar word ik nou misselijk van, van de angst dat dit toch wel weer lang zou kunnen gaan duren.

24 april 2011

oostenwind

Het was wel heel lastig kiezen, Stadskanaal bood gezelligheid en Neumagen perfecte vooruitzichten. Toch maar Neumagen, drie dagen achter elkaar oostenwind en zon is teveel om te laten liggen. Eénmaal hier stond er een behoorlijke puist wind. Ik ben toch maar gestart, maar had het niet naar m’n zin in de lucht. M’n landing sloeg nergens op, ik zat een kilometer hoog en waar ik hevige sink verwachtte door de rotor van de naastgelegen heuvel, zat er vooral stijg tegen de bomenrand aan. Never mind, het veld is gigantisch en ik kon met Toru en Minoru meteen weer mee naar boven. De tweede vlucht ging perfect, ik was te ongeduldig om rechtstreeks naar het zweefvliegveld te vliegen dus ja, dan sta je daar ook inderdaad op de grond. Never mind, ik kreeg een aardige lift van een ouder echtpaar die me direct naar het landingsterrein brachten, kon nog boodschappen doen en nu staat m’n tentje op het zweefvliegveld. Zo even douchen, dan hopen dat ik m’n groente warm kan maken op iemands vuurtje, en dan lekker vroeg slapen.

S. moet mij niet en dat is wederzijds. Zij is de koningin van Neumagen, die zit niet te wachten op een single hittepetit uit Nederland die zelfstandig kan vliegen,zonder haar hulp en wijze raad. Ze voelt zich verantwoordelijk voor de stek, en dat uit zich heel Duits, in schooljuffenvermaningen en snauwen. Het soort vrouw dat voortdurend loopt te vertellen wat je moet doen, denken, laten. Beetje zoals de heks van m’n ex, ik begrijp ineens waarom die zo nodig voortdurend zich opdrong om mij te ‘helpen’. Vrouwen die ervan overtuigd zijn dat mensen hen nodig hebben, dat ze een soort ongevraagde coaches zijn.
Ze krijgt meer dan één piloot bloedzenuwachtig op de start. Eén moment je vleugel op laten tillen en ze begint te stressen dat alleen mensen met uitstekende starttechniek hier mogen starten, en of je maar vooral niet jezelf dood wil vliegen hier. Nou heb ik wel een probleem met netjes landen, maar niet met starten. Heel fijn om ook ergens zelfverzekerd over te zijn. En voor m'n landingen schaam ik me niet te erg, ik stel alleen zelf hoge eisen zodat ik met meer plezier en meer mogelijkheden kan vliegen. In tegenstelling tot veel matige landers ben ik actief en intensief bezig met verbetering. Ik zit niet te wachten op open-deur-suggesties van bijna-vreemden die me eens even precies gaan uitleggen wat ik moet doen (les nemen bij Dirk, terwijl ik nauwelijks Duits versta en een uitstekende trainer heb in Cameron; lieren, terwijl ik echt wel zelf bedacht heb dat ik meer landingen op een dag kan doen in Neumagen dan in Bruinehaar, enz. enz.).
We hebben een typische vrouwenvrede, luchtzoenen en babbeltjes. Ik heb niet zoveel last van haar aanwijzingen (haar misprijzen over mijn blote voeten, haar uitleg over vegetarisch eten, haar opmerkingen over een fatsoenlijke afwas), vind het vooral lachwekkend, en soms zelfs een beetje meelijwekkend. Ze heeft het zo goed voor, en niemand wil maar leren!

19 april 2011

fietsen

totaal unrelated topic maar dit vind ik toch wel een leuke site http://www.ski-epic.com/amsterdam_bicycles/
Voor ons is het allemaal super normaal, maar het is grappig om Nederlanders door de ogen van een buitenlander te zien (Andrew thanks for finding this one)

18 april 2011

Neumagen

Eén van de bijzonderste aspecten van het vliegen is niet eens de geweldige vriendschappen die er kunnen groeien doordat je intense ervaringen deelt met mensen die dezelfde passie hebben, maar eigenlijk meer nog de vergaande solidariteit tussen mensen die elkaar niet of nauwelijks kennen. Concurrerende piloten tijdens een wedstrijd zullen elkaar doorgaans helpen. Meer dan eens heb ik gezien hoe strijdende toppiloten tot laat in de avond stonden te klussen aan een kapotte vleugel zodat ze het de volgende dag weer tegen elkaar op konden nemen. Piloten die verliezen van een piloot die zonder hun hulp niet eens had kunnen meedoen. Honderden keren heb ik meegemaakt dat we elkaar adviseren, over techniek, tactiek, materiaal, meteo of een mooie stek.
Zaterdagochtend waren we al ruim voorbij Luik toen Gijs zich realiseerde dat hij z’n bottombar was vergeten. Binnen een half uur had ik zo’n tien mensen gebeld en ge-smst waarvan ik hoopte dat ze misschien in de buurt zouden kunnen zijn, en nog voor we de Duitse grens over waren was het geregeld. Ropje bood z’n litespeed aan voor zaterdag, Tom die in Oostenrijk zat stuurde me het nummer van Rudy, die op zondag wel een reservebar mee kon nemen. Prachtig!
Op de start hoef je maar aan te komen en er grijpt iemand je voorkabels voor een hangcheck. Als het winderig is komt er nog wel iemand bij om als kabelhulp op te treden. Op het landingsveld maakt iedereen die naar boven rijdt een rondje, wie wil er meerijden om z’n auto op te halen of nog een keer te vliegen? De twaalf minuten naar boven zijn een gezellige mogelijkheid om te babbelen, vlieghistorie uit te wisselen, facebooklinks te leggen. Volgende keer bel je maar om te horen of de wind er goed op staat.

Het weer viel wat tegen, maar we konden wel starten dus voor mij was het eigenlijk ideaal. Landingen oefenen, zes keer in twee dagen. Het lukt maar niet en de blauwe plekken en schaafwonden schrijnen, maar Gijs heeft twee landingen gefilmd en na de laatste gaf Joost een aanwijzing waar ik nog plezier van ga hebben. Daar kan ik mee vooruit, en de hele nacht klom ik dromend in m’n uprights en voelde ik het flaremoment. Volgende week verder.s

13 april 2011

chauffeur gezocht

Het NK-slepen komt er weer aan, dus ik ga maar weer ns op zoek naar chauffeur(s). Wie heeft er zin, of kent iemand die zin heeft, om een dag of meerdere dagen retrieve te rijden?
De NK zijn 2 t/m 5 juni op luchtmachtbasis Deelen, bij Arnhem. We kamperen op Terlet, vlakbij

De chauffeur is ’s middags op het veld en kan daar kijken naar het starten van de deelnemers, altijd een spannend evenement. Als ik wegkom (dus termiek vind en op koers ga, zodat ik niet meer terug op het startveld zal landen) geef ik dat per radio door. De chauffeur kan dan mijn auto pakken en achter me aan rijden, of rustig wachten tot ie m’n sms krijgt met m’n landingscoördinaten (of tot iemand anders uit mijn team geland is). Voor de chauffeur is het een soort speurtocht, met grote dankbaarheid en een pizza als beloning.
Normaal gesproken rijden we eerst terug naar het veld om de score uit te laten lezen. Daarna gaan we met wat medepiloten eten, misschien nog een biertje op het terras van Terlet en dan vroeg de tent in.

Van retrieve auto


Het grootste risico is dat je voor niks komt, of uren in rotweer zit te wachten, als het weer te slecht is om te vliegen maar de vooruitzichten wel goed zijn (bij slechte vooruitzichten gaan we gewoon naar huis).

Waarom je het toch zou doen? Omdat een zeilvlieg NK-sleep fantastisch is om mee te maken. Dertig zeilvliegers worden door twee of drie ultralight vliegtuigjes naar 500 meter hoogte gesleept. Daar zijn we wel een paar uur mee bezig. De zeilvliegers koppelen zich dan los en proberen met termiek nog veel hoger te komen, om dan pas weg te vliegen naar goal. Publiek op de grond kan ze nog vrij lang volgen. Bovendien lukt het lang niet altijd om voldoende hoogte te winnen om de bossen over te steken, dus er wordt ook voortdurend op het startterrein geland, en weer opnieuw gestart.

10 april 2011

Begin van het seizoen

Leuk was het, ondanks mijn totale falen bij zelfs maar één rondje termiek pakken, jeetje. Vier sleeps, elke keer voelde het harnas ietsje beter. Het doet me ook altijd goed om te slepen, zeker achter Rinus, omdat ik dan weer merk dat er iets is wat ik gelukkig wel gewoon goed kan terwijl ik daar jaren geleden verschrikkelijk veel moeite mee had.
Het was gezellig, iedereen had wel een succesje vandaag, en we zijn ook nog op een kristelijk tijdstip thuis. De buuv moest wel haar zoon bellen om te vragen of ie z’n gigantische bus voor m’n deur weg wilde halen, zodat ik m’n vleugel naar binnen kon brengen, maar zelfs dat was in tien minuutjes voor elkaar.

Stadskanaal




Niet-vliegvrienden beklaagden ons vanwege de inspanningen die er nodig zijn om eens een stukje te kunnen vliegen. Ropje en ik haalden onze schouders op, het hoort er gewoon bij en we zijn het zo gewend, al het gesjouw en gerij en gepiel belooft wel een vlucht en misschien wel een hele mooie vlucht. Het enige wat tegenwoordig steeds lastiger is is het vroege opstaan.
Dat hadden we gisteren eigenlijk niet hoeven doen, we hebben niet gevlogen op Stadskanaal. De wind was erg hard en cross, en nog turbulent ook, dus werd het weer zo’n dagje van kletsen, een bladzijde uit m’n boek lezen (het is te gezellig), met m’n nieuwe harnas spelen. http://dfblog.mintgroen.nl/ En veel praten over mentaal vliegerschap. Het blijft het lastigste onderdeel, zelfvertrouwen en positief denken. Op slechte momenten ga je op glij en dan weet je van tevoren al “het zal wel weer niks worden” of “ik ben ook te stom om een verloren belletje terug te vinden”. Dan wordt het dus ook niks. Ik heb sinds de hulp van Jan Huijbers geen uitzakangst meer, maar ik geloof nog steeds niet echt dat ik de juiste koers kan kiezen, dat ik de liftline goed kan voelen, dat ik de bel goed kan centreren. Als het goed gaat ben ik er nog steeds van overtuigd dat het meer geluk dan wijsheid is. Het is natuurlijk ook wel een kwestie van investeren, en aandacht. Ik ben vrijwel altijd met allerlei dingen bezig die niets met m’n vlucht te maken hebben. M’n landing, m’n nieuwe harnas, bepaalde andere piloten. En ik ben niet meer vierentwintig uur per dag met vliegen bezig. De laatste jaren lijk ik me meer druk te maken om m’n werk dan om m’n sport. Dat mag, maar zonder discipline en training zal het niet vanzelf beter gaan natuurlijk. Ik moet me maar eens gaan bezinnen op m’n keuzes.

03 april 2011

lieren met de covert






Het was weer als vanouds gezellig bij de Buizerd en ondanks de harde wind waren er toch zo’n tien, twaalf piloten komen opdagen voor de eerste vliegdag van het seizoen (voor de meesten dan). Ik showde poepietrots m’n Covert en het kwam ook wel prettig uit dat Martin er was, die kon ik gelijk vragen om wat hulp met m’n nieuwe spullen.
Nu ik zonder trui en pakzak vloog paste het harnas prima, en de gesp op m’n borst biedt zo nog wel enige ruimte. Nou is het een kwestie van leren de voetplaat te gebruiken om tussen verticaal en horizontaal te switchen, en om de buttlever te bedienen voor m’n angle of dangle. Ik geloof dat het voetplaatgebeuren nog het lastigst is, ik ben zo gewend met de Tenax dat dat bijna vanzelf ging. Nou hangt m’n lierrelease ook nog ns erg laag voor m’n buik bij dit harnas, en ik heb m’n ouwe hangloop weer in het toestel gehangen zodat ik aan de hoge kant in m’n a-frame hang, dus al met al was het heel hard werken gisteren. Het duurde bij elke start lang voordat ik m’n voeten in de boot kreeg, dan was het een hele klus om voorover te duiken, en dan was ik alweer bijna boven de lier terwijl ik nog om moest schakelen. De derde keer lukte dat ook niet meer, ik was veel te moe, maar goed ik heb toch drie startjes gemaakt en het harnas wordt steeds vertrouwder. Proberen om me te concentreren op lichte termiek in de keiharde wind is wel heel lastig zolang m’n lijf nog niet vanzelf beweegt. Never mind, de komende tijd heb ik weer voldoende te oefenen.

27 maart 2011

vooral veel rijden



Beslissingen nemen is meestal lastig, helemaal vervelend wordt het als je het ene na het andere foute besluit neemt. Het begon natuurlijk al met die tweede grappa gisteravond. En dan vanmorgen, niet eerst langs het landingsterrein om te overleggen met de locals. Alle zooi langs het modderpad naar de start sjouwen terwijl de eerste regendruppels beginnen te vallen. Te snel weer inpakken omdat het regent. Wel een half uur met Christian kletsen, om dan alsnog te vertrekken terwijl het alweer een uur droog is. Als we op weg naar beneden tandem-Bernie weer tegenkomen, niet omkeren om alsnog te gaan vliegen. Als we op de snelweg naar Bern zitten en de zon begint echt te stralen, toch niet omkeren. Nou ja, als ik niet zo moe en katterig was geweest en als de auto naast de start had gestaan dus als ik niet van die blauw-gedeukte schouders had gehad, dan was het veel logischer geweest om even te wachten, om een tweede keer de hele handel naar de start te sjouwen, om dat glijvluchtje toch maar gewoon te doen. In plaats daarvan zijn we naar Kanfen gereden, waar ik nu in een stinkende container-kamer snel zal inslapen. Hopelijk kunnen we morgen nog een startje doen.

Zondag
Het F1-motel in Thionville is geen succes. Extreem gehorig, en vol luidruchtig volk. De lakens stinken naar rook, de wifi werkt nauwelijks, plee en douche zijn buiten de kamer en het ontbijt is Frans. Never mind de lucht ziet er goed uit.

Dudelange
Vier uur rijden, tien minuten naar boven. Twintig minuten opbouwen, vijf minuten voordat m’n gespen dicht zijn. Drie minuten vliegen, half uur inpakken, twintig minuten naar boven lopen. Auto pakken, vleugels ophalen, dertig minuten en weer opbouwen. Achttien minuten opbouwen, vier minuten vliegen, vijfentwintig minuten naar boven lopen. Half uur spullen ophalen, vijftien minuten opbouwen, vijf minuten vliegen. Hahaha ik ben harstikke moe maar het was heerlijk, perfect weer, zonnetje, zacht windje, een troep Belgische schermvliegers voor wie Maya en ik een leuke bezienswaardigheid waren. Deltadames, dat zie je niet dagelijks. De sfeer was super goed, elke keer als wij klaar waren om te gaan starten mochten we vóór, gezellig keuvelend met een Fransoos het pad naar boven zwoegen. Met een trui en vijf kilo minder kon ik zelfs m’n harnas dicht krijgen. Het duurt nog uren voor ik m’n voeten erin kan steken, en de rits dichttrekken gaat ook maar half, en ik heb de angle of dangle niet bepaald onder controle, en m’n hoogte moet ik ook maar ns serieus gaan bepalen. Plek voor m’n survivalpakket (korte broek, New Scientist, landkaart, proteinedrankje, zonnebrandcreme, hoedje, mueslibars) is er zeker niet. Toch vind ik het schitterend, zo’n slick harnas heeft nog niemand.

25 maart 2011

Interlaken


Het was uren rijden en vooral zoeken naar Interlaken, Beatenberg, maar het was allemaal even schitterend. Blauwe lucht, groene spiegelgladde meren, witte bergen. Schitterend schitterend. Overal waar we fout konden rijden deden we dat ook, dus pas tegen een uur of vier waren we klaar om te starten. Ik was enigszins nerveus vanwege het onbekende gevoel van het harnas, stijf en de boot is enorm lang dus je loopt nog giraffiger dan normaal, maar de startplek zag er perfect uit en Leo en Maya vonden het helemaal prima dat ik als eerste zou gaan.
De start was een eitje, maar toen ik m’n rits probeerde dicht te trekken had ik ineens m’n Jack-the-ripper in m’n hand, zonder borgtouwtje. Shit. Eerst dat ding teruggefrot, ondertussen geprobeerde de piepjes te pakken, en op zoek naar m’n rits. Die zat helaas volkomen vast, en na tien pogingen gaf ik het op. Mogelijk daardoor lukte het niet om de angle of dangle te wijzigen, ik kon in de verste verte m’n butt lever niet vinden hoe enthousiast ik m’n reet ook de lucht in duwde, en voor ik goed en wel met m’n nieuwe speelgoed had kunnen rommelen moest ik alweer landen. Dat bleek nog een volgend dramaaatje op te leveren want in plaats van m’n beenbanden hing ik volledig met m’n tieten op de veiligheidsgesp, heel onaangenaam. M’n landing was wel prima, nogal makkelijk in een megawei met een fijn zacht windje.
Nou ben ik sjagrijnig, ik ben moe van al het rijden en net roept Nic dat m’n harnas lekt, ja hoor twee liter water uit m’n waterzak heeft fijn m’n gloednieuwe harnas + chute ingewijd. Beter dat ik vroeg naar bed ga.

24 maart 2011

Wiekendje Zwitserland



Ik ben al dagen opgewonden als een kind voor Sinterklaas. Vandaag snel naar Zwitserland gereden, te snel, Nick zou pas na zevenen thuis komen. Dan maar even een toeristisch uitstapje, naar het Habsburg, prachtig gerenoveerd. Super hier, er hangen paraplus voor wie in de nattigheid toch wil rondlopen.
M’n harnas ziet er waanzinnig mooi uit, echt perfect. Het wordt nog wel een ingewikkelde klus om de chute erin te pakken, een Metamorfosi in een WillsWing en dan ook nog met van die gladde maar lastige ritssluitingen. We zitten al aan de wijn, niet handig als er nog zo’n precisiewerkje moet, maar ja het is wel een beetje feest.

13 maart 2011

dag LA

Nog maar één dag, en ik heb nog niet eens m’n boek uit (over de informatiehuishouding in de strafrechtketen, ok ik beken ik ben een übernerd). Tijd om de balans op te maken. Het was heerlijk. Blij dat ik twee van m’n beste vrienden weer ns uitvoerig gesproken heb. Dat ik kan zien dat het ze goed gaat, dat hun geliefde precies de goeie man is. Heerlijk om mooi weer te hebben, om helemaal niks te hoeven doen, nergens over na te hoeven denken. Ik ben waarschijnlijk zo’n vijf kilo aangekomen van alleen maar lekker eten en zitten: in de tuin, op een stoel, in de auto, in een restaurant, in de spa. Fantastisch organisch voer overal, de beste exposities, en die zon, 27 graden gok ik, verrukkellijk. Frustrerend kleine kleren op Melrose avenue, hell ze weten wel hoe je je groot en lomp kan voelen. Goeie kapper, hier is de service vanzelfsprekend. Maar ook, op St Monica blvd, daklozen die hun volgeladen winkelkar moeizaam van vuilnisbak naar vuilnisbak duwen. Winkelbediendes die wanhopig proberen je iets te verkopen omdat ze de hele dag voor nop in een lege winkel staan, ze krijgen nauwelijks uurloon. Overal ‘organic’ en ‘eco’ en ‘green’ in een stad waar je zonder auto niet kan bewegen, waar de koelkasten industriële proporties hebben, waar alle kranen lekken. Calorie-aanduidingen naast de prijs van gebak en snoepgoed. Enorme tips waar belastingbetalers denken dat ze beroofd worden door werklozen.
Het is een gek land en het zijn gekke lui. Ik loop voortdurend Europa, Australië en de VS te vergelijken. Welvarende democratische markteconomieën met een cultuur van vrijheid, gelijkheid en broederschap, maar wel drie keer met verschillende kenmerken en verschillende keuzes in de trade-offs die er onvermijdelijk zijn. Ik zou de bescherming van zwakkeren willen die we in Europa hebben, de zon en het gebrek aan vormelijkheid van Oz, en het enthousiasme en positivisme van de VS. Can’t have it all though.

Nou moe ik zit bij de gate, ruim op tijd maar dat is maar goed ook want je moet hier in Washington zo ongeveer met de paardentram naar de Dulles International Airport. In wanhoop heb ik een Marokkaanse taxi gedeeld met een Spaanse en een Argentijn op weg naar Equatoriaal Guinee, erg internationaal allemaal. Wel heerlijk om even de stad in te gaan, het was prachtig weer hier en ik heb een paar schitterende Vermeers en Rembrandts gezien in het Smithsonian. En een parade, iets met St. Patricks Day denk ik, het stikte van de Ieren maar ook soldaten en Bolivianen en porsches. Kleumende dansmariekes, blèrende luidsprekers, wuivende beauty queens en vaandelzwaaiers, heel leuk allemaal. En ik heb iets kunnen eten, dat was wel nodig want United zorgt nergens voor. Ook niet voor kussentjes trouwens, op een nachtvlucht. Voor alles wat vroeger bij de prijs was inbegrepen moet je nu bijbetalen, zelfs voor beenruimte. En dan nog zit je in een oude rammelkast waar de overhead bins volledig bezet worden door gigantische koffers (‘handbagage’) zodat ik m’n rugzakje ergens weg moet proppen waar ik liever m’n voeten had gelaten. Nou ja als ik straks op tijd thuis kom en een beetje kan slapen moet ik niet klagen.

10 maart 2011

Hancock park

Amerikanen zijn doorgaans niet zo wereldwijs, ontwikkeld, als ik de tv mag geloven. Maar dan heb je van die types, die zo verschrikkelijk ‘into’ iets zijn dat ze meteen ook compleet over the top doen. Zeer verfijnd, als Japanse meesters, alles weten over koffie, of over een bepaald soort zijde, of de ultieme wijnproever zijn. Ik fiets gewoon naar de winkel, Amerikaanse kennissen verkondigen fietsen als lifestyle en ze weten alles over titaan frames, zeemleren broekjes en de veiligste route door een stadspark. Ik wil gewoon een bak koffie ’s ochtends, Amerikanen laten weten dat het alleen verantwoord is om Italiaanse espresso of Spaanse con latte te nuttigen, uiteraard organic en gebrouwen in een ingewikkeld apparaat. Een Calefornian kan zwijmelen bij de miniaturen van een obscure zeventiende eeuwse Chinese schilder, dwepen met een garageband uit Seattle, tot in absurd detail weten hoe een lemongrass smoothy klaargemaakt moet worden.
Lon en Douglas huren een gemeubileerd appartement, heel chique. Twee meter hoog buddhabeeld, antieke bij elkaar passende meubels, luxueuze badkamer. Een soort veredelde hotelkamer en je durft je nauwelijks te bewegen want de minste schade zou een ramp zijn. Het heeft iets neurotisch, dat smaakvolle perfectionisme. We moeten vandaag maar ns gaan sjoppen op zoek naar iets lelijks.

09 maart 2011

veel lezen

Geen pictogrammen, alleen lappen tekst in het land van de beeldcultuur en de analfabeten.
Behalve deze stikte het hier ook van de beauty salons en chiropractikers.

Van LA maffe signs

niks gedogen, een vergunning!
Van LA maffe signs

maatschappelijke dienstverlening
gang noticeboard
de maan ligt hier horizontaal

08 maart 2011

de stad

LA is veel leuker dan ik me herinner, veel mooier ook. Antoinette denkt dat het vooral de buurt is waar ze woont. Vroeger woonde ze in de Valley, benauwd en plat en lelijk, tussen de snelwegachtige straten. Ik denk dat het ook helpt dat ze hier nou zo’n veertien jaar woont en het heel goed kent, bezoek niet meer hoeft te amuseren met Hollywood en Venice beach. En dat het inmiddels de vierde keer is dat ik in Amerika ben, dus m’n verwachtingen zijn wat bijgesteld, en ik vergelijk het ook erg met Australië en zo heel anders is het eigenlijk niet.
Gekke vergelijking, maar ergens deed downtown me gisteren aan Brussel denken. Kwa stadsinrichting vond ik het wel een vergelijkbare sfeer hebben, bizar want ik was in januari in de regen in Brussel, met z’n oude gebouwen en Europese straatbeeld, maar toch. Highrise hier park daar, heuvelachtig, super internationaal, niet dat kneuterige van Nederlandse steden. De term ‘stad’ voor Amsterdam of Den Haag wordt altijd nogal lachwekkend als je in een echte stad bent. Terwijl je overal ziet dat mensen een soort kleinere cirkel om zich heen maken, dorpse contacten aanleggen, vaste wegen bewandelen.
Perfect om in Den Haag te wonen en naar al die buitenlanden te kunnen reizen.s

Spa

De hond uitgelaten in een heerlijk lentezonnetje, de hele middag liggen koken in een Koreaanse sauna. Zo heet en zo lekker dat je stress waarvan je niet eens wist dat je het had voelt wegvloeien. Totdat alles vloeibaar is, slap, sloom.

07 maart 2011

Huntington Park

Het is allemaal erg relaxed, perfect weer, als drie middelbare dames en heer wandelen door het cactus- en vetplantenpark. Ongeveer elke tweede meter stilstaan en oh en ah roepen, alles was even gigantisch en schitterend in bloei en exotisch. Ik raak er steeds meer van overtuigd dat de Marsmannetjes al lang onder ons zijn, en we noemen ze orchidee en libelle.
Op weg naar de vlooienmarkt zag ik een stadsbus met een fietsenrek met fiets, voorop. Dat is hier normaal, al je met fiets en al met de bus mee wil bind je het ding gewoon op het rekje. Handig. Niet dat er veel wordt gefietst hier, maar het ziet er wel allemaal wat vriendelijker uit dan tien jaar geleden. Een enkel fietspad, een metro, onderhouden straten en huizen. Door de crisis zijn veel mensen uit hun huizen gezet, en die huizen zijn vervolgens opgeknapt voor de verkoop. Overigens hebben ze de crisis hier wel heel direct gemerkt: zaken gingen failliet, winkelschappen waren leeg. Nu gaat het weer een beetje.

06 maart 2011

Los Angeles

In Chicago moest ik hard rennen om m’n aansluiting te halen, dus het begon al goed dat dat op het nippertje lukte. Bovendien kon ik m’n stoel ruilen voor een raamplaatsje, net achter de vleugel, en na de sneeuw in Chicago werd het al snel helder en zonnig, eind van de middag met een rooiige gloed en scherpe schaduwen. We vlogen vrij laag, ik schat zo’n 8 km hoogte, ieder detail was te zien. Urenlang zat ik met m’n nek in een kramp gedraaid om naar het landschap te kijken, zo verschrikkelijk mooi. Misschien wel mooier nog dan Afrika, en zeker gevarieerder en spannender dan Australië. Tegen de tijd dat we in LA aankwamen was ik euforisch. De aarde is zo ontzettend super geweldig, zo fijn dat we hier kunnen leven, ik kan er geen genoeg van krijgen. En de waanzinnige mogelijkheid om ’s ochtends in de motregen de tram in Den Haag te halen, en dan een uur of vijf ‘savonds tussen de palmen landen, meteen m’n koffertje van de band halen, op dat moment komen Antoinette en Andrew aan, super! Ik kwam niet meer van m’n high af, ook al zal het deels jetlag induced zijn geweest en het zware bier (plus het feit dat ik sinds de vroege ochtend niks meer te eten had gehad, omdat je aan boord voor alles moet betalen) hielp ook. Heel gaaf ook om hun huis nou eens van binnen te zien, de hond, de jasmijn te ruiken, het was gezellig en ik heb ook nog best redelijk geslapen. Hoera!

07 januari 2011

tikje jaloers

In Forbes is gisteren een taak van 318 km gevlogen, 29 in goal, tijden van zes tot acht uur in de lucht, en een hoop piloten hun pb's. Waanzinnig! Ik had er wat moeite mee om de kiekjes te zien de afgelopen dagen en er niet bij te zijn, zoals het hoort, maar zoals ik wel heel bewust gekozen heb. Gelukkig heb ik een perfect weekje Bassano achter de rug, dus het viel best mee met die lichte twijfel. Maar nu dit! Alleen heel hard bedenken dat ik vast als enige was uitgezakt, of dat ik misschien honderd kilometer gevlogen zou hebben en dat dat dan ineens niks meer voorstelt, helpt. Maar het valt niet mee om te proberen zó weinig zelfvertrouwen te genereren!

if you read this: http://naughtylawyertravels.blogspot.com/ you'll know why I love to fly, in Forbes, with these people (all of the voices and pictures are people I know). Jamie has the best way of blogging about it! And it's just awesome awesome awesome what they've done, third longest task in history (my personal best is 182 km, in time it's six hours).

03 januari 2011

laatste vluchtjes

De afgelopen week schijnt het hier min tien, min vijftien graden geweest te zijn, en de verwarming was uitgevallen. Zo koud, vier dekens pyama termoshirt sokken en kruik hielpen allemaal niets, slapen was gewoon onmogelijk. Inmiddels zijn we een beetje opgewarmd. Christine is naar haar werk, Hans moet vannacht werken, vandaag nog een beetje rondtutten en dan ga ik ook maar ns terug naar de harde werkelijkheid. Ook wel weer leuk spannend omdat ik bij terugkomst een nieuwe baan heb.
Gisteren hebben we rustig ingepakt en gepoetst, rond lunchtijd naar boven. Er stond een flinke dot wind en de bewolking was dik, onaantrekkelijk en mogelijk zelfs gevaarlijk om te vliegen. Dus gingen we lunchen in het barretje naast de start, en iedere tien minuten even op het vlonder staan om te zien of het toch startbaar werd. Dat gebeurde, en voor half twee was ik na 8 minuten weer beneden, snelheidsrecord. Helaas weer op m’n buik, dus vol modder, jammerjammerjammer maar toch zie ik vooruitgang in m’n landingen. M’n circuit is aanzienlijk verbeterd, m’n snelheid op final is goed, ik rond redelijk netjes uit. De aandacht moet nu echt naar de laatste fase, goed voelen of ik de vleugel op trim komt, benen naar achter, forse flare. Ik kom er wel.
Morgen naar Nederland rijden, donderdag werken.

31 dec
Ik ben gelukkig en opgewonden als een kind dat voor het eerst heeft leren schrijven. Al een jaar of tien probeer ik m’n landingstechniek te verbeteren, en al anderhalf jaar ben ik eigenlijk met niks anders meer bezig. En nu komt alles bij elkaar, begrijp ik hoe ik m’n landingen verbeteren kan, kan ik het ook uitvoeren, kan ik oefenen met iets wat goed gaat in plaats van m’n fouten te herhalen. Het mooiste is nog dat ik merk dat ik nu ook op een positieve manier landingen kan visualiseren, doordenken, mediteren. Dat ging tot nu toe eigenlijk niet, zelfs in gedachten landen leverde stress op en een soort mentale mist. Nu, na een week intensief landen, met feedback van deskundige toeschouwers, met eindeloos erover napraten en tot in detail analyseren hoe het ging, heb ik eindelijk de mentale grondstof om in gedachten een perfecte landing na te lopen.
Dat komt niet alleen door het weer, het mooie landingsterrein en de Sting, het komt ook door de jarenlange honderden aanwijzingen van Cameron en Hans en anderen. Cameron is er heel erg goed in om precies te zien waar het aan schort, en om goed duidelijk te maken hoe het wel moet. En Hans krijgt er nooit genoeg van om door te praten door te zoeken tot in de miniemste details, naar theorie, opties. Christine begrijpt hoe de emoties in de weg zitten en samen verzinnen we oplossingen, betere gedachten.